LAURENS PENDERS: EEN KRIJGSGEVANGENE VAN DE RUSSISCHE TSAAR keert terug in Catsop

Het verhaal van Stefan Vrancken vormde de aanleiding voor mijn zoektocht naar de woonplaats van Laurens Penders en zijn gezinssituatie in Catsop. Stefan, een gepassioneerde verteller en onderzoeker, schreef onlangs over de geschiedenis van zijn voorouders in Catsop. Zijn verhaal raakte me en wekte mijn nieuwsgierigheid naar de exacte plek waar Laurens en zijn familie gewoond hebben, en hoe hun leven eruitzag.

Stefan’s onderzoek naar zijn familiegeschiedenis inspireerde mij om dieper te graven. Ik wilde niet alleen de verhalen die hij had opgeschreven verifiëren, maar ook nieuwe informatie ontdekken die zijn werk kon aanvullen. De zoektocht naar zijn woonplaats in Catsop leidde me door oude documenten, kaarten en bevolkingsregisters. Elke vondst bracht me dichter bij een volledig beeld van zijn leven en dat van zijn gezin in deze kleine gemeenschap.

Dankzij Stefan’s gedetailleerde verhaal en mijn verdere onderzoek, kregen de feiten en anekdotes een plaats in de bredere context van Catsop’s geschiedenis. Het werd duidelijk hoe belangrijk het is om dergelijke verhalen te documenteren en te delen. Ze geven niet alleen inzicht in de levens van individuele families, maar dragen ook bij aan het collectieve geheugen van een gemeenschap.

Het verhaal van Stefan Vrancken

LAURENS PENDERS: EEN KRIJGSGEVANGENE VAN DE RUSSISCHE TSAAR

Reeds eerder had ik ontdekt dat Hilbert de Wit (Zwartsluis 1790-Bergen op Zoom 1848), een betovergrootvader van mijn oma Truus Caenen-Menten (1921-1991), een van de circa 15.000 ‘Hollanders’ was die in 1812 met keizer Napoleon I ten strijde trok tegen het Rusland van tsaar Alexander I.

Hilbert behoorde tot een compagnie van 400 pontonniers. Tijdens oorlogsvoeringen hielden de pontonniers zich bezig met de bouw van (tijdelijke) bruggen. Over de rivier de Berezina (thans Wit-Rusland) bouwden de pontonniers tussen 24 en 27 november 1812 twee bruggen waarover Napoleon en zijn troepen konden ontsnappen aan de achtervolging van de Russen. Tijdens de bouw bezweken veel pontonniers aan onderkoeling (maar liefst -37 graden), of werden zij door de stroming van de rivier meegesleurd. In drie dagen tijd verloor het keizerlijke leger van Frankrijk maar liefst 25.000 (!) mensen, terwijl aan Russische zijde 15.000 mensen sneuvelden. De dappere Hilbert, 22 jaar jong, wist deze nachtmerrie te overleven.

Recentelijk heb ik ontdekt dat een jongere broer van mijn voorvader Hendrik Penders (Elsloo 1784-Geulle 1852), een betovergrootvader van mijn opa René Vrancken (1911-1970), ook onderdeel uitmaakte van de Grande Armée van Napoleon, een leger bestaande uit maar liefst 600.000 mensen. Zijn naam was Laurens Penders, en hij was in 1791 ter wereld gekomen in Elsloo, twee jaar nadat in Frankrijk de revolutie was begonnen die Europa zou veranderen. Hendrik en Laurens waren beiden zonen van het echtpaar Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten.

Laurens werd in 1811, 20 jaar jong, opgeroepen voor de militaire dienstplicht, en werd ingedeeld bij het 37e regiment infanterie van linie. Ook hij moet bij de beroemde slag aan de Berezina aanwezig zijn geweest, evenals mijn voorvader Hilbert de Wit. Twee ‘Hollandse’ twintigers, bijna 2.000 kilometer verwijderd van hun familie.

De afloop van Hilbert de Wit ken ik inmiddels, maar wat er precies met Laurens Penders is gebeurd is (nog) niet bekend. Bij zijn inschrijving in de Franse militaire stamboeken is vermeld: “Presumé prissonier de guerre en Russie du 26 novembre 1812”. Het vermoeden bestond dus dat hij tijdens de slag aan de Berezina in Russische krijgsgevangenschap terecht was gekomen. Wat ik wel zeker weet is dat hij de nachtmerrie in Rusland uiteindelijk wist te overleven: in 1818, Nederland was inmiddels een koninkrijk onder Willem I, stapte hij als 27-jarige oorlogsveteraan in Elsloo in het huwelijksbootje met de twee jaar oudere Cornelia Kuhnlein. In 1846, 34 jaar na de verschrikkingen in Rusland, kwam aan zijn leven een einde, hij was toen 54 jaar oud.

Het schilderij geeft de overtocht weer van het Franse keizerlijke leger over de bruggen over de rivier Berezina. Het schilderij werd in 1844 gemaakt door de Duitse schilder Peter von Hess.

Het levensverhaal van Laurens.

Laurens Penders is een jongen die geboren is in Catsop, op den Dries.

Geboorte inschrijving van Laurens Penders zijn geboorte is op 29 november 1791 zijn ouders staan er ook op Henri Penders en Maria Catharina Wanten

Vijf jaar later word er een telling gehouden door de Fransen en deze gaan we bekijken .

Op nummer 162 staan ​​zijn ouders vermeld, namelijk Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten. Op 163 staat een broer van Hendrik, Peter Penders. Beiden zijn zonen van Peter Penders, alias “de Lange Snieder”, een beruchte bokkenrijder die op 8 november 1773 werd opgehangen in de Heere-Beemden. De Lange Snieder (Peter Penders) en Jan Wanten, bijgenaamd “Harten Aas”, waren de eersten uit Elsloo die werden opgepakt. Ze werden naar het Dingshuis in Maastricht gebracht en daar gevangen genomen, waar ze waarschijnlijk gemarteld werden om te bekennen.

Waarom ik hen beiden noem? Omdat Hendrik Penders en Maria Wanten beide kinderen zijn van de Lange Snieder en Harten Aas. Ze waren lotgenoten en in veel gevallen op elkaar aangewezen. Zoals je ziet, staat er achter hun naam “arm”, wat duidelijk is dat ze steun ontvangen uit de armenkas. Bedelen en zwerven was verboden in Elsloo, daarom bleven ze meestal in het ouderlijk huis.

Hendrik en Maria waren ook tot de derde graad verwant. Dit komt omdat de vader van Hendrik voortkwam uit de Penders-familie en de moeder van Maria, Cornelia Penders, ook een Penders was. Hier ga ik echter niet dieper op in.

