Moord in Terhagen 1 oktober 1911.

Inleiding.

Op 1 oktober 1911 werd het rustige Terhagen, Elsloo, opgeschrikt door een gruwelijke moord, een tragedie die in alle kranten van die tijd werd beschreven. De naam van de dader stond zwart op wit in de kranten, en voor degenen die de geschiedenis van hun familie onderzoeken, staat die naam ook naast die van mijn betovergrootmoeder, Gertrude Hendriks. Ze was de oma van mijn oma, een mysterieuze figuur in de schaduw van een duister verleden.

In mijn familie werd er nooit gesproken over deze gebeurtenis, wellicht omdat mijn oma, slechts 15 jaar oud op dat moment, het bewust heeft meegemaakt. De stilte die rondom dit onderwerp hing, wekte mijn nieuwsgierigheid. Daarom heb ik besloten om er diep in te duiken en er uitgebreid over te schrijven. Niet alleen om de gebeurtenis zelf te begrijpen, maar ook om te laten zien hoe het dagelijks leven er toen uitzag.

Hoe waren de voorzieningen in die tijd? Hoe gingen de ambtenaren om met dit gruwelijke incident? En hoe verliep de rechtszaak die volgde? Met alle beschikbare gegevens zal ik proberen het verhaal te reconstrueren en een licht te werpen op het mysterie dat mijn familie al generaties lang omringt.

Hoe is Tru Hendriks aan haar einde gekomen? Was ze toevallig op de verkeerde plaats op het verkeerde moment? Dit zijn vragen die me blijven achtervolgen terwijl ik de geschiedenis van mijn familie probeer te ontrafelen.

In mijn zoektocht naar antwoorden zal ik de donkere schaduwen van het verleden blootleggen en het verhaal van Gertrude Hendriks tot leven brengen.

Dit krantenbericht dateert van 8 oktober 1911. Het biedt een beknopt overzicht van het verhaal dat we uitgebreid zullen behandelen.

Tru Hendriks

Haar meisjesnaam was Maria Gertrudis Dresen, althans zo staat ze geregistreerd. Later wordt deze naam ook vermeld als Dreesen of Driesen (Driessen). Het is belangrijk op te merken dat mensen destijds vaak niet konden lezen en schrijven, en dat de ambtenaren hun namen opschreven zoals ze werden uitgesproken. We spreken de naam ‘Driessen’ nog altijd uit als ‘Dreesen’.

De originele inschrijving in de burgerlijke stand werd destijds uitgevoerd door niemand minder dan burgemeester en ambtenaar van de burgerlijke stand, Charel de Geloes. In beknopte bewoordingen wordt vermeld dat haar vader Joannes Dresen een landbouwer was en in Elsloo woonde, terwijl haar moeder Marie Theresia Bours heette. Opvallend is dat dit het tweede huwelijk van Joannes Dresen betrof, waaruit blijkt dat het eerste huwelijk kinderloos bleef. Peter Schreurs was getuige, samen met een zekere Gerardus, die naar verluidt een dienstknecht was, en beiden waren ongeletterd.

Maar hoe kwam Tru aan de naam Gertrudis, of Tru zoals ze vaak genoemd werd? Voor dat antwoord moeten we teruggaan naar haar oma, Maria Gertruda Beckers. Zij was een dochter van de toenmalige Schepen Nicolaus Beckers van Catsop. Haar opa was Caspar Driesen, een zoon van Bolderjan, die bekend stond als een ‘bokkenrijder’.

Dit is in het kort een overzicht van haar afstamming, maar Tru Hendriks was al eens eerder getrouwd.  Ze bracht daardoor de naam ‘Hoeveler’ naar Elsloo, hoewel deze naam op verschillende manieren werd geschreven maar min of meer hetzelfde klonk.

Haar eerste man was afkomstig uit Duitsland, en dat was destijds niet ongebruikelijk. Ik vermoed dat de familie Dresen al vroeg in aanraking kwam met werk in het buitenland, zoals het bakken van stenen. Tru zelf bleef waarschijnlijk lange tijd actief in deze bezigheid, aangezien verschillende kinderen zowel uit haar eerste als tweede huwelijk werden geboren in Duitsland. Een van haar broers, waarvan zeker is dat hij in Duitsland is blijven wonen, onderstreept deze internationale connectie.

De hieronder geschreven aktes zijn afkomstig van Duitsland.

we beginnen met het huwelijk van de ouders van de eerste man van Tru Hendriks genaamd Michael Höveler

Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1817-02-01

Huwelijk: 01.02.1817

Bruidegom: Höveler, Gerhard

Geburtsdatum 00.00.1791, Geburtort Glehn, Alter 26

Vader van de Bruidegom: Höveler, Adam

Moeder v. d. Bruidegom: Proff, Anna Catharina

Bruid: Frings, Catharina Margaretha

Geburtsdatum 00.00.1796, Geburtort Buttgen, Alter 21

Vader van de Bruid: Frings, Herman

Moeder van de Bruid: Kox, Maria Agnes

Hierna volgt de geboorte inschrijving van Michael Höveler de eerste man van Tru Hendriks

Type Ambt: Büttgen, Standesamt, Referentie: 1832-10-11

Geboorte: 11.10.1832

Kind – zoon: Höveler, Michael

Vader van het kind: Höveler, Gerhard

Moeder van het kind: Frings, Christina

Hierna volgt de huwelijks akte van Tru Hendriks (Driessen) en Michael Höveler

Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1859-07-08

Huwelijk: 08.07.1859

Bruidegom: Höveler, Michael

Bruid: Driessen, Maria Gertrud

En de laatste akte de geboorte akte van hun zoon Adam Michael Höveler dus hij krijgt de naam van zijn vader en zijn overgrootvader .

 Type Ambt: Anrath, Standesamt, Referentie: 1860-06-04

Geboorte: 04.06.1860

Kind – zoon: Höveler, Adam Michäl

Vader van het kind: Höveler, Michäl

Moeder van het kind: Driessen, Maria Gertrud

Michiel is dus geboren in Anrath en zal straks in Elsloo gaan wonen in het Terhagen . En de naam Höveler zal veranderen in Hoeveler.

Verblijf en leven in Duisland.

Op deze kaart is Büttgen aangeduid met de rode pijl, tevens referentiepunt voor de plaats Willich en de trouwlocatie Anrath. Dit is het gebied waar Tru Dresen en haar familie waarschijnlijk al vóór 1860 actief waren in het stenenbakkersvak. Ze keerden niet vaak naar huis terug vanwege de lange werkdagen. Onderweg naar huis gingen ze vaak suikerbieten oogsten bij Duitse boeren en waren ze in staat om voor de broodkermis in november weer thuis te zijn.

Voordat ze op weg gingen om stenen te bakken, was er nog veel werk te doen. Het land moest worden omgespit en ingezaaid, want het stenenbakken was een zomeractiviteit en kon niet in de winter plaatsvinden. Meestal bleven de grootouders hier met de jongste kinderen, maar er werden ook kinderen in Duitsland geboren, waar ze werkten. Door te reizen ontmoetten ze ook andere mensen, waardoor hun sociale leven werd uitgebreid.

