Het verhaal van Stefan Vrancken vormde de aanleiding voor mijn zoektocht naar de woonplaats van Laurens Penders en zijn gezinssituatie in Catsop. Stefan, een gepassioneerde verteller en onderzoeker, schreef onlangs over de geschiedenis van zijn voorouders in Catsop. Zijn verhaal raakte me en wekte mijn nieuwsgierigheid naar de exacte plek waar Laurens en zijn familie gewoond hebben, en hoe hun leven eruitzag.
Stefan’s onderzoek naar zijn familiegeschiedenis inspireerde mij om dieper te graven. Ik wilde niet alleen de verhalen die hij had opgeschreven verifiëren, maar ook nieuwe informatie ontdekken die zijn werk kon aanvullen. De zoektocht naar zijn woonplaats in Catsop leidde me door oude documenten, kaarten en bevolkingsregisters. Elke vondst bracht me dichter bij een volledig beeld van zijn leven en dat van zijn gezin in deze kleine gemeenschap.
Dankzij Stefan’s gedetailleerde verhaal en mijn verdere onderzoek, kregen de feiten en anekdotes een plaats in de bredere context van Catsop’s geschiedenis. Het werd duidelijk hoe belangrijk het is om dergelijke verhalen te documenteren en te delen. Ze geven niet alleen inzicht in de levens van individuele families, maar dragen ook bij aan het collectieve geheugen van een gemeenschap.
Het verhaal van Stefan Vrancken
LAURENS PENDERS: EEN KRIJGSGEVANGENE VAN DE RUSSISCHE TSAAR
Reeds eerder had ik ontdekt dat Hilbert de Wit (Zwartsluis 1790-Bergen op Zoom 1848), een betovergrootvader van mijn oma Truus Caenen-Menten (1921-1991), een van de circa 15.000 ‘Hollanders’ was die in 1812 met keizer Napoleon I ten strijde trok tegen het Rusland van tsaar Alexander I.
Hilbert behoorde tot een compagnie van 400 pontonniers. Tijdens oorlogsvoeringen hielden de pontonniers zich bezig met de bouw van (tijdelijke) bruggen. Over de rivier de Berezina (thans Wit-Rusland) bouwden de pontonniers tussen 24 en 27 november 1812 twee bruggen waarover Napoleon en zijn troepen konden ontsnappen aan de achtervolging van de Russen. Tijdens de bouw bezweken veel pontonniers aan onderkoeling (maar liefst -37 graden), of werden zij door de stroming van de rivier meegesleurd. In drie dagen tijd verloor het keizerlijke leger van Frankrijk maar liefst 25.000 (!) mensen, terwijl aan Russische zijde 15.000 mensen sneuvelden. De dappere Hilbert, 22 jaar jong, wist deze nachtmerrie te overleven.
Recentelijk heb ik ontdekt dat een jongere broer van mijn voorvader Hendrik Penders (Elsloo 1784-Geulle 1852), een betovergrootvader van mijn opa René Vrancken (1911-1970), ook onderdeel uitmaakte van de Grande Armée van Napoleon, een leger bestaande uit maar liefst 600.000 mensen. Zijn naam was Laurens Penders, en hij was in 1791 ter wereld gekomen in Elsloo, twee jaar nadat in Frankrijk de revolutie was begonnen die Europa zou veranderen. Hendrik en Laurens waren beiden zonen van het echtpaar Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten.
Laurens werd in 1811, 20 jaar jong, opgeroepen voor de militaire dienstplicht, en werd ingedeeld bij het 37e regiment infanterie van linie. Ook hij moet bij de beroemde slag aan de Berezina aanwezig zijn geweest, evenals mijn voorvader Hilbert de Wit. Twee ‘Hollandse’ twintigers, bijna 2.000 kilometer verwijderd van hun familie.
De afloop van Hilbert de Wit ken ik inmiddels, maar wat er precies met Laurens Penders is gebeurd is (nog) niet bekend. Bij zijn inschrijving in de Franse militaire stamboeken is vermeld: “Presumé prissonier de guerre en Russie du 26 novembre 1812”. Het vermoeden bestond dus dat hij tijdens de slag aan de Berezina in Russische krijgsgevangenschap terecht was gekomen. Wat ik wel zeker weet is dat hij de nachtmerrie in Rusland uiteindelijk wist te overleven: in 1818, Nederland was inmiddels een koninkrijk onder Willem I, stapte hij als 27-jarige oorlogsveteraan in Elsloo in het huwelijksbootje met de twee jaar oudere Cornelia Kuhnlein. In 1846, 34 jaar na de verschrikkingen in Rusland, kwam aan zijn leven een einde, hij was toen 54 jaar oud.
Het schilderij geeft de overtocht weer van het Franse keizerlijke leger over de bruggen over de rivier Berezina. Het schilderij werd in 1844 gemaakt door de Duitse schilder Peter von Hess.

