Marieke Reubsaet de eerste taxi chauffeuse van Elsloo.

Marieke Reubsaet de eerste taxi chauffeuse van Elsloo.

Een foto uit 1935, en de volgende namen zijn mij bekend gemaakt. Bovenste rij, van links naar rechts: Pie Gelissen (?) en vervolgens Sef Tilmans. Onder het kind is de naam onbekend, en Nicole Reubsaet is de echtgenote van Sef Tilmans. Pie was getrouwd met Tina Simons , en samen runden ze een meubelzaak op de Koolweg, zo is mij verteld. Het schijnt dat Pie zelf de meubelen maakte. Pie Gelissen is geboren op het einde en Sef Tilmans is geboren in de Daalstraat.

Nick Tilmans, vernoemd naar zijn grootvader, woont in Geulle als de zoon van Harrie Tilmans. Met trots deelt hij een prachtige foto van zijn grootouders, Anna Chatharina Steps (Chatrien) en Nicolaas Tilmans (Nick), beiden geboren en getogen in Catsop, echte Catsopenairs. Als u meer wilt weten over Chatrien Steps, raad ik aan een kijkje te nemen op https://catsopvanvreuger.com/…/23/familie-steps-algemeen/. Als u naar beneden scrolt, zult u haar vader, Peter (Pieter) Hubertus (Petrus Hubertus) Steps, tegenkomen.
De bijgevoegde afbeelding is een portrettekening, die destijds veelvuldig werden gemaakt en echte kunstwerken zijn. Van Nick heb ik echter nog een foto, waardoor hij gemakkelijk te herkennen is van deze tekening.

De meisje van de familie Fredrix, vaak aangeduid als Pijpers (Pieper) , hadden als moeder Mai Pijpers van de Veestraat, een zus van Pater Pijpers. Hun vader was Pie Fredrix. De middelste van de meisjes is Graadje van de Pieper. Graatje bleef in de Veestraat wonen en trouwde met Collard, wiens vader ook uit Catsop kwam. Samen richtten ze een garage op in de Veestraat. Van links naar rechts zie je Nieke Fredrix, Graadje Fredrix en Tilke Fredrix.


Magriet Aarts (Engelen)
Jan Engelen en zijn echtgenote Magriet Aarts runden een verf- en behangzaak in het huis waar Jan geboren was. Ik herinner me die zaak nog goed, vooral de kleine potjes verf. Maar er was meer te koop in de winkel, zoals mattenkloppers en bezems, enzovoort.

Street View 2021: Hier, aan de rechterkant van dit witte gebouw, bevond zich de verfzaak en vroeger het café. Jan en Magriet hadden een assortiment van verf tot behang, dat ze ook bij mensen thuis bezorgden.

De bedrijfsauto waarmee Jan alles vervoerde.
Vóórdat Jan er een verfzaak van maakte, was het gebouw vroeger een café met een kegelbaan buiten. De kegelbaan bestond uit een houten plank waarop men met een houten bal moest proberen zoveel mogelijk kegels omver te werpen.
Er circuleren wilde verhalen over wat er in dit café gebeurde, dingen die tegenwoordig niet meer toegestaan zijn, zoals Haan Slaan en Dasse Biete. Er werd ook veel gekaart in het verleden, en het café was druk bezocht. Naast het café runde de familie Engelen een landbouwbedrijf, had een smederij en bezat verschillende paarden, waaronder raspaarden die werden gebruikt voor de ruiterclub.
Een kort stukje familiegeschiedenis: Willem Engelen, de grootvader van Jan Engelen, kwam oorspronkelijk uit Uikhoven , België, en trouwde in bij de familie Wijnen in de Daalstraat en runde het café . Willem Engelen had nog een broer die ook naar Catsop kwam Drick Engelen die en op het einde woonde. Hoewel dat huis niet meer bestaat, stond het bekend als het middeleeuwse gebouw. Hub Perenbooms heeft destijds op die plek nieuw gebouwd, en Hendrik (Drick) Engelen trouwde met Maria Cornelia Notten, ook afkomstig uit Catsop. Dus er komt nog apart deel van de familie Engelen.
Terug naar de verfzaak.

Jan Engelen en een blik in de winkel van weleer, gevuld met alles van afwasborstels tot schrobbers.

Magriet Aarts (Engelen)
Met dank aan de familie Engelen.

Dorstkas (Lanz) in het Limburgs daeskas; vaak hoorde men de uitspraak “aete wíe ‘ne sjuuredaeser.” Dat komt doordat men vroeger ook in een schuur het graan dorste, en dat was hard werken maar ook goed toetastten met eten.
Deze foto zou genomen zijn terwijl men van Beek richting Catsop reed, en aan de linkerkant, op weg naar het Siekendaal, bevond zich deze dorpskas, eigendom van Roebroek. De latere eigenaar, Pie Roebroek, staat op de foto als een jongen van ongeveer 14 jaar. Later zou hij het land overdragen aan zijn zoon Guus Roebroek.
De samenwerking tussen Roebroek en Frens Maas is duidelijk zichtbaar, zoals eerder te zien was op de foto van https://catsopvanvreuger.com/2024/01/12/innovatie-in-catsop-door-frits-cobben/. Daar zagen we een vergelijkbare opstelling, maar dan bij Frens Maas.
Dezelfde trekker, een Field Marshall Lanz uit Engeland, werd overgenomen door Frens Maas van Roebroek. De kleur was groen, en volgens overlevering werd gezegd dat deze trekkers na de oorlog werden gebruikt voor de wederopbouw. Hij had in ieder geval een uniek geluid.
Volgens Pie Roebroek waren ze hier bezig met het dorsen van vlas. Hij heeft ook de namen op de foto gezet. Vlasteelt was niet eenvoudig, maar het was lucratief omdat ze de zaadbollen van de stengels dorsten, die werden gebruikt voor olie, terwijl de stengels werden gebruikt voor textiel, touw, enzovoort.
En nu de namen op de foto, ingevuld door Pie Roebroek:

De Lanz dorsmachine wordt opnieuw gebruikt in het veld. Het is lastig te zeggen of dit op exact dezelfde locatie is, maar het zijn in ieder geval dezelfde machines en opnieuw zien we twee families, Roebroek en Maas, betrokken bij dit proces. Pie Roebroek heeft opnieuw de namen toegevoegd, dus hij zou het moeten weten.

Frits Cobben met zijn trekpaarden.
Frits liep voor op zijn tijd; hij had destijds al een aardappelrooier gemaakt, terwijl deze taak eerder nog met de hand, vaak met een riek, werd uitgevoerd.
Deze foto is genomen op de hokkel (Whakkel) met uitzicht op de knup. Het is ook duidelijk zichtbaar dat ze links aan het dorsen waren; destijds gebeurde dit nog in het veld. Later verplaatste deze activiteit zich naar de schuur, gevolgd door de opkomst van zelfrijdende combines. Volgens alle beschikbare gegevens is de trekker op de foto vermoedelijk van Frens Maas, die deze destijds overnam van Roebroeks. Niettemin bestaat de mogelijkheid dat het een dorstkas van een loonwerker was.
Zoals eerder vermeld, had Frits deze aardappelrooier zelf ontworpen en was hij de eerste in Catsop die er een had. Later kocht hij een andere, die ik persoonlijk ook heb gekend, en bevestigde deze achter zijn trekker. Hiermee rooide hij niet alleen zijn eigen aardappelen maar leverde ook diensten aan zijn neef en mijn oom Gus Cobben.

Families en kinderen uit Catsop namen deel aan het rapen van aardappelen.
Aan de linkerkant ziet men de opgeslagen granen (stro Míéte). Deze werden destijds in de zomer met een zelfbinder gemaaid en vervolgens zorgvuldig op elkaar gestapeld. Dit vereiste vakmanschap om ervoor te zorgen dat regenwater goed kon weglopen. Later werden de granen van het stro gescheiden door een dorsmachine op het veld, zoals te zien is op de foto hierboven.

Aerpel rapen bie Fritske en dao whert aete auch bie “Ik herinner me dit nog goed, zowel van mezelf als van veel jeugd uit Catsop. Op deze foto staan drie kinderen van Giel Hendrix samen met veel familieleden van Frits Cobben. De foto is genomen op de Hokkelderweg in Catsop.” Volksmond Whakkel. Rechts van hun lag een veld van Cobben later met ruilverkaveling is dit veranderd. Ik herken die boom nog achter hun vaak genoeg in gezeten. Rechts van die boom had mijn oom Gus Cobben ook nog een stuk land .
1 Frits Cobben
2 Fien Petri – Cobben
3 Frans Petri
4 Bettie Decker
5 Jeanny Hermans
6 Corrie Hendriks
7 Marie Cobben Lavain
8 Albert Hoven
9 Sjeng Cobben
midden
10 Marij Petri
11 Wil Decker
12 John Savelkoul
13 Agnes Lavain
onder
14 Jan Hendriks
15 Hub Decker
16 Guus Hendriks
Namen komen van John Savelkoul hij staat er zelf ook op.
Met dank aan familie Cobben en John Savelkoul.
Inleiding.
Op 1 oktober 1911 werd het rustige Terhagen, Elsloo, opgeschrikt door een gruwelijke moord, een tragedie die in alle kranten van die tijd werd beschreven. De naam van de dader stond zwart op wit in de kranten, en voor degenen die de geschiedenis van hun familie onderzoeken, staat die naam ook naast die van mijn betovergrootmoeder, Gertrude Hendriks. Ze was de oma van mijn oma, een mysterieuze figuur in de schaduw van een duister verleden.
In mijn familie werd er nooit gesproken over deze gebeurtenis, wellicht omdat mijn oma, slechts 15 jaar oud op dat moment, het bewust heeft meegemaakt. De stilte die rondom dit onderwerp hing, wekte mijn nieuwsgierigheid. Daarom heb ik besloten om er diep in te duiken en er uitgebreid over te schrijven. Niet alleen om de gebeurtenis zelf te begrijpen, maar ook om te laten zien hoe het dagelijks leven er toen uitzag.
Hoe waren de voorzieningen in die tijd? Hoe gingen de ambtenaren om met dit gruwelijke incident? En hoe verliep de rechtszaak die volgde? Met alle beschikbare gegevens zal ik proberen het verhaal te reconstrueren en een licht te werpen op het mysterie dat mijn familie al generaties lang omringt.
Hoe is Tru Hendriks aan haar einde gekomen? Was ze toevallig op de verkeerde plaats op het verkeerde moment? Dit zijn vragen die me blijven achtervolgen terwijl ik de geschiedenis van mijn familie probeer te ontrafelen.
In mijn zoektocht naar antwoorden zal ik de donkere schaduwen van het verleden blootleggen en het verhaal van Gertrude Hendriks tot leven brengen.

Dit krantenbericht dateert van 8 oktober 1911. Het biedt een beknopt overzicht van het verhaal dat we uitgebreid zullen behandelen.
Tru Hendriks
Haar meisjesnaam was Maria Gertrudis Dresen, althans zo staat ze geregistreerd. Later wordt deze naam ook vermeld als Dreesen of Driesen (Driessen). Het is belangrijk op te merken dat mensen destijds vaak niet konden lezen en schrijven, en dat de ambtenaren hun namen opschreven zoals ze werden uitgesproken. We spreken de naam ‘Driessen’ nog altijd uit als ‘Dreesen’.

De originele inschrijving in de burgerlijke stand werd destijds uitgevoerd door niemand minder dan burgemeester en ambtenaar van de burgerlijke stand, Charel de Geloes. In beknopte bewoordingen wordt vermeld dat haar vader Joannes Dresen een landbouwer was en in Elsloo woonde, terwijl haar moeder Marie Theresia Bours heette. Opvallend is dat dit het tweede huwelijk van Joannes Dresen betrof, waaruit blijkt dat het eerste huwelijk kinderloos bleef. Peter Schreurs was getuige, samen met een zekere Gerardus, die naar verluidt een dienstknecht was, en beiden waren ongeletterd.
Maar hoe kwam Tru aan de naam Gertrudis, of Tru zoals ze vaak genoemd werd? Voor dat antwoord moeten we teruggaan naar haar oma, Maria Gertruda Beckers. Zij was een dochter van de toenmalige Schepen Nicolaus Beckers van Catsop. Haar opa was Caspar Driesen, een zoon van Bolderjan, die bekend stond als een ‘bokkenrijder’.
Dit is in het kort een overzicht van haar afstamming, maar Tru Hendriks was al eens eerder getrouwd. Ze bracht daardoor de naam ‘Hoeveler’ naar Elsloo, hoewel deze naam op verschillende manieren werd geschreven maar min of meer hetzelfde klonk.
Haar eerste man was afkomstig uit Duitsland, en dat was destijds niet ongebruikelijk. Ik vermoed dat de familie Dresen al vroeg in aanraking kwam met werk in het buitenland, zoals het bakken van stenen. Tru zelf bleef waarschijnlijk lange tijd actief in deze bezigheid, aangezien verschillende kinderen zowel uit haar eerste als tweede huwelijk werden geboren in Duitsland. Een van haar broers, waarvan zeker is dat hij in Duitsland is blijven wonen, onderstreept deze internationale connectie.
De hieronder geschreven aktes zijn afkomstig van Duitsland.
we beginnen met het huwelijk van de ouders van de eerste man van Tru Hendriks genaamd Michael Höveler
Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1817-02-01
Huwelijk: 01.02.1817
Bruidegom: Höveler, Gerhard
Geburtsdatum 00.00.1791, Geburtort Glehn, Alter 26
Vader van de Bruidegom: Höveler, Adam
Moeder v. d. Bruidegom: Proff, Anna Catharina
Bruid: Frings, Catharina Margaretha
Geburtsdatum 00.00.1796, Geburtort Buttgen, Alter 21
Vader van de Bruid: Frings, Herman
Moeder van de Bruid: Kox, Maria Agnes
Hierna volgt de geboorte inschrijving van Michael Höveler de eerste man van Tru Hendriks
Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1832-10-11
Geboorte: 11.10.1832
Kind – zoon: Höveler, Michael
Vader van het kind: Höveler, Gerhard
Moeder van het kind: Frings, Christina
Hierna volgt de huwelijks akte van Tru Hendriks (Driessen) en Michael Höveler
Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1859-07-08
Huwelijk: 08.07.1859
Bruidegom: Höveler, Michael
Bruid: Driessen, Maria Gertrud
En de laatste akte de geboorte akte van hun zoon Adam Michael Höveler dus hij krijgt de naam van zijn vader en zijn overgrootvader .
Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1860-06-04
Geboorte: 04.06.1860
Kind – zoon: Höveler, Adam Michäl
Vader van het kind: Höveler, Michäl
Moeder van het kind: Driessen, Maria Gertrud
Michiel is dus geboren in Anrath en zal straks in Elsloo gaan wonen in het Terhagen . En de naam Höveler zal veranderen in Hoeveler.
Verblijf en leven in Duisland.

