Familie: Tilmans-Smeets, Catsop.

Honderd jaar familiegeschiedenis.

Na het overlijden van Jefke Tilmans op 15 oktober
2014 kwam er een einde aan de bewoning van
boerderij/ woonhuis Daalstraat 33 te Catsop door de
familie Tilmans-Smeets.
Onderstaand een terugblik op ca. 100
jaar familiegeschiedenis.

Beschreven is een interpretatie van Jo Kostons,
geboren op de boerderij (1947), mede vertaald uit
gegevens van vooral moeder An Kostons-Tilmans
(1923-2016). Een indruk van het familieleven van
de familie Tilmans-Smeets in die tijd.
Met het doel dit door te geven aan mijn kinderen
en kleinkinderen, bijdrage aan: “Catsop van
vreuger” .
Es oudste kleinzoon auch ter ere aan miene opa Jef
Tilmans (1888-1957) miene peater.
Veel leesplezier.
Jo Kostons.

In het jaar 1888 werd mijn grootvader Joseph (Jef)
Tilmans geboren.
Zoon van overgrootouders Tilmans-Otten.
Het ouderhuis Tilmans-Otten lag links naast de
huidige boerderij/woonhuis Daalstraat 33, Catsop.
Overgrootvader Jeng Tilmans (1851-1937) had een
schoenmakerij in de voorkamer en een moestuin
met wat kleinvee voor eigen gebruik. Er werden
drie kinderen geboren: Antje (1880-1970, Nickela
(1883-1971) en Jozef (Jef) (1888-1957).
Nickela heeft de schoenmakerij en woonhuis
overgenomen van zijn vader Jeng Tilmans. Een zoon
van Nickela (Pieke Tilmans) heeft deze
schoenmakerij voortgezet op de Veestraat in Elsloo.
Attributen en gereedschappen van deze
schoenmakerij zijn nog te bewonderen in het
streekmuseum in Elsloo.

Straatbeeld Catsop ca. 1928

De man met de stok met mand is mijn
overgrootvader, de “sjoester” Jan (Jeng)
Tilmans.
Het witte huisje er achter was zijn huis. (zie
beschrijving Gus Smeets “Catsop van vreuger “
over ontwikkeling huizen/woonplekken Catsop).
Achter het raampje had hij zijn schoenmakerij.
Oma Tilmans-Smeets staat rechts schuin achter de
houten lantaarnpaal. Het huis (boerderij Jef
Tilmans) ligt teruggebouwd ca. 10 meter van de weg
af, op voormalige grond van overgrootvader Jeng.
Het kleine meisje (ca. 5 jaar) schuin achter het
middelste meisje is mijn moeder Annie Tilmans.
Er is dus al elektriciteit in ca. 1928, foto’s maken
konden ze ook al. De halve straat liep uit want dit
was toch wel een spannend gebeuren. In mijn
kinderjaren, de jaren vijftig-zestig was alles nog
precies zo, op het asfalt na, dat lag er wel in mijn
kinderjaren.
Overgrootvader Jeng was doofstom, mijn moeder
ging als kind veel met hem mee op pad, om zijn
gebarentaal als “sjoester” te vertalen. De stok met
mand fungeerde als draagtas voor de schoenen.
Het stoepje links (fam. Penders) is zo herkenbaar,
ook de elektriciteitspalen met de stroomkabels.
Opa Jef Tilmans “de vader” was metselaar en boer,
heeft de boerderij (zie foto voorpagina) in Catsop
omstreeks 1918 gebouwd op de grond naast zijn
ouderlijk huis. Op oude landkaarten staat er geen
woonhuis op de betreffende plek en is er sprake van
een open ruimte. De boerderij is schuin achter het
ouderhuis gebouwd. Genoeg plaats overlatend aan
de rechterzijde om met paard en wagen het erf op te
rijden. Ook was deze ruimte bedoeld voor de
achtertuin van het ouderhuis / huis
nônk Nickela te bereiken.
Momenteel lijken er op het perceel ouderhuis Jeng
verschillende bouwsels achter elkaar te staan,
wellicht o.a. gerealiseerd door Nickela die ook een
kinderrijk gezin had.
Opa Tilmans was ca. 30 jaar toen hij de
boerderij bouwde. Mogelijk is er al een begin
geweest van eigen grond en het begin van een
boerenbedrijf.
Gezien het vakmanschap, nodig voor het bouwen van
zo’n boerderij, beschikte opa toch al over de nodige
ervaring. Hij werkte als metselaar zowel zelfstandig
als o.a. voor aannemer Schreurs uit Elsloo. Ook had
hij wellicht de nodige inzichten hoe een boerderij te
bouwen en te runnen. Het moet toch ook voor die
tijd- voor en tijdens de 1e Wereldoorlog een waar
huzarenstukje zijn geweest om de nodige
financiën, gronden en middelen te vergaren.

Grootvader Joseph (Jef) Tilmans geboren te
Catsop trouwde in 1921 met:
Mechtildes Smeets, geboren in 1899 te Elsloo.
Zijn nieuwe boerderijwoning was toen al klaar.
Oma Tilmans-Smeets, de “mooder”, kon heel mooi en
goed schrijven en wilde als meisje graag
onderwijzeres worden. Ze was echter voorbestemd
om echtgenote, moeder, huisvrouw en boerin te
worden. En Jef Tilmans leek een goede keus.
Hij had zijn nieuwe huis al klaar.
Ze trouwde na de Eerste Wereldoorlog. Een nieuwe
tijd van optimisme en opbouw.
Mijn moeder Anna Agnes Tilmans, 1923-2016,
geboren te Catsop, was de oudste dochter en het
tweede kind uit het gezin Tilmans-Smeets.
Opa Tilmans “ de vader” werkte zowel op zijn
eigen boerderij als voor andere boeren, als
loonwerker, metselaar/ bouwvakker. In die jaren
heeft hij de boerderij verder uitgebouwd.
Oma Til Tilmans-Smeets had de zorg voor
het huishouden.
Het gezin Tilmans-Smeets kreeg 11 kinderen:
Jeng, An, Col, Pie, Trieneke, Netteke, Marieke,
Neske, Jefke, Fien en Lieske.
Trieneke stierf aan de stuipen 6 weken oud, Netteke
stierf aan longontsteking, 3 jaar oud. Mijn moeder An
was toen ca. 10 jaar oud. Ze vertelde over het
overlijden van haar zusje Netteke, die met 3 jaar al zo
slim was en goed kon praten. Ook herinnerde ze zich
het verdriet van de mooder en de vader, dat mijn opa
zijn tranen de vrije loop liet over zoveel verdriet. (zijn
tweede kind in 3 jaar tijd). Opa kon dit verdriet
volgens haar maar moeilijk verwerken. Nog steeds
“zag” ze hoe Netteke opgebaard lag op de tafel in de
keuken woonkamer en de jeugd in Catsop een rol
speelde bij de begrafenis. Kindersterfte in vroeger
tijden kwam veel voor, niet met minder verdriet voor
de ouders, het gezin.
Voor de bouw van de boerderij had opa in die tijd
geld geleend van de kerk om te kunnen bouwen.

