
1 ? 2? 3? 4 Louis Huiveneers 5 Frits Cobben 6 Sjeuf Maas
Ik heb hier verder geen informatie over welke groep uit Catsop dit is nummers 1,2,3 lijken wel op elkaar door de helm moeilijk te zien

1 ? 2? 3? 4 Louis Huiveneers 5 Frits Cobben 6 Sjeuf Maas
Ik heb hier verder geen informatie over welke groep uit Catsop dit is nummers 1,2,3 lijken wel op elkaar door de helm moeilijk te zien

nummer 13 van de optocht groep uit Catsop genaamd vluchtelingen uit Berlijn
1 Nellie Maas 2 Huub Dols 3 Sjeng Tilmans 4 Net Dols 5 Gus Willems 6 Marie Claessen 7 Cisca Maas 8 ? 9 Willem Tilmans 10 An Tilmans 11 Mia Muitjens 12 Lucie Muitjens 13 Neske Tilmans 14 ? 15 ?
Verschillende mensen hebben deze foto van namen voorzien zoals Huub Dols, Alber Lemmens, Lucie Muitjens etc bedankt hiervoor. Waar deze foto genomen is weet ik niet zeker ik denk de stationstraat

Streekmuseum Elsloo gebruikte deze foto ik had een paar namen van Albert Kremers. Of ze kloppen laat ik graag aan jullie over en er ontbreken er een paar .

Het betreft hier de wagen van Catsop nummer 42 trouw aan het huis van oranje
1 Pie Lemmens 2 ? 3 Corrie Brorens 4 Marieke Frederiks 5 Mientje Hermans 6 ?
Foto is gemaakt in de daalstraat dat zie je aan het muurtje en volgens alles zat de jurk van de vrouw boven nog niet goed op zijn plaats .

