Leentje de Wever (Leonard Geurts, bokkenrijder)

Leentje de Wever is in 1774 na een rechtszaak en aansluitend oordeel verbannen uit Elsloo, en keert later terug in Catsop. We gaan terug in de geschiedenis in Catsop en gaan zoeken waar hij gewoond heeft. ‘Leentje’, zijn voornaam duidt erop dat hij niet groot van stuk zal zijn geweest, en wever was zijn beroep. Het weven was in die tijd voor velen de inkomstenbron. Men maakte vaak stof van vlas, in fabrieken of op een grote boerderij voor de vlasverwerking, ook bij molens. Midden in de 18e eeuw was in Europa geen katoen meer verkrijgbaar uit Indië, dus moest op een nadere manier worden voorzien in de behoefte aan stof en kleding. 

Bovenstaand de originele geboorte inschrijving van Leonardus Geurts, doopnaam Leonardum, geboren in Süsterseel op 6 juni 1741, zoon van Arnoldi Geurts en  Helena Lindeman. Doopgetuigen Leonardus Janssen (naamgever) en Anna Elisabeth Meulenbergh.

Of hij in Catsop terecht is gekomen via werk is niet erg waarschijnlijk, eerder door zijn echtgenote, Elisabeta Lemmens (Catsop; ze trouwen in 1766). Zij is een dochter van Houber Lemmens en Lucia Penders, maar een geboorte-inschrijving van haar ontbreekt. Aannemelijk is dat Elisbatha enkele jaren na de geboorte van haar broer Mathieus Lemmens (1727), dus ongeveer in 1729 of 1730 is geboren. Immers inschrijving in de burgerlijke stand was eerst sedert de Franse tijd in 1811 verplicht. Haar voornaam wordt op verschillende manieren aangegeven: Elisabeta,  Liesbeth, Catharina, en Anna Elisabeth. Reden was het niet machtig zijn van lezen en schrijven. Ten tijde van haar overlijden in 1811 was het wel verplicht een akte te maken en daar stond de bevestiging in dat ze inderdaad een dochter was van Hubert Lemmens en Lucia Penders.

Bovenstaand de originele huwelijk inschrijving d.d. 4 oktober 1766. Getuige is Jacob Penders, familie van Elisabeta Lemmens, Lucia Penders. Jacob Penders is een kind van een broer van Lucia Penders. De in de akte genoemde Maria Smeets zou familie van Penders kunnen zijn.

Leentje en Elisabeta kregen twee kinderen; zie hier onder.

Doopregister van Maria Helena Geurts. De doopgetuigen zijn een broer van Elisabeta Lemmens en de moeder van Leonardus Geurts, Helena Lindeman.

De tweede dochter is  Maria Lucia Geurts. Doopgetuige is Margarita Lemmens, een zus van Elisabeta Lemmens.

Zoals aangegeven zijn de moeder van Elisabeta Lemmens Lucia Penders, oftewel wed. Houb Lemmens. Uit het gichtregister (zie hieronder) kan worden afgeleid waar de latere woning van Elisabeta Lemmens was gelegen.

Ten overstaen van d’ondergetekende schepenen compareerde op heeden den 19 februarij 1750 den eers(aeme) Peter Penders, ingezeten van Hoensbroek, in huwelijk met Elisabeth Cilissen, den welke verclaerde bij titul van coop en vercoop op en overgedragen te hebben seeker huijs, camer en de helfte van een huijsweijde, groot ontrent eenen halven morgen, gelegen tot Catsop, soo en gelijk als aen hem comp(aran)t bij scheijdinge en deijlinge onlangs is toegevallen. Reijgen(oten): ter eenre Mathijs Habets, ter andere dheere Grave. Alhier, gelijk hij comp(aran)t in vollen eijgendom overdraegt, cedeert en transporteert mits deesen aen en in behoeft van de wed(uwe) Houb Lemmens, alhier present, en voorn(oemd) huijs, camer en weijde in coop accepteerende int’ geheel om en voor de somme van f 250, in mindernisse van alwelke coopprijs alhier is dienende alsulk capitaal van een honderd g(u)l(den)s in behoeft van d’erff(genaemen) Peter Hagens geweest, verclaerende hij cedent van de resteerende somme van f 150 gulden vergenoegt en voldaen te weesen, renuntieerende ten dien eijnde op d’exceptie van ongetelden gelde, daer over van ons geertioneert zijnde, spreekende mits dien voor goede gigte, cessie en transport, mitsgaders voor alle calengien en naemaeningen, soo binnen als buiten s’jaers, stellende en surrogeerende  vervolgens hij, cedent, de copersse over al in sijns cedents plaetze, steede regt en geregtigheijd, onder obligatie en verband als nae regten met consent in de realisatie deses waar nodig, welken volgens is de voorm(elde) coopersse int’ geceedeert land in deesen onder den voors(chreven) last van bovenstaende capitaal van honderd g(u)l(den)s gegigt en gegoed naar defer banke regt en in hoeden van regt gekeert, salvo jure cujus libet. Was geteekent ende gehandmerkt merk x van Peter Penders, teken van x wed(uwe) Houb Lemmens, verclaerde niet connende schrijven. L. van Hees, scab(inu)s Peeter Bovens, S. W. Roemers, secr(etar)is.

Vertaald

Op heden, 19 februari 1750, verscheen voor ondergetekende schepenen de eerzame Peter Penders, een inwoner van Hoensbroek, gehuwd met Elisabeth Cilissen. Hij verklaarde dat hij, bij wijze van koop en verkoop, een zeker huis, een kamer en de helft van een huisweide, ongeveer een halve morgen groot, gelegen in Catsop, heeft overgedragen, zoals hem onlangs is toegekomen door een scheiding en verdeling. De aangrenzende percelen zijn van Mathijs Habets aan de ene kant en van de heer Grave aan de andere kant. De Heer Grave is de kasteelheer en stelde deze woning waarschijnlijk ter beschikking aan zijn veldbode.

