
Schilderij gemaakt met ChatGPT
Ze hingen in drie reysen
Executies en rechtspraak in Zuid-Limburg, 18e eeuw – Elsloo
Dit schilderij verbeeldt een werkelijke en uiterst gewelddadige gebeurtenis.
De titel Ze hingen in drie reysen, bekend uit het boek van Mart Pfeifer en Eddy Erkens, verwijst naar de wijze van terechtstelling: drie reeksen van zeven mannen, samen eenentwintig, publiekelijk opgehangen.
In de winter van 1773–1774 vonden in Elsloo openbare executies plaats die diep ingrepen in het dagelijks leven. In totaal werden 34 personen berecht wegens vermeende misdrijven, waaronder een reeks overvallen die in de processen onder meer werden verbonden aan de overval op Walraven in de nacht van 22 op 23 augustus 1756. De veroordelingen volgden pas zeventien jaar later.
De terechtstellingen werden bewust gespreid. Telkens werden zeven mannen tegelijk opgehangen, terwijl de eerder geëxecuteerden bleven hangen. De eerste ophanging vond plaats op 2 a novembris 1773, de tweede op C a Xbris 1773 (10 december) en de derde op 9 a februarie 1774. Zo groeide het aantal lichamen uit tot het confronterende beeld van drie reysen. De executieplaats lag langs de Maas en was goed zichtbaar voor passerende Maasboten, reizigers over de weg naar Geulle en voor wie met het veer de rivier overstak.
Van de 34 berechten werden 21 mannen daadwerkelijk opgehangen. Dertien anderen ontkwamen aanvankelijk, maar ook zij bleven niet buiten schot. Eén verdachte werd later doodgeschoten, een ander pleegde zelfmoord in Maastricht, het centrum van de zware strafrechtspraak. Daarnaast werden negen personen bij verstek veroordeeld en publiekelijk aan de kaak afgeroepen, met het bevel zich nooit meer in de heerlijkheid Elsloo te vertonen.
Zo werden 21 mensen fysiek geëxecuteerd, terwijl in totaal 32 personen publiekelijk als veroordeelden zichtbaar werden gemaakt — aan de galg, door afkondiging of door voorbeeldstelling.
“21 personen werden publiekelijk geëxecuteerd.
Negen anderen werden bij verstek veroordeeld en aan de kaak afgeroepen.
Twee verdachten kwamen om buiten de openbare executies.”
Veel veroordeelden waren dagloners en wevers, met een inkomen van slechts 6 tot 10 stuivers per dag. Bekentenissen kwamen vaak tot stand onder tortuur, juridische bijstand ontbrak en onafhankelijke bewijzen zijn schaars. De benaming “bokkenrijders” is een latere constructie, bedoeld om de veroordeelden een duivels en mythisch karakter toe te schrijven en zo het geweld van de straffen te legitimeren. Moderne historici zien deze processen als een vorm van paniekjustitie, vergelijkbaar met late heksenvervolgingen.
Slotzin
Dat er in deze periode misdrijven plaatsvonden, staat vast; maar wie hier werkelijk schuldig was en wie vooral diende als afschrikwekkend voorbeeld, laat zich vandaag niet meer met zekerheid vaststellen.