Door Jo Smeets
In 1967 maakt de wereld kennis met de hippies. De wijk Haight-Asbury in San Francisco is hun domein. Alles moet anders is het credo. Sinds hun denkbeelden op mondiale schaal verspreid zijn, is veel veranderd ten goede en ten kwade. De hippies van toen zijn op zoek naar een nieuw utopia. Enkele slogans van hen zijn: “de verbeelding aan de macht” of “van homo faber naar homo ludens”.
Begin jaren 70 zijn sommige van hun denkbeelden in verdunde vorm doorgedrongen tot Catsop. Zo wordt in menig gezin de strijd uitgevochten om de gepaste haarlengte voor een jongen. Voor het dragen van kleding geldt een soortgelijk verhaal. Dat duffe jaren 60 kloffie kan voorgoed in de kast blijven hangen. Ouders en de gevestigde wereld weten niet wat hen overkomt. Het opstandige gedrag van de jeugd stuit op weerstand en dit is nog zachtjes uitgedrukt.
Elsloo krijgt een jongerensoos Utopia, eerst nog gehuisvest in de statige pastorie tegenover de Augustinuskerk, later in het patronaat met de ingang grenzend aan het oude kerkhof. Buiten onze landsgrenzen is er de studentenopstand in mei 68 te Parijs.
In 1967 vindt in Amerika Monterey het 1e popfestival plaats. Het is nog een ideeel gebeuren in tegenstelling tot vandaag de dag. Nu is het credo: er is geld mee te verdienen dus is het handel. Laat de wet van vraag en aanbod regeren, dan komt ’t wel goed. De dichter Lucebert heeft eens gescheven “alles van waarde is weerloos”.
De hele wereld maakt kennis met het fenomeen popfestival door Woodstock in de zomer van 1969. Drie dagen lang love, peace and happiness. Bijna iedere middelbare scholier gaat in 1970 naar de bioscoop om de muziekfilm Woodstock te zien. Onder impuls van Enighauser Jan Smeets krijgt Limburg zijn eigen Woodstock. De naam wordt Pinkpop. In het Burgemeester Daemenpark te Geleen staan, liggen, hangen, lopen duizenden jongeren op Pinkstermaandag om 1 dag bevrijd te zijn van het gewone maar voortkabbelende dagelijkse leven. Een gevoel van saamhorigheid wordt hier gesmeed.
Hierboven een reportage over het allereerste popfestival in Limburg, Pinknic op de Gulpenerberg in Gulpen. Een jaar later zou hier Pinkpop uit ontstaan.
Pinkpop lonkt ook naar Catsop, een plukje jongeren wil dit festival wel eens van dichtbij meemaken. Dit gebeurt aanvankelijk schoorvoetend in die zin, dat bij het 1e bezoek aan het festival braaf eten en drank van thuis wordt meegenomen. Dit is dan nog toegestaan.
De grote dag is daar en wij fietsen naar Geleen. Echter de groep is nog niet compleet. Een jongen die Op Het Einde woont moet nog worden opgehaald. Bellen aan de deur, geen reactie, nog maar eens hard roepen: “man woar bliefs dich?”. Er gaat een bovenraam open en een slaperig hoofd steekt naar buiten. Enfin, met vertraging richting Geleen. Langs de spoorlijn, op de Schuttersstraat staat de club al weer stil. Een meegenomen thermoskan koffie is stuk gevallen op het wegdek.
In Geleen zetten wij de fietsen achter warenhuis Schunck neer, die laatste tientallen meters gaan wij te voet.
Vanaf NS-station Geleen-Lutterade is het een vloeiende stroom van honderden jongeren afkomstig uit het hele land op weg naar pinkpopterrein. Wij doen aan ritsen. De Geleense burgerij gaat er eens goed voor zitten op hun tuinstoelen voor het huis. Zo ontgaat hen niets van deze parade, want zo’n schouwspel krijg je niet elke dag te zien.
’s Avonds als de entree weg is, lopen zij nog een rondje op de sintelbaan. We horen opmerkingen als: ” Wat heeft die voor kleren aan?” Pinkpop is in die jaren nog ongekunsteld. Dat grote grasveld met hieromheen de brede sintelbaan en een ouderwetse tribune die haar beste jaren achter zich heeft liggen. Op deze tribune twee podiums, gebouwd van steigermateriaal, waar die dag in totaal 6 a 7 bands optreden. That’s all, het randgebeuren bestaat slechts uit een handvol kraampjes waar India-kleding, sieraden of lp’s te koop zijn.
Afdeling Catsop constateert al vrij snel, dat de inwendige mens hier niets tekort hoeft te komen. Eet- en drankgelegenheden zijn er voldoende. Het meegenomen en het naderhand gekochte bier smaakt goed en stroomt rijkelijk. Drank en soms de geestverruimende middelen in combinatie met een verzengende zon zorgt er voor dat vele bezoekers knock-out gaan.
Geregeld passeert ons de Rode Kruisbrigade met de brancard. “Goh, is dat niet …die daarginds op die brancard ligt?” “Nee, dat is hem niet”, wordt door ons luchtig geconstateerd. “Hem” blijkt toch iemand van ons groepje te zijn, hij belandt op de stretcher in de EHBO-post. Wij ontdekken dit pas veel later, nadat onze vriend als vermist wordt bestempeld. Die pinkpop-editie is voor hem grotendeels een zwart gat.
Eenieder van ons zwerft over het uitgestrekte terrein of loopt eens naar voren om z’n favoriete band beter te zien. Even naar het toilet is voor meisjes geen sinecure. De enkele toiletten onder de tribune zorgen voor een hele lange rij van wachtenden. Wij jongens maken van de nood een deugd, wij doen aan bemesting van de plantjes in de perken, hun Latijnse naam staat op ’n bordje vermeld. Plassend leer je zo nog iets. Dan weer terug naar het basiskamp. Iemand van ons groepje is te herkennen aan gleufhoed en regenjas. Ondanks dat het vijfentwintig graden is, draagt hij beide de hele dag. Hoe noemen wij zulk gedrag, prettig gestoord.
Zo is dit groepje uit Catsop midden jaren 70 verscheidene keren naar pinkpop te Geleen geweest. Wij hebben het stof van de sintelbaan geproefd en overal zitten als het snikheet is, maar zitten ook onder een lap zwarte landbouwplastic omdat het de hele dag regent. Kortom een dag Woodstock, maar in verdunde vorm. Wat het belangrijkste is, wij hebben ontzettend veel gelachen tijdens deze jaarlijkse trip.
Dit verhaal staat ook op info.Elsloo en is geschreven door Jo Smeets eine echte Catsopenair
Hier onder een verhaal van Wiel van Hees hier gaat het om de brand van het herenhuis van de Graaf van Geloes 1885 over de familie Cobben-Lenaerts ( Catsop) waar Klöaske Cobben (Catsop) deel uit van maakte hij was de vader in die familie heb ik in mijn rubriek al aandacht aan besteed dus die kan men terug vinden ik heb het een en ander aangevuld met krantenartikelen en foto’s
Klöaske Cobben was mijn overgrootvader. De grootvader van mijn mam. Hij was in 1885 werkzaam bij de Graaf van Geloes op het kasteel. In die tijd is het kasteel ( Herenhuis ? ) afgebrand. Klöaske vertelde tegen zijn dochter Barbara, Barbera was de moeder van mijn mam. Dat het kasteel uit onvrede door het personeel werd aangestoken. Dat verhaal over die brand werd vroeger vaak bij ons verteld. Of dat verhaal waar was dat wisten wij niet.



Klöaske kreeg de opdracht om al het puin in het bos te storten. Dat deed hij ook tegen de berg naast het paadje dat vanuit Terhagen langs het bos naar het Terhagenputje loopt.

Tijdens het opruimen van het puin vond Klöaske dit bronzen schaapje en dit bronzen kapstokhaakje. Daar waar Klöaske dat puin had gestort ben ik vaker gaan kijken in de hoop dat ik dat beentje van dat bij het schaapje ontbrak, kon vinden. Misschien was dat wel te vinden met een metaaldetector.

Klöaske gaf dit schaapje en dat kapstokhaakje aan zijn dochter Barbara. Die woonde in die tijd in Saint Nicolas Luik. Daar is de mam geboren. Barbara gaf het later weer aan haar dochter Hubertine de zus van mijn mam die in Luik woonde.
Op verzoek van de mam gaf Hubertine later het schaapje en dat kapstokhaakje aan de mam zodat het weer in Elsloo terecht kwam.
25 augustus 1985 werd ik 50 jaar. De mam vroeg: “Willi. Wat zou jij graag willen hebben voor je verjaardag?” Ik antwoordde: “Dat schaapje en dat kapstokhaakje.” En zo zijn die twee antieke bronzen voorwerpen bij mij terecht gekomen.
Ooit sprak ik met Sjef Gelissen. Hij had veel contact met de familie Jurgens. Sjef wist te vertellen dat in een boek van de familie Jurgens sprake was van een bronze schaap. Ik ben nu 82 jaar en ik wil graag dat deze beide bronzen voorwerpen in ons nieuwe Elsloo’s Streekmuseum terecht komen. Zodat ze voor altijd bewaard blijven. Omdat het rechter beentje van het schaapje ontbrak heeft de pap daar zelf een nieuw beentje aan gemaakt. Dat is op de foto ook duidelijk te zien.