Hij draagt hierbij in volle eigendom over, cedeert en transporteert aan en ten behoeve van de weduwe Houb Lemmens, hier aanwezig, het genoemde huis, de kamer en de weide in hun geheel, tegen een bedrag van 250 gulden. Dit in mindering van het kapitaal van honderd gulden, zoals verklaard door de erfgenaam Peter Hagens, verklaart de cedent tevreden en voldaan te zijn met het resterende bedrag van 150 gulden, afstand doende van het recht op ongeteld geld waarover we geïnformeerd zijn, en verklaart dit als een geldige overdracht, cession, en transport, evenals voor alle schuldvorderingen en navolgingen, zowel binnen als buiten het jaar. Hierbij stelt en vervangt hij, de cedent, de kopers in zijn plaats, met volledige rechten, onder pand en verplichting volgens de wet, met toestemming voor de uitvoering hiervan indien nodig. De genoemde kopers hebben het overgedragen land onderworpen aan het bovengenoemde kapitaal van honderd gulden, overgedragen en gevestigd volgens de wet, behoudens enig recht van wie dan ook. Getekend en gemerkt met het merkteken x van Peter Penders, het merkteken x van weduwe Houb Lemmens, verklaarde niet te kunnen schrijven. L. van Hees, schepen. Peter Bovens, S. W. Roemers, secretaris.

Dus: Peter Penders (gehuwd met Elisabeth Cilissen) verkoopt voor 250 gulden een huis en een kamer en de helft van een huisweide aan de weduwe van Houb Lemmens (Lucia Penders). De verkoper had het verkochte goed onlangs geërf. De koper hoeft slechts 100 gulden te betalen.

Omdat 150 gulden nog ten laste stond van de verkopers (ze had dus geld geleend daarvoor) moest die lening worden terugbetaald aan de erfgenamen van Peter Hagens. Dat betekent ofwel dat de koper een erfgenaam van Peter Hagens was  die geërfd heeft, ofwel dat de koper van het huis, kamer en weide, de weduwe van Houb Lemmens, die obligatie overgekocht heeft van de erfgenamen Peter Hagens. Zo specifiek legt de akte het niet uit.

Het einde van de akte zijn bijna allemaal standaardzinnen die je vaker zal tegenkomen. ‘Renunciatie op de exceptie van ongetelde gelden’ betekent dat het te betalen geld bij het opstellen van de akte niet overhandigd werd in het bijzijn van de notaris, secretaris of getuigen, maar dat het geld ervoor reeds aan de verkoper werd overhandigd. Achteraf kon de verkoper niet klagen dat hij zijn geld niet had gehad.

Op het einde staat dat ze de last op het pand van (100 gulden) overneemt van de koper. Daarom krijgt ze 100 gulden korting op de verkoopprijs van 250 gulden.

Dat betekent dat de lening blijft doorlopen en de koopster jaarlijks rente dient te betalen aan de schuldeisers, te weten de erfgenamen van Peter Hagens.

Dus Lucia Penders, de moeder van Elisabeta Lemmens koopt dus hier een woning van Peter Penders en Elisabeth Cilissen ( later: ‘Celissen’). Elisabeth Cilissen is geboren in Hoensbroek en daar gaat Peter Penders ook wonen, aldus de  gicht. De naam Penders werd eerder ook geschreven als ‘Pendrez’. Maar wat is de relatie tussen Peter van Lucia? Het is familie, zo beschrijft de stamboom van Op de Camp (bron. https://www.genealogieonline.nl/.) Dan zou het een zoon zijn van een broer van Lucia Penders, genaamd Mathijs Penders. Zie onderstaande link.

https://www.genealogieonline.nl/stamboom-stein-en-omgeving/I47255.php

Onderstaand een gicht van Leonard Geurts;  hij kocht een stuk grond.  Dit ten overstaan van de heren J.Frederix, M.P. Frederix en J.W. Roemers, schepen van de Baronie van Elsloo. 10 Jaar later dezelfde personen die hem – tevergeefs zoals later zal blijken – naar de schandpaal wilden brengen.

Leonard Geurts koopt een stuk grond van Peter Lenders (kan later ‘Lenaerts’ zijn geworden) en zijn echtgenote Sibille Hagemans.

Het gaat om een stuk land van 48 roeden uit een stuk land van 144 roeden, liggend op de gebroken weide, uitschietend naar de Horsterweg en naast de weduwe van Jan Pijls. Hij moet wel erfpacht betalen aan de kasteelheer Grave.

Aangegeven wordt dat hij wederdeiling heeft, dus vermoedelijk zat er een vat rogge erfpacht op, en dat Leonard Geurts daar een derde van betaalt. Verder staat er dat de koop wordt geaccepteerd en een notaris het heeft bezegeld voor een bedrag twee en halve stuiver. ‘Was getekend, J.W. Roemers’; mogelijk had Roemers hier twee petten op: hij was Schepen van Elsloo en notaris van Maastricht. 

Bovenstaand de notariële  akte van 1769, getekend door J.W. Roemers. Moeilijk  leesbaar, maar waarschijnlijk dezelfde tekst als in het gichtregister.

Vijf jaar later, op 14 november 1774, wordt Leentje beticht van iets wat we niet weten, maar er is wel een oordeel over hem geveld blijkens een rechtszaak in Maastricht.


