vakwerkhuizen

De heer Ummels uit Geulle met de vaarkoe uit de piemelehook prachtig vakwerkhuis

Vakwerkhuizen

Uit het verleden weten we dat Catsop en Pesaken, een dorp in de gemeente Gulpen-Wittem, het langst de lemen huizen hebben gehad van Limburg. Daarom kunnen mensen in Catsop zich dit ook nog goed herinneren en er voorbeelden van geven.

Zelf ook weet ik nog als kind ‘ut aerdlaok’ (kelder in de grond gegraven meestal buiten de woning ) bij Kwab en Leen Paulissen. Die boerderij was in die tijd verlaten en we gingen met de (bijna) opgebrande kaarsjes van de kapel naar binnen. Maar na een tijdje werden we verrast door iemand anders die de luiken boven dicht gooide en er op ging springen. We hadden op dat moment angst; het zweet brak je uit. We kwamen er uit maar weten niet wie het was. Het waren voor ons speelplekken waar we ook van alles vonden. Zo vond een dorpsgenoot een geweer uit de oorlog tussen de restanten van een ingestorte schuur.

Iedereen kan zich de schuilkelder herinneren Op den Dries bij Ida van Goossens (daar woont nu Jacques Penders). Vóór dat huis lag een gemetselde kelder. Maar daar stond vroeger de lemen woning van Bertje Steegmans. Veel oud Catsoppenaere weten ook nog het huis van Drik Engelen op Het Einde. Mijn oom vertelde me: je kon er zo naar buiten kijken . Ook ontdekte de nieuwe bewoner van Het einde 8 bij de verbouwing van zijn garage een gewelfde kelder die in de oorlog dienst deed als schuilkelder van de familie Smeets . Vóór de verbouwing van het huis van nummer 8 heeft daar ook een lemen huis gestaan vermoedelijk boven deze kelder. Bij Cobben, Op de Dries, was er een kelder van mergel van rond 1600. Deze voorbeelden vormen alle aanleiding op dit onderwerp dieper in te gaan.

Bertje Steegmans

Bovenstaande de foto van het lemen huis van Bertje Steegmans, waarvan straks meer. Het zijn eigenlijk twee woningen; de laatste woning is van het gezin Daemen –Houben. De bewoonster staat in de deuropening.
bert steegmans

Deze kadasterkaart is van ongeveer 1840 perceel 325 was van Steegmans en 326 van Daemen-Houben rond 1900 op 31 woont nu Piet Renkens voor de duidelijkheid en op perceel 325 woont nu Jacques Penders

DSC00015 (1)

Math Daemen had deze schilderij en kon wel eens de achterkant zijn van (Daemen -Houben )

1873 aantal inwoners

U ziet hier het aantal gezinnen huizen en inwoners van Catsop in 1873

Hoe zit zo een woning in mekaar Meestal bouwden de mensen met de grondstoffen die voor handen waren: in Valkenburg was dat mergel in Kunrade gebruikte ze kunrader steen. Grotere gebouwen werden van zandsteen gemaakt, maar ook van baksteen, maaskeien, stro, leem en hout. Dat was er toen in overvloed .

Had een boer in de vroegere jaren plannen om een huis te bouwen dan werd al maanden van te voren het hout gekapt en in water gelegd (dreesjpool) . Het bleef daar maanden liggen om te harden. In feiten loogden ze het hout waardoor minder schade door houtworm ontstond en de balken een langere levens duur hadden. Was die periode verstreken dan bracht de boer het hout naar de dorpszagerij (nao de zaegkoel).

Een van de families van Catsop die dat deden was Bours onder in de Daalstraat (rond 1900) , die daar de balken bewerkte. Dunne stammen werden vierkant bekapt met een dissel en met behulp van een kortzaeg werden de balken en planken gezaagd met handkracht. Daar waren ze maanden mee bezig. Vervolgens werd alles in elkaar gezet, genummerd met romeinse cijfers en weer uit elkaar gehaald en getransporteerd. De timmerman annex bouwarchitect moest een degelijk inzicht hebben op grootte, vorm, proporties etc.

Oom Cobben vertelde wat hij wist uit de overleving: de bomen werden boven de grond afgehakt, de wortels bleven zitten. Wilde die bomen later weer groeien en kwamen er kleine twijgjes (‘witse’) dan werden die er steeds van afgeslagen. Als men dat maar zolang mogelijk vol hield stierf die wortel af en ging rotten. Zo gebeurde dat in de kitsenberg, Horst en Lindeberg . Dit hout werd gekapt rond 1910 en toen werden er vele schuren gebouwd in Catsop zoals bij Sjaak Cobben 1914 in de daalstraat en in opdracht van burgemeester Van Mulken moesten er direct Fruitbomen ingeplant worden om het een en ander te verdoezelen

Een ander verhaal over de bomenkap in de kitsenberg en Horst was dat Nick Voncken tegen Sjeng Claessen had verteld dat er bij een van de bomen die ze rooiden een ketting was ingegroeid. Hij vermoedde dat dit wel eens kon duiden op van martelpraktijken hij noemde de beul van het kasteel.