Op deze kaart is Büttgen aangeduid met de rode pijl, tevens referentiepunt voor de plaats Willich en de trouwlocatie Anrath. Dit is het gebied waar Tru Dresen en haar familie waarschijnlijk al vóór 1860 actief waren in het stenenbakkersvak. Ze keerden niet vaak naar huis terug vanwege de lange werkdagen. Onderweg naar huis gingen ze vaak suikerbieten oogsten bij Duitse boeren en waren ze in staat om voor de broodkermis in november weer thuis te zijn.
Voordat ze op weg gingen om stenen te bakken, was er nog veel werk te doen. Het land moest worden omgespit en ingezaaid, want het stenenbakken was een zomeractiviteit en kon niet in de winter plaatsvinden. Meestal bleven de grootouders hier met de jongste kinderen, maar er werden ook kinderen in Duitsland geboren, waar ze werkten. Door te reizen ontmoetten ze ook andere mensen, waardoor hun sociale leven werd uitgebreid.
In de jaren 1875, toen het spoorwegnetwerk was uitgebreid, konden ze vertrekken vanaf Elsloo. Ze reisden vaak met wel 200 mannen, vrouwen en kinderen tegelijk naar Duitsland. Wat betreft de spoorweg, deze had een aanzienlijke impact, zelfs voordat het kanaal werd uitgegraven. Er werd een spoorlijn aangelegd door het gebied tussen Catsop en Elsloo, en er werd een spoorlijn getrokken door een strook land. Vooral Terhagen was een indrukwekkend stukje werk. Als je op de ijzeren brug staat en kijkt in de richting van Geulle, zul je begrijpen dat dit een immense prestatie was.

Foto van af de spoorbrug richting Geulle en was eerst vlak ze noemde dit het Boursveld en was landbouwgebied.
Het verdere leven van Tru Hendriks bracht haar waarschijnlijk met haar familie naar Duitsland, waar ze betrokken raakten bij het bakken van stenen. Dit gebeurde al vroeg in haar leven, aangezien ze in 1859 in Duitsland trouwde. De landbouw bood niet langer voldoende inkomsten, dus zochten ze naar alternatieve bronnen van inkomsten. Het lijkt erop dat de familie Dresen tot de pioniers behoorde, omdat geschat wordt dat rond 1840 de eerste baksteenbakkers uit Elsloo en omgeving naar Duitsland vertrokken.
Tru Dresen werd geboren in 1833, en zelfs op die jonge leeftijd werden kinderen meegenomen naar Duitsland om te werken. Dit wijst erop dat het mogelijk was om de oversteek te maken. Ik vermoed dat toen de eerste terugkeerden en anderen zagen dat ze met geld terugkwamen, er al snel meer mensen volgden. Dit is een bekend fenomeen; in tijden van economische uitdagingen trekken mensen vaak naar gebieden waar werk beschikbaar is.
Mensen werden geronseld, inclusief kinderen, omdat meer arbeidskrachten meer werk en dus meer inkomsten betekenden. Er ontstonden ploegbazen en personeel, en er werden prijsafspraken gemaakt voordat het werk begon. Na hun terugkeer hadden ze geld, dat meestal werd gebruikt om basisbehoeften te kopen, maar ook land en huizen.
Dit geld werd vaak geïnvesteerd in landbouwgrond of woningen, en het is mogelijk dat Tru Hendriks en anderen hun vaardigheden aanboden aan timmerlieden of metselaars om hun huizen of schuren te bouwen. Maar hoe kwamen ze eigenlijk in Duitsland? Ik vermoed dat Tru Hendriks te voet van Elsloo naar Meerssen ging en daar de trein naar Valkenburg nam als tussenstop op weg naar Duitsland. Of te voet het kan allemaal.

Station Meerssen een drukte van belang de rechtse Trein zou dan richting Maastricht kunnen gaan en de linkse richting Vlakenburg. Naar een van de oudste Stations van Nederland.
Later zullen ze wel vanaf Beek -Elsloo zijn vertrokken of misschien vanaf halte Catsop-Elsloo.

En even vooruit te lopen op mijn verhaal straks waren in die tijd verschillende hotels winkels en bedrijven die zich om een station vestigen. Want er zijn reizigers handelaren ook vanuit België. En daar wilde iedereen een graantje van mee pikken. Zo had Familie Hendriks in het Terhagen ook een herberg.

Cafe Janssen -Marechal was tevens een hotel en hier werden ook verkopen van huizen plaats . Op de foto staan militairen wat te maken hebben met de eerste wereldoorlog mobilisatie staat op het bord. Nederland was in die tijd Neutraal en het kan zijn dat deze heren grensbewaking hadden en hier gehuisvest waren. (foto bron Guus Peters)

Zo ziet het in het heden uit 2023.

Rechts een winkel van J.H.Fredrix. Vroeger zou hier ook Van Es in hebben gezeten, voordat ze naar Catsop kwamen en ook hier al een winkel hadden. Dit is de straat naar het station. Er waren altijd reizigers die naar België vertrokken en wat boodschappen meenamen. (bron Guus Peters)

Zo ziet het er op dit moment uit 2023.
Om een indruk te geven over het hoe en waarom van het brikkenwerk: lees het verslag van Guus Peters en klik op de link.
https://www.elsloo.info/de-stiefkoeppige-maaskentjers/312-deel-4-de-stiefkoeppige-maaskentjers
Tru en haar gezin; wonend in Terhagen.
Tru Dresen keerde op een gegeven moment terug naar Elsloo, samen met haar zoon Adam Hoeveler. De exacte locatie waar ze toen woonden, is mij onbekend. Op 23 februari 1863 werd hun dochter Maria Theresia Heuvelaer geboren, wat resulteerde in nog een nieuwe schrijfwijze van de achternaam van de familie.
Helaas overleed Maria Theresia op 21 februari 1864, net geen 1 jaar oud. Het was echter niet het enige tragische verlies dat de familie te verwerken kreeg, want een maand later, op 26 maart 1864, overleed ook haar man Michiel Höveler.
Tru bleef achter met haar eerste zoon, Adam Michiel Hoeveler. Op 9 november 1865 trad Tru Dresen te Elsloo opnieuw in het huwelijk, dit keer met Jan Hendriks uit Groesbeek, die op dat moment 20 jaar oud was, terwijl Tru 32 jaar was.
Jan Hendriks uit Groesbeek was wees. Zijn ouders genaamd Derk Hendriks en Johanna Klaassen waren al overleden. Zijn beide grootmoeders, Helena Cellissen en Catharina van der List, waren getuige voor hun huwelijk. Hij had zijn plicht bij de Nationale Militie voldaan en dus kon Jan Hendriks trouwen.
We gaan nu achterhalen waar de familie Hendriks is gaan wonen.

Percelen van de onteigening van de spoorwegen.
Voor de geïnteresseerden kunnen ze deze afbeelding vergroten en de percelen zien die onteigend werden. Je kunt zien hoe de spoorlijn zou lopen en de woningen die daar stonden. Als je nu over de spoorbrug loopt vanuit Catsop (Amsterveld), is de woning aan de rechterkant richting het bos nog steeds aanwezig. Specifiek gaat het om perceel C 601 wat Tru Hendriks straks een gedeelte van koopt.

De huidige situatie 2023. De woning is al een paar keer veranderd er is een keer brand geweest. Hier woonde tijdens de moord in het verleden familie Driessen-Smeets. Ook bij het bord ‘doodlopende weg’ stond een woning waar een Driessen in woonde.

Deze kaart hoort eigenlijk bij de kadasterkaart van de onteigening.
Het perceel C601 dat eigendom was van de heer Augustinus Janssen in 1862. Janssen had nog meer eigendommen die door het spoor werden doorkruist, en hij woonde in Elsloo.
In 1877 kocht de heer Jan Hendriks de boomgaard van de spoorwegen. Ik heb een hulpkaart om aan te tonen waar dit precies was. Het lijkt erop dat er in die tijd veel veranderingen en ontwikkelingen plaatsvonden in het gebied.

Te zien is hoe perceel C1747 in die tijd in 1869 genummerd werd door het kadaster en dat de weg rond het perceel behouden bleef en nog steeds bestaat.
Daarnaast is het boeiend om de veranderingen aan de woning van Jan Hendriks te volgen aan de hand van de hulp kadasterkaarten. Het lijkt erop dat er in een kort tijdsbestek meerdere woningen en schuren zijn gebouwd op deze plaats. Het kadaster heeft aantekeningen gemaakt telkens wanneer er iets aan de woning is veranderd, wat waardevolle informatie biedt over de geschiedenis van het pand en de evolutie ervan.

dit is het eerste gebouw in 1877 dat werd gebouwd op de aangekochte grond.

Aan de linkerkant zijn de woningen en schuren van Jan Hendriks en Tru Dresen te zien. En het eerste gebouw van hun is het linkse gebouw lijkt nu op een schuur maar kan in die tijd ook als woning hebben gediend.

Deze hulpkaart van het kadaster dateert uit 1887. Als je naar de foto kijkt, zie je dat op dat moment de woning (herberg) en de woning van Michiel Hoeveler (zoon) gebouwd zijn, maar ze staan nog steeds op naam van Jan Hendriks en Gertrude Dresen (Hendriks).

hulpkadasterkaart 1890 hier ziet men de scheiding van percelen C2064 en C2065 was de woning van Adam Michiel Hoeveler die toen op zijn naam stond. Maar Michiel Hoeveler had nog een woning wat al een jaar eerder van hem was en dat is C1349. Of hij daar nog eerst gewoond heeft is me niet bekend.

Dat is als men in het Terhagen bent de weg naar het bos ziet u rechts een wit huis dat was deze woning later zal er een zoon van hem tijdelijk gaan wonen Giel Hoevelers.

Hulpkadasterkaart 1915 dit is dus na de moord en is er weer een verandering aan de woning aan gebracht en is er een tussenstuk gebouwd dat de woningen verbind en ze krijgen daardoor andere perceel nummers. C2262 en C2263.

Kadasterkaart 1880; de twee woningen en schuren van Hendriks zijn al gerealiseerd. C2042 en C2041. U ziet de spoorbrug om u te oriënteren.
In 1913 was er een verkoop tijdens deze verkoop werd duidelijk dat Michiel Hoeveler zijn bezittingen behield de andere woning kocht Pieter Steps, de zwager (vader van Pieke Steps uit Catsop). Later werd die woning eigendom van Jan Grootjans, de echtgenoot van Tru Hoeveler, die een dochter was van Adam Michiel Hoeveler. De andere woning werd eigendom van zijn een zoon, Jan Hoeveler.
Opmerkelijk is dat er vandaag de dag nog steeds een Hoeveler in de rechtse woning woont, terwijl mevrouw Grootjans in de linkse woning verblijft. Dit illustreert hoe eigendommen en geschiedenis binnen families kunnen blijven en van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven.

foto 2021 dus nog voor de brand (2023) en men kan waarnemen dat er veel veranderd is aan de woningen schuren etc. Maar de percelen blijven.
Gegevens uit het bevolkingsregister.

Terugkijkend in het verleden kunnen we de situatie vanaf 1881 van de familie Hendriks bekijken aan de hand van dit bevolkingsregister.
Op de eerste plaats in dit register staat Jan Hendriks, het hoofd van de familie en tevens de eigenaar van de woningen en herbergier.
Op de tweede plaats vinden we zijn echtgenote Tru Driessen (Dresen), waarbij steeds haar meisjesnaam wordt vermeld.
Op de derde plaats staat de zoon van Tru Driessen, Adam Michiel Hoeveler (pruisen) ; hij was op dat moment getrouwd met Anna Marie Hendrix (pruisen). Dit huwelijk vond plaats op 5 november 1884, Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix. Anna Marie Hendrix werd geboren in Willich (pruisen), ze woonde in het Terhagen laatste huis rechts als men richting het bos gaat. Voor hun huwelijk hebben Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix samen in Vorst, Duitsland gewoond en later weer in Catsop en ook weer in het Terhagen.
Opmerkelijk is dat het bevolkingsregisters aangeeft dat zowel de familie van Tru Dresen en Jan Hendriks als de familie van Hendrix-Dolhmans ( ouders van de echtgenote van Michiel Hoevelers ) kinderen krijgen die in Willich (duistland) worden geboren. Dus het kan zijn dat ze samen werkte in het brikkenwerk.

Dit bevolkingsregister, dat teruggaat tot 1881, toont de aanwezigheid van hun eerste dochter, Trees Hoeveler; deze zou in Terhagen zijn geboren. Het gezin zou uiteindelijk zeven kinderen krijgen, hoewel tragisch genoeg vier van hen op jonge leeftijd zouden overlijden. Het leven en de omstandigheden van de familie zouden in de loop der jaren veranderen. En ze woonde destijds in Catsop, adres helaas onbekend. Dus dat kan nog zijn voordat ze bij hun familie in trokken.