Sententie
……..In Zake
D’Edel Gestrenge Heer J.C.L.
De Limpens, Drossard
dezer vrij Heerlijkheijd en
Baronie Elsloo, nomine
officij Klager
……..Tegens
Leonardus Geurts fugitive,
ad valvas geciteerde en
beklaegde
  Visis actis als naementlijk
alle de verbaalen in zake gehouden, ons
decreet van Corporeele apprehensie ten
Laste van den Beclaagde gegeven, de
feijten van Belastingen en conclusie
van d’Heer Clager tegens denzelven fugiti-
ven genomen, en verders alle acten en
actitaten in zake ingedient en onder
behoorlijcken inventaris Gefourneert, en
op alles gelet, waer op te Letten stonde
of conde moveeren en signantelijk op
ons Decreet van versteck nae voorgaande
behoorlijcke, geaffigeerde en gerelateerde
Citatiën edictaal in zake opgevolgt,
Schepenen der vrij Heerlijkheijd en Baronie
Elsloo met assumptie der Heeren C. Otzeling
H. Milliard en H.M. Nijpels schepenen
der Heerlijckheeden Eijsden, Bemelen en
Mechelen op de Maese, mitsgaders van
een onpartijdig Regtsgeleerde ter manisse
van den Eerst præsiderende in zake in
Contumaciam Regt doende, Bannen
den voorsz. Beclaegde Leonardus Geurts
voor altoos uijt dese vrij Heerlijckheijd
en vrij Baronie, met interdictie van noijt
in dezelve te mogen verschijnen. op poene
van daar inne bevonden wordende, zwaerder
te worden gestraft. Met Condemnatie van
den zelven in de Costen en misen van
justitie ter onser Taxatie en moderatie
met confiscatie van goederen. Actum op
den ouden stadhuijze binnen Maestricht
nae bekomene territorium
Den 14 novembris 1774

J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi
C.Otzeling – H.M. Nijpels – H.Milliard

Gepronuntieert den 17. novembris 1774  na voorgaenden
klockenslagh aen de Kaeck tot Elsloo ten overstaen van
dheeren Drossard en Schepenen Röomers, P.Frederix,
Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassumeerte schepen
C. Otzelingh
me presente quod Testor
……..J.W. Roemers
……..Secretaris  

Deze verklaring is uitgesproken ‘aan de kaak’, en dat is in Elsloo.

Dat zou dan geweest zijn waar nu het kapelletje staat: kruising Kaakstraat, Raadhuisstraat (Straatje), daar werd dit oordeel uitgesproken maar Leentje was er niet, hij was gevlucht.

Hier onder een vertaling van het document.

Sententie

In de zaak van

De Edel Gestrenge Heer J.C.L.

De Limpens, Drossard van deze Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, in naam van het openbaar ministerie, de aanklager tegen Leonardus Geurts, voortvluchtige,

gedagvaard en

beschuldigde

Na kennis te hebben genomen van alle documenten in deze zaak, met name alle verslagen die in deze zaak zijn opgesteld, ons bevel tot de fysieke aanhouding van de beklaagde, de feiten met betrekking tot belastingen, en de conclusie van de aanklager tegen de voortvluchtige, evenals alle andere documenten die in deze zaak zijn ingediend en behoorlijk zijn geïnventariseerd, en na zorgvuldige overweging van alles wat relevant is en wat mogelijk aanleiding zou kunnen geven tot overweging, met name ons bevel tot verberging na behoorlijke, openbare en gerelateerde citaties in deze zaak, zijn de schepenen van de Vrije Heerlijkheid en Baronie Elsloo, met de aanwezigheid van de heren C. Otzeling, H. Milliard en H.M. Nijpels, schepenen van de Heerlijkheden Eijsden, Bemelen en Mechelen aan de Maas, evenals een onpartijdige jurist in de positie van de Eerst President in deze zaak, in afwezigheid van de beklaagde, recht doende in verstek, de hierboven genoemde beklaagde, Leonardus Geurts, voorgoed verbannen uit deze Vrije Heerlijkheid en Vrije Baronie, met het verbod om hier ooit nog te verschijnen, op straffe van zwaardere straffen als hij daar wordt aangetroffen. Met veroordeling van dezelfde tot de kosten en uitgaven van justitie, naar onze schatting en beoordeling, met inbeslagname van goederen. Gedaan op het oude stadhuis in Maastricht, na ontvangst van territorium (waarschijnlijk een juridische term). Op 14 november 1774.

J.W. Roemers – P. Frederix – A.M. Gudi C. Otzeling – H.M. Nijpels – H. Milliard

Uitgesproken op 17 november 1774 na het luiden van de klokken aan de Kaak te Elsloo, in aanwezigheid van de heer Drossard en schepenen Röomers, P. Frederix, Gudi, M.P. Frederix, J. Bovens en geassisteerde schepen C. Otzelingh.

“Ik getuig hierbij dat ik aanwezig ben”

Secretaris

J.W. Roemers

Dus die schepenen zoals J.W. Roemers die hadden verschillende petten op, hij was b.v. ook notaris in Maastricht,  dat was in die tijd de normaalste zaak van de wereld, er was toen nog geen sprake van het scheiden van machten, en een verbod op belangenverstrelling was er niet. Nepotisme (vriendjespolitiek ) was bovendien erg geliefd en gebruikelijk in die tijd. Hoe meer petten, hoe beter. Notarissen waren bijvoorbeeld vaak tevens procureur (advocaat) . Het feit dat Roemers schepen was van de bank Elsloo wil zeggen dat hij ook grote grondbelangen had in Elsloo, want zonder grondbezittingen werd je geen schepen.

Het begrip “Heerlijkheid” en “Heerlijke rechten” is nauw verbonden met het leenstelsel, ook wel feodalisme geheten. Het was gebaseerd op de gedachte dat op een stuk land een aantal rechten zaten zoals tolrecht, jachtrecht, het recht om er te wonen, akkers te bebouwen, het land te besturen en de inwoners op dat land fiscaal te belasten en te berechten indien nodig.

