Frits liep voor op zijn tijd; hij had destijds al een aardappelrooier gemaakt, terwijl deze taak eerder nog met de hand, vaak met een riek, werd uitgevoerd.
Deze foto is genomen op de hokkel (Whakkel) met uitzicht op de knup. Het is ook duidelijk zichtbaar dat ze links aan het dorsen waren; destijds gebeurde dit nog in het veld. Later verplaatste deze activiteit zich naar de schuur, gevolgd door de opkomst van zelfrijdende combines. Volgens alle beschikbare gegevens is de trekker op de foto vermoedelijk van Frens Maas, die deze destijds overnam van Roebroeks. Niettemin bestaat de mogelijkheid dat het een dorstkas van een loonwerker was.
Zoals eerder vermeld, had Frits deze aardappelrooier zelf ontworpen en was hij de eerste in Catsop die er een had. Later kocht hij een andere, die ik persoonlijk ook heb gekend, en bevestigde deze achter zijn trekker. Hiermee rooide hij niet alleen zijn eigen aardappelen maar leverde ook diensten aan zijn neef en mijn oom Gus Cobben.
Families en kinderen uit Catsop namen deel aan het rapen van aardappelen.
Aan de linkerkant ziet men de opgeslagen granen (stro Míéte). Deze werden destijds in de zomer met een zelfbinder gemaaid en vervolgens zorgvuldig op elkaar gestapeld. Dit vereiste vakmanschap om ervoor te zorgen dat regenwater goed kon weglopen. Later werden de granen van het stro gescheiden door een dorsmachine op het veld, zoals te zien is op de foto hierboven.
Aerpel rapen bie Fritske en dao whert aete auch bie “Ik herinner me dit nog goed, zowel van mezelf als van veel jeugd uit Catsop. Op deze foto staan drie kinderen van Giel Hendrix samen met veel familieleden van Frits Cobben. De foto is genomen op de Hokkelderweg in Catsop.” Volksmond Whakkel. Rechts van hun lag een veld van Cobben later met ruilverkaveling is dit veranderd. Ik herken die boom nog achter hun vaak genoeg in gezeten. Rechts van die boom had mijn oom Gus Cobben ook nog een stuk land .
1 Frits Cobben
2 Fien Petri – Cobben
3 Frans Petri
4 Bettie Decker
5 Jeanny Hermans
6 Corrie Hendriks
7 Marie Cobben Lavain
8 Albert Hoven
9 Sjeng Cobben
midden
10 Marij Petri
11 Wil Decker
12 John Savelkoul
13 Agnes Lavain
onder
14 Jan Hendriks
15 Hub Decker
16 Guus Hendriks
Namen komen van John Savelkoul hij staat er zelf ook op.
Op 1 oktober 1911 werd het rustige Terhagen, Elsloo, opgeschrikt door een gruwelijke moord, een tragedie die in alle kranten van die tijd werd beschreven. De naam van de dader stond zwart op wit in de kranten, en voor degenen die de geschiedenis van hun familie onderzoeken, staat die naam ook naast die van mijn betovergrootmoeder, Gertrude Hendriks. Ze was de oma van mijn oma, een mysterieuze figuur in de schaduw van een duister verleden.
In mijn familie werd er nooit gesproken over deze gebeurtenis, wellicht omdat mijn oma, slechts 15 jaar oud op dat moment, het bewust heeft meegemaakt. De stilte die rondom dit onderwerp hing, wekte mijn nieuwsgierigheid. Daarom heb ik besloten om er diep in te duiken en er uitgebreid over te schrijven. Niet alleen om de gebeurtenis zelf te begrijpen, maar ook om te laten zien hoe het dagelijks leven er toen uitzag.
Hoe waren de voorzieningen in die tijd? Hoe gingen de ambtenaren om met dit gruwelijke incident? En hoe verliep de rechtszaak die volgde? Met alle beschikbare gegevens zal ik proberen het verhaal te reconstrueren en een licht te werpen op het mysterie dat mijn familie al generaties lang omringt.
Hoe is Tru Hendriks aan haar einde gekomen? Was ze toevallig op de verkeerde plaats op het verkeerde moment? Dit zijn vragen die me blijven achtervolgen terwijl ik de geschiedenis van mijn familie probeer te ontrafelen.
In mijn zoektocht naar antwoorden zal ik de donkere schaduwen van het verleden blootleggen en het verhaal van Gertrude Hendriks tot leven brengen.
Dit krantenbericht dateert van 8 oktober 1911. Het biedt een beknopt overzicht van het verhaal dat we uitgebreid zullen behandelen.
Tru Hendriks
Haar meisjesnaam was Maria Gertrudis Dresen, althans zo staat ze geregistreerd. Later wordt deze naam ook vermeld als Dreesen of Driesen (Driessen). Het is belangrijk op te merken dat mensen destijds vaak niet konden lezen en schrijven, en dat de ambtenaren hun namen opschreven zoals ze werden uitgesproken. We spreken de naam ‘Driessen’ nog altijd uit als ‘Dreesen’.
De originele inschrijving in de burgerlijke stand werd destijds uitgevoerd door niemand minder dan burgemeester en ambtenaar van de burgerlijke stand, Charel de Geloes. In beknopte bewoordingen wordt vermeld dat haar vader Joannes Dresen een landbouwer was en in Elsloo woonde, terwijl haar moeder Marie Theresia Bours heette. Opvallend is dat dit het tweede huwelijk van Joannes Dresen betrof, waaruit blijkt dat het eerste huwelijk kinderloos bleef. Peter Schreurs was getuige, samen met een zekere Gerardus, die naar verluidt een dienstknecht was, en beiden waren ongeletterd.
Maar hoe kwam Tru aan de naam Gertrudis, of Tru zoals ze vaak genoemd werd? Voor dat antwoord moeten we teruggaan naar haar oma, Maria Gertruda Beckers. Zij was een dochter van de toenmalige Schepen Nicolaus Beckers van Catsop. Haar opa was Caspar Driesen, een zoon van Bolderjan, die bekend stond als een ‘bokkenrijder’.
Dit is in het kort een overzicht van haar afstamming, maar Tru Hendriks was al eens eerder getrouwd. Ze bracht daardoor de naam ‘Hoeveler’ naar Elsloo, hoewel deze naam op verschillende manieren werd geschreven maar min of meer hetzelfde klonk.
Haar eerste man was afkomstig uit Duitsland, en dat was destijds niet ongebruikelijk. Ik vermoed dat de familie Dresen al vroeg in aanraking kwam met werk in het buitenland, zoals het bakken van stenen. Tru zelf bleef waarschijnlijk lange tijd actief in deze bezigheid, aangezien verschillende kinderen zowel uit haar eerste als tweede huwelijk werden geboren in Duitsland. Een van haar broers, waarvan zeker is dat hij in Duitsland is blijven wonen, onderstreept deze internationale connectie.
De hieronder geschreven aktes zijn afkomstig van Duitsland.
we beginnen met het huwelijk van de ouders van de eerste man van Tru Hendriks genaamd Michael Höveler
Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1817-02-01
Geburtsdatum 00.00.1791, Geburtort Glehn, Alter 26
Vader van de Bruidegom: Höveler, Adam
Moeder v. d. Bruidegom: Proff, Anna Catharina
Bruid: Frings, Catharina Margaretha
Geburtsdatum 00.00.1796, Geburtort Buttgen, Alter 21
Vader van de Bruid: Frings, Herman
Moeder van de Bruid: Kox, Maria Agnes
Hierna volgt de geboorte inschrijving van Michael Höveler de eerste man van Tru Hendriks
Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1832-10-11
Geboorte: 11.10.1832
Kind – zoon: Höveler, Michael
Vader van het kind: Höveler, Gerhard
Moeder van het kind: Frings, Christina
Hierna volgt de huwelijks akte van Tru Hendriks (Driessen) en Michael Höveler
Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1859-07-08
Huwelijk: 08.07.1859
Bruidegom: Höveler, Michael
Bruid: Driessen, Maria Gertrud
En de laatste akte de geboorte akte van hun zoon Adam Michael Höveler dus hij krijgt de naam van zijn vader en zijn overgrootvader .
Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1860-06-04
Geboorte: 04.06.1860
Kind – zoon: Höveler, Adam Michäl
Vader van het kind: Höveler, Michäl
Moeder van het kind: Driessen, Maria Gertrud
Michiel is dus geboren in Anrath en zal straks in Elsloo gaan wonen in het Terhagen . En de naam Höveler zal veranderen in Hoeveler.
Verblijf en leven in Duisland.
Op deze kaart is Büttgen aangeduid met de rode pijl, tevens referentiepunt voor de plaats Willich en de trouwlocatie Anrath. Dit is het gebied waar Tru Dresen en haar familie waarschijnlijk al vóór 1860 actief waren in het stenenbakkersvak. Ze keerden niet vaak naar huis terug vanwege de lange werkdagen. Onderweg naar huis gingen ze vaak suikerbieten oogsten bij Duitse boeren en waren ze in staat om voor de broodkermis in november weer thuis te zijn.
Voordat ze op weg gingen om stenen te bakken, was er nog veel werk te doen. Het land moest worden omgespit en ingezaaid, want het stenenbakken was een zomeractiviteit en kon niet in de winter plaatsvinden. Meestal bleven de grootouders hier met de jongste kinderen, maar er werden ook kinderen in Duitsland geboren, waar ze werkten. Door te reizen ontmoetten ze ook andere mensen, waardoor hun sociale leven werd uitgebreid.
In de jaren 1875, toen het spoorwegnetwerk was uitgebreid, konden ze vertrekken vanaf Elsloo. Ze reisden vaak met wel 200 mannen, vrouwen en kinderen tegelijk naar Duitsland. Wat betreft de spoorweg, deze had een aanzienlijke impact, zelfs voordat het kanaal werd uitgegraven. Er werd een spoorlijn aangelegd door het gebied tussen Catsop en Elsloo, en er werd een spoorlijn getrokken door een strook land. Vooral Terhagen was een indrukwekkend stukje werk. Als je op de ijzeren brug staat en kijkt in de richting van Geulle, zul je begrijpen dat dit een immense prestatie was.
Foto van af de spoorbrug richting Geulle en was eerst vlak ze noemde dit het Boursveld en was landbouwgebied.
Het verdere leven van Tru Hendriks bracht haar waarschijnlijk met haar familie naar Duitsland, waar ze betrokken raakten bij het bakken van stenen. Dit gebeurde al vroeg in haar leven, aangezien ze in 1859 in Duitsland trouwde. De landbouw bood niet langer voldoende inkomsten, dus zochten ze naar alternatieve bronnen van inkomsten. Het lijkt erop dat de familie Dresen tot de pioniers behoorde, omdat geschat wordt dat rond 1840 de eerste baksteenbakkers uit Elsloo en omgeving naar Duitsland vertrokken.
Tru Dresen werd geboren in 1833, en zelfs op die jonge leeftijd werden kinderen meegenomen naar Duitsland om te werken. Dit wijst erop dat het mogelijk was om de oversteek te maken. Ik vermoed dat toen de eerste terugkeerden en anderen zagen dat ze met geld terugkwamen, er al snel meer mensen volgden. Dit is een bekend fenomeen; in tijden van economische uitdagingen trekken mensen vaak naar gebieden waar werk beschikbaar is.
Mensen werden geronseld, inclusief kinderen, omdat meer arbeidskrachten meer werk en dus meer inkomsten betekenden. Er ontstonden ploegbazen en personeel, en er werden prijsafspraken gemaakt voordat het werk begon. Na hun terugkeer hadden ze geld, dat meestal werd gebruikt om basisbehoeften te kopen, maar ook land en huizen.
Dit geld werd vaak geïnvesteerd in landbouwgrond of woningen, en het is mogelijk dat Tru Hendriks en anderen hun vaardigheden aanboden aan timmerlieden of metselaars om hun huizen of schuren te bouwen. Maar hoe kwamen ze eigenlijk in Duitsland? Ik vermoed dat Tru Hendriks te voet van Elsloo naar Meerssen ging en daar de trein naar Valkenburg nam als tussenstop op weg naar Duitsland. Of te voet het kan allemaal.
Station Meerssen een drukte van belang de rechtse Trein zou dan richting Maastricht kunnen gaan en de linkse richting Vlakenburg. Naar een van de oudste Stations van Nederland.
Later zullen ze wel vanaf Beek -Elsloo zijn vertrokken of misschien vanaf halte Catsop-Elsloo.
En even vooruit te lopen op mijn verhaal straks waren in die tijd verschillende hotels winkels en bedrijven die zich om een station vestigen. Want er zijn reizigers handelaren ook vanuit België. En daar wilde iedereen een graantje van mee pikken. Zo had Familie Hendriks in het Terhagen ook een herberg.
Cafe Janssen -Marechal was tevens een hotel en hier werden ook verkopen van huizen plaats . Op de foto staan militairen wat te maken hebben met de eerste wereldoorlog mobilisatie staat op het bord. Nederland was in die tijd Neutraal en het kan zijn dat deze heren grensbewaking hadden en hier gehuisvest waren. (foto bron Guus Peters)
Zo ziet het in het heden uit 2023.
Rechts een winkel van J.H.Fredrix. Vroeger zou hier ook Van Es in hebben gezeten, voordat ze naar Catsop kwamen en ook hier al een winkel hadden. Dit is de straat naar het station. Er waren altijd reizigers die naar België vertrokken en wat boodschappen meenamen. (bron Guus Peters)
Zo ziet het er op dit moment uit 2023.
Om een indruk te geven over het hoe en waarom van het brikkenwerk: lees het verslag van Guus Peters en klik op de link.
Tru Dresen keerde op een gegeven moment terug naar Elsloo, samen met haar zoon Adam Hoeveler. De exacte locatie waar ze toen woonden, is mij onbekend. Op 23 februari 1863 werd hun dochter Maria Theresia Heuvelaer geboren, wat resulteerde in nog een nieuwe schrijfwijze van de achternaam van de familie.
Helaas overleed Maria Theresia op 21 februari 1864, net geen 1 jaar oud. Het was echter niet het enige tragische verlies dat de familie te verwerken kreeg, want een maand later, op 26 maart 1864, overleed ook haar man Michiel Höveler.
Tru bleef achter met haar eerste zoon, Adam Michiel Hoeveler. Op 9 november 1865 trad Tru Dresen te Elsloo opnieuw in het huwelijk, dit keer met Jan Hendriks uit Groesbeek, die op dat moment 20 jaar oud was, terwijl Tru 32 jaar was.
Jan Hendriks uit Groesbeek was wees. Zijn ouders genaamd Derk Hendriks en Johanna Klaassen waren al overleden. Zijn beide grootmoeders, Helena Cellissen en Catharina van der List, waren getuige voor hun huwelijk. Hij had zijn plicht bij de Nationale Militie voldaan en dus kon Jan Hendriks trouwen.
We gaan nu achterhalen waar de familie Hendriks is gaan wonen.
Percelen van de onteigening van de spoorwegen.
Voor de geïnteresseerden kunnen ze deze afbeelding vergroten en de percelen zien die onteigend werden. Je kunt zien hoe de spoorlijn zou lopen en de woningen die daar stonden. Als je nu over de spoorbrug loopt vanuit Catsop (Amsterveld), is de woning aan de rechterkant richting het bos nog steeds aanwezig. Specifiek gaat het om perceel C 601 wat Tru Hendriks straks een gedeelte van koopt.
De huidige situatie 2023. De woning is al een paar keer veranderd er is een keer brand geweest. Hier woonde tijdens de moord in het verleden familie Driessen-Smeets. Ook bij het bord ‘doodlopende weg’ stond een woning waar een Driessen in woonde.
Deze kaart hoort eigenlijk bij de kadasterkaart van de onteigening.
Het perceel C601 dat eigendom was van de heer Augustinus Janssen in 1862. Janssen had nog meer eigendommen die door het spoor werden doorkruist, en hij woonde in Elsloo.
In 1877 kocht de heer Jan Hendriks de boomgaard van de spoorwegen. Ik heb een hulpkaart om aan te tonen waar dit precies was. Het lijkt erop dat er in die tijd veel veranderingen en ontwikkelingen plaatsvonden in het gebied.
Te zien is hoe perceel C1747 in die tijd in 1869 genummerd werd door het kadaster en dat de weg rond het perceel behouden bleef en nog steeds bestaat.
Daarnaast is het boeiend om de veranderingen aan de woning van Jan Hendriks te volgen aan de hand van de hulp kadasterkaarten. Het lijkt erop dat er in een kort tijdsbestek meerdere woningen en schuren zijn gebouwd op deze plaats. Het kadaster heeft aantekeningen gemaakt telkens wanneer er iets aan de woning is veranderd, wat waardevolle informatie biedt over de geschiedenis van het pand en de evolutie ervan.
dit is het eerste gebouw in 1877 dat werd gebouwd op de aangekochte grond.
Aan de linkerkant zijn de woningen en schuren van Jan Hendriks en Tru Dresen te zien. En het eerste gebouw van hun is het linkse gebouw lijkt nu op een schuur maar kan in die tijd ook als woning hebben gediend.
Deze hulpkaart van het kadaster dateert uit 1887. Als je naar de foto kijkt, zie je dat op dat moment de woning (herberg) en de woning van Michiel Hoeveler (zoon) gebouwd zijn, maar ze staan nog steeds op naam van Jan Hendriks en Gertrude Dresen (Hendriks).
hulpkadasterkaart 1890 hier ziet men de scheiding van percelen C2064 en C2065 was de woning van Adam Michiel Hoeveler die toen op zijn naam stond. Maar Michiel Hoeveler had nog een woning wat al een jaar eerder van hem was en dat is C1349. Of hij daar nog eerst gewoond heeft is me niet bekend.
Dat is als men in het Terhagen bent de weg naar het bos ziet u rechts een wit huis dat was deze woning later zal er een zoon van hem tijdelijk gaan wonen Giel Hoevelers.
Hulpkadasterkaart 1915 dit is dus na de moord en is er weer een verandering aan de woning aan gebracht en is er een tussenstuk gebouwd dat de woningen verbind en ze krijgen daardoor andere perceel nummers. C2262 en C2263.
Kadasterkaart 1880; de twee woningen en schuren van Hendriks zijn al gerealiseerd. C2042 en C2041. U ziet de spoorbrug om u te oriënteren.
In 1913 was er een verkoop tijdens deze verkoop werd duidelijk dat Michiel Hoeveler zijn bezittingen behield de andere woning kocht Pieter Steps, de zwager (vader van Pieke Steps uit Catsop). Later werd die woning eigendom van Jan Grootjans, de echtgenoot van Tru Hoeveler, die een dochter was van Adam Michiel Hoeveler. De andere woning werd eigendom van zijn een zoon, Jan Hoeveler.
Opmerkelijk is dat er vandaag de dag nog steeds een Hoeveler in de rechtse woning woont, terwijl mevrouw Grootjans in de linkse woning verblijft. Dit illustreert hoe eigendommen en geschiedenis binnen families kunnen blijven en van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven.
foto 2021 dus nog voor de brand (2023) en men kan waarnemen dat er veel veranderd is aan de woningen schuren etc. Maar de percelen blijven.
Gegevens uit het bevolkingsregister.
Terugkijkend in het verleden kunnen we de situatie vanaf 1881 van de familie Hendriks bekijken aan de hand van dit bevolkingsregister.
Op de eerste plaats in dit register staat Jan Hendriks, het hoofd van de familie en tevens de eigenaar van de woningen en herbergier.
Op de tweede plaats vinden we zijn echtgenote Tru Driessen (Dresen), waarbij steeds haar meisjesnaam wordt vermeld.
Op de derde plaats staat de zoon van Tru Driessen, Adam Michiel Hoeveler (pruisen) ; hij was op dat moment getrouwd met Anna Marie Hendrix (pruisen). Dit huwelijk vond plaats op 5 november 1884, Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix. Anna Marie Hendrix werd geboren in Willich (pruisen), ze woonde in het Terhagen laatste huis rechts als men richting het bos gaat. Voor hun huwelijk hebben Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix samen in Vorst, Duitsland gewoond en later weer in Catsop en ook weer in het Terhagen.
Opmerkelijk is dat het bevolkingsregisters aangeeft dat zowel de familie van Tru Dresen en Jan Hendriks als de familie van Hendrix-Dolhmans ( ouders van de echtgenote van Michiel Hoevelers ) kinderen krijgen die in Willich (duistland) worden geboren. Dus het kan zijn dat ze samen werkte in het brikkenwerk.
Dit bevolkingsregister, dat teruggaat tot 1881, toont de aanwezigheid van hun eerste dochter, Trees Hoeveler; deze zou in Terhagen zijn geboren. Het gezin zou uiteindelijk zeven kinderen krijgen, hoewel tragisch genoeg vier van hen op jonge leeftijd zouden overlijden. Het leven en de omstandigheden van de familie zouden in de loop der jaren veranderen. En ze woonde destijds in Catsop, adres helaas onbekend. Dus dat kan nog zijn voordat ze bij hun familie in trokken.
Dit Bevolkingsregister, dat begint in 1890, laat zien dat het gezin nu in Terhagen woonde, specifiek op D no.1. Dit zou later van cruciaal belang blijken in de context van de moordzaak, omdat hier alles begint.
Adam Michiel Hoeveler was al op jonge leeftijd weduwnaar, aangezien zijn vrouw Anna Marie Hendrix in 1905 overleed aan een longontsteking. Tijdens de rechtszaak zullen we zien dat de voorzieningen in die tijd lang niet zo geavanceerd waren als wat we tegenwoordig kennen. Op dat moment woonde hij naast zijn moeder Tru Dresen in het huis dat eigendom was van haar en haar stiefvader, maar dit in 1890 eigendom is van Adam Michiel – tenminste gedeeltelijk. In die tijd was het gebruikelijk dat kinderen voor hun ouders zorgden en vice versa.
En, inderdaad, Marie Gertrude Hoeveler, die ook vaak als Tru werd genoemd, was werkzaam in Maastricht vanaf 1911dus zij was niet aanwezig tijdens de moord.
Trees Hoeveler
Gertrude Hoeveler
Giel Hoeveler
Sjeng Hoeveler
Anna Marie Hendrix, de echtgenote van Adam Michiel Hoeveler. Adam Michiel Hoeveler zou mogelijk de man met de pijp kunnen zijn, maar dit is een veronderstelling.
Analyserend naar de foto lijkt deze te zijn genomen vóór 1905, aangezien Anna Marie Hendrix, de echtgenote van Adam Michiel Hoeveler, in dat jaar is overleden. De jongste, Jan (Sjeng) Hoeveler, zou rond de 4 jaar oud kunnen zijn, wat overeenkomt met deze inschatting. Giel, bijgenaamd “de witte van de heuvel”, zou ongeveer 9 jaar oud kunnen zijn.
Het identificeren van andere mannen op de foto is moeilijk, omdat zowel de ouders van Anna Marie Hendrix als die van Adam Michiel Hoeveler in het Brikkenwerk werkten, mogelijk zelfs op dezelfde locatie. Gielke Wanten, bekend als “de gruus jong”, lijkt een ketting tussen zijn benen te hebben gehad om weglopen te voorkomen. Dit benadrukt de harde tijden die de kinderen destijds doormaakten, waarbij Elsloo door de overheid op de vingers is getikt vanwege dergelijke omstandigheden.
Het fragment uit het krantenartikel lijkt te verwijzen naar de ‘Kinderwetje van Van Houten’, een wetgeving uit 1874 in Nederland die kinderarbeid verbood. Het artikel suggereert de mogelijkheid dat ondanks deze wet, er nog steeds gevallen van kinderarbeid plaatsvonden, waardoor de effectiviteit van de wet ter discussie wordt gesteld.
Verder met de familie Hendriks-Driessen.
Vanuit het bevolkingsregister vanaf 1890 zijn alle geboorteaktes van de kinderen opgezocht en later ook de notariële aktes betreffende de verkoop van het huis.
Er lijkt echter een fout te zijn met betrekking tot Elisabeth Hendriks, omdat haar geboorteakte niet te vinden is. Het lijkt erop dat dit waarschijnlijk een vergissing is, en dat ze eigenlijk Theresia Hendriks zou moeten zijn, geboren op 20 februari 1871. Ze verhuisde later naar Kevelaer en trouwde met een boekbinder genaamd Peter Tempelforth.
Jan Michiel Hendriks bleef waarschijnlijk het langst in de herberg, het huis of de boerderij wonen. Hij trouwde later met Emelia Stevens uit Boorsheim en trad daarna opnieuw in het huwelijk met Maria Berkmans.
Marie Hendriks, genoteerd als nummer 3, was gehuwd met Leonardo Zanders uit Meerlo en woonde bij haar ouders met haar kind op nummer 6, dat in Kevelaer werd geboren. Dit suggereert dat haar man mogelijk werkzaam was in het brikkenwerk, waardoor ze een tijdlang bij haar ouders verbleven. In totaal kregen ze 6 kinderen, waarvan er 1 op jonge leeftijd overleed.
De volgende in de lijst is Maria Johanna Gertruda Hendriks. Zij trouwde met Petrus Bartels, afkomstig uit Elsloo, en kregen samen 7 kinderen. Later verhuisden ze naar Liessel, waar Petrus Bartels jachtopziener was geweest. Uiteindelijk vestigden ze zich in Deurne, waar nog een kind werd geboren. Na de moord verbleef de vader, Jan Hendriks, een tijdje bij haar.
Het derde kind van Jan Hendriks en Tru Dresen is mijn overgrootmoeder Maria Elisabeth Hendriks, die trouwde met Theodoor Collard. Theodoor zal straks als schoonzoon na de moord de identificatie van zijn schoonmoeder doen. Later, toen ze naar Beek verhuisden, namen ze Jan Hendriks in hun huis in Beek en is daar ook overleden.
Bidprentje Jan Mathijs Hendriks .
In 1913 werd alles verkocht en verdeeld onder de familie. De rest van de familiegeschiedenis is besproken. Nu we een idee hebben van hoe de familie gestructureerd was en waar ze woonde, kunnen we overgaan naar de moord en hoe deze heeft plaatsgevonden.
Alles rond de moord op Tru Hendriks, 1 oktober 1911, Terhagen.
Het eerste huis is van Adam Michiel Hoeveler; het grotere huis met schuur was van Tru Dresen, zijn moeder.
Voordat de rechtszaak plaatsvond, vonden er verhoren plaats door de Marechaussee van Beek, waarbij ook Bertje Pijpers uit Catsop, gemeentelijk veldwachter, die ter plaatse aanwezig was na het incident en er bewijsmateriaal vond.
Door de Marechaussee in Beek werd het eerste proces-verbaal opgemaakt op 2 oktober 1911. Citaat:
‘Gemeentewachter B. Pijpers uit Elsloo had ons op de hoogte gebracht dat de avond ervoor, op 1 oktober 1911, mevrouw Hendriks in Terhagen, Elsloo, was mishandeld en bewusteloos was achtergelaten. Ook waren alle ramen naast haar woning, waar haar zoon Michiel Hoeveler woonde, ingegooid. Ik (Bert Pijpers), samen met Jacob van den Brand en brigadier Titulair van de genoemde koninklijke Marechausseebrigade, begon onmiddellijk een onderzoek op basis van instructies van de brigade-commandant. We constateerden dat in de woning van Jan Mathijs Hendriks, zijn echtgenote Gertrude Driessen in bed lag met een verbonden hoofd, blauwe plekken boven beide ogen had en bloeddoorlopen was. Ook was er een gapende wond boven haar rechteroog, vermoedelijk toegebracht door een scherp voorwerp.
Bertje Pijpers was gemeenteveldwachter van Elsloo, geboren in Catsop en woonde achter de Kapel. Zijn vader bekleedde dezelfde functie.
Marechaussee Maastrichterlaan no 37, Beek.
Deze foto is van 1919, dus 8 jaar na de moord en meer recent dan de bovenstaande foto.
Verder met het proces verbaal van de Marechaussee
‘Ik probeerde de vrouw aan het praten te krijgen, ondanks alle pogingen lukte dat niet. Haar echtgenoot, Jan Hendriks, die haar de avond ervoor in de gang had gevonden, had vanaf dat moment ook niets meer van haar kunnen horen. Bij de buren, in de woning van Michiel Hoeveler, waren alle ruiten verbrijzeld en waren er bloedspetters op de kozijnen te zien. Ik had meteen het vermoeden dat iemand met een verwonde hand vernielingen had aangericht. Op het dak van de woning vond ik een stuk berkenhout met bloedvlekken. Ook vond Bertje Pijpers, bij de spoorbrug, een stok berkenhout met bloedvlekken, ongeveer 100 meter van de plaats van het misdrijf.
Op de plek die toegang bood tot de woning van Jan Hendriks, dus in de gang waar Tru Driessen die aan haar verwondingen in de nacht tussen 2 en 3 oktober 1911 is overleden, lag een bloedplas.’.
Toelichting: Dokter Humblet, ook bekend als Humble, was een dokter die gratis werkte, daarom noemden ze hem ook wel de ‘armendokter’. Echter, men moest wel iets over hebben om hem te bereiken, want Reckheim was niet naast de deur. Men moest via Geulle de veerboot nemen om hem te bereiken. Daarnaast was er ook nog dokter Beckers uit Beek, die niet gratis was en ook nog wordt genoemd.
Onderstaand: foto van dokter Humble of Humblet (bron: Lieven Lemmens )
Volgende pagina: bidprentje van dokter Humble (bron: Lieven Lemmens) de dienaar van zijn ‘geliefde Maaslandsche menschen’.
Rechts het gebouw van de praktijk van dr. Humble. (Bron: Lieven Lemmens)
Verder met het proces- verbaal.
Jan Hendriks verklaart nog dat hij niet heeft gezien heeft wie zijn vrouw deze slag of stoot zijn vrouw heeft aan gedaan.
Verhoor van Michiel Heuvelers of Hoeveler, 51 jaar oud landbouwer.
Gisteren, dus 1 oktober 1911, kwam ik ongeveer kwart voor negen thuis vanuit Catsop naar Elsloo. Nauwelijks was ik in mijn woning toen Jan Frederix bij mij naar binnen kwam. Mijn dochter Trees had me al verteld dat hij tussen drie en 5 uur middags geruime tijd bij haar is geweest en dat ze bij een twist hem met een broodmes aan een hand verwond had. Jan Fredrix zei tegen mij: kijk eens wat jouw dochter heeft gedaan en toonde mij zijn bloedend hand; hij had deze in een doek gewikkeld. Er ontstond een twist, ik zei hem dat hij mijn dochter niet moet komen lastig vallen als ik niet thuis was. Waarop Jan Fredrix antwoordde dat zij hem zijn eer had aangetast tegenover de inwoners van Elsloo. Trees Hoeveler heeft verteld dat Driessen 10 weken zwanger is geweest van Jan Fredrix. Daarna heb ik Michiel Hoevelers, Jan Frederix buiten de deur gezet. Maar toen ik in gang kwam kreeg ik een klap met een stuk hout en werd ook verwond aan een hand maar ik kon niet zien wie dat was. Op het zelfde ogenblik zag ik dat er nog twee mensen in de gang stonden maar door de duister kon ik niemand herkennen.
Daarna de verklaring van Theodoor Daalmans, 32 jaar oud, schoenmaker, wonende te Elsloo.
‘Op zondagavond rond kwart voor negen liep ik samen met mijn vrouw langs de woning van Jan Hendriks te Terhagen. Ik zag Tru Driessen in de deuropening staan, we groetten elkaar. Ik zag dat er drie personen achter het huis van Michiel Heuvelers verdwenen, maar ik kon ze niet herkennen. Toen we ongeveer 50 tot 60 stappen verder waren, hoorden we het geluid van deuren en vensters die werden geslagen, en glasgerinkel. We zijn niet gaan kijken, dus we weten niet wie dit heeft gedaan.’ Zijn vrouw, Elisabeth Schreurs, verklaarde hetzelfde.
Uit het proces-verbaal:
“Naar aanleiding van deze verklaringen en de verstandhoudingen zijn de verdachten Peter Hubert Driessen en Jan Fredrix door ons in arrest gesteld en verhoord. Peter Hubert Driessen, die bij zijn vader inwoonde, genaamd Peter Hubert, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober ben ik niet uit huis geweest. Mijn ouders en Jacques Lemmens kunnen dit bevestigen, want Lemmens was tussen 7 en 8 uur bij ons thuis, en ik ben om 9 uur naar bed gegaan.’ Jacques Lemmens, 35 jaar oud, sigarenmaker, wonende te Elsloo, verklaarde dat hij op de avond van 1 oktober bij Peter Hubert Driessen thuis was om te praten over het pachten van een stuk land. De zoon, Peter Hubert, was ook binnen rond half zeven. Hij had klompen aan en was niet gekleed om uit huis te gaan. Anna Smeets, 51 jaar oud, huisvrouw van Peter Hubert Driessen, wonende in Terhagen, Elsloo, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober is mijn zoon Peter niet uit huis geweest. Het is onmogelijk dat mijn zoon betrokken was bij de mishandelingen of vernielingen.’ In de voormiddag van 2 oktober, rond negen uur, ontmoette ik Jan Fredrix in het veld. We spraken over de mishandelingen en vernielingen en dat mijn zoon was gearresteerd. Fredrix zei tegen mij dat hij niet wist wie de mishandeling had gedaan. Ik opperde dat Tieske dat wel gedaan zou hebben. Hij knikte met ja, bevestigend op mijn vraag. Daarna vertrok hij omdat hij naar Dokter Beckers in Beek moest om zijn hand te laten verzorgen.’
Verklaring van de verdachte Jan Fredrix, ongehuwd, sigarenmaker, woonachtig bij zijn stiefvader Jan Reubsaet en zijn moeder in Elsloo.
‘ Ik ben op 1 oktober 1911 ’s middags rond 6 uur in de woning van Heuvelers geweest, waar ik in een woordenwisseling met Theresia Heuvelers terechtkwam, omdat zij beweerde dat de dochter van Driessen 10 weken zwanger van mij was geweest. De twist escaleerde zo erg dat ze een broodmes pakte en mij vrij ernstig verwondde aan mijn rechterhand, waar veel bloed uitkwam. Ze deed dat omdat ik achter haar broertje aanzat vanwege dingen die hij had gezegd. Daarna heb ik het huis verlaten en ben naar Catsop gegaan. Rond half 8 ben ik teruggegaan naar de woning van Heuvelers. Toen ik binnenkwam en Adam Heuvelers zag, ontstond er weer ruzie en werd ik buiten gezet. Toen ik buiten stond, zag ik nog twee personen, maar ik heb ze niet herkend. Ik zag wel dat Mathijs Hendriks naar binnen ging bij Heuvelers. Ik ben alleen teruggelopen naar Catsop en heb geen glasruiten ingeslagen of mevr. Hendriks mishandeld. Toen hij door mij ondervraagd werd over wat ik in de ochtend van 2 oktober tegen Peter Driessen had gezegd, ontkende ik dit.”
“Verder in het onderzoek deelde Theresia Heuvelers ons mee dat ze er zeker van was dat Jan Molling erbij betrokken was geweest. Daarop hebben we deze persoon gearresteerd en ondervraagd. Maar hij verklaarde dat hij tussen half zeven en negen uur bij zijn schoonouders, Jan Reubsaet, was geweest, wat mijn onderzoek bevestigde. Daarna is hij vrijgelaten.
“Op de avond van 3 oktober is de verdachte Jan Fredrix opnieuw verhoord door de brigadier, nadat we hem op verschillende leugens hadden gewezen. Toen verklaarde hij het volgende: ‘Op de avond van 1 oktober 1911, rond half 8, ben ik samen met Ties Smeets en zijn broer Door Smeets vanuit het Café van Engelen in Catsop naar de woning van Adam Heuvelers gegaan.'”
Toelichting: Café Engelen was gevestigd in de Daalstraat Catsop
Toelichting: De ingang van Café Engelen bevond zich bij de eerste deur. Op de foto zien we rechts de uitbaatster van die tijd, Marie Wijnen. Ze was getrouwd met Willem Engelen. Aan de linkerkant staan haar schoondochter Marie Beckers en haar kind Rietje Engelen. Marie Wijnen is hier geboren, terwijl Willem Engelen uit België kwam en hier is komen wonen door zijn huwelijk.
Dit is van het heden in 2023 waar Café Engelen stond. Uit een krantenartikel citeer ik Jan Pijpers, ook bekend als Sjeng van Bertje de velwachter. Jan Pijpers herinnert zich het ruige leven nog als de dag van gisteren. Vroeger, zegt hij, telde Catsop acht cafés. Op de kegelbaan van Café Engelen kon je haanslaan. Dat was een wrede sport. De deelnemers werden geblinddoekt en kregen een sabel waarmee ze een levende haan in twee stukken moesten zien te slaan. Hier werd ook het “dasse-biete” beoefend, wat bloederige gevechten tussen een hond en een das waren, waarbij weddenschappen werden afgesloten. In een krantenartikel van vrijdag 14 januari 1983. Mijn vader Thei Smeets vertelde me nog over die tijd dat de kegelbaan bestond uit een houten plank buiten.
Verder met het verhoor:
Wij spraken onderweg af om bij Heuvelers de boel kort en klein te slaan. Onderweg sneed Ties een stuk hout af waarvoor ik hem mijn mes gaf. Ik kreeg ook een stuk hout van Smeets. Toen wij aan de woning van Heuvelers waren ging ik naar binnen en bleven de gebroeders Smeets buiten aan de woning wachten. Toen ik binnen was ontstond er een ruzie, omdat ik tegen Heuvelers zei dat zijn dochter mijn goede naam had bezoedeld en daarna nog in mijn hand had gesneden. Heuvelers pakte me vast en zette me buiten de deur. Enige ogenblikken later zag ik zijn stiefvader van Heuvelers naar binnen gaan. Nauwelijks was hij binnen, besloten ik en Ties om de glasruiten te vernielen. Ik heb gezien dat Ties en ik alle glasruiten aan de woning kapotgeslagen hebben. Door Smeets heeft niets gedaan, althans ik heb hem niet zien slaan. Nadat we alles kort en klein hadden geslagen, zijn we weggegaan. Vrouw Hendriks (Gertrude Driessen) zagen wij aan de deur van haar woning staan, en zodra Ties dat ook zag, heeft hij haar met het bewuste stuk hout geslagen, wat ik duidelijk heb gezien. Daarna zag ik vrouw Hendriks achterover vallen. Ik heb mijn stuk hout op het dak van de woning van Hendriks gegooid, waarna wij allemaal richting Catsop zijn weggelopen. Ik heb de glasruiten vernield uit wraak vanwege wat Theresia Heuvelers had gezegd en de mishandeling.
Naar aanleiding van deze verklaring zijn Ties Smeets en ik gearresteerd en ondervraagd. Door Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd en mijnwerker wonend te Elsloo, verklaart na hem op de ernst van de zaak te hebben gewezen, het volgende: Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half acht, ben ik in gezelschap van mijn broeder Ties en Fredrix het café van Engelen uit gegaan. Ik zag dat Fredrix ernstig gewond was aan zijn rechterhand, en Fredrix zei dat Theresia dat had gedaan. We spraken af om bij Heuvelers alles kort en klein te slaan, wat Fredrix voorstelde. Mijn broeder heeft onderweg een stok afgesneden en daarna zijn we naar de woning van Heuvelers gegaan. Toen we daar waren, is Fredrix bij Heuvelers naar binnen gegaan. Hij was nauwelijks binnen toen hij door Heuvelers naar buiten werd gegooid. Daarna zag ik dat mijn broer en Fredrix de glasruiten kapot sloegen met een stuk hout. Nadat ze de glasruiten hadden vernield, liepen we weg. Maar toen we langs de woning van Hendriks liepen, zagen we dat mevrouw Hendriks aan de deur van haar woning stond. Mijn broer sloeg haar met een stuk hout tegen het hoofd, waardoor ze achterover viel. Daarna zijn we weggegaan in de richting van Catsop. We hebben nog een glas bier gedronken bij caféhouder Engelen en daarna zijn we naar café Bartels gegaan. Vervolgens zijn Fredrix en ik naar mijn woning gegaan, waar Fredrix ook heeft geslapen. Ik heb geen glasruiten vernield omdat ik spijt had dat ik met Fredrix was meegegaan.
De verdachte Tieske Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd brikkenbakker (bijgenaamd Kromme Tieske) en woonachtig te Elsloo, verklaart aanvankelijk helemaal niets te weten van de mishandeling met dodelijke afloop en de vernielingen, en ontkent alles. Doch bij een nader verhoor verklaarde hij als volgt:
Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half 8, ben ik in gezelschap van mijn broeder Door vanuit Café Engelen te Catsop naar de woning van Heuvelers in het Terhagen gegaan. We spraken onderweg af om daar de boel kort en klein te slaan, waarvoor ik een stuk hout heb afgesneden met een mes van Fredrix. Toen wij bij de woning van Heuvelers aankwamen, is Fredrix naar binnen gegaan, maar nauwelijks was hij binnen of werd hij door Heuvelers naar buiten geworpen. Toen Fredrix buiten was en de deur van Heuvelers’ woning gesloten was, heb ik met Fredrix de glasruiten bij Heuvelers stukgeslagen. Vervolgens zijn we weggegaan, maar toen wij langs de woning van Hendriks liepen, zag ik dat mevrouw Hendriks aan de buitendeur van haar woning stond. Omdat ik bang was dat die vrouw had gezien dat wij de glasruiten hadden stukgeslagen, heb ik haar opzettelijk een slag met het stuk hout tegen het hoofd toegebracht. Daarna zijn we weggelopen richting Catsop, waar we ons verspreidden. Ik had echter niet de bedoeling om mevrouw Hendriks dood te slaan en ik betreur het dat zij aan de gevolgen is overleden.
Na voorlezing verklaart de verdachte dat deze verklaring overeenkomt met de waarheid, zoals gesteld blijkt uit de ondertekening van de verdachte. Ondertekend, Ties Smeets
De verdachte Ties Smeets, alsmede Jan Fredrix en de getuige Door Smeets, zijn met elkaar geconfronteerd waarbij hun verklaringen overeenkwamen. De verdachte Peter Hubert Driessen is na afloop van het onderzoek wederom in vrijheid gesteld omdat uit de verklaring is gebleken dat hij niet heeft deelgenomen aan de vernielingen en mishandeling. De getuige Door Smeets is na zijn verhoor eveneens in vrijheid gesteld.
Stukken hout, die door mij in beslag zijn genomen en waarmee de mishandeling en vernielingen zijn gepleegd, zijn aan de verdachten getoond en zij hebben deze herkend als het hout dat zij hebben gebruikt bij het plegen van voormelde misdrijven.
De heer Beckers, arts alhier, is door mij benaderd voor het onderzoek van mevrouw Hendriks. De verslagen van het onderzoek worden door middel van een schriftelijke verklaring bijgevoegd.
Het lijk van Gertrude Driessen, die in de nacht van 2 en 3 oktober is overleden, is door mij in beslag genomen en zal bij de komst bij justitie worden vrijgegeven aan de heer rechter-commissaris belast met de instructie van strafzaken bij de rechtbank in Maastricht. De geboorteakte van de verdachte en het proces-verbaal van de beslagname en overdracht van het lijk worden erbij gevoegd.
Volgens verkregen informatie hebben de verdachten een ongunstige reputatie. De verdachten worden op 5 oktober voor de heer officier van Justitie geleid om ter beschikking te worden gesteld bij de lijkschouwing te Elsloo.
Dit proces-verbaal is opgemaakt door mij, brigadier Titulair vernoemd, op mijn ambtseed en gezonden aan de heer officier van justitie te Maastricht.
Gesloten te Beek op 4 oktober 1911 Ondertekend door Jacob van den Brand
Na dit verhoor en de bekentenis van de verdachte komt er een rechtszaak. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan, maar dit leidt tot dezelfde conclusies als door de marechaussee is opgesteld. Er wordt ook een onderzoek uitgevoerd op Tru Driessen om de doodsoorzaak vast te stellen en te bepalen of dit door de slag is gekomen. De rechtbank stelt daar artsen voor aan voor een lijkschouwing die naar Elsloo komen.
De rechter-commissaris heeft het lijk overhandigd aan de volgende artsen, te weten Dokter Beckers, de geneesheer Nijst, en Schmedding, om de doodsoorzaak te onderzoeken. Tevens zijn mijn overgrootvader, Theodoor Collard, een 43-jarige landbouwer, en Bert Pijpers, een 54-jarige gemeenteveldwachter wonend te Elsloo, gevraagd om de identificatie van het lijk uit te voeren.
De heer Schmedding was afkomstig van Maastricht, waar hij als chirurg werkzaam was.
De details van het onderzoek zal ik achterwege laten, maar de artsen hebben bewezen dat de slag met het hout de oorzaak van het overlijden is geweest.
Vóór de voorgeleiding van Ties aan de rechtbank werd er gekeken naar al zijn documenten om te achterhalen of hij eerder met justitie in aanraking was geweest.
Dus Ties had nog wat gestroopt op 16 jarige leeftijd en kreeg daar een boete voor in 1899.
de uitspraak
Uiteindelijk krijgt hij 3 jaar gevangenisstraf en moest naar Breda naar de gevangenis.
Op 5 oktober krijgt hij zijn ontslag .
Toen men destijds in de gevangenis belandde, werd er een foto gemaakt. Dit is de foto van Ties Smeets, en hij heeft zijn straf uitgezeten. Ties zette zijn leven voort, stichtte een gezin in Duitsland en kreeg verschillende kinderen.
Ik heb nog een foto ontvangen van brikkenbakkers van Guus Peters, met de mededeling dat deze iets te maken zou hebben met Hoeveler. Ik weet hier echter niets van, want het zijn twee foto’s, maar er was er één.
Dus dit is eigenlijk een foto waarop je de kinderen ziet die de brikkenvormen vasthouden voor de foto. Destijds was het normaal dat kinderen aan het arbeidsproces deelnamen. Het lijkt mij een erg oude foto, maar wie erop staat, heb ik geen idee van. Ze zou aan de familie Hendriks of Hoeveler verbonden zijn.
Verkoop goederen van Jan Hendriks Terhagen
Dit zijn de onroerende goederen die verkocht worden de nummers komen straks terug in de notariële akte.
Hier vond de verkoop plaats en waren alle leden van de families Hendriks en Hoeveler aanwezig of hadden zij een vervanger aangewezen.
We gaan over naar de notariële akte en ik moet meteen vermelden dat sommige handschriften niet te vertalen waren, maar ik heb een poging gewaagd.
Het is belangrijk te vermelden dat deze aktes informatie bevatten over waar de kinderen op dat moment woonden en met wie ze getrouwd waren. Dit is van grote waarde voor een gedegen stamboomonderzoek.
Op de tweeëntwintigste oktober negentienhonderd dertien, ’s middags om drie uur, vond deze gebeurtenis plaats in de herberg van Hubert Janssen-Marchal te Elsloo, in aanwezigheid van:
Johannes Mathijs Hendriks, weduwnaar van Gertrude Driessen, zonder beroep en wonende te Deurne, die optrad in eigen naam en als mondeling gemachtigde van: A. Peter Bartels, rijksveldwachter, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Anna Hendriks en wonende te Deurne. B. Leonard Sanders, fabrieksarbeider, bijgestaan door zijn echtgenote Maria Hendriks, zonder beroep, samenwonend te Freiburg Homburg (Duitsland).
Peter Tempelforth, boekbinder, wonende te Kevelaer (Duitsland), bijgestaan door zijn vrouw Theresia Hendriks, zonder beroep, eveneens wonend aldaar.
Theodoor Collard, landbouwer, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Elisabeth Hendriks en wonend te Catsop, gemeente Elsloo.
Jan Hendriks, mijnwerker, wonende te Cothem Boorsheim (België).
Adam Michiel Hoeveler, weduwnaar van Anna Maria Hendrix, landbouwer, wonende te Terhagen, gemeente Elsloo, die handelde als: a. Eigenaar b. Vader en voogd van zijn minderjarige kinderen Michiel en Jan Hoeveler c. Monddelinge gemachtigde van zijn meerderjarige kinderen Theresia Hoeveler, ongehuwd en wonende in Terhagen Elsloo, en Gertrudis Hoeveler, ongehuwde dienstbode wonende te Maastricht.