Het levensverhaal van Laurens.
Laurens Penders is een jongen die geboren is in Catsop, op den Dries.

Geboorte inschrijving van Laurens Penders zijn geboorte is op 29 november 1791 zijn ouders staan er ook op Henri Penders en Maria Catharina Wanten
Vijf jaar later word er een telling gehouden door de Fransen en deze gaan we bekijken .

Op nummer 162 staan zijn ouders vermeld, namelijk Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten. Op 163 staat een broer van Hendrik, Peter Penders. Beiden zijn zonen van Peter Penders, alias “de Lange Snieder”, een beruchte bokkenrijder die op 8 november 1773 werd opgehangen in de Heere-Beemden. De Lange Snieder (Peter Penders) en Jan Wanten, bijgenaamd “Harten Aas”, waren de eersten uit Elsloo die werden opgepakt. Ze werden naar het Dingshuis in Maastricht gebracht en daar gevangen genomen, waar ze waarschijnlijk gemarteld werden om te bekennen.
Waarom ik hen beiden noem? Omdat Hendrik Penders en Maria Wanten beide kinderen zijn van de Lange Snieder en Harten Aas. Ze waren lotgenoten en in veel gevallen op elkaar aangewezen. Zoals je ziet, staat er achter hun naam “arm”, wat duidelijk is dat ze steun ontvangen uit de armenkas. Bedelen en zwerven was verboden in Elsloo, daarom bleven ze meestal in het ouderlijk huis.
Hendrik en Maria waren ook tot de derde graad verwant. Dit komt omdat de vader van Hendrik voortkwam uit de Penders-familie en de moeder van Maria, Cornelia Penders, ook een Penders was. Hier ga ik echter niet dieper op in.
Bij de volkstelling worden twee kinderen van Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten vermeld: Cornelia en Paulus. Daarnaast zijn er drie kinderen die te jong waren om genoemd te worden. Hendrik en Maria hadden in totaal acht kinderen, waarvan Laurens Penders de jongste was. Twee van hun kinderen waren al eerder overleden, en een ander kind stierf bij de geboorte.
Toen hun moeder Maria Chatarina Wanten op 10 augustus 1818 stierf, werd er een Memorie van Successie gemaakt. Hieruit bleek dat er nog vier kinderen in leven waren: Henri Penders, die in Geulle woonde, Laurent, die in Catsop woonde, Cornelia, die in Elsloo woonde, en als laatste Marie Penders, die ook in Catsop woonde. Hun vader, Henri, was al in 1805 overleden aan waterzucht.
Maria Penders trouwde op 15 juni 1815 in Heer met Thomas Daemen, maar zij woonden ook in Catsop, zoals later zal blijken. Hendrik trouwde in Geulle op 8 januari 1818 en ging daar ook wonen. Cornelia trouwde op 20 november 1818 met Johan Brouwers, die ook een zoon van een bokkenrijder was. Ook hij was verwant aan de derde graad door de familie Wanten.
Laurens trouwde ook op 20 november 1818 met Cornelia Kuhnlein (Kindelein), die eveneens een nazaat was van een bokkenrijder, namelijk alias Willemen Henske ( zijn echte naam was Johannes Smeets). Cornelia Kuhnlein was een dochter van Rebecca Smeets, die op haar beurt weer een dochter was van Willem Henske. Ook Johannes kon het touw niet ontwijken.
Rebecca Smeets woonde in een woning in de Daalstraat. Ze was getrouwd met Joannes Fredericus Kühnlein, een man uit Leipzig, die mogelijk als soldaat hier achtergebleven was. In dat huis woonden meerdere Smeetsen, dus er leefden meerdere mensen op één erf. Uit mijn onderzoek in het verleden blijkt dat dit huis mogelijk werd gehuurd door Coenraad Smeets, de oude veldbode in dienst van de kasteelheer, die een woning beschikbaar stelde voor een veldbode. Later trok Rebecca Smeets daar in familie van is dat weten we niet.
Nu gaan we verder met het verhaal over Laurens Penders. We gaan terug naar het jaar 1811, toen Laurens een oproep ontving om zich te melden voor de keuring.
Toelichting:
In 1792 behoorden we tot het Franse rijk. En dus werden ook jongens gedwongen om deel te nemen aan hun leger. De dienstplicht werd in 1795 van kracht. Bij een bepaalde leeftijd werd men ‘ loteling’ en moest zich naar het kantoor van Meerssen begeven om het lot te trekken.