Een graaf of hertog kon die rechten naar willekeur in (bruik)leen geven aan een leenman. De graaf of hertog bleef dan wel eigenaar van de grond. Deze (bruik)leen kon gebeuren tegen betaling, maar werd ook wel gedaan als beloning voor militaire steun die de graaf had ontvangen van de leenman. Een dergelijke overeenkomst resulteerde in een heerlijkheid. De leenman in zo’n heerlijkheid had dus een soort contract met de landsheer. De rechten die de leenman (meestal “heer” genaamd) in leen kreeg, bestonden meestal uit het recht tot de benoeming van veel functionarissen zoals de pastoor, de kapelaan en de koster. Daarnaast mocht de leenman accijnzen, verschillende belastingen en tollen heffen.

(bron Rijckheyt )

 

Maar Elsloo was ook een Baronie.

Een baronie ( Latijns, baronia), is van origine een vorm van bezit of houderschap en een regeringsvorm waarbij de absolute macht bij één persoon berust, de baron, baanrots, bannerheer of baanderheer  Deze landsvorm ontstond in de late middeleeuwen binnen het leenstelsel. Het was een zogenaamde vrije heerlijkheid en het grondgebied werd door een vorst uit diens eigendom aan een persoon toegewezen voor bewezen militaire of andere diensten. De baron mocht op het slagveld een eigen banier voeren en leverde in de regel meer krijgslieden voor veldslagen dan andere ridders. (bron. https://nl.wikipedia.org/wiki/Baronie )

Dus de kasteel heer Grave d’Arberg had alle macht en recht over hetgeen er in Elsloo gebeurde. Maar als men het oordeel van Leentje leest ziet men dat de kasteelheer hulp heeft gezocht.

Waarschijnlijk is, dat Leentje al voorbeelden had gezien en gehoord waar het niet goed mee afliep.  

De voorafgaande lijst bevat namen uit het overlijdensregister van Elsloo van opgehangen Bokkenrijders. Er werd normaal geen inschrijving gedaan van de ‘goddelozen’ maar schijnbaar is er toch een los velletje bij het overlijdensregister gedaan. En hebben we het nog niet over de mensen die verbannen werden of gevlucht zijn. Dus heel veel gezinnen in Catsop waren ontwricht ze hadden kinderen groot of klein en moesten zich staande houden door en met familie. Bedelen mocht niet en zwerven ook niet. Hier staat ook een naam bij die ik nog niet ontdekt had en zeker nog ga onderzoeken. De rest is meerdere maten wel bekend.

Het ontcijferen van de Latijnse tekst bovenaan heb ik een poging ondernomen.

Bewaarde namen van de overledenen, lieve parochianen, die zijn verzameld in de registers die zijn ingeschreven zoals het kan worden gevonden in het vliegensvlugge schema na de negende orde van de registers. De namen van de overledenen werden echter opgeschreven in het schema in de volgorde waarin ze voorkomen (zijn opgehangen) in de lijst van overledenen.

In een tijdsbestek van ongeveer 5 maanden hingen de autoriteiten 21 mensen op.

Dus Leentje is veroordeeld op 14 november 1774, de laatste is opgehangen op 16 mei 1774. Leentje had voorbeelden genoeg gehad; hij heeft het schijnbaar zien aankomen. Hij heeft zich zeker martelingen kunnen besparen. In die tijd werd er niet gesproken van ‘bokkenrijders’ ik heb dit vaker gemeld, wel over  “eene groote en beruchte bende nagtdieven en knevelaers, gauwdieven en goddelozen“. Maar of dat voor iedereen zo is geweest is lastig te achterhalen, wat we wel weten is, dat er honger en virussen heersten. De kerk straalde angst uit en geestelijken werden er zelfs overvallen. Want in die tijd was er veel armoede maar de kerken werden steeds groter en rijker. Dus de ongelijkheid was enorm. Maar criminelen zullen er zeker zijn geweest en die zullen ook niet gauw bekennen. Er werden dus kosten gemaakt door schepenen, chirurgijns (artsen die tijdens de martelingen konden worden ingeschakeld), rechters etc. 

Franse telling nummer 143 en daar staat Leonardus Geurts (verbeterd) en Elisabeth Lemmens en hun kinderen

Blijkens de eerste telling onder de Franse tijd kwam Leentje terug in Catsop. Waar hij in de tussentijd is geweest is onduidelijk en zal niet te achterhalen zijn. Maar er waren veel landen om ons heen waar ze naartoe konden gaan. Gezinnen omvatten vaak meerdere generaties: kinderen hadden huisvesting nodig en ouders waren vaak afhankelijk van de kinderen. Het gezin Geurts heeft de gerechtskosten moeten betalen dus ze hebben misschien land moeten verkopen, ze gaan niet gauw uit hun huis. Want bedelen en zwerven was in Elsloo verboden. Voor de mensen die ervoor in aanmerking kwamen was er een armenkast. Of dit hier ook het geval is geweest is ook moeilijk te achterhalen maar als het huis van Elisabeth Lemmens is geweest kon dit niet zo maar in beslag worden genomen. Toch zijn daar wel voorbeelden van, dus uitgaande van de tekst van het gichtregister van 1750 zou het huis van Lucia Penders afkomstig zijn geweest en later overgenomen door haar jongste dochter Elisabeth Lemmens.

Bovenstaand een voorbeeld van een gift door de graaf.

De woning van Elisabeth Lemmens en Leentje Geurts.