Van het oude kasteel zijn verschillende schetsen gemaakt hieronder een aantal


Het oude kasteel heeft verschillende functie gehad van brouwerij tot herenhuis met bibliotheek en dat laatste zal veel historisch geschrift misschien verloren gegaan zijn tijdens de brand

Bedankt Wiel voor het verhaal

Dit artikel stond in de krant van VIA Limburg en rechtsonder staat een foto van de optocht van 1945 in Catsop deze groep was daar een onderdeel van .

Uit de nalatenschap van H.Rouveroy heb ik deze gekopieerd en ziet u dat de optocht in Augustus was men noemde dit ook wel de bevrijdingsoptocht

Op nummer 7 staat de groep van Catsop (De V van Victorie) wat in de krant staat afgebeeld .

1 Marie Smeets 2 Tilla Vranken 3 Immie Smeets 4 Marieke Tilmans 5 Lies Smeets 6 Bertha Vranken 7 Anneke Smeets 8 ? 9 Miet Daemen 

1 Rika Verboord 2 Mia Verboord 3 ? 4 ? 5 ? 6 ? 7 Annie Knoben 8 ? 9 Nelia Wanten 10 ? 11 ? 12 Bertha Houben 13 Lenie Hermans 14 Lies Pereboos 15 ? 16 Marie Notten 17 ? 18 Lies Bours 19? 20 ? 21 ?

Foto Jose Klinkers een kind van Nelia Lemmens zij verbleef in Catsop omdat haar geboorte huis was gebombardeerd in Sittard
Zoals ik al eens beschreven heb de bergklimmers ontstaan in Catsop heb ik nog een foto van een latere datum gekregen van Thei van Mulken en wilde die graag publiceren

1 Chris Pepels 2 To Meeuwissen 3 Wil Deckers 4 Lucie Lacroix 5 Jo Kersemakers 6 Truus Derhaag 7 Pauline Derhaag 8 Thei van Mulken 9 Priem 10 Piet Lemmens 11 Mieke Pepels-Van Es

1 Wilhelmine de Wijs – Fastrich 2 Elly Boesten – de Wijs 3 Jan de Wijs 4 Herman de Wijs
Hier een kleine overzicht van de Fam. De Wijs, beginnend met mij Overgrootvader Johannes.
Geschiedenis Johannes de Wijs en Kinderen.
Overgrootvader Johannes de Wijs was eerst schipper en voer samen met zijn broer (Mathijs !!!) van Made Drimmelen via de Waal en de Rijn naar Duisburg (Ruhrort)
Overgrootvader heeft zijn vrouw leren kennen in Duisburg.
Zij werkte daar als dienstmeisje. (Wilhelmine Bergermann)
Overgrootmoeder kwam uit Oberhausen.
Bijna was overgrootvader verdronken toen hij van het schip viel.
Dit was de reden om zich uit te kopen en naar zijn geliefde Wilhelmine te gaan.
Beide hebben zich gevestigd in Oberhausen.
Daar hebben zij een gezin gesticht. (vijf zoons en een dochter)
In Duitsland is onze overgrootvader in de mijn (Bergbau) gaan werken, maar omdat daar weinig of geen sanitaire voorzieningen waren, kwam hij iedere dag zwart thuis dat vond hij maar niks voor zijn gezin daarbij was het ook nog eens ongezond (Longen).
Hij kocht 2 paarden en werd kolenhandelaar, maar hij had te weinig opdrachten, zodoende verkocht hij eigen gekweekte groente en fruit.
Het gezin incl. 5 jongens en een meisje is tijdens de 1e wereldoorlog voor 2 jaar naar Nederland (Vught) verhuisd.
(Periode 1915-1917). Daar heeft hij het hele gezin in het bevolkingsregister ingeschreven.
Na 1917 is het hele gezin weer teruggekeerd naar Oberhausen. (Kleine Strasse 5)
Mijn grootvader Herman (4) is in Nederland in dienst geweest net zoals zijn broer Frans. Na diensttijd keerde hij weer terug in Oberhausen. Daar heeft hij mijn grootmoeder leren kennen
Eind jaren 20 (1928 !!) is men verhuisd naar Nederland. (Geleen/Sittard/Elsloo) Mijn vader is heel lang enigst kind gebleven. Bijna achttien jaar later kwam er een zusje Elly.
Opa was volgens mijn vader een knutselaar maakte alles zelf, zelfs een kleine radio.
Opa werkte in de staatsmijn Maurits. In de loop der jaren werd hij ziek, stoflongen.
Hij is veel te vroeg gestorven, namelijk in het voorjaar 1953 op 49 jarige leeftijd, terwijl ik (Wil) in het najaar 1953 ben geboren.
Mijn oma woonde tot begin 1976 in Catsop op den Dries 48, daarna is zij verhuisd naar de stationsstraat 2(Flat).
Dit een klein beetje de geschiedenis van zoals jullie in Catsop zeggen van Vrouw de Wijs onze oma.
Groet Wil
Bedankt Will voor je bijdrage
Op de raarberg rijdt Eric de Vlaeminck lek en de Witte uit Catsop (Martin Verboort ) duwt hem op gang