Moeder vertelde dat er 11 gulden aan hypotheek
betaald moest worden. En die 11 gulden was niet
altijd even gemakkelijk op te brengen. Ook pachtte hij
grond, zoals het bosperceel langs het NS-spoor, nabij
het hoge bos.
Met mijn vader Pie Kostons, zus Tillie en Broer
gingen we in mijn kinderjaren houtkappen uit deze
bosstrook. Van de berkenstammen maakten we een
zitbank en afscheidingen in de tuin en/of gebruikte we
het als brandhout. Het is ongelofelijk hoeveel
landbouwgronden en weilanden opa had vergaard. Ik
weet ze vrijwel allemaal nog te liggen: In alle delen
van Catsop en Elsloo, van de fruitwei in het
Siëkkendaal, tot op de Knup, het Armstelveld, Achter
de Heggen, langs de Maas naar Meers, Op de baigne
langs de Maas tussen Elsloo en Geulle, een fruitwei
aan het Terhagen, nabij het Hoge bos, Pieke zijn
weike. Nabij Kruize, de Lindenberg, richting Geulle,
enz. Mijn vader Pie verschafte zich soms een alibi
tegenover de vergunningsakte van de jagers om deze
weilanden en landbouwgronden te betreden als hij zelf
op “jacht” ging. Fritske Cobben was zowel collega
“jager” als concurrent.
Moeder Anny Tilmans heeft nog op de lagere school
“Op de Berg” in Elsloo gezeten voor die gesloopt
werd voor aanleg Julianakanaal.
Als oudste meisje uit het gezin moest ze al op jonge
leeftijd moeder Til meehelpen in het huishouden en
op de boerderij (soms onder schooltijd), jongere
broertjes en zusjes verzorgen, ging ze intern aan het
werk als dienstmeisje in Beek. Haar loon bestond
eruit dat ze mocht mee eten.
Voor de familie Tilmans betekende dat een
eter minder.
Jongens waren voor de oorlog meer geteld dan
meisjes. Moeder An, hanteerde vaker het gezegde
dat een jongen 1000 gulden meer waard was dan een
meisje. Het kwam er op neer dat meisjes hielpen in
de huishouding terwijl jongens buitenshuis gingen
werken en zo meer geld binnen brachten. Voor het
grote gezin in Catsop waren de jaren dertig moeilijke
jaren, ondanks de boerderij. Dat was voor die tijd
geen uitzondering. De dertiger jaren waren slechte
economische tijden met veel werkloosheid en
armoede.

Toch ook voor feest zoals 50 jarige bruiloft Jakobus
(29) Smeets- Agnes (30) Spronkmans.
Jef (33) Tilmans – Til (34) Tilmans-Smeets (1999).
Anna (65) Kostons-Tilmans.

Stamboom
Kostons-Tilmans-Smeets Sam en Juul Michiels-Kostons,
Len en Jonne Coenen-Kostons.
Nicole (1972) en Petra (1974) Kostons-Biesmans
Jo Kostons (1947)
An Kostons-Tilmans (1923-2016)
Til Tilmans-Smeets (1899-1976)
Smeets-Spronkmans.
50 jarige huwelijk ca. 1940.

De familie Tilmans-Smeets is goed door de Tweede
Wereldoorlog gekomen.
Het was een prachtige morgen op 10 mei 1940, aldus
mijn moeder Annie Tilmans, toentertijd bijna 17
jaar. Het gezin werd wakker door het gebrom van de
overkomende Duitse vliegtuigen vroeg in de
morgen. In de middaguren marcheerden Duitse
troepen door Elsloo. Vermoeide jongensachtige
gezichten vroegen om te drinken, wekte medelijden
op bij de mensen in Catsop.
Opa Tilmans zette een melkkan aan de straat.
De brug over het Julianakanaal in Elsloo werd
diezelfde dag opgeblazen door Nederlandse
soldaten, die zo de opmars naar België probeerden te
verhinderen. De burgemeester Eussen werd
vervangen door een meer Duits gezinde
burgemeester. Ook in Catsop waren er mensen die
geen / minder problemen hadden met de Duitse
bezetting.
Men kon toen niet weten wat het Duits fascisme
extreem nationalisme zou betekenen voor Nederland
en de wereld.
Jeng en zijn broer Col Tilmans waren in het begin
van de oorlog 18- en 16 jaar oud en werkten
ondergronds in de steenkoolmijn Maurits te Geleen.
Opa Tilmans ging ook naar omliggende dorpen om
te werken (metselen).
Het werk op de boerderij ging gewoon door. Het
waren moeilijke jaren tijdens de oorlog, alle eten en
goederen gingen op de bon. De bezetting duurde tot
september 1944.
Een vliegtuig kwam naar beneden bij oud-tante
Mien Smeets (zus van Oma Elsloo), achter het huis
van café Sjollie in Elsloo.
In Catsop ging de familie Tilmans-Smeets bij alarm
naar de schuilkelder van de overburen Penders.
Die hadden een stenen gewelfde
bieten opslag kelder.
Met zo’n 15 personen werd dan het einde
alarm afgewacht.
De door de vader gegraven kuil / schuilplaats in de
achtertuin, bedekt met ‘sjansen’ bood geen
weerstand. De kinderen waren er bang. Het geluid
van de overkomende vliegtuigen werd niet gedempt.
Het geeft ook aan hoe bang de vader zelf was, door
een schuilplek in de tuin te graven.
Na de oorlog werd het leven weer opgepakt, een tijd
van nieuwe vrijheid en opbouw. Moeder An, leerde
mijn vader Pie Kostons kennen op de Oktoberkermis
1945, afkomstig van Heer Maastricht.
Vader en moeder trouwden in 1946.
Mijn zus Tillie was de bindende factor.
Vader Pie, ovenbouwer en metselaar van beroep
kwam ook op de boerderij wonen. Als
Maastrichtenaar (Heer) een vreemde in de bijt.
Dat duurde 5 jaar, ondertussen werden Til, Jo (ik) en
Giel geboren. Met zijn allen op de boerderij: 7-9
volwassenen, Jeng trouwde ondertussen en ging het
huis uit, twee tieners (Fien en Lieske) en drie kleine
kinderen: (Til, Jo en Giel.).
In die tijd van woningnood, kon moeder goed sparen.
Daarna werd er (1951) verhuisd naar een
nieuwe “doorzonwoning” in de Jurgenstraat
in Elsloo.
Familie: Pie Kostons- An Tilmans.
8 kinderen.
Tilly (1946), Jo (1947), Giel (1949-2021+), John,
Nico, José (+), Wim en Alphons.
Pie

Pie en An Kostons-Tilmans

Familie Jef Tilmans- Mechtildes Smeets. Catsop
Jeng:1922-2002 & Mia Schepers, 3 kinderen.
An: 1923- 2016 & Pie Kostons, 8 kinderen.
Col: 1924-1990 &Truija, 2 kinderen.
Neske: 1927-2008 & Frans Storcken, 3 kinderen
Marie:1929-2016 & Jean Heijnen, 2 kinderen.
Pieke: 1930-2008: ongehuwd.
Sjefke: 1931-2014 ongehuwd.
Trieneke: 1931-1931 (3 mnd.)
Netteke:1930-1933 (3 jaar).
Fien: 1937-1999 & Jan Vaessen
Lies: 1939- & Zef Palmen, 3 kinderen

Mechtildis Smeets en Jef Tilmans
Nog vaak denk ik op oudere leeftijd met nostalgie
terug aan mijn kinderjaren in Catsop en Elsloo. De
jaren zestig, vergeleken met vandaag de dag een ander
tijdperk. Met belangrijkste vervoermiddel: paard en
wagen, autobus EBAD. Maar ook al sinds 1862 met
station Beek-Elsloo een prima landelijke
treinverbinding. Een machtig gezicht vanaf de
spoorbrug Terhagen als een stoomlocomotief op volle
snelheid over het spoor denderde. De PTT
(post,telegraaf, telefoon), radio, krant, de Wegwijzer,
de communicatiemiddelen.

Station Beek-Elsloo.

Maar bovenal de natuur, landbouwgronden rondom
Catsop,veldwegen, fruit weiden tussen de heggen, vee
in de wei, kippen scharrelen over de erven.
In gedachten zie ik het oude Catsop, met de mensen
die er woonden, De kapel, de boerderijen, winkeltjes
(de Mènt veur slók te koupe).
Het Kempke als veldweg tussen de Meidoornhagen
door, langs het “Belhuuske” over de Kaakstraat naar
de kerk. Met opa en oma, familie, handen op de rug,
wandelend zoals opa ook deed en ik nog steeds doe.