In de jaren 1875, toen het spoorwegnetwerk was uitgebreid, konden ze vertrekken vanaf Elsloo. Ze reisden vaak met wel 200 mannen, vrouwen en kinderen tegelijk naar Duitsland. Wat betreft de spoorweg, deze had een aanzienlijke impact, zelfs voordat het kanaal werd uitgegraven. Er werd een spoorlijn aangelegd door het gebied tussen Catsop en Elsloo, en er werd een spoorlijn getrokken door een strook land. Vooral Terhagen was een indrukwekkend stukje werk. Als je op de ijzeren brug staat en kijkt in de richting van Geulle, zul je begrijpen dat dit een immense prestatie was.

Foto van af de spoorbrug richting Geulle en was eerst vlak ze noemde dit het Boursveld en was landbouwgebied.

Het verdere leven van Tru Hendriks bracht haar waarschijnlijk met haar familie naar Duitsland, waar ze betrokken raakten bij het bakken van stenen. Dit gebeurde al vroeg in haar leven, aangezien ze in 1859 in Duitsland trouwde. De landbouw bood niet langer voldoende inkomsten, dus zochten ze naar alternatieve bronnen van inkomsten. Het lijkt erop dat de familie Dresen tot de pioniers behoorde, omdat geschat wordt dat rond 1840 de eerste baksteenbakkers uit Elsloo en omgeving naar Duitsland vertrokken.

Tru Dresen werd geboren in 1833, en zelfs op die jonge leeftijd werden kinderen meegenomen naar Duitsland om te werken. Dit wijst erop dat het mogelijk was om de oversteek te maken. Ik vermoed dat toen de eerste terugkeerden en anderen zagen dat ze met geld terugkwamen, er al snel meer mensen volgden. Dit is een bekend fenomeen; in tijden van economische uitdagingen trekken mensen vaak naar gebieden waar werk beschikbaar is.

Mensen werden geronseld, inclusief kinderen, omdat meer arbeidskrachten meer werk en dus meer inkomsten betekenden. Er ontstonden ploegbazen en personeel, en er werden prijsafspraken gemaakt voordat het werk begon. Na hun terugkeer hadden ze geld, dat meestal werd gebruikt om basisbehoeften te kopen, maar ook land en huizen.

Dit geld werd vaak geïnvesteerd in landbouwgrond of woningen, en het is mogelijk dat Tru Hendriks en anderen hun vaardigheden aanboden aan timmerlieden of metselaars om hun huizen of schuren te bouwen. Maar hoe kwamen ze eigenlijk in Duitsland? Ik vermoed dat Tru Hendriks te voet van Elsloo naar Meerssen ging en daar de trein naar Valkenburg nam als tussenstop op weg naar Duitsland. Of te voet het kan allemaal.

Station Meerssen een drukte van belang de rechtse Trein zou dan richting Maastricht kunnen gaan en de linkse richting Vlakenburg. Naar een van de oudste Stations van Nederland.

Later zullen ze wel vanaf Beek -Elsloo zijn vertrokken of misschien vanaf halte Catsop-Elsloo.

En even vooruit te lopen op mijn verhaal straks waren in die tijd verschillende hotels winkels en bedrijven die zich om een station vestigen. Want er zijn reizigers handelaren ook vanuit België. En daar wilde iedereen een graantje van mee pikken. Zo had Familie Hendriks in het Terhagen ook een herberg.

Cafe Janssen -Marechal  was tevens een hotel en hier werden ook verkopen van huizen plaats . Op de foto staan militairen wat te maken hebben met de eerste wereldoorlog mobilisatie staat op het bord. Nederland was in die tijd Neutraal en het kan zijn dat deze heren grensbewaking hadden en hier gehuisvest waren. (foto bron Guus Peters)

Zo ziet het in het heden uit 2023.

Rechts een winkel van J.H.Fredrix. Vroeger zou hier ook Van Es in hebben gezeten, voordat ze naar Catsop kwamen en ook hier al een winkel hadden. Dit is de straat naar het station. Er waren altijd reizigers die naar België vertrokken en wat boodschappen meenamen. (bron Guus Peters)

Zo ziet het er op dit moment uit 2023.

Om een indruk te geven over het hoe en waarom van het brikkenwerk: lees het verslag van Guus Peters en klik op de link.

https://www.elsloo.info/de-stiefkoeppige-maaskentjers/312-deel-4-de-stiefkoeppige-maaskentjers

Tru en haar gezin; wonend in Terhagen.

Tru Dresen keerde op een gegeven moment terug naar Elsloo, samen met haar zoon Adam Hoeveler. De exacte locatie waar ze toen woonden, is mij onbekend. Op 23 februari 1863 werd hun dochter Maria Theresia Heuvelaer geboren, wat resulteerde in nog een nieuwe schrijfwijze van de achternaam van de familie.

Helaas overleed Maria Theresia op 21 februari 1864, net geen 1 jaar oud. Het was echter niet het enige tragische verlies dat de familie te verwerken kreeg, want een maand later, op 26 maart 1864, overleed ook haar man Michiel Höveler.

Tru bleef achter met haar eerste zoon, Adam Michiel Hoeveler. Op 9 november 1865 trad Tru Dresen te Elsloo opnieuw in het huwelijk, dit keer met Jan Hendriks uit Groesbeek, die op dat moment 20 jaar oud was, terwijl Tru 32 jaar was.

Jan Hendriks uit Groesbeek was wees. Zijn ouders genaamd Derk Hendriks en Johanna Klaassen waren al overleden. Zijn beide grootmoeders, Helena Cellissen en Catharina van der List, waren getuige voor hun huwelijk. Hij had zijn plicht bij  de Nationale Militie voldaan en dus kon Jan Hendriks trouwen.

We gaan nu achterhalen waar de familie Hendriks is gaan wonen.

Percelen van de onteigening van de spoorwegen.

Voor de geïnteresseerden kunnen ze deze afbeelding vergroten en de percelen zien die onteigend werden. Je kunt zien hoe de spoorlijn zou lopen en de woningen die daar stonden. Als je nu over de spoorbrug loopt vanuit Catsop (Amsterveld), is de woning aan de rechterkant richting het bos nog steeds aanwezig. Specifiek gaat het om perceel C 601 wat Tru Hendriks straks een gedeelte van koopt.

De huidige situatie 2023. De woning is al een paar keer veranderd er is een keer brand geweest. Hier woonde tijdens de moord in het verleden familie Driessen-Smeets. Ook bij het bord ‘doodlopende weg’ stond een woning waar een Driessen in woonde.

Deze kaart hoort eigenlijk bij de kadasterkaart van de onteigening.

Het perceel C601 dat eigendom was van de heer Augustinus Janssen in 1862. Janssen had nog meer eigendommen die door het spoor werden doorkruist, en hij woonde in Elsloo.

In 1877 kocht de heer Jan Hendriks de boomgaard van de spoorwegen. Ik heb een hulpkaart om aan te tonen waar dit precies was. Het lijkt erop dat er in die tijd veel veranderingen en ontwikkelingen plaatsvonden in het gebied.