Bij de volkstelling worden twee kinderen van Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten vermeld: Cornelia en Paulus. Daarnaast zijn er drie kinderen die te jong waren om genoemd te worden. Hendrik en Maria hadden in totaal acht kinderen, waarvan Laurens Penders de jongste was. Twee van hun kinderen waren al eerder overleden, en een ander kind stierf bij de geboorte.

Toen hun moeder Maria Chatarina Wanten op 10 augustus 1818 stierf, werd er een Memorie van Successie gemaakt. Hieruit bleek dat er nog vier kinderen in leven waren: Henri Penders, die in Geulle woonde, Laurent, die in Catsop woonde, Cornelia, die in Elsloo woonde, en als laatste Marie Penders, die ook in Catsop woonde. Hun vader, Henri, was al in 1805 overleden aan waterzucht.

Maria Penders trouwde op 15 juni 1815 in Heer met Thomas Daemen, maar zij woonden ook in Catsop, zoals later zal blijken. Hendrik trouwde in Geulle op 8 januari 1818 en ging daar ook wonen. Cornelia trouwde op 20 november 1818 met Johan Brouwers, die ook een zoon van een bokkenrijder was. Ook hij was verwant aan de derde graad door de familie Wanten.

Laurens trouwde ook op 20 november 1818 met Cornelia Kuhnlein (Kindelein), die eveneens een nazaat was van een bokkenrijder, namelijk alias Willemen Henske ( zijn echte naam was Johannes Smeets). Cornelia Kuhnlein was een dochter van Rebecca Smeets, die op haar beurt weer een dochter was van Willem Henske. Ook Johannes kon het touw niet ontwijken.

Rebecca Smeets woonde in een woning in de Daalstraat. Ze was getrouwd met Joannes Fredericus Kühnlein, een man uit Leipzig, die mogelijk als soldaat hier achtergebleven was. In dat huis woonden meerdere Smeetsen, dus er leefden meerdere mensen op één erf. Uit mijn onderzoek in het verleden blijkt dat dit huis mogelijk werd gehuurd door Coenraad Smeets, de oude veldbode in dienst van de kasteelheer, die een woning beschikbaar stelde voor een veldbode. Later trok Rebecca Smeets daar in familie van is dat weten we niet.

Nu gaan we verder met het verhaal over Laurens Penders. We gaan terug naar het jaar 1811, toen Laurens een oproep ontving om zich te melden voor de keuring.

Toelichting:

In 1792 behoorden we tot het Franse rijk. En dus werden ook jongens gedwongen om deel te nemen aan hun leger. De dienstplicht werd in 1795 van kracht. Bij een bepaalde leeftijd werd men ‘ loteling’ en moest zich naar het kantoor van Meerssen begeven om het lot te trekken.

Meestal bij deze inschrijvingen of lotingen werd er in de kroegen vooraf flink gedronken en ontstonden vaak hilarische toestanden. 

Dat gold dus ook voor jongens uit Geulle en Catsop en omstreken . De conscrit (loteling) moet zich eerst op het gemeentehuis laten inschrijven in het zogenaamde Journal du Maire pour servir à l’inscription des conscrits. Daarbij kon hij zijn lichaamsgebreken aangeven en of hij in aanmerking kwam voor  vrijstelling. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommigen een beroep doen op een bijzondere regeling ,b.v. omdat zij een oudere broer al in het leger diende, of de oudste zoon was van een weduwe en moest bijdragen aan haar levensonderhoud. 

Uit het journaal werd een alfabetisch register, de liste alphabétique des conscrits, samengesteld. Dan vond de keuring en loting plaats. Door middel van een houten trommel met een draaizwengel werden lotnummers getrokken. Waren er bijvoorbeeld honderd man nodig, dan vielen degenen met lotingsnummers 1 t/m 100 ‘in de prijzen’ en moesten opkomen; degenen met hogere nummers waren vrijgesteld van dienst.

Een liste de tirage werd opgesteld en na verloop van tijd kreeg de aangewezen dienstplichtige een mededeling zich op een bepaalde plaats en tijd te melden bij het Franse leger.

Dus Laurent Penders, had het ‘verkeerde’ lot getrokken en moest in dienst

Men kon ook voor een vervanger zorgen

Een dienstplichtige hoefde niet in persoon in actieve dienst op te komen. Er waren twee mogelijkheden om een plaatsvervanger te nemen:

1. Een overeenkomst sluiten met een niet-dienstplichtige die de plaats van de dienstplichtige inneemt. Deze remplaçant mag niet ouder dan 35 jaar zijn, en van goed gedrag en gezondheid zijn. Is hij minderjarig dan moet hij de toestemming van zijn ouders of voogd hebben, of in geval van een huwelijk, van zijn vrouw.

2.  Een lot met een lager nummer ruilen tegen een lot met een hoger nummer, in de verwachting dat het lagere nummer wordt opgeroepen. Dit geldt voor dienstplichtigen van dezelfde lichting en hetzelfde kanton.

Voor beide overeenkomsten werden hoge bedragen betaald. Het hoogst bekende bedrag is 4.200 gulden. Een fortuin voor die tijd. Vooral de beter gesitueerden kunnen zich zo van opkomst in actieve dienst vrijkopen. Maar niet van de dienstplicht. De conscrit bleef verantwoordelijk voor zijn vervanger. Als die bijvoorbeeld deserteerde dan moest de dienstplichtige toch, alsnog, zelf opkomen. En in het leger van Napoleon was de desertie groot, vooral tijdens de Veldtocht naar Rusland in 1812.

Daarna werd men ingeschreven

Stamboeknummer : 7895
Naam: Penders
Voornaam: Laurent
Zoon van: Henri en Marie Catherine
Geboortedatum: 23 november 1791
Geboorteplaats: Elsloo, kanton Meerssen, departement van La Meuse-Inférieure
Lengte: 1 meter 645 millimeter
Uiterlijk:

  • Gezicht: ovaal
  • Voorhoofd: plat
  • Ogen: blauw
  • Neus: dik
  • Mond: groot
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbrauwen: bruin
  • Bijzondere kenmerken: Geen

Aankomst bij het Korps: 2 mei 1811, om 5 uur ’s avonds
dienstplichtige van het jaar: 1811
Ingeschreven: Komende uit Elsloo, laatste verblijfplaats: Elsloo, departement van La Meuse-Inférieure
Beroep: Dagloner

Status: Gevangengenomen als krijgsgevangene in Rusland op 26 november 1812.

De functie van Laurens was Taboureur (trommelaar)

Een “Taboureur” is een trommelaar in het leger. Zijn taak was om het ritme aan te geven voor de troepen, vooral tijdens marsen en manoeuvres. De trommelaar speelde een essentiële rol in het communiceren van bevelen en het coördineren van bewegingen, aangezien trommelsignalen hoorbaar waren boven het lawaai van het slagveld.