Met mijn broer Giel bracht ik de “Wegwijzer” van
drukkerij Knoben rond, ca.1000 stuks maakte 10
gulden, 9 gulden voor moeder, 1 gulden voor ons.
Ieder erf was ons wel bekend, vooral erf Gruizen in
het veld naar het hoge Bos met een grote waakhond.
Bij oud-tante Antje Tilmans op de Stationsstraat
kregen we een dubbeltje. Een adres overslaan leverde
meteen klachten op. De “Wegwijzer” een belangrijke
lokale nieuwsbron in die tijd.
De mensen vroegen wel eens: “jóng wo bès dich
van”? Van Kostons: “noats van gehwerd” . Van An
van de Til oet Catsop. Dan woar ‘t good, ging ‘t leech
aan. Eine van ós.
Mijn vroegste herinnering als kleuter in Catsop was
het spelen met buurjongen Cornelis Hendrix. Op het
erf onder de mestkar met de grote wielen. Op het
stoepje bij “Clien van de Pender”, onder aan de
Italiaanse populier op de drie sprong naar het
“Siëkkendaal”.Mijn kleuterschoolcarrière begon in
het “Paternaat” bij de oude kerk in Elsloo. Niet voor
lange duur. Te ver weg. Mijn vingers tussen de
waswringer bij kapster “Trina” een pijnlijke
ervaring.
In mijn kinderjaren ging ik weleens op de boerderij
helpen. Bieten hakselen, aardappelen rapen nabij “Col
in ’t veltje”. Deze werden toentertijd door Pieke en
Jefke met de riek gerooid en met de hand geraapt. Ik
herinner me de lekkere boterhammen en de koffie in
het veld die oma Tilmans-Smeets verzorgde. Ook de
ritjes op de kar naast nônk Pieke. De kar werd
getrokken door het bruine werkpaard “Sjonnie”.
Van de boerderij in Catsop herinner ik me de grote
gezellige woonkeuken met kachel, de koeienstal
aansluitend aan het woonhuis, de warmte van de
koeien en het geluid van de kettingen, de opslag van
graan boven op een kamertje, je kon er zo mooi
doorlopen zoals door water, de hooizolder. De kelder
met rauw “sjink” en worstjes.
Ook zie ik mijn grootvader bezig in de grote schuur
met het sorteren van peren in een malletje. Als de
prijs goed was werden die op de veiling in Beek
aangeboden. Veel fruit haalde de veiling niet.Het
“huuske” (toilet) lag achter tussen de paarden en
koeienstal, tegenover de bakoven. Dit “indoor” toilet
bestond gewoon uit een plank met een rond gat in het
midden. Met stukjes krant aan een spijkertje met de
voetbaluitslagen: Haslou – De Ster 2-1. Als je op het
“huuske” zat, kwam Sjonnie het paard soms kijken.
Dit kon omdat er geen plafond zat, goed voor
beluchting. De afvoer ging naar de gierkelder. Hier
kwam ook de vloeibare koeien- en varkensmest in
terecht. De vaste stalmest op de mesthoop. Als kind
zijnde Pieke geholpen met de paardenstal uitmesten.
Periodiek werd de gierkelder met een emmer aan een
stok leeggemaakt in een gierton op een kar en als
meststof verspreid op het land. Prima systeem, over
hergebruik gesproken. Afval bestond toen nog niet.
De bakoven werd regelmatig (om de ca. 14 dagen)
gebruikt.
Deze werd gestookt met “sjansen” (in een bussel
gebonden gedroogde takken en twijgen). Ik herinner
me lekkere vlaaien en zwart brood. Ook de buren
brachten brood- en vlaaiendeeg als de oven
opgestookt werd. Mijn vader Pie vertelde dat hij er
weleens een braadstuk “sjink” in deed bakken,
heerlijk. Ook werd er op de boerderij nog geslacht.
Ik zie de opengeritste varkens nog op de ladder tegen
de hooischuur hangen. Soms kregen we dan
bloedworst, spek en hoofdkaas (huitvleisj). Dat gaf
een rijk en feestelijk gevoel. Het slachten van
varkens was in die tijd een rauwe bezigheid.
Nou schreeuwen varkens toch al snel. Zelfs bij het
eten of beter gezegd het vreten maken ze een
oorverdovend geluid. Achter op het erf lag de
mestvaalt en de kippenhokken. Daarachter de fruitwei
en moestuin die bewaakt werd door een “valse” grote
haan. Tenminste, ik had steeds het gevoel dat hij het
op mij had voorzien.
In de tuin er naast hield nônk Nickela zijn bijen. Ook
had deze een moestuin in de Veestraat. Ik kon altijd
gezellig met hem kletsen. Opa had ook nog een
oudere zus, oud-tante Antje, de “peettante (paadje) ”
van mijn moeder. Ze is ca. 90 jaar geworden. Nônk
Nickela had verschillende kinderen die goed waren in
muziek en zelfs provinciaal bekend.
Moeder An had ontelbare neven en nichten, Tilmans
en Smeets, Martens, Spronkmans, enz., nauwelijks
voor mij bekend, wel familie.
In de voortuin van de boerderij stond een perenboom
en groeiden kruisbessen “krósele” en “wiemerte”
(aalbessen). Ik kon er niet vanaf blijven, al waren ze
soms zo wrang dat mijn kastanjebruine haar rechtop
ging staan. In Catsop kon je lekker met blote voeten
door de molgoot lopen, die was nog vaak warm en
glad van het waswater.
De families die toentertijd in Catsop woonden zijn
me tot de dag van vandaag nog bekend.
In mijn kinderjaren tot het overlijden van Opa in
1957 was de boerderij vol in bedrijf. Vooral Pieke
deed het zware boerenwerk in mijn herinnering.
Vooral met paard en wagen, ploegen, eggen, maaien,
enz.
Opa was toen tussen de 60 en 69 jaar oud. Pieke was
een jonge sterke kerel tussen de 20 en 30 jaar. Hij had
vaak een zwart gezicht onder het alpinopetje
uitkomend, deed ook aan kolenvervoer, transportwerk
met paard en wagen.
Bij Pieke voor op de “bok” van de paardenwagen
zitten was een feest. “Sjonnie” het paard deed het
werk. Hij had maar te gehoorzamen, Pieke kon flink
tekeer gaan als het paard niet deed wat Pieke wilde.
Met rood hoofd, schreeuwen en schelden, met de
hoofden tegen elkaar, het paard met gewoon bruin
hoofd boven hem uitstekend.
Ik zie ons nog op de kar zitten bij verhuizing van ons
gezin van Catsop naar de Jurgensstraat in 1951. Ik
zat onder een keukenstoel.
Opa Jef Tilmans, is in 1957 op 69-jarige leeftijd
gestorven aan “maagkanker”. Hij lag opgebaard in de
slaapkamer. Mijn opmerking na afscheid nemen van:
“Hèa loag d’r sjwan biej” werd in de woonkeuken bij
de familie met hilariteit ontvangen. Met de gekregen
5 cent snel naar de Mènt om snoep te kopen. Ik was
toen 10 jaar oud. Samen met mijn broer Broer heb ik
de bloemenkrans gedragen achter de baar vanaf de
boerderij in Catsop tot aan de Oude Kerk in Elsloo.
Soms loop ik nog weleens langs het voormalige
familiegraf van “de vader” en “de mooder”
Tilmans-Smeets en Fien, op het oude kerkhof in
Elsloo, nu o.a. de begraafplaats van mijn moeder An.
De graven van enkele ooms en tantes Tilmans: Fien,
Marieke, Pieke en Jefke.
Zeker op latere leeftijd heb ik steeds meer
bewondering en respect gekregen voor “de vader”.
Vaker vroeg ik me af hoe “de vader” dat deed. De
boerderij en metselen.
Als “peatre”, peetoom (R.K. doopgetuige,
“geestelijk vader”, ondersteuning ouders) zijnde
heeft hij me zeker geïnspireerd: ondernemen,
bouwen, werken, veelzijdigheid, zorgzaamheid, altijd
bezig, respect voor alles wat leeft, de natuur, enz.
Echter een gezin met 2 kinderen vond ik ook wel
prima.
De boerderij als stille getuige van zijn vakmanschap,
met bewondering voor zijn metselwerk. Een eerste
klas vakman. Te zien aan het mooi verzorgde
metselwerk in kruisverband, met de ronde boog over
de poort, de strek bogen boven de vensters, de
dakgoot ondersteuning in kruisverband doorgezet.
Het gesneden voegwerk. Het metselwerk aan de
voorgevel van de boerderij lijkt nog als nieuw, niet
gescheurd en hoogstaand vakwerk. Het laat me
enigszins denken aan het kenmerkende ambachtelijk
metselwerk in de gebouwen van architect Pierre
Cuypers en zijn zoon Joseph in die tijd. En dat ca.
100 jaar geleden. In de jaren-dertig was er genoeg
metselwerk in Elsloo en omgeving. Bij de aanleg van
het Julianakanaal werd een deel van de huizen en de
lagere school in Elsloo Op de Berg gesloopt.
In de Julianastraat werden hiervoor in de plaats
vele nieuwe huizen gebouwd. Ook werd er een
nieuwe lagere school gebouwd. De jongens en
meisjes Augustinusschool. Respect voor de
ambachtslieden van die tijd, nog steeds zichtbaar in
de mooie vooroorlogse huizen en gebouwen