Meestal bij deze inschrijvingen of lotingen werd er in de kroegen vooraf flink gedronken en ontstonden vaak hilarische toestanden.
Dat gold dus ook voor jongens uit Geulle en Catsop en omstreken . De conscrit (loteling) moet zich eerst op het gemeentehuis laten inschrijven in het zogenaamde Journal du Maire pour servir à l’inscription des conscrits. Daarbij kon hij zijn lichaamsgebreken aangeven en of hij in aanmerking kwam voor vrijstelling. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommigen een beroep doen op een bijzondere regeling ,b.v. omdat zij een oudere broer al in het leger diende, of de oudste zoon was van een weduwe en moest bijdragen aan haar levensonderhoud.

Uit het journaal werd een alfabetisch register, de liste alphabétique des conscrits, samengesteld. Dan vond de keuring en loting plaats. Door middel van een houten trommel met een draaizwengel werden lotnummers getrokken. Waren er bijvoorbeeld honderd man nodig, dan vielen degenen met lotingsnummers 1 t/m 100 ‘in de prijzen’ en moesten opkomen; degenen met hogere nummers waren vrijgesteld van dienst.
Een liste de tirage werd opgesteld en na verloop van tijd kreeg de aangewezen dienstplichtige een mededeling zich op een bepaalde plaats en tijd te melden bij het Franse leger.
Dus Laurent Penders, had het ‘verkeerde’ lot getrokken en moest in dienst

Men kon ook voor een vervanger zorgen
Een dienstplichtige hoefde niet in persoon in actieve dienst op te komen. Er waren twee mogelijkheden om een plaatsvervanger te nemen:
1. Een overeenkomst sluiten met een niet-dienstplichtige die de plaats van de dienstplichtige inneemt. Deze remplaçant mag niet ouder dan 35 jaar zijn, en van goed gedrag en gezondheid zijn. Is hij minderjarig dan moet hij de toestemming van zijn ouders of voogd hebben, of in geval van een huwelijk, van zijn vrouw.
2. Een lot met een lager nummer ruilen tegen een lot met een hoger nummer, in de verwachting dat het lagere nummer wordt opgeroepen. Dit geldt voor dienstplichtigen van dezelfde lichting en hetzelfde kanton.
Voor beide overeenkomsten werden hoge bedragen betaald. Het hoogst bekende bedrag is 4.200 gulden. Een fortuin voor die tijd. Vooral de beter gesitueerden kunnen zich zo van opkomst in actieve dienst vrijkopen. Maar niet van de dienstplicht. De conscrit bleef verantwoordelijk voor zijn vervanger. Als die bijvoorbeeld deserteerde dan moest de dienstplichtige toch, alsnog, zelf opkomen. En in het leger van Napoleon was de desertie groot, vooral tijdens de Veldtocht naar Rusland in 1812.
Daarna werd men ingeschreven