Theodoor Collard, van plan om op te treden als mondelinge gemachtigde van: a. De heer Jan Lemmens van Elsloo, secretaris der gemeente Elsloo, en Hendrik Lenssen, organist, beiden wonende te Elsloo, die handelden namens het College van burgergenoten en rechtshandhavers van de gemeente Elsloo, gemachtigd bij besluit van de raad der gemeente, goedgekeurd bij besluit van gedeputeerden van Limburg in februari, na het verzenden van de stukken. b. De heer Joannes Jacobus Bours, gepensioneerde wachtmeester der marechaussee, wonende te Terborg, eigenaar van perceel 6, die mogelijk de gemeente Elsloo in staat stelt om een wijziging aan te brengen in de beschreven andere percelen door ze samen te voegen.
Verder waren Jan Hendrix, koopman en wonende te Elsloo, als voogd van de minderjarige Hoevelers aanwezig.
Ik, Jacobus Hoefer, notaris van Beek, benoemd voor het afhandelen van de volgende onroerende goederen in de gemeente Elsloo.
Nummer een: een huis met stallen en tuin gelegen in het Terhagen, kadastersectie C nummer 2064, het gehele noordwestelijke deel afgepaald van nummer 2065, ongeveer 3 are en 35 centiare groot. Volgens verklaring van de erfgenamen staat het perceel kadestraal perceel sectie C nummer 2065 geheel, groot drieënvijftig aren, op naam van Adam Michiel Hoeveler, die het overneemt.
Daarna volgen voorwaarden, hypotheken, grondbelastingen, etc. die ik zal overslaan en doorgaan met wie wat heeft gekocht:
Perceel nummer een, het huis, de stallen en de tuin, is gekocht door Peter Steps, wonende in Catsop, gemeente Elsloo, voor een bedrag van zeshonderdvijftig gulden.
Perceel nummer twee is gekocht door Jan Lemmens, landbouwer wonend te Elsloo, voor een bedrag van tweehonderdvier en zestig gulden en vier cent, als mondeling gemachtigde van de heer Joannes Van Es, gehuwd met Philomena Lemmens, mijnwerker, wonend te Catsop, gemeente Elsloo.
Perceel nummer drie is gekocht door Hendrik Peters, gehuwd met Judith Renkens, caféhouder en metselaar te Beek, voor een bedrag van honderdtwee en zeventig gulden en twintig cent. Dit komt toe aan de Gemeente.
Perceel nummer vier is gekocht door Theodoor Collard, gehuwd met Elisabeth Hendriks, landbouwer te Catsop-Elsloo, voor een twaalfde deel, voor negenennegentig gulden en achtenveertig cent.
Perceel nummer vijf is ook gekocht door Theodoor Collard, voor vierenvijftig gulden.
Perceel nummer zes is gekocht door Louis Driessen, gehuwd met Maria Catharina Janssen, landbouwer wonend te Catsop, gemeente Elsloo, voor vijfhonderdzesendertig gulden en vijftig cent.
Partijen verklaren dat zij geen titels van aankomst of bewijzen van eigendom kennen voor de genoemde onroerende goederen, noch weten dat die bestaan of zijn overgedragen zoals zij weten of blijkt uit de documentatie.
De comparanten zijn mij, de notaris, bekend. In de twaalfde en dertiende regel van de eerste bladzijde zijn woorden doorgestreept en vervangen door andere woorden.
De verdere geschiedenis van de familie Hoevelers.
Adam Michiel Hoeveler, geboren in 1860 en overleden in 1944 .
Het gezin Hoeveler staat hier in zijn geheel op en de moeder Anna Marie Hendrix schenkt nog een drankje in.
Anna Maria Hendrix, geboren in 1860, overleed aan een longontsteking in 1905 in het huis in Terhagen. Na haar overlijden hertrouwde Adam Michiel niet en bleef bij zijn kinderen wonen, naast zijn moeder.
Tot slot
Dit is mijn persoonlijke reconstructie van de tragische moord op mijn betovergrootmoeder, Gertrude Driessen. Een waargebeurd verhaal dat destijds de kranten haalde en waarvan de sporen tot op de dag van vandaag voelbaar zijn in mijn familiegeschiedenis.
Mijn bedoeling met dit verhaal was niet om iemand te kwetsen, maar om een stuk verleden tastbaar te maken, zoals het mogelijk was in die tijd. Ik heb geprobeerd zo zorgvuldig en respectvol mogelijk te werk te gaan, met oog voor zowel de feiten als de gevoelens van betrokkenen en hun nazaten.
Mocht iemand zich toch gekwetst voelen of ergens moeite mee hebben, dan hoor ik dat graag. Alleen in openheid en met wederzijds begrip kunnen we het verleden een plek geven.
Leentje de Wever is in 1774 na een rechtszaak en aansluitend oordeel verbannen uit Elsloo, en keert later terug in Catsop. We gaan terug in de geschiedenis in Catsop en gaan zoeken waar hij gewoond heeft. ‘Leentje’, zijn voornaam duidt erop dat hij niet groot van stuk zal zijn geweest, en wever was zijn beroep. Het weven was in die tijd voor velen de inkomstenbron. Men maakte vaak stof van vlas, in fabrieken of op een grote boerderij voor de vlasverwerking, ook bij molens. Midden in de 18e eeuw was in Europa geen katoen meer verkrijgbaar uit Indië, dus moest op een nadere manier worden voorzien in de behoefte aan stof en kleding.
Of hij in Catsop terecht is gekomen via werk is niet erg waarschijnlijk, eerder door zijn echtgenote, Elisabeta Lemmens (Catsop; ze trouwen in 1766). Zij is een dochter van Houber Lemmens en Lucia Penders, maar een geboorte-inschrijving van haar ontbreekt. Aannemelijk is dat Elisbatha enkele jaren na de geboorte van haar broer Mathieus Lemmens (1727), dus ongeveer in 1729 of 1730 is geboren. Immers inschrijving in de burgerlijke stand was eerst sedert de Franse tijd in 1811 verplicht. Haar voornaam wordt op verschillende manieren aangegeven: Elisabeta, Liesbeth, Catharina, en Anna Elisabeth. Reden was het niet machtig zijn van lezen en schrijven. Ten tijde van haar overlijden in 1811 was het wel verplicht een akte te maken en daar stond de bevestiging in dat ze inderdaad een dochter was van Hubert Lemmens en Lucia Penders.
Bovenstaand de originele huwelijk inschrijving d.d. 4 oktober 1766. Getuige is Jacob Penders, familie van Elisabeta Lemmens, Lucia Penders. Jacob Penders is een kind van een broer van Lucia Penders. De in de akte genoemde Maria Smeets zou familie van Penders kunnen zijn.
Leentje en Elisabeta kregen twee kinderen; zie hier onder.
Doopregister van Maria Helena Geurts. De doopgetuigen zijn een broer van Elisabeta Lemmens en de moeder van Leonardus Geurts, Helena Lindeman.
De tweede dochter is Maria Lucia Geurts. Doopgetuige is Margarita Lemmens, een zus van Elisabeta Lemmens.
Zoals aangegeven zijn de moeder van Elisabeta Lemmens Lucia Penders, oftewel wed. Houb Lemmens. Uit het gichtregister (zie hieronder) kan worden afgeleid waar de latere woning van Elisabeta Lemmens was gelegen.
Ten overstaen van d’ondergetekende schepenen compareerde op heeden den 19 februarij 1750 den eers(aeme) Peter Penders, ingezeten van Hoensbroek, in huwelijk met Elisabeth Cilissen, den welke verclaerde bij titul van coop en vercoop op en overgedragen te hebben seeker huijs, camer en de helfte van een huijsweijde, groot ontrent eenen halven morgen, gelegen tot Catsop, soo en gelijk als aen hem comp(aran)t bij scheijdinge en deijlinge onlangs is toegevallen. Reijgen(oten): ter eenre Mathijs Habets, ter andere dheere Grave. Alhier, gelijk hij comp(aran)t in vollen eijgendom overdraegt, cedeert en transporteert mits deesen aen en in behoeft van de wed(uwe) Houb Lemmens, alhier present, en voorn(oemd) huijs, camer en weijde in coop accepteerende int’ geheel om en voor de somme van f 250, in mindernisse van alwelke coopprijs alhier is dienende alsulk capitaal van een honderd g(u)l(den)s in behoeft van d’erff(genaemen) Peter Hagens geweest, verclaerende hij cedent van de resteerende somme van f 150 gulden vergenoegt en voldaen te weesen, renuntieerende ten dien eijnde op d’exceptie van ongetelden gelde, daer over van ons geertioneert zijnde, spreekende mits dien voor goede gigte, cessie en transport, mitsgaders voor alle calengien en naemaeningen, soo binnen als buiten s’jaers, stellende en surrogeerende vervolgens hij, cedent, de copersse over al in sijns cedents plaetze, steede regt en geregtigheijd, onder obligatie en verband als nae regten met consent in de realisatie deses waar nodig, welken volgens is de voorm(elde) coopersse int’ geceedeert land in deesen onder den voors(chreven) last van bovenstaende capitaal van honderd g(u)l(den)s gegigt en gegoed naar defer banke regt en in hoeden van regt gekeert, salvo jure cujus libet. Was geteekent ende gehandmerkt merk x van Peter Penders, teken van x wed(uwe) Houb Lemmens, verclaerde niet connende schrijven. L. van Hees, scab(inu)s Peeter Bovens, S. W. Roemers, secr(etar)is.
Vertaald
Op heden, 19 februari 1750, verscheen voor ondergetekende schepenen de eerzame Peter Penders, een inwoner van Hoensbroek, gehuwd met Elisabeth Cilissen. Hij verklaarde dat hij, bij wijze van koop en verkoop, een zeker huis, een kamer en de helft van een huisweide, ongeveer een halve morgen groot, gelegen in Catsop, heeft overgedragen, zoals hem onlangs is toegekomen door een scheiding en verdeling. De aangrenzende percelen zijn van Mathijs Habets aan de ene kant en van de heer Grave aan de andere kant. De Heer Grave is de kasteelheer en stelde deze woning waarschijnlijk ter beschikking aan zijn veldbode.
Hij draagt hierbij in volle eigendom over, cedeert en transporteert aan en ten behoeve van de weduwe Houb Lemmens, hier aanwezig, het genoemde huis, de kamer en de weide in hun geheel, tegen een bedrag van 250 gulden. Dit in mindering van het kapitaal van honderd gulden, zoals verklaard door de erfgenaam Peter Hagens, verklaart de cedent tevreden en voldaan te zijn met het resterende bedrag van 150 gulden, afstand doende van het recht op ongeteld geld waarover we geïnformeerd zijn, en verklaart dit als een geldige overdracht, cession, en transport, evenals voor alle schuldvorderingen en navolgingen, zowel binnen als buiten het jaar. Hierbij stelt en vervangt hij, de cedent, de kopers in zijn plaats, met volledige rechten, onder pand en verplichting volgens de wet, met toestemming voor de uitvoering hiervan indien nodig. De genoemde kopers hebben het overgedragen land onderworpen aan het bovengenoemde kapitaal van honderd gulden, overgedragen en gevestigd volgens de wet, behoudens enig recht van wie dan ook. Getekend en gemerkt met het merkteken x van Peter Penders, het merkteken x van weduwe Houb Lemmens, verklaarde niet te kunnen schrijven. L. van Hees, schepen. Peter Bovens, S. W. Roemers, secretaris.
Dus: Peter Penders (gehuwd met Elisabeth Cilissen) verkoopt voor 250 gulden een huis en een kamer en de helft van een huisweide aan de weduwe van Houb Lemmens (Lucia Penders). De verkoper had het verkochte goed onlangs geërf. De koper hoeft slechts 100 gulden te betalen.
Omdat 150 gulden nog ten laste stond van de verkopers (ze had dus geld geleend daarvoor) moest die lening worden terugbetaald aan de erfgenamen van Peter Hagens. Dat betekent ofwel dat de koper een erfgenaam van Peter Hagens was die geërfd heeft, ofwel dat de koper van het huis, kamer en weide, de weduwe van Houb Lemmens, die obligatie overgekocht heeft van de erfgenamen Peter Hagens. Zo specifiek legt de akte het niet uit.
Het einde van de akte zijn bijna allemaal standaardzinnen die je vaker zal tegenkomen. ‘Renunciatie op de exceptie van ongetelde gelden’ betekent dat het te betalen geld bij het opstellen van de akte niet overhandigd werd in het bijzijn van de notaris, secretaris of getuigen, maar dat het geld ervoor reeds aan de verkoper werd overhandigd. Achteraf kon de verkoper niet klagen dat hij zijn geld niet had gehad.
Op het einde staat dat ze de last op het pand van (100 gulden) overneemt van de koper. Daarom krijgt ze 100 gulden korting op de verkoopprijs van 250 gulden.
Dat betekent dat de lening blijft doorlopen en de koopster jaarlijks rente dient te betalen aan de schuldeisers, te weten de erfgenamen van Peter Hagens.
Dus Lucia Penders, de moeder van Elisabeta Lemmens koopt dus hier een woning van Peter Penders en Elisabeth Cilissen ( later: ‘Celissen’). Elisabeth Cilissen is geboren in Hoensbroek en daar gaat Peter Penders ook wonen, aldus de gicht. De naam Penders werd eerder ook geschreven als ‘Pendrez’. Maar wat is de relatie tussen Peter van Lucia? Het is familie, zo beschrijft de stamboom van Op de Camp (bron. https://www.genealogieonline.nl/.) Dan zou het een zoon zijn van een broer van Lucia Penders, genaamd Mathijs Penders. Zie onderstaande link.
Onderstaand een gicht van Leonard Geurts; hij kocht een stuk grond. Dit ten overstaan van de heren J.Frederix, M.P. Frederix en J.W. Roemers, schepen van de Baronie van Elsloo. 10 Jaar later dezelfde personen die hem – tevergeefs zoals later zal blijken – naar de schandpaal wilden brengen.
Leonard Geurts koopt een stuk grond van Peter Lenders (kan later ‘Lenaerts’ zijn geworden) en zijn echtgenote Sibille Hagemans.
Het gaat om een stuk land van 48 roeden uit een stuk land van 144 roeden, liggend op de gebroken weide, uitschietend naar de Horsterweg en naast de weduwe van Jan Pijls. Hij moet wel erfpacht betalen aan de kasteelheer Grave.
Aangegeven wordt dat hij wederdeiling heeft, dus vermoedelijk zat er een vat rogge erfpacht op, en dat Leonard Geurts daar een derde van betaalt. Verder staat er dat de koop wordt geaccepteerd en een notaris het heeft bezegeld voor een bedrag twee en halve stuiver. ‘Was getekend, J.W. Roemers’; mogelijk had Roemers hier twee petten op: hij was Schepen van Elsloo en notaris van Maastricht.
Bovenstaand de notariële akte van 1769, getekend door J.W. Roemers. Moeilijk leesbaar, maar waarschijnlijk dezelfde tekst als in het gichtregister.
Vijf jaar later, op 14 november 1774, wordt Leentje beticht van iets wat we niet weten, maar er is wel een oordeel over hem geveld blijkens een rechtszaak in Maastricht.
Sententie ……..In Zake D’Edel Gestrenge Heer J.C.L. De Limpens, Drossard dezer vrij Heerlijkheijd en Baronie Elsloo, nomine officij Klager ……..Tegens Leonardus Geurts fugitive, ad valvas geciteerde en beklaegde
Visis actis als naementlijk alle de verbaalen in zake gehouden, ons decreet van Corporeele apprehensie ten Laste van den Beclaagde gegeven, de feijten van Belastingen en conclusie van d’Heer Clager tegens denzelven fugiti- ven genomen, en verders alle acten en actitaten in zake ingedient en onder behoorlijcken inventaris Gefourneert, en op alles gelet, waer op te Letten stonde of conde moveeren en signantelijk op ons Decreet van versteck nae voorgaande behoorlijcke, geaffigeerde en gerelateerde Citatiën edictaal in zake opgevolgt, Schepenen der vrij Heerlijkheijd en Baronie Elsloo met assumptie der Heeren C. Otzeling H. Milliard en H.M. Nijpels schepenen der Heerlijckheeden Eijsden, Bemelen en Mechelen op de Maese, mitsgaders van een onpartijdig Regtsgeleerde ter manisse van den Eerst præsiderende in zake in Contumaciam Regt doende, Bannen den voorsz. Beclaegde Leonardus Geurts voor altoos uijt dese vrij Heerlijckheijd en vrij Baronie, met interdictie van noijt in dezelve te mogen verschijnen. op poene van daar inne bevonden wordende, zwaerder te worden gestraft. Met Condemnatie van den zelven in de Costen en misen van justitie ter onser Taxatie en moderatie met confiscatie van goederen. Actum op den ouden stadhuijze binnen Maestricht nae bekomene territorium Den 14 novembris 1774 J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi C.Otzeling – H.M. Nijpels – H.Milliard
Gepronuntieert den 17. novembris 1774 na voorgaenden klockenslagh aen de Kaeck tot Elsloo ten overstaen van dheeren Drossard en Schepenen Röomers, P.Frederix, Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassumeerte schepen C. Otzelingh
me presente quod Testor ……..J.W. Roemers ……..Secretaris
Deze verklaring is uitgesproken ‘aan de kaak’, en dat is in Elsloo.
Dat zou dan geweest zijn waar nu het kapelletje staat: kruising Kaakstraat, Raadhuisstraat (Straatje), daar werd dit oordeel uitgesproken maar Leentje was er niet, hij was gevlucht.
Hier onder een vertaling van het document.
Sententie
In de zaak van
De Edel Gestrenge Heer J.C.L.
De Limpens, Drossard van deze Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, in naam van hetopenbaar ministerie, de aanklager tegen Leonardus Geurts, voortvluchtige,
gedagvaard en
beschuldigde
Na kennis te hebben genomen van alle documenten in deze zaak, met name alle verslagen die in deze zaak zijn opgesteld, ons bevel tot de fysieke aanhouding van de beklaagde, de feiten met betrekking tot belastingen, en de conclusie van de aanklager tegen de voortvluchtige, evenals alle andere documenten die in deze zaak zijn ingediend en behoorlijk zijn geïnventariseerd, en na zorgvuldige overweging van alles wat relevant is en wat mogelijk aanleiding zou kunnen geven tot overweging, met name ons bevel tot verberging na behoorlijke, openbare en gerelateerde citaties in deze zaak, zijn de schepenen van de Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, met de aanwezigheid van de heren C. Otzeling, H. Milliard en H.M. Nijpels, schepenen van de Heerlijkheden Eijsden, Bemelen en Mechelen aan de Maas, evenals een onpartijdige jurist in de positie van de Eerst President in deze zaak, in afwezigheid van de beklaagde, recht doende in verstek, de hierboven genoemde beklaagde, Leonardus Geurts, voorgoed verbannen uit deze Vrije Heerlijkheid en Vrije Baronie, met het verbod om hier ooit nog te verschijnen, op straffe van zwaardere straffen als hij daar wordt aangetroffen. Met veroordeling van dezelfde tot de kosten en uitgaven van justitie, naar onze schatting en beoordeling, met inbeslagname van goederen. Gedaan op het oude stadhuis in Maastricht, na ontvangst van territorium (waarschijnlijk een juridische term). Op 14 november 1774.
J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi C. Otzeling – H.M. Nijpels – H. Milliard
Uitgesproken op 17 november 1774 na het luiden van de klokken aan de Kaak te Elsloo, in aanwezigheid van de heer Drossard en schepenen Röomers, P. Frederix, Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassisteerde schepen C. Otzelingh.
“Ik getuig hierbij dat ik aanwezig ben”
Secretaris
J.W. Roemers
Dus die schepenen zoals J.W. Roemers die hadden verschillende petten op, hij was b.v. ook notaris in Maastricht, dat was in die tijd de normaalste zaak van de wereld, er was toen nog geen sprake van het scheiden van machten, en een verbod op belangenverstrelling was er niet. Nepotisme (vriendjespolitiek ) was bovendien erg geliefd en gebruikelijk in die tijd. Hoe meer petten, hoe beter. Notarissen waren bijvoorbeeld vaak tevens procureur (advocaat) . Het feit dat Roemers schepen was van de bank Elsloo wil zeggen dat hij ook grote grondbelangen had in Elsloo, want zonder grondbezittingen werd je geen schepen.
Het begrip “Heerlijkheid” en “Heerlijke rechten” is nauw verbonden met het leenstelsel, ook wel feodalisme geheten. Het was gebaseerd op de gedachte dat op een stuk land een aantal rechten zaten zoals tolrecht, jachtrecht, het recht om er te wonen, akkers te bebouwen, het land te besturen en de inwoners op dat land fiscaal te belasten en te berechten indien nodig.
Een graaf of hertog kon die rechten naar willekeur in (bruik)leen geven aan een leenman. De graaf of hertog bleef dan wel eigenaar van de grond. Deze (bruik)leen kon gebeuren tegen betaling, maar werd ook wel gedaan als beloning voor militaire steun die de graaf had ontvangen van de leenman. Een dergelijke overeenkomst resulteerde in een heerlijkheid. De leenman in zo’n heerlijkheid had dus een soort contract met de landsheer. De rechten die de leenman (meestal “heer” genaamd) in leen kreeg, bestonden meestal uit het recht tot de benoeming van veel functionarissen zoals de pastoor, de kapelaan en de koster. Daarnaast mocht de leenman accijnzen, verschillende belastingen en tollen heffen.
(bron Rijckheyt )
Maar Elsloo was ook een Baronie.
Een baronie ( Latijns, baronia), is van origine een vorm van bezit of houderschap en een regeringsvorm waarbij de absolute macht bij één persoon berust, de baron, baanrots, bannerheer of baanderheer Deze landsvorm ontstond in de late middeleeuwen binnen het leenstelsel. Het was een zogenaamde vrije heerlijkheid en het grondgebied werd door een vorst uit diens eigendom aan een persoon toegewezen voor bewezen militaire of andere diensten. De baron mocht op het slagveld een eigen banier voeren en leverde in de regel meer krijgslieden voor veldslagen dan andere ridders. (bron. https://nl.wikipedia.org/wiki/Baronie )
Dus de kasteel heer Grave d’Arberg had alle macht en recht over hetgeen er in Elsloo gebeurde. Maar als men het oordeel van Leentje leest ziet men dat de kasteelheer hulp heeft gezocht.
Waarschijnlijk is, dat Leentje al voorbeelden had gezien en gehoord waar het niet goed mee afliep.
De voorafgaande lijst bevat namen uit het overlijdensregister van Elsloo van opgehangen Bokkenrijders. Er werd normaal geen inschrijving gedaan van de ‘goddelozen’ maar schijnbaar is er toch een los velletje bij het overlijdensregister gedaan. En hebben we het nog niet over de mensen die verbannen werden of gevlucht zijn. Dus heel veel gezinnen in Catsop waren ontwricht ze hadden kinderen groot of klein en moesten zich staande houden door en met familie. Bedelen mocht niet en zwerven ook niet. Hier staat ook een naam bij die ik nog niet ontdekt had en zeker nog ga onderzoeken. De rest is meerdere maten wel bekend.
Het ontcijferen van de Latijnse tekst bovenaan heb ik een poging ondernomen.
Bewaarde namen van de overledenen, lieve parochianen, die zijn verzameld in de registers die zijn ingeschreven zoals het kan worden gevonden in het vliegensvlugge schema na de negende orde van de registers. De namen van de overledenen werden echter opgeschreven in het schema in de volgorde waarin ze voorkomen (zijn opgehangen) in de lijst van overledenen.
In een tijdsbestek van ongeveer 5 maanden hingen de autoriteiten 21 mensen op.
Dus Leentje is veroordeeld op 14 november 1774, de laatste is opgehangen op 16 mei 1774. Leentje had voorbeelden genoeg gehad; hij heeft het schijnbaar zien aankomen. Hij heeft zich zeker martelingen kunnen besparen. In die tijd werd er niet gesproken van ‘bokkenrijders’ ik heb dit vaker gemeld, wel over “eene groote en beruchte bende nagtdieven en knevelaers, gauwdieven en goddelozen“. Maar of dat voor iedereen zo is geweest is lastig te achterhalen, wat we wel weten is, dat er honger en virussen heersten. De kerk straalde angst uit en geestelijken werden er zelfs overvallen. Want in die tijd was er veel armoede maar de kerken werden steeds groter en rijker. Dus de ongelijkheid was enorm. Maar criminelen zullen er zeker zijn geweest en die zullen ook niet gauw bekennen. Er werden dus kosten gemaakt door schepenen, chirurgijns (artsen die tijdens de martelingen konden worden ingeschakeld), rechters etc.
Franse telling nummer 143 en daar staat Leonardus Geurts (verbeterd) en Elisabeth Lemmens en hun kinderen
Blijkens de eerste telling onder de Franse tijd kwam Leentje terug in Catsop. Waar hij in de tussentijd is geweest is onduidelijk en zal niet te achterhalen zijn. Maar er waren veel landen om ons heen waar ze naartoe konden gaan. Gezinnen omvatten vaak meerdere generaties: kinderen hadden huisvesting nodig en ouders waren vaak afhankelijk van de kinderen. Het gezin Geurts heeft de gerechtskosten moeten betalen dus ze hebben misschien land moeten verkopen, ze gaan niet gauw uit hun huis. Want bedelen en zwerven was in Elsloo verboden. Voor de mensen die ervoor in aanmerking kwamen was er een armenkast. Of dit hier ook het geval is geweest is ook moeilijk te achterhalen maar als het huis van Elisabeth Lemmens is geweest kon dit niet zo maar in beslag worden genomen. Toch zijn daar wel voorbeelden van, dus uitgaande van de tekst van het gichtregister van 1750 zou het huis van Lucia Penders afkomstig zijn geweest en later overgenomen door haar jongste dochter Elisabeth Lemmens.
Bovenstaand een voorbeeld van een gift door de graaf.
De woning van Elisabeth Lemmens en Leentje Geurts.
De Franse telling begon op de kruising het Kempken- Daalstraat en liep dan de straat op naar boven. Men liep huis voor huis af en noteerde de leeftijd en de kinderen; men wilde weten hoe oud iedereen was. Vooral bedoeld voor soldaten voor het leger maar ook om straks de burgerlijke stand in te vullen. Sjoemelen met leeftijden was wel mogelijk, maar vrijwel iedereen was analfabeet en als men ingeschreven stond in een kerkelijk register, waren die gegevens toch wel bekend. Onder nummer 143 staan Leentje Geurts en zijn echtgenoot Elisabeta Lemmens en hun twee dochters. Ook enkele andere bewoners staan vermeld. Tellend vanaf huis 1 is het huis van Leentje huis 11, hoewel dat niet alles zegt: er zijn huizen waar meerdere personen wonen. Dus het huis waar Leentje woonde bestaat uit twee kamers: een van Nicolaas Bovens en een van Leentje Geurts. Nicolas Bovens had er schuren bij, Leentje niet. Die had een tuintje voor zijn huis, meestal een moestuin. Maar voor Catsop van nu was het de Daalstraat, dat staat vast.
Nou zal bij deze inschrijvingen niet alles helemaal kloppen maar men kan wel e.e.a. controleren. We weten de geboorte van Leonard Geurts als de telling in 1796 is geweest en bepalen zijn leeftijd op 53 jaar, dan zou dan zou zijn geboortejaar 1742 zijn. Dat is van 1741, dus zijn de gegevens correct. Van Elisabeth Lemmens is dat wat moeilijker omdat er geen geboorte inschrijving is geweest, maar bij haar overlijdensakte in 1811 was ze 80 jaar; dan zou ze geboren zijn in 1731. Ze is bij de Franse Telling 61 jaar dus dan zou ze ongeveer van 1734 zijn, dus daar zit wel een (klein) verschil in. Bij hun dochters klopt het ongeveer; er zit ongeveer een jaar tussen.
Leentje de wever stierf op 31 juli 1806 en Elisabeta Lemmens in juni 1811, circa 80 jaar oud.
De bovenstaande sterfakte (vanaf 1811 verplicht) bevat, globaal genomen, de volgende informatie.
In het jaar achttienhonderd elf op de eenentwintigste juni om één uur bij de burgemeester ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Elsloo kanton Meerssen arrondissement Maastricht afdeling van de benedenmaas verscheen Jean Joseph Janssen vijfendertig en Willem Kreugers, vijfendertig jaren, kleermaker zijn buurman en oud bewoners? die verklaarden dat de genoemde negen juni om half zes ’s ochtends Elisabeth Lemmens, leeftijd tachtig jaar oud, dagloner, is gestorven in het huis ? van wijlen Leonard Geurts dochter van wijlen Hubert Lemmens en van Lucie Penders, overleden in het huis in Catsop is overleden gemeente Elsloo dan ? met ons de huidige akte te schrijven nadat deze aan hem is voorgelezen Bovens loco-burgemeester.
Wat het belangrijkste is in deze verklaring is, dat de ouders Van Elsiabeth Lemmens hier op staan: Houbert Lemmens en Lucia Penders. De getuigen Jan Joseph Janssen is de schoonzoon en Willem Krugers kan ik nog niet thuis brengen er woonde destijds een Kreugers in het huis waar later Gus Cobben woonde in de daalstraat maar dan in een andere woning maar hij droeg een andere voornaam.
“Om de locatie waar Leentje heeft gewoond te verduidelijken, heb ik de oude kadasterkaart van de Fransen gebruikt en nummers toegevoegd op basis van de Franse telling. Deze nummering is gebaseerd op de telling van 1792, toegepast op een kaart van 1820. Op de kadasterkaart worden perceelnummers weergegeven, soms met hogere nummers, bijvoorbeeld boven de 1000. Deze nummers hadden betrekking op gebouwen uit de Franse tijd, zoals schuren, en bieden waardevolle aanwijzingen.
Mijn bevindingen zijn ook gebaseerd op de tweede telling van 1825 en zijn vaak bevestigd wanneer er sprake was van opvolging binnen familieleden. Vanaf 1818 zijn de Memories van Successies een waardevolle informatiebron geweest; daarvoor waren er gegevens van notarissen beschikbaar. Later werd het kadaster ingevoerd. Door deze verschillende gegevensbronnen te combineren, kunnen we met een hoge mate van waarschijnlijkheid de historische feiten achterhalen.”
Bovenstaand de kadasterkaart 1820, te beginnen bij de splitsing Kempken- Daalstraat. Ik heb iedere woning een nummer gegeven. Dus 1 is Thissen 2 Gijsen 3 Lemmens 4 Kreugers 5 Houben 6 Penders 7, 8, 9, is een familie Lenaerts, 10 Bovens en 11 is het huis van Leentje de Wever. Te zien zijn woningen uit één stuk/ vlak, die vaak verdeeld werden met kamers en een tuin of schuur. Naast B397 Penders 6 ligt een woning die in de Franse tijd gebouwd is door Bours -Bovens B1109. Deze familie Bovens was vermogend; ze hebben nog een huis gebouwd in de Daalstraat in dezelfde tijd. Anders waren ze genoteerd in de Franse Telling. Dus die zijn gebouwd na 1792.
Dit is de originele telling en deze mensen zijn op de kaart geplaatst. U ziet hun leeftijden, beroep, kinderen beneden de 12 jaar.
Bovenstaande foto is gemaakt rond 1926 en geeft aan hoe een huis in 1792 er uit zou hebben kunnen zien: een woning vóór en een vrouw er achter in een andere woning. Mogelijk hebben er ook nog schuren tussen gelegen.
Het huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens wordt overgenomen door hun dochter Lucie Geurts. Wanneer ze er precies in is gekomen, is onbekend, maar zoals het vroeger altijd ging, moesten de kinderen de ouderen onderhouden en verzorgen en daar kregen ze meestal de woning voor.
Lucie trouwde in 1798 met Nicolaas Hendrix. We gaan de inschrijving bekijken.
De inschrijving is opgemaakt door Charel B. Kerkhofs, lid van het algemeen bestuur van de gemeente Meerssen. Enerzijds Nicolaas Hendrix Journalist (werkman op het land) twintig jaar oud zoon van Pierre Hendrix dagloner echtgenoot van Marie Beijen geboren en woonachtig in de gemeente Elsloo. Anderzijds Lucie Geurts, achtentwintig jaar oud, dochter van Leonard Geurts en echtgenote Elisabeth Lemmens. Verder waren ze vrij van schuld en hadden ze hun huwelijk aangekondigd met een plakkaat, opgehangen in Elsloo. De getuigen zijn M. Penders en die tekent zelf en Maria Helena Geurts, zus van Lucie.
Hieruit valt ook op te maken dat de vader van Nicolaas Hendrix, Pierre Hendrix, ook is teruggekeerd. Ook hij was verbannen geweest.
Maar we houden ons even met Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts bezig,
Onderstaan de Tweede telling van 1825. Er is een hele verandering in namen en eigendommen te zien, er kan echter ook sprake zijn van huur, wat niet in het kadaster wordt vermeld.
Deze telling is van 1825 en dat is 30 jaar later. Velen zijn inmiddels overleden, zo ook Leentje Geurts en Elisabeta Lemmens.
De families Bovens en Hendrix waren woonachtig op de nummers 7 en 8. Het waren reeds buren in de Franse tijd en 30 jaar later nog steeds en blijven dat door opvolgers nog lange tijd.
Onderstaand de huidige situatie.
Bovenstaand de situatie van Daalstraat 24 2023. De woning van Leentje de Wever lag tussen de garage en het eerste huis ervóór. In het verleden was de situatie natuurlijk anders.
Om wat preciezer te zijn waar u rechts de deur ziet daar lag de woning van Leentje de wever.
Daarbij een toelichting op de bewoning van Nicolaas Bovens-Lemmens tot Matthijs Collard. Sjaak Collard, zoon van Mathijs, koopt de woning op enig moment wat in het verleden van Leentje de Wever was en maakt er één geheel van. Maar er zijn er nog een aantal bewoners die er nog meer gewoond hebben. Zie ook volgende link.
In vergelijking met de Franse bewoning in 1792 kan men zien dat er veel is veranderd, maar de contouren blijven en de percelen ook. Vooral de witte woning rechts onder Penders; dit is niet dezelfde Penders als bij de blauwe poort in 1792. Daar ziet men een groene poort, met daarachter de woning van Bours – Bovens, gebouwd in de Franse tijd, dus van ongeveer 1819. Mogelijk zijn de andere woningen nog te relateren aan de kaart van 1686. Zie hieronder.
De oudste bekende ‘kadasterkaart’ van Catsop is van 1686. De namen van de straten staan erbij van nu en ook de aanduiding van de kapel, waarvan het onduidelijk is hoe die er toen uitzag is onbekend. Maar dat er in het verleden een kapel was kan in vele gichtregisters worden gelezen.
Voor de rest zijn deze huizen ingetekend zoals ze toen waren, ook de straten van toen zijn nu nog herkenbaar. Alleen is niet bekend hoe de benaming van de straatnamen destijds was. Ook het huis met het blauwe dak moet iets bijzonders zijn geweest, misschien van leisteen. En later komt daar Van Hees, nu de ijsboerderij.
Om vast te leggen dat het koppel Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts hier gewoond hebben gaan we de Memories van successies bekijken en het kadaster.
Rond 1811 hadden de Fransen de burgerlijke stand ingevoerd, het kadaster zoals we dat nu kennen werd in 1842 ingevoerd. Rond 1818 ongeveer ontstonden de Memories of Successies.
De Memories van Successie van Lucie Geurts, dochter van Leentje en Elisabeth.
Voor zover leesbaar staat er het volgende:
Verklaring van de nalatenschap van Lucie Geurts, overleden op 7 oktober 1827.
Wij ondergetekende 1. Nicolaas Hendrix, 2. Johannes Leonardus Hendrix, 3, Hubertus, 4. Pieter Hendrix Deze is minderjarig en heeft dezelfde vader Nicolaas Hendrix. Alle dagloners wonen in Elsloo. District Maastricht Domein Limburg .Verklaren allen tegen de (beambte?) deze domicilie (adres) ten woonhuizen van de laatste declarant Nicolaas Hendrix voorschreven?Verklaren dat hun respectieve moeder en huisvrouw overleden op de zevende oktober duizend acht honderd, zeven twintig te Elsloo. Voorzien van de laatste sacramenten gehad te hebben in leven in de woning.Dat zij tot enige erfgenamen ab intestato (zonder testament) heeft nagelaten aan haar kinderen de declaranten.
Dat de nalatenschap van de ondergetekende bestaat uit een huisje en een moestuintje en weitje en verdere aanhorigheden in Catsop gemeente Elsloo. Gelegen landgoed groot aan zeven roede en kleine roede ? , vierkantje reinende (grens) tot aan Maxilimianus Bovens (Daalstraat Catsop) tot aan de andere zijde Barbera Bovens. Verder de straat op met Johan- Joseph Janssen en dat is ook een schoonzoon van Leentje.
Wij verklaren bovendien dat de dood van de overledene geen aanleiding gegeven heeft tot enige devolutie is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben) ?.
Tevens aangemaakt en verklaart te Elsloo 2 april 1828 en hebben de declaranten alle niet te kunnen schrijven
Ondergetekend door de beambte.
Duidelijk is dat het huis nog altijd beschreven wordt als in het verleden: een klein huisje met een moestuin en een weide. En dat het weleens zo kan zijn dat het huis eigendom van Lucie Geurts is geweest, want er wordt in de erfenis niet gesproken over haar man Nicolaas Hendrix. Petrus Hendrix, het jongste kind, noemen ze minderjarig op een leeftijd van 21 jaar. En devolutie is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben.
Van Nicolaas Hendrix is er ook geen Memories of Successies te vinden, hij stierf op 30 januari 1848. Er is ook geen tweede huwelijk van hem vinden. Later zal blijken dat hij bij een van zijn zonen is gestorven en dat is niet in de Daalstraat maar op den dries.
Leentje Geurts’ nazaten zijn Nicolaus Hendrix -Lucie Geurts en Jan Joseph Janssen-Maria Helena Geurts .
Ik beperk me tot de kinderen van Lucie Geurts, want die woonde in Catsop in de Daalstraat in haar ouderlijk huis. Maria Helena woonde op Het einde.
De oudste zoon was Nicolaas Geurts.
Bovenstaand de originele inschrijving van de geboorte van Nicolaus Geurts, 30 mei 1796. Hij was dus een zoon van Lucia Geurts. Later, na het huwelijk in 1798, verandert de naam in Nicolaas Hendrix. Hij wordt dus erkend, eerder was zijn geboorte illegitiem. De doopgetuigen zijn Elisabeth en een zoon van haar broer Mathijs Lemmens, genaamd Godefridus Lemmens.
Hij trouwde met Joanna Magretha Akkermans uit Kelmond. Uit de nalatenschap blijkt dat ze gewoond zou kunnen hebben in wat nu de Kelmonderstraat 57 is in Kelmond; vroeger Dorpstraat genaamd. In ieder geval woonde de vader van Joanna daar, dus dat is op enig moment verkregen, blijkens de notariële akte opgemaakt door notaris Boots in Amby. In de nalatenschap wordt vermeld dat ze op 2 september 1871 twee zonen hadden, genaamd Willem Hendrix (die dus de naam van de vader van Joanna, Willem Akkermans, kreeg) en de oudste, Peter Hendrix, fabrieksarbeider in Maastricht. De andere Willem Hendrix was koetsier in Maastricht. Joanna Margreta Akkermans stierf in Maastricht, maar dat kan ook Amby zijn geweest, dus ze is bij een van hun zoons gaan wonen.
Er worden geen eigendommen uit Catsop genoemd.
Hier moet dit ongeveer de locatie zijn; hun percelen waren D455, D161, D454
Het tweede kind van Nicolaus Hendrix en Lucie Geurts, Johannes Leonardus Hendrix, wordt gedoopt in Geulle op 25 januari 1799. Leeftijd bij overlijden ongeveer 50 jaar.
Hij trouwt in 1830 met Corneille Peters uit Beek. Onderstaand de akte van nalatenschap.
Op dat moment had het echtpaar 5 kinderen, alle meisjes. Vermeld staat dat de kinderen van Corneille recht hebben op een vierde deel van een onderverdeeld huisje B390 in Catsop. De buren waren toen Paulus Penders en aan de andere kant Lambertus Peerbooms. De sterfdatum is een jaar nadat zijn vader Nicolaas is gestorven, dat geeft aan dat het huis al op naam van de kinderen van Lucie Geurts stond. Dat betekent tevens dat het in het verleden haar woning is geweest en niet van haar man Nicolaas Hendrix.
Uit de nalatenschap van Corneille Peters, zij stierf op 24 oktober 1873, blijkt dat er nog 4 kinderen in leven waren: Joanna Elisabeth Hendrix, weduwe van Michiel Volders, Maria Ida Hendrix en Maria Anna, werksters in Beek, en Maria Hubertina Hendrix, zonder beroep, wonende te Meerssen. Ze verklaren allemaal dat hun moeder Corneille Peters wed. van Johannes Leonardus Hendrix te Beek aldaar haar laatste woonplaats had. De nalatenschap bestaat uit de helft van de goederen die ze bezat, wat betekent dat ze niet de volle eigendom bezat. Het betreft B953, B954, B955 en B956, huis, boomgaard , bakoven etc. Alle vier de kinderen ondertekenen; dus ze waren geschoold. Onderstaan de waarschijnlijke, huidige locatie.
Het derde kind, Hubertus Hendrix, geboren op 23 mei 1801, was getrouwd met Maria Hendricks, geboren in Roermond.
Hubertus blijft in Catsop wonen, zie volgende link .
Later blijkt ook dat zijn vader Nicolaus Hendrix sterft in het huis van Hubertus, hij woonde dus niet meer in de Daalstraat.
Bovenstaand de overlijdensakte van Nicolaus Hendrix, de vader van Hubertus en echtgenoot van Lucia Geurts. De locatie is Op den dries, naast Hendrik Claessen (nu Driessen). En van hen is er geen Memories van successies te vinden, wat kan betekenen dat hij geen eigendommen had en dat de eigendommen van zijn echtgenote, Lucie Geurts afkomstig waren.
Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens hadden hierna nog twee dochters: Maria – bij de geboorte overleden – en Elisabeth Maria, overleden op 11 jarige leeftijd.
De laatste zoon van Leentje en Elisabeth was Petrus Hendrix.
Petrus Hendrix wordt geboren op 17 september 1809. Hij trouwt met Petronella Vaessen en hadden geen kinderen, maar blijkens het Kadaster waren zij de laatste nazaten van Leentje en Elisabeth die in het ouderlijk huis hebben gewoond.
Petrus Hendrix stierf op 28 september 1867. Dus gerekend vanaf de trouwdag van Leentje en Elisabeth 1766, de opa en oma van Petrus Hendrix, is de woning steeds verder in de familie doorgegeven.
Petrus Hendrix stierf vóór zijn echtgenote en er was een testament opgemaakt bij notaris Van Gorkum (Beek). Ook is er een memorie van successie (bijlage). In het kort komt het erop neer dat Peter Hendrix en Petronella Vaessen hadden besloten dat de helft van hun eigendommen naar de broers van Peter Hendrix ging, en als die er niet meer waren zouden deze automatisch naar hun kinderen worden doorgegeven.
Bijlage van de notariële akte. Hier staan verschillende kinderen van de broers van Peter Hendrix.
Zijn echtgenote Petronella Vaessen wordt 84 jaar oud, liefst 30 jaar ouder dan Peter Hendrix. Haar nalatenschap wordt verduidelijkt in de bijlage.
Petronella Vaessen haar ouders waren Joannes Vaessen en Elisabeth Gijsen. Maar de nalatenschap is uitgebreid tot zelfs kinderen van haar broers en zussen. Een broer van haar was Jan Martin Vaessen, die twee keer trouwde met twee zusjes Lenssen uit Elsloo, het eerste huwelijk van de echtgenote van Jan Hendrik Hubert Claessen. Hij trouwde met Maria Lucia Vaessen in het tweede huwelijk, dus ze moest tante zeggen tegen Petronella. Ze hadden in die tijd een herberg in de Daalstraat Catsop.
Onderstaand de kadastrale gegevens.
Boven de kadastrale legger van 1842. Maar omdat zowel vader als zoon Nicolaus Hendrix heetten, is het lastig te bepalen om wie het gaat.
Dit betreft de woning in de Daalstraat (‘huisje met een moestuintje’).
De percelen die worden beschreven ( uit de nalatenschap van Lucie Geurts) zijn B422 en B426.
Diverse gegevens zijn erbij geplaatst, zoals de Daalstraat en de weg achter de weide. Zo ook de woning met de naam Hendrix -Geurts B390. Jan Joseph was een schoonbroer van Lucie Geurts, dus het kan zijn dat B426 en B425 in het verleden van Leentje Geurts of Elisabeth Lemmens is geweest en na hun overlijden is verdeeld. Ook het eerste beschreven stuk land in het gichtregister van 1750 aan de Hosterweg was eigendom van Leentje Geurts.
Maar het laat ook zien dat hij zijn woning heeft kunnen behouden of eigendom is geweest van Elisabeta Lemmens, later van Lucie Geurts.
Bovenstaand zijn de eigendommen van Peter Hendrix en Petronella Vaessen beschreven. De twee percelen B422 en B426 staan er niet meer op, dus die zijn al verdeeld. Het huisje B390 heeft er zo te zien een stal bijgekregen. Rond 1896 wordt het huis verkocht, dus het kan zijn dat Petronella Vaessen vóór haar sterven nog is verhuisd. Ze had het huis ook niet meer in de nalatenschap staan, dus het is zeker dat ze het huis verkocht had.
Dit zijn de nieuwe eigenaren en ze hebben hier ook gewoond tot 1935 toen Sjaak Collard de woning kocht. Martinus Smeets is van Urmond en was knecht bij Nicla Cobben op den dries zijn ouders waren Arnold Smeets en Anna Marie Fransen, Elisabeth Lemmens haar ouders waren Mathijs Lemmens en Maria Catharina Hendrix : En haar voorouders zijn Mathijs Lemmens een broer van Elisabeth Lemmens waar we mee begonnen zijn hoe is het mogelijk ze draagt haar naam en komt meer als een eeuw later hier weer terecht.
Op de foto de familie Knoben met Mina Smeets, geboren in de Daalstraat, Catsop en haar moeder Elisabeth Smeets -Lemmens.
Mina Smeets en Willem Knoben. Mina word dus in Catsop geboren in de Daalstraat.
Hubert Smeets met zoon Math; Hubert was getrouwd met Elisabeth Starren. Hubert was dus ook geboren in de Daalstraat hij had een winkel in de Julianastraat met vis benodigdheden.
Kadastrale kaart 1880 van de Daalstraat. Vergelijking van de nummers B389 B390 B395 met de oude kaart van 1820 leert dat er aan de percelen niet veel veranderd is. Ook is goed te zien het pad wat er geweest is vanaf de daalstraat perceel B 1807 Peerbooms en B 390 om naar achter te komen b.v. naar de woning die er niet meer is B1378. En ook in de schuren te komen van B389. Dit pad is er niet meer.
De conclusie is dan ook dat het wel zeker is dat dit huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens is geweest, daarvóór is niet zeker maar wel aannemelijk.
Naschrift:
Het was een leuke zoektocht met een resultaat. Ik heb meer bokkenrijders gevonden, dus in de toekomst zal een en ander nog een vervolg krijgen. Een mooie afsluiting vond ik dat van de laatste bewoners, Martinus Smeets en Elisabeth Lemmens, Elisabeth verre familie is van de eerste Elisabeth Lemmens; de eerste Elisabeth Lemmens was een zus van Mathijs Lemmens en dat is een van de voorouders van de laatste Elisabeth Lemmens.
Een woord van dank voor de hulp die ik gehad heb b.v. van de site Genealogie in de drie Limburgen en Wiel Mesters. Ook voor de foto’s waar ik veel waarde aan hecht.
Als u het ontstaan van Collard hebt gemist klik op bovenstaande link.
Hubert Collard is het negende kind uit het gezin Jacobus Constantinus Collard- Maria Ida Gorissen, geboren in de Daalstraat te Catsop.
Hij bleef niet in Catsop wonen – kwam wel na veel omzwervingen terug naar Elsloo – en ook de vader van zijn vrouw Johanna Maria Steegmans is van Catsop geboortig. Maar eerst nog even zijn stamboom. Ook wordt aangegeven waar het gezin allemaal gewoond heeft of waar kinderen zijn geboren.