Te zien is hoe perceel C1747 in die tijd in 1869 genummerd werd door het kadaster en dat de weg rond het perceel behouden bleef en nog steeds bestaat.

Daarnaast is het boeiend om de veranderingen aan de woning van Jan Hendriks te volgen aan de hand van de hulp kadasterkaarten. Het lijkt erop dat er in een kort tijdsbestek meerdere woningen en schuren zijn gebouwd op deze plaats. Het kadaster heeft aantekeningen gemaakt telkens wanneer er iets aan de woning is veranderd, wat waardevolle informatie biedt over de geschiedenis van het pand en de evolutie ervan.

dit is het eerste gebouw in 1877 dat werd gebouwd op de aangekochte grond.

Aan de linkerkant zijn de woningen en schuren van Jan Hendriks en Tru Dresen te zien. En het eerste gebouw van hun is het linkse gebouw lijkt nu op een schuur maar kan in die tijd ook als woning hebben gediend.

Deze hulpkaart van het kadaster dateert uit 1887. Als je naar de foto kijkt, zie je dat op dat moment de woning (herberg) en de woning van Michiel Hoeveler (zoon) gebouwd zijn, maar ze staan nog steeds op naam van Jan Hendriks en Gertrude Dresen (Hendriks).

hulpkadasterkaart 1890 hier ziet men de scheiding van percelen C2064 en C2065 was de woning van Adam Michiel Hoeveler die toen op zijn naam stond. Maar Michiel Hoeveler had nog een woning wat al een jaar eerder van hem was en dat is C1349. Of hij daar nog eerst gewoond heeft is me niet bekend.

Dat is als men in het Terhagen bent de weg naar het bos ziet u rechts een wit huis dat was deze woning later zal er een zoon van hem tijdelijk gaan wonen Giel Hoevelers.

Hulpkadasterkaart 1915 dit is dus na de moord en is er weer een verandering aan de woning aan gebracht en is er een tussenstuk gebouwd dat de woningen verbind en ze krijgen daardoor andere perceel nummers. C2262 en C2263.

Kadasterkaart 1880; de twee woningen en schuren van Hendriks zijn al gerealiseerd. C2042 en C2041. U ziet de spoorbrug om u te oriënteren.

In 1913 was er een verkoop tijdens deze verkoop werd duidelijk dat Michiel Hoeveler zijn bezittingen behield de andere woning kocht Pieter Steps, de zwager (vader van Pieke Steps uit Catsop). Later werd die woning eigendom van Jan Grootjans, de echtgenoot van Tru Hoeveler, die een dochter was van Adam Michiel Hoeveler. De andere woning werd eigendom van zijn een zoon, Jan Hoeveler.

Opmerkelijk is dat er vandaag de dag nog steeds een Hoeveler in de rechtse woning woont, terwijl mevrouw Grootjans in de linkse woning verblijft. Dit illustreert hoe eigendommen en geschiedenis binnen families kunnen blijven en van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven.

foto 2021 dus nog voor de brand (2023) en men kan waarnemen dat er veel veranderd is aan de woningen schuren etc. Maar de percelen blijven.

Gegevens uit het bevolkingsregister.

Terugkijkend in het verleden kunnen we de situatie vanaf 1881 van de familie Hendriks bekijken aan de hand van dit bevolkingsregister.

Op de eerste plaats in dit register staat Jan Hendriks, het hoofd van de familie en tevens de eigenaar van de woningen en herbergier.

Op de tweede plaats vinden we zijn echtgenote Tru Driessen (Dresen), waarbij steeds haar meisjesnaam wordt vermeld.

Op de derde plaats staat de zoon van Tru Driessen, Adam Michiel Hoeveler (pruisen) ; hij was op dat moment getrouwd met Anna Marie Hendrix (pruisen). Dit huwelijk vond plaats op 5 november 1884, Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix. Anna Marie Hendrix werd geboren in Willich (pruisen), ze woonde in het Terhagen laatste huis rechts als men richting het bos gaat. Voor hun huwelijk hebben Adam Michiel Hoeveler en Anna Marie Hendrix samen in Vorst, Duitsland gewoond en later weer in Catsop en ook weer in het Terhagen.

Opmerkelijk is dat het bevolkingsregisters aangeeft dat zowel de familie van Tru Dresen en Jan Hendriks als de familie van Hendrix-Dolhmans ( ouders van de echtgenote van Michiel Hoevelers ) kinderen krijgen die in Willich (duistland) worden geboren. Dus het kan zijn dat ze samen werkte in het brikkenwerk.

Dit bevolkingsregister, dat teruggaat tot 1881, toont de aanwezigheid van hun eerste dochter, Trees Hoeveler; deze zou in Terhagen zijn geboren. Het gezin zou uiteindelijk zeven kinderen krijgen, hoewel tragisch genoeg vier van hen op jonge leeftijd zouden overlijden. Het leven en de omstandigheden van de familie zouden in de loop der jaren veranderen. En ze woonde destijds in Catsop, adres helaas onbekend. Dus dat kan nog zijn voordat ze bij hun familie in trokken.

Dit Bevolkingsregister, dat begint in 1890, laat zien dat het gezin nu in Terhagen woonde, specifiek op D no.1. Dit zou later van cruciaal belang blijken in de context van de moordzaak, omdat hier alles begint.

Adam Michiel Hoeveler was al op jonge leeftijd weduwnaar, aangezien zijn vrouw Anna Marie Hendrix in 1905 overleed aan een longontsteking. Tijdens de rechtszaak zullen we zien dat de voorzieningen in die tijd lang niet zo geavanceerd waren als wat we tegenwoordig kennen. Op dat moment woonde hij naast zijn moeder Tru Dresen in het huis dat eigendom was van haar en haar stiefvader, maar dit in 1890 eigendom is van Adam Michiel – tenminste gedeeltelijk. In die tijd was het gebruikelijk dat kinderen voor hun ouders zorgden en vice versa.

En, inderdaad, Marie Gertrude Hoeveler, die ook vaak als Tru werd genoemd, was werkzaam in Maastricht vanaf 1911dus zij was niet aanwezig tijdens de moord.

  1. Trees Hoeveler
  2. Gertrude Hoeveler
  3. Giel Hoeveler
  4. Sjeng Hoeveler
  5. Anna Marie Hendrix, de echtgenote van Adam Michiel Hoeveler. Adam Michiel Hoeveler zou mogelijk de man met de pijp kunnen zijn, maar dit is een veronderstelling.

Analyserend naar de foto lijkt deze te zijn genomen vóór 1905, aangezien Anna Marie Hendrix, de echtgenote van Adam Michiel Hoeveler, in dat jaar is overleden. De jongste, Jan (Sjeng) Hoeveler, zou rond de 4 jaar oud kunnen zijn, wat overeenkomt met deze inschatting. Giel, bijgenaamd “de witte van de heuvel”, zou ongeveer 9 jaar oud kunnen zijn.