Stamboeknummer : 7895
Naam: Penders
Voornaam: Laurent
Zoon van: Henri en Marie Catherine
Geboortedatum: 23 november 1791
Geboorteplaats: Elsloo, kanton Meerssen, departement van La Meuse-Inférieure
Lengte: 1 meter 645 millimeter
Uiterlijk:
- Gezicht: ovaal
- Voorhoofd: plat
- Ogen: blauw
- Neus: dik
- Mond: groot
- Kin: rond
- Haar: bruin
- Wenkbrauwen: bruin
- Bijzondere kenmerken: Geen
Aankomst bij het Korps: 2 mei 1811, om 5 uur ’s avonds
dienstplichtige van het jaar: 1811
Ingeschreven: Komende uit Elsloo, laatste verblijfplaats: Elsloo, departement van La Meuse-Inférieure
Beroep: Dagloner
Status: Gevangengenomen als krijgsgevangene in Rusland op 26 november 1812.
De functie van Laurens was Taboureur (trommelaar)
Een “Taboureur” is een trommelaar in het leger. Zijn taak was om het ritme aan te geven voor de troepen, vooral tijdens marsen en manoeuvres. De trommelaar speelde een essentiële rol in het communiceren van bevelen en het coördineren van bewegingen, aangezien trommelsignalen hoorbaar waren boven het lawaai van het slagveld.
Dus Laurent Penders had de rol van trommelaar in het leger, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor het geven van het ritme en het doorgeven van signalen tijdens militaire operaties.

Napoleons terugtrekking uit Moskou (schilderij van Adolf Northern ) Van de honderdduizenden soldaten in Grand Armee die in Rusland in 1812 binnenvielen kwamen er maar zo een 20.000 terug.
geschiedenis:
de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Deze militaire veldtocht staat bekend om zijn extreem zware omstandigheden en het enorme aantal slachtoffers onder de Franse troepen. Het is goed mogelijk dat er in Catsop, zoals in vele andere plaatsen, verhalen de ronde doen over soldaten die deze barre tocht hebben overleefd.
De tocht vanaf Rusland was inderdaad een martelgang voor de soldaten. Ze moesten te voet duizenden kilometers afleggen, vaak zonder voldoende voedsel, kleding of onderdak. De Russische winter speelde een cruciale rol in hun lijden; temperaturen daalden tot ver onder het vriespunt. Napoleon had niet genoeg middelen om zijn enorme leger te voeden, en er wordt gezegd dat hij in een wanhoopsdaad vergiftigd brood heeft uitgedeeld. Echter, de overlevenden ontdekten dit snel genoeg om het te vermijden.
De terugtocht was wellicht nog gruwelijker. Zonder voldoende voedsel en met bevroren ledematen moesten de soldaten zich een weg banen door een desolaat en vijandig landschap. Veel van hen stierven aan onderkoeling, honger of uitputting. De verhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, zoals die in Catsop, getuigen van de immense ontberingen die deze soldaten hebben doorstaan. Ze zochten onder de sneeuw naar kool om te eten en deden alles wat ze konden om te overleven. De terugkeer naar huis moet een ware hel zijn geweest, en het is begrijpelijk dat deze ervaringen diepe sporen hebben nagelaten in de gemeenschappen waar de overlevenden vandaan kwamen.
De terugkomst in Catsop
Het verhaal van Laurens Penders en zijn terugkeer naar Catsop na een lange voetreis is een fascinerend stuk familiegeschiedenis dat ons terug in de tijd neemt. Als we ervan uitgaan dat een mens gemiddeld 15 kilometer per dag loopt, zou een afstand van 2000 kilometer inderdaad tussen de vier en vijf maanden in beslag nemen. Het is echter aannemelijk dat de reis langer duurde, mogelijk meer dan een half jaar, afhankelijk van de omstandigheden onderweg. Zijn aankomst in Catsop moet een bijzondere gebeurtenis zijn geweest, vooral omdat er destijds geen communicatiemiddelen waren om zijn thuiskomst aan te kondigen. Zijn hereniging met zijn moeder, broers en zussen zal ongetwijfeld een emotioneel en feestelijk moment zijn geweest.
Rond 1814 keerde Laurens waarschijnlijk terug naar zijn geboortedorp Catsop, waar hij zijn leven opnieuw probeerde op te bouwen. Het is interessant om te achterhalen waar zijn ouderlijk huis precies stond. De erfdeling van de buren Bovens door landmeter Thomas Jaspers in 1790 biedt waardevolle inzichten. Hoewel deze erfdeling plaatsvond voor de geboorte van Laurens, geeft het ons een beeld van de eigendomsverhoudingen en de manier waarop land en huizen destijds werden verdeeld. Laurens zou mogelijk een deel van het ouderlijk huis hebben geërfd.
In 1795 werd er een bevolkingstelling gehouden in Catsop, waarbij alle inwoners werden geteld. Deze gegevens zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van de familie Penders en hun leefomstandigheden. Door historische documenten zoals deze te bestuderen, kunnen we beter begrijpen waar Laurens en zijn voorouders woonden en hoe ze hun leven leidden. De erfdeling van Peter Bovens en de rol van grootvader Peter Penders zijn ook belangrijk om in overweging te nemen bij het reconstrueren van de familiegeschiedenis. Elk stukje informatie draagt bij aan een completer beeld van het verleden, en het is duidelijk dat er nog veel te ontdekken valt over de familie Penders en hun wortels in Catsop.