Johannes Jacobus Hubertus / Jan Jacob, geb. 5-9-1905 te Esloo, veldwachter / marechaussee, ov. 15-11-1982 te Heerlen, wonend ‘Berg’, tr. 26-6-1935 te Horbach (D) Theresia Hehnsen, geb. 16-12-1903 te Horbach-Richterich, ov. 8-3-1986 te Heerlen, dr. van Johann Josef Hehnsen en Maria Isabell Baur;
Jacob Hubert, geb. 25-9-1906 te Elsloo, ov. te Horst (akte: ‘wonend te Elsloo’) 12-5-1908, 19 mnd. oud;
Hubertus Jacobus Maria, geb. 8-12-1908 (toen wonende te Reurdt), ov. 27-2-1958 te Sittard, 49 jr., tr. te Elsloo 24-9-1950 Anna Johanna Catharina Peters, geb. te Elsloo24-3-1901, wed. van Jacobus Hubertus Speetjens, dr. van Christiaan Hubert Peters en Maria Elisabeth Penders;
Maria Hubertina, geb. 25-4-1911 (toen wonende te Reurdt)/Rheurdt , ov. 7-8-1918, 7 jr. oud, Op de Berg, Elsloo;
Elisabeth Maria Theresia geb 27-6-1912 te Kerkrade, Groot Nulland, ov. ?, tr. 18-9-1940 te Elsloo Jean Hubert Josef Jennen, geb. 28-6-1912 te Essen-Rütterscheid, zn. van Gerard Jennen en Anna Maria Cörvers;
Theodorus Hubertus, geb. 8-2-1914, ov. 17-8-1918, 4 jr. oud;
Johanna Maria, geb. 3-8-1916, ov. 4-8-1918, 2 jr. oud (Elsloo, Op de Berg);
Martinus Theodorus, geb. 7-10-1919 , ov. ??, tr. 10-6-1944 te Lutterade Marie Josepha Wilhelmina Wauben;
Jacobus Hubertus, geb. 1922 ?? , tr. te Elsloo 28-2-1949 Antoinette Henrica Bollo.
En u ziet van de negen kinderen zijn er vier vroegtijdig overleden.
Bevolkingsregister vanaf 1881. Te lezen is dat Hubert Collard eerst in Catsop woonde, en wel op het adres ‘44’, de Daalstraat. Het stel trouwde in Horst en ging naar Op de berg in Oud-Elsloo – A135, kadasternummer destijds C295- wonen; deze woning is er niet meer. Daar wordt ook hun eerste kind geboren.
Een luchtfoto van oud Elsloo tijdens de kanaaluitgraving. Oriëntatiepunt is de oude kerk. Alles wat daar achter ligt is er niet meer. Nummer 1 was eigendom van Hubert Collard-Steegmans en op nr. 2 woonde zijn broer Theodoor Collard-Hendriks – gehuurd, vaak samen met meerdere mensen om geld te sparen voor een koophuis en ze waren er toch niet het hele jaar ze waren meestal aan het brikken bakken in Duitsland.
Ik heb bij het huis de naam gezet van Hubert u ziet de sloop is al in gang gezet voor het kanaal. Maar er hangt de was nog dus er zijn er wellicht die niet willen wijken.
Ik heb bij het huis de naam gezet van Hubert Collard u ziet ze zijn al aan de sloop bezig maar er hangt nog de was buiten schijnbaar zijn er die nog niet willen wijken (bron Guus Peters)
Zie onderstaande link, m.n. kaart 52 (2) en 51 (1).
Geprojecteerd op de situatie van 1847, dan zou de eerste bewoner van de (latere) woning van Hubert Collard, Willem Beckers zijn, wever. Daarna komt Jan Willem Beckers er wonen, veldwachter, getrouwd met Maria Gertrudi Vrancken. De daarop volgende bewoner is Jan Louis Bekker, maar Maria Gertrudi Vrancken en Joanna Ludovic Bekkers hadden ieder nog de helft van de erfenis. Daarna koopt Hubert Collard de woning in 1903 . U ziet ook op deze kadasterkaart de onteigeningen in gezet in 1930
Bovenstaande de hulpkaart van het kadaster. Nummer C295 – in het blauw op de legger- is in 1903 verbouwd, waardoor het nummer is gewijzigd naar C2162. Er is een opbouw gemaakt, het kan zijn dat er een pannendak op is gezet en dat het oude huis van leem is geweest. Dan metselde men er een stenen muur omheen om het pannendak op te vangen. Meestal bleven de lemen binnenmuren er gewoon staan. Ook is de woning uitgebreid.
Hun eerste kinderen worden in Elsloo geboren. Ten tijde van de geboorte van het derde kind woonde het stel in Rheurd, Duitsland. Het kan zijn dat hij ook brikkenbekker of mijnwerker is geweest. Eén kind wordt in Kerkrade geboren. Mogelijk dat zij er tijdelijk gewoond hebben voor werkzaamheden in de mijn. Daarna worden alle kinderen geboren in Elsloo Op de berg. Er zijn 4 kinderen vroegtijdig overleden. Zijn schoonvader, Jan Mathijs Steegmans, is geboren in Catsop. Hij trouwde met Maria Anna Catharina Stevens, geboren in Velden.
Bovenstaand het geboortehuis van Jan Mathijs Steegmans, Op den dries. Het huis is afgebroken en is nu Op den dries 34. Op de foto staat zijn broer.
De ouders van Jan Mathijs Steegmans waren Gerard Steegmans en Joanna Maria Lemmens (uit het tweede huwelijk van Mathijs (Thies) Lemmens, geboren in – nu – Daalstraat 37) en Maria Stijnen.
Een dochter van Jan Mathijs Steegmans en Maria Anna Catharina Stevens was Joanna Maria Steegmans; zij trouwt in Horst met Hubert Collard.
Of ze zich hebben leren kennen bij het brikkenbakken is (nog) niet bekend, maar er is wel een foto van Steegmans uit de periode van het brikkenwerk.
Onderstaand een foto van een aantal brikkenbekkers, waaronder waarschijnlijk (‘een’) Steegmans – welke precies is niet duidelijk.
Deze foto is afkomstig van de familie Steegmans namen ontbreken helaas.
Kadasterlegger. Op nummer 137 staat het perceel van Huub Collard-Steegmans.
Het perceel C2162 is eigendom van Huub Collard. De woning is in 1932 gesloopt. Dus is Huub hier nog gestorven en heeft zijn nieuwe huis in de Jurgenstraat helaas niet kunnen meemaken, hij is overleden in 1931.
Jurgenstraat 17. foto bron Google street Vieuw
Dit is het huis wat de familie had gekregen nadat ze waren onteigend meestal gingen ze er op vooruit ze kregen een keuken en een harde vloer de meesten hadden dit niet op de berg. Jan Hubert Collard trouwde 18 november 1904, 29 jaar oud, te Horst met Johanna Maria Steegmans.
Onderstaande foto’s zijn beschikbaar gesteld door Jan Jennen, een nazaat van deze familie.
Joanna Steegmans.
De kinderen van Joanna Steegmans en Huub Collard.
Jan Collard, geboren 5 september 1905 te Elsloo, overleden 15-11-1982 in Heerlen en 19-11 begraven in Wijnandsrade; getrouwd met Theresia Henhsen (Henssen) op 7 juni 1935 te Grevenbicht. Voor de kerk trouwden zijn op 26 juni 1935 te Horbach (Aachen), NRW (D). Theresia Henssen is geboren 16-12-1903 in Horbach-Richterich, overleden 8-3-1986 in Heerlen, begraven in Wijnandsrade.
Jan was Marechaussee en veldwachter .
1931
En dit is 1932 hij word overgeplaatst naar Loosduinen.
1934, terug naar Limburg.
In 1935 wordt hij veldwachter in Grevenbicht.
In 1943 werd Jan Collard valselijk beschuldigd.
Veldwachter Sjeng Collard in Grevenbicht .
Huub Collard. Trouwde met Anna Peeters uit de Dorpstraat, Elsloo. Hij had een baan bij de staatsmijnen voor halve dagen.
Jan Jennen vertelt:
‘Oom Huub werkte op de WIM. ’s-Morgens was hij schoenmaker op de WIM om de mijnwerkers schoenen en andere leren attributen te repareren en te onderhouden. In de middag zat hij thuis op de Jurgenstraat schoenen te lappen en ander zaken zoals broekriemen te maken en te repareren.
En in het weekend als er gevoetbald werd door Haslou stond hij achter in de tuin buiten de afrastering van het voetbalveld te wachten op lekke ballen.
De tuin van de Jurgenstraat grensde aan het voetbalveld. In die tijd had een voetbalclub niet erg veel ballen die waren erg duur.
Zodra een defecte bal over de afrastering werd gegooid pakte hij die op, snelde naar zijn werkplaats en repareerde hij hem. Dat waren in die tijd nog echte leren ballen met een rubberen binnen bal. Dat was een heel karwei want eerst moest de naad los getornd worden van zo een vijfhoek, binnenbal eruit, plakken en weer dichtnaaien. Ik heb daar in die werkplaats heel wat uurtjes doorgebracht. Tevens was het een ontmoetingsplaats van de 20 plussers dus je snapt, ik heb daar heel wat kennis opgedaan haha.’
Huub woonde dus in zijn ouderlijk huis in de Jurgenstraat 17 een tijdje met zijn moeder en echtgenote.
Elisabeth Maria Theresia Collard, moeder van Jan Jennen
‘Mijn ouders, oudste zus Annie Jennen en ik hebben samen met oom Huub Collard en oma Joanna Steegmans daar tot september 1951 gewoond. Huub Collard heeft tot omstreeks 1958 in zijn ouderlijk huis gewoond. Wij zijn toen het woonhuis op Jurgenstraat 26 klaar was verhuisd en Huub bleef wonen op Jurgenstraat 17, samen met Anna Peeters, zijn echtgenote. Sinds 1952 is oma bij ons komen wonen op de Jurgenstraat; ze was toen al dementerend. In 1958 zijn Huub en Anna verhuisd naar de Burg. van Mulkenstraat, ik meen nr. 10.
Als men het ontstaan van Collard gemist heeft klik op de bovenstaande link.
Theodoor Hubert Collard is het vierde kind van Collard -Gorrisen (ook: Gourissen / Gorissen).
4.4
Theodoor Hubert, geb. 28-4-1868, ov. Heerlen, wonende te Beek, 10-5-1933, 65 jr., dagloner, autobusondernemer, tr. te Elsloo 31-7-1895 Maria Elisabeth Hendriks/ Hendricks, geb. Elsloo, 3-8-1873, ov. Beek, Pr. Mauritslaan 60, 24-11-1932, dr. van Johan Hendriks, geb. in Groesbeek, en Maria Gertruda Dresen / Driessen. Kinderen:
Maria Gertrudes Elisabeth, geb. Elsloo 15-3-1896, ov. 1980, tr.2-11-1917 (wonend ‘Berg’) Frans Joseph Smeets, 22 jr., mijnwerker, geb. 3-12-1894, zn. van Jacobus Smeets en Agnes Spronkmans, ov. zh. Sittard 26-1-1959.
Maria Elisabeth, geb. 31-7-1898 te Weeze (D), ged. te Elsloo 31-7-1889;
Maria Gertrudis geb. 31-7-1898 te Weeze (D);
Anna Maria, geb. 27-8-1899, ov. 31-3-1962 te Sittard, tr. , wonende ‘Berg’, 6-2-1929 te Beek Jacobus Hubertus Wilhelmus (Wiel) Jacobs, geb. 17-11-1896 te Ulestraten en wonende aldaar, bakker, zn. van Cornelis Hubertus Jacobs en Josephina Catharina Geerlings;
Maria, geb. 24-5-1901 te Satzvey (D), ov. 1947, naaister, tr. 24-4-1930 te Beek Hermanus Visschers, geb. 12-1-1895 te Stein, ov. 21-5-1948 te Geleen, weger, rangeerder, zn. van Pieter Hubert Visschers en Anna Peters. Hermanus Visschers trouwt 8-11-1947 Joanna Catharina Driessen;
Joannes Jacobus Hubertus, geb. en ged. te Kevelaar 27-2-1902;
Maria Ida Elisabeth, geb. 23-2-1904, ov. te Heerlen 25-10-1945, 41 jr., tr. te Heerlen 24-4-1937 Henri Hubertus Lubin, geb. 14-5-1898 te Gulpen, ov. 27-12-1969 te Heerlen, houwer, zn. van Nicolaas Joseph Lubin en Maria Elisabeth Jaspers. Henri Hubertus Lubin tr. te Heerlen Johanna Andrea Smeets;
Maria Emilia (Emilie), geb. 1-10-1905, ov. 10-10-1995, tr. 25-1-1928 te Geleen Joannes Arnoldus Goffin, geb. te Jabeek 18-12-1894, ov. 25-11-1935, slager te Geleen, zn. van Jan Arnold Goffin en Maria Elisabeth Antonia Janssen. Joannes Arnoldus Goffin was eerder getrouwd met Maria Elisabeth Cartilla Hensgens uit Oirsbeek, ov. 29-5-1927 te Geleen;
Leonard Jacob August (Lei), geb. 24-11-1906, ov. 1999, tr. 29-12-1933 te Beek Maria Helena Vaessens, 19 jr., geb. 9-9-1914 te Meerssen, dr. van Joannes Joseph Vaessens en Maria Hubertina Extra;
Theodorus Jacobus, geb. 1-1-1910, ov. 17-7-1938 te Sittard zh., 28 jr., chauffeur, tr., wonend te Catsop, 25-1-1933 te Spaubeek Maria Hendrika Hubertina Hautvast, geb. 1913, dr. van Joannes Bernardus Hautvast en Maria Trinetta Jötten; (gescheiden 7-5-1937).
Ida Gertrudis, geb. 8-10-1911, tr. 19-1-1934 te Beek Johann Hubert Clemens, chauffeur, 20 jr., geb. 9-11-1906 te Waldfeucht, zn. van Johann Hubert Clemens en Marie Agnes Tellers;
Josephina Gertrudis (Finy), geb. 5-10-1912, ov. 1982; tr. 24-5-1939 te Lutterade Henricus / Henrico (Heini) Forwick, geb. 1907, ov. 1974;
Anna Maria Martha, geb. 4-2-1914, ov. Catsop 8-9-1914, 7 mnd. oud.
De persoonskaart van Theodoor Hubert Collard vermeldt als adressen:
1881 Catsop 44
1890 C 6
1896 C 27
7 mei 1925 Beek, Maastrichterlaan 22.
Toelichting voorwoord.
Een persoonskaart geeft aan waar mensen gewoond hebben. Eerst rond 1932 worden in officiële stukken straatnamen vermeld. Er worden namen voor ‘districten’ gebruikt, zoals de C voor Catsop. Deze persoonskaart is niet helemaal correct; later volgt de vergelijking met bevolkingsregister. Catsop 44 en C6 zijn beide van de Daalstraat. Het huis van Theodoor Collard in 1904 is C27, thans Het einde. Maar Theodoor heeft eerst nog in oud Elsloo gewoond, lang voor de kanaaluitgraving. Daar (nr. A131) is ook oma Tru (Gertrudis) Collard, hun eerste kind, in 1896 geboren. Theodoor was getrouwd met Maria Elisabeth Hendriks. Haar vader is niet van Elsloo afkomstig, zij is geboren in Terhagen. Later gaat het stel in Catsop wonen en richten een garage op (Het einde), vertrekken naar Beek en beginnen daar een busbedrijf. Om die reden staat dit adres ook op de persoonskaart.
Bovenstaand bevolkingsregister zijn direct twee namen op één blad, dus hier is later van alles bijgeschreven, doorgestreept etc. om papier te sparen. De bovenste komt in de tijd bezien later; heeft betrekking op het vertrek van Catsop naar Beek op 7-5-1925. Op de onderste kaart, kolom ‘Huizing’, staan twee nummers: C27, Het einde in Catsop en de eerste bewoning A131 vandaar 1896 op het bevolkingsregister, Elsloo. Zie verder bovenstaande stamboom. ‘Berg’ betekent oud Elsloo Op de berg en onder de berg. Het huis in Elsloo was blijkens het kadaster geen eigendom; in een bevolkingsregister werden ook huurders vermeld.
Bovenstaand een luchtfoto van oud Elsloo tijdens de Kanaaluitgraving. Ter oriëntatie: zie de oude kerk. Alles wat daar achter lag, is niet meer. Nummer 1 was eigendom van zijn broer Hubert Collard-Steegmans en op nummer 2 woonde Theodoor Collard- Hendriks, gehuurd. Theodoor en zijn familie waren hier meestal in de winter. Zij waren ‘brikkebekkers’, wat inhield in dat ze in het voorjaar vertrokken en rond november terug kwamen.
Boven ook een bevolkingsregister, maar met hetzelfde adres A131 als Theodoor Collard-Hendriks. Te lezen valt dat Peter Vaes er woonde, getrouwd met de Maria Elisabeth Catharina Mischon . Het stel was volgens het kadaster eigenaar van deze woning. Het perceel had het kadastrale nummer C1218, niet te verwarren met het postadres A131. Maar kadasternummers veranderden ook als er verbouwd wordt etc.; zo is dat hier ook gebeurd. De woning van Michon was volgens de legger eerder eigendom van Servaas Misschok -Konings, daarna van Servaas Michon-Janssen, later van Peter Vaes, gehuwd met een dochter van Servaas Michon- Janssen.
Zie onderstaande link. Op nummer 52 is oma Tru Collard geboren.
Onderstaand informatie over de (familiegeschiedenis) van de echtgenote van Theodoor, Maria Elisabeth Hendriks uit Terhagen.
Bovenstaand een bevolkingsregister vanaf 1881. De (latere) echtgenote van Theodoor Collard staat hier op als nummer 6. Op 1 staat dat haar vader geboren in Groesbeek; hij is verschillende keren verhuisd, mede veroorzaakt doordat de (eerdere) echtgenoot (nummer 2, Gertrude Driessen – dit is haar tweede huwelijk – , vermoord op 9-10-1911 er woonde. Daarna is Jan Hendriks eerst bij zijn zoon in Boorsheim gaan wonen, daarna bij zijn dochter in Deurne en vervolgens bij de dochter van Theodoor Collard-Hendriks in Beek , alwaar hij ook is overleden; zie de op het register vermelde datums. Ook de zoon uit het eerste huwelijk van Gertrude Driessen staat erbij: Michiel Hoeveler, geboren in Anrath, Duitsland. Gertrude Driessen was eveneens brikkenbakster; haar eerste man kwam dan ook uit Duitsland, genaamd Hoffler, vandaar de verbastering naar o.m. Hoevelaer / Hoeveler – men kon immers lezen noch schrijven. Ook een broer van haar woonde en werkte in Duitsland. Dus bij op het aangegeven moment woonde haar zoon Michiel bij haar; hij was toen nog niet getrouwd en woonde hier bij zijn stief zussen en broer. Aangegeven is dat Michiel trouwt in 1884 met Anna Maria Hendrix, ook weer uit Terhagen, maar van een andere familie.
Jan Hendriks uit Groesbeek en Gertrude Driessen bouwden beide woningen in Terhagen. In één ervan komt later Michiel Hoevelaer te wonen. De andere wordt later ook zijn eigendom. De eerste woning is van ongeveer 1880. Het koppel Jan Hendriks en Gertrude Driessen koopt hier een stuk weiland van de verkaveling van de spoorwegen. Deze is versnipperd en er bleef bouwland over. Hij begint met de bouw van zijn woning terwijl hij in Duitsland werkzaam is als brikkebekker, want daar worden ook hun kinderen geboren. Later gaat zelfs een dochter in Kevelaer wonen. Een van de dochters Maria Johanna Gertruda Hendriks trouwt met Petrus Bartels (uit Elsloo). Deze is jachtopziener in Deurne. Een andere dochter Anna Maria Hendriks trouwt met Leonardus Zanders. Jan Michiel Hendriks heeft nog het langst in het huis gewoond vóór Michiel Hoevelaers, maar verhuist naar Boorsheim.
Zie in de huidige situatie onderstaande foto.
Het witte huis vooraan was het eerste huis dat Jan Hendriks en Gertrude Driessen hebben gebouwd. Daarna bouwden ze het huis ervóór, en dat wordt later hun herberg, mogelijk door de aanwezigheid van het station en Belgen die via deze weg naar het veer naar de Maas gingen. Maar als het te laat werd zochten ze een herberg voor een overnachting. Zo ontstonden er ook winkels, hotels etc. langs de route naar het veer. Een zoon runde de boerderij in het eerste huis, maar plotsklaps veranderde alles (wordt vervolgd).
We gaan naar Catsop waar Theodoor Collard en Maria Elisabeth Hendriks gingen wonen: Het einde nr. 8.
Wat gelijk opvalt is het gebruik van twee verschillende stenen. Het waren inderdaad twee verschillende woningen met twee families. Verder was er een oprit en ook nog een schuur. Toen de nieuwe eigenaar aan het graven was voor het realiseren van zijn garage kwam hij een kelder tegen. Het was een gewelfde kelder van baksteen. Deze werd in de oorlog gebruikt als schuilkelder door de familie Smeets. Collard heeft daar ook zijn garage gehad en verbouwde deze schuur of stallen. Of het toen de bedoeling was in het verleden niet van Collard om er een woning van te maken is niet duidelijk. Collard komt eerst in de linkse woning terecht en koopt later ook de rechter.
Deze woning kan men heel ver terug in het verleden van Catsop brengen. Maar ik beperk me tot het jaartal 1880 ongeveer. Daarvoor ga ik nog een apart deel van maken omdat ook hier een bokkenrijder heeft gewoond. Dus deze woning kan ik zeker tot de Franse tijd terug brengen. Maar een aanname van daarvoor nog.
Kadasterkaart 1880. We zien links Goswin Pijpers B1726 (veldwachter); hij is de vader van de latere bewoner Bertje Pijpers, die ook veldwachter werd. Goswin Pijpers is Op den dries geboren en was getrouwd met Kindelein. Er is een schuur bij gebouwd; B1727 is een bakoven (deze werden altijd apart vermeld en stonden los van de woning vanwege brandgevaar). De woning rechts hiervan is het pand waar later Collard gaat wonen. Het zijn op dat moment twee woningen; B1315 is een schuur is of stal. Op B1731 woonde Elisabeth Schutjens, getrouwd met Jan Tilmans. Zij komen van Geulle. Een zoon, Jan Arnoldus Hubert Tilmans, is de stamvader van de familie Tilmans in de Daalstraat en vader van Nicolaas en Sef Tilmans etc. Tilmans bouwt de schuur of stal B1315 in 1858. Op B1730 woonde Godfriedus Hubertus Lemmens, getrouwd met Barbara Janssen, een nazaat van Monnissen uit de Franse tijd. Dit gezin Lemmens vormen de voorouders van b.v. Tjeu Lemmens – Lies Steps, die later hier schuin tegen over gaan wonen. Dit huis is er ook nog.
Dus deze laatste woning wordt straks één geheel bij Collard.
Op de persoonskaart van Collard wordt vermeld ‘1896’ wat (dus) onjuist is.
Bij volgnummer 3,4,5, valt te lezen dat Collard in 1904 B1315 , B 1316 en B1731 heeft gekocht en in 1912 gaat verbouwen, waardoor het kadasternummer wijzigde in B1948.
Een kadaster hulpkaart van de woning op het einde in 1912. Deze maakte ze als er in die tijd iets ging veranderen en gearceerde was wat er bij komt. Te zien valt dat Collard de schuur B1315 heeft afgebroken. Hij bouwt er een nieuwe de garage op. Vermoedelijk zat daar dus een kelder onder. Hij bouwt een bakoven en een stal aan de straatzijde. En alles wordt één geheel met het kadasternummer B1948. Dus B1731 B1315 en B1316 wordt één geheel en eigendom van Collard. Wat vroeger van Tilmans was.
In 1923 koopt Collard de andere woning B1730 en tuin B1729 van Gerardus Hubertus Gulikers – Christien Cremers, eerder eigendom van Petrus Hubertus Lemmens. Christien is enkele huizen verder geboren. Peter Hubertus Lemmens zoon van de eerder vermelde Godfriedus Hubertus Lemmens gaat schuin hier tegenover een huis bouwen. Dit is de vader van b.v. Tjeu Lemmens en Cor Lemmens, die gaan naast elkaar wonen.
Bovenstaand de situatie 2023, Het einde 8. Wat men op de oude kadasterkaart 1880 ziet, is dat rechts de woning B1731 er nog is. Daar achter ligt nog een stuk van de woning B1730 en voor de poort lag dus de oude schuur van Tilmans, waar destijds ook een kelder was. Deze woningen rechts zijn, aan de stenen te zien, in het verleden twee keer verbouwd. Dus Theodoor Collard had op Het einde een garage, de eerste van Elsloo en Catsop; ze hadden er een busbedrijf. Dit kan men volgen als men op de volgende link klikt.
Dit is in Beek. Links mijn betovergrootmoeder Maria Elisabeth Hendriks (Terhagen) dan Tilla Collard en mijn oma Tru Collard. In het glas van het raam Theodoor Collard (busbedrijf Beek)
Rechts voor Theodoor Collard. Helaas is dit enige foto in mijn bezit waar hij op staat; naast zijn dochters, bij zijn Chevrolet. De foto is gemaakt bij de bruiloft van Immie Collard-Choffin in 1928, helemaal links en mijn oma staat onherkenbaar ernaast.
Een toevoeging: de drie gebroeders Collard staan vermeld bij een Coöperatie van een melkfabriek in Elsloo. Zij hadden dus in die tijd een of meerdere koeien. Dus ze bedreven naast hun dagelijkse werk ook nog een boerderij om de kost te verdienen. Dit als na het brikkenwerkstijdperk het werk in Duitsland even stil lag in verband met de eerste wereldoorlog.
Eerste Kind van Theodoor Collard en Maria Elisabeth Hendriks
Maria Gertrudes Elisabeth, geb. Elsloo 15-3-1896, ov. 1980, tr.2-11-1917 (wonend ‘Berg’) Frans Joseph Smeets, 22 jr., mijnwerker, geb. 3-12-1894, zn. van Jacobus Smeets en Agnes Spronkmans, ov. zh. Sittard 26-1-1959.
Zoals in bovenstaande stamboom aangegeven is Oma Tru geboren in oud Elsloo.
‘Wonend Berg’ betekent ‘oud Elsloo’, ook wel geschreven als op de berg of onder de berg. En ze gaat na het huwelijk met Sjef Smeets in Elsloo wonen. Tru heeft op onderstaande adressen gewoond.
Het einde C 27 (Catsop)
1919 A 93 (doorgehaald) en C 32 [Wijk A zal de kern Elsloo zijn, B Meers en C Catsop]
1920 Einde No 3 (Catsop)
1 juli 1931 Beek, Maastrichterlaan 24
6 apr. 1934 Elsloo Einde No 3 (Catsop)
vernummerd 18 aug 1950 Het Einde 8 (Catsop)
28 feb. 1955 Kaakstraat 6
vernummerd 1 jan 1969 Kaakstraat 7
Na Het einde C27 zijn ze gehuurd gaan wonen in Elsloo A93 en later weer terug gekeerd in Catsop, Het einde, toen nummer 3. Dan vertrekken ze met de ouders van Tru Collard naar Beek. Drie jaar later komen ze weer terug naar Catsop, daarna naar de Kaakstraat.
Zoals in bovenstaande stamboom aangegeven is Oma Tru geboren in oud Elsloo.
‘Wonend Berg’ betekent ‘oud Elsloo’, ook wel geschreven als ‘Op de berg’. En ze gaat na het huwelijk met Sjef Smeets in Elsloo wonen. Tru heeft op onderstaande adressen gewoond.
Het einde C 27
1919 A 93 (doorgehaald) en C 32 [Wijk A zal de kern Elsloo zijn, B Meers en C Catsop]
1920 Einde No 3
1 juli 1931 Beek, Maastrichterlaan 24
6 apr. 1934 Elsloo Einde No 3
vernummerd 18 aug 1950 Het Einde 8
28 feb. 1955 Kaakstraat 6
vernummerd 1 jan 1969 Kaakstraat 7
Na Het einde C27 zijn ze gehuurd gaan wonen in Elsloo A93 en later weer terug gekeerd in Catsop, Het einde, toen nummer 3. Dan vertrekken ze met de ouders van Tru Collard naar Beek. Drie jaar later komen ze weer terug naar Catsop, daarna naar de Kaakstraat.
En dat is dit huis op Het einde, nu nummer 13, toen nummer 5. Tru en Sef hadden dit perceel grond (een boomgaard) gekocht van Dols uit de Daalstraat. Ook de grond van het pand links ernaast was van Dols. Het huis is gebouwd in 1924 maar hebben er zelf niet gewoond, want in dat jaar vertrekt de familie Collard met de bus naar de Prins Mauritslaan in Beek. Op de foto staat links boven oma Tru, vóór haar zou Tilla Smeets kunnen zijn, zij is van 1925. De namen van de andere personen zijn onzeker, wellicht de overburen Notten-Beckers. In dit huis hebben verschillende mensen gehuurd gewoond, zoals Johan Wesseling. Hij kwam van Smilde en woonde er van 1933 tot 1949. Vervolgens gaat hij naar de Koolweg. Verdere huurders van dit Pand. Coumans Christian uit Stein; Kersten Antonius, één jaar; Adolf Kicken, schoonzoon getrouwd met de oudste dochter getrouwd Lies Smeets. Gerrit van Loenen, één jaar, komt van Beek en gaat naar de Maasberg 1. Peter Michiel Grootjans, van Terhagen, woonde er van 1944 tot 1952 en gaat later naar de Jurgenstraat. Mijn vader Theo Smeets kocht deze woning en woonde er samen met zijn vrouw, mijn moeder, An Cobben, aanvankelijk samen met de familie Grootjans. Er woonden in het begin dus twee gezinnen in een woning; één boven en een beneden. Vóór 1933 woonden er ook een aantal gezinnen; genoemd zijn familie Daemen en Peters, getrouwd met Berb Peerbooms.
Deze foto zal ongeveer gemaakt zijn in de jaren dertig. Linksboven Driessen (Sjaak ?), dan er naast mijn vader Thei Smeets, een tante van mijn vader, Margaretha (Greet ?) Smeets (de moeder van Driessen; ze is de tweede keer getrouwd met Peter Hendricus Martens (Sjaak van Sjolie) vóór haar; deze was eerst getrouwd met Mathilda Philomena van Es (een zus van de Van Es uit Catsop).
Het koppel Martens-Smeets had een café in de Julianastraat. Naast Greet staat Lei Collard, zijn zus Tru Collard staat ervoor en haar man staat onderaan links, Sjef Smeets. Dus een erg informatieve familiefoto.
Familie Smeets vóór het café in die tijd van Sjaak van Sjolie ter gelegenheid van de 50 -Jarige bruiloft Smeets-Spronkmans.
Als u op onderstaande link klikt komt u uit bij de familie Smeets.
Oma organiseerde vele reizen ook naar Lourdes etc. Ze had daardoor veel contact met priesters.
Dit is een krantenknipsel van haar Lourdes Reizen.
V.L.N.R. boven Tru Collard, Jac Smeets , Albert Cremers Onder Truke Philippen-Maas, Anna Margretha Cremers- Dirix Marie Beckers- Engelen en links An Daemen- Steps. Van de oudjes is er maar één geboortig van Catsop, dat is Cremers, de moeder van Stien van Dirix. Ik schrijf de meisjes namen voorop .
Foto, ergens in zuid Frankrijk, met in het midden Marie Beckers-Engelen en rechts Tru Collard-Smeets.
Datum onbekend. In ieder geval oma Tru, Trees van de Heuvel en Tru van de Heuvel (Hoevelaers).
Communiefeest bij Lubin in de jaren vijftig. Hier staan veel Collards op ook die in Catsop zijn geboren maar overal ergens anders zijn gaan wonen. Niet alle namen zijn bekend.
1. Hein Lubin 2. Marie Collard- Visschers 3? 4. Annie Smeets ?. 5 ? 6. Sef Smeets 7? 8? 9. Tru Collard-Smeets 10 ? 11. Anna Collard-Jacobs 12. Hein Forwick 13. Immie Collard-Choffin 14? 15. Fiena Collard -Forwick 16? 17. Pit Visschers. Achter het communiekind staat de tweeling van Jacobs-Collard, Marietje en José.
Bidprentje Jozef Smeets.
Bidprentje Tru Collard.
Familiebericht van Tru Collard.
Dit is alvast een foto van de familie Smeets, de trouwfoto van Maike Smeets en Leon Wintraecken. Dit is op Het einde, naast het eerdere huis van Collard. Aan de achterzijde is nog de schuur van Pijpers te zien. En zo te zien was het nog niet zo druk op de weg.
Deze foto is ook gemaakt in jaren vijftig. Goed te zien is nog de poort die bij de woning hoorde.
We gaan verder met de kinderen van Theodoor Collard – Maria Elisabeth Hendrix.
Tweede kind tweeling.
Maria Elisabeth, geb. 31-7-1898 te Weeze (D), ged. te Elsloo 31-7-1889;
Maria Gertrudis geb. 31-7-1898 te Weeze (D)
De tweeling is na de geboorte gestorven in Weeze Duitsland dus daar waren ze op dat moment aan het werk.
Derde kind Theodoor Collard – Maria Elisabeth Hendrix.
Anna Maria, geb. 27-8-1899, ov. 31-3-1962 te Sittard, tr. , wonende ‘Berg’, 6-2-1929 te Beek Jacobus Hubertus Wilhelmus (Wiel) Jacobs, geb. 17-11-1896 te Ulestraten en wonende aldaar, bakker, zn. van Cornelis Hubertus Jacobs en Josephina Catharina Geerlings.
Anna Maria wordt geboren in Elsloo Op de berg of beter gezegd onder de berg. Ze verhuisde mee met de familie naar Catsop en daarna naar de Mauritslaan 60 in Beek daar was de garage gevestigd van Collard. Ze trouwde met Wiel (Guillaume) Jacobs in Beek, en ze hadden een bakkerij in Geleen en kregen 5 dochters.
In 1930 bouwden ze hun bakkerij in Lutterade (Geleen) op de Rijksweg.
De legger van het kadaster en hier kan men zien dat de bakkerij Huis en Erf gerealiseerd word in 1930 .
Hier ziet u rechts de hoekwoning in aanbouw en bakkerij Rijksweg 80 Geleen. Dus deze foto zal omstreeks 1931 gemaakt zijn.
Rechts ziet u de bakkerij en kunt u een vergelijking maken met de foto hier boven dan ziet u dat er een kerk is bij gekomen etc. En de bakkerij inmiddels is overgenomen .
Dit was de zijkant van de bakkerij Jacobs destijds
Bakkerij Jacobs foto genomen vanaf de rijksweg . Vóór de bakkerij staan van links naar rechts Adolf Kicken, Mariet Jacobs, Lies Smeets-Kicken en ?
Wiel Jacobs en Anna Collard in de lignestraat Geleen.
Anna Collard en Wiel Jacobs
Foto gemaakt bij het Steinerbos. In de boot zitten de vijf dochters van Anna en Wiel Jacobs-Collard genaamd Elly, Annie, Gertie en de tweeling Mariet en José met hun tante Fiena Collard.
Anna Collard met Elly Jacobs
Anna Collard , Sef Vossen ,Elly Jacobs en Wiel Jacobs, ik vermoed dat de foto is genomen toen Sef en Elly zijn getrouwd.
Trouwfoto Sef Vossen en Elly Jacobs.
Beneden van links naar rechts: Annemie op schoot bij Elly Jacobs, Anna Collard, Guillaume Jacobs, Annie Jacobs met op schoot Marcino. Boven van links naar rechts: Mariet Jacobs, Sef Vossen, Gertie Jacobs, Giocondo Zane (bijnaam Secondo), José Jacobs.
Advertentie uit 1944; de bakkerij lag aan de Rijksweg Zuid 80, Geleen.
Bidprentje Anna Collard hier word haar man Guillaume dat is de Franse naam voor Willem.
vierde kind van Theodoor Collard – Maria Elisabeth Hendrix.
Maria, geb. 24-5-1901 te Satzvey (D), ov. 1947, naaister, tr. 24-4-1930 te Beek Hermanus Visschers, geb. 12-1-1895 te Stein, ov. 21-5-1948 te Geleen, weger, rangeerder, zn. van Pieter Hubert Visschers en Anna Peters. Hermanus Visschers trouwt voor zijn tweede huwelijk op 8-11-1947 met Joanna Catharina Driessen; ze is geboren in Stein in 1911 en is 93 jaar geworden. Zei trouwt na het overlijden van Herman Visschers nog eens met Jacobus Joseph Muris uit Kerensheide (Stein).
Maria Collard en Hermanus Visschers
Maria Collard.
Maria Collard is geboren in Satzvey, dat is een kleine plaats in de Eifel en in het voorjaar denk ik dat dit geen brikkenbakkersgebied is. Dus ik weet even niet wat voor werkzaamheden ze daar op dit moment deden. Het kan zijn dat ze een landbouwer geholpen hebben met inzaaien. En dan door trokken naar het noorden voor brikken te bakken en later in het najaar daar weer terug kwamen voor bv. bieten te rooien wat ze in het voorjaar ingezaaid hadden. Ze was getrouwd met Herman Visschers, hij is geboren in Stein, zijn vader Pieter Hubert is afkomstig van Beek en zijn moeder Anna Peters was van Stein. In 1947 hertrouwde Herman Visschers met Johanna Catharina (Net) Driessen, maar in 1948 stierf Herman. Zij hertrouwde met Jacobus Joseph Muris in 1951 in Stein.
Hij woonde in Geleen Rijksweg-Zuid 71 en na zijn overlijden werden zijn meubels te koop gezet.
Herman en Maria hadden twee zonen, Pieter en Jan en Jan is geen onbekende in Stein, hij heeft al jaren de minigolfbaan bij het steinerbos. En er stond laatst een verhaal van hem in de krant de Limburger.
v.l.n.r. Agnes Clemens Tilla Collard Piet Visschers en onder Christa Clemens 1 jaar oud
v.l.n.r. Agnes Clemens 16 jaar oud Tilla Collard Lieske Schols 16 jaar (later echtgenote van Piet Visschers) en onder Christa Clemens 1jaar oud .
Lieske Schols en Piet Visschers verlovingsfoto
Joannes Jacobus Hubertus, geb. en ged. te Kevelaar 27-2-1902, ov. 22 maart 1974 Chauffeur tr. 28-12-1927 te Geleen. Anna Maria Penders geb. 6-
Maria, geb. 24-5-1901 te Satzvey (D), ov. 1947, naaister, tr. 24-4-1930 te Beek Hermanus Visschers, geb. 12-1-1895 te Stein, ov. 21-5-1948 te Geleen, weger, rangeerder, zn. van Pieter Hubert Visschers en Anna Peters. Hermanus Visschers trouwt 8-11-1947 Joanna Catharina Driessen;
Sjeng Collard woonde in Geleen en was getrouwd met Anna Maria Penders (May). Hij is overleden op 22 maart 1974 te Sittard.
Hier staan de ouders van May Penders op.
Sjeng en May Collard-Penders
Bevolkingsregister: hier staan twee kinderen van Sjeng en May erop, maar ook een zus van Sjeng genaamd Josephine (Finy) Collard; dus die heeft ook nog een tijdje bij hen ingewoond . Te lezen valt dat Finy is vertrokken naar Rotterdam, waar ze een hotel bezat. Ze trouwde in 1939 te Geleen. Het beroep van Sjeng is chauffeur of dit bij de Collard was dat kan maar daar weet ik helaas niks vanaf. Maar ze hadden nog een kind Roos en zij is helaas maar drie jaar oud geworden. Wat ik heb vernomen heeft Sjeng en May ook nog een pleegkind in huis gehad van de familie, namelijk Jan Collard, een zoon van de overleden Sjaak Collard, hij was eerst gehuisvest bij mijn Oma Tru Collard in Catsop.
Sjeng Collard.
Kinderen van Sjeng en May Collard -Penders
Bidprentje Truus.
Volgens alles is Truusje getroffen door een granaat in de oorlog.
Lies Collard en Pierre Rozenhart
Lies Collard
Lies Collard en Pierre Rozenhart
Pierre Collard, zoon van Sjeng en May.
Bidprentje Pierre Collard
Tiny Collard en Pierre de Wit, dochter en schoonzoon van Pierre Collard.
Overlijdensbericht Sjeng Collard
Maria Ida Elisabeth, geb. 23-2-1904, ov. te Heerlen 25-10-1945, 41 jr., tr. te Heerlen 24-4-1937 Henri Hubertus Lubin, geb. 14-5-1898 te Gulpen, ov. 27-12-1969 te Heerlen, houwer, zn. van Nicolaas Joseph Lubin en Maria Elisabeth Jaspers. Henri Hubertus Lubin tr. te Heerlen Johanna Andrea Smeets.
Lies is het eerste kind dat in Catsop wordt geboren, dus op Het einde, in de woning van Theodoor en Elisabeth.
Maria Emilia (Emilie), geb. 1-10-1905, ov. 10-10-1995, tr. 25-1-1928 te Geleen Joannes Arnoldus Goffin, geb. te Jabeek 18-12-1894, ov. 25-11-1935, slager te Geleen, zn. van Jan Arnold Goffin en Maria Elisabeth Antonia Janssen. Joannes Arnoldus Goffin was eerder getrouwd met Maria Elisabeth Cartilla Hensgens uit Oirsbeek, ov. 29-5-1927 te Geleen.
Emilie Collard wordt dus ook geboren in Catsop, op Het einde. Ze 20 februari 1928 getrouwd in Beek met Joannes Arnoldus Goffin. Haar tweede huwelijk was met Jan Pauli.
V.l.r. Dormans, J. Goffin -Dormans, J. Grömer, Joannes Arnoldus Goffin (bruidegom) en Emilie Collard (bruid), Tru Collard, Lei Collard en Maria Vaessens.
Links Liesje, dochter van de eerste vrouw van Arnold Goffin. Zij ongeveer is 11 jaar oud geworden. Haar moeder, Elisabeth Hensgen, stierf bij haar geboorte. Op de schoot bij Arnold, Jo Goffin. Ervoor, met hondje, is Jos Goffin. Op de tafeltje Jean en Emilie Collard. Rechts Theo Goffin; Emilie was in verwachting van zoon Leo. Jean is in 2023 nog in leven met een leeftijd van 90 jaar, evenals Lei Goffin. Daarna is Emilie Collard hertrouwd met Jan Pauli en kreeg nog twee kinderen: Annie Pauli en Jan Pauli.
Dit is op de markt in Geleen en de slagerij lag op de hoek recht vooruit ‘vleeshouwerij’.
De slagerij van Goffin – Collard op de markt in Geleen.
Bovenstaand huwelijksakte van Goffin-Collard.
Rouwbrief en Bidprentje.
Leonard Jacob August (Lei), geb. 24-11-1906, ov. 1999, tr. 29-12-1933 te Beek Maria Helena Vaessens, 19 jr., geb. 9-9-1914 te Meerssen, dr. van Joannes Joseph Vaessens en Maria Hubertina Extra.
Lei Collard en Leen Vaessen.
Lei Collard is dus in Catsop geboren, op Het einde en neemt later het busbedrijf over.
Lei Collard met zijn GMC bus.
Café Vaessens, eerder woonplaats van Leen Vaessens. Met de motorclub, mogelijk ook met oma Tru.
Theodorus Jacobus, geb. 1-1-1910, ov. 17-7-1938 te Sittard zh., 28 jr., chauffeur, tr., wonend te Catsop, 25-1-1933 te Spaubeek Maria Hendrika Hubertina Hautvast, geb. 1913, dr. van Joannes Bernardus Hautvast en Maria Trinetta Jötten; (gescheiden 7-5-1937).
Zij roepnaam was Sjaak en was monteur in Garage Collard. Overleden aan een niervergiftiging.
v.l.n.r. Gerda Collard, Maria Hendrika Hubertina Hautvast, Jan Collard en Sjaak Collard.
Links Jan Collard , Maria Hendrika Hubertina Hautvast en Gerda Collard.
Sjaak staat boven aan links op de bus.
Advertentie met betrekking tot het overlijden van Sjaak Collard op 27-07-1938. Na zijn dood werden zijn kinderen een tijdje onder gebracht bij mijn oma Tru Collard in Catsop .
1. Frits Notten 2. Gerard Notten 3? 4 ? 5. Paula Steps 6. Paul Derhaag 7. Lieske Bours 8. Fien Smeets 9. Marie Derhaag 10. Jan Collard (Sjaak) 11. Lies Derhaag 12. Louis Notten 13. Gerda Collard (Sjaak)
Harry de Bruin en Gerda Collard. Het stel hadden een frituur in Sittard op de markt .
Rechts Harry de Bruin, Gerda Collard, de echtgenote van Jan Collard en links is de heer Clemens.
Bidprentje Gerda.
Jan Collard is vervolgens naar een oom Sjeng Collard gegaan, daarna nog bij Anna Collard- Jacobs. Hij is nog marinier geweest en was uitsmijter bij een discotheek.
IIda Gertrudis, geb. 8-10-1911, tr. 19-1-1934 te Beek Johann Hubert Clemens, chauffeur, 20 jr., geb. 9-11-1906 te Waldfeucht, zn. van Johann Hubert Clemens en Marie Agnes Tellers.
Tilla is dus ook in Catsop geboren, op Het einde.
Links, het kleine meisje, is Ellie Jacobs van Anna Collard-Jacobs, dan Josefien Clemens, Huub Clemens, de bruid Tilla Collard, dan Pit Visschers en Lei Collard. Tilla draagt zwart omdat het nog geen jaar geleden is dat een van haar ouders is overleden.
De trouwkaart van Tilla en Huub.
Tilla Collard met haar twee kinderen Agnes Clemens links en rechts haar zoon Hub Clemens.
Links Tilla Collard
Midden tegen de bus Huub Clemens. Hij was ook chauffeur bij Collard.
Josephina Gertrudis (Finy), geb. 5-10-1912, ov. 1982; tr. 24-5-1939 te Lutterade Henricus / Henrico (Heini) Forwick, geb. 1907, ov. 1974. Finy Collard is dus ook in Catsop geboren, op Het einde.
Finy Collard.
Finy Collard.
Hein Forwick
Ze hadden een hotel in Rotterdam en later in Valkenburg.
Bidprentje Finy.
Anna Maria Martha, geb. 4-2-1914, ov. Catsop 8-9-1914, 7 mnd. oud.
Rond 1924 vertrekt de familie Collard naar Beek en zet daar zijn busbedrijf voort. Er is maar één kind in Catsop komen wonen, Gertrude Collard de oudste , ze trouwt met Jozef Smeets.
De rest van deze familie is elders gaan wonen. Ze hebben het brikkenwerk rond 1904 vaarwel gezegd en hebben naar een andere bedrijvigheid gezocht om de kost te verdienen en dat was een Garage, Busbedrijf en boerderij.
Ik wil iedereen bedanken voor het toesturen van documentatie, kennis en foto’s. Ook wil ik een dank uitspreken aan Wiel Mesters voor de autocorrectie. Nogmaals bedankt voor de samenwerking voor ieder familielid.
Voor diegene die het ontstaan van de familie Collard gemist hebben druk op de link.
4.3
Mathijs / Mathias, geb. 7-1-1867 te Catsop, fabrieksarbeider / tabaksbewerker, ov. 19-4-1932, 65 jr.,tr. 1. 5-11-1897 te Elsloo Anna Maria Hubertina Turcken, geb. 14-9-1867, Maastricht, Stokstraat 3057, ov. 11-1-1909 te Catsop, dr. van Leonardus Hubertus Turcken en Maria Elisabeth Marchal. Kinderen:
Jacobus Hubertus, geb. 18-8-1898, ov. 18-3-1954 (zh. Sittard), 55 jr., sigarenmaker / sigarenfabrikant, tr. te Beek Maria Elisabeth Gerarts, dienstmeid, geb. 19-9-1895 te Uyckhoven, dr. van Jan Willem Gerarts, schipper en Maris Hubertina Geurts.