De Franse telling begon op de kruising het Kempken- Daalstraat en liep dan de straat op naar boven. Men liep huis voor huis af en noteerde de leeftijd en de kinderen; men wilde weten hoe oud iedereen was. Vooral bedoeld voor soldaten voor het leger maar ook om straks de burgerlijke stand in te vullen. Sjoemelen met leeftijden was wel mogelijk, maar vrijwel iedereen was analfabeet en als men ingeschreven stond in een kerkelijk register, waren die gegevens toch wel bekend. Onder nummer 143 staan Leentje Geurts en zijn echtgenoot Elisabeta Lemmens en hun twee dochters. Ook enkele andere bewoners staan vermeld. Tellend vanaf huis 1 is het huis van Leentje huis 11, hoewel dat niet alles zegt: er zijn huizen waar meerdere personen wonen. Dus het huis waar Leentje woonde bestaat uit twee kamers: een van Nicolaas Bovens en een van Leentje Geurts. Nicolas Bovens had er schuren bij, Leentje niet. Die had een tuintje voor zijn huis, meestal een moestuin.  Maar voor Catsop van nu was het de Daalstraat, dat staat vast. 

Nou zal bij deze inschrijvingen niet alles helemaal kloppen maar men kan wel e.e.a. controleren. We weten de geboorte van Leonard Geurts als de telling in 1796 is geweest en bepalen zijn leeftijd op 53 jaar, dan zou dan zou zijn geboortejaar 1742 zijn. Dat is van 1741, dus zijn de gegevens correct. Van Elisabeth Lemmens is dat wat moeilijker omdat er geen geboorte inschrijving is geweest, maar bij haar overlijdensakte in 1811 was ze 80 jaar; dan zou ze geboren zijn in 1731. Ze is bij de Franse Telling 61 jaar dus dan zou ze ongeveer van 1734 zijn, dus daar zit wel een (klein) verschil in. Bij hun dochters klopt het ongeveer; er zit ongeveer een jaar tussen.

Leentje de wever stierf op 31 juli 1806 en Elisabeta Lemmens in juni 1811, circa 80 jaar oud.

De bovenstaande sterfakte (vanaf 1811 verplicht) bevat, globaal genomen, de volgende informatie.

In het jaar achttienhonderd elf op de eenentwintigste juni om één uur bij de burgemeester ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Elsloo kanton Meerssen arrondissement Maastricht afdeling van de benedenmaas verscheen Jean Joseph Janssen vijfendertig en Willem Kreugers, vijfendertig jaren, kleermaker zijn buurman en oud bewoners? die verklaarden dat de genoemde negen juni om half zes ’s ochtends Elisabeth Lemmens, leeftijd tachtig jaar oud, dagloner, is gestorven in het huis ? van wijlen Leonard Geurts dochter van wijlen Hubert Lemmens en van Lucie Penders, overleden in het huis in Catsop is overleden  gemeente Elsloo dan ? met ons de huidige akte te schrijven nadat deze aan hem is voorgelezen Bovens loco-burgemeester.

Wat het belangrijkste is in deze verklaring is, dat de ouders Van Elsiabeth Lemmens hier op staan: Houbert Lemmens en Lucia Penders. De getuigen Jan Joseph Janssen is de schoonzoon en Willem Krugers kan ik nog niet thuis brengen er woonde destijds een Kreugers in het huis waar later Gus Cobben woonde in de daalstraat maar dan in een andere woning maar hij droeg een andere voornaam.

“Om de locatie waar Leentje heeft gewoond te verduidelijken, heb ik de oude kadasterkaart van de Fransen gebruikt en nummers toegevoegd op basis van de Franse telling. Deze nummering is gebaseerd op de telling van 1792, toegepast op een kaart van 1820. Op de kadasterkaart worden perceelnummers weergegeven, soms met hogere nummers, bijvoorbeeld boven de 1000. Deze nummers hadden betrekking op gebouwen uit de Franse tijd, zoals schuren, en bieden waardevolle aanwijzingen.

Mijn bevindingen zijn ook gebaseerd op de tweede telling van 1825 en zijn vaak bevestigd wanneer er sprake was van opvolging binnen familieleden. Vanaf 1818 zijn de Memories van Successies een waardevolle informatiebron geweest; daarvoor waren er gegevens van notarissen beschikbaar. Later werd het kadaster ingevoerd. Door deze verschillende gegevensbronnen te combineren, kunnen we met een hoge mate van waarschijnlijkheid de historische feiten achterhalen.”

Bovenstaand de kadasterkaart 1820, te beginnen bij de splitsing Kempken- Daalstraat. Ik heb iedere woning een nummer gegeven. Dus 1 is Thissen 2 Gijsen 3 Lemmens 4 Kreugers 5 Houben 6 Penders 7, 8, 9, is een familie Lenaerts, 10 Bovens en 11 is het huis van Leentje de Wever. Te zien zijn woningen uit één stuk/ vlak, die vaak verdeeld werden met kamers en een tuin of schuur. Naast B397 Penders 6 ligt een woning die in de Franse tijd gebouwd is door Bours -Bovens B1109. Deze familie Bovens was vermogend; ze hebben nog een huis gebouwd in de Daalstraat in dezelfde tijd. Anders waren ze genoteerd in de Franse Telling. Dus die zijn gebouwd na 1792. 

Dit is de originele telling en deze mensen zijn op de kaart geplaatst. U ziet hun leeftijden, beroep, kinderen beneden de 12 jaar.

Bovenstaande foto is gemaakt rond 1926 en geeft aan hoe een huis in 1792 er uit zou hebben kunnen zien: een woning vóór en een vrouw er achter in een andere woning. Mogelijk hebben er ook nog schuren tussen gelegen.

Het huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens wordt overgenomen door hun  dochter Lucie Geurts. Wanneer ze er precies in is gekomen, is onbekend, maar zoals het vroeger altijd ging, moesten de kinderen de ouderen onderhouden en verzorgen en daar kregen ze meestal de woning voor.

Lucie trouwde in 1798 met Nicolaas Hendrix. We gaan de inschrijving bekijken.