161 is op het einde in Catsop dus de Franse liepen van het einde terug naar den dries en daar kwamen ze de gebroeders Penders tegen 161 Peter Penders en Maria Cornelia Heuts net voor de telling overleden en 162 Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten

En dan moet men denken aan de rechterkant daar woonde de gebroeders Penders in de Franse tijd direct aan het begin maar deze kaart is van 1820 dus vanaf de deling van de buren veertig jaar verder en dat is een hele tijd en kan er veel veranderd zijn maar toch zult u zien straks dat er nog steeds nazaten woonde.

En dan zitten we in het heden 2023 hier rechts is de woning van Laurens Penders. Als men de linker woning weg denkt (Witte) deze is van 1880 en de rode poort weg denkt was er een erf waar verschillende woningen lagen deze ga uiteraard in mijn volgende delen meer op in.

De oudste foto die ik kon vinden, dateert van ongeveer 1926 en toont een beeld van Leufkens (fotograaf). Deze foto zal later nogmaals terugkomen in onze bespreking. Als men naar rechts kijkt op de foto, ziet men een gedeelte van de woning van Laurent Penders, die kennelijk een trap of ingang had langs de boom.
Gezien het feit dat we het hier over bijna een eeuw geleden hebben, is het aannemelijk dat de woningen in die tijd niet van steen waren, maar eerder gemaakt van materialen zoals leem en hout. Dit soort bouwmaterialen waren gebruikelijk in die tijd, vooral in landelijke gebieden waar industriële bouwmethoden nog niet wijdverspreid waren. Leem en hout waren niet alleen toegankelijk en betaalbaar, maar boden ook goede isolatie-eigenschappen.
We hebben verder nog een telling van de inwoners en gebouwen uit die tijd, die ons meer inzicht kan geven in de structuur en het leven in het dorp. Deze telling zal helpen om een completer beeld te krijgen van hoe het leven er toen uitzag en hoe de gemeenschap zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Dit historisch onderzoek is waardevol voor het begrijpen van de lokale geschiedenis en het behoud van cultureel erfgoed.


De bevolkingslijst uit 1825 is genoteerd, maar gezien de leeftijden van sommige personen, heb ik mijn twijfels. Desalniettemin beschikken we over een lijst. Op nummer 30 worden als eerste Laurens Penders en zijn echtgenote Cornelie Kindelein geteld, samen met de kinderen Johannes en Maria Catharina.
Laten we vervolgens de woonplaats van Laurens in 1833 nader onderzoeken met behulp van het oude kadaster. Het kadaster, met name de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) en de Supplementair Aanwijzende Tafel (SAT) uit die periode, biedt waardevolle informatie over eigendomsregistraties. In 1833 werden deze documenten gebruikt om land en eigendommen officieel te registreren, inclusief de toewijzing van kadasternummers. Door Laurens’ leeftijd te vergelijken met de geregistreerde data, kunnen we een beter beeld krijgen van zijn verblijfplaats. Als Laurens in 1791 geboren is en in 1820 29 jaar oud was, zou dit erop kunnen wijzen dat hij al enkele jaren op dezelfde locatie woonde voordat de kadasternummers officieel werden toegewezen in 1833.
Wat betreft de familierelaties op de registratie is het cruciaal om nauwkeurig de vermelde namen te noteren. Het lijkt erop dat er een fout is gemaakt bij het vermelden van de kinderen van Lucie Penders; deze kinderen zouden als Pijpers geregistreerd moeten zijn in plaats van Penders. Dergelijke fouten komen vaak voor in historische documenten, en het corrigeren ervan is essentieel voor het samenstellen van een nauwkeurige stamboom en eigendomsregistratie. Het is raadzaam om meerdere bronnen te raadplegen om deze gegevens te verifiëren en een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de familiegeschiedenis en eigendomsverdelingen.
Door deze informatie zorgvuldig te onderzoeken en te verifiëren, kunnen we een nauwkeurig beeld schetsen van het leven van Laurens Penders en zijn familie. Het helpt ons om niet alleen hun woonplaats en eigendommen te begrijpen, maar ook om inzicht te krijgen in de complexiteit van historische documenten en de noodzaak om fouten te corrigeren voor een authentieke weergave van het verleden.