1 De Witte (Martin Verboort) 2 Eric de Vlaeminck
In de strijd rond de Indonesische onafhankelijkheid zette Nederland in de jaren 1945-1949 ruim 200.000 militairen in, onder wie 95.000 dienstplichtigen en 25.000 oorlogsvrijwilligers uit Nederland.
Waarvan 8 uit Catsop, deel uitmakend van de 1e Divisie ‘7 December’ en dus een reden om daar wat dieper op in te gaan. De basisinformatie kreeg ik van oom Gus Cobben. Hij kon vertellen wie er uit Catsop in Indië had gevochten en ook dat allen heelhuids naar huis zijn gekomen.
De volgende Catsopse jongens zijn in Indië geweest
1 Wim Engelen

Wim Engelen zat in de tweede wereldoorlog ondergedoken bij Fam. Van Asten in Meijel om zijn arbeitseinzats te ontkomen direct na de bevrijding is hij met Amerikaans leger opgetrokken tot Maagdenburg. Toen hij terug kwam wilde hij als vrijwilleger naar Indië maar hij was te jong zijn vader moest er voor tekenen wat hij niet graag deed hij werd ingedeeld bij een speciaal onderdeel van de stoottroepen
2 Gus Cobben
Zoals ze zeggen in Catsop hij moest voor zijn nummer gaan dus verplicht hij zat in de omgeving van Garut of zoals wij zeggen Garoet in Indië hij was bij het Bataljon 3-14 R.I
3. Lamber Engelen

Lamber moest ook voor zijn nummer gaan dus verplicht en een broer van Wim die al weg was Lamber was ingedeeld als monteur van voertuigen (Genie)
4. Huub Brorens

Huub ook voor zijn nummer dus verplicht
5 Frans Willems

Frans Willems was ook bij het onderdeel stoottroepen zie embleem wat voor een onderdeel weet ik niet maar volgens de familie Java
6 Tjeu Fredrix

Dit embleem hoorde bij de stootroepen dat kan men zien op zijn mouw en aan de kleding zij droegen meestal Amerikaanse of Engelse oorlogskleren zij vertrokken vanaf Engeland naar Indië hun gebied was meestal Palembang er was een 7 en 8 bataljon maar beiden zijn er geweest.
7 Pie van Es

Foto : Pie Van Es hij was ingedeeld bij de marine hij zat op de boot genaamd Hr.Ms. Evertsen 1946-1962 een torpedobootjager
8. Harrie Hermans
Links ziet u 1944 staan volgens zijn zoon Peter was Harrie zijn vader met de Amerikanen na de oorlog opgetrokken tot Berlijn zo ook zijn broer Frits Hermans die hij pas terug zag in Luik op het station Frits was gewond en zijn toen samen naar huis gekomen. Daarna is Harrie als vrijwilliger naar Indië vertrokken bij het onderdeel de stoottroepen

Foto : Het verlaten van het station Rotterdam 1946 rechts Pie Van Es ik denk dat deze foto ook genomen is voor het vertrek naar Engeland
Bij Gus Cobben vond ik nog wat foto’s van voor zijn vertrek met wat vrienden uit de straat .

1 Toon Verboort 2 Lamber Engelen 3 Gus Cobben 4 Willem Tilmans

1 Lamber Engelen 2 Gus Cobben 3 Toon Verboort

1 Wim Engelen 2 Jan Engelen voor zijn vertrek

1 Lamber Engelen voor zijn vertrek
Wat mij in de diverse gesprekken is bijgebleven is dat het voor de betrokkenen vooral een ‘zwijgoorlog’ was. Onderling werd er nauwelijks over die periode gesproken, met derden eigenlijk helemaal niet. Een van de redenen was, naast alle eigen traumatische ervaringen, de negatieve publicaties die later in de pers verschenen, met name over de wreedheden die onder Nederlandse vlag waren begaan. Maar helaas heb ik nog nooit van een mooie schone oorlog gehoord zo ook bij deze was het niet veel beter .
Voor dat ik met Gus in gesprek ging wilde ik me eerst inlezen in een paar boeken hier onder is er een van

Dit boek beschrijft de situaties en gebieden waar oom Gus is geweest en de omstandigheden wat ze tegen kwamen.
Naamgeving 7 December Divisie

foto Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in een rede voor het front van de eerste Divisie te Assen op donderdag 29 augustus 1946
De naamgeving van de divisie, ‘7 December’, verwijst naar de radiorede van koningin Wilhelmina op 7 december 1942. Hierin zegt zij een hervorming van de koloniale verhouding tussen Nederland en Indië toe na afloop van de Tweede Wereldoorlog.
Voor de gewone soldaten gold dat zij ginds een aantal mooie jaren van hun leven hebben gegeven. En dat kort na afloop van de Tweede Wereldoorlog die zij als tiener bewust hadden meegemaakt. Tijdens de oorlog was er met name voor deze categorie jongeren niks, en voor de jaren na de oorlog was de situatie al niet veel beter.
Zij die dachten in een ver land ‘op avontuur’ te kunnen, kwamen bedrogen uit. Men had geen notie van het land, zijn inwoners, het conflict. Soms was men nog zelden buiten het dorp geweest ; de zee had men nog nooit gezien.
Om het verhaal van de Indiëgangers in perspectief te plaatsen volgt hieronder een korte beschrijving van de geschiedenis van het conflict.
Enkele dagen na de capitulatie van Japan (15 augustus 1945) riepen Soekarno en zijn nationalistische medestanders de onafhankelijke republiek Indonesië uit. Nederland wilde aanvankelijk het (vooroorlogse) koloniale gezag herstellen; later, onder meer door diplomatieke druk van de Britten en de Amerikanen werd ingestemd – na een korte overgangsperiode – met een vorm van onafhankelijkheid, waarbij de nieuwe staat verbonden zou blijven met Nederland.
De nieuwe republiek wilde echter volledige onafhankelijkheid, los van Nederland. De strijd om de onafhankelijkheid laaide op en Nederland antwoordde hierop met troepenopbouw en met een tweetal ‘politionele acties’.
vertrek van 7 december divisie
Deze film is niet 3-14I waar Gus is mee gereisd maar geeft wel een beeld hoe het ging