Dit Bevolkingsregister, dat begint in 1890, laat zien dat het gezin nu in Terhagen woonde, specifiek op D no.1. Dit zou later van cruciaal belang blijken in de context van de moordzaak, omdat hier alles begint.
Adam Michiel Hoeveler was al op jonge leeftijd weduwnaar, aangezien zijn vrouw Anna Marie Hendrix in 1905 overleed aan een longontsteking. Tijdens de rechtszaak zullen we zien dat de voorzieningen in die tijd lang niet zo geavanceerd waren als wat we tegenwoordig kennen. Op dat moment woonde hij naast zijn moeder Tru Dresen in het huis dat eigendom was van haar en haar stiefvader, maar dit in 1890 eigendom is van Adam Michiel – tenminste gedeeltelijk. In die tijd was het gebruikelijk dat kinderen voor hun ouders zorgden en vice versa.
En, inderdaad, Marie Gertrude Hoeveler, die ook vaak als Tru werd genoemd, was werkzaam in Maastricht vanaf 1911dus zij was niet aanwezig tijdens de moord.

Analyserend naar de foto lijkt deze te zijn genomen vóór 1905, aangezien Anna Marie Hendrix, de echtgenote van Adam Michiel Hoeveler, in dat jaar is overleden. De jongste, Jan (Sjeng) Hoeveler, zou rond de 4 jaar oud kunnen zijn, wat overeenkomt met deze inschatting. Giel, bijgenaamd “de witte van de heuvel”, zou ongeveer 9 jaar oud kunnen zijn.
Het identificeren van andere mannen op de foto is moeilijk, omdat zowel de ouders van Anna Marie Hendrix als die van Adam Michiel Hoeveler in het Brikkenwerk werkten, mogelijk zelfs op dezelfde locatie. Gielke Wanten, bekend als “de gruus jong”, lijkt een ketting tussen zijn benen te hebben gehad om weglopen te voorkomen. Dit benadrukt de harde tijden die de kinderen destijds doormaakten, waarbij Elsloo door de overheid op de vingers is getikt vanwege dergelijke omstandigheden.

Het fragment uit het krantenartikel lijkt te verwijzen naar de ‘Kinderwetje van Van Houten’, een wetgeving uit 1874 in Nederland die kinderarbeid verbood. Het artikel suggereert de mogelijkheid dat ondanks deze wet, er nog steeds gevallen van kinderarbeid plaatsvonden, waardoor de effectiviteit van de wet ter discussie wordt gesteld.
Verder met de familie Hendriks-Driessen.

Vanuit het bevolkingsregister vanaf 1890 zijn alle geboorteaktes van de kinderen opgezocht en later ook de notariële aktes betreffende de verkoop van het huis.
Er lijkt echter een fout te zijn met betrekking tot Elisabeth Hendriks, omdat haar geboorteakte niet te vinden is. Het lijkt erop dat dit waarschijnlijk een vergissing is, en dat ze eigenlijk Theresia Hendriks zou moeten zijn, geboren op 20 februari 1871. Ze verhuisde later naar Kevelaer en trouwde met een boekbinder genaamd Peter Tempelforth.
Jan Michiel Hendriks bleef waarschijnlijk het langst in de herberg, het huis of de boerderij wonen. Hij trouwde later met Emelia Stevens uit Boorsheim en trad daarna opnieuw in het huwelijk met Maria Berkmans.
Marie Hendriks, genoteerd als nummer 3, was gehuwd met Leonardo Zanders uit Meerlo en woonde bij haar ouders met haar kind op nummer 6, dat in Kevelaer werd geboren. Dit suggereert dat haar man mogelijk werkzaam was in het brikkenwerk, waardoor ze een tijdlang bij haar ouders verbleven. In totaal kregen ze 6 kinderen, waarvan er 1 op jonge leeftijd overleed.
De volgende in de lijst is Maria Johanna Gertruda Hendriks. Zij trouwde met Petrus Bartels, afkomstig uit Elsloo, en kregen samen 7 kinderen. Later verhuisden ze naar Liessel, waar Petrus Bartels jachtopziener was geweest. Uiteindelijk vestigden ze zich in Deurne, waar nog een kind werd geboren. Na de moord verbleef de vader, Jan Hendriks, een tijdje bij haar.

Het derde kind van Jan Hendriks en Tru Dresen is mijn overgrootmoeder Maria Elisabeth Hendriks, die trouwde met Theodoor Collard. Theodoor zal straks als schoonzoon na de moord de identificatie van zijn schoonmoeder doen. Later, toen ze naar Beek verhuisden, namen ze Jan Hendriks in hun huis in Beek en is daar ook overleden.

Bidprentje Jan Mathijs Hendriks .

In 1913 werd alles verkocht en verdeeld onder de familie. De rest van de familiegeschiedenis is besproken. Nu we een idee hebben van hoe de familie gestructureerd was en waar ze woonde, kunnen we overgaan naar de moord en hoe deze heeft plaatsgevonden.

Alles rond de moord op Tru Hendriks, 1 oktober 1911, Terhagen.
Het eerste huis is van Adam Michiel Hoeveler; het grotere huis met schuur was van Tru Dresen, zijn moeder.
Voordat de rechtszaak plaatsvond, vonden er verhoren plaats door de Marechaussee van Beek, waarbij ook Bertje Pijpers uit Catsop, gemeentelijk veldwachter, die ter plaatse aanwezig was na het incident en er bewijsmateriaal vond.
Door de Marechaussee in Beek werd het eerste proces-verbaal opgemaakt op 2 oktober 1911. Citaat:
‘Gemeentewachter B. Pijpers uit Elsloo had ons op de hoogte gebracht dat de avond ervoor, op 1 oktober 1911, mevrouw Hendriks in Terhagen, Elsloo, was mishandeld en bewusteloos was achtergelaten. Ook waren alle ramen naast haar woning, waar haar zoon Michiel Hoeveler woonde, ingegooid. Ik (Bert Pijpers), samen met Jacob van den Brand en brigadier Titulair van de genoemde koninklijke Marechausseebrigade, begon onmiddellijk een onderzoek op basis van instructies van de brigade-commandant. We constateerden dat in de woning van Jan Mathijs Hendriks, zijn echtgenote Gertrude Driessen in bed lag met een verbonden hoofd, blauwe plekken boven beide ogen had en bloeddoorlopen was. Ook was er een gapende wond boven haar rechteroog, vermoedelijk toegebracht door een scherp voorwerp.

Bertje Pijpers was gemeenteveldwachter van Elsloo, geboren in Catsop en woonde achter de Kapel. Zijn vader bekleedde dezelfde functie.

Marechaussee Maastrichterlaan no 37, Beek.

Deze foto is van 1919, dus 8 jaar na de moord en meer recent dan de bovenstaande foto.
Verder met het proces verbaal van de Marechaussee
‘Ik probeerde de vrouw aan het praten te krijgen, ondanks alle pogingen lukte dat niet. Haar echtgenoot, Jan Hendriks, die haar de avond ervoor in de gang had gevonden, had vanaf dat moment ook niets meer van haar kunnen horen. Bij de buren, in de woning van Michiel Hoeveler, waren alle ruiten verbrijzeld en waren er bloedspetters op de kozijnen te zien. Ik had meteen het vermoeden dat iemand met een verwonde hand vernielingen had aangericht. Op het dak van de woning vond ik een stuk berkenhout met bloedvlekken. Ook vond Bertje Pijpers, bij de spoorbrug, een stok berkenhout met bloedvlekken, ongeveer 100 meter van de plaats van het misdrijf.
Op de plek die toegang bood tot de woning van Jan Hendriks, dus in de gang waar Tru Driessen die aan haar verwondingen in de nacht tussen 2 en 3 oktober 1911 is overleden, lag een bloedplas.’.
Toelichting: Dokter Humblet, ook bekend als Humble, was een dokter die gratis werkte, daarom noemden ze hem ook wel de ‘armendokter’. Echter, men moest wel iets over hebben om hem te bereiken, want Reckheim was niet naast de deur. Men moest via Geulle de veerboot nemen om hem te bereiken. Daarnaast was er ook nog dokter Beckers uit Beek, die niet gratis was en ook nog wordt genoemd.
Onderstaand: foto van dokter Humble of Humblet (bron: Lieven Lemmens )
Volgende pagina: bidprentje van dokter Humble (bron: Lieven Lemmens) de dienaar van zijn ‘geliefde Maaslandsche menschen’.



Rechts het gebouw van de praktijk van dr. Humble. (Bron: Lieven Lemmens)
Verder met het proces- verbaal.
Jan Hendriks verklaart nog dat hij niet heeft gezien heeft wie zijn vrouw deze slag of stoot zijn vrouw heeft aan gedaan.
Verhoor van Michiel Heuvelers of Hoeveler, 51 jaar oud landbouwer.
Gisteren, dus 1 oktober 1911, kwam ik ongeveer kwart voor negen thuis vanuit Catsop naar Elsloo. Nauwelijks was ik in mijn woning toen Jan Frederix bij mij naar binnen kwam. Mijn dochter Trees had me al verteld dat hij tussen drie en 5 uur middags geruime tijd bij haar is geweest en dat ze bij een twist hem met een broodmes aan een hand verwond had. Jan Fredrix zei tegen mij: kijk eens wat jouw dochter heeft gedaan en toonde mij zijn bloedend hand; hij had deze in een doek gewikkeld. Er ontstond een twist, ik zei hem dat hij mijn dochter niet moet komen lastig vallen als ik niet thuis was. Waarop Jan Fredrix antwoordde dat zij hem zijn eer had aangetast tegenover de inwoners van Elsloo. Trees Hoeveler heeft verteld dat Driessen 10 weken zwanger is geweest van Jan Fredrix. Daarna heb ik Michiel Hoevelers, Jan Frederix buiten de deur gezet. Maar toen ik in gang kwam kreeg ik een klap met een stuk hout en werd ook verwond aan een hand maar ik kon niet zien wie dat was. Op het zelfde ogenblik zag ik dat er nog twee mensen in de gang stonden maar door de duister kon ik niemand herkennen.
Daarna de verklaring van Theodoor Daalmans, 32 jaar oud, schoenmaker, wonende te Elsloo.
‘Op zondagavond rond kwart voor negen liep ik samen met mijn vrouw langs de woning van Jan Hendriks te Terhagen. Ik zag Tru Driessen in de deuropening staan, we groetten elkaar. Ik zag dat er drie personen achter het huis van Michiel Heuvelers verdwenen, maar ik kon ze niet herkennen. Toen we ongeveer 50 tot 60 stappen verder waren, hoorden we het geluid van deuren en vensters die werden geslagen, en glasgerinkel. We zijn niet gaan kijken, dus we weten niet wie dit heeft gedaan.’ Zijn vrouw, Elisabeth Schreurs, verklaarde hetzelfde.
Uit het proces-verbaal:
“Naar aanleiding van deze verklaringen en de verstandhoudingen zijn de verdachten Peter Hubert Driessen en Jan Fredrix door ons in arrest gesteld en verhoord. Peter Hubert Driessen, die bij zijn vader inwoonde, genaamd Peter Hubert, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober ben ik niet uit huis geweest. Mijn ouders en Jacques Lemmens kunnen dit bevestigen, want Lemmens was tussen 7 en 8 uur bij ons thuis, en ik ben om 9 uur naar bed gegaan.’ Jacques Lemmens, 35 jaar oud, sigarenmaker, wonende te Elsloo, verklaarde dat hij op de avond van 1 oktober bij Peter Hubert Driessen thuis was om te praten over het pachten van een stuk land. De zoon, Peter Hubert, was ook binnen rond half zeven. Hij had klompen aan en was niet gekleed om uit huis te gaan. Anna Smeets, 51 jaar oud, huisvrouw van Peter Hubert Driessen, wonende in Terhagen, Elsloo, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober is mijn zoon Peter niet uit huis geweest. Het is onmogelijk dat mijn zoon betrokken was bij de mishandelingen of vernielingen.’ In de voormiddag van 2 oktober, rond negen uur, ontmoette ik Jan Fredrix in het veld. We spraken over de mishandelingen en vernielingen en dat mijn zoon was gearresteerd. Fredrix zei tegen mij dat hij niet wist wie de mishandeling had gedaan. Ik opperde dat Tieske dat wel gedaan zou hebben. Hij knikte met ja, bevestigend op mijn vraag. Daarna vertrok hij omdat hij naar Dokter Beckers in Beek moest om zijn hand te laten verzorgen.’