Dus Laurent Penders had de rol van trommelaar in het leger, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor het geven van het ritme en het doorgeven van signalen tijdens militaire operaties.

Napoleons terugtrekking uit Moskou (schilderij van Adolf Northern ) Van de honderdduizenden soldaten in Grand Armee die in Rusland in 1812 binnenvielen kwamen er maar zo een 20.000 terug.

geschiedenis:

de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Deze militaire veldtocht staat bekend om zijn extreem zware omstandigheden en het enorme aantal slachtoffers onder de Franse troepen. Het is goed mogelijk dat er in Catsop, zoals in vele andere plaatsen, verhalen de ronde doen over soldaten die deze barre tocht hebben overleefd.

De tocht vanaf Rusland was inderdaad een martelgang voor de soldaten. Ze moesten te voet duizenden kilometers afleggen, vaak zonder voldoende voedsel, kleding of onderdak. De Russische winter speelde een cruciale rol in hun lijden; temperaturen daalden tot ver onder het vriespunt. Napoleon had niet genoeg middelen om zijn enorme leger te voeden, en er wordt gezegd dat hij in een wanhoopsdaad vergiftigd brood heeft uitgedeeld. Echter, de overlevenden ontdekten dit snel genoeg om het te vermijden.

De terugtocht was wellicht nog gruwelijker. Zonder voldoende voedsel en met bevroren ledematen moesten de soldaten zich een weg banen door een desolaat en vijandig landschap. Veel van hen stierven aan onderkoeling, honger of uitputting. De verhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, zoals die in Catsop, getuigen van de immense ontberingen die deze soldaten hebben doorstaan. Ze zochten onder de sneeuw naar kool om te eten en deden alles wat ze konden om te overleven. De terugkeer naar huis moet een ware hel zijn geweest, en het is begrijpelijk dat deze ervaringen diepe sporen hebben nagelaten in de gemeenschappen waar de overlevenden vandaan kwamen.

De terugkomst in Catsop

Het verhaal van Laurens Penders en zijn terugkeer naar Catsop na een lange voetreis is een fascinerend stuk familiegeschiedenis dat ons terug in de tijd neemt. Als we ervan uitgaan dat een mens gemiddeld 15 kilometer per dag loopt, zou een afstand van 2000 kilometer inderdaad tussen de vier en vijf maanden in beslag nemen. Het is echter aannemelijk dat de reis langer duurde, mogelijk meer dan een half jaar, afhankelijk van de omstandigheden onderweg. Zijn aankomst in Catsop moet een bijzondere gebeurtenis zijn geweest, vooral omdat er destijds geen communicatiemiddelen waren om zijn thuiskomst aan te kondigen. Zijn hereniging met zijn moeder, broers en zussen zal ongetwijfeld een emotioneel en feestelijk moment zijn geweest.

Rond 1814 keerde Laurens waarschijnlijk terug naar zijn geboortedorp Catsop, waar hij zijn leven opnieuw probeerde op te bouwen. Het is interessant om te achterhalen waar zijn ouderlijk huis precies stond. De erfdeling van de buren Bovens door landmeter Thomas Jaspers in 1790 biedt waardevolle inzichten. Hoewel deze erfdeling plaatsvond voor de geboorte van Laurens, geeft het ons een beeld van de eigendomsverhoudingen en de manier waarop land en huizen destijds werden verdeeld. Laurens zou mogelijk een deel van het ouderlijk huis hebben geërfd.

In 1795 werd er een bevolkingstelling gehouden in Catsop, waarbij alle inwoners werden geteld. Deze gegevens zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van de familie Penders en hun leefomstandigheden. Door historische documenten zoals deze te bestuderen, kunnen we beter begrijpen waar Laurens en zijn voorouders woonden en hoe ze hun leven leidden. De erfdeling van Peter Bovens en de rol van grootvader Peter Penders zijn ook belangrijk om in overweging te nemen bij het reconstrueren van de familiegeschiedenis. Elk stukje informatie draagt bij aan een completer beeld van het verleden, en het is duidelijk dat er nog veel te ontdekken valt over de familie Penders en hun wortels in Catsop.

161 is op het einde in Catsop  dus de Franse liepen van het einde terug naar den dries en daar kwamen ze de gebroeders Penders tegen 161 Peter Penders en Maria Cornelia Heuts net voor de telling overleden en 162 Hendrik Penders en Maria Catharina Wanten

En dan moet men denken aan de rechterkant daar woonde de gebroeders Penders in de Franse tijd direct aan het begin maar deze kaart is van 1820 dus vanaf de deling van de buren veertig jaar verder en dat is een hele tijd en kan er veel veranderd zijn maar toch zult u zien straks dat er nog steeds nazaten woonde.

En dan zitten we in het heden 2023 hier rechts is de woning van Laurens Penders. Als men de linker woning weg denkt (Witte) deze is van 1880 en de rode poort weg denkt was er een erf waar verschillende woningen lagen deze ga uiteraard in mijn volgende delen meer op in.

De oudste foto die ik kon vinden, dateert van ongeveer 1926 en toont een beeld van Leufkens (fotograaf). Deze foto zal later nogmaals terugkomen in onze bespreking. Als men naar rechts kijkt op de foto, ziet men een gedeelte van de woning van Laurent Penders, die kennelijk een trap of ingang had langs de boom.

Gezien het feit dat we het hier over bijna een eeuw geleden hebben, is het aannemelijk dat de woningen in die tijd niet van steen waren, maar eerder gemaakt van materialen zoals leem en hout. Dit soort bouwmaterialen waren gebruikelijk in die tijd, vooral in landelijke gebieden waar industriële bouwmethoden nog niet wijdverspreid waren. Leem en hout waren niet alleen toegankelijk en betaalbaar, maar boden ook goede isolatie-eigenschappen.

We hebben verder nog een telling van de inwoners en gebouwen uit die tijd, die ons meer inzicht kan geven in de structuur en het leven in het dorp. Deze telling zal helpen om een completer beeld te krijgen van hoe het leven er toen uitzag en hoe de gemeenschap zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Dit historisch onderzoek is waardevol voor het begrijpen van de lokale geschiedenis en het behoud van cultureel erfgoed.

De bevolkingslijst uit 1825 is genoteerd, maar gezien de leeftijden van sommige personen, heb ik mijn twijfels. Desalniettemin beschikken we over een lijst. Op nummer 30 worden als eerste Laurens Penders en zijn echtgenote Cornelie Kindelein geteld, samen met de kinderen Johannes en Maria Catharina.