Theodorus Hubertus / Theodoor Hubert, geb. 7-9-1900, tr. te Elsloo 17(6?)-5-1924 Katharina Magdalena Scheepers, geb. te Witten (D) 6-2-1902, dr. van Mathias Scheepers en Magdalena Riesel. Kind: zoon, levenloos geboren te Elsloo d.d. 28-7-1924;
Frans Hubert, geb. 25-11-1904 te Elsloo, ov. 5-12-1932, 28 jr. , ongeh.;
tr. 2. 9-4-1915 te Beek Maria Hubertina Marschal, geb. Beek (Geverik) 6-8-1873, ov. te Catsop 1-6-1918, 44 jr., dr. van Pieter Nicolaas Marschal en Anna Gertuid Cloots. Kind: Catharina Maria, geb. Elsloo 1-6-1918, ov. Beek 30-9-1918;
Mathijs Collard de voornaam zal hij van zijn grootvader hebben Mathijs (thies) Lemmens
Mathijs is twee keer getrouwd. Bij zijn huwelijk met Maria Hubertina Marchal tweede huwelijk heeft hij vanwege de familieband dispensatie moeten aanvragen. De grootmoeder van Matthijs Collard is Lucia Lemmens, de grootmoeder van Maria Hubertina Marchal was Elisabeth Lemmens, dus dat is de familieband en dat is van Lemmens kant moeder en kleindochter. Mathijs was sigarenmaker, eerst in Beek en later zelfstandig, maar hij was ook landbouwer.
Om te zien waar we zijn in Catsop onderstaande foto van heden via Streetview.
Op nummer 24 van nu woonde Mathijs Collard; vroeger Catsop 35 en C 13. Er woont nog altijd een nazaat van hem tot 2023, namelijk Linda Collard. Dus ongeveer 125 jaar een Collard in dit huis. Mathijs woonde in het voorste huis; achter waren de schuren van Mathijs en in het midden woonde iemand anders. Dit is meerdere malen van eigenaar veranderd. Later zal zijn zoon Sjaak Collard dit overnemen.
Onderstaand het bevolkingsregister, zo is te zien wie er woonde, de namen van de kinderen en hun beroep.
Bevolkingsregister vanaf 1881 Elsloo
Hier zien we in het bevolkingsregister vanaf 1881 met betrekking tot het adres C13 en Catsop no 35, thans Daalstraat 24, want straatnamen komen pas rond 1932. In het algemeen was eigendom of huur niet duidelijk, hier wel. Leonardus Turken afkomstig van Maastricht, kleermaker, trouwde met Maria Elisabeth Mar(s)chal. Eerder woonden ze in de Stokstraat, Maastricht. Het kan zijn dat mevr. Marschal daar ook ergens werkzaam is geweest. De eerste kinderen worden daar ook geboren. Later ziet men dat de kinderen verhuizen naar Beek. Vaak werden inwonend werkzaamheden verrichten. De oudste, de latere echtgenote van Mathijs Collard, Anna Maria Hubertina Turken, is naaister, dus ze zal haar beroep van haar vader geleerd hebben en in Beek voortgezet in 1886 en haar zus in 1887. Hun derde kind verhuisde naar Maastricht. Hun vierde kind is vroegtijdig overleden.
Dit is het bevolkingsregister vanaf 1891. Te zien is dat Mathijs is ingetrokken bij het gezin Turcken, soms ook geschreven als ‘Jurchen’ met als adres C13 . Mathijs Collard is geboren op Daalstraat 44, nu in 2023 en toen C6, dus er zouden in die tijd er 9 woningen tussen kunnen / moeten zitten. Mathijs Collard komt in het huis wonen in 1897 en trouwt in bij Turcken. Zijn kinderen staan er ook al op: Sjaak, Door en Frans. En onderaan er bijgeschreven zijn tweede echtgenote, Maria Hubertina Marchal.
Daalstraat, nu nr. 24, was vroeger Catsop 35 en C13 en Daalstraat 16 (het blijft steeds dezelfde woning)
Vroegere bewoners van het huis in de Daalstraat.
We gaan terug in de tijd met deze woning, in de Franse telling komen we zeker en er is een aanname van voor deze tijd. Maar waar ik achter kwam dat in de Franse telling dit pand al uit twee panden bestond en verbonden waren met de familie Lemmens. En bewoond door een dochter van Houber Lemmens en Lucia Penders en in de andere woning de dochter van Matheus Lemmens (zoon van Houber) en Maria Gijzen. Dus de ene Lies is een tante van de andere. We gaan ze proberen in kaart te brengen maar eerst laat ik nog een gichtregister zien van de Wed. Lemmens van 1750 en dat is Lucia Penders en is dus familie van de twee Liezen lemmens van de een was ze de moeder van de andere, de grootmoeder.
Gicht uit 1750 en als Schepen ondertekend maar dat was hij niet L. Van Hees hij was rentmeester maar is wel de vader van de latere L. Van Hees die nog moet geboren worden en later de hoeve rechts van het kapel gaat wonen (ijsboerderij 2023)
Verder blijkt dat Peter Penders (gehuwd met Elisabeth Cilissen) een huis, een kamer en de helft van een huisweide verkoopt voor 250 gulden huis aan de weduwe van Houb Lemmens (Lucia Penders). Dit zou dus familie kunnen zijn. Peter Penders woonde al in Hoensbroek.
De verkoper had het verkochte goed onlangs geërfd en de buren (Reingenoten) waren aan ene zijde Mathijs Hagens en aan de andere zijde de heer Grave (kasteelheer), mogelijk de buurman omdat in die tijd er een veld bode Coenraad Smeets woonde (aanname) en deze kregen een woning van de kasteel heer. Er waren nog geen straatnamen maar vermeldden wel wie er naast hen woonden of soms of ze aan de straatzijde dan wel op het achtererf woonden. De koper hoeft slechts 100 gulden te betalen.De 150 gulden stond nog ten laste van de verkopers (ze had daarvoor dus geld geleend). Die lening was terug te betalen aan de erfgenamen van Peter Hagens. Dat betekent dat ofwel de koper een erfgenaam van Peter Hagens is en die geërfd heeft, ofwel dat de koper van het huis, kamer en weide, met name de weduwe van Houb Lemmens, die obligatie overgekocht heeft van de erfgenamen Peter Hagens. Zo specifiek legt de akte het niet uit.Het einde van de akte zijn bijna allemaal standaardzinnen die vaker werden gebruikt.
‘Renuntiatie op de exceptie van ongetelde gelden’ betekent dat het te betalen geld bij het opstellen van de akte niet overhandigd werd in het bijzijn van de notaris, secretaris of getuigen, maar dat het geld reeds eerder aan de verkoper werd overhandigd. Achteraf kan de verkoper niet komen klagen dat hij zijn geld niet heeft gehad.Op het laatst staat dat ze de last op het pand van (100 gulden) overneemt van de koper. Daarom krijgt ze 100 gulden korting op de verkoopprijs van 250 gulden.Dat betekent dat de lening blijft doorlopen en de koopster jaarlijks rente dient te betalen aan de schuldeisers, te weten de erfgenamen van Peter Hagens.
Of in dit huis later een dochter van haar gaat wonen is een aanname want Leonard Geurts en Lies Lemmens trouwen in 1766 maar ze kan het verhuurd hebben of een ander familielid heeft hier gewoond. Maar uit andere gichten van Lemmens blijkt dat dit een ander huis is dan waar Lucia Penders zelf woonde in de Daalstraat. Namelijk in Collard en nazaten heb ik al uitgelegd een gicht uit 1749 met andere reingenoten en dit is een jaar later. En dat houdt ook in dat deze Pendersen (Familie) nogal wat eigendommen in de Daalstraat hadden en dat is weer een voorkennis omdat ik al meerdere gichten gelezen heb.
Om u ongeveer een indruk te geven hoe zo een woning er ongeveer uit zag is dit een voorbeeld van een eeuw verder maar Catsop heeft nog heel lang deze woningen gehad dit is op den dries bij Steegmans.
Onderstaand de Franse telling: wie woonde er in het huis waar later Mathijs Collard is gaan wonen.
Franse telling en u ziet wat ik al opschreef de twee familieleden Lemmens Lies de oudste met Leonard Geurts en in de andere woning Lies Lemmens met Nicolaas Bovens.
In onderstaande link word duidelijk dat Leonard Geurts (bokkenrijder) terug keert in zijn woning en zal wel in de Franse tijd zijn geweest want toen waren er andere regels.
Kaart 1880 verschilt niet veel met de kaart van 1820 alleen is er met betrekking tot deze familie waar wij het over hebben een woning er bij gekomen maar die is er niet meer namelijk B1378 voor de rest is deze kaart duidelijker .Er moet een weg of pad zijn geweest naar de schuur B395 van toen van Nicolaas Bovens en later Matthijs Collard tussen de woning B1807 en hun in dat kan ook niet anders, anders zou je niet in de woning kunnen komen van B1378.
De personen volgens de Franse telling van 1796 hebben in deze woningen gewoond. In één woning Nicolaas Bovens met Lies Lemmens B389 B394 B395, dochter van Mathijs Lemmens en Maria Gijsen en in de andere woning Leentje de wever oftewel Leonardus Geurts (bokkenrijder, verbannen uit Elsloo maar keerde in deze telling terug op B390). Hij woonde er met zijn twee dochters. Eén dochter, Maria Lucia Geurts, blijft hier wonen en trouwt met Nicolas Hendrix, geboren op Het einde en was een zoon van ook een gevluchte bokkenrijder Pieter Hendrix en van Maria Beij, zijn echtgenote. De andere dochter van Leentje de wever, Maria Helena Geurts, trouwt met Joannes of Jozef Janssen, die woonden samen op Het einde. Dit huis is er niet meer; Door Notten bouwde er later een nieuw huis (naast Dirix in het verleden).
De telling van Elsloo rond 1820
De verandering ten opzichte van de Franse telling: Nicolaas Bovens en Lies Lemmens hebben nog drie inwonende kinderen en de buren zijn Nicolaas Hendrix met Lucie Geurts met hun kinderen. Haar vader Leentje, de wever, stierf in 1806. Zijn vrouw in 1811; dus deze staan er niet meer op. Nicolaas Bovens, zoon van de schatheffer Peter Bovens was bokkenrijder en opgehangen. Hij was dus getrouwd met Marie Elisabeth Lemmens; de oudste kinderen staan er niet op. De oudste dochter Maria Chaterina Bovens; trouwt met Antonius Marchal uit Stein. Dit koppel gaan we terug zien in deze woning.
Bovenstaand de Memorie Van Successie van Lies Lemmens. Zij stierf in 1830 en er staat geschreven dat Maria Chatharina Bovens er al woonde en dat haar moeder daar ook is overleden. Maria Bovens trouwde in 1827 met Antoon Marchal dus het kan dat ze er al woonde. Voor de rest zat er geen nalatenschap bij, dus deze verdeling is al geweest. Maria Chatarina Bovens was niet de enige dochter die hier een woning had; een zus van haar had op B1378 ook een huis gebouwd. Zij was toen dienstmaagd, het huis is er niet meer. Later trouwt ze met Arnold Stijnen, zie onderstaande link.
Dit is dus een andere familie maar later zal de zoon van Mathijs, Sjaak Collard, deze woning ook overnemen. De volgorde van bewoning in de middelste woning is als volgt: Vanaf de Franse telling: Leentje Geurts- Lucie Lemmens, dan Nicolaas Hendrix- Lucia Geurts (staat 0 jaar maar ze leefde toen wel nog), daarna hun zoon Peter Hendrix-Maria Petronella-Vaessen, dan Martinus Smeets- Maria Elisabeth Lemmens. De dochter van het laatste koppel genaamd Maria Philomena Smeets trouwt met een Wilhelmus Hubertus Knoben. Daarna kocht Sjaak Collard het huis in 1935. Alle wat ik noemden zijn eigenaar geweest, maar het kan zijn dat zij de woning tussentijds nog verhuurd hebben. En Sjaak is Jacob en die naam is hier nog steeds doorgegeven van Nerem zie deel Collard en nazaten.
Kadasterkaart 1880 van de Daalstraat, B389 en B395 en B394. In 1842 eigendom van Antoon Marchal en Maria Catharina Bovens; zij is hier geboren. Antoon trouwt in bij Bovens in de Daalstraat. Als men B397 ziet, de buren, valt op dat er naar de huidige situatie veel is veranderd.
Zou men de kadasterkaart van 1880 naar nu terug brengen dan is rechts het eerste huis B1807, dan komt B398 (Bovens-Marchal -Collard) en dan B397 van Penders, daarna van Willem Wouters. Daar is wel het een en ander veranderd maar als perceel is het beperkt. Maar ze waren in die tijd van leem of hout.
Door middel van het Kadaster en MVS (memories van succes) wordt duidelijk hoe Mathijs Collard en zijn nazaten in deze woning komen.
De kadastrale eigendommen van Antoon Marchal en Maria Catharina Bovens zijn de perceelnummers B389, huis B395 stallen en B394 tuin. Verkocht in 1879. Antoon Marchal stierf al in 1884. Hij was in zijn tweede huwelijk getrouwd met Maria Catharina Reubsaet.
Blijkens de Memories van successie van Antoon Marschal was de woning al overgenomen door zijn dochter en zijn zoon woonde op dat moment in Geverik. Een dochter van Peter Marchal (Geverik) trouwt later voor de tweede keer met Matthijs Collard. Verder staat in de kantlijn dat Maria Catharina Reubsaet zijn erfgenaam is. Ze hadden een huis met een tuin in het dorp maar dit was al verkocht aan Christoffel Hertzig; dus dat is niet in de woning geweest in de Daalstraat. Hij had naast zijn kleren niet meer contanten dan 10 gulden; deze zijn besteed aan zijn begrafenis. Zijn eerste vrouw Maria Catharina Bovens was al in 1849 overleden. Daarna trouwde hij nog een keer met Maria Catharina Reubsaet, die in 1871 stierf. Van Maria Catharina Bovens is geen M.V.S. te vinden, wat impliceert dat e.e.a. onderling is geregeld. Onderstaand de woning van de echtgenoot van Elisabeth Marchal, Leonardus Hubertus Turcken uit Maastricht.
Er is niets veranderd: de percelen zijn hetzelfde gebleven. Het stel woonde eerst in Maastricht, Stokstraat 3057. Daar zijn ook de eerste twee kinderen geboren. De oudste trouwt later met Mathijs Collard en in 1870 wordt hun derde kind in Catsop geboren.
Onderstaand de Memorie van successie van Leonardus Turcken, gestorven in 1881 met de daadwerkelijk woonplaats en de kinderen die toen nog in leven waren.
Zo te zien waren er nog drie kinderen in leven. De oudste – de latere echtgenote van Mathijs Collard, genaamd Anna Maria Turcken – was toen 14 jaar, daarna volgt Maria Hubertina Turcken, 12 jaar – de latere echtgenote van Jacob Pijpers, de ouders van de latere pater Pijpers in de Veestraat Catsop. Maria Lucia, toen 9 jaar oud en later met Franciscus Hubertus Aarts . Ze hadden 6 kinderen, dus zijn er drie vroegtijdig gestorven. Lies Turcken bleef dus achter met drie kinderen in de woning. Wat heel belangrijk is dat hun eigendommen er op staan: B 389, hier wordt aangegeven huis en stal. Verder B394, de tuin en B395, de stallen. Dit komt overeen met het kadaster. Verder moest er nog een dokter, nota dr. Spronk) en apothekerskosten (dhr. Stijns) betaald worden. En in die tijd moest de dokter betaald worden. Er was wel een ‘armen dokter’, die woonde in Rekem en die was gratis.
Maria Hubertina Turcken, echtgenoot van Jacob Pijpers dus een zus van Anna Maria Turcken.
Verder met de woongeschiedenis van Mathijs Collard.
Het adres is veranderd in C63 in 1934, Daalstraat 16, nu nummer 24 dat komt dat ze in daalstraat eerst van onder naar boven nummerde en later andersom. Er komt een sigarenfabriek bij, gebouwd door of in opdracht van Mathijs Collard. Op bovenstaande legger is veel tekst doorgestreept en bijgeschreven. Ten eerste staat Mathijs Collard, weduwnaar van Maria Turcken, dan de drie kinderen Sjaak, Door en Frans . En daar onder staan ook nog de schoonouders van Mathijs Collard. Lies Turcken, de moeder van Maria heeft haar overleefd, maar Mathijs hertrouwt. Mathijs neemt rond 1902 de woning over en de schoonmoeder en de stiefmoeder woonden er ook. In 1921 trouwt Sjaak Collard, dus het kan zijn dat hij ook in de woning woonde. In 1935 koopt Sjaak Collard de woning van de buurman Martinus Smeets-Lemmens B390. Theodoor Collard trouwt in 1924, huurde mogelijk enige tijd, en ging later wonen aan de Koolweg. In 1935 is er een deling van de eigendommen van Mathijs Collard tussen de twee broers Sjaak en Door (Theodoor) want Frans is doorgestreept; hij was al overleden in 1932.
Sigarenfabriek gebr. Collard
Via deze stichting komen we er achter dat Mathijs Collard al in Beek van beroep sigarenmaker was. Zijn zoons deden dat ook maar zelfstandig eerst in de Daalstraat, dus vanaf 1921. Ze bouwen op de grond van Mathijs, hun vader, in de Veestraat een sigarenfabriek. De fabriek lijkt heel veel op een huis en dat is het nu ook. Of dat voor de gebroeders Collard ook de bedoeling was is niet duidelijk.
Uit de gegevens van het kadaster blijkt het volgende.
Mathijs Collard heeft rond 1922 eerst bouwland gekocht van Peter Hubert Thomassen en Maria Peters Er staat ‘Mergelakker’ maar het is in de Veestraat. Mogelijk werd in die tijd het laatste gedeelte ook Mergelakker genoemd. Het noteren van straatnamen begon eerst in 1932; de benamingen waren er veel eerder.
Onderstaand een hulpkaart, dat wil zeggen dat als er wat veranderde op een perceel, het kadaster daar een melding van maakte met een klein kaartje erbij.
Dit is een hulpkaart van het kadaster uit 1922 en de sigarenfabriek komt op B2034.En was voorheen van Thomassen en die woonde op B2032 in die tijd.
Dit is een hulpkaart van het kadaster uit 1930 en de sigarenfabriek staat er al op.
De sigarenfabriek Stichting Gebr. Collard. De drie broers runden deze fabriek. Links Mathijs Collard, de vader; voor de deur staat Theodoor (Door) Collard, in het midden Frans Collard en rechts Sjaak Collard en achteraan staat volgens alles een knecht naam onbekend.
Tweetal krantenartikelen van mei 1926. Dit is in de Daalstraat; de sigarenfabriek in de Veestraat was er toen nog niet.
Dit is de legger van Mathijs Collard die betrekking heeft op de sigarenfabriek. Er wordt vermeld dat er in de Veestraat in 1929 een Stichting is. Dus het kan zijn dat de fabriek toen al gerealiseerd was in de Veestraat. In 1934 komt er een Successie-deling geweest.
13-12-1932 overleed Frans Collard, broer van Sjaak en Theodoor (Door), in hetzelfde jaar als zijn vader Mathijs Collard. Frans leed aan de epilepsie maar of hij daaraan is overleden is niet bekend.
In 1936 is er een verkoop van de sigarenfabriek. Er valt te lezen dat deze verkoop is bij Café Engelen in de Daalstraat en op verzoek van Sjaak en zijn broer Door. Aan wie is verkocht is niet duidelijk, in 1940 is sprake de N.V. Verenigde Tabakshandel. In 1952 komt het pand toch weer in handen van Sjaak Collard zijn echtgenote, wed. Maria Elisabeth Geraets. Familie kan altijd een navraag doen bij RHC Maastricht notaris Imkamp.
Rond 1940 is de fabriek in het bezit van Veta, een vereniging van Tabakshandel.
De kadasterlegger van Sjaak en zijn echtgenote. Het geheel is in handen van Sjaak Collard en Maria Elisabeth Gerarts, maar ze is al weduwe, en er is al een verdeling. Dat is in 1957. Hun eigendom dateerde al van 1935. Er waren op dat moment (1957) 7 kinderen die recht hadden op de erfenis, dus kinderen van Sjaak Collard en Maria Elisabeth Geraerts: 1. Johannes Hubertus Collard 2. Mathijs Collard 3. Theodoor Collard, getrouwd met Frederix, 4. Pieter Jozef Paumen en … Collard 5. Arnoldus Wilhelmus Collard 6. Johannes Hendricus Dirix en …. Collard 7. Hubertus Maria Steps – Bertha Collard.
De oudste zoon van Mathijs was Jacob roepnaam Sjaak.
Volgens info van Harrie Rouveroy en mijzelf, van links naar rechts:
Sjang Driessen, Harrie Driessen, Jozef Cremers (Catsop), Huub Smeets, Sjef Vranken, onbekend. En zittend Martin Driessen (koster), Sjaak Collard, Willem Knoben, Pastoor Haesen , Visschers, onbekend, Jac Vranken.
Sjaak Collard was al vroeg lid van deze vereniging; hij zou hier 19 jaar zijn. Wat wel noemenswaardig is dat Sjaak naast Willem Knoben zit die later met zijn buurmeisje trouwde. En als het goed is staat zijn buurman er ook op Huub Smeets maar dat is een aanname
Dus deze vereniging was er al in 1913; Sjaak achter pastoor Houben.
Deze foto is van 1933. Sjaak Collard, eerste links onder, mogelijk met een eigen gemaakte sigaar. Naast de pastoor: Sjeng Houben (slager).
Verhalen en anekdotes
Sjaak maakte in de jaren vijftig nog altijd sigaren op kleine schaal in de Veestraat. Hijzelf woonde in de Daalstraat. In de sigarenfabriek stond een potkachel en er kwam heel veel jeugd en anderen ‘plenken’ bij Sjaak. Hij was een toneelspeler en een verhalenverteller. Gus Cobben vertelde dat er bij Sjaak Collard ook haren geknipt werden en dat was meestal geen plezier. Er werd een kruk op de mesthoop gezet en er kwam een knipschaar van het model waar ook schapen mee werden geschoren. Vaak zo bot dat je dacht: ze kunnen de haren er beter uittrekken. Kinderen gingen ook met hem mee naar de hei in Mechelen (op de klompen). Sjaak had er bijen staan; dat deden meer Catsoppenaren. Al snel kwamen de verhalen, meestal over de weerwolf. Een ander verhaal kwam van Paul Derhaag. ‘Wij kwamen vaak in de sigarenfabriek, en ik was er met een paar vrienden. Willem Kollard (pils Willem) was er ook met de fiets. Sjaak begon weer over de weerwolf te vertellen. Het was donker en Willem wilde naar huis, hij stapte op de fiets en Sjaak zei: Willem, de weerwolf komt achter je aan. Door het sneller fietsen werd het achterlicht van Willem steeds roder.’ Toen Paul Derhaag naar huis liep, lag Willem in de volière; hij was met zijn fiets van de angst door de draad heen gereden.
Ook waren de buurmeisjes van Sjaak vaak in zijn fabriek aanwezig.
Margriet Schepers en Margret Franssen
Zij gingen hem vaak helpen met de bladeren te drogen etc. Ze werden meestal beloond met Sint Nicolaas en met een tochtje naar Wittem, met ijs en een drankje. Margret vertelde dat ze leuke tijden met Sjaak hebben meegemaakt. Margiet Schepers woonde er naast. Er was een bovenverdieping en een benedenverdieping met twee gezinnen: Sjeng Schepers en Sjeng Frederix. Het laatste huis was van Sjang Franssen en Angelien Daemen. Rond 1940 dus even voor deze tijd was het sigaren maken voor Sjaak even gedaan. Hij kreeg zijn tabaksbladeren uit Duitsland niet meer geleverd en voor Sjaak kwamen moeilijke tijden.
Uit de overleving is me verteld dat Sjaak werkloos werd en te werk werd gesteld in Geulle bij de Heidemij (‘werkverschaffing’).
Een foto uit het Geuls verleden.
Bovenstaand een krantenartikel uit 1938 over de werkverschaffing. Te lezen valt dat het uurloon 27 cent was, dat is ongeveer 10 gulden voor een hele week. Sjaak moest daar zijn gezin van onderhouden, niet makkelijk. Gus Cobben vertelde dat ze een zeug hadden waar ze de baggen van verkochten maar het was bij de meesten geen vetpot.
Sjaak overleed op 18-03-1954. Bovenstaand zijn overlijdensadvertentie .
De sigarenfabriek komt later weer in handen van weduwe Maria Elisabeth Geraets, de vrouw van Sjaak. In 1957 verkoopt ze het pand aan haar zoon Theodorus Hubertus Collard en Gertrude Fredrix. Hij was mijnwerker en woonde eerst in de Maasberg 4 en verhuisde dus naar de Veestraat 8.
Een andere zoon Jan Collard en Marie Hubertina Huyts nemen de woning in de Daalstraat over.
Maria Geraerts, de echtgenoot van Sjaak Collard op bezoek bij Tilmans. Achter het raam zit Agnes Smeets, de echtgenote van Sjef Tilmans .
Links staat Jan Collard, dan hun moeder Maria Elisabeth Geraerts en Giel Collard voor hun woning in de Daalstraat. En dit is de tweede woning van de straat af die Jaack Collard gekocht heeft.
De overlijdensadvertentie Maria Elisabeth Geraerds. Zij stierf op 10 juni 1966 en bij haar naam is de ‘T’ veranderd in een ‘D’ .
Jan Collard en Gerrit Lemmens
Louis Notten en Jan Collard
Tiny Collard (Huijts) en een vertegenwoordiger in de winkel bij Harrie van Es in de Daalstraat.
De huwelijksfoto van Bertha Collard en Huub Steps.
1. Martin Steps 2. Jan Collard 3. Huub Steps 4. Bertha Collard 5. Pie Steps 6. Anna Daemen 7. Maria Elisabeth Geraerts 8 ?
Linken naar de stamboom van de familie Steps In twee delen):
De vader van Katrien Schepers, Mathias Schepers, geboren op 6 juni 1863 in Saarn, (Mülheim an der Ruhr), NRW, (D). Zijn vader Nicolaas Schepers en zijn echtgenote Anna Catharina Hubertina Stienen waren brikkebekkers in Duitsland. Dat is de reden dat Mathias daar ook wordt geboren. Later zal hij ook dat werk gaan doen. Mathias Schepers heeft gewoond , Op de Berg. Later in Duitsland ontmoet hij zijn vrouw Magdelena Riesel. Zij is geboren in Vinsebeck; haar ouders zijn Adolf Riesel en Magdalena Hanebal. Mathias en Magdalena vestigen zich in Witten, Duitsland. Ook de kinderen worden daar geboren.
Brikkebekkers (stenenbakkers) waren van begin voorjaar tot en met najaar in Duitsland, dus soms meer als een half jaar. Ze kregen meestal van de boer een huisje, eten en drinken en ze maakten afspraken over de prijs per steen. Zier ook onderstaande link: stamboom van familie Schepers / Op de Camp. Mathias is het vierde kind.
In 1904 was Mathias terug in Elsloo. Dit document is ondertekend in 1920. Het zal waarschijnlijk bedoeld zijn voor het verkrijgen van b.v. een hypotheek .
Aan het bevolkingsregister Schepers – Riesel ontlenen we de volgende gegevens.
Wat opvalt is dat ze op 4 oktober 1904 naar Nederland zijn gekomen. Zij waren al in 1902 genaturaliseerd.
Hier staan weer twee namen op. Het ziet er naar uit dat de familie eerst in Elsloo heeft gewoond, mogelijk gehuurd bij Johan Schreurs en Maria Dorma. Ze zijn dus naar C1 (Catsop) vertrokken. Mathias was de oudste en wordt slager in Elsloo. Al hun kinderen staan er op; dus ze hebben nog twee kinderen in Elsloo gekregen. Adolf, genoemd naar zijn opa, wordt maar 6 weken oud. Maria, hun tweede kind, stierf op 16 jarige leeftijd op 27-10-1914. En hun derde kind, Elisabeth Schepers is op 24-01- 1922 gestorven. Bij hen woonde ook nog een gepensioneerde persoon: Jo Giebels, die verhuisde in 1906 naar Ulestraten. Ook hadden ze een dienstmeid Maria Elisabeth Willems van Munstergeleen en haar vorige woonplaats was Gangelt en de familie Schepers runden een herberg / café.
Magdalena en Matias op latere leeftijd .
Bij Mathias staat als beroep ‘herbergier’; hij runde een café en bood reizigers onderdak etc. We gaan zien waar dat was in Elsloo.
Aan de rechterkant van deze foto was de herberg van Schepers-Riesel. Voor de hand liggend, immers vaak kwamen reizigers en handelaren die op dit station (links) uitstapten. Hij was niet de enige: links de nering van Antje van de Engel (Catsop) verder op zat Trina van de Vonck (Catsop). En rechts was kadastraal eigendom van Catsop (Elsloo) daarvoor de C1 op het bevolkingsregister.
In de herberg van Schepers stond een piano; daar werd op gespeeld als er handelaren en reizigers uit de trein stapten om het gezellig te maken. Immers waar muziek is wordt vaak gedanst en gedronken.
06-07-1914 word het pand te koop gezet, dus Mathias Schepers zat er gehuurd .
In 1917 zet de familie Schepers alles te koop dat is dus 3 jaar na de verkoop maar hij zat er gehuurd dus hij huurde het weer van de nieuwe eigenaar.
Links onderaan het pand van Schepers waar ze gehuurd zaten. Aan de linkerkant en rechterkant zijn allemaal panden met de bedoeling om reizigers te trekken voor overnachting etc. in verband met het station.
Advertentie van 28-08-1917. Het adres is nog steeds station Beek-Elsloo maar Mathias had ook nog een huis in Urmond.
Na enige tijd verhuisden ze naar de Stationsstraat in Elsloo en ze gaan daar een slagerij beginnen. Mathias, de zoon van Mathias, is daar de slager.
De slagerij Schepers. Zoon Math staat hier niet op, waarschijnlijk omdat hij de foto heeft gemaakt. Goed zijn te zien de worsten, de hammen en de naam achter de ruit ‘Scheepers’. Links boven Anna of Carla Butterweck (echtgenote van de slager Mathias junior), dan Magdalena Riesel (moeder), verder links onder Anna Schepers en rechts Katrien Schepers en Mathias Schepers senior. Het was een echt familiebedrijf, ook de zussen waren er werkzaam. Foto is gemaakt voor 1928.
Dit is hetzelfde pand in 2023
Bovenstaand de echtgenote van Mathias, Anna of Carla Butterweck.
Links boven Anna Maria Hubertina Schepers, dan Magdalena Riesel, Katrien. Links Math Schepers junior (slager) en rechts Math Schepers senior .
Anna Marie Hubertina Schepers (Anna) trouwde in 1933 met Joannes Andries Paes, geboren in Munstergeleen op 1-05-1905, ze trouwden in Elsloo.
Maria Magdalena stierf 26 juli 1928
Overlijdensadvertentie van Mathias Schepers hij heeft zijn zoon overleefd
Rechts Theodoor Collard en aan zijn hand Betty Collard. Achter de kinderwagen Katrien Scheepers met daarin Annie Collard, op de kermis in Beek 1932. Naast Katrien loopt Mechel Schepers, een zus van haar vader met haar man Hendrik Hubert Fredrix en links een zoon.
Kathrien Scheepers
Het stel krijgt drie kinderen en woonde op de Koolweg, in het huis van Mathias Schepers, haar broer. Zie huidige situatie, foto beneden.
Hun drie kinderen Leny, Annie en Betty Collard.
Leny ,Betty en Annie Collard
Hier staat te lezen dat alle drie de dochters in Australië woonden en dat Katrien Scheepers hen een bezoek ging brengen per de boot.
Van rechts naar links Leny, Katrien Scheepers, Annie Collard, de heer Meeks en Betty Collard met haar man. De foto is gemaakt door de man van Leny.
Katrien en Door op latere leeftijd.
Bidprentje Door Collard 90 jaar geworden .
bidprentje Katrien Scheepers 87 jaar geworden.
Advertentie en er was in die tijd nog een in Australië en dat was Leny.
Advertentie van Door
Ik sluit af met wat jeugd foto’s van Linda Collard zij was de laatste inwoner van het huis Collard in de daalstraat.
Van links naar rechts 1. Anja Wilting 2. Marion Spronkmans 3. Linda Collard 4. Mien Cobben.
Jan Wilting buurman die wat fratsen is aan het uithalen en Linda Collard.
Fia Tilmans, Anja Wilting en Linda Collard
Linda Collard Links heeft haar huis verkocht in 2023 en na 125 jaar is de Collard traditie verbroken maar zoals met zoveel huizen die blijven staan eeuwen lang ze veranderen wel maar het perceel zoals we hebben kunnen zien dat blijft.
Ik wil graag iedereen bedanken voor documentatie en foto’s van familie Collard en Schepers anders had ik dit niet kunnen maken. Ook een dankwoord aan Wiel mesters voor de stamboom etc. en Kenneth Booten voor de hulp bij de gicht .
Dit is deel 1 van de nazaten vanaf Jacobus Collard en Maria Ida Gorissen. Sjengske Kollard was de oudste en daar beginnen we mee. Deze familie gebruikt de K in plaats van de C bij de achternaam.
Stamboom Sjeng Kollard:
Joannes Leonardus (Jan / Sjeng / Sjengske), geb. 18-2-1863, get. Mathijs Smeets en Jan Mobers, ov. 2-12-1945, 82 jr. (aktes : ‘Kollard’), landbouwer, tr. 36 jr., 24-11-1899 te Elsloo Maria Elisabeth Hendrix, geb. Elsloo 5-12-1869, ov. 30-10-1944, dr. van Jan Hendrix, landbouwer, en Anna Maria Kiolein. Kinderen:
Mathijs / Mathias Hubert(us), geb. Catsop 2-8-1902 (get. Jacobus Scheijen en Elisabeth Collard), sigarenmaker, ov. 1964, tr. (‘Kollard’) 5-3-1932 te Elsloo Maria Elisabeth Bours, geb. Elsloo 13-7-1902, ov. 3-1-1986 te Geleen, 83 jr., dr. van Joannes (Jan) Bours en Anna Maria Hubertina Smeets. Kind: Servatius (Servaas) Hubert(us) Kollard, geb. Veestraat 23, ov. 26-5-1946, 14,5 mnd. oud, zh. Maastricht;
Jan Willem Hubert (Wilhelmus Joannes Hubertus, Willem), geb. 9-7-1904, ov. 1985, tr. 14-2-1931 te Sittard Barbara Claessen. Kind: 30-4-1941 levenloos geboren dochter , te Elsloo;
Theodorus / Theodoor Joannes / Jan Hubertus, geb. 12-8-1906, ov. 24-4-1945, mijnwerker, tr. 31-5-1928 te Beek Maria Agnes Lucia Frissen , 23 jr., dr. van Joannes Lambertus Frissen en Maria Sophia Souren uit Beek;
Jacob Hubert Kollard (Hub), geb. 27-5-1908, ov. 6-12-1993, tr. 30-3-1940 te Beek Maria Josephina Agnes Scheijen (Neske), geb. 26-3-1912 Krawinkel, ov. 20-11-1992, 80 jr.;
Elisabeth Hubertina Kollard (Lieske), geb. 9-8-1910, ov. Geleen 19-1-1988, tr. 1-2-1936 Jacob Scheijen, geb. Lutterade 30-7-1908.
Sjengske en Lies Hendrix.
We weten de herkomst van de Kollard ,nu gaan we de wederhelft in het kort behandelen. De echtgenote van Sjeng Kollard was Maria Elisabeth Hendrix. De familie Hendrix is een eeuwenoude familie die verschillende vertakkingen had in Catsop.
Maria Elisabeth Hendrix werd geboren op Het einde , oud adres C 36. Onderstaand het bevolkingsregister. Ik gebruik deze straatnaam nu maar in die tijd was deze straatnaam nog niet ze noemde deze straat ook wel de weg naar het veld. En later ook eindstraat.
Maria Elisabeth was het eerste kind van Jan Hendrix en Anna Marie Kiolein nummer 4
Wat gelijk opvalt bij dit register is dat bovenaan links en rechts de ouders staan van Jan en Nicolaas Hendrix die staan onder elkaar en woonde dus samen in een huis. En aan de andere kant boven de ouders van Anna Marie Kiolein nummer 3. En dat ga ik uitleggen de herkomst van deze families
De naam Kiolein verbasterde naam van Duitse afkomst, komt van haar grootvader Johannes Friedrik Kinlein uit Töten nabij Leipzig. Vermoedelijk een huzaar die in Elsloo is gebleven en trouwde met Rebecca Smeets, een dochter van bokkenrijder Johannes Smeets (Willem Henske; Henske is ook een voornaam) uit Catsop maar hij woonde destijds in Terhagen .
Rebecca Smeets en Johannes Friedrik Kinlein hebben in de Daalstraat gewoond. Hun dochter Maria Cornelia Kiolein kreeg een kind, Jan Kiolein (illegitiem) . Boven aan het bevolkingsregister rechts, staan dus de ouders van Anna Maria Kiolein (moeder van Lies Hendrix) genaamd Jan Kiolein en Maria Brandesein; later wordt dat Brandelein.
Links staan de ouders van Jan Hendrix (vader van Maria Elisabeth), getrouwd met Maria Elisabeth Krikboom, ook een naam die in Catsop of Elsloo niet veel voorkomt. Haar vader was afkomstig uit Aubel (België, nabij de grens met Zuid-Limburg).
Joannes Krikboom was getrouwd met Maria Catharina Beckers, die eerder getrouwd was met Joannes Jongen. Deze Johannes Jongen werd beschuldigd als bokkenrijder, maar heeft dat steeds ontkend, maar heeft niks geholpen, ze hebben hem opgehangen op 6 december 1773 . Jan Jongen had een herberg en een brouwerij geërfd van zijn schoonvader, de schepen Nicolas Beckers afkomstig van Catsop, deze zou achter de oude kerk hebben gestaan. Nicolaas Beckers was vermogend en had verschillende panden in Elsloo. En hij was ook weer peetoom van Rebecca Smeets. Krikboom nam die herberg over met schuld of dat te maken had met Jan Jongen die gerechtskosten moest betalen, dat weet ik nog niet, maar later zag ik in het gichtregister dat hij Krikboom zijn schuld had afbetaald.
Een broer van Maria Elisabeth Hendrix (Collard) was Jan Theodoor Hubert Hendrix, geboren in 1879. Hij trouwde met Helene Esser (‘Leen van Kwab’) en overleed in het ziekenhuis Calvariënberg in Maastricht op 39 jarige leeftijd. Daarna trouwde Leen Essers nog twee keer. Eerst met Godfried Lenaerts en later met Kwab Paulissen uit Boorsheim.
. Jan Theodoor Hubert Hendrix nummer 8 op het register.
Zus Anna Maria Hendrix is geboren in 1884 en trouwde met Jozef Hubertus Houben, een broer van Sjeng Houben, de slager uit Elsloo. Dochter Christine Houben trouwde Pieke Bours in de Daalstraat voor een voorbeeld te noemen deze familie komt een deel van en ook van de familie Hendrix-Essers
Anna Maria Hendrix nummer 10 op het register.
Kwab Paulissen en Jozef Houben woonden in die tijd naast elkaar in het huis van Hendrix.
Zijn broer Nicolaas, oom van Maria Elisabeth, woonde ook nog in dat huis. Het was een tweelingbroer van haar vader Willem Hendrix; hij bleef vrijgezel. Veel broers en zussen overleden op jonge leeftijd.
Verder terug in de tijd: de grootvader van Willem en Nicolaas, eveneens Willem Hendrix genaamd, was een zoon van Godfried Hendrix, getrouwd met Petronella Willems. Hij was strodekker en woonde op den dries. Later zal hij terugkomen in de woning waar Anna Maria is geboren. Willem Hendrik trouwde dus met Kirkboom en was net als zijn vader strodekker.
Godfried Hendrix is een zoon van de gevluchte bokkenrijder Peter Hendrix. Echtgenote Maria Beijen staat ingeschreven als weduwe bij de Franse Telling, heeft dus haar woning weten te behouden en overlijdt 4 aug. 1799.
Peter Hendrix is op 14 nov. 1774 bij verstek veroordeeld tot eeuwige verbanning uit de heerlijkheid Elsloo, dat wil eigenlijk zeggen dat ze niks konden bewijzen. Maar deze komt terug in de Franse tijd.
De woning aan het einde bestaat uit twee woningen. Zo kon men destijds b.v. een huiskamer kopen met een huisweide. Kinderen bouwden en verbouwden aan een woning vast en verkochten vaak ook hun deel weer.
Andere families uit Catsop wat verbonden zijn aan de bovenstaande familie (nazaten) zijn Nicolaas Hendrix- Maria Lucia Brughman ( periode 1650) woonde op het Hof van Catsop dat is waar nu de ijsboerderij is. Nicolaas Hendrix was destijds Schepen van Elsloo. Godfriedus Hendrik-Ida Ziegels ( periode 1690) . Maar dat geeft wel aan dat deze familie al heel lang in Catsop aanwezig is geweest. Er waren verschillende Bokkenrijders verbonden aan deze familie (aangetrouwd), b.v Peter Penders (lange snieder) en Dirk Martens (gevlucht).
De locatie van de woning – die er niet meer is – is wel bekend.
Kadastrale kaart 1880. De locatie is aangeduid met ‘Hendrix’. Dus twee huizen met schuren, het huis had dus twee kamers, deze waren verdeeld. Ter verduidelijking B460 is de schuur en B468 is daar de woning van en B467 is een woning en schuur. Dus in het verleden was B468 en B467 het hoofdgebouw dus dat was een huis verder in het verleden. En er is niks veranderd vanaf 1820
Over de bewoners het volgende. Ten tijde van de Franse telling woonde er wed. Hendrix (Maria Beij) en haar twee zonen Joannes Hendrix – getrouwd met Maria Chatarina Martens – en Nicolaas Hendrix, die later trouwden met Maria Lucia Geurts. Tijdens de tweede telling woonden de laatste twee in de Daalstraat. Dus toen woonden ze al met twee gezinnen naast elkaar en dat bleef heel lang zo.
Ongeveer 20 jaar later verandert het een en ander.
In het huis rechts en de schuur komt Godfriedus Hendrix wonen, weduwnaar van Petronella Willems en zoon van Maria Beij, terug van Op den Dries, tezamen met dochter Marie Catharina Hendrix en Guillaume Hendrix . Deze laatste is tien jonger, en het is niet duidelijk of het gaat om de echtgenoot van Marie Catharine of om een knecht.
In het huis links en de schuur woonde nog steeds Jean Hendrix met Maria Catharina Martens en zoon Joannes Hendrix.
Later zal een zoon van Godfriedus Hendrix (weduwnaar), getrouwd met Maria Lucia Lenaerts uit de Daalstraat, hier gaan wonen. Nog later komen een broer van Godfriedus, Willem Hendrix en Maria Chatarina Kiolein hier wonen. Dit zijn de ouders van Maria Elisabeth Hendrix van Sjengske Collard.
Vele jaren daarna zullen een broer en zus van Maria Elisabeth de woning overnemen, nl. Theodoor Hendrix en Leen Esser en Jozef Houben en Anna Maria Hendrix (foto). De onlangs overleden Nic Hendrix, een nazaat van Theodoor Hubert Hendrix (Foto) was een van de laatste Hendrixen die hier heeft gewoond. Dit laat zien dat families soms niet snel hun roots verlaten. Maar dit even in het kort de familie Hendrix.
Rechts het huis van Nick Hendrix. Hij heeft eigenlijk gebouwd vóór de oude schuur van zijn opa . Links is de woning van Hendrix ongeveer nagebouwd dus daar weer het voorste gedeelte van was de woning van de opa van Nic.
Dit is nog de originele woning van Hendrix in het verleden van Leem later een steen om heen gemetseld de voordeur behoorde bij Kwab Paulissen en Leen Esser en op de foto een kleindochter. Voorheen van Hendrix-Esser
Verder met de kinderen van Sjengske Kollard en Maria Elisabeth Hendrix.
Sjengske Collard (kollard) en Maria Elisabeth Hendrix met hun jongste dochter Lieske voor hun huis in de Daalstraat toen C. nummer 6 en nu Daalstraat 37 .
Het eerste kind, Mathijs (Tjeu) Kollard trouwt met Maria Elisabeth Bours. Ze gaan wonen in de Veestraat .
Mathijs / Mathias Hubert(us), geb. Catsop 2-8-1902 (get. Jacobus Scheijen en Elisabeth Collard), sigarenmaker, ov. 1964, tr. (‘Kollard’) 5-3-1932 te Elsloo Maria Elisabeth Bours, geb. Elsloo 13-7-1902, ov. 3-1-1986 te Geleen, 83 jr., dr. van Joannes (Jan) Bours en Anna Maria Hubertina Smeets. Kind: Servatius (Servaas) Hubert(us) Kollard, geb. Veestraat 23, ov. 26-5-1946, 14,5 mnd. oud, zh. Maastricht;
Kadasterkaart 1955. Veestraat en links de Gellik . B 2285 is het perceel en huis van Tjeu Kollard.
Woning rechts, Veestraat 23, was de woning van Tjeu Kollard en Lies Bours. In het verleden was dit volgens het kadaster Veestraat 24. Later zal dochter Gerda Kollard deze woning overnemen.
Deze woning is door Kollard zelf gebouwd. Hij had de bouwgrond gekocht van Johannes Colaris (uit Beek) en Maria Elisabeth Driessen, geboren in het Terhagen .
Tjeu Kollard.
Lies Bours
Mathie Kollard
Annie Kollard, Jan Kollard en Lies Collard. An en Lies waren een tweeling.
Lies en Pierre Kollard
Piet Frederix en Lieske Kollard
Willem Kollard
Bruidspaar Hein van Hees – een nazaat van Harrie van Hees van de sigarenfabriek (ijsboerderij) – en Lies Kollard. Bruidsmeisje waren Wies Machiels, links, en Gerda van Hees , rechts.
De bruiloft van Hein en Lies werd – zoals zo vaak – thuis gevierd. En hier hielpen meestal de buren ook een handje.
1. Barbera Bours 2. Pierre Kollard 3 .Thei Kollard (van Willem) 4. Jan Kollard 5. Jessi Machiels 6. Paul Derhaag (buren) 7. Willem Kollard 8. Lies Kollard
Veel namen ontbreken, maar in het midden het bruidspaar Hein en Lies, links ervan Jack Scheijen (echtgenoot van Lieske Collard). Rechts van het bruidspaar waarschijnlijk de zwager van Jacob en oom van Lies, Willem Kollard.
Schildrij van Hein van Hees. Het kapel gezien van uit Op den dries.
Carnaval ‘ziekenhuis’?
in de deuropening Mia Verboort, vóór de ‘zieke’ Lies Kollard, Martha Franssen en Rika Verboort. In bed lag Adri Verboort.
Lies Kollard en Thea Derhaag, het buurmeisje.
Het tweede kind van Sjengske en Lies was Jan Willem Hubert (Willem).
Jan Willem Hubert (Wilhelmus Joannes Hubertus, Willem), geb. 9-7-1904, ov. 1985, tr. 14-2-1931 te Sittard Barbara Claessen. Kind: 30-4-1941 levenloos geboren dochter , te Elsloo;
De roepnamen waren Willem Collard en Tru Claessen. Hun eerste zoon, Jan Hubert Collard, roepnaam Sjeng, wordt geboren op 27 november 1931 te Catsop. Later wordt Sjeng sportmasseur. Uit de overleving werd verteld dat dit in de Daalstraat was, de ouderlijke woning van Willem. Mogelijk zijn meerdere kinderen ergens anders geboren, voordat ze naar Jurgenstraat 5 in Elsloo verhuisden.
Rond de jaren vijftig hebben Willem Collard en Tru Claessen het huis gekocht van Beckers. Deze had ook het perceel achter hun woning in hun bezit, waar later een bakkerij ontstaat.
Jurgenstraat 5 (foto streetvieuw) Het huis van Kollard. Al deze woningen werden gebouwd ter compensatie van de onteigening ten behoeve van de kanaaluitgraving. Dus waarschijnlijk zal Beckers eerst in Oud Elsloo hebben gewoond.
Willem Kollard (bron Jan Jennen)
Het gezin Collard -Claessen. Bron Jan Jennen
1. Mia Collard 2. Wim Collard van Sjef? 3. Thei Collard 4? 5. Lieske Collard 6. Truus Collard (dochter) 7. Bertha Derks 8. Sjef Collard 9. echtgenoot van 11. Sjeng Collard 10. Willem Collard (vader) 12. Tru Claessen (moeder).