Verklaring van de verdachte Jan Fredrix, ongehuwd, sigarenmaker, woonachtig bij zijn stiefvader Jan Reubsaet en zijn moeder in Elsloo.
‘ Ik ben op 1 oktober 1911 ’s middags rond 6 uur in de woning van Heuvelers geweest, waar ik in een woordenwisseling met Theresia Heuvelers terechtkwam, omdat zij beweerde dat de dochter van Driessen 10 weken zwanger van mij was geweest. De twist escaleerde zo erg dat ze een broodmes pakte en mij vrij ernstig verwondde aan mijn rechterhand, waar veel bloed uitkwam. Ze deed dat omdat ik achter haar broertje aanzat vanwege dingen die hij had gezegd. Daarna heb ik het huis verlaten en ben naar Catsop gegaan. Rond half 8 ben ik teruggegaan naar de woning van Heuvelers. Toen ik binnenkwam en Adam Heuvelers zag, ontstond er weer ruzie en werd ik buiten gezet. Toen ik buiten stond, zag ik nog twee personen, maar ik heb ze niet herkend. Ik zag wel dat Mathijs Hendriks naar binnen ging bij Heuvelers. Ik ben alleen teruggelopen naar Catsop en heb geen glasruiten ingeslagen of mevr. Hendriks mishandeld. Toen hij door mij ondervraagd werd over wat ik in de ochtend van 2 oktober tegen Peter Driessen had gezegd, ontkende ik dit.”
“Verder in het onderzoek deelde Theresia Heuvelers ons mee dat ze er zeker van was dat Jan Molling erbij betrokken was geweest. Daarop hebben we deze persoon gearresteerd en ondervraagd. Maar hij verklaarde dat hij tussen half zeven en negen uur bij zijn schoonouders, Jan Reubsaet, was geweest, wat mijn onderzoek bevestigde. Daarna is hij vrijgelaten.
“Op de avond van 3 oktober is de verdachte Jan Fredrix opnieuw verhoord door de brigadier, nadat we hem op verschillende leugens hadden gewezen. Toen verklaarde hij het volgende: ‘Op de avond van 1 oktober 1911, rond half 8, ben ik samen met Ties Smeets en zijn broer Door Smeets vanuit het Café van Engelen in Catsop naar de woning van Adam Heuvelers gegaan.'”
Toelichting: Café Engelen was gevestigd in de Daalstraat Catsop

Toelichting:
De ingang van Café Engelen bevond zich bij de eerste deur. Op de foto zien we rechts de uitbaatster van die tijd, Marie Wijnen. Ze was getrouwd met Willem Engelen. Aan de linkerkant staan haar schoondochter Marie Beckers en haar kind Rietje Engelen. Marie Wijnen is hier geboren, terwijl Willem Engelen uit België kwam en hier is komen wonen door zijn huwelijk.

Dit is van het heden in 2023 waar Café Engelen stond. Uit een krantenartikel citeer ik Jan Pijpers, ook bekend als Sjeng van Bertje de velwachter. Jan Pijpers herinnert zich het ruige leven nog als de dag van gisteren. Vroeger, zegt hij, telde Catsop acht cafés. Op de kegelbaan van Café Engelen kon je haanslaan. Dat was een wrede sport. De deelnemers werden geblinddoekt en kregen een sabel waarmee ze een levende haan in twee stukken moesten zien te slaan. Hier werd ook het “dasse-biete” beoefend, wat bloederige gevechten tussen een hond en een das waren, waarbij weddenschappen werden afgesloten. In een krantenartikel van vrijdag 14 januari 1983. Mijn vader Thei Smeets vertelde me nog over die tijd dat de kegelbaan bestond uit een houten plank buiten.
Verder met het verhoor:
Wij spraken onderweg af om bij Heuvelers de boel kort en klein te slaan. Onderweg sneed Ties een stuk hout af waarvoor ik hem mijn mes gaf. Ik kreeg ook een stuk hout van Smeets. Toen wij aan de woning van Heuvelers waren ging ik naar binnen en bleven de gebroeders Smeets buiten aan de woning wachten. Toen ik binnen was ontstond er een ruzie, omdat ik tegen Heuvelers zei dat zijn dochter mijn goede naam had bezoedeld en daarna nog in mijn hand had gesneden. Heuvelers pakte me vast en zette me buiten de deur. Enige ogenblikken later zag ik zijn stiefvader van Heuvelers naar binnen gaan. Nauwelijks was hij binnen, besloten ik en Ties om de glasruiten te vernielen. Ik heb gezien dat Ties en ik alle glasruiten aan de woning kapotgeslagen hebben. Door Smeets heeft niets gedaan, althans ik heb hem niet zien slaan. Nadat we alles kort en klein hadden geslagen, zijn we weggegaan. Vrouw Hendriks (Gertrude Driessen) zagen wij aan de deur van haar woning staan, en zodra Ties dat ook zag, heeft hij haar met het bewuste stuk hout geslagen, wat ik duidelijk heb gezien. Daarna zag ik vrouw Hendriks achterover vallen. Ik heb mijn stuk hout op het dak van de woning van Hendriks gegooid, waarna wij allemaal richting Catsop zijn weggelopen. Ik heb de glasruiten vernield uit wraak vanwege wat Theresia Heuvelers had gezegd en de mishandeling.
Naar aanleiding van deze verklaring zijn Ties Smeets en ik gearresteerd en ondervraagd. Door Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd en mijnwerker wonend te Elsloo, verklaart na hem op de ernst van de zaak te hebben gewezen, het volgende: Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half acht, ben ik in gezelschap van mijn broeder Ties en Fredrix het café van Engelen uit gegaan. Ik zag dat Fredrix ernstig gewond was aan zijn rechterhand, en Fredrix zei dat Theresia dat had gedaan. We spraken af om bij Heuvelers alles kort en klein te slaan, wat Fredrix voorstelde. Mijn broeder heeft onderweg een stok afgesneden en daarna zijn we naar de woning van Heuvelers gegaan. Toen we daar waren, is Fredrix bij Heuvelers naar binnen gegaan. Hij was nauwelijks binnen toen hij door Heuvelers naar buiten werd gegooid. Daarna zag ik dat mijn broer en Fredrix de glasruiten kapot sloegen met een stuk hout. Nadat ze de glasruiten hadden vernield, liepen we weg. Maar toen we langs de woning van Hendriks liepen, zagen we dat mevrouw Hendriks aan de deur van haar woning stond. Mijn broer sloeg haar met een stuk hout tegen het hoofd, waardoor ze achterover viel. Daarna zijn we weggegaan in de richting van Catsop. We hebben nog een glas bier gedronken bij caféhouder Engelen en daarna zijn we naar café Bartels gegaan. Vervolgens zijn Fredrix en ik naar mijn woning gegaan, waar Fredrix ook heeft geslapen. Ik heb geen glasruiten vernield omdat ik spijt had dat ik met Fredrix was meegegaan.
De verdachte Tieske Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd brikkenbakker (bijgenaamd Kromme Tieske) en woonachtig te Elsloo, verklaart aanvankelijk helemaal niets te weten van de mishandeling met dodelijke afloop en de vernielingen, en ontkent alles. Doch bij een nader verhoor verklaarde hij als volgt:
Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half 8, ben ik in gezelschap van mijn broeder Door vanuit Café Engelen te Catsop naar de woning van Heuvelers in het Terhagen gegaan. We spraken onderweg af om daar de boel kort en klein te slaan, waarvoor ik een stuk hout heb afgesneden met een mes van Fredrix. Toen wij bij de woning van Heuvelers aankwamen, is Fredrix naar binnen gegaan, maar nauwelijks was hij binnen of werd hij door Heuvelers naar buiten geworpen. Toen Fredrix buiten was en de deur van Heuvelers’ woning gesloten was, heb ik met Fredrix de glasruiten bij Heuvelers stukgeslagen. Vervolgens zijn we weggegaan, maar toen wij langs de woning van Hendriks liepen, zag ik dat mevrouw Hendriks aan de buitendeur van haar woning stond. Omdat ik bang was dat die vrouw had gezien dat wij de glasruiten hadden stukgeslagen, heb ik haar opzettelijk een slag met het stuk hout tegen het hoofd toegebracht. Daarna zijn we weggelopen richting Catsop, waar we ons verspreidden. Ik had echter niet de bedoeling om mevrouw Hendriks dood te slaan en ik betreur het dat zij aan de gevolgen is overleden.
Na voorlezing verklaart de verdachte dat deze verklaring overeenkomt met de waarheid, zoals gesteld blijkt uit de ondertekening van de verdachte. Ondertekend, Ties Smeets
De verdachte Ties Smeets, alsmede Jan Fredrix en de getuige Door Smeets, zijn met elkaar geconfronteerd waarbij hun verklaringen overeenkwamen. De verdachte Peter Hubert Driessen is na afloop van het onderzoek wederom in vrijheid gesteld omdat uit de verklaring is gebleken dat hij niet heeft deelgenomen aan de vernielingen en mishandeling. De getuige Door Smeets is na zijn verhoor eveneens in vrijheid gesteld.
Stukken hout, die door mij in beslag zijn genomen en waarmee de mishandeling en vernielingen zijn gepleegd, zijn aan de verdachten getoond en zij hebben deze herkend als het hout dat zij hebben gebruikt bij het plegen van voormelde misdrijven.
De heer Beckers, arts alhier, is door mij benaderd voor het onderzoek van mevrouw Hendriks. De verslagen van het onderzoek worden door middel van een schriftelijke verklaring bijgevoegd.
Het lijk van Gertrude Driessen, die in de nacht van 2 en 3 oktober is overleden, is door mij in beslag genomen en zal bij de komst bij justitie worden vrijgegeven aan de heer rechter-commissaris belast met de instructie van strafzaken bij de rechtbank in Maastricht. De geboorteakte van de verdachte en het proces-verbaal van de beslagname en overdracht van het lijk worden erbij gevoegd.
Volgens verkregen informatie hebben de verdachten een ongunstige reputatie. De verdachten worden op 5 oktober voor de heer officier van Justitie geleid om ter beschikking te worden gesteld bij de lijkschouwing te Elsloo.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door mij, brigadier Titulair vernoemd, op mijn ambtseed en gezonden aan de heer officier van justitie te Maastricht.
Gesloten te Beek op 4 oktober 1911 Ondertekend door Jacob van den Brand
Na dit verhoor en de bekentenis van de verdachte komt er een rechtszaak. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan, maar dit leidt tot dezelfde conclusies als door de marechaussee is opgesteld. Er wordt ook een onderzoek uitgevoerd op Tru Driessen om de doodsoorzaak vast te stellen en te bepalen of dit door de slag is gekomen. De rechtbank stelt daar artsen voor aan voor een lijkschouwing die naar Elsloo komen.

De rechter-commissaris heeft het lijk overhandigd aan de volgende artsen, te weten Dokter Beckers, de geneesheer Nijst, en Schmedding, om de doodsoorzaak te onderzoeken. Tevens zijn mijn overgrootvader, Theodoor Collard, een 43-jarige landbouwer, en Bert Pijpers, een 54-jarige gemeenteveldwachter wonend te Elsloo, gevraagd om de identificatie van het lijk uit te voeren.

De heer Schmedding was afkomstig van Maastricht, waar hij als chirurg werkzaam was.
De details van het onderzoek zal ik achterwege laten, maar de artsen hebben bewezen dat de slag met het hout de oorzaak van het overlijden is geweest.
Vóór de voorgeleiding van Ties aan de rechtbank werd er gekeken naar al zijn documenten om te achterhalen of hij eerder met justitie in aanraking was geweest.

Dus Ties had nog wat gestroopt op 16 jarige leeftijd en kreeg daar een boete voor in 1899.

de uitspraak

Uiteindelijk krijgt hij 3 jaar gevangenisstraf en moest naar Breda naar de gevangenis.

Op 5 oktober krijgt hij zijn ontslag .
Toen men destijds in de gevangenis belandde, werd er een foto gemaakt. Dit is de foto van Ties Smeets, en hij heeft zijn straf uitgezeten. Ties zette zijn leven voort, stichtte een gezin in Duitsland en kreeg verschillende kinderen.
Ik heb nog een foto ontvangen van brikkenbakkers van Guus Peters, met de mededeling dat deze iets te maken zou hebben met Hoeveler. Ik weet hier echter niets van, want het zijn twee foto’s, maar er was er één.


Dus dit is eigenlijk een foto waarop je de kinderen ziet die de brikkenvormen vasthouden voor de foto. Destijds was het normaal dat kinderen aan het arbeidsproces deelnamen. Het lijkt mij een erg oude foto, maar wie erop staat, heb ik geen idee van. Ze zou aan de familie Hendriks of Hoeveler verbonden zijn.
Verkoop goederen van Jan Hendriks Terhagen

Dit zijn de onroerende goederen die verkocht worden de nummers komen straks terug in de notariële akte.

Hier vond de verkoop plaats en waren alle leden van de families Hendriks en Hoeveler aanwezig of hadden zij een vervanger aangewezen.
We gaan over naar de notariële akte en ik moet meteen vermelden dat sommige handschriften niet te vertalen waren, maar ik heb een poging gewaagd.
Het is belangrijk te vermelden dat deze aktes informatie bevatten over waar de kinderen op dat moment woonden en met wie ze getrouwd waren. Dit is van grote waarde voor een gedegen stamboomonderzoek.
Op de tweeëntwintigste oktober negentienhonderd dertien, ’s middags om drie uur, vond deze gebeurtenis plaats in de herberg van Hubert Janssen-Marchal te Elsloo, in aanwezigheid van:
Verder waren Jan Hendrix, koopman en wonende te Elsloo, als voogd van de minderjarige Hoevelers aanwezig.
Ik, Jacobus Hoefer, notaris van Beek, benoemd voor het afhandelen van de volgende onroerende goederen in de gemeente Elsloo.
Nummer een: een huis met stallen en tuin gelegen in het Terhagen, kadastersectie C nummer 2064, het gehele noordwestelijke deel afgepaald van nummer 2065, ongeveer 3 are en 35 centiare groot. Volgens verklaring van de erfgenamen staat het perceel kadestraal perceel sectie C nummer 2065 geheel, groot drieënvijftig aren, op naam van Adam Michiel Hoeveler, die het overneemt.
Daarna volgen voorwaarden, hypotheken, grondbelastingen, etc. die ik zal overslaan en doorgaan met wie wat heeft gekocht:
Partijen verklaren dat zij geen titels van aankomst of bewijzen van eigendom kennen voor de genoemde onroerende goederen, noch weten dat die bestaan of zijn overgedragen zoals zij weten of blijkt uit de documentatie.
De comparanten zijn mij, de notaris, bekend. In de twaalfde en dertiende regel van de eerste bladzijde zijn woorden doorgestreept en vervangen door andere woorden.
De verdere geschiedenis van de familie Hoevelers.

Adam Michiel Hoeveler, geboren in 1860 en overleden in 1944 .

