Velen hebben haar naam wel eens horen vallen, vaak tussen twee herinneringen door, aan de toog of bij het vertellen van oude verhalen. Antje van de Engel. Een naam die bleef hangen, maar zonder gezicht. Tot nu. Die tijd is voorbij.
Antje runde een café bij het station van Beek, een plek waar reizigers binnenliepen voor een borrel, waar verhalen werden uitgewisseld en waar iedereen haar kende. In de wijde omtrek stond ze bekend: recht door zee, met een scherp oog en een groot hart. Maar vóór Beek, vóór het café en het stationsleven, was er Catsop.
Wie was Antje werkelijk? Waar kwam ze vandaan? En wie waren de mensen achter haar, haar familie, haar roots in Catsop? Om Antje te begrijpen, moeten we terug naar het begin – naar het dorp waar haar verhaal begon.

Anna Maria “Antje” Engelen
Haar roepnaam was Antje, en zo kende iedereen haar ook. Ze werd geboren op 4 december 1898 in Catsop, in een tijd waarin het dorp nog klein was en iedereen elkaar kende. Nog geen maand later, op 28 december, werd ze gedoopt in Elsloo. Dat was toen heel gewoon: voor zo’n belangrijk moment liep of reed men naar de parochie waar men hoorde, ook al lag die buiten het eigen dorp.
Antje groeide op in Catsop, geworteld in een familie die daar al generaties lang thuishoorde. Ze was een dochter van Willem Engelen en Anna Maria Cornelia Wijnen. Via haar moeder droeg Antje het bloed van de familie Wijnen, een naam die onlosmakelijk met Catsop verbonden is. Haar moeder, vaak simpelweg Marie Wijnen genoemd, was in Catsop geboren en heeft er haar hele leven gewoond. Zelfs het huis in de Daalstraat waar Antje opgroeide, was al een plek met geschiedenis.
Haar vader, Willem Engelen, was van oorsprong in België geboren. Voor zijn huwelijk kwam hij naar Catsop, waar hij zich vestigde en een gezin stichtte. Samen met Marie runde hij een café in de Daalstraat. Het was een plek waar dorpsgenoten samenkwamen, waar nieuws werd gedeeld en waar het leven zich dagelijks afspeelde.
Voor Antje was dat café haar eerste leerschool. Ze kreeg het vak letterlijk met de paplepel ingegeven: luisteren, onthouden, mensen lezen, weten wanneer je sprak en wanneer je zweeg. Het was daar, tussen de tafels en de toog, dat de basis werd gelegd voor wat later haar eigen levenspad zou worden.
Antje zou uiteindelijk haar leven buiten Catsop voortzetten, maar haar wortels bleven stevig in de Catsopse grond verankerd. Ze overleed op 6 januari 1977 in Sittard, 78 jaar oud. Wat bleef, was haar naam, haar verhaal en de herinnering aan een vrouw die haar tijd vooruit was – gevormd door Catsop, groot geworden in het café, en bekend tot ver buiten het dorp.

Willem Engelen 1865 (Uikhoven) en Marie Wijnen 1869 (Catsop) 1895 getrouwd.
Samen bouwden zij hun leven op in Catsop, in de Daalstraat, waar zij een café runden. Het was geen gemakkelijk bestaan. Het gezin was groot – zeker acht kinderen werden er geboren – maar het leven was kwetsbaar. De kindersterfte was in die tijd een harde realiteit. Hun eerste kinderen waren een tweeling, en die verloren zij al bij de geboorte. Ook daarna bleef het gezin niet gespaard van verdriet.
Van al die kinderen zijn er uiteindelijk slechts twee met zekerheid volwassen geworden: Antje en Door. Twee dochters die het leven wel vasthielden, en die opgroeiden in een huis waar vreugde en verlies dicht bij elkaar lagen. Juist dat maakte hen sterk.
Voor Antje betekende het opgroeien in zo’n gezin, en in een café waar het dorpsleven samenkwam, dat ze al jong leerde omgaan met mensen, verhalen en emoties. Ze kende het leven in al zijn kanten: de gezelligheid aan de toog, maar ook de stilte na een verlies. Dat vormde haar karakter en legde de basis voor de vrouw die zij later zou worden.
Zo is Antje niet alleen het verhaal van een caféhoudster uit Beek, maar ook het verhaal van een gezin uit Catsop, van doorzetten, rouwen en doorgaan. Een verhaal dat begint in de Daalstraat, bij Willem en Marie, en dat via Antje verder de wereld in ging.