De inschrijving is opgemaakt door Charel B. Kerkhofs, lid van het algemeen bestuur van de gemeente Meerssen. Enerzijds Nicolaas Hendrix Journalist (werkman op het land)  twintig jaar oud zoon van Pierre Hendrix dagloner echtgenoot van  Marie Beijen geboren en woonachtig in de gemeente Elsloo. Anderzijds Lucie Geurts, achtentwintig jaar oud, dochter van Leonard Geurts en echtgenote  Elisabeth Lemmens. Verder waren ze vrij van schuld en hadden ze hun huwelijk aangekondigd met een plakkaat, opgehangen in Elsloo. De getuigen zijn M. Penders en die tekent zelf en Maria Helena Geurts, zus van Lucie.

Hieruit valt ook op te maken dat de vader van Nicolaas Hendrix, Pierre Hendrix, ook is teruggekeerd. Ook hij was verbannen geweest.

Maar we houden ons even met Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts bezig,

Onderstaan de Tweede telling van 1825. Er is een hele verandering in namen en eigendommen te zien, er kan echter ook sprake zijn van huur, wat niet in het kadaster wordt vermeld.

Deze telling is van 1825 en dat is 30 jaar later. Velen zijn inmiddels overleden, zo ook Leentje Geurts en Elisabeta Lemmens.

De families Bovens en Hendrix waren woonachtig op de nummers 7 en 8. Het waren reeds buren in de Franse tijd en 30 jaar later nog steeds en blijven dat door opvolgers nog lange tijd.

Onderstaand de huidige situatie.

Bovenstaand de situatie van Daalstraat 24 2023. De woning van Leentje de Wever lag tussen de garage en het eerste huis ervóór. In het verleden was de situatie natuurlijk anders.

Om wat preciezer te zijn waar u rechts de deur ziet daar lag de woning van Leentje de wever.

Daarbij een toelichting op de bewoning van Nicolaas Bovens-Lemmens tot Matthijs Collard. Sjaak Collard, zoon van Mathijs, koopt de woning op enig moment wat in het verleden van Leentje de Wever was en maakt er één geheel van. Maar er zijn er nog een aantal bewoners die er nog meer gewoond hebben. Zie ook volgende link.

https://catsopvanvreuger.com/2023/06/29/mathijs-collard-anna-maria-hubertina-turcken-en-nazaten/

In vergelijking met de Franse bewoning in 1792 kan men zien dat er veel is veranderd, maar de contouren blijven en de percelen ook. Vooral de witte woning rechts onder Penders; dit is niet dezelfde Penders als bij de blauwe poort in 1792. Daar ziet men een groene poort, met daarachter de woning van Bours – Bovens, gebouwd in de Franse tijd, dus van ongeveer 1819. Mogelijk zijn de andere woningen nog te relateren aan de kaart van 1686. Zie hieronder.

De oudste bekende ‘kadasterkaart’ van Catsop is van 1686. De namen van de straten staan erbij van nu en ook de aanduiding van de kapel, waarvan het onduidelijk is hoe die er toen uitzag is onbekend. Maar dat er in het verleden een kapel was kan in vele gichtregisters worden gelezen.

Voor de rest zijn deze huizen ingetekend zoals ze toen waren, ook de straten van toen zijn nu nog herkenbaar. Alleen is niet bekend hoe de benaming van de straatnamen destijds was. Ook het huis met het blauwe dak moet iets bijzonders zijn geweest, misschien van leisteen. En later komt daar Van Hees, nu de ijsboerderij.

Om vast te leggen dat het koppel Nicolaas Hendrix en Lucie Geurts hier gewoond hebben gaan we de Memories van successies bekijken en het kadaster.

Rond 1811 hadden de Fransen de burgerlijke stand ingevoerd, het kadaster zoals we dat nu kennen werd in 1842 ingevoerd. Rond 1818 ongeveer ontstonden de Memories of Successies.

 De Memories van Successie van Lucie Geurts, dochter van Leentje en Elisabeth.

Voor zover leesbaar staat er het volgende:

Verklaring van de nalatenschap van Lucie Geurts, overleden op 7 oktober 1827.

Wij ondergetekende 1. Nicolaas Hendrix, 2. Johannes Leonardus Hendrix, 3, Hubertus, 4. Pieter Hendrix Deze is minderjarig en heeft dezelfde vader Nicolaas Hendrix. Alle dagloners wonen in Elsloo. District Maastricht Domein Limburg . Verklaren allen tegen de (beambte?) deze domicilie (adres)  ten woonhuizen van de laatste declarant Nicolaas Hendrix voorschreven? Verklaren dat hun respectieve moeder en huisvrouw overleden op de zevende oktober duizend acht honderd, zeven twintig te Elsloo. Voorzien van de laatste sacramenten gehad te hebben in leven in de woning. Dat zij tot enige erfgenamen ab intestato (zonder testament) heeft nagelaten aan haar kinderen de declaranten.

Dat de nalatenschap van de ondergetekende bestaat uit een huisje en een moestuintje en weitje en verdere aanhorigheden in Catsop gemeente Elsloo. Gelegen landgoed groot aan zeven roede en kleine roede ? , vierkantje reinende (grens) tot aan Maxilimianus Bovens (Daalstraat Catsop) tot aan de andere zijde Barbera Bovens. Verder de straat op met Johan- Joseph Janssen en dat is ook een schoonzoon van Leentje.

Wij verklaren bovendien dat de dood van de overledene geen aanleiding gegeven heeft tot enige devolutie  is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben) ?.

Tevens aangemaakt en verklaart te Elsloo 2 april 1828 en hebben de declaranten alle niet te kunnen schrijven

Ondergetekend door de beambte.

Duidelijk is dat het huis nog altijd beschreven wordt als in het verleden: een klein huisje met een moestuin en een weide. En dat het weleens zo kan zijn dat het huis eigendom van Lucie Geurts is geweest, want er wordt in de erfenis niet gesproken over haar man Nicolaas Hendrix. Petrus Hendrix, het jongste kind, noemen ze minderjarig op een leeftijd van 21 jaar. En devolutie is de verdeling van de goederen uit de nalatenschap aan de personen die er recht op hebben.