Het gezin Hoeveler staat hier in zijn geheel op en de moeder Anna Marie Hendrix schenkt nog een drankje in.
Anna Maria Hendrix, geboren in 1860, overleed aan een longontsteking in 1905 in het huis in Terhagen. Na haar overlijden hertrouwde Adam Michiel niet en bleef bij zijn kinderen wonen, naast zijn moeder.
Tot slot
Dit is mijn persoonlijke reconstructie van de tragische moord op mijn betovergrootmoeder, Gertrude Driessen. Een waargebeurd verhaal dat destijds de kranten haalde en waarvan de sporen tot op de dag van vandaag voelbaar zijn in mijn familiegeschiedenis.
Mijn bedoeling met dit verhaal was niet om iemand te kwetsen, maar om een stuk verleden tastbaar te maken, zoals het mogelijk was in die tijd. Ik heb geprobeerd zo zorgvuldig en respectvol mogelijk te werk te gaan, met oog voor zowel de feiten als de gevoelens van betrokkenen en hun nazaten.
Mocht iemand zich toch gekwetst voelen of ergens moeite mee hebben, dan hoor ik dat graag. Alleen in openheid en met wederzijds begrip kunnen we het verleden een plek geven.
Dank voor het lezen.
Leentje de Wever is in 1774 na een rechtszaak en aansluitend oordeel verbannen uit Elsloo, en keert later terug in Catsop. We gaan terug in de geschiedenis in Catsop en gaan zoeken waar hij gewoond heeft. ‘Leentje’, zijn voornaam duidt erop dat hij niet groot van stuk zal zijn geweest, en wever was zijn beroep. Het weven was in die tijd voor velen de inkomstenbron. Men maakte vaak stof van vlas, in fabrieken of op een grote boerderij voor de vlasverwerking, ook bij molens. Midden in de 18e eeuw was in Europa geen katoen meer verkrijgbaar uit Indië, dus moest op een nadere manier worden voorzien in de behoefte aan stof en kleding.

Of hij in Catsop terecht is gekomen via werk is niet erg waarschijnlijk, eerder door zijn echtgenote, Elisabeta Lemmens (Catsop; ze trouwen in 1766). Zij is een dochter van Houber Lemmens en Lucia Penders, maar een geboorte-inschrijving van haar ontbreekt. Aannemelijk is dat Elisbatha enkele jaren na de geboorte van haar broer Mathieus Lemmens (1727), dus ongeveer in 1729 of 1730 is geboren. Immers inschrijving in de burgerlijke stand was eerst sedert de Franse tijd in 1811 verplicht. Haar voornaam wordt op verschillende manieren aangegeven: Elisabeta, Liesbeth, Catharina, en Anna Elisabeth. Reden was het niet machtig zijn van lezen en schrijven. Ten tijde van haar overlijden in 1811 was het wel verplicht een akte te maken en daar stond de bevestiging in dat ze inderdaad een dochter was van Hubert Lemmens en Lucia Penders.

Bovenstaand de originele huwelijk inschrijving d.d. 4 oktober 1766. Getuige is Jacob Penders, familie van Elisabeta Lemmens, Lucia Penders. Jacob Penders is een kind van een broer van Lucia Penders. De in de akte genoemde Maria Smeets zou familie van Penders kunnen zijn.
Leentje en Elisabeta kregen twee kinderen; zie hier onder.

Doopregister van Maria Helena Geurts. De doopgetuigen zijn een broer van Elisabeta Lemmens en de moeder van Leonardus Geurts, Helena Lindeman.

De tweede dochter is Maria Lucia Geurts. Doopgetuige is Margarita Lemmens, een zus van Elisabeta Lemmens.
Zoals aangegeven zijn de moeder van Elisabeta Lemmens Lucia Penders, oftewel wed. Houb Lemmens. Uit het gichtregister (zie hieronder) kan worden afgeleid waar de latere woning van Elisabeta Lemmens was gelegen.


Ten overstaen van d’ondergetekende schepenen compareerde op heeden den 19 februarij 1750 den eers(aeme) Peter Penders, ingezeten van Hoensbroek, in huwelijk met Elisabeth Cilissen, den welke verclaerde bij titul van coop en vercoop op en overgedragen te hebben seeker huijs, camer en de helfte van een huijsweijde, groot ontrent eenen halven morgen, gelegen tot Catsop, soo en gelijk als aen hem comp(aran)t bij scheijdinge en deijlinge onlangs is toegevallen. Reijgen(oten): ter eenre Mathijs Habets, ter andere dheere Grave. Alhier, gelijk hij comp(aran)t in vollen eijgendom overdraegt, cedeert en transporteert mits deesen aen en in behoeft van de wed(uwe) Houb Lemmens, alhier present, en voorn(oemd) huijs, camer en weijde in coop accepteerende int’ geheel om en voor de somme van f 250, in mindernisse van alwelke coopprijs alhier is dienende alsulk capitaal van een honderd g(u)l(den)s in behoeft van d’erff(genaemen) Peter Hagens geweest, verclaerende hij cedent van de resteerende somme van f 150 gulden vergenoegt en voldaen te weesen, renuntieerende ten dien eijnde op d’exceptie van ongetelden gelde, daer over van ons geertioneert zijnde, spreekende mits dien voor goede gigte, cessie en transport, mitsgaders voor alle calengien en naemaeningen, soo binnen als buiten s’jaers, stellende en surrogeerende vervolgens hij, cedent, de copersse over al in sijns cedents plaetze, steede regt en geregtigheijd, onder obligatie en verband als nae regten met consent in de realisatie deses waar nodig, welken volgens is de voorm(elde) coopersse int’ geceedeert land in deesen onder den voors(chreven) last van bovenstaende capitaal van honderd g(u)l(den)s gegigt en gegoed naar defer banke regt en in hoeden van regt gekeert, salvo jure cujus libet. Was geteekent ende gehandmerkt merk x van Peter Penders, teken van x wed(uwe) Houb Lemmens, verclaerde niet connende schrijven. L. van Hees, scab(inu)s Peeter Bovens, S. W. Roemers, secr(etar)is.
Vertaald
Op heden, 19 februari 1750, verscheen voor ondergetekende schepenen de eerzame Peter Penders, een inwoner van Hoensbroek, gehuwd met Elisabeth Cilissen. Hij verklaarde dat hij, bij wijze van koop en verkoop, een zeker huis, een kamer en de helft van een huisweide, ongeveer een halve morgen groot, gelegen in Catsop, heeft overgedragen, zoals hem onlangs is toegekomen door een scheiding en verdeling. De aangrenzende percelen zijn van Mathijs Habets aan de ene kant en van de heer Grave aan de andere kant. De Heer Grave is de kasteelheer en stelde deze woning waarschijnlijk ter beschikking aan zijn veldbode.
Hij draagt hierbij in volle eigendom over, cedeert en transporteert aan en ten behoeve van de weduwe Houb Lemmens, hier aanwezig, het genoemde huis, de kamer en de weide in hun geheel, tegen een bedrag van 250 gulden. Dit in mindering van het kapitaal van honderd gulden, zoals verklaard door de erfgenaam Peter Hagens, verklaart de cedent tevreden en voldaan te zijn met het resterende bedrag van 150 gulden, afstand doende van het recht op ongeteld geld waarover we geïnformeerd zijn, en verklaart dit als een geldige overdracht, cession, en transport, evenals voor alle schuldvorderingen en navolgingen, zowel binnen als buiten het jaar. Hierbij stelt en vervangt hij, de cedent, de kopers in zijn plaats, met volledige rechten, onder pand en verplichting volgens de wet, met toestemming voor de uitvoering hiervan indien nodig. De genoemde kopers hebben het overgedragen land onderworpen aan het bovengenoemde kapitaal van honderd gulden, overgedragen en gevestigd volgens de wet, behoudens enig recht van wie dan ook. Getekend en gemerkt met het merkteken x van Peter Penders, het merkteken x van weduwe Houb Lemmens, verklaarde niet te kunnen schrijven. L. van Hees, schepen. Peter Bovens, S. W. Roemers, secretaris.
Dus: Peter Penders (gehuwd met Elisabeth Cilissen) verkoopt voor 250 gulden een huis en een kamer en de helft van een huisweide aan de weduwe van Houb Lemmens (Lucia Penders). De verkoper had het verkochte goed onlangs geërf. De koper hoeft slechts 100 gulden te betalen.
Omdat 150 gulden nog ten laste stond van de verkopers (ze had dus geld geleend daarvoor) moest die lening worden terugbetaald aan de erfgenamen van Peter Hagens. Dat betekent ofwel dat de koper een erfgenaam van Peter Hagens was die geërfd heeft, ofwel dat de koper van het huis, kamer en weide, de weduwe van Houb Lemmens, die obligatie overgekocht heeft van de erfgenamen Peter Hagens. Zo specifiek legt de akte het niet uit.
Het einde van de akte zijn bijna allemaal standaardzinnen die je vaker zal tegenkomen. ‘Renunciatie op de exceptie van ongetelde gelden’ betekent dat het te betalen geld bij het opstellen van de akte niet overhandigd werd in het bijzijn van de notaris, secretaris of getuigen, maar dat het geld ervoor reeds aan de verkoper werd overhandigd. Achteraf kon de verkoper niet klagen dat hij zijn geld niet had gehad.
Op het einde staat dat ze de last op het pand van (100 gulden) overneemt van de koper. Daarom krijgt ze 100 gulden korting op de verkoopprijs van 250 gulden.
Dat betekent dat de lening blijft doorlopen en de koopster jaarlijks rente dient te betalen aan de schuldeisers, te weten de erfgenamen van Peter Hagens.
Dus Lucia Penders, de moeder van Elisabeta Lemmens koopt dus hier een woning van Peter Penders en Elisabeth Cilissen ( later: ‘Celissen’). Elisabeth Cilissen is geboren in Hoensbroek en daar gaat Peter Penders ook wonen, aldus de gicht. De naam Penders werd eerder ook geschreven als ‘Pendrez’. Maar wat is de relatie tussen Peter van Lucia? Het is familie, zo beschrijft de stamboom van Op de Camp (bron. https://www.genealogieonline.nl/.) Dan zou het een zoon zijn van een broer van Lucia Penders, genaamd Mathijs Penders. Zie onderstaande link.
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-stein-en-omgeving/I47255.php
Onderstaand een gicht van Leonard Geurts; hij kocht een stuk grond. Dit ten overstaan van de heren J.Frederix, M.P. Frederix en J.W. Roemers, schepen van de Baronie van Elsloo. 10 Jaar later dezelfde personen die hem – tevergeefs zoals later zal blijken – naar de schandpaal wilden brengen.


Leonard Geurts koopt een stuk grond van Peter Lenders (kan later ‘Lenaerts’ zijn geworden) en zijn echtgenote Sibille Hagemans.
Het gaat om een stuk land van 48 roeden uit een stuk land van 144 roeden, liggend op de gebroken weide, uitschietend naar de Horsterweg en naast de weduwe van Jan Pijls. Hij moet wel erfpacht betalen aan de kasteelheer Grave.
Aangegeven wordt dat hij wederdeiling heeft, dus vermoedelijk zat er een vat rogge erfpacht op, en dat Leonard Geurts daar een derde van betaalt. Verder staat er dat de koop wordt geaccepteerd en een notaris het heeft bezegeld voor een bedrag twee en halve stuiver. ‘Was getekend, J.W. Roemers’; mogelijk had Roemers hier twee petten op: hij was Schepen van Elsloo en notaris van Maastricht.


Bovenstaand de notariële akte van 1769, getekend door J.W. Roemers. Moeilijk leesbaar, maar waarschijnlijk dezelfde tekst als in het gichtregister.
Vijf jaar later, op 14 november 1774, wordt Leentje beticht van iets wat we niet weten, maar er is wel een oordeel over hem geveld blijkens een rechtszaak in Maastricht.
Sententie ……..In Zake D’Edel Gestrenge Heer J.C.L. De Limpens, Drossard dezer vrij Heerlijkheijd en Baronie Elsloo, nomine officij Klager ……..Tegens Leonardus Geurts fugitive, ad valvas geciteerde en beklaegde | |
| Visis actis als naementlijk alle de verbaalen in zake gehouden, ons decreet van Corporeele apprehensie ten Laste van den Beclaagde gegeven, de feijten van Belastingen en conclusie van d’Heer Clager tegens denzelven fugiti- ven genomen, en verders alle acten en actitaten in zake ingedient en onder behoorlijcken inventaris Gefourneert, en op alles gelet, waer op te Letten stonde of conde moveeren en signantelijk op ons Decreet van versteck nae voorgaande behoorlijcke, geaffigeerde en gerelateerde Citatiën edictaal in zake opgevolgt, Schepenen der vrij Heerlijkheijd en Baronie Elsloo met assumptie der Heeren C. Otzeling H. Milliard en H.M. Nijpels schepenen der Heerlijckheeden Eijsden, Bemelen en Mechelen op de Maese, mitsgaders van een onpartijdig Regtsgeleerde ter manisse van den Eerst præsiderende in zake in Contumaciam Regt doende, Bannen den voorsz. Beclaegde Leonardus Geurts voor altoos uijt dese vrij Heerlijckheijd en vrij Baronie, met interdictie van noijt in dezelve te mogen verschijnen. op poene van daar inne bevonden wordende, zwaerder te worden gestraft. Met Condemnatie van den zelven in de Costen en misen van justitie ter onser Taxatie en moderatie met confiscatie van goederen. Actum op den ouden stadhuijze binnen Maestricht nae bekomene territorium Den 14 novembris 1774 J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi C.Otzeling – H.M. Nijpels – H.Milliard Gepronuntieert den 17. novembris 1774 na voorgaenden klockenslagh aen de Kaeck tot Elsloo ten overstaen van dheeren Drossard en Schepenen Röomers, P.Frederix, Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassumeerte schepen C. Otzelingh | |
| me presente quod Testor ……..J.W. Roemers ……..Secretaris | |
Deze verklaring is uitgesproken ‘aan de kaak’, en dat is in Elsloo.