foto : gemaakt in Maastricht dit is een onderdeel van 3-14-RI Gus Cobben voor hun was geen afscheid op het station maar hier,de rest was alles afgezet door MP bang dat ze weg liepen

De boot Johan de Witt
Gus wilde niet gaan maar viel onder de dienstplicht. Na hem waren boeren of boerenzonen vrij gesteld omdat in Nederland de landbouw hersteld moest worden.
Gus zei steeds: ze hadden die mensen hun land moeten terug geven; we hadden daar niks te zoeken; het was van hun.
Hij en die anderen zijn vertrokken vanuit Maastricht, meestal vanuit de Tapijnkazerne, waarna het richting Amsterdam ging. De bootreis naar Indië met de “Johan de Witt” duurde van 22 oktober 1946 tot 21 november 1946.
De laatste minuten voor vertrek in Maastricht het was ongeveer twintig minuten lopen tot aan het station. Op ieder kruispunt en invalswegen stond militaire politie (MP) zodat ze niet konden weg lopen. Onder MP bewaking gingen ze de trein in en de deuren werden gesloten.
Maar ze lieten het er niet bij zitten. De soldaten draaiden de couperaampjes open en gingen met sigaretten en chocolade gooien en toen brak de hel los. Van alle kanten kwamen mensen naar de trein gerend, men kroop erop, er werd geschreeuwd door de bewakers maar dat verhoogde alleen maar de feestvreugde. Deze chaos herhaalde zich op ieder station waar de trein stopte.Eenmaal in Amsterdam was de lol er af. Alles stond vol met MP en iedere coupe moest een voor een uitstappen en de boot op. De laatste goede gave van de regering bestond uit twee pakjes Camel, twee gevulde koeken en een bekertje limonade. De meesten van de Limburgers hadden nog nooit een boot gezien van deze omvang, vaak nog geen zee. Er was een muziekkorps dat het Wilhelmus speelde maar dat werd door de Limburgers beantwoord met het “waar in het bronsgroen eikenhout”. Het onvrijwillig avontuur was begonnen voor meer dan twee duizend man; geen privacy, slapen met 400 man in één ruimte in hangnetten. Gus vertelde ‘het was een hel’. Geen enkel rust, steeds mensen in beweging naar de geïmproviseerde latrines, zeeziekte en malaria tabletten slikken waar je dood ziek van werd. Het niet aflatende geluid van ronkende motoren: men sliep onder de zeespiegel en het schip was helemaal niet ingericht voor zoveel man. Er stond een lange rij wc- potten waarop men onbeschut en te kijk voor iedereen zijn behoefte kon doen. Op 1 november aankomst bij de haven van Port Said,en deze verlaten hadden voeren we het Suez-kanaal binnen waar de bebouwing ophield en het kanaal door de woestijngebied liep,zagen hun taferelen zoals ze die kenden uit de platenbijbel: herders in lange jurken met hun schapen ,karavanen met zwaarbepakte kamelen. Op 3 november werd de evenaar gepasseerd; de tempratuur steeg zodanig dat men op het dek kon slapen. De eerste kennismaking met Indië was op het eiland Sabang en dan eindelijk na 31 dagen op het krakend schip kwamen de troepen aan in de haven van Tandjong Priok.


aankomst Tandjong Priok na 31 dagen
(Over)leven in Indië
Eenmaal daar gekomen moesten de soldaten wennen aan de hitte, de onherbergzame gebieden met veel water en erg slechte wegen. Gus zei: ik wilde overleven en naar huis, maar dat duurde voor hem drie jaar.
De soldaten moesten eindeloos patrouilles lopen. Uit achtergebleven lijstjes blijkt dat er in één jaar meer dan twee duizend overdag en een dikke zeshonderd ‘s-nachts patrouilles werden gelopen; niet in motorvoertuigen maar te voet over de bergen, over spiegelgladde sawa-dijkjes, door kalis, door de blubber en vuiligheid met de gloeiendhete zon boven je of in de stromende regen

Foto bij het kruisje staat Harrie Hermans hij loopt hier een patrouille op de foto stond Brangkal in dat is volgens alles in Modjokerto oost Java
Geen onderdelen, dus was het vaak behelpen. De Britten, die die tijdelijk het gezag hadden in Nederlands-Indië, lieten materieel en kleren etc. achter waar de Nederlanders het vaak mee moesten mee doen. Oom Gus zei altijd: je had twee maten: of te klein of te groot. Materieel was op het laatst allemaal kapot, nieuwe onderdelen kwamen er niet. Er zijn gevallen bekend dat de troepen met eigen geld onderdelen bestelden in Nederland.