Het identificeren van andere mannen op de foto is moeilijk, omdat zowel de ouders van Anna Marie Hendrix als die van Adam Michiel Hoeveler in het Brikkenwerk werkten, mogelijk zelfs op dezelfde locatie. Gielke Wanten, bekend als “de gruus jong”, lijkt een ketting tussen zijn benen te hebben gehad om weglopen te voorkomen. Dit benadrukt de harde tijden die de kinderen destijds doormaakten, waarbij Elsloo door de overheid op de vingers is getikt vanwege dergelijke omstandigheden.

Het fragment uit het krantenartikel lijkt te verwijzen naar de ‘Kinderwetje van Van Houten’, een wetgeving uit 1874 in Nederland die kinderarbeid verbood. Het artikel suggereert de mogelijkheid dat ondanks deze wet, er nog steeds gevallen van kinderarbeid plaatsvonden, waardoor de effectiviteit van de wet ter discussie wordt gesteld.

Verder met de familie Hendriks-Driessen.

Vanuit het bevolkingsregister vanaf 1890 zijn alle geboorteaktes van de kinderen opgezocht en later ook de notariële aktes betreffende de verkoop van het huis.

Er lijkt echter een fout te zijn met betrekking tot Elisabeth Hendriks, omdat haar geboorteakte niet te vinden is. Het lijkt erop dat dit waarschijnlijk een vergissing is, en dat ze eigenlijk Theresia Hendriks zou moeten zijn, geboren op 20 februari 1871. Ze verhuisde later naar Kevelaer en trouwde met een boekbinder genaamd Peter Tempelforth.

Jan Michiel Hendriks bleef waarschijnlijk het langst in de herberg, het huis of de boerderij wonen. Hij trouwde later met Emelia Stevens uit Boorsheim en trad daarna opnieuw in het huwelijk met Maria Berkmans.

Marie Hendriks, genoteerd als nummer 3, was gehuwd met Leonardo Zanders uit Meerlo en woonde bij haar ouders met haar kind op nummer 6, dat in Kevelaer werd geboren. Dit suggereert dat haar man mogelijk werkzaam was in het brikkenwerk, waardoor ze een tijdlang bij haar ouders verbleven. In totaal kregen ze 6 kinderen, waarvan er 1 op jonge leeftijd overleed.

De volgende in de lijst is Maria Johanna Gertruda Hendriks. Zij trouwde met Petrus Bartels, afkomstig uit Elsloo, en kregen samen 7 kinderen. Later verhuisden ze naar Liessel, waar Petrus Bartels jachtopziener was geweest. Uiteindelijk vestigden ze zich in Deurne, waar nog een kind werd geboren. Na de moord verbleef de vader, Jan Hendriks, een tijdje bij haar.

Het derde kind van Jan Hendriks en Tru Dresen is mijn overgrootmoeder Maria Elisabeth Hendriks, die trouwde met Theodoor Collard. Theodoor zal straks als schoonzoon na de moord de identificatie van zijn schoonmoeder doen. Later, toen ze naar Beek verhuisden, namen ze Jan Hendriks in hun huis in Beek en is daar ook overleden.

Bidprentje Jan Mathijs Hendriks .

In 1913 werd alles verkocht en verdeeld onder de familie. De rest van de familiegeschiedenis is besproken. Nu we een idee hebben van hoe de familie gestructureerd was en waar ze woonde, kunnen we overgaan naar de moord en hoe deze heeft plaatsgevonden.

Alles rond de moord op Tru Hendriks, 1 oktober 1911, Terhagen.

Het eerste huis is van Adam Michiel Hoeveler; het grotere huis met schuur was van Tru Dresen, zijn moeder.

Voordat de rechtszaak plaatsvond, vonden er verhoren plaats door de Marechaussee van Beek, waarbij ook Bertje Pijpers uit Catsop, gemeentelijk veldwachter, die ter plaatse aanwezig was na het incident en er bewijsmateriaal vond.

Door de Marechaussee in Beek werd het eerste proces-verbaal opgemaakt op 2 oktober 1911. Citaat:

‘Gemeentewachter B. Pijpers uit Elsloo had ons op de hoogte gebracht dat de avond ervoor, op 1 oktober 1911, mevrouw Hendriks in Terhagen, Elsloo, was mishandeld en bewusteloos was achtergelaten. Ook waren alle ramen naast haar woning, waar haar zoon Michiel Hoeveler woonde, ingegooid. Ik (Bert Pijpers), samen met Jacob van den Brand en brigadier Titulair van de genoemde koninklijke Marechausseebrigade, begon onmiddellijk een onderzoek op basis van instructies van de brigade-commandant. We constateerden dat in de woning van Jan Mathijs Hendriks, zijn echtgenote Gertrude Driessen in bed lag met een verbonden hoofd, blauwe plekken boven beide ogen had en bloeddoorlopen was. Ook was er een gapende wond boven haar rechteroog, vermoedelijk toegebracht door een scherp voorwerp.

Bertje Pijpers was gemeenteveldwachter van Elsloo, geboren in Catsop en woonde achter de  Kapel. Zijn vader bekleedde dezelfde functie.

Marechaussee Maastrichterlaan no 37, Beek.

Deze foto is van 1919, dus 8 jaar na de moord en meer recent dan de bovenstaande foto.

Verder met het proces verbaal van de Marechaussee

‘Ik probeerde de vrouw aan het praten te krijgen, ondanks alle pogingen lukte dat niet. Haar echtgenoot, Jan Hendriks, die haar de avond ervoor in de gang had gevonden, had vanaf dat moment ook niets meer van haar kunnen horen. Bij de buren, in de woning van Michiel Hoeveler, waren alle ruiten verbrijzeld en waren er bloedspetters op de kozijnen te zien. Ik had meteen het vermoeden dat iemand met een verwonde hand vernielingen had aangericht. Op het dak van de woning vond ik een stuk berkenhout met bloedvlekken. Ook vond Bertje Pijpers, bij de spoorbrug, een stok berkenhout met bloedvlekken, ongeveer 100 meter van de plaats van het misdrijf.

Op de plek die toegang bood tot de woning van Jan Hendriks, dus in de gang waar Tru Driessen die aan haar verwondingen in de nacht tussen 2 en 3 oktober 1911 is overleden, lag  een bloedplas.’.

Toelichting: Dokter Humblet, ook bekend als Humble, was een dokter die gratis werkte, daarom noemden ze hem ook wel de ‘armendokter’. Echter, men moest wel iets over hebben om hem te bereiken, want Reckheim was niet naast de deur. Men moest via Geulle de veerboot nemen om hem te bereiken. Daarnaast was er ook nog dokter Beckers uit Beek, die niet gratis was en ook nog wordt genoemd.

Onderstaand: foto van dokter Humble of Humblet (bron: Lieven Lemmens )

Volgende pagina: bidprentje van dokter Humble (bron: Lieven Lemmens) de dienaar van zijn ‘geliefde Maaslandsche menschen’.

Rechts het gebouw van de praktijk van dr. Humble. (Bron: Lieven Lemmens)

Verder met het proces- verbaal.