Dat zou dan geweest zijn waar nu het kapelletje staat: kruising Kaakstraat, Raadhuisstraat (Straatje), daar werd dit oordeel uitgesproken maar Leentje was er niet, hij was gevlucht.
Hier onder een vertaling van het document.
Sententie
In de zaak van
De Edel Gestrenge Heer J.C.L.
De Limpens, Drossard van deze Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, in naam van het openbaar ministerie, de aanklager tegen Leonardus Geurts, voortvluchtige,
gedagvaard en
beschuldigde
Na kennis te hebben genomen van alle documenten in deze zaak, met name alle verslagen die in deze zaak zijn opgesteld, ons bevel tot de fysieke aanhouding van de beklaagde, de feiten met betrekking tot belastingen, en de conclusie van de aanklager tegen de voortvluchtige, evenals alle andere documenten die in deze zaak zijn ingediend en behoorlijk zijn geïnventariseerd, en na zorgvuldige overweging van alles wat relevant is en wat mogelijk aanleiding zou kunnen geven tot overweging, met name ons bevel tot verberging na behoorlijke, openbare en gerelateerde citaties in deze zaak, zijn de schepenen van de Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, met de aanwezigheid van de heren C. Otzeling, H. Milliard en H.M. Nijpels, schepenen van de Heerlijkheden Eijsden, Bemelen en Mechelen aan de Maas, evenals een onpartijdige jurist in de positie van de Eerst President in deze zaak, in afwezigheid van de beklaagde, recht doende in verstek, de hierboven genoemde beklaagde, Leonardus Geurts, voorgoed verbannen uit deze Vrije Heerlijkheid en Vrije Baronie, met het verbod om hier ooit nog te verschijnen, op straffe van zwaardere straffen als hij daar wordt aangetroffen. Met veroordeling van dezelfde tot de kosten en uitgaven van justitie, naar onze schatting en beoordeling, met inbeslagname van goederen. Gedaan op het oude stadhuis in Maastricht, na ontvangst van territorium (waarschijnlijk een juridische term). Op 14 november 1774.
J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi C. Otzeling – H.M. Nijpels – H. Milliard
Uitgesproken op 17 november 1774 na het luiden van de klokken aan de Kaak te Elsloo, in aanwezigheid van de heer Drossard en schepenen Röomers, P. Frederix, Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassisteerde schepen C. Otzelingh.
“Ik getuig hierbij dat ik aanwezig ben”
Secretaris
J.W. Roemers
Dus die schepenen zoals J.W. Roemers die hadden verschillende petten op, hij was b.v. ook notaris in Maastricht, dat was in die tijd de normaalste zaak van de wereld, er was toen nog geen sprake van het scheiden van machten, en een verbod op belangenverstrelling was er niet. Nepotisme (vriendjespolitiek ) was bovendien erg geliefd en gebruikelijk in die tijd. Hoe meer petten, hoe beter. Notarissen waren bijvoorbeeld vaak tevens procureur (advocaat) . Het feit dat Roemers schepen was van de bank Elsloo wil zeggen dat hij ook grote grondbelangen had in Elsloo, want zonder grondbezittingen werd je geen schepen.

Het begrip “Heerlijkheid” en “Heerlijke rechten” is nauw verbonden met het leenstelsel, ook wel feodalisme geheten. Het was gebaseerd op de gedachte dat op een stuk land een aantal rechten zaten zoals tolrecht, jachtrecht, het recht om er te wonen, akkers te bebouwen, het land te besturen en de inwoners op dat land fiscaal te belasten en te berechten indien nodig.
Een graaf of hertog kon die rechten naar willekeur in (bruik)leen geven aan een leenman. De graaf of hertog bleef dan wel eigenaar van de grond. Deze (bruik)leen kon gebeuren tegen betaling, maar werd ook wel gedaan als beloning voor militaire steun die de graaf had ontvangen van de leenman. Een dergelijke overeenkomst resulteerde in een heerlijkheid. De leenman in zo’n heerlijkheid had dus een soort contract met de landsheer. De rechten die de leenman (meestal “heer” genaamd) in leen kreeg, bestonden meestal uit het recht tot de benoeming van veel functionarissen zoals de pastoor, de kapelaan en de koster. Daarnaast mocht de leenman accijnzen, verschillende belastingen en tollen heffen.
Maar Elsloo was ook een Baronie.
Een baronie ( Latijns, baronia), is van origine een vorm van bezit of houderschap en een regeringsvorm waarbij de absolute macht bij één persoon berust, de baron, baanrots, bannerheer of baanderheer Deze landsvorm ontstond in de late middeleeuwen binnen het leenstelsel. Het was een zogenaamde vrije heerlijkheid en het grondgebied werd door een vorst uit diens eigendom aan een persoon toegewezen voor bewezen militaire of andere diensten. De baron mocht op het slagveld een eigen banier voeren en leverde in de regel meer krijgslieden voor veldslagen dan andere ridders. (bron. https://nl.wikipedia.org/wiki/Baronie )
Dus de kasteel heer Grave d’Arberg had alle macht en recht over hetgeen er in Elsloo gebeurde. Maar als men het oordeel van Leentje leest ziet men dat de kasteelheer hulp heeft gezocht.
Waarschijnlijk is, dat Leentje al voorbeelden had gezien en gehoord waar het niet goed mee afliep.

De voorafgaande lijst bevat namen uit het overlijdensregister van Elsloo van opgehangen Bokkenrijders. Er werd normaal geen inschrijving gedaan van de ‘goddelozen’ maar schijnbaar is er toch een los velletje bij het overlijdensregister gedaan. En hebben we het nog niet over de mensen die verbannen werden of gevlucht zijn. Dus heel veel gezinnen in Catsop waren ontwricht ze hadden kinderen groot of klein en moesten zich staande houden door en met familie. Bedelen mocht niet en zwerven ook niet. Hier staat ook een naam bij die ik nog niet ontdekt had en zeker nog ga onderzoeken. De rest is meerdere maten wel bekend.
Het ontcijferen van de Latijnse tekst bovenaan heb ik een poging ondernomen.
Bewaarde namen van de overledenen, lieve parochianen, die zijn verzameld in de registers die zijn ingeschreven zoals het kan worden gevonden in het vliegensvlugge schema na de negende orde van de registers. De namen van de overledenen werden echter opgeschreven in het schema in de volgorde waarin ze voorkomen (zijn opgehangen) in de lijst van overledenen.
In een tijdsbestek van ongeveer 5 maanden hingen de autoriteiten 21 mensen op.
Dus Leentje is veroordeeld op 14 november 1774, de laatste is opgehangen op 16 mei 1774. Leentje had voorbeelden genoeg gehad; hij heeft het schijnbaar zien aankomen. Hij heeft zich zeker martelingen kunnen besparen. In die tijd werd er niet gesproken van ‘bokkenrijders’ ik heb dit vaker gemeld, wel over “eene groote en beruchte bende nagtdieven en knevelaers, gauwdieven en goddelozen“. Maar of dat voor iedereen zo is geweest is lastig te achterhalen, wat we wel weten is, dat er honger en virussen heersten. De kerk straalde angst uit en geestelijken werden er zelfs overvallen. Want in die tijd was er veel armoede maar de kerken werden steeds groter en rijker. Dus de ongelijkheid was enorm. Maar criminelen zullen er zeker zijn geweest en die zullen ook niet gauw bekennen. Er werden dus kosten gemaakt door schepenen, chirurgijns (artsen die tijdens de martelingen konden worden ingeschakeld), rechters etc.

Franse telling nummer 143 en daar staat Leonardus Geurts (verbeterd) en Elisabeth Lemmens en hun kinderen
Blijkens de eerste telling onder de Franse tijd kwam Leentje terug in Catsop. Waar hij in de tussentijd is geweest is onduidelijk en zal niet te achterhalen zijn. Maar er waren veel landen om ons heen waar ze naartoe konden gaan. Gezinnen omvatten vaak meerdere generaties: kinderen hadden huisvesting nodig en ouders waren vaak afhankelijk van de kinderen. Het gezin Geurts heeft de gerechtskosten moeten betalen dus ze hebben misschien land moeten verkopen, ze gaan niet gauw uit hun huis. Want bedelen en zwerven was in Elsloo verboden. Voor de mensen die ervoor in aanmerking kwamen was er een armenkast. Of dit hier ook het geval is geweest is ook moeilijk te achterhalen maar als het huis van Elisabeth Lemmens is geweest kon dit niet zo maar in beslag worden genomen. Toch zijn daar wel voorbeelden van, dus uitgaande van de tekst van het gichtregister van 1750 zou het huis van Lucia Penders afkomstig zijn geweest en later overgenomen door haar jongste dochter Elisabeth Lemmens.

Bovenstaand een voorbeeld van een gift door de graaf.
De woning van Elisabeth Lemmens en Leentje Geurts.

De Franse telling begon op de kruising het Kempken- Daalstraat en liep dan de straat op naar boven. Men liep huis voor huis af en noteerde de leeftijd en de kinderen; men wilde weten hoe oud iedereen was. Vooral bedoeld voor soldaten voor het leger maar ook om straks de burgerlijke stand in te vullen. Sjoemelen met leeftijden was wel mogelijk, maar vrijwel iedereen was analfabeet en als men ingeschreven stond in een kerkelijk register, waren die gegevens toch wel bekend. Onder nummer 143 staan Leentje Geurts en zijn echtgenoot Elisabeta Lemmens en hun twee dochters. Ook enkele andere bewoners staan vermeld. Tellend vanaf huis 1 is het huis van Leentje huis 11, hoewel dat niet alles zegt: er zijn huizen waar meerdere personen wonen. Dus het huis waar Leentje woonde bestaat uit twee kamers: een van Nicolaas Bovens en een van Leentje Geurts. Nicolas Bovens had er schuren bij, Leentje niet. Die had een tuintje voor zijn huis, meestal een moestuin. Maar voor Catsop van nu was het de Daalstraat, dat staat vast.

Nou zal bij deze inschrijvingen niet alles helemaal kloppen maar men kan wel e.e.a. controleren. We weten de geboorte van Leonard Geurts als de telling in 1796 is geweest en bepalen zijn leeftijd op 53 jaar, dan zou dan zou zijn geboortejaar 1742 zijn. Dat is van 1741, dus zijn de gegevens correct. Van Elisabeth Lemmens is dat wat moeilijker omdat er geen geboorte inschrijving is geweest, maar bij haar overlijdensakte in 1811 was ze 80 jaar; dan zou ze geboren zijn in 1731. Ze is bij de Franse Telling 61 jaar dus dan zou ze ongeveer van 1734 zijn, dus daar zit wel een (klein) verschil in. Bij hun dochters klopt het ongeveer; er zit ongeveer een jaar tussen.
Leentje de wever stierf op 31 juli 1806 en Elisabeta Lemmens in juni 1811, circa 80 jaar oud.


De bovenstaande sterfakte (vanaf 1811 verplicht) bevat, globaal genomen, de volgende informatie.
In het jaar achttienhonderd elf op de eenentwintigste juni om één uur bij de burgemeester ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Elsloo kanton Meerssen arrondissement Maastricht afdeling van de benedenmaas verscheen Jean Joseph Janssen vijfendertig en Willem Kreugers, vijfendertig jaren, kleermaker zijn buurman en oud bewoners? die verklaarden dat de genoemde negen juni om half zes ’s ochtends Elisabeth Lemmens, leeftijd tachtig jaar oud, dagloner, is gestorven in het huis ? van wijlen Leonard Geurts dochter van wijlen Hubert Lemmens en van Lucie Penders, overleden in het huis in Catsop is overleden gemeente Elsloo dan ? met ons de huidige akte te schrijven nadat deze aan hem is voorgelezen Bovens loco-burgemeester.
Wat het belangrijkste is in deze verklaring is, dat de ouders Van Elsiabeth Lemmens hier op staan: Houbert Lemmens en Lucia Penders. De getuigen Jan Joseph Janssen is de schoonzoon en Willem Krugers kan ik nog niet thuis brengen er woonde destijds een Kreugers in het huis waar later Gus Cobben woonde in de daalstraat maar dan in een andere woning maar hij droeg een andere voornaam.
“Om de locatie waar Leentje heeft gewoond te verduidelijken, heb ik de oude kadasterkaart van de Fransen gebruikt en nummers toegevoegd op basis van de Franse telling. Deze nummering is gebaseerd op de telling van 1792, toegepast op een kaart van 1820. Op de kadasterkaart worden perceelnummers weergegeven, soms met hogere nummers, bijvoorbeeld boven de 1000. Deze nummers hadden betrekking op gebouwen uit de Franse tijd, zoals schuren, en bieden waardevolle aanwijzingen.
Mijn bevindingen zijn ook gebaseerd op de tweede telling van 1825 en zijn vaak bevestigd wanneer er sprake was van opvolging binnen familieleden. Vanaf 1818 zijn de Memories van Successies een waardevolle informatiebron geweest; daarvoor waren er gegevens van notarissen beschikbaar. Later werd het kadaster ingevoerd. Door deze verschillende gegevensbronnen te combineren, kunnen we met een hoge mate van waarschijnlijkheid de historische feiten achterhalen.”

Bovenstaand de kadasterkaart 1820, te beginnen bij de splitsing Kempken- Daalstraat. Ik heb iedere woning een nummer gegeven. Dus 1 is Thissen 2 Gijsen 3 Lemmens 4 Kreugers 5 Houben 6 Penders 7, 8, 9, is een familie Lenaerts, 10 Bovens en 11 is het huis van Leentje de Wever. Te zien zijn woningen uit één stuk/ vlak, die vaak verdeeld werden met kamers en een tuin of schuur. Naast B397 Penders 6 ligt een woning die in de Franse tijd gebouwd is door Bours -Bovens B1109. Deze familie Bovens was vermogend; ze hebben nog een huis gebouwd in de Daalstraat in dezelfde tijd. Anders waren ze genoteerd in de Franse Telling. Dus die zijn gebouwd na 1792.