Laten we vervolgens de woonplaats van Laurens in 1833 nader onderzoeken met behulp van het oude kadaster. Het kadaster, met name de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) en de Supplementair Aanwijzende Tafel (SAT) uit die periode, biedt waardevolle informatie over eigendomsregistraties. In 1833 werden deze documenten gebruikt om land en eigendommen officieel te registreren, inclusief de toewijzing van kadasternummers. Door Laurens’ leeftijd te vergelijken met de geregistreerde data, kunnen we een beter beeld krijgen van zijn verblijfplaats. Als Laurens in 1791 geboren is en in 1820 29 jaar oud was, zou dit erop kunnen wijzen dat hij al enkele jaren op dezelfde locatie woonde voordat de kadasternummers officieel werden toegewezen in 1833.

Wat betreft de familierelaties op de registratie is het cruciaal om nauwkeurig de vermelde namen te noteren. Het lijkt erop dat er een fout is gemaakt bij het vermelden van de kinderen van Lucie Penders; deze kinderen zouden als Pijpers geregistreerd moeten zijn in plaats van Penders. Dergelijke fouten komen vaak voor in historische documenten, en het corrigeren ervan is essentieel voor het samenstellen van een nauwkeurige stamboom en eigendomsregistratie. Het is raadzaam om meerdere bronnen te raadplegen om deze gegevens te verifiëren en een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de familiegeschiedenis en eigendomsverdelingen.

Door deze informatie zorgvuldig te onderzoeken en te verifiëren, kunnen we een nauwkeurig beeld schetsen van het leven van Laurens Penders en zijn familie. Het helpt ons om niet alleen hun woonplaats en eigendommen te begrijpen, maar ook om inzicht te krijgen in de complexiteit van historische documenten en de noodzaak om fouten te corrigeren voor een authentieke weergave van het verleden.

De OAT van 1833 Toelichting.

De Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s) van 1833 vormen een cruciale bron van informatie binnen het Nederlandse kadaster. Deze tabellen, samen met de bijbehorende minuutplans, werden opgesteld na metingen en kaarten die landmeters al voor 1832 maakten. Het kadaster had tot doel om alle percelen in Nederland nauwkeurig in kaart te brengen en te registreren. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van een systematisch en betrouwbaar systeem voor het beheer van landbezit en belastingheffing.

De OAT’s bevatten gedetailleerde informatie over elk perceel, inclusief eigenaar, grootte en gebruik. Dit maakt het mogelijk om de geschiedenis van een stuk land nauwkeurig te traceren. Bijvoorbeeld, bij het analyseren van een OAT kunt u de naam Laurens vinden op perceel B 345, dat een huis en erf omvat. Wanneer men de opeenvolgende percelen van dezelfde familie volgt, kan men veranderingen in eigendom en gebruik over de tijd waarnemen. Dit kan echter gecompliceerd worden door mogelijke verbouwingen of herindelingen van percelen, waardoor een woonhuis bijvoorbeeld omgebouwd kan zijn tot een schuur en andersom.

Een interessante ontwikkeling in deze context is de introductie van een hulpkaart van het kadaster uit 1862. Deze kaart biedt een uniek inzicht in de evolutie van de percelen en hun gebruik over een periode van bijna drie decennia. Door deze hulpkaart te bestuderen, kunnen onderzoekers en historici sprongen maken in de tijd en veranderingen in de eigendomsstructuren en landgebruikspatronen nauwkeurig in kaart brengen. Dit maakt de OAT’s van 1833 in combinatie met latere kaarten zoals die van 1862 tot een onmisbaar instrument voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van land en eigendom in Nederland.

De hulpkaart uit 1862 toont dat perceel B345 is veranderd naar B1374, wat aangeeft dat er door de jaren heen veel is veranderd. De tuin en schuur van Lauren bevinden zich echter nog steeds op perceel B340, wat in 2024 ongewijzigd is gebleven.

In 1862 was het huis, dat ooit eigendom was van Laurens Penders, in het bezit van zijn zoon Joannes Frederic Penders. Joannes was getrouwd met Maria Hermans, voor wie dit haar tweede huwelijk was. Ze trouwden in Bunde, maar of ze daadwerkelijk in dit huis hebben gewoond, moet nog worden nagegaan in het bevolkingsregister.

Laurens Penders overleed in 1846. Uit de memorie van successie bleek dat hij geen bezittingen meer had. Zijn nalatenschap werd verdeeld onder zijn vier kinderen: Hendrik (vernoemd naar zijn grootvader), Frederik (vernoemd naar zijn grootvader van moederskant), Anna Elisabeth, en Cornelie Penders (vernoemd naar haar grootmoeder). Laurens overleed in zijn woning in Catsop.

Bij zijn overlijden liet Laurens geen bezittingen na, geen woning, noch roerende of onroerende goederen. Zijn echtgenote, Cornelie Kindelein, overleed in 1861, en ook van haar is geen nalatenschap gevonden. Het onderzoek richt zich nu op de kinderen van Laurens Penders en Cornelie Kindelein, om te achterhalen wat er met het huis en eventuele andere bezittingen is gebeurd.

Overlijdensakte:

Op de twintigste september in het jaar 1846 verscheen Hendrik Penders, een 26-jarige dagloner wonende te Catsop, gemeente Elsloo. Hendrik was de zoon van Laurens Penders, die landbouwer was in Catsop. Ook verscheen Hendrik Claessen, een landbouwer die zich als buurman van Laurens had opgegeven, hoewel hij iets verderop op Den Dries woonde en waarschijnlijk niet zijn directe buurman was. Verder stonden de ouders van Laurens en zijn echtgenote Cornelie Kindelein, op dat moment 54 jaar oud, geboren en woonachtig in Catsop, vermeld op de akte.

Laurens is overleden in zijn huis in Catsop. De betrokkenen konden niet schrijven en dus ook niet tekenen. De akte werd ondertekend door burgemeester L. Van Hees, die destijds in Catsop woonde.

Bevolkingsregister van Elsloo vanaf 1881

Het bevolkingsregister van Elsloo biedt een fascinerende inkijk in de levens van de inwoners door de jaren heen. In 1881 wordt Hendrik vermeld als hoofd van de woning op het adres Den Dries C47, waar dat eerder Catsop 54 was. Het bevolkingsregister is een belangrijk document dat niet alleen de bewoners en hun adressen vastlegt, maar ook hun familiebanden en eventuele wijzigingen in de gezinssituatie.

Onder Hendrik staat zijn broer Frederic vermeld, die getrouwd was met Maria Hermans. Dit soort vermeldingen helpt bij het reconstrueren van stambomen en het begrijpen van familiegeschiedenissen. Frederic en Maria Hermans hebben verschillende kinderen, waaronder Maria Catharina en Cornelia (kleinkind geboren Elsloo). Maria Catharina werd in Bunde geboren, terwijl Cornelia in 1729 naar Beek vertrok. Deze verhuizingen en geboortes bieden waardevolle informatie voor genealogisch onderzoek en helpen bij het traceren van migratiepatronen binnen een bepaalde regio.