Van Nicolaas Hendrix is er ook geen Memories of Successies te vinden, hij stierf op 30 januari 1848. Er is ook geen tweede huwelijk van hem vinden. Later zal blijken dat hij bij een van zijn zonen is gestorven en dat is niet in de Daalstraat maar op den dries.

Leentje Geurts’ nazaten zijn Nicolaus Hendrix -Lucie Geurts en Jan Joseph Janssen-Maria Helena Geurts .

Ik beperk me tot de kinderen van Lucie Geurts, want die woonde in Catsop in de Daalstraat in haar ouderlijk huis. Maria Helena woonde op Het einde.

De oudste zoon was Nicolaas Geurts. 

Bovenstaand de originele inschrijving van de geboorte van Nicolaus Geurts, 30 mei 1796. Hij was dus een zoon van Lucia Geurts. Later, na het huwelijk in 1798, verandert de naam in Nicolaas Hendrix. Hij wordt dus erkend, eerder was zijn geboorte illegitiem. De doopgetuigen zijn Elisabeth en een zoon van haar broer Mathijs Lemmens, genaamd Godefridus Lemmens.

Hij trouwde met Joanna Magretha Akkermans uit Kelmond. Uit de nalatenschap blijkt  dat ze gewoond zou kunnen hebben in wat nu de Kelmonderstraat 57 is in Kelmond;  vroeger Dorpstraat genaamd. In ieder geval woonde de vader  van Joanna daar, dus dat is op enig moment verkregen, blijkens de notariële akte opgemaakt door notaris Boots in Amby. In de nalatenschap wordt vermeld dat ze op 2 september 1871 twee zonen hadden, genaamd Willem Hendrix (die dus de naam van de vader van Joanna, Willem Akkermans, kreeg) en de oudste, Peter Hendrix, fabrieksarbeider in Maastricht. De andere Willem Hendrix was koetsier in Maastricht. Joanna Margreta Akkermans stierf in Maastricht, maar dat kan ook Amby zijn geweest, dus ze is bij een van hun zoons gaan wonen.

Er worden geen eigendommen uit Catsop genoemd.

Hier moet dit ongeveer de locatie zijn; hun percelen waren D455, D161, D454

Het tweede kind van Nicolaus Hendrix en Lucie Geurts, Johannes Leonardus Hendrix, wordt gedoopt in Geulle op 25 januari 1799. Leeftijd bij overlijden ongeveer 50 jaar.

Hij trouwt in 1830 met Corneille Peters uit Beek. Onderstaand de akte van nalatenschap.

Op dat moment had het echtpaar 5 kinderen, alle meisjes. Vermeld staat dat de kinderen van  Corneille recht hebben op een vierde deel van een onderverdeeld huisje B390 in Catsop. De buren waren toen Paulus Penders en aan de andere kant Lambertus Peerbooms. De sterfdatum is een jaar nadat zijn vader Nicolaas is gestorven, dat geeft aan dat het huis al op naam van de kinderen van Lucie Geurts  stond. Dat betekent tevens dat het in het verleden haar woning is geweest en niet van haar man Nicolaas Hendrix.

Uit de nalatenschap van Corneille Peters, zij stierf op 24 oktober 1873, blijkt dat er nog 4 kinderen in leven waren: Joanna Elisabeth Hendrix, weduwe van Michiel Volders, Maria Ida Hendrix en Maria Anna, werksters in Beek, en Maria Hubertina Hendrix, zonder beroep, wonende te Meerssen. Ze verklaren allemaal dat hun moeder Corneille Peters wed. van Johannes Leonardus Hendrix te Beek aldaar haar laatste woonplaats had. De nalatenschap bestaat uit de helft van de goederen die ze bezat, wat betekent dat ze niet de volle eigendom bezat. Het betreft B953, B954, B955 en B956,  huis, boomgaard , bakoven etc. Alle vier de kinderen ondertekenen; dus ze waren geschoold. Onderstaan de waarschijnlijke, huidige locatie.

Het derde kind, Hubertus Hendrix, geboren op 23 mei 1801, was getrouwd met Maria Hendricks, geboren in Roermond.

Hubertus blijft in Catsop wonen, zie volgende link .

https://catsopvanvreuger.com/2020/02/06/familie-wouters-beckers-uit-de-daalstraat-catsop/

Later blijkt ook dat zijn vader Nicolaus Hendrix sterft in het huis van Hubertus, hij  woonde dus niet meer in de Daalstraat. 

Bovenstaand de overlijdensakte van Nicolaus Hendrix, de vader van Hubertus en echtgenoot van Lucia Geurts. De locatie is Op den dries, naast Hendrik Claessen (nu Driessen). En van hen is er geen Memories van successies te vinden, wat kan betekenen dat hij geen eigendommen had en dat de eigendommen van zijn echtgenote, Lucie Geurts afkomstig waren. 

Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens hadden hierna nog twee dochters: Maria – bij de geboorte overleden – en Elisabeth Maria, overleden op 11 jarige leeftijd.

De laatste zoon van Leentje en Elisabeth was Petrus Hendrix.

Petrus Hendrix wordt geboren op 17 september 1809. Hij trouwt met Petronella Vaessen en hadden geen kinderen, maar blijkens het Kadaster waren zij de laatste nazaten van Leentje en Elisabeth die in het ouderlijk huis hebben gewoond.

Petrus Hendrix stierf op 28 september 1867. Dus gerekend vanaf de trouwdag van Leentje en Elisabeth 1766, de opa en oma van Petrus Hendrix, is de woning steeds verder in de familie doorgegeven.