16 maart 1934 Beek

Houthakkers in Beek maart 1934 namen ontbreken u ziet eerst gekapt en dan word er een recht stuk gemaakt en alles gebeurde toen ook nog met de hand

20181213_110913 (1)

foto op hetzelde tijdstip genomen in Beek hij had zijn werk gedaan

facebook-20150512-085314 (2)

Dit zijn houthakkers van Beek met een mooi voorbeeld hoe de boom vervoerd word en met hoeveel man en paarenkracht er toen nodig was

20181213_111238

1933 het kappenvan een boom met het bijl in Roermond

20181213_111124

een voorbeeld van het laden van een boom

Scan_20181119 (10)

Een klein voorbeeld hoe men zo een huis construeerde.

Wat me hier opvalt dat er woorden opstaan die we nog heden toepassen op soms een ludieke manier b.v. knötsj word nog wel eens in plaats van hoofd gebruikt en Sjtiel komt nog wel eens voor als sjtielezeiker ( Stiel een stuk van het kozijn) als iemand verkering had dan kwam dat woordje wel eens naar voren bij de ouders van de dochter en zo zijn nog tal van voorbeelden

De dakbedekking was van rogge stro. Dat groeide ook op arme grond, was lang en ging langer mee omdat het een harde vezel had. Maar er mochten geen halmen aan zitten dus ging hij eerst door de sjoufrâek. Dit product was voor de boer goedkoop en het isoleerde goed in de winter en zomer maar het gevaar zat in de brandgevoeligheid; in de steden was dit al in 16 eeuw verboden. Ze verzonnen er van alles op: men plantte er huislook in en droogde minnend vetplantjes, maar dit had een minder mooi aanzien en werd door de boerenmensen ‘trut’ genoemd .

Photo 077

Het huis en schuur van Bours van Pieke achter de pool. Het gaat om de achterzijde; het geraamte met het vlechtwerk met de lemen wanden is nog zichtbaar; wel is er al een pannendak

2018-12-21 (13)

situatie 1840 nu het huis van Fer van Mulken op het einde perceel 386

Nog een voorbeeld maar anno 2018 het huis van Fer van Mulken op het einde hij heeft het nu verbouwd vroeger was dit huis van Lenaerts -Hendriks en vele andere maar dit is een mooi voorbeeld van het houten geraamte en de lemen wanden vlechtwerk etc. meer als 200 jaar oud of nog ouder .

daemen

Op de foto van rond 1929 is nog goed het rieten dak te zien; locatie op de dries en is het huis van Daemen in die tijd

Na gereed komen van het geraamte kwam het vlechtwerk voor de wanden. Eerst werden om de veertig centimeter rechte stokken in ongeveer de dikte van een bezemsteel gezet. Daarna begon het erg tijdrovende vlechten met hazelaartwijgen of wilgentenen. De gevlochten wanden werden met leem besmeerd. Leem was er genoeg: de bovenste lösslaag weg weggegraven, waarna men de grondstof leem voor handen kreeg zo denk ik dat die kuilen ontstonden bij die boerderijen waar later water in stond een ervan wat ik me nog herinner is bij Franssen maar er zijn nog zat voorbeelden waar ik van denk dat dit wel eens leemkuilen kunnen zijn geweest . Men bracht op de huisweide een laag gehakt stro aan, dan een laag fijngemaakte leem en dan weer stro zodat men ongeveer een pakket had van 40 centimeter. Soms zette men er een omheining om en liet het vee er op lopen zolang dat het pakket goed gemengd was; men deed dat ook wel met de voeten. Dan haalden ze meestal de jonge garde er bij: die konden zich uitleven door het mengsel van binnen uit tegen het vlechtwerk te gooien. Vervolgens werd er gepleisterd en liet men dit drogen. De buitenwanden werden met wat meer zorg gemaakt met extra fijne leem met wat fijn gehakt vlasstro, fijn gehakt stro en wat fijn geknipt paardenhaar. Deze substantie werd ook ”fiensjieg” genoemd. Was dit goed op gedroogd dan werd alles goed ingesmeerd met een kalkmelkbrij. Daardoor werd het mooi wit en liep het regenwater er goed af. Op de onderste 70 centimeter werd teer gedaan, de deur, de stijlen , de ramen en luiken kregen een mooie groene kleur (‘Limburgs poortegreun’) en het huis was klaar. Op de vloer lag meestal ook leem eens in de zoveel tijd kwam er iemand langs die zilverzand verkocht en gooide men dat over de lemen vloer veegde dat er door de leem zag het er weer netjes uit. Een volksgezegde wat men zei in die tijd “leem buj erm luj” dat wil zeggen dat in lemen huizen meestal arme mensen woonde maar dat was niet alleen hier elders was het niet beter.

gepl (6)

U ziet rechts bij de boom met hoed Bert Steegmans. Rechts staat het huis van Hendriks later Houben .Kijken we recht vooruit zien we de boerderij van Beckers –Lenaerts, later Houbair Reubsaet. Dat witte huis recht vooruit kan in die tijd van Harrie Houben-Bours zijn geweest. In het midden de Dreesjpool maar waarschijnlijk was deze, op het moment dat de foto is genomen, al niet meer in gebruik als drinkplaats voor de koeien. Alber Cremers vertelde dat ‘de pool’ op een gegeven moment als stort gebruikt werd; op aandringen van de buurt is vanwege de stank een plein gemaakt.