Jan Hendriks verklaart nog dat hij niet heeft gezien heeft wie zijn vrouw deze slag of stoot zijn vrouw heeft aan gedaan.

Verhoor van Michiel Heuvelers of Hoeveler,  51 jaar oud landbouwer.

Gisteren, dus 1 oktober 1911, kwam ik ongeveer kwart voor negen thuis vanuit Catsop naar Elsloo. Nauwelijks was ik in mijn woning toen Jan Frederix bij mij naar binnen kwam. Mijn dochter Trees had me al verteld dat hij  tussen drie en 5 uur middags geruime tijd bij haar is geweest en dat ze bij een twist hem met een broodmes aan een hand verwond had. Jan Fredrix zei tegen mij: kijk eens wat jouw dochter heeft gedaan en toonde mij zijn bloedend hand; hij had deze in een doek gewikkeld. Er ontstond een twist, ik zei hem dat hij mijn dochter niet moet komen lastig vallen als ik niet thuis was. Waarop Jan Fredrix antwoordde dat zij hem zijn eer had aangetast tegenover de inwoners van Elsloo. Trees Hoeveler heeft verteld dat Driessen 10 weken zwanger is geweest van Jan Fredrix. Daarna heb ik Michiel Hoevelers, Jan Frederix buiten de deur gezet. Maar toen ik in gang kwam kreeg ik een klap met een stuk hout en werd ook verwond aan een hand maar ik kon niet zien wie dat was. Op het zelfde ogenblik zag ik dat er nog twee mensen in de gang stonden maar door de duister kon ik niemand herkennen.

Daarna de verklaring van Theodoor Daalmans, 32 jaar oud, schoenmaker, wonende te Elsloo.

‘Op zondagavond rond kwart voor negen liep ik samen met mijn vrouw langs de woning van Jan Hendriks te Terhagen. Ik zag Tru Driessen in de deuropening staan, we groetten elkaar. Ik zag dat er drie personen achter het huis van Michiel Heuvelers verdwenen, maar ik kon ze niet herkennen. Toen we ongeveer 50 tot 60 stappen verder waren, hoorden we het geluid van deuren en vensters die werden geslagen, en glasgerinkel. We zijn niet gaan kijken, dus we weten niet wie dit heeft gedaan.’ Zijn vrouw, Elisabeth Schreurs, verklaarde hetzelfde.

Uit het proces-verbaal:

“Naar aanleiding van deze verklaringen en de verstandhoudingen zijn de verdachten Peter Hubert Driessen en Jan Fredrix door ons in arrest gesteld en verhoord. Peter Hubert Driessen, die bij zijn vader inwoonde, genaamd Peter Hubert, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober ben ik niet uit huis geweest. Mijn ouders en Jacques Lemmens kunnen dit bevestigen, want Lemmens was tussen 7 en 8 uur bij ons thuis, en ik ben om 9 uur naar bed gegaan.’ Jacques Lemmens, 35 jaar oud, sigarenmaker, wonende te Elsloo, verklaarde dat hij op de avond van 1 oktober bij Peter Hubert Driessen thuis was om te praten over het pachten van een stuk land. De zoon, Peter Hubert, was ook binnen rond half zeven. Hij had klompen aan en was niet gekleed om uit huis te gaan. Anna Smeets, 51 jaar oud, huisvrouw van Peter Hubert Driessen, wonende in Terhagen, Elsloo, verklaarde: ‘Op de avond van 1 oktober is mijn zoon Peter niet uit huis geweest. Het is onmogelijk dat mijn zoon betrokken was bij de mishandelingen of vernielingen.’ In de voormiddag van 2 oktober, rond negen uur, ontmoette ik Jan Fredrix in het veld. We spraken over de mishandelingen en vernielingen en dat mijn zoon was gearresteerd. Fredrix zei tegen mij dat hij niet wist wie de mishandeling had gedaan. Ik opperde dat Tieske dat wel gedaan zou hebben. Hij knikte met ja, bevestigend op mijn vraag. Daarna vertrok hij omdat hij naar Dokter Beckers in Beek moest om zijn hand te laten verzorgen.’

Verklaring van de verdachte Jan Fredrix, ongehuwd, sigarenmaker, woonachtig bij zijn stiefvader Jan Reubsaet en zijn moeder in Elsloo.

‘ Ik ben op 1 oktober 1911 ’s middags rond 6 uur in de woning van Heuvelers geweest, waar ik in een woordenwisseling met Theresia Heuvelers terechtkwam, omdat zij beweerde dat de dochter van Driessen 10 weken zwanger van mij was geweest. De twist escaleerde zo erg dat ze een broodmes pakte en mij vrij ernstig verwondde aan mijn rechterhand, waar veel bloed uitkwam. Ze deed dat omdat ik achter haar broertje aanzat vanwege dingen die hij had gezegd. Daarna heb ik het huis verlaten en ben naar Catsop gegaan. Rond half 8 ben ik teruggegaan naar de woning van Heuvelers. Toen ik binnenkwam en Adam Heuvelers zag, ontstond er weer ruzie en werd ik buiten gezet. Toen ik buiten stond, zag ik nog twee personen, maar ik heb ze niet herkend. Ik zag wel dat Mathijs Hendriks naar binnen ging bij Heuvelers. Ik ben alleen teruggelopen naar Catsop en heb geen glasruiten ingeslagen of mevr. Hendriks mishandeld. Toen hij door mij ondervraagd werd over wat ik in de ochtend van 2 oktober tegen Peter Driessen had gezegd, ontkende ik dit.”

“Verder in het onderzoek deelde Theresia Heuvelers ons mee dat ze er zeker van was dat Jan Molling erbij betrokken was geweest. Daarop hebben we deze persoon gearresteerd en ondervraagd. Maar hij verklaarde dat hij tussen half zeven en negen uur bij zijn schoonouders, Jan Reubsaet, was geweest, wat mijn onderzoek bevestigde. Daarna is hij vrijgelaten.

“Op de avond van 3 oktober is de verdachte Jan Fredrix opnieuw verhoord door de brigadier, nadat we hem op verschillende leugens hadden gewezen. Toen verklaarde hij het volgende: ‘Op de avond van 1 oktober 1911, rond half 8, ben ik samen met Ties Smeets en zijn broer Door Smeets vanuit het Café van Engelen in Catsop naar de woning van Adam Heuvelers gegaan.'”

Toelichting: Café Engelen was gevestigd in de Daalstraat Catsop

Toelichting:
De ingang van Café Engelen bevond zich bij de eerste deur. Op de foto zien we rechts de uitbaatster van die tijd, Marie Wijnen. Ze was getrouwd met Willem Engelen. Aan de linkerkant staan haar schoondochter Marie Beckers en haar kind Rietje Engelen. Marie Wijnen is hier geboren, terwijl Willem Engelen uit België kwam en hier is komen wonen door zijn huwelijk.