Ca. 100 jaar oud vakwerk van opa Tilmans.
Ook om de boerderij te runnen is veel kennis nodig.
Verstand van dieren, groenten en gewassen.
Wellicht in de praktijk aangeleerd en door schade
en schande wijs geworden. Een groot gezin, 11
kinderen. Ongelofelijk. De vader runde de
boerderij als gemengd bedrijf. Dat wil zeggen met
een grote mate van diversiteit, zoals vee, pluimvee,
granen, groenten, fruit, loonwerk, enz. In die tijd
met paardenkracht en inzet van veel handenarbeid.
De hele familie werd ingezet. Dat had in die tijd
voordelen. Naast zoon Pieke als vaste werkkracht
hielpen de kinderen bij veel werk, zoals oogsten,
enz. Er waren zo altijd wel minimale inkomsten:
vlees en melk van koeien, varkens, melk, kippen,
konijnen, eieren, groenten, fruit, werken voor
andere boeren, kolenvervoer, transport, metselen,
brood bakken in de eigen oven, enz.
Na de dood van “de vader” (1957) zou het bedrijf
moeten worden gemoderniseerd en
gemechaniseerd: van paardenkracht naar tractors
en machines. Van gemengd bedrijf naar
specialisatie: vee of landbouwgewassen.
Ondertussen vroeg ook de wet op de
ruilverkavelingen een andere soort
bedrijfsvoering. Van kleinschaligheid en
diversiteit naar monocultuur en meer productie.
Dit zou grote investeringen vergen en een totaal
andere bedrijfsvoering.
Enkele jaren na het overlijden van de “vader” is
de boerderij overgenomen door zoon Jefke
Tilmans. Jefke werkte als kantonnier voor de
gemeente Elsloo. Voor velen in Elsloo en in
Catsop een bekend persoon.
Uiteindelijk heeft ook Pieke Tilmans een baan
genomen als hovenier bij een groenbedrijf.
De boerderij werd verder afgebouwd en er nog bij
gedaan als hobby. Landbouwgronden werden
gedeeltelijk verpacht aan andere boeren.
Aan de achterzijde van de boerderijwoning op de
plaats van de voormalige stallen werd een
appartement aangebouwd voor Fien en Jan Vaessen.
Dankzij de samenwerking en hulp tussen de broers,
zussen, zwagers en oma werd de boerderijwoning
en landbouwgronden voor de familie behouden. Met
Jefke als de trotse bezitter en rentmeester van de
boerderijwoning met appartement en
landbouwgronden. Ook Pieke woonde op de
boerderij en was in bezit van enkele grondstukken.
Oma Mechtildes Tilmans- Smeets is op 77 jarige
leeftijd overleden.
Na een zorgzaam leven, 11 kinderen, waarvan 2 als
kind overleden, heeft oma de laatste 10 jaar met een
mindere gezondheid, de “vader” nog ca. 17 jaar
overleefd. Ze was dan ook 11 jaar jonger dan opa.
Pieke Tilmans is gestorven in 2007 op 79 jarige
leeftijd. Pieke herinner ik me vooral als boer en
voerman van paard Sjonnie en wagen. Samen op
de bok van de kar en op de hooiwagen.
Leuke jeugdherinneringen.
Sjefke Tilmans is in 2014, 83 jaar oud, overleden.
Mijn moeder, An, is overleden in 2016 op 92 jarige
leeftijd. Als oudste dochter heeft ze, op jongste zus
Lieske na, alle broers en zussen Tilmans-Smeets
overleefd. Dat bracht haar op oudere leeftijd nog veel
onverwachts verdriet.
Er zijn 21 kleinkinderen Tilmans-Smeets en de
nodige achterkleinkinderen.
De familienaam Tilmans stopt bij deze Tilmans-tak

Jefke Tilmans An Tilmans

Met het overlijden van Jefke Tilmans kwam er een
einde aan de bewoning van de boerderijwoning
Daalstraat 33 door de familie Tilmans-Smeets. Na
een periode van ca. 100 jaar. Een familiegeschiedenis
van een groot gezin in de twintigste eeuw. Zoals “de
vader” de boerderij bouwde, de oudste kinderen o.a.
mijn moeder An in hun jeugd zorgde voor de
kleinere broertjes en zusjes, zo zorgde de jongste
zoon Jefke voor het behoud van de boerderijwoning
en landbouwgronden voor de familie, zorgden Lieske
en Fien weer voor hun moeder Til en voor hun
vrijgezelle broers. Over participatiemaatschappij
gesproken.
De boerderij Daalstraat 33 Catsop en landerijen is in
2016 verkocht.
Een boerderij die in 1918 door “de vader” Jef
Tilmans is gebouwd, in de jaren 1920-30 iedere
maand met 11 gulden is afbetaald als aflossing van
zijn hypotheekschuld bij de kerk.
Nawoord.
100 jaar dezelfde familie op een woonplek wellicht
in de toekomst steeds zeldzamer. Grote gezinnen,
kenmerkend voor de periode voor de Tweede
Wereldoorlog.
Duurzaam natuurinclusief boeren gericht op
diversiteit en een maatschappij zonder afval wellicht
weer de toekomst.
Met dank aan mijn opa en oma Tilmans-Smeets.
Overgrootvader Jeng Tilmans (1851-1937) als 1 van
mijn 8 overgrootouders, en honderden voorouders,
waarvan ieder mijn leven en het leven van mijn
kleinkinderen / nazaten mogelijk maakte. Wat een
geluk.
Dank aan “Catsop van Vreuger” (Gus Smeets) die
het vroegere Catsop uit historische archieven, enz.
met moderne technieken een gezicht geeft, de
geschiedenis “levend” maakt.
Een groet aan “tientallen” verre bloedverwanten in
Catsop/ Elsloo.
Verder wens ik bewoners van de vruchtbare
woonplek Daalstraat 33 Catsop alle geluk van de
wereld toe.
Ik wil afsluiten met een gedicht dat me doet
denken aan mijn kindertijd en Catsop
Tilmansland
Catsop, mijn geboorte-gehucht,
Iedereen was er gekend,
Achter de spoorlijn naar Maastricht,
Deel van mijn kindertijd,
Meidoornhagen en bietenland,
Natuur vol vlijt,
Fruitbomen sieren de stilte,
Spek in de pan,
Koeien in de wei,
Tevreden vee,
Het ratelen van de boerenwagen,
Sjonnie,
Het werkpaard sloft mee,
Hoog op de hooiwagen gezeten,
Begeleidende vogelgeluiden,
Als symfonie,
De Pastorale van Beethoven,
In harmonie.
Jo Kostons (Jo van An van de Til ).

De brand in de Wilde Zeesteeg – Het verhaal van Maria Lucia Wouters uit Catsop

Wat begon in een eenvoudig huis in Catsop, eindigde in een tragedie in Rotterdam. In oktober 1931 kwam Maria Lucia Cornelia Wouters om bij de brand in de Wilde Zeesteeg. Dit is haar verhaal.

📷 De plechtigheid aan de groeve
De begrafenis van het gezin Coenen na de brand in Rotterdam, oktober 1931.

Op 2 oktober 1931 brak brand uit in de Wilde Zeesteeg in Rotterdam. Het vuur greep snel om zich heen. De oorzaak werd vermoedelijk gezocht in zelfontbranding van oliehoudende poetsdoeken — in die tijd een bekend gevaar. Door de nauwe bebouwing kon het vuur zich razendsnel verspreiden.

Bij deze brand kwam een jong gezin om het leven.

Geboren in Catsop

Maria Lucia Cornelia Wouters werd geboren op 30 oktober 1904 in Catsop, in het pand dat bekendstond als “bie Willemke”. Zij werd op 3 november 1904 gedoopt in Elsloo.

In 1904 zag het pand er anders uit dan op latere foto’s. De bekende “Amstel Bier”-gevel dateert van een latere periode. In de tijd van haar geboorte bevond zich rechts de slagerij en links het café van haar vader.

Haar vader was Maximiliaan (Max) Hubert Wouters, slager en caféhouder in Catsop. Hij was geboren in de Daalstraat en een broer van Drick Wouters, die daar bleef wonen.