Het bevolkingsregister is dus een onmisbaar hulpmiddel voor historici, genealogen en iedereen die geïnteresseerd is in lokale geschiedenis. Het geeft een gedetailleerd overzicht van wie waar woonde en hoe families zich ontwikkelden en verspreidden over de jaren. Door deze informatie te bestuderen, krijgen we een beter beeld van de sociale en demografische veranderingen in dorpen zoals Elsloo.

Dit is de tweede bevolkings register vanaf 1890

Het bevolkingsregister biedt een fascinerend inzicht in de geschiedenis van een familie en hun eigendommen. In dit geval gaat het om het pand op den Dries, vermeld in het bevolkingsregister van C47. Jan Frederic, die al volgens het kadaster het hoofd van het gezin was, blijkt hier opnieuw bevestigd te worden. Interessant is dat zijn broer ook in dit pand woonde, evenals een kind van Jan Frederic. Dit duidt erop dat de familiebanden sterk waren en dat ze dicht bij elkaar bleven wonen.

Het lijkt erop dat Jan Frederic terugkeerde naar Catsop vanuit Bunde, samen met zijn dochter en kleinkind. Dit kan verschillende redenen hebben gehad, zoals economische omstandigheden, familieredenen of persoonlijke voorkeuren. Deze terugkeer heeft mogelijk bijgedragen aan het behoud van de familiale samenhang en ondersteuning.

Catharina, die nog steeds als mede-eigenaar van het pand op den Dries geregistreerd stond, is een ander belangrijk detail. Het pand werd uiteindelijk in 1930 verkocht, wat een significante verandering voor de familie betekende. De verkoop van een familiebezit kan vaak een emotioneel beladen gebeurtenis zijn en markeert vaak het einde van een tijdperk. Het bevolkingsregister geeft ons een waardevol kijkje in de levens van vorige generaties en helpt ons de geschiedenis en dynamiek van families beter te begrijpen.

Het gebouw aan de Dries in Catsop, met de boom aan de rechterkant, is hier van de zijkant gefotografeerd door Leufkens hieronder.

Catharina Penders kleindochter van Laurens Penders ze is 1929 overleden. En dit huis was in het verleden de woning van Laurens en zijn gezin.

Het pand dat in 1926 gefotografeerd werd in Catsop op den Dries, biedt een fascinerende inkijk in het verleden van deze kleine gemeenschap. Op de oude foto van den Dries zien we duidelijk een boom en een deur, wat ons helpt om zowel de locatie als de toenmalige bewoners te identificeren. Dit pand behoorde toe aan Catharine Penders, de dochter van Frederic. Het is aannemelijk dat ook Catharine’s dochter er gewoond heeft, of in elk geval nog de rechten op de woning bezat. Na 1930 veranderden de eigendomsrechten toen de gemeente besloot het pand aan te kopen.

In 1936 kreeg het pand een nieuwe bestemming toen Ludovicus Houben en Gertrude Hendrix het huis kochten. Dit markeerde het begin van een nieuw hoofdstuk, waarin opnieuw een familie haar intrek nam. Dergelijke eigendomswisselingen zijn kenmerkend voor historische panden en vertellen ons veel over de verschillende generaties die hun leven binnen deze muren hebben doorgebracht. Het pand fungeert als een tastbare herinnering aan de veranderende sociale en economische omstandigheden in de regio.

Het onderzoeken van dergelijke geschiedenissen geeft ons een dieper inzicht in het leven van vroeger en de gemeenschappen die zich rond deze panden ontwikkelden. Het herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om ons erfgoed te koesteren en te documenteren, zodat toekomstige generaties kunnen leren van en genieten van deze rijke verhalen. Het pand op den Dries blijft een waardevol stukje geschiedenis van Catsop, met een uniek verhaal van bewoners en hun levens.

Wat betreft de andere familieleden van Laurens Penders en Cornelia Kindelein: een van haar dochters, Cornelia Penders, woonde in Elsloo. Zij trouwde daar, maar verhuisde later naar Maastricht, waar ze haar leven deelde met haar echtgenoot, Servaas Lemeer. Cornelia bereikte de respectabele leeftijd van 71 jaar. De oudste dochter, Elisabeth Penders, geboren in 1819, overleed helaas al in 1850 in Catsop.

Dan is er nog het bijzondere verhaal van Laurens Penders, een man die na een gevaarlijke tijd in Rusland terugkeerde naar zijn geboortedorp Catsop. Hij ontsnapte op het nippertje aan de dood en slaagde erin om een gezin te stichten en zijn leven weer op te bouwen. Zijn levensverhaal staat symbool voor de veerkracht en doorzettingsvermogen die in deze gemeenschap te vinden zijn.

Deze verhalen, verweven met het pand op den Dries, schetsen een rijk beeld van het verleden. Ze laten ons zien hoe de levens van verschillende generaties met elkaar verbonden zijn, en hoe deze band met het verleden ook nu nog voelbaar is. Dit pand en de familiegeschiedenissen die ermee verbonden zijn, vormen een kostbaar deel van het culturele erfgoed van Catsop. Ze herinneren ons aan het belang van deze verhalen, die doorgegeven moeten worden, zodat ze ook in de toekomst blijven voortleven.

En hoe ziet de woning er nu uit anno 2023

Het eerste gedeelte toont de woning. De boom is inmiddels verdwenen en er is veel verbouwd, maar het perceel is onveranderd gebleven. Als u verder naar rechts kijkt, ziet u een schuur die er vroeger ook al stond, evenals de tuin die destijds bij de voorste woning hoorde.

Deze informatie heb ik overgenomen uit het AEZEL-project en het geeft zowel de situatie in 1820 als die van 2024 weer, zoals te zien is op satellietbeelden. Het blauwe gedeelte toont de vermoedelijke vorm van de woning van Laurens, en de kleine vakjes eromheen, aangeduid met zwart, stellen huizen en tuinen voor. Dit duidt erop dat er nog verschillende woningen in de omgeving zijn, waar ik in een ander deel verder op inga. Dit deel gaat over de grootvader van Laurens, bijgenaamd De Lange Snieder, dus we gaan nog wat verder terug in de tijd. Of de woning van Laurens Penders oorspronkelijk de schuur van een ander gebouw was, kunnen we mogelijk achterhalen, aangezien het vaak voorkwam dat schuren werden verbouwd tot woningen en omgekeerd.

Dit is het verhaal van Laurens Penders iedereen bedankt die er zijn medewerking aan heeft verleend.