Dit is van het heden in 2023 waar Café Engelen stond. Uit een krantenartikel citeer ik Jan Pijpers, ook bekend als Sjeng van Bertje de velwachter. Jan Pijpers herinnert zich het ruige leven nog als de dag van gisteren. Vroeger, zegt hij, telde Catsop acht cafés. Op de kegelbaan van Café Engelen kon je haanslaan. Dat was een wrede sport. De deelnemers werden geblinddoekt en kregen een sabel waarmee ze een levende haan in twee stukken moesten zien te slaan. Hier werd ook het “dasse-biete” beoefend, wat bloederige gevechten tussen een hond en een das waren, waarbij weddenschappen werden afgesloten. In een krantenartikel van vrijdag 14 januari 1983. Mijn vader Thei Smeets vertelde me nog over die tijd dat de kegelbaan bestond uit een houten plank buiten.

Verder met het verhoor:

Wij spraken onderweg af om bij Heuvelers de boel kort en klein te slaan. Onderweg sneed Ties een stuk hout af waarvoor ik hem mijn mes gaf. Ik kreeg ook een stuk hout van Smeets. Toen wij aan de woning van Heuvelers waren ging ik naar binnen en bleven de gebroeders Smeets buiten aan de woning wachten. Toen ik binnen was ontstond er een ruzie, omdat ik tegen Heuvelers zei dat zijn dochter mijn goede naam had bezoedeld en daarna nog in mijn hand had gesneden. Heuvelers pakte me vast en zette me buiten de deur. Enige ogenblikken later zag ik zijn stiefvader van Heuvelers naar binnen gaan. Nauwelijks was hij binnen, besloten ik en Ties om de glasruiten te vernielen. Ik heb gezien dat Ties en ik alle glasruiten aan de woning kapotgeslagen hebben. Door Smeets heeft niets gedaan, althans ik heb hem niet zien slaan. Nadat we alles kort en klein hadden geslagen, zijn we weggegaan. Vrouw Hendriks (Gertrude Driessen) zagen wij aan de deur van haar woning staan, en zodra Ties dat ook zag, heeft hij haar met het bewuste stuk hout geslagen, wat ik duidelijk heb gezien. Daarna zag ik vrouw Hendriks achterover vallen. Ik heb mijn stuk hout op het dak van de woning van Hendriks gegooid, waarna wij allemaal richting Catsop zijn weggelopen. Ik heb de glasruiten vernield uit wraak vanwege wat Theresia Heuvelers had gezegd en de mishandeling.

Naar aanleiding van deze verklaring zijn Ties Smeets en ik gearresteerd en ondervraagd. Door Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd en mijnwerker wonend te Elsloo, verklaart na hem op de ernst van de zaak te hebben gewezen, het volgende: Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half acht, ben ik in gezelschap van mijn broeder Ties en Fredrix het café van Engelen uit gegaan. Ik zag dat Fredrix ernstig gewond was aan zijn rechterhand, en Fredrix zei dat Theresia dat had gedaan. We spraken af om bij Heuvelers alles kort en klein te slaan, wat Fredrix voorstelde. Mijn broeder heeft onderweg een stok afgesneden en daarna zijn we naar de woning van Heuvelers gegaan. Toen we daar waren, is Fredrix bij Heuvelers naar binnen gegaan. Hij was nauwelijks binnen toen hij door Heuvelers naar buiten werd gegooid. Daarna zag ik dat mijn broer en Fredrix de glasruiten kapot sloegen met een stuk hout. Nadat ze de glasruiten hadden vernield, liepen we weg. Maar toen we langs de woning van Hendriks liepen, zagen we dat mevrouw Hendriks aan de deur van haar woning stond. Mijn broer sloeg haar met een stuk hout tegen het hoofd, waardoor ze achterover viel. Daarna zijn we weggegaan in de richting van Catsop. We hebben nog een glas bier gedronken bij caféhouder Engelen en daarna zijn we naar café Bartels gegaan. Vervolgens zijn Fredrix en ik naar mijn woning gegaan, waar Fredrix ook heeft geslapen. Ik heb geen glasruiten vernield omdat ik spijt had dat ik met Fredrix was meegegaan.

De verdachte Tieske Smeets, geboren te Elsloo, ongehuwd brikkenbakker (bijgenaamd Kromme Tieske) en woonachtig te Elsloo, verklaart aanvankelijk helemaal niets te weten van de mishandeling met dodelijke afloop en de vernielingen, en ontkent alles. Doch bij een nader verhoor verklaarde hij als volgt:

Op zondagavond 1 oktober 1911, omstreeks half 8, ben ik in gezelschap van mijn broeder Door vanuit Café Engelen te Catsop naar de woning van Heuvelers in het Terhagen gegaan. We spraken onderweg af om daar de boel kort en klein te slaan, waarvoor ik een stuk hout heb afgesneden met een mes van Fredrix. Toen wij bij de woning van Heuvelers aankwamen, is Fredrix naar binnen gegaan, maar nauwelijks was hij binnen of werd hij door Heuvelers naar buiten geworpen. Toen Fredrix buiten was en de deur van Heuvelers’ woning gesloten was, heb ik met Fredrix de glasruiten bij Heuvelers stukgeslagen. Vervolgens zijn we weggegaan, maar toen wij langs de woning van Hendriks liepen, zag ik dat mevrouw Hendriks aan de buitendeur van haar woning stond. Omdat ik bang was dat die vrouw had gezien dat wij de glasruiten hadden stukgeslagen, heb ik haar opzettelijk een slag met het stuk hout tegen het hoofd toegebracht. Daarna zijn we weggelopen richting Catsop, waar we ons verspreidden. Ik had echter niet de bedoeling om mevrouw Hendriks dood te slaan en ik betreur het dat zij aan de gevolgen is overleden.

Na voorlezing verklaart de verdachte dat deze verklaring overeenkomt met de waarheid, zoals gesteld blijkt uit de ondertekening van de verdachte. Ondertekend, Ties Smeets

De verdachte Ties Smeets, alsmede Jan Fredrix en de getuige Door Smeets, zijn met elkaar geconfronteerd waarbij hun verklaringen overeenkwamen. De verdachte Peter Hubert Driessen is na afloop van het onderzoek wederom in vrijheid gesteld omdat uit de verklaring is gebleken dat hij niet heeft deelgenomen aan de vernielingen en mishandeling. De getuige Door Smeets is na zijn verhoor eveneens in vrijheid gesteld.

Stukken hout, die door mij in beslag zijn genomen en waarmee de mishandeling en vernielingen zijn gepleegd, zijn aan de verdachten getoond en zij hebben deze herkend als het hout dat zij hebben gebruikt bij het plegen van voormelde misdrijven.

De heer Beckers, arts alhier, is door mij benaderd voor het onderzoek van mevrouw Hendriks. De verslagen van het onderzoek worden door middel van een schriftelijke verklaring bijgevoegd.

Het lijk van Gertrude Driessen, die in de nacht van 2 en 3 oktober is overleden, is door mij in beslag genomen en zal bij de komst bij justitie worden vrijgegeven aan de heer rechter-commissaris belast met de instructie van strafzaken bij de rechtbank in Maastricht. De geboorteakte van de verdachte en het proces-verbaal van de beslagname en overdracht van het lijk worden erbij gevoegd.