De OAT van 1833 Toelichting.
De Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s) van 1833 vormen een cruciale bron van informatie binnen het Nederlandse kadaster. Deze tabellen, samen met de bijbehorende minuutplans, werden opgesteld na metingen en kaarten die landmeters al voor 1832 maakten. Het kadaster had tot doel om alle percelen in Nederland nauwkeurig in kaart te brengen en te registreren. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van een systematisch en betrouwbaar systeem voor het beheer van landbezit en belastingheffing.
De OAT’s bevatten gedetailleerde informatie over elk perceel, inclusief eigenaar, grootte en gebruik. Dit maakt het mogelijk om de geschiedenis van een stuk land nauwkeurig te traceren. Bijvoorbeeld, bij het analyseren van een OAT kunt u de naam Laurens vinden op perceel B 345, dat een huis en erf omvat. Wanneer men de opeenvolgende percelen van dezelfde familie volgt, kan men veranderingen in eigendom en gebruik over de tijd waarnemen. Dit kan echter gecompliceerd worden door mogelijke verbouwingen of herindelingen van percelen, waardoor een woonhuis bijvoorbeeld omgebouwd kan zijn tot een schuur en andersom.
Een interessante ontwikkeling in deze context is de introductie van een hulpkaart van het kadaster uit 1862. Deze kaart biedt een uniek inzicht in de evolutie van de percelen en hun gebruik over een periode van bijna drie decennia. Door deze hulpkaart te bestuderen, kunnen onderzoekers en historici sprongen maken in de tijd en veranderingen in de eigendomsstructuren en landgebruikspatronen nauwkeurig in kaart brengen. Dit maakt de OAT’s van 1833 in combinatie met latere kaarten zoals die van 1862 tot een onmisbaar instrument voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van land en eigendom in Nederland.

De hulpkaart uit 1862 toont dat perceel B345 is veranderd naar B1374, wat aangeeft dat er door de jaren heen veel is veranderd. De tuin en schuur van Lauren bevinden zich echter nog steeds op perceel B340, wat in 2024 ongewijzigd is gebleven.
In 1862 was het huis, dat ooit eigendom was van Laurens Penders, in het bezit van zijn zoon Joannes Frederic Penders. Joannes was getrouwd met Maria Hermans, voor wie dit haar tweede huwelijk was. Ze trouwden in Bunde, maar of ze daadwerkelijk in dit huis hebben gewoond, moet nog worden nagegaan in het bevolkingsregister.
Laurens Penders overleed in 1846. Uit de memorie van successie bleek dat hij geen bezittingen meer had. Zijn nalatenschap werd verdeeld onder zijn vier kinderen: Hendrik (vernoemd naar zijn grootvader), Frederik (vernoemd naar zijn grootvader van moederskant), Anna Elisabeth, en Cornelie Penders (vernoemd naar haar grootmoeder). Laurens overleed in zijn woning in Catsop.
Bij zijn overlijden liet Laurens geen bezittingen na, geen woning, noch roerende of onroerende goederen. Zijn echtgenote, Cornelie Kindelein, overleed in 1861, en ook van haar is geen nalatenschap gevonden. Het onderzoek richt zich nu op de kinderen van Laurens Penders en Cornelie Kindelein, om te achterhalen wat er met het huis en eventuele andere bezittingen is gebeurd.
Overlijdensakte:
Op de twintigste september in het jaar 1846 verscheen Hendrik Penders, een 26-jarige dagloner wonende te Catsop, gemeente Elsloo. Hendrik was de zoon van Laurens Penders, die landbouwer was in Catsop. Ook verscheen Hendrik Claessen, een landbouwer die zich als buurman van Laurens had opgegeven, hoewel hij iets verderop op Den Dries woonde en waarschijnlijk niet zijn directe buurman was. Verder stonden de ouders van Laurens en zijn echtgenote Cornelie Kindelein, op dat moment 54 jaar oud, geboren en woonachtig in Catsop, vermeld op de akte.
Laurens is overleden in zijn huis in Catsop. De betrokkenen konden niet schrijven en dus ook niet tekenen. De akte werd ondertekend door burgemeester L. Van Hees, die destijds in Catsop woonde.