Max Wouters trouwde in 1900 te Elsloo met Maria Louisa Reubsaet, de moeder van Maria Lucia. Zij overleed vóór 1920 en heeft de latere tragedie in Rotterdam niet meer meegemaakt. In 1920 hertrouwde Max Wouters, eveneens te Elsloo. Later vestigde hij zich in Beek.

Maria Lucia was een zus van Jan Wouters, in de volksmond bekend als “Jan van Maxke”, die later naam maakte als toneelspeler.

Huwelijk en vertrek naar Rotterdam

Op 9 februari 1928 trouwde Maria Lucia in Heerlerbaan (Heerlen) met Theodorus Hubertus Coenen.

Het jonge gezin vertrok naar Rotterdam in de hoop op werk en een beter bestaan. De economische omstandigheden waren moeilijk en het gezin leefde in bescheiden omstandigheden.

In januari 1931 werd nog een kind geboren.

De rouwstoet

Op 6 oktober 1931 werden de vijf slachtoffers ter aarde besteld. Rotterdam liep uit.

📷 De begrafenisstoet met vijf lijkwagens
De slachtoffers van de brand in de Wilde Zeesteeg worden naar hun rustplaats gebracht. Langs de route staan mensen rijen dik opgesteld.

Duizenden Rotterdammers stonden langs de route. De kisten werden opgesteld bij het Coolsingelziekenhuis en overgebracht naar de Rosariakerk aan de Leeuwenstraat, waar de kerk volledig was gevuld.

📷 De stoet in de straat
De lijkwagen trekt door een smalle straat. Bewoners staan langs beide zijden in stilte toe te kijken.

Een overlevend kind

Eén zoon overleefde de ramp omdat hij op dat moment bij familie in Limburg verbleef. Terwijl het gezin in Rotterdam werd begraven, bleef één leven gespaard.

Een blijvende herinnering

Wat begon in een pand in Catsop, waar rechts de slagerij en links het café gevestigd waren, eindigde in een tragedie ver van huis.

De brand in de Wilde Zeesteeg van 1931 verbindt Rotterdam en Catsop in een aangrijpend stuk familiegeschiedenis — een verhaal van hoop, vertrek en noodlot.

Bronnen

Krantenarchief 1931 – verslaggeving over de brand in de Wilde Zeesteeg en de begrafenis van het gezin Coenen
Genealogische gegevens familie Wouters (Elsloo, Catsop en Beek)
Limburgse krantenportretten over Jan “van Maxke” Wouters
Familieoverlevering

📌 Circus Kinsbergen op den Dries in Catsop – juli 1918

De advertentie in de Limburgsche Koerier

De aankondiging van Circus Kinsbergen voor Catsop is geplaatst in de Limburgsche Koerier. Dat betekent dat het circus zelf actief reclame heeft gemaakt voor zijn komst.

Reizende circussen waren in die tijd volledig afhankelijk van krantenadvertenties om publiek te trekken. Mond-tot-mondreclame alleen was niet voldoende. Een advertentie in een regionale krant als de Limburgsche Koerier was daarom essentieel om bezoekers uit Catsop en omliggende dorpen te bereiken.

Dat Circus Kinsbergen juist deze krant gebruikte, laat zien dat:

  • het optreden vooraf was gepland,
  • men rekende op voldoende publiek,
  • en Catsop (Elsloo) werd gezien als een waardige standplaats voor meerdere voorstellingen.

De advertentie is daarmee niet alleen een aankondiging, maar ook een bewijsstuk: Circus Kinsbergen is daadwerkelijk op den Dries in Catsop geweest.

In juli 1918 deed Circus R. Kinsbergen Catsop aan. Niet ergens aan de rand, maar op den Dries – het hart van het dorp. Dat weten we zeker, want het circus kondigde zijn komst zelf aan in een advertentie waarin Catsop/Elsloo expliciet wordt genoemd.

Het circus gaf slechts drie voorstellingen:

  • Zondag 21 juli
  • Maandag 22 juli
  • Dinsdag 23 juli 1918

Juist die korte aanwezigheid maakt dit moment zo bijzonder: het circus kwam, speelde, en trok weer verder.

🎪 Wat kreeg Catsop te zien?

De advertentie vertelt ons precies wat er op den Dries te beleven was. Geen groot stadscircus, maar een klassiek reizend familiecircus, met acts die dichtbij en persoonlijk waren.

Op het programma stonden onder andere:

  • Paardendressuur, uitgevoerd door Mr. Leon (August)
  • Komische scènes met een gedresseerde hond
  • Mejuffrouw Florence, die optrad met gedresseerde duiven
  • Een act op telefoondraad, waarbij 18 duiven werden ingezet
  • Als afsluiting een komische pantomime met de titel
    “De ondeugende schoenmakersknecht”

Dat Florence in de advertentie met naam genoemd wordt, is veelzeggend. Zij was geen bijrol, maar een vaste artieste, gespecialiseerd in een duivenact die in die tijd als bijzonder en verfijnd gold.

👨‍👩‍👧‍👦 Circus Kinsbergen: een echt familiecircus

Affiche van Circus Kinsbergen. Het zogenaamde “twee-masten circus” trok van plaats tot plaats en gaf vaak slechts één of enkele voorstellingen per dorp.

Circus Kinsbergen was een zogenoemd twee-masten circus: klein, mobiel en volledig gedragen door de familie zelf. Mannen, vrouwen en kinderen hadden ieder hun eigen rol in de voorstelling.

De toegangsprijzen waren bewust laag gehouden:

  • 1e rang: ƒ 1,-
  • 2e rang: 60 cent
  • 3e rang: 30 cent

Zo kon vrijwel iedereen uit Catsop en omgeving een voorstelling bijwonen.

🕊 Florence en de duiven

De duivenact van Florence verdient extra aandacht. Duiven waren gevoelige dieren en lastig te trainen, zeker voor optredens met publiek. Dat haar act apart wordt genoemd in de advertentie, laat zien dat dit een trekpleister was.

Het werken met meerdere duiven tegelijk – zelfs op draad – vroeg om discipline, timing en vertrouwen tussen mens en dier. Zulke acts hoorden bij de fijnere, meer elegante circuskunst van die tijd.

📜 De familie Kinsbergen in breder perspectief

De naam Kinsbergen is geen toeval. Het gaat om een joodse circusfamilie die al generaties lang in Nederland actief was. In het televisieprogramma Andere Tijden wordt de familie Kinsbergen genoemd in het kader van de familiegeschiedenis van Jeroen Krabbé.

Daaruit blijkt dat verschillende joodse families, waaronder Kinsbergen, in het circus hun bestaan opbouwden. Circus Kinsbergen maakte deel uit van die lange Nederlandse circustraditie, waarin vakmanschap van generatie op generatie werd doorgegeven.

Bron:
Andere Tijden – De familiegeschiedenis van Jeroen Krabbé
https://anderetijden.nl/artikel/6642/De-familiegeschiedenis-van-Jeroen-Krabbe

📍 Den Dries als decor

Dat het circus op den Dries stond, is logisch. De dries was van oudsher:

  • een open dorpsruimte,
  • een plek voor samenkomst,
  • geschikt voor kermissen en tijdelijke evenementen.

In 1918, een zwaar jaar door oorlogsnasleep en ziekte, bood het circus een moment van afleiding en verwondering. Voor even was den Dries geen dagelijkse ontmoetingsplek, maar een circusterrein.

🧾 Slot

Dankzij één advertentie weten we:

  • dat Circus Kinsbergen in Catsop was,
  • wanneer,
  • waar,
  • wie er optraden,
  • en wat het publiek te zien kreeg.

Dat maakt dit geen verzonnen verhaal, maar een vastgelegd moment uit de geschiedenis van Catsop.

Van schoolmeester tot kruisje: geletterdheid in Elsloo

Jan Steen (1625/1626–1679), De dorpsschool (ca. 1670), olieverf op doek, 81,7 x 108,6 cm, Scottish National Gallery, Edinburgh, Schotland. Wikimedia Commons.

SCHOOL EN GEMEENSCHAP IN ELSLOO

Onderwijs onder kerkelijk en bestuurlijk gezag (1728–1769)

Deze presentatie is gebaseerd op achttiende-eeuwse archiefstukken uit Elsloo. De originele documenten worden hier niet getoond, maar vormen wel de basis van het verhaal. Bij bijzondere interesse kunnen de stukken op verzoek worden ingezien. Zij geven een zeldzaam inkijkje in het dagelijks leven van Elsloo en laten zien hoe onderwijs, kerk en bestuur nauw met elkaar verweven waren en hoe groot het belang werd geacht van opvoeding en zedelijkheid binnen de gemeenschap.