foto : meestal behelpen met die voertuigen
De verblijfplaatsen van een Bataljon van de Nederlandse soldaat was meestal een oude thee- of rubberfabriek. Kleding was schaars; vaak niet meer dan een korte broek, sokken en laarzen. 
foto Gus Cobben in de auto van de vroegere rubber plantage (Nederlands Indisch Rubber Uitvoer Bureau)
Een van de belangrijkste zaken waar de soldaten naar uit keken was post van het thuisfront. Foto’s werden uitgewisseld, sigaretten werden gesmokkeld. Een brief van thuis betekende meer dan alle kranten en tijdschriften. Brieven vormden een band, een doel, een vast punt in de toekomst .Maar vaak kregen ze ook slecht nieuws en ook dat moest men zien te verwerken. Er was een comité in Elsloo dat dit allemaal voor hun coördineerde.

foto Indië comité Elsloo 1 Huub Brorens 2 Huub Notten 3 Huub Frederix 4 pastoor ? 5 Harrie Wouters 6 Sammy Martens 7 Sjeng Peters 8 Rieka Verboort 9 Mien Geven 10 May Houben 11 Gerda Bours 12 Lies Bours 13 Til Peters 14 Wies Willems 15 Mien Hermans 16 Graat Bours 17 ? Frederix 18 Lies Franssen 19 ? 20 Til Hermans 21 Christien Beckers 22 Naard Houben ? 23 Jac Neutelings 24 ? Geurts 25 ? 26 Cor Engelen. Huub Notten staat op deze foto hij wilde gaan maar op het laatste moment werd dat ingetrokken terwijl Huub Brorens net terug was

1949 krantenknipsel

foto : Pie van Es schrijft een brief naar huis; hij kreeg zelf een triest bericht dat zijn moeder was overleden ik denk een traumatische gebeurtenis

Een stukje van de brief die Pie naar huis stuurde je moet het maar kunnen verwerken

Foto : Van huis uit werden ook foto’s verstuurd. Deze kwam van de familie Cobben uit de Daalstraat voor Gus : vanaf links An Cobben, Sjeng Cobben, Sjaak Cobben en Cornelia Cobben-Lenaerts

Foto : Harrie Hermans stuurde deze foto naar huis met de tekst: ‘even een kokosnoot, die zal wel smaken Jan de aap, Tjermee 29 0ktober 1946’
Het ‘salaris’ was voor een soldaat ongeveer 54 gulden per maand. Daar moest alles van betaald worden: sigaretten, bier, jenever, limonade, schoensmeer, koekjes, en als men kledingstukken kwijt was moest ook dat zelf betaald worden. Een extra stuk chocolade kostte 60 cent, in Nederland vijf cent. Enkele dagen per jaar konden de soldaten op verlof naar de stad. Maar ja wat moest je daar doen als je geen geld had dus dat liep ook vaak op niks uit. Sport, meestal voetbal, was soms een verzetje.

Clubje van Pie Van Es links boven

Foto Pie van Es

Foto : Gus Cobben met zijn club, onderaan in het midden met ‘plopperpetje’ .
De voedselvoorziening
Gus vertelde me de eerste maaltijden was een ramp de eerste kennismaking met het Indische gerecht was niet opwekkend. Er werden twee broodmaaltijden per dag verstrekt met ingevoerd meel werd ter plaatse gebakken en dus vers. Maar er waren tijden met veel insecten die zich in het meel bevonden en sommige dachten dat ze krentenbrood kregen maar dat waren vliegen. De Hollandse koks waren niet eigen met de in Indië gebruikelijke wijze van bereiden. Dus gingen ze maaltijden maken met aardappelen maar die hadden ze niet in dit land dus werd dat ingevoerd maar dan gedroogde Amerikaanse aardappelpoeder. Maar dit noemde we betonspecie of blubber .Later verbeterde de maaltijden regelmatig vertelde Gus me, schoten een paar jagers die bij hun gelegerd waren varkens die de rijstvelden overhoop haalden en de bevolking dit zeer op prijs stelde en omdat Indië een moslim land is aten hun die niet op. De bevolking maakte voor ons soms de maaltijd klaar op hun wijze met dat varkensvlees we kwamen dan een paar kilo bij zei hij.

foto: het geschoten varken

foto De rijstafel die voor hun werd klaar gemaakt
Gus vertelde me de naam pikkedonker dat het daar van toepassing is je zag echt niks meer als je wacht had . Dan brak je het zweet uit van de angst en was je blij als de zon op kwam. Als ze goederen moesten halen, Meel , eten etc. dan gingen ze meestal met een drie tonner en een jeep met bemanning meestal met een brenschutter en dan was er gevaar. Je kon zomaar beschoten worden van achter door een pelopor of pelopper ( Indonesische antikoloniale strijders) die zich verscholen hielden in een boom en hij herinnerde zich dat dit daadwerkelijk voorviel met een dodelijke afloop van de brenschutter.
Twee jaar tropendienst is geen kleinigheid en is de soldaten erg zwaar gevallen. Twee jaar zware marsen maken, in de hitte klimmen en dalen door de bergen, met natte kleren lopen, leven onder de meest primitieve omstandigheden in wankele kamponghutten, in tochtige en vochtige loodsen, in smoorhete tenten. Vechten tegen malaria, dysenterie, ringworm en avitaminose. Met grote zorgen verlangend naar huis. ‘Twee jaar is het uiterste’ verklaarden de doktoren, ‘ alles wat mensen hier langer zitten is trekken van een onverantwoordelijke wissel op hun gezondheid’. Velen, waaronder Gus , zijn er drie jaar geweest.
Waar hebbe ze hun diensttijd door gebracht