Door Engelen
Antje en haar familie waren niet alleen bekend in Catsop vanwege hun café in de Daalstraat, maar ze runden er ook een boerderij. Het was een leven vol arbeid en verantwoordelijkheid: overdag het land bewerken, de dieren verzorgen en oogsten binnenhalen, ’s avonds het café bemannen en zorgen dat de gasten niets tekortkwamen.
Voor Antje betekende dit dat ze van jongs af aan leerde multitasken en omgaan met mensen en dieren tegelijk. De combinatie van café en boerderij gaf haar een stevige basis: ze kende de dorpsgenoten van alle kanten, zowel aan de toog als op het veld. Het was hier, tussen de tafels en de stallen, dat Antje haar karakter smeedde — recht door zee, gastvrij en praktisch ingesteld.
Antje had een broer, Door Engelen, geboren in 1897, een van de weinige kinderen van Willem Engelen en Marie Wijnen die volwassen werd. Hij overleed op een normale leeftijd in 1965, en was stil aanwezig in het familieverhaal. Samen met Antje deelden zij de herinneringen aan het café en de boerderij in Catsop, en de wortels die hen voor altijd verbonden hielden met hun geboortedorp.
Toen Antje later met Jan Hubert Martens naar Beek verhuisde en daar het café aan de Stationsstraat overnam, nam ze die ervaring mee. Zoals Paul Mennens uit Beek schrijft:
“In 1910 lag aan de Stationsstraat een hotel met de naam ‘Hôtel de la Station’. Er was een weegbrug voor het wegen van o.a. fruit en kolen, want het echtpaar Peters-Renkens had ook een brandstofhandel. Het maakte reclame met ‘steenkool uit Kohlscheid’. Het prachtige terras met overkapping was voor treinreizigers en passanten een geliefd plekje om even een drankje te nuttigen. In 1931 werden tijdens een publieke veiling het café, het kolenmagazijn en de stallen verkocht, de prijs bedroeg fl. 12.100,00. Het echtpaar Martens-Engelen nam niet alleen het café over, maar ook de naam en de kolenhandel. Het café stond in Beek bekend als ‘Bie Antje van de Èngel’. Het gebouw werd in 1974 afgebroken en enkele jaren later volgde de bouw van garage Crutzen.”
Antje stond er zelf achter de toog, herkenbaar, vertrouwd, en altijd aanwezig. Haar achtergrond uit Catsop, het café en de boerderij van haar ouders, en het omgaan met mensen van allerlei slag – het kwam hier allemaal samen. Zo werd Bie Antje van de Èngel een begrip in Beek, een plek waar haar naam en persoonlijkheid voortleefden, lang nadat het pand zelf verdwenen was.

Cafe Antje van de Engel bron Paul Mennens

De eerste eigenaren voor Antje M.Peters. Bron Paul Mennens

Cafe Antje van de Engel bron Paul Mennens
Hier zijn nog meerdere fotos van van de spoorweg overgang want deze lag hier ook .

Links ziet u de cafe destijds van Peters.
Even verderop, nog geen steenworp van Antje’s café, lag dat van Trina van de Vonck, ook een Catsopse. Mijn oom vertelde me er een prachtig, bijna filmisch verhaal over. Stel je voor: de gasten zaten bij Antje, namen een biertje of iets anders, en vroegen haar soms om vijf cent om even te lenen. Met dat muntje in de hand wandelden ze dan naar Trina, gaven het geld terug, en kregen daar opnieuw iets te drinken.
En zo gingen ze heen en weer, van het ene café naar het andere, terwijl Antje en Trina lachend toekeken. Het was geen kwaad, alleen een speels ritueel van dorpsleven en dorpszin. De cafés waren meer dan plekken om te drinken; ze waren hart en kloppend centrum van het dorp, waar verhalen ontstonden, vriendschappen werden gesloten, en waar een simpele vijf cent al tot een klein avontuur kon leiden.
Het is misschien maar een anekdote, maar het vertelt zoveel over die tijd: over het leven, de humor en de verbondenheid in Catsop en omgeving.