Volgens verkregen informatie hebben de verdachten een ongunstige reputatie. De verdachten worden op 5 oktober voor de heer officier van Justitie geleid om ter beschikking te worden gesteld bij de lijkschouwing te Elsloo.

Dit proces-verbaal is opgemaakt door mij, brigadier Titulair vernoemd, op mijn ambtseed en gezonden aan de heer officier van justitie te Maastricht.

Gesloten te Beek op 4 oktober 1911 Ondertekend door Jacob van den Brand

Na dit verhoor en de bekentenis van de verdachte komt er een rechtszaak. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan, maar dit leidt tot dezelfde conclusies als door de marechaussee is opgesteld. Er wordt ook een onderzoek uitgevoerd op Tru Driessen om de doodsoorzaak vast te stellen en te bepalen of dit door de slag is gekomen. De rechtbank stelt daar artsen voor aan voor een lijkschouwing die naar Elsloo komen.

De rechter-commissaris heeft het lijk overhandigd aan de volgende artsen, te weten Dokter Beckers, de geneesheer Nijst, en Schmedding, om de doodsoorzaak te onderzoeken. Tevens zijn mijn overgrootvader, Theodoor Collard, een 43-jarige landbouwer, en Bert Pijpers, een 54-jarige gemeenteveldwachter wonend te Elsloo, gevraagd om de identificatie van het lijk uit te voeren.

De heer Schmedding was afkomstig van Maastricht, waar hij als chirurg werkzaam was.

De details van het onderzoek zal ik achterwege laten, maar de artsen hebben bewezen dat de slag met het hout de oorzaak van het overlijden is geweest.

Vóór de voorgeleiding van Ties aan de rechtbank werd er gekeken naar al zijn documenten om te achterhalen of hij eerder met justitie in aanraking was geweest.

Dus Ties had nog wat gestroopt op 16 jarige leeftijd en kreeg daar een boete voor in 1899.

de uitspraak

Uiteindelijk krijgt hij 3 jaar gevangenisstraf en moest naar Breda naar de gevangenis.

Op 5 oktober krijgt hij zijn ontslag .

Toen men destijds in de gevangenis belandde, werd er een foto gemaakt. Dit is de foto van Ties Smeets, en hij heeft zijn straf uitgezeten. Ties zette zijn leven voort, stichtte een gezin in Duitsland en kreeg verschillende kinderen.

Ik heb nog een foto ontvangen van brikkenbakkers van Guus Peters, met de mededeling dat deze iets te maken zou hebben met Hoeveler. Ik weet hier echter niets van, want het zijn twee foto’s, maar er was er één.

Dus dit is eigenlijk een foto waarop je de kinderen ziet die de brikkenvormen vasthouden voor de foto. Destijds was het normaal dat kinderen aan het arbeidsproces deelnamen. Het lijkt mij een erg oude foto, maar wie erop staat, heb ik geen idee van. Ze zou aan de familie Hendriks of Hoeveler verbonden zijn.

Verkoop goederen van Jan Hendriks Terhagen

Dit zijn de onroerende goederen die verkocht worden de nummers komen straks terug in de notariële akte.

Hier vond de verkoop plaats en waren alle leden van de families Hendriks en Hoeveler aanwezig of hadden zij een vervanger aangewezen.

We gaan over naar de notariële akte en ik moet meteen vermelden dat sommige handschriften niet te vertalen waren, maar ik heb een poging gewaagd.

Het is belangrijk te vermelden dat deze aktes informatie bevatten over waar de kinderen op dat moment woonden en met wie ze getrouwd waren. Dit is van grote waarde voor een gedegen stamboomonderzoek.

Op de tweeëntwintigste oktober negentienhonderd dertien, ’s middags om drie uur, vond deze gebeurtenis plaats in de herberg van Hubert Janssen-Marchal te Elsloo, in aanwezigheid van:

  1. Johannes Mathijs Hendriks, weduwnaar van Gertrude Driessen, zonder beroep en wonende te Deurne, die optrad in eigen naam en als mondeling gemachtigde van: A. Peter Bartels, rijksveldwachter, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Anna Hendriks en wonende te Deurne. B. Leonard Sanders, fabrieksarbeider, bijgestaan door zijn echtgenote Maria Hendriks, zonder beroep, samenwonend te Freiburg Homburg (Duitsland).
  2. Peter Tempelforth, boekbinder, wonende te Kevelaer (Duitsland), bijgestaan door zijn vrouw Theresia Hendriks, zonder beroep, eveneens wonend aldaar.
  3. Theodoor Collard, landbouwer, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Elisabeth Hendriks en wonend te Catsop, gemeente Elsloo.
  4. Jan Hendriks, mijnwerker, wonende te Cothem Boorsheim (België).
  5. Adam Michiel Hoeveler, weduwnaar van Anna Maria Hendrix, landbouwer, wonende te Terhagen, gemeente Elsloo, die handelde als: a. Eigenaar b. Vader en voogd van zijn minderjarige kinderen Michiel en Jan Hoeveler c. Monddelinge gemachtigde van zijn meerderjarige kinderen Theresia Hoeveler, ongehuwd en wonende in Terhagen Elsloo, en Gertrudis Hoeveler, ongehuwde dienstbode wonende te Maastricht.
  6. Theodoor Collard, van plan om op te treden als mondelinge gemachtigde van: a. De heer Jan Lemmens van Elsloo, secretaris der gemeente Elsloo, en Hendrik Lenssen, organist, beiden wonende te Elsloo, die handelden namens het College van burgergenoten en rechtshandhavers van de gemeente Elsloo, gemachtigd bij besluit van de raad der gemeente, goedgekeurd bij besluit van gedeputeerden van Limburg in februari, na het verzenden van de stukken. b. De heer Joannes Jacobus Bours, gepensioneerde wachtmeester der marechaussee, wonende te Terborg, eigenaar van perceel 6, die mogelijk de gemeente Elsloo in staat stelt om een wijziging aan te brengen in de beschreven andere percelen door ze samen te voegen.

Verder waren Jan Hendrix, koopman en wonende te Elsloo, als voogd van de minderjarige Hoevelers aanwezig.

Ik, Jacobus Hoefer, notaris van Beek, benoemd voor het afhandelen van de volgende onroerende goederen in de gemeente Elsloo.

Nummer een: een huis met stallen en tuin gelegen in het Terhagen, kadastersectie C nummer 2064, het gehele noordwestelijke deel afgepaald van nummer 2065, ongeveer 3 are en 35 centiare groot. Volgens verklaring van de erfgenamen staat het perceel kadestraal perceel sectie C nummer 2065 geheel, groot drieënvijftig aren, op naam van Adam Michiel Hoeveler, die het overneemt.