Foto Wikipedia Nederlands Indië


De meeste jongens waren gelegerd op het eiland Java drie keer zo groot als Nederland van sommige weet ik de plaats waar ze waren
Wim Engelen was in Samerang , Gus Cobben onder Jakarta toen Batavia , Pie Van Es in Surabaya,Harrie Hermans was gelegerd in midden en oost Java en Surabaya , Lamber Engelen was in Palembang, Tjeu Frederix zou ook in de buurt van Palembang (Sumatra tien keer zo groot als nederland ) zijn geweest daar was een oliebron van de rest weet ik helaas niet hun verblijfplaats in Indië. Ik heb nog een aantal foto’s van familie van de Indiëgangers gekregen wat ik hier onder plaats en als ik er wat vanaf weet schrijf ik het erbij.

Piet Schepers links en rechts Pie Van Es het was de bedoeling dat Pie met Harrie Hermans als vrienden naar Indië zouden gaan maar ze werden uit elkaar gehaals Pie moest naar de marine en Harrie werd bij de stoottroepn gelegerd als Hospik is een informele militaire benaming voor medisch en verpleegkundig personeel. Meestal wordt met hospik een militaire gewondenverzorger van de geneeskundige dienst bedoeld. Een belangrijke beroepsgroep onder de “hospikken” bestaat uit Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV’ers).

Rechts Lamber Engelen ze waren inkopen gaan doen op de Chinese markt in Palembang 29-08-1948 Lamber was bij de de genie wordt regelmatig ingezet in missies in het buitenland voor het openhouden van routes (mobiliteit), het bouwen en onderhouden van kampen voor eigen troepen en humanitaire taken.

Huub Brorens als eerste ik denk dat deze foto in de opleiding is gemaakt

Harrie Hermans rechtse stuurde deze kaart naar huis volgens alles in Tjermee 1946

foto Harrie Hermans in actie als hospik hij biedt hier humanitaire hulp aan de inlandse bevolking dit kwam heel veel voor ze hielpen hun vaak met veel ziektes zoals malaria etc.tegen te gaan

torpedo jager Hr.Ms.Evertsen 1946-1962 waar Pie van Es zijn dienstijd heeft op doorgebracht en heb ik nog wat fotos van hem aan boort

Pie van Es in het midden op de boot aan de kledij te zien al in indie

derde van links Pie van Es

Het Neptunusritueel is het wereldwijd voorkomende gebruik van zeelieden dat wordt uitgevoerd wanneer een bemanningslid of een passagier voor de eerste maal de evenaar oversteekt of dit Pie is is moeilijk te zeggen maar zat wel in zijn album .

Pie van Es was bij de koninklijke marine

Rechts Wim Engelen in Samerang

Wim Engelen

De oostganger zoals ze zich ook vaker noemde 1947 Gus Cobben

Onafhankelijkheidsstrijders (T.N.I.) werden ontwapend. Foto Gus Cobben

De brenschutter zijn aparte jongens, zij zijn anders ,zij verschillen enorm van de gewone tirailleurs,de geweerschutters . De vuurkracht van een Bren is tienmaal groter dan van een gewone Lee-Enfield . Daarom zijn Brenschutters dan ook heel trots op hun wapen .Het wapen weegt ongeveer tien kilo exclusief de patroonmagazijnen. Een brenschutter vertelde me Gus was voor hun een van de belangrijkste soldaten die voor hun op ging . foto Gus Cobben
foto Harrie Hermans was Hospik is een informele militaire benaming voor medisch en verpleegkundig personeel. Meestal wordt met hospik een militaire gewondenverzorger van de geneeskundige dienst bedoeld. Een belangrijke beroepsgroep onder de “hospikken” bestaat uit Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV’ers) Maar Harrie was ook een brenschutter foto links

Foto Harrie Hermans helemaal rechts met zijn Bren het wapen dat hij mee droeg de driepoot en patronen zo vertelde Peter zoon van Harrie droeg iemand anders .

midden Gus Cobben hij zat bij de verbindingen dit is in Lodji

Huub Brorens op de boot er naar toe of naar huis

Wim Engelen met zijn tropen uniform

De bekende blauwe kist waar alles inzat wat hun dierbaar was .
Tabinta is de boot waar Gus mee naar huis kwam. Het nummer 250605077 heeft de volgende betekenis: Gus was van 1925 dus 25 en zijn geboorte datum 5 juni en dan drie cijfers. Op deze manier kan in de archieven van de inschepingen worden gezocht.

Sint Vincent de beschermheer die Gus Cobben altijd bij zich droeg

Links en rechts ziet men de plaatsen waar Gus Cobben gelegerd was en waar ook de thee en rubber plantages waren uitleg over het embleem E.M. volgt hieronder en het embleem links ervan is Concedo nulli, soms afgekort als Cedo nulli alsook Nulli cedo, is een Latijnse uitdrukking dat letterlijk “ik wijk voor niemand” betekent. De uitdrukking is vooral bekend geworden als de lijfspreuk van Desiderius Erasmus die de uitdrukking interpreteerde als een continue herinnering dat iedereen ooit zal moeten sterven.