Dit is de originele telling en deze mensen zijn op de kaart geplaatst. U ziet hun leeftijden, beroep, kinderen beneden de 12 jaar.

Bovenstaande foto is gemaakt rond 1926 en geeft aan hoe een huis in 1792 er uit zou hebben kunnen zien: een woning vóór en een vrouw er achter in een andere woning. Mogelijk hebben er ook nog schuren tussen gelegen.
Het huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens wordt overgenomen door hun dochter Lucie Geurts. Wanneer ze er precies in is gekomen, is onbekend, maar zoals het vroeger altijd ging, moesten de kinderen de ouderen onderhouden en verzorgen en daar kregen ze meestal de woning voor.
Lucie trouwde in 1798 met Nicolaas Hendrix. We gaan de inschrijving bekijken.

De inschrijving is opgemaakt door Charel B. Kerkhofs, lid van het algemeen bestuur van de gemeente Meerssen. Enerzijds Nicolaas Hendrix Journalist (werkman op het land) twintig jaar oud zoon van Pierre Hendrix dagloner echtgenoot van Marie Beijen geboren en woonachtig in de gemeente Elsloo. Anderzijds Lucie Geurts, achtentwintig jaar oud, dochter van Leonard Geurts en echtgenote Elisabeth Lemmens. Verder waren ze vrij van schuld en hadden ze hun huwelijk aangekondigd met een plakkaat, opgehangen in Elsloo. De getuigen zijn M. Penders en die tekent zelf en Maria Helena Geurts, zus van Lucie.
Hieruit valt ook op te maken dat de vader van Nicolaas Hendrix, Pierre Hendrix, ook is teruggekeerd. Ook hij was verbannen geweest.
Maar we houden ons even met Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts bezig,
Onderstaan de Tweede telling van 1825. Er is een hele verandering in namen en eigendommen te zien, er kan echter ook sprake zijn van huur, wat niet in het kadaster wordt vermeld.


Deze telling is van 1825 en dat is 30 jaar later. Velen zijn inmiddels overleden, zo ook Leentje Geurts en Elisabeta Lemmens.
De families Bovens en Hendrix waren woonachtig op de nummers 7 en 8. Het waren reeds buren in de Franse tijd en 30 jaar later nog steeds en blijven dat door opvolgers nog lange tijd.
Onderstaand de huidige situatie.

Bovenstaand de situatie van Daalstraat 24 2023. De woning van Leentje de Wever lag tussen de garage en het eerste huis ervóór. In het verleden was de situatie natuurlijk anders.

Om wat preciezer te zijn waar u rechts de deur ziet daar lag de woning van Leentje de wever.
Daarbij een toelichting op de bewoning van Nicolaas Bovens-Lemmens tot Matthijs Collard. Sjaak Collard, zoon van Mathijs, koopt de woning op enig moment wat in het verleden van Leentje de Wever was en maakt er één geheel van. Maar er zijn er nog een aantal bewoners die er nog meer gewoond hebben. Zie ook volgende link.
https://catsopvanvreuger.com/2023/06/29/mathijs-collard-anna-maria-hubertina-turcken-en-nazaten/
In vergelijking met de Franse bewoning in 1792 kan men zien dat er veel is veranderd, maar de contouren blijven en de percelen ook. Vooral de witte woning rechts onder Penders; dit is niet dezelfde Penders als bij de blauwe poort in 1792. Daar ziet men een groene poort, met daarachter de woning van Bours – Bovens, gebouwd in de Franse tijd, dus van ongeveer 1819. Mogelijk zijn de andere woningen nog te relateren aan de kaart van 1686. Zie hieronder.

De oudste bekende ‘kadasterkaart’ van Catsop is van 1686. De namen van de straten staan erbij van nu en ook de aanduiding van de kapel, waarvan het onduidelijk is hoe die er toen uitzag is onbekend. Maar dat er in het verleden een kapel was kan in vele gichtregisters worden gelezen.
Voor de rest zijn deze huizen ingetekend zoals ze toen waren, ook de straten van toen zijn nu nog herkenbaar. Alleen is niet bekend hoe de benaming van de straatnamen destijds was. Ook het huis met het blauwe dak moet iets bijzonders zijn geweest, misschien van leisteen. En later komt daar Van Hees, nu de ijsboerderij.
Om vast te leggen dat het koppel Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts hier gewoond hebben gaan we de Memories van successies bekijken en het kadaster.
Rond 1811 hadden de Fransen de burgerlijke stand ingevoerd, het kadaster zoals we dat nu kennen werd in 1842 ingevoerd. Rond 1818 ongeveer ontstonden de Memories of Successies.
De Memories van Successie van Lucie Geurts, dochter van Leentje en Elisabeth.


Voor zover leesbaar staat er het volgende:
Verklaring van de nalatenschap van Lucie Geurts, overleden op 7 oktober 1827.
Wij ondergetekende 1. Nicolaas Hendrix, 2. Johannes Leonardus Hendrix, 3, Hubertus, 4. Pieter Hendrix Deze is minderjarig en heeft dezelfde vader Nicolaas Hendrix. Alle dagloners wonen in Elsloo. District Maastricht Domein Limburg . Verklaren allen tegen de (beambte?) deze domicilie (adres) ten woonhuizen van de laatste declarant Nicolaas Hendrix voorschreven? Verklaren dat hun respectieve moeder en huisvrouw overleden op de zevende oktober duizend acht honderd, zeven twintig te Elsloo. Voorzien van de laatste sacramenten gehad te hebben in leven in de woning. Dat zij tot enige erfgenamen ab intestato (zonder testament) heeft nagelaten aan haar kinderen de declaranten.
Dat de nalatenschap van de ondergetekende bestaat uit een huisje en een moestuintje en weitje en verdere aanhorigheden in Catsop gemeente Elsloo. Gelegen landgoed groot aan zeven roede en kleine roede ? , vierkantje reinende (grens) tot aan Maxilimianus Bovens (Daalstraat Catsop) tot aan de andere zijde Barbera Bovens. Verder de straat op met Johan- Joseph Janssen en dat is ook een schoonzoon van Leentje.
Wij verklaren bovendien dat de dood van de overledene geen aanleiding gegeven heeft tot enige devolutie is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben) ?.
Tevens aangemaakt en verklaart te Elsloo 2 april 1828 en hebben de declaranten alle niet te kunnen schrijven
Ondergetekend door de beambte.
Duidelijk is dat het huis nog altijd beschreven wordt als in het verleden: een klein huisje met een moestuin en een weide. En dat het weleens zo kan zijn dat het huis eigendom van Lucie Geurts is geweest, want er wordt in de erfenis niet gesproken over haar man Nicolaas Hendrix. Petrus Hendrix, het jongste kind, noemen ze minderjarig op een leeftijd van 21 jaar. En devolutie is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben.
Van Nicolaas Hendrix is er ook geen Memories of Successies te vinden, hij stierf op 30 januari 1848. Er is ook geen tweede huwelijk van hem vinden. Later zal blijken dat hij bij een van zijn zonen is gestorven en dat is niet in de Daalstraat maar op den dries.
Leentje Geurts’ nazaten zijn Nicolaus Hendrix -Lucie Geurts en Jan Joseph Janssen-Maria Helena Geurts .
Ik beperk me tot de kinderen van Lucie Geurts, want die woonde in Catsop in de Daalstraat in haar ouderlijk huis. Maria Helena woonde op Het einde.
De oudste zoon was Nicolaas Geurts.

Bovenstaand de originele inschrijving van de geboorte van Nicolaus Geurts, 30 mei 1796. Hij was dus een zoon van Lucia Geurts. Later, na het huwelijk in 1798, verandert de naam in Nicolaas Hendrix. Hij wordt dus erkend, eerder was zijn geboorte illegitiem. De doopgetuigen zijn Elisabeth en een zoon van haar broer Mathijs Lemmens, genaamd Godefridus Lemmens.
Hij trouwde met Joanna Magretha Akkermans uit Kelmond. Uit de nalatenschap blijkt dat ze gewoond zou kunnen hebben in wat nu de Kelmonderstraat 57 is in Kelmond; vroeger Dorpstraat genaamd. In ieder geval woonde de vader van Joanna daar, dus dat is op enig moment verkregen, blijkens de notariële akte opgemaakt door notaris Boots in Amby. In de nalatenschap wordt vermeld dat ze op 2 september 1871 twee zonen hadden, genaamd Willem Hendrix (die dus de naam van de vader van Joanna, Willem Akkermans, kreeg) en de oudste, Peter Hendrix, fabrieksarbeider in Maastricht. De andere Willem Hendrix was koetsier in Maastricht. Joanna Margreta Akkermans stierf in Maastricht, maar dat kan ook Amby zijn geweest, dus ze is bij een van hun zoons gaan wonen.
Er worden geen eigendommen uit Catsop genoemd.

Hier moet dit ongeveer de locatie zijn; hun percelen waren D455, D161, D454
Het tweede kind van Nicolaus Hendrix en Lucie Geurts, Johannes Leonardus Hendrix, wordt gedoopt in Geulle op 25 januari 1799. Leeftijd bij overlijden ongeveer 50 jaar.
Hij trouwt in 1830 met Corneille Peters uit Beek. Onderstaand de akte van nalatenschap.


Op dat moment had het echtpaar 5 kinderen, alle meisjes. Vermeld staat dat de kinderen van Corneille recht hebben op een vierde deel van een onderverdeeld huisje B390 in Catsop. De buren waren toen Paulus Penders en aan de andere kant Lambertus Peerbooms. De sterfdatum is een jaar nadat zijn vader Nicolaas is gestorven, dat geeft aan dat het huis al op naam van de kinderen van Lucie Geurts stond. Dat betekent tevens dat het in het verleden haar woning is geweest en niet van haar man Nicolaas Hendrix.
Uit de nalatenschap van Corneille Peters, zij stierf op 24 oktober 1873, blijkt dat er nog 4 kinderen in leven waren: Joanna Elisabeth Hendrix, weduwe van Michiel Volders, Maria Ida Hendrix en Maria Anna, werksters in Beek, en Maria Hubertina Hendrix, zonder beroep, wonende te Meerssen. Ze verklaren allemaal dat hun moeder Corneille Peters wed. van Johannes Leonardus Hendrix te Beek aldaar haar laatste woonplaats had. De nalatenschap bestaat uit de helft van de goederen die ze bezat, wat betekent dat ze niet de volle eigendom bezat. Het betreft B953, B954, B955 en B956, huis, boomgaard , bakoven etc. Alle vier de kinderen ondertekenen; dus ze waren geschoold. Onderstaan de waarschijnlijke, huidige locatie.

Het derde kind, Hubertus Hendrix, geboren op 23 mei 1801, was getrouwd met Maria Hendricks, geboren in Roermond.
Hubertus blijft in Catsop wonen, zie volgende link .
https://catsopvanvreuger.com/2020/02/06/familie-wouters-beckers-uit-de-daalstraat-catsop/
Later blijkt ook dat zijn vader Nicolaus Hendrix sterft in het huis van Hubertus, hij woonde dus niet meer in de Daalstraat.

Bovenstaand de overlijdensakte van Nicolaus Hendrix, de vader van Hubertus en echtgenoot van Lucia Geurts. De locatie is Op den dries, naast Hendrik Claessen (nu Driessen). En van hen is er geen Memories van successies te vinden, wat kan betekenen dat hij geen eigendommen had en dat de eigendommen van zijn echtgenote, Lucie Geurts afkomstig waren.
Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens hadden hierna nog twee dochters: Maria – bij de geboorte overleden – en Elisabeth Maria, overleden op 11 jarige leeftijd.
De laatste zoon van Leentje en Elisabeth was Petrus Hendrix.
Petrus Hendrix wordt geboren op 17 september 1809. Hij trouwt met Petronella Vaessen en hadden geen kinderen, maar blijkens het Kadaster waren zij de laatste nazaten van Leentje en Elisabeth die in het ouderlijk huis hebben gewoond.
Petrus Hendrix stierf op 28 september 1867. Dus gerekend vanaf de trouwdag van Leentje en Elisabeth 1766, de opa en oma van Petrus Hendrix, is de woning steeds verder in de familie doorgegeven.
Petrus Hendrix stierf vóór zijn echtgenote en er was een testament opgemaakt bij notaris Van Gorkum (Beek). Ook is er een memorie van successie (bijlage). In het kort komt het erop neer dat Peter Hendrix en Petronella Vaessen hadden besloten dat de helft van hun eigendommen naar de broers van Peter Hendrix ging, en als die er niet meer waren zouden deze automatisch naar hun kinderen worden doorgegeven.

Bijlage van de notariële akte. Hier staan verschillende kinderen van de broers van Peter Hendrix.
Zijn echtgenote Petronella Vaessen wordt 84 jaar oud, liefst 30 jaar ouder dan Peter Hendrix. Haar nalatenschap wordt verduidelijkt in de bijlage.
Petronella Vaessen haar ouders waren Joannes Vaessen en Elisabeth Gijsen. Maar de nalatenschap is uitgebreid tot zelfs kinderen van haar broers en zussen. Een broer van haar was Jan Martin Vaessen, die twee keer trouwde met twee zusjes Lenssen uit Elsloo, het eerste huwelijk van de echtgenote van Jan Hendrik Hubert Claessen. Hij trouwde met Maria Lucia Vaessen in het tweede huwelijk, dus ze moest tante zeggen tegen Petronella. Ze hadden in die tijd een herberg in de Daalstraat Catsop.
Onderstaand de kadastrale gegevens.