Dus Sjeng Collard was een bekende in de wielersport en atletiek. Hij was ook masseur en hij heeft zelf ook nog gefietst.
Sjef Collard en Bertha Derks zijn bij de wat ouderen heel bekend, want hij had een frituur op het Verschurenplein.
Bertha en Sjef
Bertha Derks en Sjef Collard, ‘Friture Sjefke’. Rechts de binnenkant van de frituur met links de moeder van Sjef, Tru Claessen, in het midden ? en rechts Bertha Derks en Sjef zelf. Bron Jan Jennen.
Dit zou de eerste frituurwagen van Sjef Collard zijn geweest (bron Jan Jennen)
Het derde kind van Sjengske Collard en Lies Hendrix was Theodoor Joannes, soms ook wel aangeduid met Jan Hubertus.
Theodorus / Theodoor Joannes / Jan Hubertus, geb. 12-8-1906, ov. 24-4-1945, mijnwerker, tr. 31-5-1928 te Beek Maria Agnes Lucia Frissen , 23 jr., dr. van Joannes Lambertus Frissen en Maria Sophia Souren uit Beek;
Graatje Frederix, ook wel Graatje van de pieper genoemd, was met een zoon van de bovengenoemden getrouwd. Hij had een garage in de Veestraat Catsop
Meer informatie ontbreekt.
Het vierde kind van Sjengske Collard en Lies Hendrix was Jacob Hubert Kollard (Hub).
Jacob Hubert Kollard (Hub), geb. 27-5-1908, ov. 6-12-1993, tr. 30-3-1940 te Beek Maria Josephina Agnes Scheijen (Neske), geb. 26-3-1912 Krawinkel, ov. 20-11-1992, 80 jr.;
Zij hebben het huis overgenomen van Sjengske Kollard en Lies Hendrix.
Daalstraat 37, voorheen C6 en daarvóór Catsop 44.
De naam Collard verandert bij hun ook en dat was al gebeurd bij zijn vader Sjeng Kollard. Deze had de naam in de burgerlijke stand veranderd in Kollard. Maar het blijft dezelfde familie.
Huub Kollard en Neske Scheijen.
Neske was gebedsgenezeres en dat hield in dat er mensen kwamen om van hun klachten / ziektes af te komen (afbidden). Soms leek het te werken.
Neske deed ook voorbidden in de kapel (Bluuske) , waar in vroegere jaren in de avonduren nog weleens een dienst werd gedaan.
Verder was het Neske die een ander Mariabeeldje uit Scherpenheuvel meenam ter vervanging van het oude Mariabeeld in de Mariaberg (Catsopper Straat), bij een oude linde . Een beeld, ook wel ‘het moordkruis’ genoemd, omdat aldaar iemand eind 1890 door messteken om het leven kwam. In de overleving werd het verhaal verteld dat het iemand was van elders (België) en hier kermis kwam vieren. Hij had diverse cafés in Catsop bezocht en wilde naar huis. Hij werd op de plaats waar de linde staat, doodgestoken. De dader is nooit gevonden. Dit verhaal vertelde Jan Pijpers, zoon van Bert Pijpers, de oude veldwachter vanaf 1890, die ook dit proces-verbaal heeft opgemaakt.
Krantenartikel uit 1893. Probleem is, dat in datzelfde jaar er nog een moord plaats vond op den dries. Uit archiefonderzoek zijn in beide gevallen geen daders naar voren gekomen.
Het was 6-1-1893. Duidelijk is wie het betrof; zij woonde met haar man bij een oom in Op den Dries. Maar de naam van de dader ontbreekt. Dus zij was in verwachting en ging in bed liggen bij haar kind en stierf ook. Ik heb hier alle gegevens van als er iemand is die hier meer van wil weten.
7-1-1893 Hier rectificeren ze het tweede misdrijf . Ik ben in het archief van Maastricht geweest om een rechtszaak te vinden van alle twee de zaken, helaas niks gevonden dus blijft het een legende of toch een moord ? Wat ik ook ontdekte van die tijd is dat er een man de halte had gemist en uit de trein was gesprongen maar de gevolgen zijn me ook niks bekend.
Jan Pijpers heeft het nieuwe kastje gemaakt dat nu nog bestaat met het Mariabeeldje van Neske er in.
Het wordt Mariaberg genoemd, maar het is de Catsopperstraat.
Het gezin van Hub en Neske van de Kollard.
1. Jozef Kollard, geb. 1941 2. Jan Collard, geb.1941 3. Hub Collard ,geb.1948 4. Willem Kollard, geb. 1949 5. Truus Kollard, geb.1951 6. Mien Kollar, geb.1946. Maria Kollard, geboren in 1956 staat er nog niet op.
Mien Kollard.
1 ? 2? 3. Mien Collard. Deze foto is gemaakt ter gelegenheid van de eerste H. mis van Pater Claessen (?). Rechts de spreker, Albert Cremers.
Het laatste kind van Sjengske Collard en Lies Hendrix was Elisabeth Hubertina (Lieske) Kollard.
Elisabeth Hubertina Kollard (Lieske), geb. 9-8-1910, ov. Geleen 19-1-1988, tr. 1-2-1936 Jacob Scheijen, geb. Lutterade 30-7-1908.
Lieske werd geboren op 9-8-1910 en overleed te Geleen op 19-1-1988. Zij trouwde op 1-2-1936 Jacob Scheijen, geboren in Lutterade op 30-7-1908, een broer van Neske Scheijen.
Jacob Scheijen verder informatie ontbreekt maar alles kan nog aan gevuld worden.
Later wordt het huis van Hub Kollard overgenomen door Jozef Kollard, dus vanaf 1819 tot 2021 is er altijd een Collard woonachtig geweest.
Jozef kocht het huis ongeveer in 1979 en overleed op 8 december 2021.
Ik wil iedereen van de familie Kollard bedanken voor documentatie en foto’s zonder deze informatie zou ik dit niet kunnen maken. En een woord van dank voor Wiel Mesters stamboom etc.
Het onderzoek beperkt zich tot Catsop, maar strekt zich noodzakelijkerwijs ook uit tot b.v. België en Geulle.
Zoals vaak destijds ging de man na zijn huwelijk inwonen bij de (ouders van ) zijn vrouw. Aldus ook bij de familie Collard. Het ‘verblijf’ van de familie Collard in Catsop bleek echter van langdurig aard.
Besproken worden de nazaten van Joannes Collard (Geulle)- Lucia Lemmens (Catsop) en de latere generaties b.v. Jacob Hubert Collard -Steegmans, Mathijs Collard -Turcken (sigarenfabriek), Theodoor Collard -Hendriks (busbedrijf ), en Johannes Leonardus (Sjengske) Collard-Hendrix – waar later de schrijfwijze ‘Kollard’ van komt – tot de recentelijk overleden Jozef Kollard die er nog steeds woonde tot 8-12-2021.
Vanuit de vrouwelijk kant ontstaan weer andere families: bv. fam. Wanten: timmerfabriek Bours- Wanten, Frits Cremers-Wanten, Hendrik Wanten-Van Es etc.
Waar mogelijk zullen met deze families de aftakkingen en linken worden beschreven
Jozef Kollard overleden op 8-12-2021 en zijn dochter Miranda
Het huis van Jozef Kollard in de Daalstraat Catsop foto Street viewVanaf de eerste Collard – van ongeveer 1821 tot 2021 – is dit huis bewoond door een Collard, dus twee eeuwen lang, en dit komen we in Catsop nog vaker tegen, al dan niet met dezelfde naam. De voorgeschiedenis van de familie Collard begint in de 17 eeuw, in Nerem (Belgie). Maar tot toen werd zijn naam anders geschreven, op meerder manieren. Dit bleek uit een gichtregister. Zoals de meesten was Jacob Collard de schrijfkunst niet machtig, met alle gevolgen van dien.
Kloosterlingen en pastoors leerden de bijbel lezen en konden ook schrijven. Zij waren het ook die alle aktes van geboorte, huwelijken en overlijden (in het latijn) opmaakten. Tellen konden ze ook: als er een kind ‘wat vroeg’ of vóór het huwelijk werd geboren, werd dit gemeld. Pastoors traden ook wel op als notaris of bankier: er werd geld geleend van de kerk om een woning etc. te kopen.
Wat de naam ‘Collard’ betreft het volgende. Jacob Collard moest vanuit Geulle naar Nerem om een erfenis van zijn overleden zus ophalen en door de daartoe opgemaakte akte werd zijn naam bekend / duidelijk. Later zal hij nog een keer de weg naar Nerem moeten maken voor een verkoop op 13 november 1785 in Nerem . Ik heb niet alle gichtregisters vertaald deze uit Nerem dus niet.
Gichtregister 1782 uit Nerem. En Collas of Colas stamt af van de naam Nicolaas.
Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd. Genoemd werden de toen nog ongetrouwde Jacob Collas (Collard), ingezetene van Geulle, zijn zwager Johan Renwa en zijn zus Anna Maria Collas. Deze namen zullen we ook zien in de stamboom. Aldus werd duidelijk dat we niet moesten zoeken naar Collard maar naar Collas of Colas en de voorouders van Jacob in Nerem, ook wel geschreven als Nederheim, een onderdeel van de parochie van Vreren.
Via de onderstaande link komt men te weten waar Nerem ligt.
Hieronder een fragment uit Nerem van de oudst bekende ‘status animarum’ of lijst van parochianen. De pastoor gaf aan wie er op dat moment in Nerem woonde, met wie en soms staat hun huwelijk en overlijden erbij vermeld.
Status animarum van Nerem of Nederheim
Dus hier staat de opa van Jacob Collas uit Geulle in Nerem bovenaan als Caput Familias (hoofd van de familie of gezinshoofd), getrouwd met Agnes Cauberg. Daar onder staat zijn zoon en vader van Jacob uit Geulle, Aegidius Collas, getrouwd met Sibilla Christians. En daar onder staat weer een zus Agnes Collas, getrouwd met Guillaum Hambrong (Hambroux). En daar onder staat weer een gezin Cauberg, voornaam Medardus Cauberg hij was getrouwd met Christina Reijners en verdere familieleden allen met een Cauberg getrouwd of aangetrouwd. Dus het kan zijn dat Jacob Collas bij Cauberg is ingetrouwd, maar bewijs ontbreekt.
Zo staat achter de naam van Jacob Colas xbris 1732 als sterfdatum.
7bre = september (7de maand, vroeger begon het jaar in maart en dan is september de 7de maand i.p.v. negende nu); 8bre of 8bris in latijn = oktober (8ste maand vroeger); 9ber = november (negende maand vroeger) en 10ber of soms xber/xbre/xbris = december (10de maand); meer afkortingen met cijfers zijn er niet voor maanden.
Jacob Collas is dus overleden op 22-12- 1732. Zijn echtgenote Agnes Cauberg op 12-4- 1725. “Conf.com’ is de huwelijks datum. Een kind van Agnes Colas staat vermeld als ‘Joanna Hambroug’.
Geboortedata en – plaats van Jacob Colas en van Agnes Cauberg zijn onbekend.
In een tweede, later opgestelde status animarum ziet de situatie van Colas er al heel anders uit:
Status animarum Nerem
Te lezen valt dat Jacobus Colas uit Geulle is geboren op 19 februari 1736 in Nerem, dat zijn vader Aegidius is overleden op 20-3-1740; het gezin was al vroeg wees. En Anna Maria Colas stond in het gichtregister . En Jacobus, de oudste zoon, is in zijn geboortejaar gestorven, maar de naam Jacob vonden ze toch belangrijk om door geven. Jacob Collard uit Geulle werd naar zijn grootvader vernoemd en later in Catsop werd deze naam steeds door gegeven.
De naam Aegidius / Egidius is een oude Griekse naam en later bij ons ook bekend als Gilles, Giel, Michiel.
Onderstaand de geboorteakte van Aegidius of Egidius.
Geboorteakte van Gilles Collas uit 1697.
Dus Aegidius Colas werd geboren op 23 januari 1697. Zijn vader heette Jacobus Collas, zijn moeder Agnes Cauberg , zijn peetoom Christianus Houbbert en peettante Maria Cartians .
Hieronder de huwelijksakte met zijn echtgenote, Sibilla Christians uit Tongeren.
Julius 1731. Die 11 julij duobus proclamationibus rite praemissis et visae attestatione parochi sponsi consenso ut habita dispensatione in tertiae proclamatione Aegidius Collas ex Nederheim, cum Sibijlla Christiaens ex Broeck, matrimonio iungeretur et recepi pro meis iuribus sex florenos bb. Vertaling: Op 11 juli 1731, na twee vooraf gedane afroepingen en met de toestemming van de pastoor van de bruidegom, alsook met vrijstelling van de 3de afroeping, werd Aegidius Collas uit Nerem met Sibijlla Christiaens uit Broeck door het huwelijk verbonden en ontving ik voor mijn rechten 6 brabantse gulden
Huwelijksakte van Gilles Collas en Sibilla Christiaens
Voor elk kerkelijk huwelijk werden er 3 afroepingen of afkondigingen gedaan in de kerk van de bruid en in die van de bruidegom. Als er haast bij gemoeid was, vroegen de trouwlustigen vrijstelling van 1 of meerdere afroepingen. De afroepingen in de kerk gaf de parochianen de gelegenheid om de pastoor op de hoogte te brengen indien er redenen waren waarom de trouwlustigen niet mochten huwen, bv eerdere trouwbeloften, reeds gehuwd met iemand anders, …
NB! Broeck of Broek is een deelgemeente van Tongeren. Dat is dus ongeveer hetzelfde als Catsop t.o.v. Elsloo.
Door de vondst van de originele geboorteakte te vinden van Sibilla Christiaens ontstonden ook andere aanknopingspunten zoals leeftijd, de naam van de vader of moeder, peetooms en- tantes. Dit vooral in verband met latere kinderen van Gillis Colas en Sibilla Christiaens. Aldus is ook een vondst gedaan in het Stadsarchief van Tongeren.
Geboorte akte Sibilla Christiaens
Geboorteakte Lambert Christiaens
Onder elkaar: de geboorteakte van Sibilla Christiaens 1702 en van haar broer Lambertus Christiaens 1711.
‘Op 22 april 1711 is gedoopt Lambertus, wettige zoon van Joannes Christiaens en zijn echtgenote Anna Duijs. De doopheffers zijn Wilhelmus Hoegen en Isabella Duis van Broeck.‘
‘Broeck’ is gelegen in Tongeren; Lambertus Chritiaens is peetoom van Anna Maria Colas, een kind van Sibilla Christiaens en Gilles Collas. Via de peetooms en peettantes is nog meer familie opgespoord. Die zijn gevonden bij Anna Maria Peters. Ze wordt vermeld bij de eerste twee kinderen en is de schoonzus van Sibilla en getrouwd met haar oudste broer Laurens Christiaens. Bij Jacob Collard (later Geulle) was Helena Kelles de peettante, en dat was ook een schoonzus van Sibilla en was getrouwd met Lambert Christians die tevens peetoom was van Anna Marie. Wel ziet men bij de oudste Egidius Cauberg zijn moeders zijde van Gilles Collas als peetoom. Zie ook onderstaande stamboom. Dus ik vond geen aanknopingspunt om verder te zoeken naar Colas helaas.
Hierboven een fragment uit de moderne klapper van het parochieregister van Vreren (met ook personen uit Nerem), gemaakt door het Rijksarchief te Hasselt, met de dopen van de kinderen van Gilles Collas en Sibilia Christianes.
In 1734 werd Gillis Collas, beschuldigd van een misdaad. Uit het archief van Tongeren (zie onderstaand document) blijkt daarover het volgende.
Gillis zou op een feest op 17 maart in 1734, gemaskerd, iemand met een stok geslagen hebben en later ook de vrouw van Laurens Collas en zijn dochter met een stoel geslagen hebben. In de rollen wordt zowel gesproken over ’Gillis Collard’ als ‘Collas’.
Drossaard Delbovier klaagt hem aan in het belang van Laurens Collas. De eis bedraagt 2 goud gulden;Zijn echtgenote, Sibilla Christiaens, verdedigt hem tezamen met een advocaat, genaamd Essers, en zij vermelden dat het een ‘zotten feest’ was: meerdere mensen waren gemaskerd en het kon niet bewezen worden dat Gillis de dader was.Zij noemt een motief waarom hij het niet zou gedaan hebben, nl. dat hij hen beiden heel goed kende en geen reden had om hen iets aan te doen. En in de heerlijkheid Nederheim is het niet verboden om gemaskerd te zijn.Gillis was op de meeste zittingen niet aanwezig (het proces duurde meer als een jaar). Hij was werkzaam in ‘Hollandia’ en liet de bewijsvoering over aan zijn vrouw. Later in het proces wilde Laurens Colas schikken en wilde dat de straf verminderd werd naar een goudstuk, maar de advocaat wimpelde dat af. De uitspraak van de rechtbank is helaas tot nu toe onvindbaar en er staan Latijnse pagina’s in die ik nog moet laten vertalen.
Een uniek exemplaar dat ik in handen kreeg in het archief in Tongeren. Ik had deze gevonden door de documenten te lezen van het Archief zelf wat er allemaal aanwezig was. Ik ben begonnen aan de vertaling zo goed als het gaat. Ik zal mijn bevindingen in een bijlage toevoegen .
Uit de Franse Telling – zie ook hierna – blijkt dat zij zo ongeveer in 1772 naar Geulle zijn gekomen. Vermoedelijk vanwege werk op het kasteel of op een van de molens, allemaal adellijk bezit.
Stukje geschiedenis van Nerem (Nederheim)
De heerlijkheid en de schepenbank van Nerem-Paifve.
Nerem is net zoals Diets-Heur en Vreren gelegen in de vallei van de Buthbeek. De oudste vermelding is 1323. Op geestelijk gebied maakten beide gemeenten tijdens het Ancien Régime deel uit van de parochie Vreren waar de hoofdkerk was. Vermoedelijk maakten Nerem en Paifve in de vroege middeleeuwen deel uit van een groter gebied onder de heren van Hamal. Hiertoe behoorden ook Rutten, Diets-Heur, Wihogne, … Tot de veertiende eeuw komen we de zogenaamde “ridders van Nederheim” tegen, niet te verwarren met de heren van Scherpenberg die aan de ridders van Tongeren verwant waren. De woonplaats van de heren wordt gesitueerd rond de motheuvel aan de Kapellenberg. Nerem en Paifve behoorden tot de Brabantse heerlijkheid Rutten, maar hun schepenbank ging ten hoofde bij het Vroenhof te Maastricht. Vanaf de zeventiende eeuw werden Nerem en Paifve hierdoor samen met Rutten redemptiedorpen die hun bescherming moesten afkopen van de hertog van Brabant (koning van Spanje) en de Verenigde Provinciën. Pas in 1785, met het Verdrag van Fontainebleau, werden Rutten, Nerem en Paifve volledig toegewezen aan de Verenigde Provinciën. Deze ingewikkelde situatie leidde vaak tot bevoegdheidsconflicten.
Onderstaand: het kasteel van heerlijkheid Geulle.
Het rechter gedeelte – de stallen – staat er nog. De rest is afgebroken en de meeste restanten zijn als opvulling in de gracht gebruikt.
Toelichting:
Bovenstaande schets is gemaakt in 1846 .
Herman Otto van Hoensbroek was het laatste kasteel van de heer van Geulle en overleed in 1775.
Blijkbaar was de graaf van Geulle wereldlijk heer van Nerem volgens de uitgave van Simenon van de kerkelijke visitaties uit de 18de eeuw.
Een citaat uit een inventaris van het archief in Tongeren: tot 1726 : Herman Otto van Hoensbroek, graaf van Geul, heer van Beunder, Ulenstraten, etc. verkoopt in 1726 de heerlijkheden aan de mombers van de minderjarige kinderen van baron Koenraad van der Heyden à Blisia (+ 1724) en Margaretha Jamar de Montfort (+ 1725). De graaf van Geulle had dus belangen in Nerem, dus de connectie met het aantrekken van werklieden kan een reden zijn voor Jacob en Joannes Colas om naar Geulle te komen.
Dit komt in Elsloo ook vaker voor b.v. met de graaf van Geloes. Deze had meerdere kastelen en er werden werklieden van heinde en ver overgebracht naar Elsloo. De naam als Jadoul is daar een voorbeeld van.
Personen van Nerem, Wihogne en Paifve werden te Vreren gedoopt, trouwden er en hun overlijdens werden aldaar ingeschreven. Vreren was een parochie en daardoor staat b.v. in een geboorteakte ‘ex Nerem’.
Jacob Collas was volgens de gegevens een dagloner en landbouwer, dus hij kan overal gewerkt hebben b.v. ook op de molens. Het kan hierbij niet gaan om de watermolen onder aan de Snijderberg, deze is later gebouwd. En zijn in de nabijheid ook andere molens geweest- van veel eerdere datum – ; daarvan ontbreken de restanten.
De broer van Jacob, Joannes Collas, werkte ook in Geulle. Hij stierf op relatief jonge leeftijd in 1776; oorzaak onbekend.
Jacob Collas had in Geulle zijn geliefde gevonden: Petronella Janssen, ze trouwden op 12-11-1784.
Jacob Collas kon niet lezen en schrijven, immers onderwijs was voor de meesten niet weggelegd, vandaar de steeds gewijzigde namen op aktes, vaak van een kruisje voorzien. Nu duikt ook de naam ‘Collard’ op. En Jacob en Joannes zullen vaker als doopnamen worden gebruikt, ook straks in Catsop.
Met betrekking tot de reconstructie van de bewoning van deze familie Collard in Geulle, een woord vooraf. De gegevens zijn gevonden in schepenbanken en gichtregisters, van notarissen, landmeters, later kadaster, m.v.s. Aanvankelijk zullen enkele aannames worden gedaan, maar hoe recenter, hoe zekerder en duidelijker is het beeld van de bewoning in Geulle en Catsop.
Jacob Collard en Petronella Janssen trouwen in 1784.
Originele trouwakte van Jacob Collard ex Nerem en Petronella Janssen waaruit blijkt dat ze hervormd waren in die tijd. Want de prediker Smeets komen we straks nog tegen.
Ze kopen een huis in Geulle in de straat genaamd de Hulst. In 1785 erven ze een stuk grond en bouwen een ander huis op dat stuk grond. De eerste twee kinderen worden in hun eerste huis geboren, dus ook de Joannes Collard die naar Catsop komt. Landmeters en ook schepenbanken gebruikten ’reingenoten’ (grensbewoners) vaak als indicatie van de exacte locatie. In het geval van Collard: de eerste woning kochten ze van Schepers in de Hulst (Geulle), grenzend aan de eigendommen van Peter Peerbooms en Gerrit Peerbooms. De naam ‘Peerbooms’ komt voor in het gichtregister en ongeveer 10 jaar later, bij de Franse telling, woonde Peter Peerbooms er nog altijd. De Fransen noemen de Snijderberg ook wel ‘Hulzen’.
De erfenis van de ouders van Petronella Janssen.
De moeder van Petronella Janssen, Anna Marie Heppers, komt te overlijden op 17-02-1785 en er komt een erfdeling, bepaald door de ‘gezworen’, landmeter Thomas Jaspers van Ulestraten. Deze komen we ook in Catsop vaker tegen. Deze landmeter berekende de erfdeling, zodat alle kinderen en aangetrouwden een deel kregen, waarbij een loting (‘lotverkaveling’) aan te pas kwam. Jacob Collard kreeg lot D.
Samengevat zag de lotverkaveling er als volgt uit.
Deling nalatenschap van Matheus Janssen, nog in leven, en van zijn overleden echtgenote Anna Maria Heppers.
De goederen worden tussen zijn 5 kinderen in vijf gelijke delen (loten A tot E) verdeeld. In ruil dient elk kind vanaf 1786 hun vader jaarlijks in oktober 2 gulden en 10 stuiver uit te keren. Ook behoudt hij voor zichzelf de plantagie staande op de gemeente.
Kinderen:
1) Piter (Peter) Notten als echtgenoot van Catharina Janssen
2) Jasper Janssen, afwezig en vertegenwoordigd door Arnoldus Huntjens, schepen van Geul
3) Jacobus Collard als echtgenoot van Peternella Janssen
4) Adam Janssen, ongehuwd
5) Agnes Janssen, ongehuwd
Dit is het einde van de akte van de landmeter met allemaal kruisjes achter hun naam, alleen een van de getuigen en de landmeter ondertekenen met naam. Thomas Jaspers uit Ulestraten een geswooren landmeter.
De verdeling na de loting:
Lot A à Adam Janssen
Lot B à Piter Notten
Lot C à Agnes Janssen
Lot D à Jacobus Collard
Lot E à Jasper Janssen
Bij wijze van voorbeeld : lot B, Piter Notten en Catrien Janssen.
1) deel van het ouderlijk huis te Geul, met name de keuken en de kleine kamer, met grond erbij metende 19 kleine roeden. ¼ van de lasten zijn ook voor deze erfgenaam. Deze erfgenaam krijgt ook vrije doorgang tot de straat.
2) 3 grote roeden weide en moeshof op hetzelfde perceel, af te meten langs de weduwe Maessen, ter andere zijde lot C, een hoofd de straat.
3) 30 kleine roeden beemd gelegen in het zogenaamde Riet. Reingenoten: Machiel Janssen, andere zijde Piter Janssen, een hoofd de straat.
4) 30 kleine roeden land uit een groter perceel van 168 en ¼ kleine roeden.
Het gedeelte van de akte van de landmeter wat van belang is voor Jacob Collard.
Dit is maar een gedeelte van de Lotkaveling; bovenstaand de erfdeling toegewezen aan Collard (‘Collardts’).
Hieronder een fragment:
Waer tegens het loodt D is eerstelijk toegedeilt den din met het schuerken uijt de geheelen bouagie geleegen en gestaen binnen Geul en alweke bouagie jaerlijkx belast is met een rookhen aen het Graeffelijk huis van Geul van alwelke last dit loodt D is tot last gesteldt de vierde paert, noch comt hier bij negentien cleen roede coelhof met bij begreepen de plaets alwaer het schuurken op staet ende gelijk de selve plaats afgepaelt is uijt de geheele huijsplaets met aengehoorende weijde als coelhof van 316 cleen roede. Reijgen(o)t(en) van dit gedeilte het loodt B, ter andere sijde het loodt C, een hoof haer excellentie de genadige gravinne van Geul deese voors(chreven) schuer met den din in ’t geheel getax(eerd) boven den last van de vierde paert van voors(chreven) rookhin ad vijf en dertig guld(ens) Mastr(ichter) Cours dico 35 – 0 – 0 en jeder cleen roede van voors(chreven) plaets getax(eerd) ad dertig stuijvers 28- 10 – 0
=63 – 10 – 0
In de marge: Het Loodt D is gevallen aan Jacobus Collardts en B(under) Gr(ote roede) Cl(eine) R(oede)
0 – 0 – 19
Uit dit stuk kan afgeleid worden dat de erfenis onder 4 erfgenamen verdeeld wordt. Er wordt vermoedelijk een papiertje getrokken uit een hoed, waarop de letter A, B, C of D staan. Dat is het principe van lotkaveling bij verdelingen van nalatenschappen. De landmeter of notaris verdeelt de erfenis op in gelijke delen en elke letter staat voor een bepaald deel. Daarom staat er ook een precieze waardering of taxering per deel bij. Ingeval grond of huizen niet gelijk kunnen verdeeld worden, zal iemand die het grootste perceel krijgt, vaak geld moeten uitbetalen aan zij die minder krijgen in grond.
De erfgenamen gaan eerst akkoord met de voorafgaande verdeling per letter en trekken vervolgens een papiertje met een geschreven letter uit de hoed. Daarom staat erbij lot X viel aan. Puur geluk of ongeluk welk stuk je krijgt.
Niet elk perceel mocht bebouwd worden, maar hier duidelijk wel. In dit geval zal het een te verdelen boerderij zijn met moeshof (coelhof), schuur en weide. Een huis of een perceel met een huisplaats heeft vaak een te betalen last in natura aan de plaatselijke heer. Hier is dat jaarlijks een rookhen aan het grafelijk huis van Geulle. Die last wordt in 4 gesplitst onder de erfgenamen. Er zijn omzettingstabellen, ook effracties genaamd, die een geldwaarde plaatsen tegenover een last in natura (kan rogge zijn, rookhen, of iets anders). Vaak werd de last in natura in geld betaald.
Geldwaarden worden in rekenmunt en klinkende munt beschreven. Je krijgt in Geulle en omgeving normaal gezien altijd de rekenmunt in Brabantse stijl met een wisselkoers uit Maastricht uitgedrukt in guldens, stuivers en oorden. 1 goudgulden = 20 zilveren stuivers; 1 stuiver = 4 koperen oorden. Omdat de rekenmunt 3 zaken vermeldt (gulden-stuiver-oord), wordt dat in teksten ook met streepjes ertussen zo uitgedrukt, bv. 35 – 0 – 0 (=35 gulden – 0 stuiver – 0 oord).
Hoe je een rekening betaalt, is met klinkende munt. Je kan bv. betalen met Franse zilveren kronen, gouden carolinen of met andere munten. Beschouw het een beetje alsof je je auto in de garage in Geulle zou betalen met een mix van Duitse marken, Franse of Belgische francs en nog wat Britse ponden. Soms wordt het in akten vermeld, maar niet zo vaak.
De oppervlaktematen worden standaard in bunders, grote of kleine roeden beschreven. 1 bunder = 20 grote roeden = 400 kleine roeden ; 1 grote roede = 20 kleine roeden. Hier in het fragment van de akte stond bv. de oppervlakte van de moeshof als 0 – 0 – 19 (= 0 bunder – 0 grote roeden – 19 kleine roeden)
Originele kadasterkaart van 1820 Geulle dus het gedeelte wat ik zocht is slecht leesbaar dus heb ik gebruik gemaakt van het Aezelproject.
Om achter de exacte locatie te komen is gebruik gemaakt van de kaart van het Aezel- project Geulle. Het Aezel-project vult dus namen in van 1840 op een kaart van 1820. Hier heb ik het echter over 1785, maar met de aanwijzingen van de landmeter komen we een eind. Zoals eerder aangegeven hebben we het over wat we nu noemen de Snijderberg (Hulst). Als men de Snijderberg naar beneden gaat ongeveer midden, links. Ten tijde van de Franse telling noemde men dit ‘de Hulst’ of ‘Hulzen’. We weten nu dat Piter Notten een gedeelte van het huis heeft geërfd en naast de weduwe Maessen woonde. Dus er woonden meerdere mensen op één erf.
Overgenomen van het Aezel project ik heb er zelf de namen er bij gezet en Collard er bij geplaatst u ziet onder de molen er was nog geen spoorlijn en als u denkbeeldig de weg er bij denkt naast het spoor was het huis van de Collard e.a. het enigste huis was onder aan de snijderberg.
De Franse Telling Geulle
Nummer 312 staat Jacob Collard en 313 zijn echtgenote Petronella Janssen en de familie Notten 314 315 316 het lijkt er op dat ze boven aan de snijderberg begonnen zijn met tellen en zo naar onder. Ze noemen het in die tijd Hulzen en Jacob Collard is 24 jaar in Geulle dus ongeveer vanaf 1770.
Uit de akte van de landmeter blijkt dat Piter Notten 314 naast de weduwe Maessen 309 woonde, tevens grenzend aan de molen en ‘plantage’ van de gemeente Geulle. Een halve eeuw later woonde Leonard Maassen iets verder naar boven. Het kadasternummer is door een samenvoeging veranderd, immers in A1675 zit het nummer A858, en dat was een huis van Mathijs Maassen.
Op de kaart zijn de bewoners nabij dit erf erbij gezet ten tijde van de Franse telling. Daarbij gaat het om de nummers 312 tot en met 316. In dit geval (ook) Jacob Collard, zijn vrouw en twee kinderen staan niet vermeld waren nog te jong staat wel 2 kinderen en daar is Joannes Collard bij wat naar Ctasop komt. Verder: Piter Notten met zijn echtgenote en zijn dochter Petronella en haar twee kinderen. Nummer 317, Jan Maessen, kan een knecht zijn geweest.
Jacob woonde in 1796 hier en heeft zijn schuur omgebouwd tot woonhuis. Dus hij heeft eerst ergens anders gewoond. Ook heeft Geulle een heel bedreven pastoor gehad die zelfs bij heeft gehouden wanneer iemand naar Geulle kwam. Dit kan men zien in de kolom’ tijd van verblijf’. Bij Jacob staat 24 jaar, dus dat houdt in dat hij al rond 1770 in Geulle aanwezig was. De aktes zijn opgemaakt in 1785 en zou het kunnen zijn dat dit het ouderlijk huis was van Janssen zoals het beschreven staat door de landmeter.
Ook ziet men Peter Peerbooms op de Franse telling staan. Hij was getrouwd met Meggel Roebroeks en hadden drie kinderen. Hij wordt genoemd bij de eerste bewoning van Jacob en Petronella Collard. De naam Peerbooms genoemd in het Aezel-project is een nazaat van Peter.
Dus Jacob had eerste een woning gekocht vóór hij elders ging wonen op de Snijderberg. Deze locatie was wat lager gelegen dan de Snijdersberg. Vanwege het ontbreken van kadasternummers kan de locatie – onder voorbehoud- worden bepaald aan de hand van de namen van buren.
Op 16-11-1785 koopt Jacob Collard een woning van Scheepers en die transactie wordt in het gichtregister geregistreerd. Samengevat valt in deze gicht het volgende te lezen.
Op 16/11/1785 registreerden de schepenen de verkoop van een huis, per akte eerder al verleden voor notaris Joannes Laurentius Vermin op het Sint-Servaasklooster te Maastricht op 11/11/1785. De verkopers van het huis zijn: Gerardus Schipers, inwoner van Beek; Gilis Baltus, gehuwd met Jenne Maria Scheepers, kwartiermeester in het regiment van generaal Prins van Hessen-Kassel, in garnizoen te Maastricht; Jan Janssen, gehuwd met Elisabeth Schepers, mineur in het regiment van generaal Dumolin, in garnizoen te Maastricht; Dezelfde Jan Janssen als gevolmachtigde van de minderjarige kinderen van de overleden Paulus Schepers, overleden te Middelburg. Koper: Jacobus Collaerts, gehuwd met Petronella Janssen, inwoner van Geulle. De verkoop betreft een huis met moeshof, 30 kleine roeden, gelegen te Hulsen onder de heerlijkheid Geulle. Het perceel is belast met kerkenpacht, en met een gedeelte van een rookhen ten behoeve van het adellijk huis van Geulle. De reingenoten of aanpalende buren zijn aan het voorhoofd de straat en aan de andere zijde Pieter Peerebooms. De kopers betaalden 250 gulden.
Toelichting: 30 kleine roeden is ongeveer 450 vierkante meter, dus woning en moeshof, gelegen aan de straatzijde . Uit de tekst blijkt dat het pand was gelegen naast Pieter Peerbooms. Op deze gicht stond ook de naam van Gerrit Peerbooms, die woonde op zon ondergang (westelijk?). Uitgaande van een geboortejaar van 1726 waren de ouders van deze Gerrit Casparus Peerbooms en Catharina Stevens. Zij hadden een zoon, genaamd Gerardus, dus Gerrit.
foto Street View
Het zag er in 1785 natuurlijk heel anders uit, maar hier tussen de woning links en rechts zou de woning van Collard hebben gestaan. Later zal deze worden overgenomen door een dochter van Peter Peerbooms.
Jacob kocht en verkocht nog wat eigendommen in Geulle. Deze staan vermeld in de schepenbanken. Hieronder een samenvatting uit het gichtregister van de schepenbank van Geulle op de website van Kenneth Booten.
En bovenstaand staat een notaris vermeld en die akte kan je vinden.
Jacob leent geld van Maria Helena Krahei, weduwe van een Hervormde prediker. De kerkelijke registers van Geulle waren afzonderlijk voor Hervormden en voor Katholieken, maar beide richtingen maakten gebruik van de Martinuskerk onder in Geulle In de periode 1664-1806/1820 (afhankelijk van de bron) werd de kerk gebruikt als simultaankerk door de rooms-katholieke parochie H. Martinus en de toenmalige hervormde (gereformeerde) gemeente Geul. Tevens was zij ook het toevluchtsoord voor protestanten die aan de overkant van de Maas in het land van Rekem woonden. Jacob koopt hier een akkerland in Schijvelbosch. Hier woonde hij nog in zijn woning wat hij gekocht had van Scheepers omdat er staat het woonhuis heeft de schuldenaar zelf niet gebouwd. Maar dat gaat veranderen.
Deze notariële akte bovenaan gemeld ga ik wel gedeeltelijk uit leggen.
Hier leent Jacob geld voor een aankoop van een weide aan het haagje bij de molen, afkomstig van zijn zwager Pieter Notten. In de akte stond dat Jacob geld leende van Maria Helena Krahe en niet de woonplaats Krahe en in de notariële akte stond ook haar man beschreven als de Heer Daniel Smeets . Dus de aankoop bij de Molen is weer een aanknopingspunt want er zijn niet veel huizen en percelen en huizen die grenzen aan de grond van de molen. En uitschietend aan gemeente grond dat word straks duidelijk, want die lag naast de woning.
Ik zal straks de akte als bijlage toevoegen .
Dit is het begin van de akte uit 1791.
Dit stuk heb ik uit een akte geknipt
Uit het stuk blijkt dat hij zijn huis in de Snijdersberg (Hulst) zelf gebouwd heeft op het perceel dat hij geërfd heeft. En weer staat er aan de grens van het perceel van de molen.
Onderstaand de Memorie van Successie van Petronella. Haar man was al in 1801 overleden . Aannemelijk is dat in verband daarmee een voogd uit de familie Janssen werd benoemd, immers van de zijde van Jacob was er niemand. Haar kinderen waren toen nog erg jong . Petronella heeft nog 28 jaar met haar kinderen alleen naast haar familie gewoond. Ze is 74 jaar geworden.
Verklaring der nalatenschap van Petronella Jansen, overleden te Elsloo den 17e januarij 1829.
Wij ondergetekenden 1° Johannes Collard, dagloonder, 2° Mathis Collard, herbergier en 3° Machiel (?) Collard, dienstknegt, de eersten wonende te Elsloo en de twee laatsten te Maestricht, Provincie Limburg,
Verkiesende allen ten effecte deze domicilie ten woonhuise van den eersten declarant Johannes Collard te Elsloo
Verklaren dat onze moeder Petronella Jansen is overleden te Elsloo voorschreven alwaar zij hare laatste woning gehad heeft, den seventiende januarij duizend acht honderd negen en twintig;
Dat zij tot eenige erfgenamen, ab intestato, heeft nagelaten hare kinderen, de deklaranten.
Dat de nalatenschap van de overleden bestaat in de volgende onroerende goederen, allen onder de gemeente Geulle gelegen, te weten:
1) twee en sestig roeden tien ellen, vierkantig, huis, hof, weide, verdere aangehorigheden, te Geulle aan de molen gelegen, naast Arnoldus Dreesen en Nicolas Hollanders;
2) tien roeden vij en dertig ellen, vierkantig, land op den Schieversbosch gelegen, naast de erfgenamen Tossing Huntjens en Coenrardus Ramakers.
Wij verklaren bovendien dat de dood van de overledene geen aanleiding gegeven heeft tot eenige declaratie van fidei-commis[1] nog tot ophouden van tocht en dat ook niemand anders iets van den successie heeft genoten.
Aldus opgemaakt en verklaart te Elsloo den 8e julij 1829, en hebben de declaranten allen verklaart niet te kunnen schrijven.
Ons present
[handtekening]
Onderstaand de stamboom van de broers van Joannes Collard, Matthaeus / Mathias.
Matthaeus / Mathias, (Mathis), geb. 7-5-1788, brouwersknecht, ov. Maastricht 4-4-1843, 54 jr., (opm. akte: ‘ex. Freeren), tr., 29 jr., te Maastricht 29-1-1818 Joanna Leenders, 23 jr., geb. Smeermaas 25-3-1794, ov. 4-8-1866, 72 jr., dr. van Leonardus Leenders en Marie Elisabeth Coenen. Kinderen, geboren te Maastricht:
Maria Catharina, geb. 26-9-1835, ov. 9-2-1901, 65 jr., tr. 9-9-1868 Franciscus Hubertus Simais.
Dus Mathis is ook in het gekochte huis geboren en niet op de Snijderberg. Joannes en Mathis waren al geboren ten tijde van de Franse telling, maar zij waren toen nog te jong om op de lijst te worden gezet (boven 12 jaar).
Aegidius, (ook: ‘Michiel’), geb. 14-2-1799 te Geulle, get. Gerardus Vossen en Petrus Janssen, dienstknecht, ov. Maastricht 1-1-1873, tr., 42 jr., wonend te Amby 4-8-1841, aldaar, Maria Helena Knaaps, dienstmeid, geb. 8-4-1811 te Mechelen (B), wonend te Maastricht, 30 jr., dr. van Jan Knaaps en Anna Akkermans. Kind: Maria Elisabeth, geb. 30-11-1841 te Amby ; kreeg 10-8-1869 te Maastricht een zoon, ‘zonder leven’.
De Aegidius is dus wel in hun nieuwe huis geboren.
De reingenoten van haar huis zijn Arnoldus Dreessen en Nicolas Hollanders. Onderstaand een screenshot van een originele kaart uit het Aezelproject van Geulle. Hierop zijn de namen van 1842 geplaatst op een kaart van ongeveer 1820.
Screenshot van het aezelproject Geulle en heb ik er zelf de namen bij geschreven. En de weg boven Peeters, Hollanders en Collard is nu de snijderberg en de spoorweg moest er nog komen.
Petronella Janssen, de weduwe van Jacob Collard, woonde dus tussen Hollanders en Dreessen. De namen stammen uit 1842, maar Nicolas Hollanders was op dat moment gestorven. Weduwe Anna Maria Notten woonde er nog; er waren geen kinderen. ‘Peeters’ is een kind van Anthonius Peeters en Petronella Notten; Petronella was een kind van Peter Notten-Janssen en stond nog op de Franse telling, zij was toen 16 jaar. Dat gold ook voor Anna Maria Notten. Er kan dus van uit worden gegaan dat het vroegere huis van Janssen is geweest. Naast weduwe Hollanders lag gemeentegrond en de Plantagerie van Mathijs Janssen-Heppers, mogelijk met fruitbomen etc.
De naam is eraan toegevoegd omdat dit de woning kan zijn zoals beschreven in de M.V.S. Een andere aanwijzing is dat de weide grensde aan de molen, waarmee werd bedoeld dat de weide van Collard eraan grensde; er grensde geen enkele andere woningen aan de molen in Geulle. Uit de gegevens van het Aezel-project blijkt dat op de plaats van Collard Goswin Thijsen is gaan wonen; die zou het dus gekocht kunnen hebben van de familie Collard.
Uit de gegevens van het Kadaster blijkt dat Collard heeft gewoond op de ‘adressen’ Snijderberg 26 of 28. Nu allemaal verbouwd, maar er liggen nog huizen op deze plaats.
Foto street vieuw .
Hier woonde in 1785 de familie Janssen, later Piter Notten en Jacob Collard. Het huis aan de rechterzijde was er toen nog niet; Collard woonde daar achter. Na Collard kwam er Goswin Thijssen wonen, daarna Arnold Lemmens en Maria Catharina Notten. De moeder van Arnold was een dochter van Goswin Thijssen.
Dit is een hulpkaart van het kadaster uit 1911 van de situatie op de snijderberg van bovenstaande foto en was er nog geen woning er naast die komt er pas in 1943.
Onderstaand nog enkele oude fotos van de Snijderberg, gezien vanaf de molen.
Hier ziet men nog beter de bewoning in de Snijderberg. Goed te zien is hoe er achter de woning gebruik werd gemaakt van het landgoed; nu is het bos. De leeftijd van de foto’s kan in twijfel worden getrokken. In het kadaster zijn twee huizen boven in de Snijderberg te zien; de rechtse woning was van Johannes Pluis en Gertrude Smeets, gebouwd rond 1922. Er lag dus geen woning vóór, dat was toen gemeentegrond. Op de kadaster legger (zie A 3068) staat Snijderberg en Hulsen; die namen werden door elkaar gebruikt.. Later is er een nieuwe woning gebouwd. De linker woning op de Snijderberg was, zoals aangegeven, in het verleden van Peter Notten en Jacob Collard. Te zien is dat er is aangebouwd c.q. herbouwd.
Foto 2022. De woning bovenaan links de woning is fors gewijzigd, maar staat nog steeds op dezelfde plaats; zie hulpkaarten. En de rechter vernieuwde woning zit helaas verscholen achter de bomen; daar stond het huis van Pluis.
Foto gemaakt via google maps. De Snijderberg met bovenaan de vernieuwde woning. Maar de woning aan de rechterzijde is meerdere malen herbouwd. Deze woningen zag je dus op de bovenste foto.
Deze foto is van 1906 spoorweg overgang snijderberg aannemelijk is dat rechts de weg was in die tijd naar de woning van Collard. Links kon men naar de wat men noemde de snijderberg de piemelenhook . De berg word later afgegraven en de grind werd gebruikt voor de aanleg van het vliegveld. En er was destijds een spoor en Geulle wilde in die tijd geen station maar komt er later toch door de verzaking bij de slingerberg kwam hier toch een halte.
Maar voordat Jaen Collard naar Catsop kwam werd hij opgeroepen voor de Franse dienst en dat ga ik toelichten.
Toelichting:
In 1792 behoorden we tot het Franse rijk. En dus werden ook jongens gedwongen om deel te nemen aan hun leger. De dienstplicht werd in 1795 van kracht. Bij een bepaalde leeftijd werd men ‘ loteling’ en moest zich naar het kantoor van Meerssen begeven om het lot te trekken.
Dat gold dus ook voor jongens uit Geulle en Catsop. De conscrit (loteling) moet zich eerst op het gemeentehuis laten inschrijven in het zogenaamde Journal du Maire pour servir à l’inscription des conscrits. Daarbij kon hij zijn lichaamsgebreken aangeven en of hij in aanmerking kwam voor vrijstelling. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommigen een beroep doen op een bijzondere regeling,b.v. omdat zij een oudere broer al in het leger diende, of de oudste zoon was van een weduwe en moest bijdragen aan haar levensonderhoud.
Uit het journaal werd een alfabetisch register, de liste alphabétique des conscrits, samengesteld. Dan vond de keuring en loting plaats. Door middel van een houten trommel met een draaizwengel werden lotnummers getrokken. Waren er bijvoorbeeld honderd man nodig, dan vielen degenen met lotingsnummers 1 t/m 100 ‘in de prijzen’ en moesten opkomen; degenen met hogere nummers waren vrijgesteld van dienst.
Een liste de tirage werd opgesteld en na verloop van tijd kreeg de aangewezen dienstplichtige een mededeling zich op een bepaalde plaats en tijd te melden bij het Franse leger.
Dus Jean Collard, zoals de Fransen Joannes Collard gingen noemen, had het ‘verkeerde’ lot getrokken en moest in dienst, maar naar bleek had hij een vervanger gevonden.
Hoe zit dat.
Een dienstplichtige hoefde niet in persoon in actieve dienst op te komen. Er waren twee mogelijkheden om een plaatsvervanger te nemen:
1. Een overeenkomst sluiten met een niet-dienstplichtige die de plaats van de dienstplichtige inneemt. Deze remplaçant mag niet ouder dan 35 jaar zijn, en van goed gedrag en gezondheid zijn. Is hij minderjarig dan moet hij de toestemming van zijn ouders of voogd hebben, of in geval van een huwelijk, van zijn vrouw.
2. Een lot met een lager nummer ruilen tegen een lot met een hoger nummer, in de verwachting dat het lagere nummer wordt opgeroepen. Dit geldt voor dienstplichtigen van dezelfde lichting en hetzelfde kanton.
Voor beide overeenkomsten werden hoge bedragen betaald. Het hoogst bekende bedrag is 4.200 gulden. Een fortuin voor die tijd. Vooral de beter gesitueerden kunnen zich zo van opkomst in actieve dienst vrijkopen. Maar niet van de dienstplicht. De conscrit bleef verantwoordelijk voor zijn vervanger. Als die bijvoorbeeld deserteerde dan moest de dienstplichtige toch, alsnog, zelf opkomen. En in het leger van Napoleon was de desertie groot, vooral tijdens de Veldtocht naar Rusland in 1812.