Dit zijn de insignes van Gus Cobben uit zijn diensttijd.
1
Het embleem van de Eerste Divisie “7 December” bestond uit het stadswapen van Batavia – een zwaard met lauwerkrans op rode ondergrond – waaraan waren toegevoegd de letters EM van Expeditionaire Macht.
2
Qpgericht: 01-09-1946 te Maastricht
Onderdeel van: C-Divisie “7 December”
Vertrek Indië: 21-10-1946 a/b “Johan de Witt”
Aankomst Indië: 20-11-1946 Batavia
Toegevoegd aan: T.T.C. West-Java
Ingedeeld bij: 3e Infanterie Brigade Groep
Actiegebied(en): Tjipanas, Soekaboemi, Soemedang, Tjiamis, Garoet,
Tasikmalaja
Commandant: Lt.Kol P.W. van Duin 01-09-1946/18-02-1950
Gerepatrieerd: 23-01-1950 a/b “Tabinta”
18-02-1950 aankomst Amsterdam
Omgekomen: 28 man
3
Je maintiendrai (Nederlands: Ik zal handhaven) is de wapenspreuk van Nederland sinds 1815.
4
Het Ereteken Orde en Vrede is bedoeld voor militairen van de 3 krijgsmachtonderdelen en van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Zij moeten in Nederlands-Indië en de aangrenzende zeegebieden tussen 3 september 1945 en 4 juni 1951 ten minste 3 maanden in werkelijke dienst zijn geweest. Het ereteken wordt uitgereikt door de minister van Defensie. Ze kregen voor ieder jaar een ster en een brons plaatje met het jaartal.

Het zakmes
Enkel getuigschriften oorkondes van Gus Cobben

Een herrinering van zijn diensttijd op Java Gus Cobben
In 1950 kwamen de meeste naar huis en hoe dat weet ik niet van allemaal de meeste met de boot, maar dat verschilt van Gus weet ik het, maar nogmaals als er mensen zijn die meer inlichtingen hebben van hun familie dan plaats ik dat erbij.

De Tabinta de boot waar Gus Cobben mee naar huis kwam.
Nu volgen een aantal fotos van hun thuiskomst

1 Wim Engelen 2 Marie Engelen 3 Riet Engelen

25-04-1950 krantenknipsel van Lamber Engelen

1 Gus Cobben 2 Cornelia Cobben-Lenaerts 3 Sjaak Cobben
Nick Hendriks vertelde hij woonde toen naast Gus dat hij had meegemaakt hoe ze hem hebben binnen gehaald met paard en wagen en zei Gus was helemaal bruin van kleur en zag er goed uit ik vond dat toen geweldig om mee te maken. Gus zelf vertelde me dat het die dag regende en zijn moeder zei kijk eens hoe het regend en dacht ik zei hij ze moesten eens weten .

1950 krantenknipsel

Dit kregen ze als aandenken van Indie-comite Elsloo bij thuiskomst .
Ik heb geprobeerd een kleine impressie te maken van de Indië-gangers uit Catsop die toch drie jaar van hun leven hebben geven voor hun vaderland ze kregen voor die drie jaar 400 gulden . Ik ben bewust niet ingegaan op de acties die ze moesten uitvoeren dat kan ieder voor zich zelf opzoeken. Ik kan ook niet zeggen dat het allemaal bij iedereen hetzelfde is verlopen zoals bij Gus .Toen ze terug kwamen was eigenlijk geen opvang voor hun geregeld het werk wat ze hadden was meestal al door andere bezet ,daarbij voor vele de traumatische verwerking niet altijd is verlopen zoals het had moeten zijn en dit eigenlijk hun hele leven hebben mee gedragen. Wat me ook opviel is dat sommige iets van de wereld hadden gezien en wilde eigenlijk verder zoeken maar ze zijn wat ik weet toch allemaal in de buurt gebleven en hebben het gewone leven weer opgepakt.
Ik wil dan ook iedereen bedanken die hier aan heeft mee gewerkt zonder jullie was dit niet gelukt.
De familie Engelen familie Cobben familie Van Es familie Willems Familie Frederix familie Brorens Familie Hermans en Wiel Mesters
Een toevoeging van Marlie van de Venne haar vader schreef gedichten over de reis en zijn ervaring over Indië
Wie vier van Rotterdam nao Indië vertrokke
Mit ein heel aw versjleete sjoet
Sjtinge dao de vrouwluuj mit lange rokke
Wuifde die dames ós de have oet.
Jónges gooj reis en toet weerziens
Mer vier dachte doe zoget allemaol
Euver twee of drie jaor misjien
Zalle vier wier vuur uch sjtaon.
Die reis die woor nag lang neet sjlech
Vier hawwe auch nag gooje mood
En vier meinde het waal ech
Det vier naderde mit veursjpood.
Mer die reis die woor toch zo lank
Veer waerde krank van het sjómmele
En in dae sjoone zee sjtank
Lote vier oos blood mer dóbbele.
Veer zoge euveral die sjoon kuste
Van det prachtig vastelandj
En het aete, det veer neet luste
Flikkerde veer dan auch nao de waterkantj.
En zo ging det toet in Indië toe
En ich haw toch al zo lang gedach
Wanneer hae ós nao de wal toe brach
Want veer woore toch zo moe.
De Ingelse, Franse en Sjpaanse kus
Die van wieds zo sjoon ware
De anger kuste lote ós in deepe rös
Die leete ós geweun wiejer vaare.
Mer de tied ging doe inins zo sjnel
Ich zal die sjoon reis noots vergaete
Det vier doe aankwame good en wel
En ich dank God noe in de gebaeje
† W. Schmits
www.limburgsedialectgedichten.nl