Bevolkingsregister van Elsloo vanaf 1881
Het bevolkingsregister van Elsloo biedt een fascinerende inkijk in de levens van de inwoners door de jaren heen. In 1881 wordt Hendrik vermeld als hoofd van de woning op het adres Den Dries C47, waar dat eerder Catsop 54 was. Het bevolkingsregister is een belangrijk document dat niet alleen de bewoners en hun adressen vastlegt, maar ook hun familiebanden en eventuele wijzigingen in de gezinssituatie.
Onder Hendrik staat zijn broer Frederic vermeld, die getrouwd was met Maria Hermans. Dit soort vermeldingen helpt bij het reconstrueren van stambomen en het begrijpen van familiegeschiedenissen. Frederic en Maria Hermans hebben verschillende kinderen, waaronder Maria Catharina en Cornelia (kleinkind geboren Elsloo). Maria Catharina werd in Bunde geboren, terwijl Cornelia in 1729 naar Beek vertrok. Deze verhuizingen en geboortes bieden waardevolle informatie voor genealogisch onderzoek en helpen bij het traceren van migratiepatronen binnen een bepaalde regio.
Het bevolkingsregister is dus een onmisbaar hulpmiddel voor historici, genealogen en iedereen die geïnteresseerd is in lokale geschiedenis. Het geeft een gedetailleerd overzicht van wie waar woonde en hoe families zich ontwikkelden en verspreidden over de jaren. Door deze informatie te bestuderen, krijgen we een beter beeld van de sociale en demografische veranderingen in dorpen zoals Elsloo.

Dit is de tweede bevolkings register vanaf 1890
Het bevolkingsregister biedt een fascinerend inzicht in de geschiedenis van een familie en hun eigendommen. In dit geval gaat het om het pand op den Dries, vermeld in het bevolkingsregister van C47. Jan Frederic, die al volgens het kadaster het hoofd van het gezin was, blijkt hier opnieuw bevestigd te worden. Interessant is dat zijn broer ook in dit pand woonde, evenals een kind van Jan Frederic. Dit duidt erop dat de familiebanden sterk waren en dat ze dicht bij elkaar bleven wonen.
Het lijkt erop dat Jan Frederic terugkeerde naar Catsop vanuit Bunde, samen met zijn dochter en kleinkind. Dit kan verschillende redenen hebben gehad, zoals economische omstandigheden, familieredenen of persoonlijke voorkeuren. Deze terugkeer heeft mogelijk bijgedragen aan het behoud van de familiale samenhang en ondersteuning.
Catharina, die nog steeds als mede-eigenaar van het pand op den Dries geregistreerd stond, is een ander belangrijk detail. Het pand werd uiteindelijk in 1930 verkocht, wat een significante verandering voor de familie betekende. De verkoop van een familiebezit kan vaak een emotioneel beladen gebeurtenis zijn en markeert vaak het einde van een tijdperk. Het bevolkingsregister geeft ons een waardevol kijkje in de levens van vorige generaties en helpt ons de geschiedenis en dynamiek van families beter te begrijpen.

Het gebouw aan de Dries in Catsop, met de boom aan de rechterkant, is hier van de zijkant gefotografeerd door Leufkens hieronder.