Bij Jean Collard was een van deze twee regelingen aan de orde, dat werd notarieel vast gelegd. Jean had een vervanger in Geulle iemand gevonden, Jean Ghijsen, die voor hem zijn dienst tijd overnam voor een bepaald bedrag.
Jean Ghijsen heeft de dienst overgenomen voor Jean Collard. Uit de Franse lijst blijkt de naam van familie Ghijsen -Muijlkens of Mulkens, wonend te Hulsen; hij was klompenmaker in de Moorveldstaat; maar dit is een aanname. Zij zullen elkaar ongetwijfeld hebben gekend. Beiden zijn uit Geulle en hetzelfde jaar – 1806 – in de loting. Jean Ghijsen arriveert in het regiment 28-8 (of 10)-1808. In de laatste kolom is te zien dat hij in een ziekenhuis is overleden aan koorts op 21 maart 1809. Dus er stond nog een diensttijd open en Jean Collard werd alsnog opgeroepen.
Jean Collard wordt dan vermoedelijk op 29 mei 1809 alsnog opgeroepen om de rest van de diensttijd af te maken. Op 27 augustus 1809 komt hij aan bij zijn regiment. En op 31 december 1810 gaat hij met verlof. Men ziet ook in de tweede kolom remplaçant (vervanger) en de naam Ghijsen, Jean en zijn nummer.
Verder blijkt uit het formulier het volgende. Eerste kolom: zijn nummer, zijn naam Joannes – wordt Jean – Collard. alhoewel zijn vader al was overleden, wordt dien naam toch vermeld: ‘Jacgui’ (Jacob) en zijn moeder Petronella Janssen. Geboortedatum van Jean 15 maart 1786 te Geulle.
Dan volgen de kenmerken: 1.66 lang, rond gezicht blauwe ogen, gemiddelde mond, haren ?, rond voorhoofd, grote neus, grote kin en kastanjekleurige wenkbrauwen. Als bijzonder kenmerk nog ‘marques beaucoup de petite vérolle’(pokdalig aangezicht).
In de vierde kolom staat dat hij Fusilier was, geweerschutter in het 5e bataljon van de 4e compagnie.
Hij werd ingedeeld bij het 17 regiment of linie. Het 17e Regiment is zelfs naar Rusland gegaan, maar toen maakte Jean Collard er geen deel meer van uit. In de periode 1806 tot 1810 heeft het 17e Regiment deelgenomen aan enkele illustere veldtochten, zoals de campagnes door Duitsland in 1806-1807 en Spanje in 1809. Bekende veldslagen waar het regiment aan heeft meegevochten zijn de slagen bij Jena (1806), bij Eylau (1807), bij Braga en bij Wagram (beide in 1809).
‘Hollanders’ werden pas vanaf begin 1813 bij Franse eenheden ingedeeld. Voor Limburgers gold echter een andere regeling. Limburg was in 1795 al door Frankrijk geannexeerd, dus Limburgers moesten vanaf die tijd al in het Franse leger dienen.
Dus aan een van de laatste twee veldslagen zou Jean Collard deel genomen kunnen hebben. Maar er was ook nog de expeditie Walcheren waaraan het 17-de in 1809 aan deel nam. Maar zijn vervanger is overleden in 1809, dus?
Grenadier, Fusilier en Voltigeur van de 17e linie in 1809 de kledij die Jaen Collard waarschijnlijk aan heeft gehad en dan moet men denken aan de middelste hij was Fusilier
Bij terugkeer uit zijn diensttijd heeft hij de uit Catsop afkomstige Lucia Lemmens leren kennen en ze trouwden in Geulle in 1812. Maar het was nog steeds de Franse tijd dus alle aktes werden in het Frans opgemaakt.
Dit is de originele huwelijksakte, gemaakt op het kantoor (Canton) in Meerssen; de burgemeester van die tijd was G. Hermens. Ik heb me nog niet aan de vertaling gewaagd.
Van hier uit gaan we naar Catsop waar ze gaan wonen in de Daalstraat.
Joannes (Jean / Jan), geb. 15-3-1786 te Geulle, (div. aktes: ‘Kollard’ wever / dagloner ‘trouwakte: tisserand’), ov. Catsop 2-3-1858 (‘plotseling’) 72 jr., ‘linnenwever’, tr. , 26 jr., 16-1-1812 te Geulle Maria Lucia / Lucie Lemmens (uit Catsop, 32 jr.), geb. aldaar 10-8-1780, dr. van Matheus Lemmens (wever) en Maria Gijsen; ov. te Catsop 22-10-1865, 85 jr. Kinderen:
Maria Elisabeth, geb. 27-5-1813, ov. 14-2-1881, 67 jr., tr.1. 23-3-1842, 28 jr., Joannes / Jan Wanten, schoenmaker, geb. Elsloo 29-4-1810, 31 jr., ov. 30-1-1844, 33 jr., zn. van Lambert Wanten en Marie Catharine Creuger / ‘Crugers’; tr. 2. 28-4-1862 Martin(us) Fredrix , geb. 22-10-1820 te Elsloo, 41 jr., zn. van Gerardus Fredrix en Marie Catharine Bovens. Volgt 3.1.
Jacque(s), geb. 19-8-1816, ov. 14-2-1819 (‘Kollard’, get. Jacques Reubzaet, smid);
Petronella, geb. 17-9-1819, ov. te Catsop 5-1-1864,44 jr., ongeh.;
Jacobus Constantinus / Jacob, geb. 21-5-1823, ov. Catsop 6-9-1899, 76 jr.,tr. (‘Kollard’) 28-4-1862 Maria Ida Gourissen (ook: Gorissen, uit Stein), geb. 31-7-1835, ov. te Catsop 9-8-1890, dr. van Mathijs Gourissen en Anna Maria Lyna / Lijna/ Lina.
Wat we hier uit kunnen opmaken, is dat de kinderen al in Catsop zijn geboren, dus Jan (Sjeng) Collard is van Geulle verhuisd naar de Daalstraat, het ouderlijk huis van Lucia Lemmens, die vernoemd is naar haar oma Lucia Penders.
Dus de familie Lemmens woonde al op dit adres. De ouders van Lucia Lemmens, Mathijs Lemmens en Maria Gijsen, waren twee geboren Catsoppenaren.
Een deel van de voorouders van Lemmens was er voor de familie Collard in Catsop. Uit het archief van Wiel van Mulken blijkt het volgende. Wiel is getrouwd met Cor Lemmens (Catsop) een nazaat van deze familie.
Het voorafgaande wordt bevestigd door de gicht – zie hieronder – m.b.t. Houb Lemmens en Lucia Penders toen zij naar Catsop kwamen en een huis erfden. En dit zijn de opa en oma van Lucia Lemmens. Oma overleed toen Lucia 2 jaar oud was.
De gicht dateert uit 1716. Het blijkt dat Houb Lemmens een huis erft van Clermonts, dus die woonde in die tijd in Catsop, mogelijk in de Daalstraat.
Gicht uit 1716
Op huijden den 7 april 1716 overmits Huberti & Lenaerts scepenen tot Elsloo is gecompareert Claes Clermonts van Meers in ehe stoel met Christina Jansen, sigh sterck maeckende voor sijnen swaeger Derck van Denvoy in ehe met Jenne Clermonts, Hendrick Clermonts weduwenaer van Helen Marten, beijde oock caveerende voor haeren swaeger Dirik Wijnen in ehe stoel met Maria Clermonts zijnde een partie, Gelaud Clermonts van Steijn in ehe stoel met Catrijn Alberts, sigh sterck maeckende voor Martijn Tonnon in ehe stoel met Jenne Aerts, sigh sterck maeckende voor Maximiliaen Smets in ehe stoel met Joanna Clermonts, den voors(chreven) Gelaud Clermonts sigh oock sterck maeckende voor Hendrick Clermont in ehe stoel met Joanna van Eijll in gevolg haer beijde schriftelijcke volmagt van 2 9br (=november) 1712 (?) aen ons schepenen gethoont dew(elcke) voors(chreven) comparanten
hebben verclaert over te draegen ende te cederen haer huijs, hoff ende weijde gelegen binnen Catsop, groot ontrent … belast mit een vaet roggen erffpacht jaerlijckx aen sijn Ex(cellentie) onsen genadigen Landtheer ende met eenigh servituijt aen partien bekent. Reg(enoten) : ten suijden de erfgen(aemen) Lemmen Claes ende Thijs Ghijsen, ten noorden regen(oten) Laurens Penders achter het velt ende de erfgen(aemen) Engel van Loo, voor hooft naer Elsloo de straet, zijnde verdeilt, los ende vrij ende sulcks
aen Houb Lemmens in ehe stoel met Lucia Penders, present t’selve goedt accepteerende voor seven hondert vijft en seventigh guldens, gods helt 5 st(uijvers), lijcoop landtlijck, bekenndende de overdraegers van coop penningen ijder voor sijn quota voldaen ende betaelt te sijn, sproken voor goede gicht onder obligatie van haere goederen, oversulckx is den voors(chreven) Houb Lemmens ende sijn huijsv(rouwe) in het voors(chreven) erfft gegicht ende gegoeijt, salvo iure domini et cujus libeth.
Vertaling
Erfgenamen Clermonts verkopen een huis te Catsop aan Houb Lemmens voor 775 gulden + godshelder (=klein bedrag aan onderhands geld, oorspronkelijk voor een goed doel) + lijkoop (=geld om oorspronkelijk een fles wijn te drinken bij de verkoop zelf). Jammer genoeg wordt er in de akte niet aangegeven hoe zij in het bezit waren gekomen van het verkochte perceel. Mogelijk een onderhandse – dus zonder tussenkomst van een notaris of landmeter – verkoop door een van de kinderen uit een onverdeelde boedel.
Reingenoten (Buren)
Er wordt melding gemaakt van een reingenoten, Claes Lemmens, Mathijs Gijsen Engel van Loo . En ten noorden van zijn huis woonde de broer van Lucia Penders, genaamd Laurens Penders (aanname) . Hun vader, smid in Catsop, was al overleden. Laurens Penders trouwde twee maal en was de schoonvader van Joannes Wanten, de bokkenrijder. Zouden we deze familie Penders in de daalstraat naar de Franse telling doortrekken komen weer uit bij Laurens Penders, maar dat is enkele generaties later.
Deze heb ik er even uit gepikt om aan te tonen dat er in het verleden van Elsloo mensen met deze naam in Elsloo waren, ze kwamen vaak voor in het Terhagen. En Engel van Loo zou wel eens Engelbert kunnen zijn die waren er in tijd niet veel met deze voornaam. Mathijs Gijsen reingenoot daar zijn er heel veel van en als je de naam Thies zou roepen in die tijd dat er velen naar voren kwamen. Maar later komen we weer een Mathijs Gijsen hier tegen en wie weet.
Boerderij Catsop uit 1926 .Catsop heeft deze oude boerderijen nog lang gehad zo zouden ongeveer in de tijd van 1686 uit hebben gezien met dien verstande dat er geen metselstenen waren etc.
Deze boerderijen die we straks op de kaart zien, bestaan uit meerdere kamers (hoff) met een tuin. Vaak ook genoemd coelhof of moeshof (moestuin) Dus ze waren een geheel maar met meerdere buren ze noemde dat reingenoten . Later bouwden ze er weer schuren bij en weer later gingen ze weer in de schuren wonen. Maar iedere kamer had een uitgang naar de straat zal een pad zijn geweest . En als men aan de straatkant woonde noemde men dat hoofd aan de straat.
Kadasterkaart 1686 een unieke kaart . Dus ik heb een poging gewaagd en is een aanname waar het kruisje staat zou het kunnen geweest zijn, waar de familie Lemmens destijds heeft gewoond. Opvallend is het huis waar nu de ijsboerderij ligt (2023) het dak blauw is dat houd in dat dit dak van lei steen is gemaakt in die tijd een kostbaar gebeuren in Maastricht kwam dat vaker voor.
Uit een ander gichtregister uit 1749 blijkt dat de wed. Houb Lemmens bij koopt. Houb Lemmens is dan overleden; de overlijdensakte ontbreekt.
Onderstaand volgt de akte en de ‘vertaling’ ervan.
Gichtregister 1749.
Ten overstaen van dheeren Geurts, Bovens en Roemers, resp(ectie)ve schepenen en secr(eta)ris der Vrije Baronie van Elsloo compareerde op heeden den agthienden december seventhien hondert negen en veertig Mattijs Lemmens, ingeseetene tot Borsem, weduwenaer wijlen Helena Mortels, den welke verclaerden te renuntieeren en afstand te doen van sijne togte, dewelke is hebbende aen de twee volgende stuken lands
waer aff het eerste is aenhaldende aen maete vijfftig cleen roeden. Reijgen(o)ten: ter eenre d’erffgen(amen) Oersfelt, ter andere zijde de wed(uw)e Marten Boovens.
Het tweede stuk groot 36 cleen roeden lands. Reijgen(oten): ter eenre Michiel Bours, ter andere Frenk Martens.
Item een derde gedeelte in huijs en hoff met coolhoff gelegen tot Catsop. Reijgen(o)t(en): ter eenre de wed(uwe) Houb Lemmens, ter andere de wed(uw)e Jan Gijsen, belast met een halff vat rogge jaerlijxen erffpagt aen dheere grave Van Arbarg, alhier uitgeldende,
alle afkomende van wijlen Elisabeth Lemmens, gelijk hij comp(ara)nt renuntieert en afstand doed mits desen aen en in behoeff van des selffs twee soonen, met naemen Hendrik en Claes Lemmens, beijde alhier p(rese)nten ende voon(oemde) togtdoodinge dankbaerlijk accepteerende ten eijnde de selve, daer meede connen doen naer der selver goeddunken en welgevallen, dus togt en eijgendom geconsolideerd en inde voorn(oemde) acceptanten getransmitteert zijnde, soo verclaerden deselve voon(oemde) twee stukken lands en het derden deel in voors(chreven) huijs, hoff en coolhoff gecedeert en getransporteert te hebben, gelijk sij in vollen eijgendom cedeeren en transporteeren mits deesen aen en in behoeff van den eers(aeme) Michiel Gijsen, in huwelijk met Petronella Bovens alhier present en voorn(oemde) twee stukken lands en het 3(de) deel in voorn(oemd) huijs, hoff en coolhoff in coop accepteerende int geheel om en voor de somme van een hondert g(u)l(den)s b(ra)b(an)ts Maeestr(ichter) cours, lijcoop nae landscoop, godshelder vijff st(uijve)r, reelijk op heeden in onse presentie aen de cedenten overgetelt, bekennende mede van den godshelder, lijcoop voldaen te weesen, spreekende mits dien voor goede gigte, cessie en transport, stellende en surrogeerende vervolgens den coper en acceptant over al en der cedenten plaetse steede regt en geregtigheijd, mitsgaders voor alle calengien en ae(n)maeningen, soo binnen als buijten s’jaers, en warandschap doende onder obligatie van der cedenten personen en goederen en verders als nae regten met consent in de realisatie deses waer nodig met constitutie als nae gewoonte, welken volgende is den coper en acceptant hier inne gegigt en gegoed naer deser banke regt, en in hoeden van regt gekeert salvo jure cujus libet. /: was geteekent ende gehantmerkt als volgt:/ merk van Matthijs + Lemmens, niet connende schrijven, Hendrik Lemmens, Claes Lemmens, Mighiel Gijsen, Pieter Bovens, Hendrik Geurts, J.W. Roëmers, sec(reta)ris.
Het betreft twee gebeurtenissen.Na de dood van Elisabeth Lemmens zijn haar eigendommen overgeërfd door het koppel Matthijs Lemmens – Helena Mortels. Het betreft 2 stukken grond en 1/3 van een huis, hof en moestuin (=coolhof). Uit de breuk 1/3 blijkt dat er 3 erfgenamen waren.
Toelichting: Blijkens deze akte is Matthijs Lemmens weduwnaar van Helena Mortels. Het bezit gaat na de dood van Helena Mortels deels naar haar echtgenoot. Hij krijgt de tocht (=vruchtgebruik), de kinderen krijgen de eigendom (=naakte eigendom zonder vruchtgebruik). Actie 1 is dat Matthijs Lemmens afstand van zijn levenslang recht op die tocht (vruchtgebruik) doet ten behoeve van zijn kinderen. Die actie wordt ook tochtdoding genoemd. Zij hebben dus ineens de volledige eigendom (=naakte eigendom + vruchtgebruik) van de 2 stukken land en 1/3 van het vermelde huis. Zonder het vruchtgebruik zouden ze het niet zomaar kunnen verkopen of hypothekeren (om bijvoorbeeld geld te lenen). Actie 2 van de akte: de kinderen verkopen effectief de 2 stukken land en 1/3 van huis, hof en moestuin aan Michiel Bovens. De kinderen willen dus cashen.
Uit deze gicht wordt duidelijk dat Houb Lemmens is overleden en dat de familie Lemmens waarvan sprake is, naast haar woonde en de echtgenoot is van Claes Lemmens en die was er ook in de eerste gicht van van 1716 ook al in een kamer aanwezig.
Mathijs Lemmens en Helena Mortels zijn afkomstig uit Reckheim. Matijs is geboren in 1680 in Rijksbaronie Boorsheim (1623-1794 afhankelijk van graafschap Reckem,Keizerlijk graafschap (d’Aspremont-Lynden de Reckem), Minivorstendom. Hij is overleden op 27 maart 1766 in Rijksbaronie Boorsheim, 86 jaar oud. Hij trouwde Helena Mortels in 1713, 33 jaar oud.
Verder met de familie Lemmens – Gijsen.
Zoon Mathijs Lemmens broer van Lucia Lemmens trouwde drie maal . Uit deze familie Lemmens ontstaan b.v. Bartels- Lemmens (Gellik) Lemmens -Claessen (Op den dries), Daemen-Lemmens (Huiveneers), Van Es -Lemmens (Sjeng, Op den dries, broer van Maantje van Es).
als u klikt op bovenstaande link klikt komt u bij deze familie uit ik begin daar met een zoon van Mathijs genaamd Godfriedus Lemmens.
Dus of de vader van Lucia Lemmens, Mathijs Lemmens in hetzelfde huis woonde als zijn vader Houber Lemmens blijft een aanname, maar in de Franse telling woonde Mathijs er zeker wel in de Daalstraat op het adres waar later Collard intrek. Er is geen gicht meer gevonden met notaris of landmeter, er kan dus alles ondershands zijn gekocht en geregeld.
Woonlocatie tijdens de eerst Franse telling in 1792 (destijds woonde Thies Lemmens, wever, 135 er nog).
De telling begon onderaan de Daalstraat bij de kruising Kempken – Daalstraat van nu. Franse Telling zie voorwoord. En bij 135 staat de familie Lemmens en ook Lucia Lemmens die hier blijft wonen.
Kadasterkaart 1820 van de Fransen en die ga ik correspondeert met de telling.
Toelichting
Kadasterkaart 1820 – in het verleden zullen deze woningen en schuren van hout of leem zijn geweest. Dus uitgaande van de Franse telling is het eerste huis bewoond door Jan Tissen-Martens en het tweede door Mathijs Gijsen, Mechel Martens en Drick Martens. Mechel was de dochter en Drick (Theodoor) Martens, een terugkerende Bokkenrijder, gevlucht toen zijn vrouw nog zwanger was.
Als u op deze link klikt komt u meer te weten over de bokkenrijder Drick Martens en zijn familie
Situatie van nu 2022. Aan de rechterzijde later bijgebouwd, door Reubsaet daalstraat 41 behorende bij adres Daalstraat 39B nu.
Het midden gedeelte gaat later Engelen (uit België), nazaten van Wijnen wonen. Op de kadasterkaart 1820, midden tussen de woningen, lagen de schuren van Gijsen en Tissen. De laatste woning van deze drie is van Lemmens (Franse tijd ) en daarna van Collard (zie Tweede telling).
We gaan verder om te zien wanneer de Collard in de woning van Mathijs Lemmens komt. En we vinden Jaen Collard in de tweede telling van 1825 terug.
de originele telling van 1825 een telling na de Franse tijd, de derde woning stond leeg. De dochters van Mathijs Gijsen trouwen met Jacob Reubsaet en Joannes Wijnen. Van Jaen Collard komen we zo achter.
Verbeterde versie van de oude geschriften. En hier ziet u dat Jaen Collard in het huis van Lucia Lemmens zijn ouders is gaan wonen.. Haar vader Mathijs Lemmens stierf in 1813 en haar moeder in 1814, dus wanneer Jan Collard er precies kwam wonen is moeilijk te bepalen, immers de Franse regiem heeft het gichtregister afgeschaft en de M.V.S begint pas in 1818. Inzicht via notariële aktes is slechts mogelijk indien de naam van de notaris bekend is. Ook werd er veel ondershands geregeld. En de eerste woning is in die tijd in zijn geheel van Mathijs Gijsen.
Kadasterkaart uit 1880 dit is in de daalstraat ik heb de namen er bij gezet die wat in deze tijd er woonde. Maar dit waren al weer kinderen van Reubsaet en Wijnen van voorheen.
Hoe het een en ander veranderd is blijkt uit vergelijking van deze twee kadasterkaarten. Een van 1820, en een van 1880, dus een tussenperiode van 60 jaar. Er is veel bijgebouwd en afgebroken. Alleen het huis van de Collard heeft zijn contouren behouden en is niet veel veranderd. Maar eerst vanaf 1842 kan alles met honderd procent zekerheid worden bepaald.
Stamboom Jan Collard.
Joannes (Jean / Jan), geb. 15-3-1786 te Geulle, (div. aktes: ‘Kollard’ wever / dagloner ‘trouwakte: tisserand’), ov. Catsop 2-3-1858 (‘plotseling’) 72 jr., ‘linnenwever’, tr. , 26 jr., 16-1-1812 te Geulle Maria Lucia / Lucie Lemmens (uit Catsop, 32 jr.), geb. aldaar 10-8-1780, dr. van Matheus Lemmens (wever) en Maria Gijsen; ov. te Catsop 22-10-1865, 85 jr. Kinderen:
Maria Elisabeth, geb. 27-5-1813, ov. 14-2-1881, 67 jr., tr.1. 23-3-1842, 28 jr., Joannes / Jan Wanten, schoenmaker, geb. Elsloo 29-4-1810, 31 jr., ov. 30-1-1844, 33 jr., zn. van Lambert Wanten en Marie Catharine Creuger / ‘Crugers’; tr. 2. 28-4-1862 Martin(us) Fredrix , geb. 22-10-1820 te Elsloo, 41 jr., zn. van Gerardus Fredrix en Marie Catharine Bovens. Volgt 3.1.
Jacque(s), geb. 19-8-1816, ov. 14-2-1819 (‘Kollard’, get. Jacques Reubzaet, smid);
Petronella, geb. 17-9-1819, ov. te Catsop 5-1-1864,44 jr., ongeh.;
Jacobus Constantinus / Jacob, geb. 21-5-1823, ov. Catsop 6-9-1899, 76 jr.,tr. (‘Kollard’) 28-4-1862 Maria Ida Gourissen (ook: Gorissen, uit Stein), geb. 31-7-1835, ov. te Catsop 9-8-1890, dr. van Mathijs Gourissen en Anna Maria Lyna / Lijna/ Lina.
Nogmaals de stamboom van Jaen Collard en Lucia Lemmens
Ik behandel eerst de dochter van hun en straks kom ik weer terug naar de eerste bewoner Jaen Collard .
3.1
Maria Elisabeth, geb. 27-5-1813, ov. 14-2-1881, 67 jr., tr.1. 23-3-1842 Joannes / Jan Wanten, 31 jr., schoenmaker (‘schoenlapper’), geb. Elsloo 29-4-1810, ov. 30-1-1844, 33 jr.,zn. van Lambert Wanten en Marie Catharine Creuger(s). Kind:
Jan Lambert, geb.13-2-1843, wever, ov. 29-12-1917, tr.24 jr., 6-1-1868, Maria Gertuid Schreurs uit Elsloo (Catsop, Op den Dries), 22 jr., geb. 20-1-1845, ov. 27-11-1914, 69 jr., dr. van Peter Schreurs, landbouwer / dagloner, en Maria Cornelia Pijpers (get.: Michiel Peters en Hendrik Hermans). Volgt 4.1.
tr. 2. 28-4-1862 Martin(us) Fredrix , landbouwer, geb. Elsloo 22-10-1820, ov. 14-8-1892, 71 jr., zn. van Gerardus Fredrix, landbouwer, en Maria Catharina Bovens, wdnr. van Anna Aerts uit Stein (ov. 14-9-1860, 41 jr.).
Marie Collard trouwt dus met Jan Wanten en hij is een nazaat van de ‘Harten Aas’ of ‘de Gardenier’ Joannes Wanten bokkenrijder en volgens alles inwonende of afkomstig van Catsop. Hij kreeg de naam Harten aas, omdat hij graag het kaartspel bedreef en ging van dorp tot dorp en Gardenier was hij omdat hij het hoppen hof pachtte in Elsloo. Hij liet 12 kinderen achter in die tijd een van de grootste gezinnen van de bokkenrijders. Cornelia Penders zijn echtgenoot is van Catsop en moest tante zeggen tegen Lucia Penders van Houber Lemmens. U kan zich dan ook voorstellen dat dit voor het gezin in een klap betekende ze kregen wel van de armenkas en ik denk steun van familie bedelen mocht niet. Jan werd opgehangen in 1773 zie voorwoord. Maar Jan Wanten van Marie Collard komt van de derde generatie Wanten vanaf Harten Aas.
Joannes Wanten stierf 2 jaar na het huwelijk met Maria Elisabeth Collard uit de Daalstraat. Ze hadden een zoon Jan Lambert Wanten .
Jan Lambert Wanten de zoon trouwt met Maria Gertruid Schreurs en gaat daar later wonen. Zij krijgen 13 kinderen, waar dus vele nazaten met catsoppenaren zijn verbonden. Zoals Frits Cremers, Op den dries, die na zijn trouw in hetzelfde huis ging inwonen. Verder: Theodoor Bours-Wanten, (timmerfabriek), Hendrik van Es -Wanten etc. Maria Gertruid Schreurs stamt af van Pijpers van de vrouwelijke kant haar opa was Goswin Pijpers en was daarvoor huiseigenaar van deze eerste woning .
Kadastrale Kaart 1880 en het gaat in eerste instantie om B 1376 het ouderlijk huis van Maria Schreurs en daarvoor van Goswin Pijpers later koopt Jan Wanten ook het voorste gedeelte B 1975 dat in de tijd van Goswin Pijpers in het bezit was van Thomas Damen. En Jan Wanten koopt deze woning B 1375 van Jan Hubert Sillen uit Meerssen in 1895. Jan Wanten trouwde in 1868 en zijn kinderen zijn allemaal van voor de datum van de koop dus hij heeft ergens anders gewoond of gehuurd of hier in gewoond want straks op de M.V.S. van zijn moeder was hij in 1881 in Catsop aanwezig.
Dit is de voorste woning de eerste woning lag hier achter maar later koopt Jan Wanten dus deze woning erbij en maakt er een geheel van. En is tot heden 2023 nog altijd in het bezit van een nazaat van Jan Wanten.
Foto streetvieuw 2023.
Als we met deze huizen naar het verleden gingen, zag het er natuurlijk heel anders uit. Het witte huis van Van Es was er niet maar is ook onafgebroken vanaf 1880 ongeveer in het bezit van nazaten, hier komt ook nog een deel van. Maar links van het witte huis staat een garage, stond toen een boerderij van Mattis Martens en er naast rechts lag een schuur die Van Es waarschijnlijk heeft afgebroken voor zijn huis
Links ziet u nog een gedeelte van het huis in het verleden van Martens toen van Sjeng Van Es met op de foto zijn tweede echtgenote Smeets en links Marie Van Es en rechts Toon van Es maar die waren weer van zijn broer.
Rechts naast het huis van Wanten zal ik maar zeggen waren in het verleden schuren. Dus de bewoners achter dat huis van Wanten hadden een pad naar Den Dries. De tuinen achter moestuinen zijn er nog altijd. Nou wie woonde er in de Franse tijd, ik noem een paar namen en die ga ik ook nog een keer behandelen. Links wat naast het witte huis was Mattis Martens getrouwd met een dochter van Peter Bovens Bokkenrijder genaamd Maria Anna Bovens in het huis van Wanten woonde een zoon van Peter Bovens genaamd Martinus Bovens getrouwd met Gertrude Wanten een dochter van Bokkenrijder Lamber Wanten. Achter het huis van Martin Bovens woonde Joannes Brorens in de Franse telling met twee kinderen. En naast hun huizen waren schuren die later bewoond werden en nog zijn. Dus mijn conclusie is dat dit huis van Wanten zal ik maar zeggen vroeger wel eens van Brorens is geweest en later, maar dat moet ik ook nog bewijzen dat dit huis van Wanten vroeger het huis van Peter Bovens gehuwd was met Maria Catharina Brorens is geweest. Op de oude kaart van 1686 staan er twee woningen getekend . Dus in een ander deel.
We gaan verder met de moeder van Jan Wanten genaamd Maria Elisabeth Collard.
Bevolkingsregister vanaf 1881
Maria Elisabeth Collard hertrouwd met Martinus Frederix, ook diens tweede huwelijk. Te lezen valt dat Maria Collard niet in Catsop woonde in die tijd . Martinus Fredrix had een kind met zijn eerste vrouw Anna Aerts, en de vader van Martinus woonde er ook. Martinus Frederix trouwt later nogmaals. En de A 107 het huisnummer staat voor Elsloo.
Er is een M.V.S. opgemaakt door een belastingambtenaar op 15 februari 1881, verplicht in geval van overlijden teneinde successiebelasting te heffen op erfenissen, omvattende een overzicht van bezittingen en schulden van de overledene.
M.V.S. van Maria Elisabeth Collard overleden 15 februari 1881
Bovenstaand de erfenis van Jan Lambert Wanten, de zoon van Maria Elisabeth Collard. De percelen B1620 en B 1619 zijn gelegen in Catsop in de daalstraat en stonden ook vermeld op de kadasterlegger. ze zijn geërfd door Marie Collard ; zij zijn naast haar geboortehuis gelegen. En er staat ook dat Jan Wanten in 1881 in Catsop woonachtig is. De percelen hadden een ander nummer in de daalstraat hiervoor daar komen we zo achter later worden die in vieren verdeeld en Marie had hier twee percelen van.
We gaan terug naar de Daalstraat en hoe het is verlopen met de woning.
Dus we beginnen weer met de ouders Jaen Collard en Lucia Lemmens daarna met de nieuwe eigenaar Jacob Constantines Collart. En hier zien we weer de naam Jacob terug komen vanaf Nerem.
Het O.A.T. en S.A.T zie voorwoord en men ziet op B271 het perceel nummer van Jan Collard Huis en Plaats.
Kadaster kaart Catsop en ik heb de Collard er in geplaatst bij B271 en gemakshalve ook de straatnamen. En hier ziet u de percelen B1095 en B1096 die worden straks gesplitst.
Kadasterlegger dus hier beginnen ze met vernieuwde kadaster zie voorwoord.
Bovenstaand de eerste kadasterlegger t.n.v. Jean Collard. Hij overleed in 1858, zijn echtgenote Lucie in 1865; om die reden staan er al zijn erfgenamen op. B 1095 en 1096 worden gesplitst; opgedeeld tussen zijn dochter en zijn zoon en omgenummerd tot B1619 en B1620 voor Marie Elisabeth en voor Jacob B1621 en B1622 en de woning.
Jaen of Johannes Collard komt te overlijden en er word een M.V.S. gemaakt.
Deze akte is opgemaakt in Elsloo. Maria en Jacob tekenen wel en Petronella kon niet schrijven.
In de nalatenschap van Jean Collard staat ook de naam van Marie Elisabeth Collard. Aannemelijk is dat zij met haar zoon op dat moment bij haar ouders woonde. Petronella Collard blijft ongehuwd en woonde ook in de Daalstraat bij de latere bewoner Jacob Collard, beroep linnen wever, die op dat moment ongehuwd was.
We nemen direct de M.V.S. van Lucia Lemmens mee zij stierf 22 oktober 1865
Hieruit valt o.m. af te leiden dat Marie Elisabeth Collard ‘Marie’ genoemd wordt en met, zoals eerder vermeld, met haar nieuwe echtgenoot niet meer hier woonde maar in Elsloo. Petronella haar zus overleed in 1864 en staat hier niet meer op. Jacobus Collard wordt als nieuwe eigenaar aangegeven. Het is niet duidelijk wie wat verkrijgt. Wel dat het kadasternummer B271 niet wijzigt, dus gedurende een lange tijd is deze boerderij niet veranderd. Martin Frederix vond het nodig dat deze akte opgemaakt werd bij notaris Gorkum in Beek. En hij had om een getuigen gevraagd die hebben ondertekend voor hem. We weten dat Marie Collard straks twee percelen krijgt.
We gaan verder met Jacob Collard die in de woning blijft.
Bovenstaand de nieuwe eigenaar Jacob Collard, getrouwd met Ida Gorissen. De eigendommen in Catsop blijven ongewijzigd.
Onderstaand het bevolkingsregister vanaf 1880.
bevolkingsregister vanaf 1881 Het gezin Collard- Gorissen met kinderen bevolkingsregister vanaf 1881, met Joannes Leonardus Collard als de latere eigenaar. Het huisnummer was destijds Catsop 44 en wijk C no. 6. Huisnummers worden zo rond 1850 geïntroduceerd. Straatnamen rond 1930 . Op dit moment is het Daalstraat 37. Dus Catsop 44 is C6, nu Daalstraat 37. En ik kan u vertellen dat ze eerst van onder aan de daalstraat begonnen met tellen en later van bovenaf de huizen nummerde . Dus Collard had nummer 6 dus er waren 5 huizen hiervoor. Dus ze hebben toen de schuren al verbouwd tot woning en die zullen ook weer verdeeld zijn geweest. Onderstaande stamboom kan men zien dat ze de kinderen die heel jong gestorven zijn er niet op staan. Ook waar sommigen naar toe zijn vertrokken zoals Hubert Collard naar de kerkstraat in 1899 in Kerkrade. Maar die keerde weer terug naar Elsloo. De jongste vertrok naar Geulle maar hier weet ik niks vanaf en als iemand hier iets van weet dan zou ik op prijs stellen.
3.2
Jacob(us) Constantinus / Jacob (‘Kollard’), geb. 21-5-1823, landbouwer / linnenwever, ov. Catsop 6-9-1899, tr. 38 jr, 28-4-1862 Maria Ida Gourissen / Gorissen) uit Stein, wonend te Elsloo, geb. 31-7-1835, 26 jr., dr. van Mathijs Gourissen en Anna Maris Sijna / Sina, ov. te Catsop 9-8-1890. Kinderen:
Joannes Leonardus (Jan / Sjeng), geb. 18-2-1863 (get. Mathijs Smeets en Jan Mobers), landbouwer, ov. 2-12-1945, 82 jr. (akte : ‘Kollard’), tr. 24-11-1899 te Elsloo Maria Elisabeth Hendrix , geb. 1869, ov. 1944. Volgt 4.2.
Anna Maria, geb. 12-3-1864 te Catsop, ov. 22-1-1887, ongeh., 22 jr.;
levenloos geboren dochter 27-12-1865;
Mathijs, geb. 7-1-1867 te Catsop, ov. 19-4-1932, 65 jr. Volgt 4.3.
Theodoor Hubert, geb. 28-4-1868, ov. Heerlen (wonende te Beek) 10-5-1933, 65 jr, dagloner / autobusondernemer, tr., 27 jr., 31-7-1895 te Elsloo Maria Elisabeth Hendriks/ Hendricks, 21 jr., geb. Elsloo 3-8-1873, ov. Beek Pr. Mauritslaan 60, 24-11-1932, dr. van Johan Hendriks, landbouwer, geb. in Groesbeek, en Maria Gertruda Dresen / Driessen. Volgt 4.4.
Lucia Hubertina, geb. 23-4-1870 (get. Jan Hubert Vaessen), ov. te Catsop 25-5-1871, 1 jr. oud;
Maria Catharina, geb. 20-8-1871, ov. 3-9-1871, 14 dgn. oud;
Maria Lucia, geb. 13-8-1873, ov. te Catsop 13-2-1889, 15 jr.;
Jacob Hubert, geb. 11-11-1875, ov. te Elsloo 5-12-1931, 56 jr. , landbouwer / steenbakker; tr. te Horst 18-11-1904 Johanna Maria Steegmans, 22 jr., geb. te Horst 23-1-1882, ov. Elsloo 13-11-1956, 74 jr., dr. van Jan Mathijs Steegmans (geb. in Catsop) en Maria Catharina Stevens. Volgt 4.5.
Maria Elisabeth, geb. 14-7-1877, ov. 29-3-1948 te Meerssen, tr. 34 jr, 5-10-1911 te Geulle Martinus Johannes Custers, 34 jr. geb. in Geulle / Moorveld, 10-11-1876, fabrieksarbeider zn. van Martinus Custers
Maria Ida Gorissen stierf op 9-8-1890 en daar is een M.V.S. van en kunnen we gelijk zien wie er toen nog woonde in de daalstraat.
De M.V.S. van Maria Ida Gorissen toen zei overleed 1890 waren alle kinderen nog in het huis in de daalstraat ze zijn alle gerechtigd voor een vijfde deel. Samen voor 456.25 mar er staat dat er geen rechten schuldig zijn op dit moment. En we zien een aantal handtekeningen dus ze konden al beperkt lezen en schrijven en diegene wat mocht tekenen waren Joannes (Sjengske) Collard , Mathijs Collard en hun vader die tevens als voogd op trad en voor hun tekende. Dus er bleven van de 10 kinderen er 5 over de helft stierf schrikbarend en dit komen we nog meer tegen in de historie van Catsop.
We pakken er gelijk maar de M.V.S van Jacob Kollard er bij hij overleed op 9 jaar later.
M.V.S. van Jacob Kollard en gelijk zien we dat het huis al bewoond is door Joannes Collard en zijn zus Maria Elisabeth woonde nog bij hem. Hier is wel een notariële akte van maar ik heb ze nog niet en zal later nog als aanvulling komen. Maar ieder krijgt zijn deel en Sjengske Collard blijft hier wonen.
Bevolkingsregister vanaf 1890 om papier te besparen schreven ze er de volgende bewoner er onder. En dat is Sjengske Collard en er staat een kind nog niet op dat is Lies Collard geboren 1
Daalstraat rond 1920. Zo te zien was er al elektriciteit of in aanleg (rond 1922). Aan de rechterzijde Sjeng Collard met zijn kind bij de gevel van zijn woning. Het witte huis rechts is van Jan Arnoldus Hubert Tilmans hij staat op de foto met de stok en mand. Achter de elektriciteitspaal zijn vrouw Maria Elisabeth Otten. Jan Arnoldus Hubert Timans geboren op het einde, zijn vader Joannes Tilmans trouwde twee keer en de laatste keer in het kort met een dochter van Baccus-Lammerschop en de woning was in de Franse tijd van Baccus of Backhuis. Links het huis van Penders, maar dat was er in de Franse tijd nog niet. Achter de schuurpoort, links, lag toentertijd de woning van Bours- Bovens, waar later weer de familie Penders uit ontstond .Verder aan de linkerzijde woonde in de Franse tijd Laurens Penders (lees het gichtregister 1716 ). Opvallend is de grote boom bij de kapel. Voor het overige ziet de Daalstraat op veel plaatsen nog hetzelfde uit. Er is natuurlijk veel verbouwd maar over een termijn van ongeveer 100 jaar toch beperkt.
foto gemaakt 2023 om te vergelijken op ongeveer dezelfde plaats.
Sjeng Collard en Maria Elisabeth Hendrix en hun dochter Lieske Kollard;
Foto van de woning van Collard gemaakt in 2023 bijna 100 jaar en het muurtje staat er nog.
Het was een lange zoektocht maar wel leuk om te doen Na deze zullen nog een paar delen volgen van de Collardsen vooral omdat er nog al wat nazaten in Catsop zijn gaan wonen.
Ik wil mijn grote dank uitbrengen aan mijn zwager Wiel Mesters voor de Stamboom etc. Kenneth Booten voor de hulp bij de gichtregisters en er is veel te vinden op zijn site https://kennethbooten.com/ .Stadsarchief Tongeren https://www.tongeren.be/stadsarchief met name Ruth Goddefroy voor de hulp bij het zoeken naar gegevens. En de site https://www.facebook.com/groups/egflimburg/ die me vaak te hulp waren. De foto’s van Familie Collard hartelijk dank . En diegene die ik vergeten ben sorry.
Hier onder het proces van Gillis Collard of Collas 1734 ik heb geprobeerd zelf te vertalen maar dat valt niet mee ze schrijven gerechtelijke taal. Zijn er mensen die in de gichtregisters van de landmeter willen inzien laat het me weten dan stuur ik u die. En dat geld voor alle registers.
Jan Gerard /Jean / Joannes Gerardus, ged. te Elsloo 28-4-1817, (get. Geradus Steps, Anna Maria Kengen, Josph Fredrix, Maria Ida Sillen), schoenmaker, ov. te Catsop 2-12-1853, tr. 2-10-1843 te Beek Maria Judith Voogds / Vooghs / Vaes / Voogts / Vaags / Laugs, geb. te Beek 11-6-1814 (dr. van Jan Pierre Voogds en Marie Hélène Leenders) ov. te Elsloo 9-6-1878, 66 jr. Kinderen:
Maria Helena, geb. te Beek 10-7-1844, (get. o.a. Joannes Steps), ov. Terhagen 27-4-1851, 6 jr. oud;
(Maria) Elisabeth, geb. te Beek 8-4-1846 (get. o.a. Maria Elisabeth Steps), ov. te Elsloo 21-5-1882, 36 jr. , tr. 8-12-1880 Lambertus Janssen, geb. te Beek, 8-5-1816, 64 jr. ( zn. van Peter Janssen en Sibilla Wanten), herbergier / kleermaker, wdnr. van Cornelia Vrancken;
Jan Peter, geb. te Terhagen 25-8-1849 (get. o.a. Petrus Steps), wonend te Catsop, ov. aldaar 16-2-1925, tr. te Elsloo 8-11-1880 (Anna) Hubertina Hendrix , geb. Terhagen 28-4-1858, ov. Catsop 1-4-1916, 57 jr., (dr. vanMartinus Hendrix, landbouwer, en Cornelia Dolmans). Volgt 4.1.
Jan Peter, geb. Terhagen 25-8-1849 (get. o.a. Petrus Steps), wonend te Catsop, ov. aldaar 16-2-1925, dagloner, tr. te Elsloo 8-11-1880 (Anna) Hubertina Hendrix , geb. Elsloo 28-4-1858, ov. Catsop 1-4-1916, 57 jr., (dr. vanMartinus Hendrix, landbouwer, en Cornelia Dolmans). Kinderen:
Jan Gerard / Joannes Gerardus, geb. 6-10-1881 (get. Joannes Gelissen en Cornelia Dolmans) , ov. 3-3-1882, 6 mnd. oud;
Anna Catharina, geb. 6-4-1883 (get. Martinus Hendrix, Anne Catharina Steps) , ov. 4-9-1904, 21 jr. oud, ‘tering’, ongeh.;
Elisabeth, geb. 14-7-1885 (get. Joannes Hendrix, Elisabeth Steps), tr. 1911, Henri Arnold Ritzen. Kind: * N.n. 31-1-1919 te Maastricht;
Joannes Hubertus Michiel,, geb. 5-1-1888 (get. Michael Höveler, Maria Hermans) ,tr. te Beek 8-7-1915 Maria Hubertina Colaris, geb. 29-5-1895, ov. te Beek 6-12-1926. Kinderen:* Maria Christina, ov. te Beek 3-3-1917, 3 weken oud; * Maria Elisa Christina, ov. te Beek 14-8-1921, 3 mnd. oud;
Marie / Maria geb. te Kevelaer 20-5-1890 (get. Theodorus Collard, Maria Hendrix),ov. te Luik 10-10-1974, tr. 1. René Hanssen; tr. 2. Jozef Dessart;
Maria Gertrudis Hubertina, geb. 6-12-1892,(get. Petrus Steps, Gertrudis Hendrix), tr. 8-12-1916 Wilhelmus Hubertus Stienen, mijnwerker, geb. Elsloo 6-2-1878, zn. van Margaretha Stienen, (huwelijk bij vonnis van 12-3-1942 door echtscheiding ontbonden);
Hubertina Sibilla, geb. 30-12-1894 (get. Servaas Thissen uit Geulle,Sibilla Nijsten), ov. Limmel ca. 1954, tr. 21-6-1918 Hubertus Esschenbach, geb. Meerssen 27-11-1895, (zn. van Wilhelmus Echenbach en Helena Gelissen), glasarbeider;
Peter Hubert / Petrus Hubertus, geb. 30-4-1898 te Kevelaer (get. Petrus Gilissen, Elisabeth Hendrix, Petronilla Tissen),mijnwerker,tr. te Elsloo 7-10-1921 Anna Maria Daemen, geb. 4-9-1900 te Boorsem (get. Martinus Daemen en Judith Steps, dr. van Jan Daemen en Elisabeth Houben) ;
Antoinette, geb. 6-2-1900 (get. Louis Claessens – uit St. Pieter – , Anna Marchal),tr. 9-2-1923 Willem Delbressine uit Stein, mijnwerker;
Maria Judith, geb. 11-2-1901 Catsop, Het Einde (get. Leonardus Claessens, Maria Rutten e.v. Petrus Gelissen), ov. te Brunssum 4-8-1971, tr. 1-4-1921 Jan Joseph Ummels uit Geulle, mijnwerker.Kind: * N.n. 23-1-1922 te Beek.
Rechts het huis van Jan Peter Steps (Peter of Pie) en Anna Hendrix. Dus alles wat niet wit is was van hen. foto 2022. Het is niet waarschijnlijk dat de situatie ook in 1880 zo was. Immers stenen ogen vrij nieuw terwijl destijds veel veldbrand werd gebruikt. Woning kan ook van leem zijn geweest en later verbouwd.
Om u een indruk te geven hoe het er in de jaren zestig er uit zag met voor de poort Anna Daemen.
Jan Peter Steps (senior) is – evenals zijn vrouw – in Terhagen geboren (waar Jan Peter Steps precies is geboren is niet bekend) en later is hij naar Catsop verhuisd. We gaan eerst proberen te achterhalen waar zijn vrouw Hubertina Hendrix is geboren in het Terhagen.
Terhagen bestond vrijwel geheel uit kleine huisjes met allerlei schuurtjes en stallen; soms is het moeilijk voorstelbaar dat men er heeft gewoond.
Kadasterkaart 1880 van Terhagen. C1141 was het huis van Bartholomeus Hendrix dat werd samengevoegd naar C 523. Op de rechter hulpkaart is te zien dat (later) er verschillende panden zijn samen gevoegd en ondergebracht zijn onder C2062. Om het huis een beetje uit elkaar te trekken maak ik gebruik van een hulp kaart van het kadaster.
u ziet C 2062 maar ook C 523 dus in het midden van die twee zat C 1141 onvoorstelbaar maar waar . Op C 2061 woonde ook een hendrix genaamd Godfried een broer van Bartholomeus Hendrix de schaapsherder.
Bovenstaand de woning is de situatie van 2022, met dien verstande dat de woning in 1880 – toen drie in aantal – mogelijk van leem was. Is nu Terhagen 11
Hier ziet u via de satelliet hoe het Terhagen op dit moment er uit ziet en als u dit vergelijkt met de oude kadasterkaart ziet men dat er al veel weg is. Maar Terhagen 11 deze woning was toen in het bezit gedeeltelijk van Hendrix.
Dit is het bevolkingsregister van de ouders van Hubertina Hendrix, echtgenote van Jan Peter Steps (senior) . Het overzicht bevat meerdere namen van personen die later naar Catsop verhuisden; zo is ook de vader Joannes Martinus Hendrix in Catsop geboren. En diens vader was Bartholomeus Hendrix, een schaapsherder die ook heeft gewoond op C1141. Een broer, Godefridus Hendrix, woonde naast hem.