Op de Dries 1925

Deze foto is van de andere kant genomen op de dries u ziet dat aan het schuurtje van toen Beckers-Lenaerts later Hoebair Reubsaet.

catsop op den dries

Ook dit huisje was al voorzien van een pannen dak. Hier hebben verschillende mensen gewoond; wie de vrouw op de foto is , is niet bekend maar is wel het huis rechts van op den dries waar Bert Steegmans bij de boom staat van de foto hier boven . Alber Cremers en Gus Cobben vertelden dat hier ook een vrouwtje in woonde met een kind. Gus moest van zijn moeder vaker brood naar haar brengen maar dat was later. Het is het huis van Hendriks en Houben etc. Deze huizen zijn in de oorlog ontzet door de bom die bij het hof viel . Nu woont er Willie Vranken in maar het ziet er inmiddels heel anders uit.

Greetje Lemmens Daemen

Op deze foto staat met breiwerk Greetje Daemen –Lemmens; in de deuropening Net Vranken, de latere echtgenote van Martin Daemen. Zij was daar omdat er in 1926 een watersnood was in oud Elsloo 1926. Dit huis lag Op den Dries ongeveer tegen over waar nu Jo Vranken woont of schuin tegen over het café van Wies. En veel oudere Catsoppenaere kunnen zich dit huis nog goed herinneren.

Drik Engelen (2).jpg

Mooi voorbeeld van een vakwerk huis was Op het Einde van Drik Engelen maar hier zijn stenen gebruikt

1922 kruis

1922

Dat kruis is later verplaatst naar vooraan aan de straat en heeft een tijdje op een molensteen gestaan van Reubsaet op het mergelakker

catsop

Dit huis staat achter dat van Bertje Steegmans op de eerste foto. Destijds van Daemen-Houben; Lies Houben staat in de deuropening de vrouw met kind kan een dochter van haar zijn Anna of Angeline b.v.

Sjeng en Louis Dirxs brikkebekkers

het Einde ( brikkebekkers). Rechtsvoor Louis Dirix, erachter Sjeng Dirix; van hem is bekend dat hij met de vaarkoe en wagen zand vervoerde vanaf de zandkuil op de Kitsenberg. Van de zandkuil in de kitsenberg is bekend dat dit zand ook al gebruikt is voor de Augustinuskerk.

20181124_125754 (2)

een voorbeeld van een vaarkoe deze zijn heel veel gebruikt in Catsop

koe

nog een voorbeeld met een vaarkoe met een houte eg in 1934

Er waren in Catsop meerdere brikkebekkers. Dat is bv. te zien aan als er op het geboortebewijs Kevelair staat dat betekent dat de ouders daar gewerkt hebben aan ‘het brikkewerk’ en hebben ze hun kind daar aan gegeven en kwamen later de verhalen van mijn vader is een Duitser maar dit is de reden . Meestal vertrokken ze uit Catsop omdat ze niet konden overleven van hun boerderijtje in het voorjaar vertrokken ze met hun hele gezin en kwamen ze terug rond november terug (Broodkermis) want ze gingen na het brikken bakken ook nog suikerbieten rooien in Duitsland . En dan hadden ze geld voor vertier e.d. Een paar voorbeelden hiervan zijn mijn familie Collard Op het Einde en familie Steps (Pie is geboren in Kevelair) en fam. Steegmans

Foto Harrie Rouvroye 0 068 (1)

Familie Steegmans helaas ontbreken de namen want volgens mij staan hier meer families op

brikkebakkers.jpg

FB_IMG_1543738680523

FB_IMG_1543738644562

FB_IMG_1543738663388

Dit zijn fotos van een steenfabriek in Maastricht de zwaluw het zal er elders niet anders uitgezien hebben onder worden de stenen geladen en getransporteerd naar Amerika maar dit al in 1929

1934 Mheer

Lemenhuis 1934 in Mheer

geulle

Dit is een mooi voorbeeld van een lemen boerderij in Geulle

Dit was maar een kleine impressie van vakwerkhuizen

Gepubliceerd door

catsop van vreuger

Ik ben Guus Smeets geboren en op getogen in Catsop mijn motto is wie geen verleden heeft ,heeft geen toekomst

One thought on “vakwerkhuizen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s