1728 – Onderwijs als zaak van gezag en gemeenschap

In 1728 richtten gezaghebbende inwoners van Elsloo zich met een officieel verzoekschrift tot Zijne Hoog-Graaflijke Excellentie, de graaf van Arberg, die zowel de titel graaf van Peer droeg als heer van de baronie Elsloo. Alleen hij bezat de bevoegdheid om toestemming te geven voor het verzorgen van onderwijs binnen zijn baronie.

De voorgedragen persoon was Jan Deurliner, beneficiant van de kerk van Elsloo. In het verzoekschrift wordt benadrukt dat het onderwijs moest bijdragen aan de welvaart van de gemeente. Dit begrip betekende in die tijd niet alleen materiële voorspoed, maar vooral maatschappelijke orde, christelijke opvoeding en goed zedelijk gedrag.

Het onderwijs mocht uitsluitend plaatsvinden met uitdrukkelijke toestemming en onder bescherming van de graaf. Daarmee werd duidelijk gemaakt dat onderwijs geen privé-initiatief was, maar een publieke zaak die onder toezicht stond van het hoogste gezag.

Het verzoek werd ondersteund en ondertekend door verschillende inwoners en functionarissen van Elsloo:

  • Joannes Bours, constabel
  • Mathijs Gijsen
  • Dierick Janssen
  • Jan Boyen
  • Dirck Lemmens
  • de weduwe Partons
  • één kon niet schrijven Vlecken dus een x

Deze namen tonen dat het verzoek breed werd gedragen binnen de gemeenschap.


1769 – Voortzetting van het onderwijs

Ruim veertig jaar later, op 3 november 1769, werd opnieuw een document opgesteld over het onderwijs in Elsloo. In dit stuk staat Josephus Caris, aangeduid als Eerwaarde Heer, centraal. Hij was een geestelijke die zich had toegelegd op het onderwijzen van de jeugd.

In het document wordt Caris geprezen om zijn ijver, trouwe dienst en voorbeeldig gedrag. Hij gaf onderwijs in christelijke leer en goede zeden en deed dit zonder “kwaad exempel”, geheel volgens de geldende ordonnanties. Het stuk vraagt niet om een nieuwe aanstelling, maar om continuering van zijn werkzaamheden, opnieuw met het oog op het welzijn en de orde binnen de gemeenschap.

Het document is ondertekend door:

  • Josephus Caris, als betrokken geestelijke en onderwijzer
  • Martinus Martens, die het verzoek namens het lokale bestuur bekrachtigt

Aanvullende observatie

Latere notariële akten laten zien dat geletterdheid in deze periode sterk uiteenliep. Ook onder personen die later als bokkenrijders bekend zouden worden, waren er mensen die konden lezen en schrijven. Zo ondertekende Pieter Penders, bijgenaamd de Lange Snieder, zijn akten eigenhandig. Zijn zwager Michal Menten (Bokkenrijder) daarentegen kon niet schrijven; bij zijn naam werd een kruis geplaatst, met de expliciete vermelding dat hij niet kon lezen en schrijven. Dit onderstreept dat geletterdheid geen vaste sociale grens volgde, maar per persoon sterk verschilde.

In deze akte tekent Machiel Menten met een kruisje, waarbij expliciet wordt vermeld dat hij niet kan schrijven. Zijn zwager Pieter Penders ondertekent zelf. De verklaring wordt bevestigd door getuige Mathijs Haermens en afgesloten met de handtekening van de notaris. Dit toont aan dat geletterdheid per persoon verschilde en zorgvuldig werd vastgelegd.

Eerste Heilige Communie van Mia Franssen klik onder op het logo voor de namen

Dankzij een familielid heb ik de namen kunnen achterhalen van de personen op deze bijzondere foto. Daarvoor mijn grote dank.

  1. Fien Franssen
  2. Lies Franssen
  3. Gerda Giebels, echtgenote van Marthe Franssen
  4. Annie Franssen
  5. Net Franssen, echtgenote van Jan Moling
  6. Jan Moling, man van Net Franssen
  7. Toon Mulkens, echtgenoot van Bertha Franssen
  8. (naam onbekend)
  9. Giel Franssen
  10. Marthe Franssen, echtgenoot van Gerda Giebels
  11. Angélien Franssen-Daemen
  12. Anna Franssen-Bervoets
  13. Martha Franssen
  14. Hub Franssen
  15. Bertha Franssen, echtgenote van Toon Mulkens
  16. Jaenny Franssen
  17. Jan Franssen
  18. Truus Franssen
  19. Mia Franssen – communicant
  20. Jan Mulkens, kleinzoon

Een prachtige herinnering aan een bijzondere dag en een mooie vastlegging van de familie Franssen door meerdere generaties heen. 🙏

Familie Smeets

Op deze foto staan verschillende bekenden uit Catsop en omgeving, met duidelijke familiebanden binnen de familie Smeets.

  1. Lies Kicken-Smeets
  2. Mina Martens-Smeets, tweede echtgenote van Sjaak van Sjollie
  3. Coen Martens, zoon van Mina Martens-Smeets
  4. Jozef Smeets, broer van Mina en vader van Lies en Thei
  5. Thei Smeets
  6. Tru Smeets-Collard, echtgenote van Jozef Smeets
  7. Mevrouw Timmermans, wijkverpleegster
  8. Jacob Smeets, hier afgebeeld als vader, grootvader én overgrootvader
  9. Corrie Smeets, dochter van Thei Smeets

Boerenbond 50 jarig jubileum

Ik heb via Jan Claessen, een van de landbouwers uit Catsop, een lijst gekregen met namen van boeren die destijds actief waren binnen de Boerenbond van Catsop en Elsloo.
Bij de namen heb ik, voor zover bekend, de woonplaatsen van toen gezet en aangegeven wie bij elkaar hoorde of samen een bedrijf runde.

Deze foto is gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan.
Belangrijk om te vermelden is dat niet alle boeren uit die tijd op deze lijst of foto voorkomen. Er waren er zeker meer. Daarom mijn vraag: wie herkent nog namen of mist er iemand?

Overzicht van de boeren (zoals bekend):

  • Jac Hendrix – Dorpsstraat (Elsloo)
  • Theodoor Engelen – Daalstraat (Catsop), woonde destijds in de Daalstraat (nu nr. 34). Had een smederij, meerdere paarden en een landbouwbedrijf; vroeger zat hier ook een café.
  • Sjeng Lemmens – Op den Dries (Catsop). Landbouwer; zoon Frans nam het bedrijf over, zoon Jo ging melk venten. Woonde wat nu Op den Dries 37 is.
  • Max Beckers – Julianastraat (Elsloo), Max van Chrisjke.
  • Sjeng Claessen – Daalstraat (Catsop). Landbouwer en wethouder; woonde destijds waar nu Daalstraat 10 is, verhuisde later.
  • Sjef Peerboom – Daalstraat (Catsop). Landbouwer; runde samen met zijn broer Huub een boerderij (nu nr. 16).
  • Sjeng Pijpers – Op den Dries (Catsop). Had een tuinbedrijf, nu Op den Dries 65, later bekend als “De Lelie”.
  • Harrie Penders – Daalstraat (Catsop). Landbouwer; runde samen met Sjeng Penders (nr. 19) een boerderij (nu nr. 30). Harrie was getrouwd, Sjeng was vrijgezel.
  • Frens Odekerken – Raadhuisstraat (Elsloo).
  • Gus Cobben – Daalstraat (Catsop). Runte samen met zijn broer Sjeng een boerderij (nu nr. 29). Hun vader Sjaak Cobben (nr. 18) woonde daar ook en was al lid van de oude Boerenbond.
  • Math Lensen – Maasberg (Elsloo).
  • Pie Dols – Daalstraat (Catsop). Runte een boerderij (nu nr. 16). Broers Huub en Frens namen later de boerderij over van Voncken.
  • Jan Dols – Daalstraat (Catsop). Broer van Pie; verhuisde later naar de Winteraeken.
  • Theo Pijpers – Stationsstraat (Elsloo).
  • Frens Maas – Daalstraat (Catsop). Runte een boerderij (nu nr. 23); broer van Sjeng Maas (nr. 28).
  • ? Hanen – Dorpsstraat (Elsloo).
  • Sjeng Cobben – Op den Dries (Catsop). Runte samen met zijn zoon Frits een boerderij; broer van Sjaak Cobben (nr. 18).
  • Sjaak Cobben – Daalstraat (Catsop). Vader van Gus (nr. 10) en broer van Sjeng (nr. 17).
  • Sjeng Penders – Daalstraat (Catsop). Runte samen met Harrie Penders (nr. 8) de boerderij (nu nr. 30).
  • Jac Peters – Stationsstraat (Elsloo).
  • Math Hensen – Raadhuisstraat (Elsloo).
  • Sjeng Vranken – Op den Dries (Catsop). Runte een boerderij (nu nr. 47), verkocht ook diervoeders en haalde melk op.
  • Willem Voncken – Raadhuisstraat (Catsop).
  • Sjaak Janssen – Raadhuisstraat (Catsop).
  • Sjef Vranken – Op den Dries (Catsop), zaakvoerder; vader van Sjeng Vranken (nr. 22).
  • Pastoor Bertin.
  • Pie Lensen – Kaakstraat (Elsloo), voorzitter.
  • Sjeng Maas – Op den Dries (Catsop). Had de boerderij waar nu de ijsboerderij is; broer van Frens Maas (nr. 15).
  • Pie Knoben – Daalstraat (Catsop). Had een boerderij (nu nr. 44), werkte ook bij de waterstaat en was zwager van Sjaak Cobben.
  • Vic Hoven – Raadhuisstraat; vertrok later naar Nuth.