Wat gelijk opvalt is de geboorteplaatsen Willich. Dat duidt op ‘brikkebekkers’. Hubertina Hendrix, de oudste, staat niet op deze lijst, wat betekent dat ze al in Catsop woonde. Hubertina is in 1880 getrouwd. Op A35 (adres) staan ook Servaas Hendrix (ut ein hendje) en zijn zus Barbara (berb oet de gats); zij zijn dus verhuisd van A9 (adres) . A9 (oude adres) hoort bij A35 (nieuwe adres). Alhoewel er al vanaf 1850 adressen zijn is een koppeling met kadastrale nummers bijna niet te maken. Maar als er iemand gehuurd woonde dan is dit bevolkingsregister heel belangrijk. Het kadastrale nummer is in dit geval te herleiden naar het huidig nummer Terhagen 11. En hebben tussen door tot nu toe verschillende familie gewoond b.v. Wanten-Bovens (deze Wanten was ook van Catsop) en later Vaessen etc.
Servaas Hendrix (ut ein Hendje) op nr. 4 blijft ook in deze woning wonen. Hij komt eerst later met zijn gezin naar Catsop en gaat op den dries wonen. Als nazaten kunnen worden genoemd Houben –Hendrix (Op den dries), Lemmens -Hendrix (Het einde; Tjeu Lemmens), Geel Hendrix- Houben, Gus Bartels -Hendrix etc.
Op nr. 7 staat Barbara Hendrix (Berb oet de gats). Zij trouwt met Hendrik Daemen. Zij woonde ook op den dries Catsop
De onderste is Anna Maria, de echtgenote van Michiel Hoevelears. Woonden ook tussentijds in Catsop. Woonden ook in Vorst, Duitsland. Deze familie zal ik later beschrijven.
We gaan naar het einde in Catsop waar het koppel Steps- Hendrix is gaan wonen.
Kadasterkaart 1880. B1518 is de woning van Jan Peter Steps en Hubertina Hendrix. Hij koopt in 1896 ook B1519 van zijn tante. Maar vanaf 1896 is B1519 zijn eigendom; rond ongeveer 1907 verwerft hij ook B1520.
Bovenstaand het bevolkingsregister vanaf 1881. Het huisnummer op Het einde is Catsop 25. Dit nummer gebruikte destijds ook zijn buurman, zwager Gilissen. Ook valt te lezen dat Hubertina Hendrix van uit Terhagen nu in Catsop is ingeschreven.
Op dit bevolkingsregister vanaf 1890 staan alle kinderen. Ook valt hier te concluderen dat zij ‘brikkebekkers’ waren: Maria en Pie Steps werden gedoopt in Kevelaer. Vele brikkebekkers die katholiek waren lieten hun kinderen daar dopen. En Peter was dagloner (brikkebekker) en landbouwer. U ziet dat verschillende kinderen in Maastricht zijn ingeschreven daar werkten ze meestal als dienstmaagd.
Het einde 38 was toen Catsop C 40 foto 2022
Voortbordurend op 4.1, Jan Peter Steps, valt op dat ook bij geboorte in Duitsland doopgetuigen staan. Bij Maria Steps is de getuige mijn overgrootvader Theodoor Collard. De getuigen van het achtste kind van Peter Steps (senior) zou dus familie lid kunnen zijn genaamd Petrus Gilissen de buren in Catsop op het einde. Zo kan men zien dat er heel veel mensen uit Catsop arbeiders waren in het brikkenwerk. Ze gingen met hele gezinnen en ook wel met verdere familieleden. En het kan zijn dat ze op een boerderij hun brikken bakte of in ieder geval in de buurt hun werkzaamheden hadden. Dit werk is seizoensgebonden: vanaf het voorjaar tot in ver de nazomer, want deze arbeid was in de winter niet mogelijk. In de winter waren ze weer in het dorp, bouwden huizen en schuren en werd er plannen gemaakt voor verbouwingen aan hun huis, ze kochten land en ze hadden eindelijk geld om hun onderkomen uit te breiden. Meestal hadden ze ook nog wat land dat ze bewerkten voordat ze weg gingen en lieten dat bijhouden door familie.
In 1853 was er al een station in Meerssen. Aangezien dit het dichtst bij Catsop en Elsloo lag, is het goed denkbaar dat men vanaf daar naar Duisland reisde en later vanaf Elsloo. Zo ook de familie Hendrix en zwager Michiel Hoevelaers die er zelfs is geboren in Duitsland. Zijn vader was een Duitser en kwam uit de streek waar de rinkovens waren gevestigd. De (Nederlandse) ploegbaas bepaalde de prijs per duizend stuks stenen. Ook de kinderen waren in het productieproces betrokken, met als gevolg dat zij niet naar school gingen en vaak niet konden schrijven en lezen.
Rond 1900 en later werd het financieel steeds oninteressanter omdat de Duitsers zelf hun ploegbazen gingen inzetten en de vergoeding daalde. Ook kwamen er machines die het werk overnamen. De mensen in deze regio gingen zich meer hier richten op het mijnwerk, dat begon in 1902 (Wilhelmina Kerkrade) en op de landbouw.
Twee foto’s van brikkebekkers, afkomstig van de familie Hoevelers. Opvallend is bij vergelijking van de foto’s er meerdere personen op staan die gelijkenis vertonen. Helaas heb ik van de onderste geen namen. Of hier Steps op staat weet ik niet. De vrouw van Michiel Hoevelers, Anna Maria Hendrix; zij overleed in 1905 aan een longontsteking. Zij staat op de bovenste foto. En zij is een zus van Hubertina Hendrix de echtgenote van Peter Steps (senior) dus zij waren zwagers en hadden dat zullen we straks zien nog meer belangen samen.
We gaan naar Catsop om te zien waar hun woonde en wat hun bezittingen waren.
Deze twee leggers zijn van het kadaster en laat de percelen zien wat ze in hun bezit hadden. U ziet 2389 rechtsboven het legger nummer en de onderste heeft dat nummer ook dus een vervolg.
Ik ga deze percelen splitsen en uitleggen waar dit is en ga ik alleen de schuren en huizen uit leggen.
U ziet B 1519, B1520,B1518 Dat word straks samen gevoegd en het kadaster maakt daar een melding van en maakt er een nieuw nummer van B1915 dat is het huis op het einde C40 nu nummer 38.
Dan B1736 word straks B1949 omdat er een schuur word bij gebouwd dit is ook een huis tegen over het huis op het einde ik leg dat straks uit.
B 1616 is een schuur apart en zal ik ook vermelden. Dit bouwland had hij gekocht van Leonard Driessen. Steps bouwt zelf de schuur. Ze noemen dat in de berg en de berg was Kitsenberg.
En C2064 en C2065 zijn woningen in het Terhagen waar ze een van gedeeltelijk in het bezit hadden. Hij koopt dat huis van een halfbroer van Michiel Hoevelaers en zijn stiefvader genaamd Johannes Hendriks en zijn vader had dezelfde naam . Ik denk dat dit niet lang in het bezit is geweest van Steps 1915 had het Hoevelers weer terug gekocht later komt er een dochter van hem hier wonen namelijk Tru Hoevelers met Grootjans.
Hulpkaart van het kadaster 1907 en u ziet gelijk twee percelen wat van Steps-Hendrix zijn B1736 word later B1749 en B1915 de woning waar hun woonde. Dat gearceerde rood is in aanbouw B475 Peerbooms B1916 is Gillissen.
situatie 2022 en dit kan u vergelijk met de hulp kaarten dan is de conclusie dat B1749 rechts weg is en dat heeft Huub Peerbooms afgebroken en een nieuw huis in de plaats gebouwd niet op de zelfde plaats.
Dit was B1749 en was na Steps in het bezit van Berb Peerbooms zus van Huub Peerbooms . Steps kocht dit van Johannes Geelkens. Hier heeft lang nog iemand gehuurd gewoond Drik Engelen- Marie Notten deze hadden eerst in Elsloo gewoond later zal de heer Engelen nog naar de daalstraat verhuizen en bij familie gaan wonen.
Dit Perceel genaamd schuur is B616 Steps bouwt deze om zich als landbouwer te ontplooien bij zijn huis had hij immers de plaats niet deze hulpkaart is van 1904. Ze noemen dat op de legger in de berg maar is het gebied Kitsenberg .
Kitsenberg kadasterkaart van 1880 en ik heb er ook een van 1820 u ziet B1616 liggen en dat noemen ze dan in de berg waarom komen we dadelijk achter. Maar die weg er na toe en wat er nou nog is de weg naar Beek-Geulle wandelpad is er altijd geweest en noemde ze de geversdalweg
Kadasterkaart 1920 om u te laten zien waar dit ongeveer is kan men van af zijn woning rechts volgen u gaat dan richting Geulle en komt dan op een splitsing en dan naar links daar lag B1616 schuur van Steps of deze toen al van steen was dat weet ik niet maar ik weet wel dat er achter een grote leemkuil lag die meestal met water gevuld was. En uit de overleving is me verteld dat de contouren van ramen en deuren er al in zaten maar ze zaten er niet in rond 1911 is Kitsenberg gerooid en lieten ze de bomen naar onder rollen en werd de weg verbreed.
Rechts van dit huis loopt nu het wandelpad en noemde ze de geversdalweg als u hier langs doorloopt loopt u tegen het geversdal aan en ligt hier ook rechts van deze weg en hij liep vroeger door tot Geverik voordat de autobaan er was . En hij kwam uit bij de holleweg. Er zijn zeker nog andere namen voor deze weg zoals kitsenbergweg.
Dit is zoals het nu uitziet 2022 en achter deze woning toen schuur lag Kitsenberg daarna komt de Horst en er is nog een boom van over dat is waar zoveel mistletoe in zit. Maar daar boven op was helemaal bos en burgemeester Van Mulken heeft in die tijd de opdracht gegeven om te rooien wat niet mocht daarom moesten de boeren er ook fruitbomen op zetten om een en ander te verdoezelen. Maar na Steps koopt Fransen – Bervoets deze schuur en maakt er een woning van in 1926. Maar daarom noemde ze dit in de berg waarom is nu duidelijk.
Dit is in het Terhagen 2022 en het eerste huis wat wit is was toen B2065 en het eerste B2064 dus hier had Steps eigendommen van een gedeeltelijk.
In 1916 sterft zijn vrouw Hubertina Hendrix in Catsop. Mogelijk dat op dat moment nog vier kinderen bij Jan Pieter Steps woonden of ergens anders werkzaam waren. Met betrekking tot de verdeling: zie onderstaande advertentie
Deze advertentie wordt geplaatst nadat Hubertina Hendrix is overleden op 1 april 1916. Uit de kadastrale gegevens blijkt dat de meest verkopingen / overdrachten in 1924 en 1926 waren.
Wat uit de verkoping ook blijkt is dat hij een vaarkoe had (koetuig met kettingen). Hij bewerkte het land met een koe, destijds niet ongebruikelijk. Zie onderstaande voorbeelden.
U ziet de koeketting en koetuig voor op het hoofd en de eg er achter deze koeien werden gemolken en gebruikt als paard dus deze hadden een dubbele functie.
De heren Sassen uit Geulle met een dubbelspan met de koekar dus zo een kar had Steps ook te koop aan geboden.
We gaan verder in de tijd en de tweede advertentie heeft ook betrekking op een verkoop in Catsop.
Deze verkoop werd gehouden waar nu Café Vranken is (Bie Willemke). Dat was toen een koffiehuis maar van een andere Vranken. Vanaf III is deze advertentie gesplitst. De verkoop onder 8. heeft betrekking op een woning aan Op den dries, het huis waar Gerardus Steps en Joke Sillen hebben gewoond. Dus hier staan verschillende verkopingen op deze advertentie niet alleen van Steps.
Wat word er verkocht het huis wat Berb Peerbooms koopt B1949 en tuin en boomgaard dus dat is tegenover waar hij woonde.
De schuur B1616 maar deze word pas definitief verkocht in 1926 aan Franssen. Voor de rest wat land en Michiel Steps een zoon van hem uit Beek verkoopt ook een gedeelte.
Vanaf nu gaan we de kinderen van Steps-Hendrix behandelen tenminste wat ik er van af weet.
De eerste twee kinderen zijn op jonge leeftijd overleden.
Het derde kind
Elisabeth Steps
Elisabeth, geb. 14-7-1885 (get. Joannes Hendrix, Elisabeth Steps), tr. 1911, Henri Arnold Ritzen. Kind: * N.n. 31-1-1919 te Maastricht;
Het vierde kind
Joannes Hubertus Michiel, geb. 5-1-1888 (get. Michael Höveler, Maria Hermans) ,tr. te Beek 8-7-1915 Maria Hubertina Colaris, geb. 29-5-1895, ov. te Beek 6-12-1926. Kinderen:* Maria Christina, ov. te Beek 3-3-1917, 3 weken oud; * Maria Elisa Christina, ov. te Beek 14-8-1921, 3 mnd. oud;
Vijfde kind
Marie / Maria, geb. te Kevelaer 20-5-1890 (get. Theodorus Collard, Maria Hendrix),ov. te Luik 10-10-1974, tr. 1. René Hanssen; tr. 2. Jozef Dessart;
Rechts Judith Steps en links haar tante Maria Steps op bezoek in Catsop.
Bidprentje van Marie Steps, overleden te Luik.
Zesde kind
Maria Gertrudis Hubertina, geb. 6-12-1892,(get. Petrus Steps, Gertrudis Hendrix), tr. 8-12-1916 Wilhelmus Hubertus Stienen, mijnwerker, geb. Elsloo 6-2-1878, zn. van Margaretha Stienen, (huwelijk bij vonnis van 12-3-1942 door echtscheiding ontbonden);
Van links naar rechts: Judith Steps, haar tante Tru Steps, Stien Dirix en Marieke Frederix die ook met een Steps getrouwd was, namelijk Martin Steps; op de voorgrond Piet Decker junior, een zoon van An Steps. Deze foto is genomen toen Pierre Steps trouwde. Dat feest werd meestal thuis gevierd en familie en bekenden kwamen helpen om vlaaien te bakken en te bedienen en alles voor te bereiden.
Maar Tru Steps tweede van links foto woonde ook in Catsop even de straat af ze is 1933 gescheiden en naar Maastricht verhuisd we gaan kijken waar ze de woning had.
Het huis van Tru Steps en Willem Stienen lag eigenlijk rechts achter deze poort. Te zien is nog het kleine afdakje, dat was vóór hen de woning. Ook lag er nog een schuur aan vast. Martin Daemen, een broer van de vrouw van Pie Steps neemt deze woning over van Tru Steps en gaat hier wonen. Hij komt hier wonen wat we straks zien toen hij vanaf Lindenheuvel met zijn kinderen hier naar toe komt.
Dit is de huidige situatie op het einde 2022.
Het zevende kind .
Hubertina Sibilla, geb. 30-12-1894 (get. Servaas Thissen uit Geulle,Sibilla Nijsten), ov. Limmel ca. 1954, tr. 21-6-1918 Hubertus Esschenbach, geb. Meerssen 27-11-1895, (zn. van Wilhelmus Echenbach en Helena Gelissen), glasarbeider;
Achtste Kind
Peter Hubert / Petrus Hubertus, geb. 30-4-1898 te Kevelaer (get. Petrus Gilissen, Elisabeth Hendrix, Petronilla Tissen),mijnwerker,tr. te Elsloo 7-10-1921 Anna Maria Daemen, geb. 4-9-1900 te Boorsem (get. Martinus Daemen en Judith Steps, dr. van Jan Daemen en Elisabeth Houben) ;
Peter Hubertus Steps dit is Pie Steps wat in Catsop op het einde komt wonen en kom ik nog op terug omdat ik veel data over hem heb ga ik hier op verder onderaan maar alvast een foto voor dat hij getrouwd was.
Bovenstaand een foto van Peter Hubert / Petrus Hubertus / Pie Steps als jongeling, die in Catsop op Het einde komt wonen.
Het betreft een oude leger-foto. Op de kraag ziet men – waarschijnlijk – twee zwaarden die elkaar kruisen (cavalerie). De indeling bij de cavalerie kwam meer bij catsoppenaren voor. Reden was dat ze met paarden konden om gaan; die werden veel gebruikt bij de cavalerie.
Negende kind
Antoinette, geb. 6-2-1900 (get. Louis Claessens – uit St. Pieter – , Anna Marchal),tr. 9-2-1923 Willem Delbressine uit Stein, mijnwerker;
Bovenstaand: 1. An Delbressine 2. Lies Delbressine 3. Wim Delbressine 4. Antoinette (Net) Steps 5. Gerda Delbresinne 6. Bea Delbressine 7. Berb Titulaer 8. Willem Titulair 9. Mia Delbressine 10. Chris Delbressine 11. Berghs 12. Berghs 13. Pierre Titulair 14. Tien Delbressine 15. Pepels 16. Pepels
Foto afkomstig van Wim Titulair de namen komen van ut vreugere van Stein site .
Tiende kind
Maria Judith, geb. 11-2-1901 (get. Leonardus Claessens, Maria Rutten e.v. Petrus Gelissen), ov. te Brunssum 4-8-1971, tr. 1-4-1921 Jan Joseph Ummels uit Geulle, mijnwerker.Kind: * N.n. 23-1-1922 te Beek.
Wij komen haar nog tegen op andere foto’s straks
Onderstaand het bidprentje van Maria Judith Steps. Zij was getrouwd met de uit Geulle afkomstige Josephus Joannes Ummels. Een van hun kinderen is in Elsloo geboren. Blijkens het prentje is ze overleden in Brunssum.
Zo ver dus de kinderen van Pieter Steps en Hubertina Hendrix we komen ze op diverse foto’s dadelijk nog tegen.
Nu gaan we verder met een koppel die de woning overneemt op het einde Pie Steps en Anna Daemen maar dat gebeurt niet direct Pie en Anna gaan eerst in Geleen wonen waar dat kan ik u ook zeggen.
Onderstaand een advertentie waaruit blijkt dat 19-09-1935 Pie Steps verhuist van Rozenlaan 22 (Lindenheuvel) naar Catsop. Zij zwager Daemen verhuis van Rozenlaan 24 naar Eindstraat 15, Catsop.
Krantenartikel 19-09-1935 en hier word beschreven dat Pie Steps als zijn zwager Martin Daemen van Lindenheuvel terug naar Catsop komen vanuit de rozenlaan.
Dit is nu de Rozenlaan 22 en 24. Maar of dat ook in 1935 zo was, is zeer de vraag. Dit betekent wel dat hun eerste kinderen ook hier zijn geboren: Pierre Steps, Lies Steps, Martin Steps, Annie Steps, Huub Steps, Harrie Steps Judith Steps. Paula Steps deze weet ik niet zeker en René Steps in Catsop.
Waarschijnlijk kenden Pie Steps en An Daemen elkaar al in Catsop. Pie had volgens het kadaster de woning in Catsop al in 1926 op zijn naam staan dus het kan zijn dat hij het in de tussentijd verhuurd had. Hij verbouwt het nog eens in 1950.
Even terzijde. De overgrootvader van An Daemen, Thomas Daamen trouwde met Maria Elisabeth Penders en deze laatste is geboren Op den dries. Een kleinkind van hun zoon Jan Hubert Daemen, geboren in Boorsheim trouwt met Elisa Catharina Petronilla Houben (Lies) ook van Boorsheim. En dat zijn de ouders van Anna Daemen. Ook zij wordt geboren in Boorsheim. Haar broer Martin Daemen is nog in Vroenhoven geboren. Vervolgens verhuizen ze naar Catsop, waar nog enkele andere kinderen worden geboren.
Lies Houben staat in de deuropening; of het Anna is die de trap af komt is nog de vraag. Voor het overige zijn hier geen namen van bekend.
Dit huis heeft nog lang bestaan en op de foto kan men zien dat de woning van Steegmans er nog voor lag; dat is later afgebroken maar die achterste woning bleef intact zo vertelde de familie. Maar mogelijk heeft de familie Daemen tussendoor ook nog elders gewoond (wordt vervolgd).
Dit is de familie Daemen, ook bedoeld om nog zoveel als mogelijk de namen te kunnen achterhalen. 1 ? 2 Martin Daemen; 3 is Anna Daemen die zich verstopt had achter haar moeder; 4 Reinier Daemen ? 5 ? 6 Pie Steps die aan het kijken is wat zijn echtgenoot is aan het doen; 7 Lies Houben; 8 Jan (Sjeng) Daemen; 9?
De vier geslachten. In de stoel Lies Houben met baby Annie, rechtsboven haar dochter Anna Daemen. Links boven de dochter van Anna Daemen, Annie Steps.
Originele doopakte van Pie Steps en Anna Daemen, afgegeven ten behoeve van het huwelijk met Anna Daemen.
Zoals aangegeven kwam Pie Steps in 1935 met Anna van Geleen naar Catsop en stort zich gelijk in het vereningingsleven: zie onderstaand bericht. Pie nam – niet zonder eigen belang – het initiatief voor de Bond voor de grote gezinnen.
Met schrijft 1937. Wat opvalt is dat bij het vijfde kind een bonus wordt toegekend van Fl. 2,50.
Onderstaand een bericht uit 1938.
Ook bij het bouwen van woningen moest er rekening gehouden worden met de grote gezinnen door verlaging van de rente en een boottocht voor de kinderen.
1949: hier word gemeld dat Pie Steps als houwer zijn zilveren dienstjubileum kreeg.
Een foto van het gezin van Pie Steps en Anna Daemen.
Vanaf linksboven: Lies Steps, Martin Steps, Annie Steps, Huub Steps. Onder van links naar rechts: Harrie Steps, Pie Steps (vader); Paula Steps, Anna Daemen-Steps (moeder) en Judith Steps. Niet alle gezinsleden staan er op. Waarschijnlijk is deze foto genomen in oorlogstijd. Pierre Steps (de oudste) was onder gebracht bij de Duitsers tijdens de oorlog bij de Arbeitseinsatz was tijdens de Tweede Wereldoorlog de wettelijk verplichte inschakeling in de nazi-Duitse oorlogseconomie van jonge mannen uit bezette gebieden om de arbeidskracht van Duitse mannen te vervangen, die als soldaten dienst deden. Op weigering stonden straffen of er volgden represaillemaatregelen. Door (Theodoor) Reubsaet van op den dries kwam naar Pie toe om hem te waarschuwen dat zijn zoon Pierre aan de mijn stond vermoedelijk had hij verlof gekregen maar dat wist natuurlijk niemand. Maar Pierre Steps ging niet meer terug samen met Gus Claessen doken ze onder in eerste instantie bij de wiesvrouw (voedvrouw) in Stein . Toen de jongste geboren werd had de wiesvrouw (de voedvrouw) Pierre in de koffer gedaan van haar auto om zijn jongste broertje Rene te laten zien . Daarvoor zijn ze ondergedoken in het bunderbos regelmatig kwamen de Duitsers controleren maar familie Steps had een tip gever die hun van te voren inlichtte als ze kwamen .Later kreeg ik nog een verhaal van de overleving dat ze ook ondergedoken waren in de oude zandgroeve in de Horsterweg Catsop.
Ook had Pie Steps en Anna nog een bakoven en varkensstal op een andere plaats .
Op dit punt waar nu het waterbassin ligt lag vroeger het bakhuis en varkenstal van Steps-Daemen.
Nu volgen nog een aantal fotos van de familie Steps-Daemen soms zonder namen als iemand iets meer weet zal ik deze er bij zetten.
Deze foto zou genomen zijn in Lourdes. Niet alle personen zijn bekend. Boven, tweede van links is An Daemen met daarnaast haar broer Martin Daemen ? en rechts Pie Steps.
Pie Steps was uiteraard lid van de mijnwerkersbond en als er processies waren liepen ze met de vlag en aanhang mee in de processie.
V.l.n.r. Pie Steps, kapelaan Houben, dhr Brorens, pastoor Biermans, Pjèr Jeurissen, Sjeng Dobbelstein en Harie Kremers. Naast het vaandel van de fanfare Thei Daalmans. Naast het vaandel van de mijnwerkersbond Giljam Janssen (Bron Hein Kremers). Verder nog een vlag van de werkliedenbond.
Onderstaand nog een aantal naderhand ingekleurde foto’s.
Huwelijksfoto van Huub Steps en Bertha Collard.
1. Martin Steps 2. Jan Collard 3. Huub Steps 4. Jan Collard 5. Pie Steps 6. Anna Daemen 7. Maria Elisabeth Gerarts (Uikhoven ) 8. Jan Collard.
Van links naar rechts 1. Huub Steps 2. Martin Steps 3. Marieke Fredrix 4. Tjeu Fredrix
Trouwfoto van Judith Steps en Sjir Martens
1. Martin Steps 2. Annie Steps 3. Stien Dirix 4. Paula Steps 5. Huub Steps 6. Judith Steps- Ummels 7. Marie Steps (Luik) 8. Lies Steps 9. Pierre Steps 10. Martha Steps-Theunissen 30. Bertha Collard 11. Rene Steps 12. Sjir Martens 13. Judith Steps 14. Harrie Steps 15. Pie Steps 16. Anna Daemen
Trouwfoto Pierre Steps.
1Marieke Frederix 2. Martin Steps 3. Angelien Daemen (zus van An Daemen) 4. ? 5. ? 6. Stien Dirix 7. Mathieu Lemmens 8. Louis Vroemen? 9. Martin Daemen (broer van An Daemen) 10. Judith Steps 11. Net Vranken (vrouw van Martin Daemen) 12. ? 13. Net Steps- Delbersine (zus van Pie) 14. ? 15. ? 17. Huub Steps 18. Sjang Franssen (Man van Angelien Daemen) 19. Pierre Steps(bruidegom) 20 ? 21. Martha Theunissen (bruid uit Bunde) 22. ? 23. Rene Daemen (broer Anna) 24. Gerda Coumans-Daemen 25. ? 26. Paula Steps 27. ? 28. Tru Steps (zus van Pie) 29. Pie Decker 30. Harrie Steps 31. Lies Steps 32. Jan Steps 33. Marie Steps (zus van Pie Steps) 34. ? 35. An Daemen 36. Pie Steps 37. Annie Steps 38. Jan Daemen 39. Bea Delbersine 40. Janny Lemmens 41. ? 42. Piet Decker 43. Annie Decker
1 Sjeng Meurkens ? 2. Pierre Steps 3. Martha Theunissen 4. ? 5. ? 6. Huub Martens 7. ? 8. Funs Martens 9. ? 10. ?11. ?12. ? 13. ? 14. ?15. ? 16. ? 17. Bertha Collard 18. ? 19. Harrie Steps 20. Huub Steps 21. Judith Steps (getrouwd met Ummels, zus van Pie) 22. Lies Steps 23. Stien Dirix 24. ? 25. Marieke Fredrix 26. Martin Steps 27. Pie Decker 28. Annie Steps 29. Rene Steps 30. Rienier Daemen (broer van An Daemen). De vrouw tussen 21 en 25 is Marie Steps, zus van Pie Steps.
Paula (links) en Judith Steps.
Judith Steps en Wies ?
Judith Steps (links) en Stien Dirix
Boven van links naar rechts 1.Sjeng Cremers (Don Camilo) 2. Greet Dassen 3. Albert Cremers; onder Judith Steps en op de voorgrond Stien Dirix.
Judith Steps, Louis Vroemen en Stien Dirix
Deze foto staat ook in het boek van Catsop. 1. Martin 2. Huub 3. Lies 4. Pierre 5. Harrie 6. Paula 7. Judith 8. Pie 9. Rene 10. An Daemen 11. Annie.
Nog een recentere foto. Met waarschijnlijk: vlnr. Judith, Paula ,Lies, Harrie (tweede rij:) René, Martin. Vooraan Annie, Pierre, en Huub.
Dit was mijn verhaal over de familie Steps maar er kan altijd aan gevuld worden .
Mijn dank wil ik uitspreken aan de familie Steps voor de foto’s en verhalen verder Wiel Mesters voor de tekstverwerking en de stamboom.
Mijn bedoeling is de geschiedenis van Catsop weer te geven, met name door een relatie te leggen tussen het ontstaan – maar ook weer verdwijnen – van woningen in de diverse straten en de daarmee verbonden gezinnen en families. Gegevens zijn ontleend aan de diverse openbare aktes, eerst van kerkelijke registers, later via bevolkingsregisters (geboorte, huwelijk, overlijden), het kadaster, bidprentjes, krantenberichten enz. Mijn dank gaat ook uit naar de grote hoeveelheid gegevens, foto’s enz. die ik van diverse besproken families heb ontvangen. Aldus hebben namen ook gezichten gekregen.
De Franse tijd
Elsloo telde in die tijd (1796) 597 volwassenen en 272 kinderen, en daar viel ook Catsop onder.
Voor de beschrijving van Catsop en zijn inwoners is als startpunt het jaar 1796 gekozen, de eerste Franse telling van woningen en hun bewoners onder Frans bewind. Bij de uitvoering van de telling werd een bepaalde volgorde in acht genomen: telling begon op de hoek nu Kempken, dan Daalstraat, naar Het Einde en dan naar Op den Dries.
De Fransen wilden weten hoe oud iedereen was; dat om de aanvullingen in het leger te kunnen plannen. Daarom zetten ze ook de burgerlijke stand op. Ze liepen de straten na en schreven voor ieder huis op wie er woonde, het beroep en de leeftijd. Men ging ook belasting heffen op het bezit aan grond en daarvoor werd een kadaster opgezet.
In de periode 1795-1814 was het grondgebied van de tegenwoordige Nederlandse en Belgische provincies ingelijfd bij Frankrijk. Bij de wet van 5 september 1789 werd de dienstplicht voor alle bewoners van het gebied ingevoerd. Dus ook voor Catsop; alle mannen tussen 20 en 25 jaar en ten minste 1.60 m. groot (later met 5 cm. verlaagd) werden opgeroepen. En er vond een loting plaats in Meerssen en omdat dit vaker terug komt in verschillende families volgt onderstaande toelichting.
Toelichting op ‘loteling’.
Had men een bepaalde leeftijd werd men opgeroepen voor Franse dienst en dat werd bepaald door middel van loting in het kantoor Meerssen. De conscrit (loteling) moest zich eerst op het gemeentehuis laten inschrijven in het zogenaamde Journal du Maire pour servir à l’inscription des conscrits. Daarbij kon hij aangeven wat zijn lichaamsgebreken zijn en of hij in aanmerking kwam voor een vrijstelling. Wie te klein was of een te zwak gestel, is niet geschikt. Daarnaast konden sommigen een beroep doen op een bijzondere regeling, omdat zij een oudere broer hadden die al in het leger diende, of de oudste zoon was van een weduwe en bijdroeg aan haar levensonderhoud.
Uit het journaal werd een alfabetisch register, de liste alphabétique des conscrits, samengesteld. Daarna vond de keuring en loting plaats. Door middel van een houten trommel met een draaizwengel werden lotnummers getrokken. Waren er bijvoorbeeld honderd man nodig, dan vielen de degenen met lotingsnummers 1 t/m 100 in de prijzen en moesten zij opkomen; degenen met hogere nummers waren vrijgesteld van dienst.
Een liste de tirage werd opgesteld en na verloop van tijd kreegt de aangewezen dienstplichtige een mededeling zich op een bepaalde plaats en tijd te melden bij het Franse leger.
Bovenstaand voorbeeld dit betreft Jean (Jan) Collard, een van mijn voorouders uit Geulle. De eerste Kolom staat zijn nummer 8063 dan volgt zijn naam en de naam van de ouders en zijn kenmerken, lengte etc. De tweede kolom geeft aan wanneer hij zich bij het Corps moet melden en er staat of iemand een remplaçant (vervanger) heeft gehad; dat is hier het geval. In de derde kolom valt te lezen welk Bataljon en compagnie. In de vierde kolom de functie, in dit geval geweerschutter. De laatste kolom geeft aan wanneer hij de dienst heeft verlaten en of hij gesneuveld is.
De Bokkenrijders.
De Franse tijd volgde op een andere huiveringwekkende periode zo midden 18e eeuw: de tijd van de Bokkenrijders.
In het boek ‘Ze hingen in drie reysen’ staan verschillende verhalen die betrekking hebben op de bokkenrijders van Catsop.
Overvallen, inbraken, mishandelingen, arrestaties, folteringen, veroordelingen en openbare executies vormden de hoofdkenmerken van een periode uit de streekgeschiedenis, waaraan velen vol afschuw of schrik terugdenken. De streek werd geteisterd door “eene groote en berugte bende nagtdieven en knevelaers, gauwdieven en goddelozen”, in de volksmond ‘bokkenrijders’ genoemd; die naam kregen ze pas naderhand.
Ze noemde zich zelf onderling kameraden of broeders. De rechters maakten ze uit voor alles wat slecht was.
We weten niet alles over deze periode. Wat we wel weten is dat er veel honger heerste en veel ziektes onder dieren en mensen (virussen) voorkwamen. Mensen gingen ook stelen – vaak met hele families – om hun kinderen te voeden. Ze verzetten zich tegen de kerk en het openbaar gezag maar deze onderdrukten met harde hand. En dit was in veel plaatsen in Europa. Maar ze waren niet altijd en overal arm. Soms hadden hun activiteiten ook een politieke lading of was er sprake van patriottisme; men trachtte een revolutie op gang te brengen, wat de Fransen later wel lukte.
Voor het verkrijgen van bekentenissen werd veel geweld gebruikt. Soms kwamen de autoriteiten er achteraf achter dat iemand helemaal niet schuldig was maar bekende van ellende. Maar er zullen zeker bokkenrijders in Catsop zijn geweest die al dan niet gegroepeerd hebben deel genomen aan berovingen. De schepen (wethouders) hadden ook belang bij veroordelingen, omdat zij werden betaald uit de geconfisqueerde bezittingen van de veroordeelde.
Waar bekend neem ik het onderwerp ‘bokkenrijders’ mee bij mijn verhalen van families.
Sommige mensen verzwegen lange tijd angstvallig hun afstamming van een van de ‘beruchte’ bokkenrijders. Er waren veel mensen die zich schaamden dezelfde familienaam te dragen als een lid van de vermaarde bende. De taboes rond deze groep mensen uit de 18e eeuw ebde eerst generaties later weg.
In Catsop zijn veel nazaten van de bokkenrijders. Bijna iedereen heeft er wel een in zijn stamboom zitten.
En als men denkt dat toen de Fransen kwamen alles beter werd, was dat een misrekening. Zij namen de kerk wel alle onroerend goed af en verkochten of verpachtten dat aan de boeren die dat konden betalen, dus de grote boeren. Maar ook keerden sommigen gevluchte bokkenrijders terug naar Catsop.
Het Geloof
Elsloo was door zijn vrijeheerlijkheid katholiek maar sommige dorpen om ons heen niet. Als men met iemand uit Beek wilde trouwen, moest dat twee keer gebeuren: voor de kerk in Elsloo en Hervormd in Beek, ook nodig om de bezittingen in Beek te kunnen behouden.
Oude beroepen.
Uit de diverse aktes blijkt dat de meeste mannen ‘landbouwer’ waren, en dat was men al als men een geit had; ook vaak voorkomend: wever, wolspinner, dagloner, los werkman, schoenmaker, schrijnewerker, radenmaker, kleermaker, herbergier, smid. Bij vrouwen werd in historische aktes ook wel het beroep van dienstmeid, naaister vermeld.
Een aparte vermelding verdient de aanduiding van ‘brikkebekker (dagloner).
Zo rond 1840 trokken de mensen naar Duitsland om stenen te bakken, in de mijn te werken en voor andere werkzaamheden omdat de economische toestand daar beter was.
Ze gingen vaak met hele gezinnen, dus werden er ook kinderen geboren. Komt men in een stamboom een Duitse plaats tegen, dan waren de ouders meestal brikkebekkers. Ook in Catsop trokken er velen richting Duitsland.
Het was een seizoensgebonden werk, dus in het voorjaar vertrokken ze en in het najaar kwamen ze terug. Men verdiende niet slecht en liet hier dan huizen bouwen of verbouwen en kochten land. Zo ontkwam men aan de armoede. Maar armoede is ook vaak hoe de buitenwereld er tegen aan keek; zelf voelden ze dat vaak niet zo.
Wat een leven …
De familiestambomen tonen vaak een grote schare aan kinderen. Niet in de laatste plaats onder invloed van de kerk. Maar de kindersterfte was schrikbarend. Naar huidige maatstaven was alles ‘slecht’: huisvesting, gezondheidszorg, voedsel, onderwijs, (kinder)arbeid enz. Het is lang geleden en nu zijn het ‘slechts’ namen, maar het verdriet om het kind dat bij aangifte – als dat al gebeurde – met ‘geboren zonder leven’ werd aangeduid of na enkele dagen, weken, maanden, jaren na geboorte kwam te overlijden, zal niet anders zijn geweest dan in de huidige tijd. Maar ook tieners en twintigers: er was weinig zekerheid dat ze de vijftig haalden. Het leven was hard en meedogenloos.
Ook kinderen die illegitiem geboren werden (zonder een met naam genoemde vader) kwamen in vele stambomen voor. Anticonceptie was er niet of was verboden; ouders die de partner niet accepteerden etc. Vaak werd er bij een later huwelijk toch ‘gewettigd’.
Kadaster.
Een kadasterkaart uit 1686 van het archief Elsloo (Catsop). Rechts is Catsop men ziet de daalstraat, Het einde, Den Dries. Het kapelletjes staat er ook op getekend zal er wel anders hebben uit gezien in die tijd. Links is het Terhagen. .
De kaart laat zien dat al in de 17 eeuw huizen op de kaart staan. De precieze betekenis ervan moet nog na worden gegaan, maar toch zijn sommige percelen met huizen niet veranderd. De huizen uiteraard wel: er is aangebouwd – meestal door familie – later hoger gebouwd, er werden stenen om heen gemetseld er zijn er gesloopt of verdwenen door brand etc. Er zijn ook huizen die werden verplaatst. Dit lijkt misschien vreemd, maar in die tijd en ook later werden huizen afgebroken en met het houten geraamte ergens anders weer opgebouwd.
Het waren in die tijd lemen huizen of voor de rijkeren van hout; daken waren meestal van stro maar er waren er al met leisteen.
Het kadaster werd ingevoerd in de Franse tijd. De eerste grote verandering met invoering van met elkaar corresponderende perceelnummers en leggers dateert van ongeveer 1842. Er ontstaan gemeenten op basis van de indeling van de Fransen die daarvoor het grondgebied van de oude heerlijkheden hadden gebruikt. Gedurende de tijd dat België bij Nederland hoorde lagen de kadastrale activiteiten stil. De kaarten zijn wel getekend, maar de leggers niet ingevuld. Na de definitieve toewijzing van Limburg bij Nederland begint men in 1842 in Elsloo (Catsop) met de namen in te vullen in de leggers. Dus de eerste kadaster gegevens worden dan genoemd als O.A.T. en S.A.T.
Toelichting van het kadaster . OAT wat betekend dat, met een sectieletter en perceelnummer, ook onderzoek gedaan kan worden in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) en de Suppletoire Aanwijzende Tafel (SAT). De OAT’s zijn overzichten, vastgesteld bij de aanvang van het Kadaster in 1832 voor Elsloo (Catsop) pas 1842. Hierin staan naast de naam van de eigenaar ook gegevens over het soort perceel (huis, weiland, water), de oppervlakte en de belastbare opbrengst. Alle wijzigingen op de OAT’s, dus ook nieuwe eigenaren, werden tot 1844 bijgehouden in de SAT’s. Deze wijzigingen werden aangegeven met verwijzing naar het zogenaamde leggerartikel, de Kadastrale Legger. Vanaf 1844 werden alleen wijzigingen in de percelen bijgehouden, dus bijvoorbeeld samenvoeging of splitsing, verandering van de belastbare opbrengst en dergelijke. De SAT’s werden in 1863 afgeschaft. En dan komt het nieuwe kadaster met leggers en hulpkaarten etc.
Tussen de eerste (Franse) telling van 1796 en tweede telling (gemeente archief Elsloo 1821) zit 25 jaar. Er is dus ook weer bijgebouwd, verkocht, verhuurd, afgebroken etc. Maar sommige families bleven generaties lang op één plaats wonen, of de woning wordt door een aangetrouwde overgenomen of aangebouwd of een schuur werd bewoonbaar gemaakt. Daardoor ontstond weer een andere familienaam op dezelfde plek of naast de originele woning. Kadasterkaarten zijn beschikbaar van 1820, 1880 en 1910 en een van latere leeftijd. Daar staan kadasternummers op: Catsop had sector B.
Andere bronnen van gegevens.
Het kadaster vormt de grootste bron van informatie. Daarnaast zijn vindplaatsen schepenbanken, M.v.S. (memories van successie, opgemaakt bij overlijden om te bezien of er belasting op de nalatenschap werd geheven), bokkenrijdersboeken enz. De uitdaging is deze gegevens te koppelen aan de gegevens van geboorte, huwelijk en overlijden uit de kerkelijke en gemeentelijke aktes en bevolkingsregisters met adressen: die waren er al in 1850; ik heb die van 1880 en 1890. Onvolledigheden en onjuistheden zijn soms niet te vermijden; ik sta graag open voor aanvullingen en verbeteringen.
Guus Smeets 2022
Familie Steps
0. Inleiding
Het in beeld brengen van de geschiedenis van de familie Steps kan – voor een deel – niet zonder de samenhang aan te geven met de geschiedenis van de familie Sillen.
Het gezin Gerardus Steps-Joke Sillen is het oudste in Catsop vanaf 1796. Het mannelijk geslacht zet de naam voort en dat betekent dat er in Catsop meer families – met name vanuit de vrouwelijke lijnen – zijn ontstaan door en vanuit dit gezin. Maar dit is het begin van de stamboom van de familie Steps uit Catsop die zich later uitbreidt naar verschillende andere takken, en niet alleen in Catsop.
Joke (Ida) Sillen stamt af van de familie Sillen – Hendrix. Zowel de naam Sillen als de naam Hendrix zijn zeer oude families die zijn terug te voeren naar de 17 eeuw in Elsloo of Catsop. De familie Hendrix is een familie die heel veel nazaten in Catsop heeft en heeft gehad. Maar niet iedere Hendrix hoeft weer familie te zijn van de andere Hendrix. Verwarrend is ook de grote verscheidenheid aan schrijfwijzen van deze naam.
Het verbinden van een familie aan een woonplek vormt ook een onderdeel van de zoektocht. Zo kan de naam Steps-Gillissen worden gelinkt aan Het Einde en de familie Tilmans-Steps aan de Daalstraat. En heel veel later Steps-Daemen aan Het Einde.
Het overzicht wordt voorafgegaan door (een deel van de) stamboom. Aan de hand van onder meer kadastrale gegevens, (Franse) bevolkingstellingen, bevolkingsregisters, aktes, foto’s en brieven zal de plaats die de familie Steps in Catsop heeft verworven, verduidelijkt worden.
Met betrekking tot de stamboom nog het volgende.
De stamboom dient ter ondersteuning van de tekst en wil samenhangend in- en overzicht geven. Alle gegevens zijn verkregen uit openbare publicaties; aanvullend zijn enkele gegevens gekregen van de familie, die toestemming gaf voor verwerking. Waar mogelijk zijn zowel de namen van de geboorteaangiftes als de doopnamen weergegeven. Soms is er ook een roepnaam. Tevens zijn de namen van de getuigen gegeven, wat de naamgeving kan verklaren. (Bron Wiel Mesters). De namen zijn weergegeven zoals die in de aktes zijn opgenomen; daardoor zijn er veel verschillende schrijfwijzen van familienamen – tot voorbij midden 19e eeuw konden veel mensen lezen noch schrijven, dus namen werden ‘genoemd’. Ook bij data kunnen verschillen optreden: tot 1797 waren er slechts kerkregisters die uitgingen van de datum van doop. De registers van burgerlijke stand werden eerst in de Franse tijd ingevoerd en tot 1820 gesteld in de Franse taal. Napoleon introduceerde daarnaast ook een andere dag, maand en jaartelling; bij het ‘omrekenen’ kunnen ook verschillen ontstaan. Gebruikte afkortingen: geb.-geboren, get. – getrouwd, ov.-overleden, begr.-begraven, zn.-zoon, dr.- dochter, get.- getuigen, wdnr.- weduwnaar.
Steps-Sillen
Deze afbeelding komt uit de originele Franse namenlijst van 1796. Te zien is dat Gerardus Steps getrouwd met Joke (Ida) Sillen. De lijst laat de namen zien van drie kinderen, maar aangezien de Fransen met name waren geïnteresseerd in toekomstige soldaten, werden kinderen jonger dan 10 jaar niet meegenomen.
Gerardus Steps, geb. ca. 1756, uit Peer B. (aktes: ‘Perensis’, zn. van Clement Steps en Maria Helena Stevens) schoenmaker, ov. te Catsop 17-9-1821, ca. 65 jr.(akte: 68 jr.), wonende te Beek, tr. 23-4-1780 Maria Ida Sillen (Joke), uit Catsop, ged. 10-6-1749, (get.: Claudius Sillen en Maria Ida Hendrix) ov. 24-11-1823, 74 jr. (aangifte door zoon Joannes en halfbroer Herman Sillen), dr. van Joannes Sillen – ged. 21-2-1712- en Margaritha Hendrix (tr. 8-10-1747 te Elsloo; zoon: Claudius, ged. 19-7-1748, ov. 2-8-1748. In akte wordt t.a.v. halfbroer, Herman Sillen, vermeld ‘uit Bretagne, Frankrijk’, tr. Marie Cornelia Mees(s)en. Kinderen: * Joannes, geb. 4-1-1793; * Claudius, geb. 5-9-1803, dagloner, ov. Catsop 1-10-1921 – aangifte door ‘broer van overledene’ Joannes Sillen, dagloner, wonend te Catsop -; * Maria Elisabeth, ov. 26-11-1813).
Kinderen:
Maria Helena, ged. 20-1-1781, (get. Martinus Martens, Maria Gilissen en Clemantis ( Claudius?) Steps, ov. te Meers 4-3-1837, begr. in Elsloo. Volgt 2.1.
Joanna Catharina, ged. 24-3-1783, (get. Claudius Sillen, Joanna Steps), ov. Catsop 23-3-1805 (akte: ‘cordonnier – schoenmaker – te Catsop); kind: * N.n. 1-3-1805 ‘Qui paucis post momentis obiat’ – direct na geboorte overleden- .
Maria Margaritha, ged. 12-4-1786 (get. Joannes Pisters, Cornelia Meessen), dagloonster,ongeh., ov. Catsop 23-7-1811, 25 jr. ‘waterzucht’;
Anna Catharina, ged. 13-4-1792 (get. Martinus Hendrix, Maria Meesen, Cornelia Maria Rutten), begr. 15-6-1793.
Zoals u ziet stichtten twee kinderen een gezin en deze gaan we straks volgen.
Toen Gerardus trouwde woonde hij dus in Beek en verhuisde naar Catsop, volgens de tellingen moet dat Op den Dries zijn geweest. De stiefmoeder van Joke Sillen woonde er nog en ook haar halfbroer. Dus we gaan kijken waar het geweest kan zijn, maar het blijft een aanname omdat ik niet over alle gegevens beschik. Maar zoals met alle historische zaken is niets helemaal zeker.
Kadasterkaart uit 1820 gemaakt door de Fransen. De naam van de huidige wegen is er bij gezet en de nummers zijn iets duidelijker gemaakt. Maar soms werden schuren als huizen gebruikt en weer andersom. En huizen werden opgedeeld, soms zelfs in vier woningen. Omdat het hier om familie Steps gaat zijn de laatste woning B316 en B315 nu niet relevant. We zitten hier in sector B (Catsop). Aan de overzijde – b.v van B332 – zijn geen huizen ingetekend, maar die waren er wel. Die vielen onder sector C (Elsloo), maar ze hoorden wel bij Catsop. Het betreft dus een kadastrale grens. En B325 en B326 en de woning er naast B1133 en B1134 en B1135 zijn gedeeld en de laatste heeft een schuur in het midden.
Dus we kunnen ons beperken vanaf B332 tot en met B1135. Veel van deze woningen werden bewoond door de familie en nazaten van Hendrix of waren mogelijk anderszins familie van elkaar.