Daarna volgen voorwaarden, hypotheken, grondbelastingen, etc. die ik zal overslaan en doorgaan met wie wat heeft gekocht:

  • Perceel nummer een, het huis, de stallen en de tuin, is gekocht door Peter Steps, wonende in Catsop, gemeente Elsloo, voor een bedrag van zeshonderdvijftig gulden.
  • Perceel nummer twee is gekocht door Jan Lemmens, landbouwer wonend te Elsloo, voor een bedrag van tweehonderdvier en zestig gulden en vier cent, als mondeling gemachtigde van de heer Joannes Van Es, gehuwd met Philomena Lemmens, mijnwerker, wonend te Catsop, gemeente Elsloo.
  • Perceel nummer drie is gekocht door Hendrik Peters, gehuwd met Judith Renkens, caféhouder en metselaar te Beek, voor een bedrag van honderdtwee en zeventig gulden en twintig cent. Dit komt toe aan de Gemeente.
  • Perceel nummer vier is gekocht door Theodoor Collard, gehuwd met Elisabeth Hendriks, landbouwer te Catsop-Elsloo, voor een twaalfde deel, voor negenennegentig gulden en achtenveertig cent.
  • Perceel nummer vijf is ook gekocht door Theodoor Collard, voor vierenvijftig gulden.
  • Perceel nummer zes is gekocht door Louis Driessen, gehuwd met Maria Catharina Janssen, landbouwer wonend te Catsop, gemeente Elsloo, voor vijfhonderdzesendertig gulden en vijftig cent.

Partijen verklaren dat zij geen titels van aankomst of bewijzen van eigendom kennen voor de genoemde onroerende goederen, noch weten dat die bestaan of zijn overgedragen zoals zij weten of blijkt uit de documentatie.

De comparanten zijn mij, de notaris, bekend. In de twaalfde en dertiende regel van de eerste bladzijde zijn woorden doorgestreept en vervangen door andere woorden.

De verdere geschiedenis van de familie Hoevelers.

Adam Michiel Hoeveler, geboren in 1860 en overleden in 1944 .

Het gezin Hoeveler staat hier in zijn geheel op en de moeder Anna Marie Hendrix schenkt nog een drankje in.

Anna Maria Hendrix, geboren in 1860, overleed aan een longontsteking in 1905 in het huis in Terhagen. Na haar overlijden hertrouwde Adam Michiel niet en bleef bij zijn kinderen wonen, naast zijn moeder.

Tot slot

Dit is mijn persoonlijke reconstructie van de tragische moord op mijn betovergrootmoeder, Gertrude Driessen. Een waargebeurd verhaal dat destijds de kranten haalde en waarvan de sporen tot op de dag van vandaag voelbaar zijn in mijn familiegeschiedenis.

Mijn bedoeling met dit verhaal was niet om iemand te kwetsen, maar om een stuk verleden tastbaar te maken, zoals het mogelijk was in die tijd. Ik heb geprobeerd zo zorgvuldig en respectvol mogelijk te werk te gaan, met oog voor zowel de feiten als de gevoelens van betrokkenen en hun nazaten.

Mocht iemand zich toch gekwetst voelen of ergens moeite mee hebben, dan hoor ik dat graag. Alleen in openheid en met wederzijds begrip kunnen we het verleden een plek geven.

Dank voor het lezen.

Gepubliceerd door

Onbekend's avatar

catsop van vreuger

Ik ben Guus Smeets geboren en op getogen in Catsop mijn motto is wie geen verleden heeft ,heeft geen toekomst

2 gedachten over “Moord in Terhagen 1 oktober 1911.”

  1. Guus,

    Schwan stök historie. Allein kwlatte veur betrokken families.

    Paar opmirkingen :

    kwam met werk in het buitenland, zoals het bakken van stenen. Tru zelf bleef waarschijnlijk lange tijd actief in deze bezigheid, aangezien verschillende kinderen zowel uit haar eerste als tweede huwelijk werden geboren.

    Ik denk dat hiet “in Duitsland werden geboren” moet staan.

    Ergens staat Vlakenberg ipv Valkenburg.

    Of ze met de trein via Valkenburg gingen weet ik niet. Zou een flinke omweg zijn. Die gingen in eerste instantie te voet. Pas in 1864 komt de spoorlijn naar Venlo waarvan ze gebruik maakten.

    Het middelste huis op de Stationsstraat, trouwens mooie foto, was inderdaad van Trees daar komt ook haar dochter Truuke wonen. Ze hebben een stoffenwinkel. Trees was een goede naaister. Ik heb Trees nog gekend ! Ik geloof dat het linkse huis ook van haar was dat was en verhuurd aan Fredrix. Gerard een zoon woonde later in de Dorpstraat. Leon Bosch weet daar meer van.

    Ik moet eens kijken wat ikzelf daarvan heb. Schrijf nu uit mijn hoofd.

    gr
    Guus

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg

    Like

    1. Beste Guus,

      Allereerst bedankt voor je reactie. Het betreft ook mijn familie, helaas. Overal waar je haar naam opzoekt, staat mijn betrokkenheid vermeld. Maar als Tru er niet geweest was, zou ik ook niet in deze situatie zijn beland. Haar betrokkenheid bij die gebeurtenis is helaas niet mijn intentie om iemand te kwetsen. Toch kan het schrijven van geschiedenis soms confronterend zijn. Het dient ook als een waarschuwing voor anderen om de mogelijke gevolgen te overwegen voordat ze zich met iets of iemand associëren.

      Ik heb getracht de geschiedenis van de familie Hoeveler te reconstrueren, waar Tru een deel van uitmaakt. Er zijn veel verhalen uit het verleden over hoe deze naam tot stand kwam, en nu lijkt dat duidelijk te zijn.

      Bedankt voor het corrigeren van de fouten in mijn taalgebruik en bewoordingen. Wat betreft de spoorlijn Venlo die je noemde, deze dateert pas vanaf 1864. Er waren echter al “brikkenbekkers” die rond 1840 vertrokken, waarschijnlijk te voet. Ik heb de optie Meerssen genoemd als een vermoedelijke reden: een mogelijkheid waarom? Het stationsgebouw van station Meerssen dateert uit 1853 en maakte deel uit van de spoorlijn Maastricht-Aken, de allereerste internationale spoorlijn in Nederland. Dit betekent dat er een periode van 10 jaar tussen lag voor de pioniers onder de “brikkebekkers”. Ze reisden herhaaldelijk naar Duitsland om prijsafspraken te maken, wat voorbereiding vereiste.

      Als je deze route bekijkt, is dit een plausibele optie:

      Aken – Herzogenrath: 17 januari 1853
      Herzogenrath – Rheydt: 12 november 1852
      Rheydt – Mönchengladbach: 12 augustus 1852
      Aangezien Mönchengladbach vlakbij Willich ligt, is het een plaats waar veel Elslonaren zijn geboren. Maar het blijft slechts een mogelijkheid, aangezien lopen van Catsop naar de Denneberg en dan naar station Meerssen nog steeds sneller is dan te voet naar Duitsland. Dit zou wellicht in de beginjaren hebben plaatsgevonden.

      Wat het huis aan de Stationsstraat betreft, daar heeft ook een tijdje de boerenleenbank gezeten. Mijn zus heeft daar nog gewerkt.

      Met vriendelijke groet,

      Guus

      Like

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.