👉 Herken je nog namen, weet je aanvullingen of ontbreekt er iemand?
Laat het vooral weten, zodat dit stukje geschiedenis zo compleet mogelijk blijft.

Ze hingen in drie reysen

Schilderij gemaakt met ChatGPT

Ze hingen in drie reysen
Executies en rechtspraak in Zuid-Limburg, 18e eeuw – Elsloo

Dit schilderij verbeeldt een werkelijke en uiterst gewelddadige gebeurtenis.
De titel Ze hingen in drie reysen, bekend uit het boek van Mart Pfeifer en Eddy Erkens, verwijst naar de wijze van terechtstelling: drie reeksen van zeven mannen, samen eenentwintig, publiekelijk opgehangen.

In de winter van 1773–1774 vonden in Elsloo openbare executies plaats die diep ingrepen in het dagelijks leven. In totaal werden 34 personen berecht wegens vermeende misdrijven, waaronder een reeks overvallen die in de processen onder meer werden verbonden aan de overval op Walraven in de nacht van 22 op 23 augustus 1756. De veroordelingen volgden pas zeventien jaar later.

De terechtstellingen werden bewust gespreid. Telkens werden zeven mannen tegelijk opgehangen, terwijl de eerder geëxecuteerden bleven hangen. De eerste ophanging vond plaats op 2 a novembris 1773, de tweede op C a Xbris 1773 (10 december) en de derde op 9 a februarie 1774. Zo groeide het aantal lichamen uit tot het confronterende beeld van drie reysen. De executieplaats lag langs de Maas en was goed zichtbaar voor passerende Maasboten, reizigers over de weg naar Geulle en voor wie met het veer de rivier overstak.

Van de 34 berechten werden 21 mannen daadwerkelijk opgehangen. Dertien anderen ontkwamen aanvankelijk, maar ook zij bleven niet buiten schot. Eén verdachte werd later doodgeschoten, een ander pleegde zelfmoord in Maastricht, het centrum van de zware strafrechtspraak. Daarnaast werden negen personen bij verstek veroordeeld en publiekelijk aan de kaak afgeroepen, met het bevel zich nooit meer in de heerlijkheid Elsloo te vertonen.
Zo werden 21 mensen fysiek geëxecuteerd, terwijl in totaal 32 personen publiekelijk als veroordeelden zichtbaar werden gemaakt — aan de galg, door afkondiging of door voorbeeldstelling.

“21 personen werden publiekelijk geëxecuteerd.
Negen anderen werden bij verstek veroordeeld en aan de kaak afgeroepen.
Twee verdachten kwamen om buiten de openbare executies.”

Veel veroordeelden waren dagloners en wevers, met een inkomen van slechts 6 tot 10 stuivers per dag. Bekentenissen kwamen vaak tot stand onder tortuur, juridische bijstand ontbrak en onafhankelijke bewijzen zijn schaars. De benaming “bokkenrijders” is een latere constructie, bedoeld om de veroordeelden een duivels en mythisch karakter toe te schrijven en zo het geweld van de straffen te legitimeren. Moderne historici zien deze processen als een vorm van paniekjustitie, vergelijkbaar met late heksenvervolgingen.

Slotzin
Dat er in deze periode misdrijven plaatsvonden, staat vast; maar wie hier werkelijk schuldig was en wie vooral diende als afschrikwekkend voorbeeld, laat zich vandaag niet meer met zekerheid vaststellen.

Antje van de Engel

Velen hebben haar naam wel eens horen vallen, vaak tussen twee herinneringen door, aan de toog of bij het vertellen van oude verhalen. Antje van de Engel. Een naam die bleef hangen, maar zonder gezicht. Tot nu. Die tijd is voorbij.

Antje runde een café bij het station van Beek, een plek waar reizigers binnenliepen voor een borrel, waar verhalen werden uitgewisseld en waar iedereen haar kende. In de wijde omtrek stond ze bekend: recht door zee, met een scherp oog en een groot hart. Maar vóór Beek, vóór het café en het stationsleven, was er Catsop.

Wie was Antje werkelijk? Waar kwam ze vandaan? En wie waren de mensen achter haar, haar familie, haar roots in Catsop? Om Antje te begrijpen, moeten we terug naar het begin – naar het dorp waar haar verhaal begon.

Anna Maria “Antje” Engelen

Haar roepnaam was Antje, en zo kende iedereen haar ook. Ze werd geboren op 4 december 1898 in Catsop, in een tijd waarin het dorp nog klein was en iedereen elkaar kende. Nog geen maand later, op 28 december, werd ze gedoopt in Elsloo. Dat was toen heel gewoon: voor zo’n belangrijk moment liep of reed men naar de parochie waar men hoorde, ook al lag die buiten het eigen dorp.

Antje groeide op in Catsop, geworteld in een familie die daar al generaties lang thuishoorde. Ze was een dochter van Willem Engelen en Anna Maria Cornelia Wijnen. Via haar moeder droeg Antje het bloed van de familie Wijnen, een naam die onlosmakelijk met Catsop verbonden is. Haar moeder, vaak simpelweg Marie Wijnen genoemd, was in Catsop geboren en heeft er haar hele leven gewoond. Zelfs het huis in de Daalstraat waar Antje opgroeide, was al een plek met geschiedenis.

Haar vader, Willem Engelen, was van oorsprong in België geboren. Voor zijn huwelijk kwam hij naar Catsop, waar hij zich vestigde en een gezin stichtte. Samen met Marie runde hij een café in de Daalstraat. Het was een plek waar dorpsgenoten samenkwamen, waar nieuws werd gedeeld en waar het leven zich dagelijks afspeelde.

Voor Antje was dat café haar eerste leerschool. Ze kreeg het vak letterlijk met de paplepel ingegeven: luisteren, onthouden, mensen lezen, weten wanneer je sprak en wanneer je zweeg. Het was daar, tussen de tafels en de toog, dat de basis werd gelegd voor wat later haar eigen levenspad zou worden.

Antje zou uiteindelijk haar leven buiten Catsop voortzetten, maar haar wortels bleven stevig in de Catsopse grond verankerd. Ze overleed op 6 januari 1977 in Sittard, 78 jaar oud. Wat bleef, was haar naam, haar verhaal en de herinnering aan een vrouw die haar tijd vooruit was – gevormd door Catsop, groot geworden in het café, en bekend tot ver buiten het dorp.

Willem Engelen 1865 (Uikhoven) en Marie Wijnen 1869 (Catsop)  1895 getrouwd.