Peter Notten en Ida Reijnders: Nazaten en de historie van het huis op het einde 12 Catsop

Peter Notten en Ida Reijnders: Hun Levensverhaal

Geboorte en Oorsprong

Peter Notten werd geboren in [Urmond  14 augustus 1838 ] en Ida Reijnders in [Rothem 20 december 1839 ]. Hun wegen kruisten elkaar in de jaren zestig van de negentiende eeuw en in 1866 besloten ze zich te vestigen in Catsop, een schilderachtig dorp in Zuid-Limburg, Nederland. Hun verhuizing markeerde het begin van een nieuwe hoofdstuk, zowel voor hen als voor de gemeenschap waarin ze terechtkwamen.

Vestiging in Catsop

Bij hun aankomst in Catsop kochten ze een woning die al snel een centrale plek in hun familiegeschiedenis zou worden. Deze woning, gelegen aan [Het einde 12 ], werd het thuis voor hun groeiende gezin. De woning zelf had een rijke historie, waarvan de fundamenten teruggingen naar de [18 eeuw ], en het diende als een symbool van hun wortels in deze nieuwe omgeving.

Hun Gezinsleven

Peter en Ida stichtten een groot gezin, en hun kinderen zouden later trouwen en hun eigen gezinnen stichten in en rondom Catsop. De sterke familiebanden die zij creëerden, legden de basis voor vele generaties die zouden volgen. Hun kinderen waren betrokken bij diverse beroepen en gemeenschapsactiviteiten, waardoor de familie Notten-Reijnders een bekende en gerespecteerde naam werd in de regio.

Nazaten en Hun Invloed

Familieoverzicht

Hieronder volgt een overzicht van enkele van de belangrijkste familietakken die voortkomen uit het huwelijk van Peter Notten en Ida Reijnders:

  • Familie Fredrix-Notten: Onder deze tak valt bijvoorbeeld de familie Steps-Fredrix.
  • Familie Engelen-Notten: Met afstammelingen zoals Ida Engelen-Daemen.
  • Familie Notten-Beckers: Met vertakkingen zoals Notten-Timmermans en Derhaag-Notten.
  • Familie Notten-Reubsaet: Deze tak omvat bijvoorbeeld Notten-Schepers.
  • Familie Reubsaet-Notten: Inclusief Stassen-Reubsaet, Bogman-Reubsaet, en Harrie Reubsaet met zijn café, heeft deze tak een belangrijke rol gespeeld in de lokale horeca en sociale leven.

Historische Woning en Erfgoed

De woning van Peter en Ida in Catsop heeft een rijke historie en staat symbool voor de vestiging van de familie in de regio. De woning, gebouwd in de [voor de 18 eeuw], is door de jaren heen goed onderhouden en is tegenwoordig een herkenningspunt in het dorp. Het huis heeft vele generaties van de familie Notten-Reijnders zien opgroeien en is getuige geweest van talloze familie-evenementen en historische momenten.

Conclusie

De komst van Peter Notten en Ida Reijnders naar Catsop in 1866 heeft een blijvende impact gehad op de gemeenschap. Door hun nageslacht hebben ze een grote familie gecreëerd die nog steeds aanwezig en invloedrijk is in Catsop. De familiebanden zijn sterk en hun nalatenschap leeft voort in de vele nazaten die nog steeds in de regio wonen. Hun verhaal is een testament van doorzettingsvermogen, familiebanden, en gemeenschap.

Geboorteakte van Peter Notten (1839)

In het jaar 1839, op 14 augustus, werd de geboorte van Peter Notten officieel vastgelegd. Zijn vader, ook genaamd Peter Notten, verscheen om vier uur in de middag op het gemeentehuis in Sittard om de geboorte van zijn zoon aan te geven, zoals verplicht was sinds de invoering van de burgerlijke stand door de Franse overheersing.

Details van de Akte

  1. Datum en Tijdstip:
    • Jaar: 1839
    • Datum: 14 augustus
    • Tijdstip van Aangifte: Vier uur in de middag
  2. Aangever:
    • Naam: Peter Notten (vader)
    • Leeftijd: 39 jaar
    • Plaats: Sittard
  3. Geboorte van de Zoon:
    • Naam: Peter Notten
    • Geboortedatum: 14 augustus 1839
    • Geboortetijd: Drie uur in de middag
  4. Moeder:
    • Naam: Mechtildis Hendrix
    • Rol: Huisvrouw
  5. Getuigen:
    • Karel Heijnen:
      • Leeftijd: 35 jaar
      • Herkomst: Urmond
    • Johannes Heijnen:
      • Leeftijd: 30 jaar
      • Herkomst: Urmond
  6. Ondertekening:
    • De vader, Peter Notten, verklaarde dat hij niet kon schrijven, wat destijds veel voorkwam. Daarom werden er getuigen meegenomen die wel konden lezen en schrijven.

Deze geboorteakte is een belangrijk document dat niet alleen de geboorte van Peter Notten vastlegt, maar ook een glimp biedt van de sociale omstandigheden en gebruiken van die tijd. Het geeft inzicht in de administratieve procedures die waren ingevoerd door de Franse overheid en hoe deze werden nageleefd in de lokale gemeenschappen.

Context en Historie

De verplichting om geboorten aan te geven bij de burgerlijke stand werd ingevoerd tijdens de Franse overheersing van Nederland (1795-1813). Deze maatregel was bedoeld om een nauwkeurige registratie van de bevolking te waarborgen. Dat Peter Notten senior niet kon schrijven en daarom getuigen moest meenemen, was in die tijd heel gebruikelijk. Het analfabetisme was hoog, vooral onder de plattelandsbevolking, en mensen die konden lezen en schrijven, hadden een belangrijke rol in officiële zaken.

Door deze akte weten we meer over de geboorte en vroege jaren van Peter Notten, die later met Ida Reijnders naar Catsop zou verhuizen en daar een groot nageslacht zou stichten. Dit document vormt de basis voor het begrijpen van zijn achtergrond en de familiegeschiedenis die hij samen met Ida opbouwde in Catsop.

Geboorteakte van Ida Reijnders (1839)

In het jaar 1839, op 20 december, werd de geboorte van Ida Reijnders officieel vastgelegd. Haar vader, Frederik Reijnders (die ook bekend stond als Severijn), verscheen om drie uur in de middag op het gemeentehuis in Meerssen om de geboorte van zijn dochter aan te geven.

Details van de Akte

  1. Datum en Tijdstip:
    • Jaar: 1839
    • Datum: 20 december
    • Tijdstip van Aangifte: Drie uur in de middag
  2. Aangever:
    • Naam: Frederik Reijnders (Severijn)
    • Leeftijd: 30 jaar
    • Beroep: Dagloner
    • Woonplaats: Rothem, onderdeel van de gemeente Meerssen
  3. Geboorte van de Dochter:
    • Naam: Ida Reijnders
    • Geboortedatum: 20 december 1839
    • Geboortetijd: Negen uur in de ochtend
    • Geboorteplaats: Thuis in Rothem
  4. Moeder:
    • Naam: Margaretha Vliegen
    • Beroep: Zonder beroep
  5. Getuigen:
    • Adolf Jaiquet:
      • Leeftijd: 28 jaar
      • Beroep: Griffier
      • Plaats: Meerssen
    • Bartholomeus Volders:
      • Leeftijd: 59 jaar
      • Beroep: Veldwachter
      • Plaats: Meerssen
  6. Ondertekening:
    • De vader, Frederik Reijnders, verklaarde dat hij niet kon schrijven. Daarom werden er getuigen meegenomen die de verklaring voorlazen en ondertekenden.