Boven de kadastrale legger van 1842. Maar omdat zowel vader als zoon Nicolaus Hendrix heetten, is het lastig te bepalen om wie het gaat.
Dit betreft de woning in de Daalstraat (‘huisje met een moestuintje’).
De percelen die worden beschreven ( uit de nalatenschap van Lucie Geurts) zijn B422 en B426.

Diverse gegevens zijn erbij geplaatst, zoals de Daalstraat en de weg achter de weide. Zo ook de woning met de naam Hendrix -Geurts B390. Jan Joseph was een schoonbroer van Lucie Geurts, dus het kan zijn dat B426 en B425 in het verleden van Leentje Geurts of Elisabeth Lemmens is geweest en na hun overlijden is verdeeld. Ook het eerste beschreven stuk land in het gichtregister van 1750 aan de Hosterweg was eigendom van Leentje Geurts.
Maar het laat ook zien dat hij zijn woning heeft kunnen behouden of eigendom is geweest van Elisabeta Lemmens, later van Lucie Geurts.


Bovenstaand zijn de eigendommen van Peter Hendrix en Petronella Vaessen beschreven. De twee percelen B422 en B426 staan er niet meer op, dus die zijn al verdeeld. Het huisje B390 heeft er zo te zien een stal bijgekregen. Rond 1896 wordt het huis verkocht, dus het kan zijn dat Petronella Vaessen vóór haar sterven nog is verhuisd. Ze had het huis ook niet meer in de nalatenschap staan, dus het is zeker dat ze het huis verkocht had.

Dit zijn de nieuwe eigenaren en ze hebben hier ook gewoond tot 1935 toen Sjaak Collard de woning kocht. Martinus Smeets is van Urmond en was knecht bij Nicla Cobben op den dries zijn ouders waren Arnold Smeets en Anna Marie Fransen, Elisabeth Lemmens haar ouders waren Mathijs Lemmens en Maria Catharina Hendrix : En haar voorouders zijn Mathijs Lemmens een broer van Elisabeth Lemmens waar we mee begonnen zijn hoe is het mogelijk ze draagt haar naam en komt meer als een eeuw later hier weer terecht.

Op de foto de familie Knoben met Mina Smeets, geboren in de Daalstraat, Catsop en haar moeder Elisabeth Smeets -Lemmens.

Mina Smeets en Willem Knoben. Mina word dus in Catsop geboren in de Daalstraat.

Hubert Smeets met zoon Math; Hubert was getrouwd met Elisabeth Starren. Hubert was dus ook geboren in de Daalstraat hij had een winkel in de Julianastraat met vis benodigdheden.

Kadastrale kaart 1880 van de Daalstraat. Vergelijking van de nummers B389 B390 B395 met de oude kaart van 1820 leert dat er aan de percelen niet veel veranderd is. Ook is goed te zien het pad wat er geweest is vanaf de daalstraat perceel B 1807 Peerbooms en B 390 om naar achter te komen b.v. naar de woning die er niet meer is B1378. En ook in de schuren te komen van B389. Dit pad is er niet meer.
De conclusie is dan ook dat het wel zeker is dat dit huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens is geweest, daarvóór is niet zeker maar wel aannemelijk.
Naschrift:
Het was een leuke zoektocht met een resultaat. Ik heb meer bokkenrijders gevonden, dus in de toekomst zal een en ander nog een vervolg krijgen. Een mooie afsluiting vond ik dat van de laatste bewoners, Martinus Smeets en Elisabeth Lemmens, Elisabeth verre familie is van de eerste Elisabeth Lemmens; de eerste Elisabeth Lemmens was een zus van Mathijs Lemmens en dat is een van de voorouders van de laatste Elisabeth Lemmens.
Een woord van dank voor de hulp die ik gehad heb b.v. van de site Genealogie in de drie Limburgen en Wiel Mesters. Ook voor de foto’s waar ik veel waarde aan hecht.
Familie Collard en nazaten.
Als u het ontstaan van Collard hebt gemist klik op bovenstaande link.
Hubert Collard is het negende kind uit het gezin Jacobus Constantinus Collard- Maria Ida Gorissen, geboren in de Daalstraat te Catsop.
Hij bleef niet in Catsop wonen – kwam wel na veel omzwervingen terug naar Elsloo – en ook de vader van zijn vrouw Johanna Maria Steegmans is van Catsop geboortig. Maar eerst nog even zijn stamboom. Ook wordt aangegeven waar het gezin allemaal gewoond heeft of waar kinderen zijn geboren.
Jacob Hubert, geb. 11-11-1875, ov. 5-12-1931, 56 jr., landbouwer / steenbakker; tr. te Horst 18-11-1904 Johanna Maria Steegmans, 22 jr., geb. te Horst 23-1-1882, ov. Elsloo 13-11-1956, 74 jr., dr. van Jan Mathijs Steegmans (geb. in Catsop) en Maria Anna Catharina Stevens (geb. in Velden). Kinderen:
En u ziet van de negen kinderen zijn er vier vroegtijdig overleden.

Bevolkingsregister vanaf 1881. Te lezen is dat Hubert Collard eerst in Catsop woonde, en wel op het adres ‘44’, de Daalstraat. Het stel trouwde in Horst en ging naar Op de berg in Oud-Elsloo – A135, kadasternummer destijds C295- wonen; deze woning is er niet meer. Daar wordt ook hun eerste kind geboren.

Een luchtfoto van oud Elsloo tijdens de kanaaluitgraving. Oriëntatiepunt is de oude kerk. Alles wat daar achter ligt is er niet meer. Nummer 1 was eigendom van Hubert Collard-Steegmans en op nr. 2 woonde zijn broer Theodoor Collard-Hendriks – gehuurd, vaak samen met meerdere mensen om geld te sparen voor een koophuis en ze waren er toch niet het hele jaar ze waren meestal aan het brikken bakken in Duitsland.
Ik heb bij het huis de naam gezet van Hubert u ziet de sloop is al in gang gezet voor het kanaal. Maar er hangt de was nog dus er zijn er wellicht die niet willen wijken.

Ik heb bij het huis de naam gezet van Hubert Collard u ziet ze zijn al aan de sloop bezig maar er hangt nog de was buiten schijnbaar zijn er die nog niet willen wijken (bron Guus Peters)


Zie onderstaande link, m.n. kaart 52 (2) en 51 (1).
https://elsloo.info/aanleg-julianakanaal/242-deel-3-aanleg-julianakanaal-de-berg-en-zijn-bewoners

Geprojecteerd op de situatie van 1847, dan zou de eerste bewoner van de (latere) woning van Hubert Collard, Willem Beckers zijn, wever. Daarna komt Jan Willem Beckers er wonen, veldwachter, getrouwd met Maria Gertrudi Vrancken. De daarop volgende bewoner is Jan Louis Bekker, maar Maria Gertrudi Vrancken en Joanna Ludovic Bekkers hadden ieder nog de helft van de erfenis. Daarna koopt Hubert Collard de woning in 1903 . U ziet ook op deze kadasterkaart de onteigeningen in gezet in 1930

Bovenstaande de hulpkaart van het kadaster. Nummer C295 – in het blauw op de legger- is in 1903 verbouwd, waardoor het nummer is gewijzigd naar C2162. Er is een opbouw gemaakt, het kan zijn dat er een pannendak op is gezet en dat het oude huis van leem is geweest. Dan metselde men er een stenen muur omheen om het pannendak op te vangen. Meestal bleven de lemen binnenmuren er gewoon staan. Ook is de woning uitgebreid.
Hun eerste kinderen worden in Elsloo geboren. Ten tijde van de geboorte van het derde kind woonde het stel in Rheurd, Duitsland. Het kan zijn dat hij ook brikkenbekker of mijnwerker is geweest. Eén kind wordt in Kerkrade geboren. Mogelijk dat zij er tijdelijk gewoond hebben voor werkzaamheden in de mijn. Daarna worden alle kinderen geboren in Elsloo Op de berg. Er zijn 4 kinderen vroegtijdig overleden. Zijn schoonvader, Jan Mathijs Steegmans, is geboren in Catsop. Hij trouwde met Maria Anna Catharina Stevens, geboren in Velden.

Bovenstaand het geboortehuis van Jan Mathijs Steegmans, Op den dries. Het huis is afgebroken en is nu Op den dries 34. Op de foto staat zijn broer.
De ouders van Jan Mathijs Steegmans waren Gerard Steegmans en Joanna Maria Lemmens (uit het tweede huwelijk van Mathijs (Thies) Lemmens, geboren in – nu – Daalstraat 37) en Maria Stijnen.
Een dochter van Jan Mathijs Steegmans en Maria Anna Catharina Stevens was Joanna Maria Steegmans; zij trouwt in Horst met Hubert Collard.
Of ze zich hebben leren kennen bij het brikkenbakken is (nog) niet bekend, maar er is wel een foto van Steegmans uit de periode van het brikkenwerk.
Onderstaand een foto van een aantal brikkenbekkers, waaronder waarschijnlijk (‘een’) Steegmans – welke precies is niet duidelijk.

Deze foto is afkomstig van de familie Steegmans namen ontbreken helaas.

Kadasterlegger. Op nummer 137 staat het perceel van Huub Collard-Steegmans.
Het perceel C2162 is eigendom van Huub Collard. De woning is in 1932 gesloopt. Dus is Huub hier nog gestorven en heeft zijn nieuwe huis in de Jurgenstraat helaas niet kunnen meemaken, hij is overleden in 1931.

Jurgenstraat 17. foto bron Google street Vieuw
Dit is het huis wat de familie had gekregen nadat ze waren onteigend meestal gingen ze er op vooruit ze kregen een keuken en een harde vloer de meesten hadden dit niet op de berg.
Jan Hubert Collard trouwde 18 november 1904, 29 jaar oud, te Horst met Johanna Maria Steegmans.
Onderstaande foto’s zijn beschikbaar gesteld door Jan Jennen, een nazaat van deze familie.

Joanna Steegmans.
De kinderen van Joanna Steegmans en Huub Collard.

Jan Collard, geboren 5 september 1905 te Elsloo, overleden 15-11-1982 in Heerlen en 19-11 begraven in Wijnandsrade; getrouwd met Theresia Henhsen (Henssen) op 7 juni 1935 te Grevenbicht. Voor de kerk trouwden zijn op 26 juni 1935 te Horbach (Aachen), NRW (D). Theresia Henssen is geboren 16-12-1903 in Horbach-Richterich, overleden 8-3-1986 in Heerlen, begraven in Wijnandsrade.
Jan was Marechaussee en veldwachter .

1931

En dit is 1932 hij word overgeplaatst naar Loosduinen.

1934, terug naar Limburg.

In 1935 wordt hij veldwachter in Grevenbicht.


In 1943 werd Jan Collard valselijk beschuldigd.

Veldwachter Sjeng Collard in Grevenbicht .

Huub Collard. Trouwde met Anna Peeters uit de Dorpstraat, Elsloo. Hij had een baan bij de staatsmijnen voor halve dagen.
Jan Jennen vertelt:
‘Oom Huub werkte op de WIM. ’s-Morgens was hij schoenmaker op de WIM om de mijnwerkers schoenen en andere leren attributen te repareren en te onderhouden. In de middag zat hij thuis op de Jurgenstraat schoenen te lappen en ander zaken zoals broekriemen te maken en te repareren.
En in het weekend als er gevoetbald werd door Haslou stond hij achter in de tuin buiten de afrastering van het voetbalveld te wachten op lekke ballen.
De tuin van de Jurgenstraat grensde aan het voetbalveld. In die tijd had een voetbalclub niet erg veel ballen die waren erg duur.
Zodra een defecte bal over de afrastering werd gegooid pakte hij die op, snelde naar zijn werkplaats en repareerde hij hem. Dat waren in die tijd nog echte leren ballen met een rubberen binnen bal. Dat was een heel karwei want eerst moest de naad los getornd worden van zo een vijfhoek, binnenbal eruit, plakken en weer dichtnaaien. Ik heb daar in die werkplaats heel wat uurtjes doorgebracht. Tevens was het een ontmoetingsplaats van de 20 plussers dus je snapt, ik heb daar heel wat kennis opgedaan haha.’
Huub woonde dus in zijn ouderlijk huis in de Jurgenstraat 17 een tijdje met zijn moeder en echtgenote.

Elisabeth Maria Theresia Collard, moeder van Jan Jennen
Zij is getrouwd met Jean Hubert Josef Jennen op 18 september 1940 te Elsloo, 28 jaar oud.
Jan Jennen vertelt.
‘Mijn ouders, oudste zus Annie Jennen en ik hebben samen met oom Huub Collard en oma Joanna Steegmans daar tot september 1951 gewoond. Huub Collard heeft tot omstreeks 1958 in zijn ouderlijk huis gewoond. Wij zijn toen het woonhuis op Jurgenstraat 26 klaar was verhuisd en Huub bleef wonen op Jurgenstraat 17, samen met Anna Peeters, zijn echtgenote. Sinds 1952 is oma bij ons komen wonen op de Jurgenstraat; ze was toen al dementerend. In 1958 zijn Huub en Anna verhuisd naar de Burg. van Mulkenstraat, ik meen nr. 10.

Martinus Theodorus Collard
Trouwde Maria Josepha Wilhelmina Wauben op 10 juli 1944 te Lutterade.

Jacobus Hubertus Collard, trouwde 28 februari 1949 te Elsloo met Antoinetta Henrica Huberta Bollo.
Is gescheiden en had een winkel in Venlo (spar).
Het huis in de Jurgenstraat 17 van Huub Collard wordt in 1958 overgenomen door Johannes Hendrikus Pepels uit Stein met zijn echtgenote Ida Koumans.
Iedereen bedankt voor de samenwerking dit is tevens mijn laatste Collard het was een mooie zoektocht .