Petrus Hendrix stierf vóór zijn echtgenote en er was een testament opgemaakt bij  notaris Van Gorkum (Beek). Ook is er een memorie van successie (bijlage). In het kort komt het erop neer dat Peter Hendrix en Petronella Vaessen hadden besloten dat de helft van hun eigendommen naar de broers van Peter Hendrix ging, en als die er niet meer waren zouden deze automatisch naar hun kinderen worden doorgegeven. 

Bijlage van de notariële akte. Hier staan verschillende kinderen van de broers van Peter Hendrix.

Zijn echtgenote Petronella Vaessen wordt 84 jaar oud, liefst 30 jaar ouder dan Peter Hendrix. Haar nalatenschap wordt verduidelijkt in de bijlage.

Petronella Vaessen haar ouders waren Joannes Vaessen en Elisabeth Gijsen. Maar de nalatenschap is uitgebreid tot zelfs kinderen van haar broers en zussen. Een broer van haar was Jan Martin Vaessen, die twee keer trouwde met twee zusjes Lenssen uit Elsloo, het eerste huwelijk van de echtgenote van Jan Hendrik Hubert Claessen. Hij trouwde met Maria Lucia Vaessen in het tweede huwelijk, dus ze moest tante zeggen tegen Petronella. Ze hadden in die tijd een herberg in de Daalstraat Catsop.

Onderstaand de kadastrale gegevens.

Boven de kadastrale legger van 1842. Maar omdat zowel vader als zoon Nicolaus Hendrix heetten, is het lastig te bepalen om wie het gaat.

Dit betreft de woning in de Daalstraat (‘huisje met een moestuintje’).

De percelen die worden beschreven ( uit de nalatenschap van Lucie Geurts) zijn   B422 en B426. 

Diverse gegevens zijn erbij geplaatst, zoals de Daalstraat en de weg achter de weide. Zo ook de woning met de naam Hendrix -Geurts B390. Jan Joseph was een schoonbroer van Lucie Geurts, dus het kan zijn dat B426 en B425 in het verleden van Leentje Geurts of Elisabeth Lemmens is geweest en na hun overlijden is verdeeld. Ook het eerste beschreven stuk land in het gichtregister van 1750 aan de Hosterweg was eigendom van Leentje Geurts. 

Maar het  laat ook zien dat hij zijn woning heeft kunnen behouden of eigendom is geweest van Elisabeta Lemmens, later van Lucie Geurts.

Bovenstaand zijn de eigendommen van Peter Hendrix en Petronella Vaessen beschreven. De twee percelen B422 en B426 staan er niet meer op, dus die zijn al verdeeld. Het huisje  B390 heeft er zo te zien een stal bijgekregen. Rond 1896 wordt het huis verkocht, dus het kan zijn dat Petronella Vaessen vóór haar sterven nog is verhuisd. Ze had het huis ook niet meer in de nalatenschap staan, dus het is zeker dat ze het huis verkocht had.

Dit zijn de nieuwe eigenaren en ze hebben hier ook gewoond tot 1935 toen Sjaak Collard de woning kocht. Martinus Smeets is van Urmond en was knecht bij Nicla Cobben op den dries zijn ouders waren Arnold Smeets en Anna Marie Fransen, Elisabeth Lemmens haar ouders waren Mathijs Lemmens en Maria Catharina Hendrix : En haar voorouders zijn Mathijs Lemmens een broer van Elisabeth Lemmens waar we mee begonnen zijn hoe is het mogelijk ze draagt haar naam en komt meer als een eeuw later hier weer terecht.

Op de foto de familie Knoben met Mina Smeets, geboren in de Daalstraat, Catsop en haar moeder Elisabeth Smeets -Lemmens.

Mina Smeets en Willem Knoben. Mina word dus in Catsop geboren in de Daalstraat.

Hubert Smeets met zoon Math; Hubert was getrouwd met Elisabeth Starren. Hubert was dus ook geboren in de Daalstraat hij had een winkel in de Julianastraat met vis benodigdheden.

Kadastrale kaart 1880 van de Daalstraat. Vergelijking van de nummers B389 B390 B395 met de oude kaart van 1820 leert dat er aan de percelen niet veel veranderd is. Ook is goed te zien het pad wat er geweest is vanaf de daalstraat perceel B 1807 Peerbooms en B 390 om naar achter te komen b.v. naar de woning die er niet meer is B1378. En ook in de schuren te komen van B389. Dit pad is er niet meer.

De conclusie is dan ook dat het wel zeker is dat dit huis van Leentje Geurts en Elisabeth Lemmens is geweest, daarvóór is niet zeker maar wel aannemelijk.

Naschrift:

Het was een leuke zoektocht met een resultaat. Ik heb meer bokkenrijders gevonden, dus in de toekomst zal een en ander nog een vervolg krijgen. Een mooie afsluiting vond ik dat van de laatste bewoners, Martinus Smeets en Elisabeth Lemmens, Elisabeth verre familie is van de eerste Elisabeth Lemmens; de eerste Elisabeth Lemmens was een zus van Mathijs Lemmens en dat is een van de voorouders van de laatste Elisabeth Lemmens.

Een woord van dank voor de hulp die ik gehad heb b.v. van de site Genealogie in de drie Limburgen en Wiel Mesters. Ook voor de foto’s waar ik veel waarde aan hecht.

Gepubliceerd door

Onbekend's avatar

catsop van vreuger

Ik ben Guus Smeets geboren en op getogen in Catsop mijn motto is wie geen verleden heeft ,heeft geen toekomst

2 gedachten over “Leentje de Wever (Leonard Geurts, bokkenrijder)”

  1. Leuk om te lezen. Ik kom uit Geulle en ben met de stamboom van mijn man en mij bezig. Deze Leentje is een voorvader van mijn man. Ik woon nu ergens anders maar kom nog regelmatig in Elsloo en Geulle dus herken de diverse foto’s.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.