Context en Historie

De officiële geboorteakte van Ida Reijnders geeft een gedetailleerd beeld van de administratieve procedures van die tijd. Dit document is niet hetzelfde als de kerkelijke doopakte, die meestal getuigen uit de familie vermeldde en waarin doopnamen werden opgenomen. In dit geval waren de getuigen geen familieleden, maar personen met officiële functies: een griffier en een veldwachter.

Aanvullende Informatie

De geboorteakte van Ida Reijnders is een belangrijk document voor het traceren van haar familiegeschiedenis. Het vermeldt dat haar vader, Frederik Reijnders, een dagloner was en woonde in Rothem, wat toen deel uitmaakte van de gemeente Meerssen. Het is ook vermeldenswaardig dat haar vader niet kon schrijven, wat destijds veel voorkwam, vooral onder de arbeidersklasse.

Deze akte vormt een waardevolle aanvulling op de familiegeschiedenis van Peter Notten en Ida Reijnders. Samen verhuizen ze later naar Catsop, waar ze een groot gezin stichten en een blijvende impact hebben op de gemeenschap. De officiële geboorteaktes helpen om een compleet beeld te vormen van hun oorsprong en de sociale omstandigheden waarin ze leefden.

De grootouders van Ida van vaderskant kwamen uit Kelmond, en de grootvader van vaderskant was afkomstig uit Oirsbeek. Hij trouwde waarschijnlijk in Kelmond.

De grootouders van moederskant waren Willem Vliegen en Maria Leukel uit Meerssen.

Verschillende Namen van Frederik (Severijn) Reijnders vader van Ida

Frederik Reijnders gebruikte verschillende voornamen. Op de geboorteakte van Ida staat hij vermeld als Frederik, terwijl hij in andere aktes ook als Godfried voorkomt. Op het kadaster en in de meeste officiële documenten werd hij echter aangeduid als Severijn. Zijn geboorteakte uit 1809, opgesteld in het Frans, vermeldt zijn naam als Sevrin, wat overeenkomt met Severijn.

Werkzaamheden van Ida Reijnders

Ida Reijnders werkte op verschillende plaatsen als werkbode. Een van haar werkgevers was Klara Stuchs, een Duitse vrouw, en Franz Ludof Kock, een koopman in Beek, achter de kerk. Voor deze werkervaring had Ida ook in Meerssen gewerkt.

De Familiegeschiedenis in Kelmond

Voordat we verdergaan met het verhaal van Peter Notten, bekijken we de woonplaats van Sevrijn Reijnders, de vader van Ida, en de woonplaats van de grootouders in Kelmond.

Nalatenschap van de Grootouders in 1834

Toen Lambert (Pieter Laurents) Reijnders en Margaretha Lemmens in 1834 stierven, lieten ze een Memorie van Successie achter, die vertaald werd door de pastoor uit Beek omdat hij in het Franse taal was geschreven. Deze verklaring beschrijft de verdeling van hun bezittingen onder hun kinderen. De nalatenschap bevatte hun woning en diverse percelen, waaronder een wijngaard. De kinderen regelden de erfenis onderling zonder tussenkomst van een notaris.

Verklaring inzake de Successie van Pierre Laurent Reijnders

In deze verklaring van de nalatenschap van Pierre Laurent Reijnders, overleden op 14 januari 1834, worden de verdeling en details van zijn bezittingen beschreven. Dit document werd opgesteld door Marguérite Lemmens, de weduwe van Pierre Laurent Reijnders, samen met hun kinderen.

De Erfgenamen:

  1. Marguérite Lemmens, weduwe van Pierre Laurent Reijnders.
  2. Cornélie Reijnders, echtgenote van Guillaume Muris.
  3. Jean Mathieu Reijnders.
  4. Jean Jacques Reijnders.
  5. Jean Reijnders.
  6. Godfroi Reijnders.
  7. Elisabeth Reijnders.
  8. Marie José Reijnders, echtgenote van Jean Notten, woonachtig in Moorveld in de gemeente Geulle.

Deze kinderen verklaarden allen te wonen in het huis van Marguérite Lemmens, de weduwe van de overledene.

Nalatenschap en Verdeling:

1. Eigendommen in Kelmond:

  • De helft van een woning met tuin en weide, bestaande uit achttien perches, grenzend aan Michiel Voegts en de heer Nijst.

2. Land en Weide in Beek:

  • 68 perches en 31 el groot, grenzend aan mevr. de Montaigne en de heer Pierre Martens.

3. Weide in Beek:

  • 12 perches en 52 el, grenzend aan de weduwe Stijnen en de kinderen Canisius.

4. Land in het Kelmonderveld:

  • 22 perches en 77 el groot, grenzend aan Mathieu Houtakkers en Cornelie Odekirchen.

5. Land in Beek:

  • 23 perches en 18 el groot, grenzend aan de weduwe van Nicolaas Cobben en de weduwe Stijnen.

6. Land achter de Bongaert:

  • 20 perches en 18 el groot, grenzend aan Lemmens en Cornelie Odekirchen.

7. Land in Beek:

  • 10 perches en 45 el groot, gelegen aan de Heggenstok, grenzend aan de weg en Jacques Wouters.

8. Snijdersweide:

  • 10 perches en 15 el groot, grenzend aan Pierre Martens en een weg.

9. Land in het Kelmonderveld:

  • 18 perches en 12 el groot, grenzend aan Jean Guillaume Pesch en de heer Stevens.

10. Land in Den Hoek:

  • 12 perches groot, grenzend aan de weduwe van Lambert Hakken en de weg die Valkenburgerweg genoemd wordt.

11. Land in het Kelmonderveld:

  • 42 perches groot, grenzend aan de kinderen Akkermans en een voetpad.

Verklaring:

Er wordt verklaard dat er voor het overlijden van Pierre Laurent Reijnders geen religieuze bijeenkomsten plaatsvonden en er was geen stopzetting van het vruchtgebruik.