Catharina Penders kleindochter van Laurens Penders ze is 1929 overleden. En dit huis was in het verleden de woning van Laurens en zijn gezin.
Het pand dat in 1926 gefotografeerd werd in Catsop op den Dries, biedt een fascinerende inkijk in het verleden van deze kleine gemeenschap. Op de oude foto van den Dries zien we duidelijk een boom en een deur, wat ons helpt om zowel de locatie als de toenmalige bewoners te identificeren. Dit pand behoorde toe aan Catharine Penders, de dochter van Frederic. Het is aannemelijk dat ook Catharine’s dochter er gewoond heeft, of in elk geval nog de rechten op de woning bezat. Na 1930 veranderden de eigendomsrechten toen de gemeente besloot het pand aan te kopen.
In 1936 kreeg het pand een nieuwe bestemming toen Ludovicus Houben en Gertrude Hendrix het huis kochten. Dit markeerde het begin van een nieuw hoofdstuk, waarin opnieuw een familie haar intrek nam. Dergelijke eigendomswisselingen zijn kenmerkend voor historische panden en vertellen ons veel over de verschillende generaties die hun leven binnen deze muren hebben doorgebracht. Het pand fungeert als een tastbare herinnering aan de veranderende sociale en economische omstandigheden in de regio.
Het onderzoeken van dergelijke geschiedenissen geeft ons een dieper inzicht in het leven van vroeger en de gemeenschappen die zich rond deze panden ontwikkelden. Het herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om ons erfgoed te koesteren en te documenteren, zodat toekomstige generaties kunnen leren van en genieten van deze rijke verhalen. Het pand op den Dries blijft een waardevol stukje geschiedenis van Catsop, met een uniek verhaal van bewoners en hun levens.
Wat betreft de andere familieleden van Laurens Penders en Cornelia Kindelein: een van haar dochters, Cornelia Penders, woonde in Elsloo. Zij trouwde daar, maar verhuisde later naar Maastricht, waar ze haar leven deelde met haar echtgenoot, Servaas Lemeer. Cornelia bereikte de respectabele leeftijd van 71 jaar. De oudste dochter, Elisabeth Penders, geboren in 1819, overleed helaas al in 1850 in Catsop.
Dan is er nog het bijzondere verhaal van Laurens Penders, een man die na een gevaarlijke tijd in Rusland terugkeerde naar zijn geboortedorp Catsop. Hij ontsnapte op het nippertje aan de dood en slaagde erin om een gezin te stichten en zijn leven weer op te bouwen. Zijn levensverhaal staat symbool voor de veerkracht en doorzettingsvermogen die in deze gemeenschap te vinden zijn.
Deze verhalen, verweven met het pand op den Dries, schetsen een rijk beeld van het verleden. Ze laten ons zien hoe de levens van verschillende generaties met elkaar verbonden zijn, en hoe deze band met het verleden ook nu nog voelbaar is. Dit pand en de familiegeschiedenissen die ermee verbonden zijn, vormen een kostbaar deel van het culturele erfgoed van Catsop. Ze herinneren ons aan het belang van deze verhalen, die doorgegeven moeten worden, zodat ze ook in de toekomst blijven voortleven.
En hoe ziet de woning er nu uit anno 2023

Het eerste gedeelte toont de woning. De boom is inmiddels verdwenen en er is veel verbouwd, maar het perceel is onveranderd gebleven. Als u verder naar rechts kijkt, ziet u een schuur die er vroeger ook al stond, evenals de tuin die destijds bij de voorste woning hoorde.

Deze informatie heb ik overgenomen uit het AEZEL-project en het geeft zowel de situatie in 1820 als die van 2024 weer, zoals te zien is op satellietbeelden. Het blauwe gedeelte toont de vermoedelijke vorm van de woning van Laurens, en de kleine vakjes eromheen, aangeduid met zwart, stellen huizen en tuinen voor. Dit duidt erop dat er nog verschillende woningen in de omgeving zijn, waar ik in een ander deel verder op inga. Dit deel gaat over de grootvader van Laurens, bijgenaamd De Lange Snieder, dus we gaan nog wat verder terug in de tijd. Of de woning van Laurens Penders oorspronkelijk de schuur van een ander gebouw was, kunnen we mogelijk achterhalen, aangezien het vaak voorkwam dat schuren werden verbouwd tot woningen en omgekeerd.
Dit is het verhaal van Laurens Penders iedereen bedankt die er zijn medewerking aan heeft verleend.










































































































































































































