Onderstaand een toelichting op de herkomst van de woonsituatie van Steps. Het betreft de originele lijst zoals de Fransen dit opschreven, alhoewel we niet precies weten of ze van de weg af telden als er meerde woningen waren. Daarvoor zijn andere gegevens nodig.
NB! Verbeterde versie overgenomen van ‘Heemkundesnippers Maasstreek’.
Vergelijken we de oude situatie met de huidige, dan zien we het volgende. Beginnend bij B332 vanaf de Dreesjpool laat de situatie van 1820 nog een stal of schuur zien. Maar die was er niet in 1796; daarvóór was het een boomgaard van de overburen.
Situatie van 2021. Het huis aan de rechter zijde is B332 en zag er toen heel anders uit. Dat is nu Op den dries 30.
De eerste woning rechts (leem of hout) is op de kaart van 1820 perceel B332. De woning was in 1796 bewoond door Godfried Hendrix en Petronella Willems uit Ulestraten. Geurt (Godfried ) was strodekker (dakdekker), de enige in Elsloo (Catsop). Hij is een zoon van Pieter Hendrix, een bokkenrijder die verbannen was uit Elsloo. Pieter Hendrix had het gerecht betaald om zijn woning op Het Einde kunnen behouden, dus arm is hij niet geweest. Geurt Hendrix’ moeder, Maria Beij, woonde bij de Franse telling op Het Einde bij haar zoon. In 1820 woonde op B332 Joannes Reijnaerts. Later neemt een dochter deze woning over, hetgeen in latere stukken wordt bevestigd. Geurt Hendrix is naar Het Einde vertrokken; hij had daar nog een woning gehuurd of geërfd. Wat nog te vermelden valt is dat Joannes Reijnaerts na hem in de woning trekt, tezamen met zijn tante, Ida Hendrix, een zus van de bokkenrijder Pieter. Ida Hendrix stierf in 1838. In hun M.V.S. werd t.a.v. Ida Hendrix vermeld dat zij in een woning heeft gewoond van burgemeester Frederix (Drossaard). Dat kan betekenen dat ze hier gehuurd woonde. Van Geurt Hendrix wordt in 1837 gemeld dat hij naast zijn broer Jan Hendrix en naast Jan Biesman woonde. En dat is op Het Einde.
B331 (het witte huis op onderstaande afbeelding)
Situatie 2021 Op den dries 35
Op B331 woonden in 1796 (gehuurd) Helene Menten en Peter Kessen 1796. Helene Menten was eerder getrouwd met Stefan Smeets (zoon van de bode Coenrades Smeets). Helene Menten was ook de dochter van bokkenrijder Michiel Minten Deze is opgehangen en woonde ook Op den dries, zoals men beschreef in het boek ‘Ze hingen in drie reysen’. Helene verhuisde later naar het Terhagen. In Catsop woonden ook de kinderen uit haar eerste huwelijk.
In de telling van 1820 wordt op B331 melding gemaakt van een zoon van Gerardus Steps en Joke Sillen, Jan Steps die getrouwd was met Maria Judith Lemmens uit Schimmert.
Deze woning komt later in bezit van Steegmans. Maar Jan Steps verhuisde van hier naar Het Einde. De in de lijst genoemde Gerardus is de opa van Pie Steps-Daemen. Zijn moeder Joke Sillen woont ernaast. In 1820 zijn de bewoners Lambertus Steegmans en Maria Ida Renkens of Rijnkens. Maria Ida Renkens, geboren Op den dries, schuin tegenover Steegmans, is afkomstig uit Stokkem. Een zus van Steegmans heeft ook hier gewoond, en wel een huis verder.
Gerardus Steps was in 1821 overleden. Het is de vraag of die telling klopt of is het een jaar later? Dit huis is gesloopt maar er zijn wel nog foto’s.
Bovenstaande foto is ongeveer van 1926 (bron Leufkens). De persoon is een nazaat van Steegmans en een bevestiging dat de familie Steegmans hier minstens een eeuw heeft gewoond. Dus hier heeft ook Joke Sillen, de echtgenote van Gerardus Steps gewoond. Aannemelijk is dat ook Gerardus Steps er woonde. Er zijn twee woningen te zien, die volgens de overlevering in het verleden door een onderaardse gang met elkaar verbonden waren. Men kon via de kelder van Steegmans door een gang naar het andere huis. Ook is op de foto te zien dat er nog een huis achter lag, dus dit huis is gesplitst.
Situatie 2021. Waar de bomen voor het huis staan, was de woning van Steegmans, daarvoor van Gerardus Steps- Joke Sillen. Nu Op den dries 34.
Dus hier kan Gerardus Steps met Joke Sillen gewoond hebben. Deze foto is van rond 1926 (Bron Leufkens ); de man op de foto is Steegmans, generaties later. Catsop heeft nog heel lang deze woningen gehad dus ze werden goed onderhouden. Het kan zo maar zijn de woning er al veel eerder stond. Zo zagen de meeste woningen en schuren er in het verleden uit. Vaak zijn er stenen omheen gemetseld ter versteviging voor het pannen dak en bouwde men er een verdieping op.
We weten dat Gerardus Steps en zijn zoon Jan Steps schoenmakers waren; dus werden hier klompen en schoenen gemaakt. Dat kan ook bij zijn zoon zijn geweest die naast hem woonde.
In 1796 woonden Augustinus Bours en Ida Hendrix (tante van Joke Sillen) achter Gerard Steps (B326). Deze Bours (eerdere schrijfwijze ‘Boers’) zou een zoon kunnen zijn van Michael Bours- Barbara Lenaerts. In 1820 staat deze woning leeg. In 1842 woont er weer een Bours in maar dan een Huntjes-Bours.
Bij de volgende woning komen we terecht in het (waarschijnlijke) geboortehuis van Joke Sillen.
We pakken de kaart er nog even bij.
We zitten nu bij B1135, B1134 en B1133. Dit zou dus allemaal van Sillen zijn. Maar Jan Sillen was in zijn eerste huwelijk getrouwd met Margaretha Hendrix en dat zijn de ouders van Joke Sillen. Het ziet ernaar uit dat hier al een verbouwing is geweest, want B1134 was in het verleden B324 en eigendom geweest van Bartholemeus Sillen, roepnaam Bartha. Hij was in het eerste huwelijk (1835) getrouwd met Anna Margaretha Steegmans. Anna stierf in 1839. Ze hadden twee kinderen samen. Daarna hertrouwd Bartha met Maria Helene Simons.
We zitten bij nummer 176 bij de Franse telling en we zien dat Jan Sillen senior al overleden is. Genoemd wordt de weduwe uit het tweede huwelijk van Jan Sillen, Maria Gilissen, 81 jaar oud. Uit andere gegevens blijkt dat dit 85 jaar zou moeten zijn, in die tijd een hoge leeftijd. Dit is dus de stiefmoeder. Vermeld wordt ook de halfbroer Hermanus Sillen van Joke Sillen, echtgenote van Gerardus Steps. Maria Gillissen, de tweede echtgenote van Jan Sillen, is ook geboren in Catsop. Ook haar stiefzoon Hermanus Sillen en diens echtgenote Cornelia Meessen, alsmede een broer van Hermanus genaamd Glaudin (Glaudius) Sillen worden vermeld. Hun zoon Joannes (Jan) Sillen geb. 1793 was nog te jong bij deze telling maar hij heeft wel nog gediend in het leger van Napoleon. Uit de stamboom valt op te merken dat er een melding uit Bretagne is van Hermanus Sillen. De strekking ervan is niet duidelijk.
Bovenstaand twee inschrijvingen in het Franse leger van Napoleon, beide van Elsloo. Jan Martin Vaesen komt uit Elsloo. Zijn ouders zijn Cristianus Vaesen en Anna Routen. Beiden zaten in hetzelfde regiment staat. De gegevens met betrekking tot Jan Sillen, neef van Jan Steps, zijn correct weergegeven.
Deze telling is van 1820 en hier staat Jan Sillen al op met zijn vader en moeder en oom Claudius. De naam Meessen kwam in Terhagen veel voor.
Dit is nogmaals de woning van Steegmans, vroeger van Steps (gehuurd) en links achter de woning het geboortehuis van Joke Sillen (bron Guus Peters). Een mooi voorbeeld hoe de huizen en schuren er uit zagen in het verleden. Ze waren laag gebouwd, meestal van leem op een fundering van maaskeien.
Later zal de woning van Sillen gekocht worden door Schreurs en daarna door de gemeente.
Foto van de jaren 50. Links de woning van Schreurs, voorheen Sillen. Rechts in de vroegere jaren van Driessen 1870 (leem); daar is dus ook weer steen omheen gemetseld.
De huidige situatie 2021. De woning rechts is er nog steeds maar geen enkele woning was hier in 1796 en 1820 tot aan de woning met steiger. De rechter woning ontstaat in 1870, gelegen rechts van Driessen.
Deze foto is van de jaren dertig. Het eerste huis links was in 1820 het huis van Jan Steps, maar had toen een geheel andere vorm (leem of hout en veel lager). Daar achter lag het huis van Hendrix en dan Reijnaerts. Rechts van de foto zien we de eerste twee huizen met een poort. In het midden was in 1796 een huis van Bovens en daar achter met schuur het huis Van Rijckens of Renkens.
De bokkenrijder Legros uit Beek trouwde een generatie eerder met een dochter van Renkens. Legros speelde een grote rol in het noemen van namen b.v. van De Lange Snieder (Pieter Penders Op den dries). Literatuur meldt dat de vrouw van Pieter Penders, Maria Ida Hendrix, een zus was van de bokkenrijder Pieter Hendrix. Het waren neef en nicht en waren geen familie van de moeder van Joke Sillen.
Gerard Steps stierf in 1821; zie onderstaande Memorie van Successie. Zoals te lezen valt bezat hij roerende noch onroerende goederen, net zomin als (gebruiks)rechten.
M.V.S. van Gerardus Steps uit 1822
Het eerste kind van Geradus Steps – Joke Sillen
2.1. Magdalena Steps; Willem Vrancken
Maria Helena / Marie Hélène (Magdalena), ged. 20-1-1781, (get. Martinus Martens, Maria Gilissen en Clemantis ( Claudius?) Steps, ov. te Meers 4-3-1837, 56 jr., begr. in Elsloo, tr. 11-4-1809 Wilhelmus (Guillaume, Willem) Vrancken / Vranken (zn. van Pierre Vrancken en Marie van Raij) dagloner, uit Klein Meers, wdnr. van Anna Lochs), (get. o.a. Margaretha Steps. Kinderen (geb. te Meers, ged. in Elsloo):
Maria, geb. 10-12-1809 (get. Margaretha Steps en Mathias Vrancken);
Petrus / Pierre / Pieter / Peter, geb. 20-4-1816, (get. o.a. Maria Judith Lemmens) dienstknecht, wonend te Rekem, ov. te Mechelen 12-1-1840,ongeh.;
Maria Margaritha / Marie Margarethe, geb. 9-5-1819 (get. Joannes Sillen, Barbara Vrancken – e.v. Henricus Martens – , Josephus Fredrix). tr. 11-7-1844 te Boorsem Joannes Penders, geb. 18-8-1821 te Cothem, dagloner. Kind: * Maria Elisabeth, geb. 4-3-1858, (Nicolaas Penders, Joseph Fredrix, Elisabeth Steps); tr. 6-9-1909 te Elsloo Antonius Smeets uit Meers.
Maria Ida, geb. 17-9-1822, (get. Bartolomeus Leroij ‘uit Perensis’, Barbara Ramaekers ‘uit Vucht’);
Willem, geb. 8-10-1826 (get. Willen Aerts, oom).
Onderstaand de Memorie van Successie naar aanleiding van het overlijden van Magdalena Steps. NB!: Memories van Successie ( (M.v.S.) werden opgemaakt door de Belastingdienst en gaven een overzicht van de lasten en baten van een nalatenschap. De Memorie vormde de basis voor het heffen van successiebelasting).
Het blijkt dat Magdalena geen bezittingen had in Catsop en ze woonde in Meers.
Het vierde kind van Geradus Steps – Joke Sillen
2.2 Jan Steps, Judith Lemmens
Joannes (Jan, Jean) Gerardus / Gerard, ged. 13-7-1789 (get. Herman Sillen, Joanna Steps, Christina Steps), dagloner,schoenmaker, ov. te Catsop 4-7-1873, 83 jr., tr. 8-2-1816 te Ulestraten Marie Judith Lemmens, geb. Vliek / Schimmert (dr. van Pierre Lemmens en Jeanne Marie Kengen), ov. Catsop 27-3-1851, ca. 60 jr. Kinderen, geboren te Catsop:
Jean Gerard (Gerardus), geb. 28-4-1817, (get. Geradus Steps, Anna Maria Kengen, Josph Fredrix, Maria Ida Sillen), schoenmaker, tr. te Beek 2-10-1843 Marie Judith Voogts / Voogds uit Beek. Volgt 3.1.
Joanne Marie, geb. 21-4-1819 (get. Joannes Lemmens, Maria Ida Sillen, Joseph Fredrix) ; tr. 1. te Beek 12-11-1842 Willem Coumans uit Klein Genhout, (zn. van Stefanus Coumans en Maria Elisabeth Limpens), geb. te Beek 31-12-1819, dienstknecht, ov. Beek 17-12-186; tr. 2. te Beek 17-4-1866 Cornelis Simonon uit Vlijtingen (B), 49 jr., wdnr. van Gertrudis Elisabeth Courage, ov. te Groot Genhout 5-11-1869.
Maria Elisabeth, geb. 30-6-1821, ov. te Beek 6-4-1895. Kinderen: * Joannes / Jan, geb. 7-12-1846 (get. Philippus Joseph Fredrix, Maria Judith Lemmens, Guillinius Coumans); * Peter Hubert, geb. 11-8-1852. Volgt 3.2.
Maria Margaretha, geb. 9-2- 1828 (get. Bartholomeus Sillen, Maria Margaritha Mulders, Petronilla Lenaarts),ov. 23-2-1828, 14 dgn. oud ;
Anna Catharina, geb. 11-7-1829 (get. Franciscus Severens, Anna Catharina Vermeeren, Philip Joseph Fredrix) tr. te Elsloo 10-11-1858 Joannes / Jan Gilissen/ Gelissen. Volgt 3.3.
Een korte toelichting bij genoemde personen.
Het eerste kind Jan Gerard Steps is nog geboren Op den Dries en hij is de stamvader van de familie Steps die later op Het Einde gaat wonen, b.v. de familie Pie Steps-Daemen .
Het derde kind is Maria Elisabeth Steps. Ook zij is van betekenis voor Catsop. Haar eerste huwelijk was met Jean Pierre Hermans uit Hulsberg. Voor Jean Pierre Hermans was dit het derde huwelijk. Er worden 4 kinderen geboren. Maria Elisabeth had voor het huwelijk reeds twee kinderen: Jan Steps en Peter Hubert Steps. Peter Hubert Steps trouwt met Anna (Maria Catharina) Pijpers, geboren Op den Dries. Uit dit huwelijk ontstaat later de familie Tilmans (Daalstraat), want Nic Tilmans trouwt met Anna Catharina Steps.
Het zevende kind, Anna Catharina Steps, trouwt met Jan Gillissen. Dit gezin blijft ook in een van de woningen op Het einde wonen. Later bewoond door de familie Bongers.
Verzamelkaart van ongeveer 1815 met (toen) in het midden de Mariakapel genaamd Beldhuysken en die naam had de kapel al in het verleden. Te zien valt dat de woning of schuur er al is waar Jan Steps-Lemmens gaat wonen.
B 1129 en B1130 huis en tuin van Jan Steps. Kadasterkaart 1820.Dus toen woonde de familie Steps nog Op den dries .
Bovenstaand de percelen van Jan Steps; ook worden twee familieleden vermeld, neven van Jan Steps, Barthlemeus en Jan Sillen (oud Franse dienstplichtige ) en Paulus Penders, hij was een kleinzoon van Petrus Penders de bokkenrijder. Bovenstaande zijn gegevens uit het O.A.T. en S.A.T. (zie voorwoord kadaster).
Bovenstaand de Franse telling 1796. Op 161 staan de bewoners van B486, het huis naast Jan Steps –Lemmens. Mathijs Hendrix woonde er met zijn oom (Willem), familie van Jan Steps en ook van Steegmans -Renkens (de oma van Renkens wordt hier geboren). Dus het kan zijn dat er op de plaats waar Jan Steps straks gaat wonen geen huis was maar een schuur (aanname). Ook omdat hier sprake is van een omnummering. Een indicatie kan zijn het hogere kadasternummers B1029, terwijl het verder allemaal lagere nummers zijn. B487 staat niet op de kaart maar wordt wel vermeld als eigendom van de zoon van Mathijs Hendrik. Mogelijk is er sprake van een verdeling in de familie. In die tijd was deze schuur (woning) veel lager. Later pakte men die schuur in door er stenen er om heen te metselen en een verdieping er op te zetten. En dit werd steviger en dat moest wel om het pannen dak te dragen. Ook omdat de mensen na Mathijs Hendrix in de Franse telling Op den dries woonden. Na twee broers staan Hendrik en Peter Penders; er staat bij dat ze arm dat waren omdat hun vader was opgehangen. En in veel archieven wordt er melding van gemaakt dat Penders Op den dries heeft gewoond, later Lenaerts. De echtgenote van Pieter Penders, Maria Lucia Hendrix, was familie van deze Lenaerts: haar moeder heette Lenaerts. Catsop heeft nog heel veel oude gebouwen op dezelfde plaats, wel ze zijn allemaal verbouwd, maar het hoofdgebouw van een paar eeuwen geleden is vaak nog zichtbaar, verpakt in metselwerk. Zo is aannemelijk dat Jan Steps – Lemmens deze schuur van binnen heeft verbouwd tot woonruimte. En steeds werd er uitgebreid.
Dit is het huis waar Mathijs Hendrix (1796) in die tijd woonde (B486). In 1820 woonde er zijn zoon Henricus Hendrix-Grieten en zijn moeder. Waarschijnlijk hoorde de schuur bij deze woning. Later vertrekt Henricus naar Maasmechelen. De woning wordt verkocht maar niet aan familie; later komt de woning toch weer in handen van Steps.
De woning zoals anno 2021. Wanneer Jan Steps precies met zijn familie vanaf Op den dries hier naar toe is komen is niet bekend. Zeker is dat zij in 1842 hier woonden. Buurman Hendricus Hendrix, een zoon van Mathijs Hendrix, woonde in 1820 ernaast, maar hij is gestorven in Mechelen (België). Is dus verhuisd. Dus die oude woning van de foto lag naast de witte woning van heden aan de overkant van de weg van Het einde.
Vanaf 1863 biedt het kadaster zekerheid over de bebouwing en verbouwing. De straat Het Einde heeft in het verleden verschillende namen gehad: de weg naar het veld, Eindstraat. Probleem is ook dat de huisnummers (bepaald door de gemeente) niet bleven corresponderen met de kadastrale aanduidingen; huisnummers waren er al vanaf 1850. Immers een kadasternummer blijft totdat een verandering plaats vindt ten aanzien van het perceel.
Dit is de eerste legger van het kadaster van 1863 en de overgang van het kadaster naar het nieuwe systeem. Er wordt vanaf dat moment niet meer gewerkt met het OAT en SAT. Te lezen valt dat Jan Steps nog steeds eigenaar is en ook zijn beroep is nog schoenmaker. In 1863 was zijn vrouw Judith Lemmens al overleden (1851).
Rond 1864 of eerder wordt deze woning door de kinderen van Jan Steps en Judith Lemmens in drieën gesplitst. Mogelijk wordt de schuur in verschillende percelen verbouwd. En bouwt Jan Steps senior nog een schuur aan zijn woning.
Men kan goed zien dat met betrekking tot deze woning gegevens zijn overgenomen van het vorig kadaster; men ziet het jaartal 1843 met nummers.
Na het overlijden van Judith Lemmens is in 1851 een M.V.S. opgemaakt (onderstaand).
Alle kinderen worden vernoemd. Ook Elisabeth Steps woonde met haar toen 5 en 11- jarige zonen in dit huis, maar staan niet genoteerd. Gerardus Steps woonde in het Terhagen (Elsloo) en zal later hier ook komen wonen. Joanna Maria Steps was al getrouwd met Willem Coumans en woonde in Beek.
Ondertekend door Jan Steps zelf en Van Hees, burgemeester, en woonde in Catsop, nu ijsboerderij.
Nu het nieuwe kadaster is gerealiseerd hebben we een nieuwe toevoeging erbij in de vorm van de hulpkaart en kunnen we zien hoe de woning is ingedeeld door de familie in 1863.
Dit is de hulpkaart uit 1863.De woning is helemaal gesplitst: B1519 Elisabeth Steps, B1518 Gerardus Steps, B1517 Anna Catharina Steps, B1516 Jan Steps senior. B1520 was de tuin van Anna Catharina Steps .
Dit is B1516. Te zien is de schuur, maar of deze ook al aanwezig was in 1820 kan niet worden bevestigd. De schuur zou wel eens de werkplaats van schoenmaker Jan Steps en later misschien ook zijn zoon Gerardus kunnen zijn geweest.
Deze foto is van internet en niet van Steps maar een voorbeeld van vroegere tijd van een schoenmaker (ook: corduwener, de naam corduwener komt van de naam van het leer uit de Spaanse stad Cordoba).
In 1873 overlijdt Jan Steps en wordt de woning B1516verkocht.
De woning is overgenomen in 1873 door Nicolaas Bongaerts.
3.1
Jan Gerard /Jean / Joannes Gerardus, ged. te Elsloo 28-4-1817, (get. Geradus Steps, Anna Maria Kengen, Josph Fredrix, Maria Ida Sillen), schoenmaker, ov. te Catsop 2-12-1853, tr. 2-10-1843 te Beek Maria Judith Voogds / Vooghs / Vaes / Voogts / Vaags / Laugs, geb. te Beek 11-6-1814 (dr. van Jan Pierre Voogds en Marie Hélène Leenders) ov. te Elsloo 9-6-1878, 66 jr. Kinderen:
Maria Helena, geb. te Beek 10-7-1844, (get. o.a. Joannes Steps), ov. Terhagen 27-4-1851, 6 jr. oud;
(Maria) Elisabeth, geb. te Beek 8-4-1846 (get. o.a. Maria Elisabeth Steps), ov. te Elsloo 21-5-1882, 36 jr. , tr. 8-12-1880 Lambertus Janssen, geb. te Beek, 8-5-1816, 64 jr. ( zn. van Peter Janssen en Sibilla Wanten), herbergier / kleermaker, wdnr. van Cornelia Vrancken;
Jan Peter, geb. te Terhagen 25-8-1849 (get. o.a. Petrus Steps), wonend te Catsop, tr. te Elsloo 8-11-1880 (Anna) Hubertina Hendrix , geb. Terhagen 28-4-1858, ov. Catsop 1-4-1916, 57 jr., (dr. vanMartinus Hendrix, landbouwer, en Cornelia Dolmans). Volgt 4.1
Als we uit gaan van de geboorte van Jan Peter Steps (de vader van Pie Steps-Daemen) woonde Gerardus Steps vanaf 1849 in Terhagen .Maar dit stond ook al vermeld bij de M.V.S Het eerste kind overlijdt aldaar op 6 jarig leeftijd.
Het tweede kind Maria Elisabeth Steps, geboortig in Beek, trouwt met Lambertus Janssen uit Elsloo. Het was het derde huwelijk van Lambertus; later trouwt hij nogmaals. En uit deze vier huwelijken wordt één kind geboren dat in leven blijft, nl. uit zijn eerste huwelijk met Maria Catharina Cardoes,
We gaan verder met Gerardus Steps –Voogds. Zoals blijkt wordt deze naam op veel verschillende manieren geschreven. Vaak kwam dat door de ongeletterdheid dus bij een aangifte schreef de ambtenaar de naam op zoals hij die hoorde / begreep.
Gerardus, de opa van Pie Steps -Daemen is hier al overleden. Hij woonde dus al 1853 Catsop. Jan Peter Steps, de vader van de later Pie Steps -Daemen was toen pas 3 jaar. Ook zijn zus Elisabeth staat hier vermeld. Zij was bij overlijden 7 jaar. Deze legger is pas van 1864, dus jaren later.
Hun moeder Maria Judith Vaessen of Voogds is in 1878 overleden en toen is er een M.V.S gemaakt.
Vermeld wordt dat er geen onroerende goederen waren; mogelijk waren die al verdeeld onder de twee kinderen. Dat had ook ‘ondershands’ kunnen gaan want toen hun vader overleed waren ze nog minderjarig. Elisabeth zet een handmerk met een kruis, dus ze kon niet schrijven en Peter Steps heeft ondertekend .
We gaan verder met Peter Steps, de vader van de latere Pie Steps-Daemen.
Dit is een kadasterkaart uit 1880. Zo te zien is er nog niet heel veel veranderd aan de woning van Peter Steps B1518.
Situatie 2022: het witte huis is B1517 Gilissen –Steps, dat was vroeger lager; later verhoogd met een verdieping. Rechts is B1518 Peter Steps-Hendrix.
Vanaf ongeveer de schoorsteen links was B1518 en rechts daarvan B1519. Natuurlijk zag het er in die tijd wel anders uit.
De tweede legger. Te zien valt dat Peter Steps de woning heeft overgenomen. Aangezien hij al eerder in 1880 was getrouwd is het aannemelijk is dat hij in het begin hier samen met zijn moeder gewoond heeft. Zij stierf in 1878.
Onderstaand het bevolkingsregister 1880.
Hun eerste kind Jan Gerard staat genoemd; hij is ongeveer 5 maanden oud geworden. Hun tweede kind, Anna Catharina Steps, overlijdt op 21 jarige leeftijd aan de tering. Hun eerste adres staat er op: Catsop 23
Het tweede bevolkingsregister vanaf 1890 biedt wat meer duidelijkheid.
het adres Catsop 23 wordt C 40. Bevolkingsregisters zijn er al vanaf 1850 en zijn belangrijk voor onderzoek. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen eigendom en huur.
Hier zien we Pie Steps voor zijn huis met Huub Peerbooms; ze zijn op de duiven aan het wachten . Vanaf hier volgt voor deze familie een deel 2 Steps-Hendrix en Steps-Daemen.
Het derde kind van Jan Steps -Judith Lemmens was Maria Elisabeth. Zij is in Catsop blijven wonen op B1519.
Maria Elisabeth(a), geb. 30-6-1821 te Catsop, naaister, ov. te Beek 6-4-1895. Kinderen: * Joannes (Jan), geb. 7-12-1846 (get. Philippus Joseph Fredrix, Maria Judith Lemmens, Guillinius Coumans), ov. 1873 Nederlands Indië; * Peter Hubert, geb. 11-8-1852. Volgt 4.2. Tr. 4-10-1857 Joannes Petrus (Jean Pierre, Peter) Hermans, geb. 18-8-1813 te Hulsberg (zn. van Mathieu Hermans en Maria Elisabeth Schellings; wdnr. van Maria Anna Gorissen, ov. 5-4-1856 te Nuth, eerder wdnr. van Maria Anna Duijzings, ov. 4-1-1842 te Berg en Terblijt; get. Petrus Kicken, Ludovicus Albrechts), dienstknecht,wonend te Catsop. Kinderen:
Marie Elisabeth, geb. 28-7-1858, (get. Joannes Steps, Anna Maria Lemmens),naaister, tr. 8-11-1880 te Elsloo Petrus (Pierre) Joseph Achten, geb. 20-11-1859 te Vissoul (B), winkelier, landbouwer, ov. 18-12-1941. Kinderen: * Maria Elisabeth, geb. 18-2-1881; * Elisabeth Florentine, geb. 4-3-1883, tr.9-1-1913 Theodorus Pass uit Cothem; * Anna Maria, geb. 15-7-1885 te Eupen, tr. 5-11-1909 Auguste Hubert Willem Fredrix; * Jan Marius, geb. 25-3-1887;* Anna Maria, geb. 22-12-1888, tr. 16-1-1917 Hendrikus Jacobus Spronkmans uit Boorsem; * Pierre Leonard, geb. 28-3-1891; * Jan Hubert, geb. 19-5-1893, tr. 18-11-1921 Maria Regina Coumans; * Maria Hubertina Mechtildis, geb. 22-10-1895 (aangifte door Jean Gelissen, bij verhindering van de vader), tr. 5-5-1923 Mathias Houben uit Swalmen; * Maria Josephina, geb. 16-8-1898, tr. 23-4-1927 Joannes Janssen uit Frechen (D);* Maria Catharina, geb. 26-6-1903, tr. 2-1-1925 te Stein met Joannes Martinus Gorissen uit Stein;
Joannes Hubertus, geb. 22-5-1860 (get.Hermanus Hermans, Anna Catharina Steps, Joseph Fredrix), tr. 21-10-1887 Maria Anna Hubertina Marchal uit Beek. Kind: * Elisabeth Hubertina, geb. 21-4-1888 (get. Niacolaas Marchal en Elisabeth Steps), tr. 12-10-1935 Lambertus Minette;
Marie Margaretha, geb. 15-10-1864 (get. Johannes Hubertus Coumans, Margaritha Vrancken, Jacobus Lensen.
Foto van 2022. De woning zou ongeveer rechts van de schoorsteen hebben gelegen .
Elisabeth (Lies) heeft dus meegedaan aan de deling; in 1864 of eerder was ze eigenaar van deze woning, maar in 1864 is het definitief samen met Pieter Hermans.
Dit is het bevolkingsregister uit 1880 van Lies Steps- Hermans. Het voorafgaande exemplaar bleek onvindbaar. Er staat vermeld dat Lies in 1893 is verhuisd naar Beek en haar dochter. Vermoedelijk is ze bij hun zoon gaan wonen. Ze verkoopt de woning in 1894. Maar onder aan de lijst zien we haar zoon staan die haar naam draagt: Peter Hubert Steps. Hij woonde in Duitsland en Maastricht. Hij verhuist naar Catsop en gaat hier – waarschijnlijk gehuurd – wonen.
Maar Lies had nog een zoon die niet vermeld was in dit bevolkingsregister. Onderstaand een (deel van een) krantenbericht uit 1873 met daarin de naam van Jan Steps. Hij is overleden in Nederlands Indië, Weltevreden Sluisbrug op Goenoeng Sahri.
Gelet op de jaren van geboorte en van overlijden zou hij ongeveer 27 jaar zijn geworden. Hij is in 1867 vertrokken met een zeilschip genaamd Kosmopoliet.
De Kosmopoliet waarmee Jan Steps naar Indië vertrok maar niet terug keerde.
Weltevreden in Batavia in Nederlands Indië.
Het eerste kind uit het huwelijk van Lies Steps en Jean Pierre Hermans dat in Catsop geboren, is Maria Elisabeth Steps. Zij woonde later Op de Berg 2 (het voorlaatste huis vóór de bocht) Elsloo. Onderstaand een overzicht van de hand van Guus Peters.
Achten Pierre Joseph (Vissoul B ) – Hermans Maria Elisabeth
Landbouwer .
Huw. 09.11.1880
Kinderen:
Achten Maria Elisabeth 18.02.1881
Achten Elisabeth Florentina 1883
*Achten Anna Maria 1885
X August Hubert Willem Fredrix
Achten Jan Marius 1887
*Achten Anna Maria 22.12.1888
X Hendrikus Jacobus Spronkmans
Achten Pierre Leonard 28.03.1891
Achten Jan Hubert 19.05.1893
Achten Maria Hubertina Mechtildis 22.10.1895
Achten Maria Josephina 16.08.1898
Achten Maria Catharina 1903
*Opmerking: Twee kinderen dragen dezelfde naam: Anna Maria
1940 60 jarig diamanten huwelijk echtpaar van Achten-Hermans
Pierre Achten werd op 20 November 1859 in Vissoul (in de buurt van Huy) in België geboren. Zijn vader was Hubert Godefried Achten uit Elsloo. Zijn moeder Florentine Farge was gestorven toen hij pas elf Jaar oud was en hij werd sindsdien bij zijn grootmoeder (Alagondis Achten-Bours) in Elsloo grootgebracht. Hier kreeg hij kennis met Maria Hermans uit Catsop.
Zoals eerder vermeld werd het huis verkocht op 8 augustus 1894, het perceel was B 1519 Het einde.
Bovenstaand de kadastrale legger van hun woning, waar Jan Peter Steps, de vader van Pieke Steps, later is gaan wonen. Dus vanaf 1896 is het een woning geworden zoal het nu is.
Pieter Hubert Steps woonde in 1882 nog in Maastricht daar trouwt hij met een uit Catsop geboren Anna Pijpers van Op den dries.
4.2
Peter (Pieter) Hubert (Petrus Hubertus), geb. 11-8-1852 (‘niet erkende natuurlijke persoon’, get. Bartholomeus Sillen, Anna Catgarina Steps en Maria Barbara Penders), ov. 13-1-1922 door een noodlottig ongeval, dagloner, tr. 12-4-1882 te Maastricht (Anna) Maria Catharina Pijpers uit Elsloo, geb. 6-4-1853, ov. 26-9-1903 te Geulle, 29 jr., (dr. van Goswijn Pijpers en Anna Barbara Kindelein; bij huwelijk wordt Anna Maria, geb. Elsloo 23-11-1877, ov. 21-11-1931 te Meerssen, erkend). Kinderen:
Maria Elisabeth, geb. 19-7-1883 (get. Goswinus Pijpers en Maria Elisabeth Steps, e.v. Hermans). Kind: * Maria Hubertina, geb. 27-3-1901 (get. Petrus Steps en Agnes Schreurs, e.v. Joannes Pijpers); gewettigd bij huwelijk te Elsloo 3-9-1909 met Antoon Smeets, geb. Elsloo 9-8-1883, (zn. van Peter Smeets en Gertruid Thomassen), timmerman, wonende Groot Meers. Kind: * Maria Elisabeth, geb. 26-5-1914 (get. Nicolaas Timmersmans en Elisabeth Smeets uit Geulle).
Peter Hubert, geb. 7-10-1885 (get. Lambert Hermans, Elisa Pijpers), mijnwerker, ov. 13-12-1968, tr. 16-11-1916 Maria Catharina Janssen, geb. 26-10-1893 (dr. van Joannes Hendrikus Janssen, landbouwer, en Anna Elisabeth Lemmens). Kinderen: * Petrus, geb. 20-9-1917, (get. Petrus Steps, Anna Elisabeth Lemmens), ov. 5-2-1952 door een noodlottig ongeval te Lutterade, tr. 14-8-1942 te Munstergeleen Louisa Hermina V.d.Vorst; * Anna Elisabeth, geb. Berg 30-1-1921.
Anna Maria, geb. 19-7-1887 (get. Joannes Pijpers, Anna Catharina Steps, e.v. Gelissen),ov. 19-2-1967 . Kind: * Petrus Hubertus, geb. 23-12-1912 te ‘s-Gravenhage, gewettigd bij huwelijk 26-11-1915 met Wilhelmus Hubertus / Willem Hubert Janssen, arbeider, geb. Elsloo10-11-1890 (zn. van Joannes Hendrikus Janssen en Marie Elisabeth Lemmens). Kinderen: * Joannes, geb. te Elsloo / ’wonend te Berg’ , geb. 11-4-1916 (get. Joannes Janssen, Elisabeth Steps); * Hubertus, geb. 13-4-1918; * Catharina, geb. 26-3-1920 (get. Joannes Janssen, Catharina Steps) (Acht verdere kinderen; data onbekend) .
Anna Catharina, geb. 28-7-1889 (get. Joannes Pijpers, Anna Catharina Steps, e.v. Gelissen), ov. 1-8-1974; tr. 22-12-1911 Nicolaas Tilmans, geb. Elsloo 20-8-1883 ( zn. van Jan Arnold Hubert Tilmans, schoenmaker, kaarsenmaker, en Maria Elisabeth Otten), schoenmaker. Kinderen: * Petrus Hubertus, geb. 10-2-1913 (get. Petrus Hubertus Steps en Anna Maria Tilmans – uit Spaubeek-);* Maria Elisabeth, geb. 7-4-1914 (get. Joannes Arnoldus Hubertus Tilmans en Marie Elisabeth Steps), ov. 9-4-1914, 3 dgn. oud;* Joseph, geb. 13-2-1916 (get. Joseph Tilmans, Anna Maria Steps, ged. door Vicarus Hermans, tr. 21-5-1946 ..?; * Petrus, geb. te Catsop 15-6-1918 (get. Hubertus Steps en Maria Booten uit Ulestraten); * Joannes Petrus, geb. 19-6-1920 (get. Petrus Martens, Marie Janssen), tr. 3-9-1955 in Munstergeleen met Cornelia Neilen.
Zijn echtgenote Anna Pijpers is geboren op Het einde en is een zus van Bertje Pijpers de veldwachter en van Jacob Pijpers, de vader van Pater Pijpers. Anna is een dochter van Goswijn Pijpers en Anna Barbara Kindelein (in welke familie ook bokkenrijders voorkwamen). Goswin is geboren Op den dries .
Bovenstaand het bevolkingsregister uit 1882. Peter Hubert staat met Anna ingeschreven in Catsop. Verdere verhuizingen blijken uit onderstaand register (telling 1904).
Volgens deze gegevens uit het Bevolkingsregister zou Peter Hubert (Pieter) Steps met Maria Anna Pijpers gewoond hebben in het huis naast zijn moeder, maar dan wel gehuurd, want eigenaar was Jan Pieter Steps- Hendrix, de vader van Pieke Steps. Dat hij hier gewoond heeft is te zien aan het postadres C no 40, en dat heeft zijn neef ook. Na zijn vertrek van Catsop naar Geulle keert hij later weer terug naar Catsop. Dochter Maria Elisabeth en schoonzoon Antoon Smeets woonden, tezamen met het bij het huwelijk gewettigde kind Maria Hubertina, bij hem in. Te lezen valt ook dat zijn vrouw Anna Pijpers al was overleden in 1903. Er staat nog een nummer B26; mogelijk zou dat in Meers kunnen zijn. Volgens de telling van 1904 woonde Pieter ergens anders in Catsop en dat zou C 5a zijn. Bekend is waar nr. 5 is en ook 4 en 6; zie onderstaande recente foto. Te concluderen is ook dat verschillende kinderen in Maastricht werkzaam waren. Het vermoeden is, dat Pieter na het overlijden van Anna Pijpers in 1903 hier is komen wonen. De echtgenoot van Anna Catarina Steps genaamd Nicolaas Tilmans woonde enkele huizen verder.
Dus hier rechts in Daalstraat lag 5 en dan zal 5 a hier ook bij hebben gehoord. Hier woonden verschillende families, b.v. Wijnen, waaruit de familie Engelen ontstaat. Willem Engelen trouwt hier in bij Wijnen. Een huis verder, nr. 6, woonde Collard. Een huis naar rechts was van Reubsaet, dat rond 1890 er heel anders zal hebben uitgezien.
Deze verkoop op verzoek van de fam. Steps vond plaats in 1909. De vrouw van Peter Hubert Steps was toen al overleden. Het feit dat er alleen roerende goederen worden genoemd kan erop wijzen dat men gehuurd woonde. En het materiaal dat hij verkoopt laat zien dat hij landbouwer was.
Bericht uit de krant van 1922. Op 13 januari is de Peter Steps, dus de vader van de hierboven genoemde kinderen, op tragische wijze om het leven gekomen. Uit de overlevering blijkt dat zou gaan om het graven van een aerdlook (kelder). Dit is gebeurd toen ze het huis in de Daalstraat bij Nicolaas Tilmans aan het uitgraven waren. Nicolaas Tilmans was met een dochter van Peter Steps getrouwd.
Hierna volgt resterende informatie met betrekking tot de familie Steps. Niet steeds relevant voor de situatie in Catsop.
Het tweede kind van Peter en Anna Steps –Pijpers was Peter Hubert(us). Peter Hubertus Steps en Maria Catharina Janssen woonden in de Maasberg Elsloo. Verder fotomateriaal ontbreekt.
Het bidprentje van Peter Hubertus Steps.
Bidprentje van een zoon die een noodlottig ongeval had met een kraan in Lutterade.
Het derde kind van Peter en Anna Steps-Pijpers, Anna Maria Steps trouwt met Willem Janssen.
Bij de foto: Het gouden paar Janssen – Steps in het Armsterveld. ” (Bron Guus Peters)
GOUDEN BRUIDSPAAR
Op zaterdag 27 november a. s. hopen de echtelieden Janssen – Steps het feit te herdenken dat zij voor vijftig jaar in het huwelijk zijn getreden. Sinds 1921 wonen zij beiden een beetje afgelegen in het Armsterveld ver van de bewoonde wereld. De 75-jarige Willem Janssen is een bekwame mandenmaker en een groot gedeelte van de dag kan men hem dan ook in zijn werkplaats aantreffen waar zijn vaardige handen in korte tijd een fraai product tot stand brengen. Tuinieren is jarenlang een hobby geweest van Willem Janssen die geregeld met paard en wagen zijn zelfgekweekte producten in Elsloo aan de man bracht. Zijn 78-jarige echtgenote Anna heeft het al die tijd druk gehad met de huishoudelijke beslommeringen. Dat is niet bepaald eenvoudig geweest want tot 1962 is de woning verstoken geweest van elektrisch licht, terwijl het water over een afstand van 700 meter moest worden gehaald aan het Terhagen putje. Het gouden paar heeft tien kinderen. 39 kleinkinderen en vier achterkleinkinderen en de meesten daarvan zullen zaterdag in Elsloo zijn om het feest mee te vieren. Om half elf wordt in de St Augustinuskerk een plechtige H. Mis tot dankbaarheid opgedragen, waarna het feest ‘in de familiekring zal worden gevierd in zaal Fredrix te Elsloo
Hun woning vanaf 1921 in het Amsterveld. Willem werd ook wel aangeduid met ‘Willem oet ut veldje’.
Het bidprentje van Anna Maria Steps.
Familie Bericht van Willem Janssen
Het vierde kind van Peter en Anna Steps-Pijpers was Anna Catharina Steps. Zij trouwde met Nicolaas Tilmans.
Hier zien we Nicolaas Tilmans en zijn echtgenote Anna Catharina Steps met hun kinderen.
Dit zijn de kinderen van Peter Hubert Steps en Anna Pijpers bij gelegenheid van hun gouden bruiloft. V.l.n.r. Willem Janssen (oet ut veldje) Anna Maria Steps, Maria Catharina Janssen, Peter Hubert Steps, Nicla Tilmans, Anna Catharina Steps. Zus Marie Elisabeth Steps getrouwd met Smeets, ontbreekt.
Bovenstaand het bidprentje van Anna Maria Steps, het eerste kind van Anna Pijpers; ze was non in het klooster in Beek.
Toelichting: Reguliere derde orde
De derde orde wordt verdeeld in een reguliere en een seculiere tak. Reguliere derde-ordeleden leven in conventen. Zij leggen geloften af (de “derde regel”), die echter minder streng zijn dan die van de eerste en tweede orde. Leden van de derde orde verschillen voor het oog van de wereld niet veel van andere kloosterlingen. Ze worden aangeduid als broeders en zusters.
3.3
Anna Catharina, geb. 11-7-1829 (get. Franciscus Severens, Anna Catharina Vermeeren, Philip Joseph Fredrix), ov. 11-1-1891, tr. te Elsloo 10-11-1858 Joannes / Jan Gilissen/ Gelissen, tuinier, geb. te Meerssen 27-6-1827, (zn. van Stephanus Gelissen en Catharina Ramakers), ov. 28-7-1897, wonend te Amby, (get. Joannes Peters, Leonardus Gelissen). Kinderen, geb. te Catsop:
N.n. 2-11-1859 (dochter);
N.n. 27-1-1861 (zoon, door arts gedoopt);
Joannes Hubertus, geb. 15-5-1862, ov. 19-10-1948 Westdorpe, Zld., tr. Maria Bogaert;
N.n. 16-9-1864 (zoon, door vroedvrouw gedoopt);
N.n. 16-8-1865 (dochter);
Anna Maria, geb. 18-7-1867 (get. Anna Maria Coumans, Joannes Lenssen, Elisabeth Steps), ov. 17-3-1875, 7 jr. oud;
Jan Stefanus, (ook: Petrus, Pieter genaamd) geb. 6-11-1868, (get. Petrus Steps, Maria Gilissen), ov.13-2-1947, landbouwer, tr. 17-11-1897 Maria Rutten, geb. Elsloo 22-9- 1876, wonend Klein Meers (dr. van Laurens Rutten, landbouwer,en Anna op den Camp), ov. 23-12-1947. Kinderen, geboren te Catsop* Joannes, geb. 27-2-1901 (tr. 14-4-1928 te Maastricht Maria Anetta Klein); * Anna Maria, geb. 29-10-1903 (tr. 26-4-1930 Theodorus Smeets, geb. in Gelsenkirchen); * Maria Agnes, geb. 23-12-1907 (tr. 4-11-1939 Petrus Hubertus Smeets); * Petrus Joannes, geb. 25-7-1910, tr. 11-8-1939 te Spaubeek met Maria Hubertina Stevens; * Maria Josephina, geb. 6-4-1915;
Maria Hubertina , geb. 2-5-1871 (get. Hubertus Bongaerts, Mari Steps, Jacobus Lenssen), ov. 18-11-1896, ongeh.;
Maria Elisabeth, geb. 26-4-1874, ov. 1-1-1875, 8 mnd. oud.
Van de negen kinderen blijven er drie in leven; deze gaan we later bespreken.
Te lezen valt dat Anna en Jan Gillissen -Steps hier in 1864 een schuur hadden. Ze woonde in 1851 nog bij haar vader. Toe deze de woning in 1873 verkocht moesten ze van hun schuur een woning maken. Verhuisd zijn ze niet: hun kinderen worden in Catsop geboren.
En deze legger bevestigt dat bij B1517 in 1868 er sprake was van huis en stal. Het huis van haar vader werd verkocht in 1873.
Dus deze woning zou ter rechter zijde hebben gelegen van het kleine raampje.
Foto van zijkant. De contouren hoe het vroeger heeft uit gezien is met enige moeite nog te zien aan de trap in het metselwerk boven de deur. Bongers heeft daar in die tijd een verdieping op gebouwd .
Nog even de hulpkaart van 1864 erbij gepakt. Men ziet B1517.
Kadasterkaart van 1880. Bij B1517 is de oude woning van Jan Gilissen nog goed te zien. Thans niet meer goed voorstelbaar dat op B1517 B1519 en B1518 drie gezinnen woonden en op B1516 woonde in die tijd Bongaerts.
Bovenstaand twee bevolkingsregisters: van 1880 en van 1890. Op de bovenste staat hun adres en van hun drie kinderen: Catsop 25. Ook is aangegeven dat Joannes Gillissen uit Meerssen (Amby) afkomstig is en zijn beroep ‘tuinier’ was. De lijst eronder vermeldt ook Bongaerts, Maria. De familierelatie is onduidelijk; later vertrekt zij weer naar Amby.
In 1891 stierf Anna Steps en is er een M.V.S. gemaakt.
Op dat moment komt er een verdeling. Het huis B1517 1520 en 1516 was al hun eigendom. Met had dus al de hele linker zijde in bezit. Peter Gillissen en Maria Gilissen woonden nog ongetrouwd in. Wat opvallend is dat men hem ‘Peter’ noemden, terwijl hij zich Jan Stephanus Gillissen schreef. Uit de overlevering heb ik begrepen dat zijn roepnaam Pierre was. Bij overlijden werd zijn officiële naam Jan Stephanus gebruikt.
Zijn andere zoon Joannes Hubertus Gillisen werkte in Terneuzen en was bij de Marechaussee. Hij is in Zeeland blijven wonen.
Dus alles wat wit is was rond 1901van Pierre Gillissen en Maria Rutten.
Hulp kadasterkaart uit 1907. Er wordt veel veranderd aan het huis op Het Einde, reden waarom wat gearceerd is – bijgebouwd of verbouwd – wordt vernummerd.
Graag wil ik een dankwoord geven aan Wiel Mesters voor het maken van de stamboom en het corrigeren van teksten. Chrit Damoiseaux voor de zoektocht in registers etc. En de hulp van de site Genealogie in de drie Limburgenhttps://www.facebook.com/groups/egflimburg/ ook Historisch centrum Maastricht https://www.rhcl.nl/nl, het boek ze hingen in drie Reysen . Raadgever Guus Peters en iedereen die ik vergeten ben.