Samen bouwden zij hun leven op in Catsop, in de Daalstraat, waar zij een café runden. Het was geen gemakkelijk bestaan. Het gezin was groot – zeker acht kinderen werden er geboren – maar het leven was kwetsbaar. De kindersterfte was in die tijd een harde realiteit. Hun eerste kinderen waren een tweeling, en die verloren zij al bij de geboorte. Ook daarna bleef het gezin niet gespaard van verdriet.

Van al die kinderen zijn er uiteindelijk slechts twee met zekerheid volwassen geworden: Antje en Door. Twee dochters die het leven wel vasthielden, en die opgroeiden in een huis waar vreugde en verlies dicht bij elkaar lagen. Juist dat maakte hen sterk.

Voor Antje betekende het opgroeien in zo’n gezin, en in een café waar het dorpsleven samenkwam, dat ze al jong leerde omgaan met mensen, verhalen en emoties. Ze kende het leven in al zijn kanten: de gezelligheid aan de toog, maar ook de stilte na een verlies. Dat vormde haar karakter en legde de basis voor de vrouw die zij later zou worden.

Zo is Antje niet alleen het verhaal van een caféhoudster uit Beek, maar ook het verhaal van een gezin uit Catsop, van doorzetten, rouwen en doorgaan. Een verhaal dat begint in de Daalstraat, bij Willem en Marie, en dat via Antje verder de wereld in ging.

Door Engelen

Antje en haar familie waren niet alleen bekend in Catsop vanwege hun café in de Daalstraat, maar ze runden er ook een boerderij. Het was een leven vol arbeid en verantwoordelijkheid: overdag het land bewerken, de dieren verzorgen en oogsten binnenhalen, ’s avonds het café bemannen en zorgen dat de gasten niets tekortkwamen.

Voor Antje betekende dit dat ze van jongs af aan leerde multitasken en omgaan met mensen en dieren tegelijk. De combinatie van café en boerderij gaf haar een stevige basis: ze kende de dorpsgenoten van alle kanten, zowel aan de toog als op het veld. Het was hier, tussen de tafels en de stallen, dat Antje haar karakter smeedde — recht door zee, gastvrij en praktisch ingesteld.

Antje had een broer, Door Engelen, geboren in 1897, een van de weinige kinderen van Willem Engelen en Marie Wijnen die volwassen werd. Hij overleed op een normale leeftijd in 1965, en was stil aanwezig in het familieverhaal. Samen met Antje deelden zij de herinneringen aan het café en de boerderij in Catsop, en de wortels die hen voor altijd verbonden hielden met hun geboortedorp.

Toen Antje later met Jan Hubert Martens naar Beek verhuisde en daar het café aan de Stationsstraat overnam, nam ze die ervaring mee. Zoals Paul Mennens uit Beek schrijft:

“In 1910 lag aan de Stationsstraat een hotel met de naam ‘Hôtel de la Station’. Er was een weegbrug voor het wegen van o.a. fruit en kolen, want het echtpaar Peters-Renkens had ook een brandstofhandel. Het maakte reclame met ‘steenkool uit Kohlscheid’. Het prachtige terras met overkapping was voor treinreizigers en passanten een geliefd plekje om even een drankje te nuttigen. In 1931 werden tijdens een publieke veiling het café, het kolenmagazijn en de stallen verkocht, de prijs bedroeg fl. 12.100,00. Het echtpaar Martens-Engelen nam niet alleen het café over, maar ook de naam en de kolenhandel. Het café stond in Beek bekend als ‘Bie Antje van de Èngel’. Het gebouw werd in 1974 afgebroken en enkele jaren later volgde de bouw van garage Crutzen.”

Antje stond er zelf achter de toog, herkenbaar, vertrouwd, en altijd aanwezig. Haar achtergrond uit Catsop, het café en de boerderij van haar ouders, en het omgaan met mensen van allerlei slag – het kwam hier allemaal samen. Zo werd Bie Antje van de Èngel een begrip in Beek, een plek waar haar naam en persoonlijkheid voortleefden, lang nadat het pand zelf verdwenen was.

Cafe Antje van de Engel  bron Paul Mennens

De eerste eigenaren voor Antje M.Peters. Bron Paul Mennens

Cafe Antje van de Engel bron Paul Mennens

Hier zijn nog meerdere fotos van van de spoorweg overgang want deze lag hier ook .

Links ziet u de cafe destijds van Peters.


Even verderop, nog geen steenworp van Antje’s café, lag dat van Trina van de Vonck, ook een Catsopse. Mijn oom vertelde me er een prachtig, bijna filmisch verhaal over. Stel je voor: de gasten zaten bij Antje, namen een biertje of iets anders, en vroegen haar soms om vijf cent om even te lenen. Met dat muntje in de hand wandelden ze dan naar Trina, gaven het geld terug, en kregen daar opnieuw iets te drinken.

En zo gingen ze heen en weer, van het ene café naar het andere, terwijl Antje en Trina lachend toekeken. Het was geen kwaad, alleen een speels ritueel van dorpsleven en dorpszin. De cafés waren meer dan plekken om te drinken; ze waren hart en kloppend centrum van het dorp, waar verhalen ontstonden, vriendschappen werden gesloten, en waar een simpele vijf cent al tot een klein avontuur kon leiden.

Het is misschien maar een anekdote, maar het vertelt zoveel over die tijd: over het leven, de humor en de verbondenheid in Catsop en omgeving.

Sef Tilmans: Van Coiffeur tot Muzikant

Sef Tilmans

Sef was Coiffeur of Kapper en dat deed hij thuis in de daalstraat voor in het huis en dat stond op een kaart wat hij had gekregen.

Op deze kaart staat: “Jozef (Sef) Tilmans, coiffeur, Daalstraat, Catsop.” In die tijd, in de jaren dertig begin jaren veertig woonde er maar één familie Tilmans in de Daalstraat in Catsop

Dit is de voorkant van de kaart dus een verjaardagskaart van Marie dat kan Marieke Reubsaet zijn .

Sef scheert en knipt, en zoals te zien is, gebeurde dit in het voorste deel van het huis van de familie Tilmans, het oude deel. We zien ook het raam en de scheer- en knipbenodigdheden.

In dezelfde ruimte staat ook zijn piano en daar straks meer over.

Deze foto is genomen aan de voorkant van het huis, dat al van steen was. Dit was het oude gedeelte van Huize Tilmans, waar een stenen muur is gemetseld om het oorspronkelijke lemen gedeelte te vervangen. En de wachtrij is groot dus zijn klandizie was goed.  

De tweede foto, genomen in de jaren dertig of begin jaren veertig, toont een aantal mensen die ik eigenlijk niet ken, namens de zoon van Pieke Tilmans, genaamd Nick. Hij herkende zijn vader op de foto, links naast het huisnummer. Er zijn bekende gezichten maar ik kan er tot heden er geen naam op te plakken.

17-03-1934 hier zien we dat Sef en zijn broer H. Tilmans mee doen aan solisten concours en sef won met zijn saxofoon een instrument dat hij heel lang zal bespelen.

13-12-1934 Hier zien we dat H Tilmans Huub moet zijn Sef haalt bij de Superieure  de eerste prijs wederom met zijn saxofoon

29-05-1935 behaalde Sef Tilmans een diploma en een hoge onderscheiding in Luik. Dus die piano waar hij mee oefende stond bij hem in kapperszaak. En kon hij een muzikale intermezzo geven onder de scheer en knip beurten.

19-07-1938 behaalde hij weer een diploma.

De saxofoon word serieus genomen dankzij Sef Tilmans hier zijn we zijn mede spelers   

Dus in 1966 een kwartet de gebroeders Tilmans met nog twee andere crème de la crème van de blaascultuur.

Dans en show orkest Moonen Nuth onder leiding van Sef Tilmans

Sef heeft door zijn muzikaliteit meerdere keren de krant gehaald. Wat hierboven beschreven is, is slechts een klein deel van zijn succesvolle carrière. Zo heeft hij ook meegewerkt aan een carnavalsnummer in Elsloo. Een bijzonder moment in zijn leven was toen hij werd geëerd voor zijn 50-jarige lidmaatschap bij de Maasgalm. Daarnaast heeft Sef regelmatig zijn instrument laten klinken bij de ROZ, tegenwoordig bekend als L1. In het dagelijks leven was Sef werkzaam als tekenaar bij de SBB.

Met deze woorden willen we blijven bij de bijzondere historische reis van Sef. Zijn bijdrage aan de muziek en zijn betrokkenheid bij de gemeenschap.