Gemaakt in Beek op 23 januari 1834:

  • J.J. Reijnders

De andere erfgenamen verklaarden niet te kunnen tekenen:

  • J. Roebroek, getuige
  • Fr. Roebroek, getuige

Conclusie

Deze successieverklaring geeft een gedetailleerd beeld van de erfenis van Pierre Laurent Reijnders en de wijze waarop zijn bezittingen werden verdeeld onder zijn nabestaanden. Dit document helpt niet alleen om de familiegeschiedenis van Ida Reijnders en haar voorouders te begrijpen, maar biedt ook een waardevolle context over de eigendommen en het leven in Kelmond en omgeving in de 19e eeuw.

En 6 is Godfroi of Godfriedus of Sevrein is de vader van Ida.

De Woning in Kelmond

De woning van Pierre Laurent Reijnders en Marguérite Lemmens bevond zich in Kelmond. In de verklaring van de nalatenschap worden de buren omschreven, omdat er destijds nog geen perceelnummers bestonden. Op basis van deze beschrijvingen kon de woning worden geïdentificeerd.

Identificatie van de Woning

Tien jaar na de dood van Pierre Laurent Reijnders werd de woning geregistreerd in het kadaster. Op dat moment stond de woning op naam van hun zoon, Jacob Reijnders (Jean Jacques Reijnders), het derde kind. Deze registratie bevestigt de locatie van de woning en geeft inzicht in de eigendomsoverdracht binnen de familie.

Samenvatting

De successieverklaring en de daaropvolgende kadastrale registratie bieden waardevolle informatie over de woning en eigendommen van de familie Reijnders. Deze documenten helpen niet alleen om de fysieke locatie van de woning in Kelmond te traceren, maar bieden ook inzicht in de familiebanden en eigendomsverhoudingen na het overlijden van Pierre Laurent Reijnders.

Dit was de ouderlijke woning, Kelmonderhofweg 14, van de vader van Ida Reijnders, genaamd Sevrijn. In de nalatenschap wordt ook Godfridus genoemd

Het Leven van Sevrijn Reijnders en Maria Vliegen

De Woning in Kelmond

De ouderlijke woning van Sevrijn Reijnders, gelegen aan de Kelmonderhofweg 14, wordt genoemd in de nalatenschap van zijn ouders, Pierre Laurent Reijnders en Marguérite Lemmens. Deze woning werd later geregistreerd op naam van hun zoon, Jean Jacques (Jacob) Reijnders. Een andere zoon, Godfridus, wordt ook genoemd in de nalatenschap.

Huwelijk en Leven in Meerssen

Sevrijn Reijnders trouwde met Maria Vliegen uit Rothem op 22 januari 1835 in Meerssen. Maria Vliegen, geboren op 29 augustus 1812 in Rothem, was de dochter van Willem Vliegen en Maria Leukel. Haar moeder overleed op 15 augustus 1830 en haar vader op 12 september 1834. Uit de nalatenschap van haar ouders blijkt dat Maria nog een broer, Nicolaas, en een zus, Greta, had. Het familiehuis in Rothem wordt beschreven als zijnde naast de huizen van Jan Konings en Andries Jaspers, met een stal, schuur en moestuin.

Kinderen in Meerssen en Kelmond

Sevrijn en Maria kregen hun eerste kinderen in Meerssen:

  • Chatrina (1835)
  • Helena (1837)
  • Ida Reijnders (1839)

Na de geboorte van Ida verhuisde het gezin terug naar Kelmond, waar hun jongste dochter, Elisabeth (1843), werd geboren. In Kelmond had Sevrijn al een woning op zijn naam staan sinds 1833, wat blijkt uit het kadaster. Dit huis maakte geen deel uit van de nalatenschap van zijn ouders, wat suggereert dat Sevrijn het mogelijk zelf heeft gekocht of gebouwd voor hun overlijden.

Eigendommen in Kelmond en Omgeving

De eigendommen van Sevrijn Reijnders in Kelmond:

  1. Woning met tuin en weide:
    • Kelmonderhofweg 14, geregistreerd in 1833.
  2. Verdeling van ouderlijk eigendom in de nalatenschap:
    • Diverse percelen land en weide zoals beschreven in de successieverklaring, waarvan de helft van de eigendommen aan de kinderen werd toegewezen.

Conclusie

Sevrijn Reijnders en Maria Vliegen leefden eerst in Meerssen (Rothem) waar ze hun eerste drie kinderen kregen, en verhuisden daarna terug naar Kelmond. Sevrijn had daar al een woning sinds 1833, nog voor zijn huwelijk. Dit huis aan de Kelmonderhofweg 14 bleef een belangrijk familiebezit. De successieverklaring van zijn ouders toont de verdeling van hun eigendommen en bevestigt de locatie van de familiebezittingen in Kelmond.

Door de combinatie van de huwelijksakte, geboorteaktes van de kinderen, en kadastrale gegevens, krijgen we een compleet beeld van het leven en de bezittingen van de familie Reijnders-Vliegen.

De Woonplaats van Ida Reijnders in Kelmond

Ida Reijnders, de echtgenote van Peter Notten, woonde met haar familie in Kelmond, in een huis dat later afgebroken en vervangen werd. De locatie, nu gemarkeerd met een blauwe pijl op een combinatiekaart van toen en nu, stond bekend als Krakouwen in het bevolkingsregister. Ida woonde hier met haar ouders, Sevrijn Reijnders en Maria Vliegen, en haar zussen, totdat haar oudere zus Catharina verhuisde naar Oensel.

De Familiegeschiedenis van Peter Notten

Geboorte en Oorsprong

Peter Notten werd geboren op 14 augustus 1839 in Urmond. Zijn ouders, Peter Notten (geboren in 1800) en Mechtildis Hendrix (gedoopt op 26 maart 1796), waren ook afkomstig uit Urmond. De familiegeschiedenis van de Nottens kan in Urmond tot 1738 worden teruggevoerd, waardoor ze echte Urmondenaeren zijn.

Militaire Dienst

De vader van Peter Notten (1800) gaf zichzelf op voor militaire dienst in 1819, en er zijn nog steeds gegevens van deze inschrijving beschikbaar. Dit toont aan dat de familie Notten een lange geschiedenis heeft in de regio.

Samenvatting

Ida Reijnders woonde met haar familie in Kelmond, in een huis dat bekend stond als Krakouwen. Na haar huwelijk met Peter Notten, die afkomstig was uit Urmond, verliet ze Kelmond. De familiegeschiedenis van beide echtelieden gaat diep terug in de geschiedenis van hun respectieve dorpen, met eigendommen en gebeurtenissen die getuigen van hun lange aanwezigheid in de regio. De volgende stap in het verhaal brengt ons naar Urmond, waar de oorsprong van Peter Notten verder wordt verkend.

Peter Notten’s Vader: Geboren in 1800

Peter Notten’s vader werd geboren in augustus 1800, om vier uur in de ochtend, in Urmond. Zijn ouders waren Joannes Notten en Barbara Phillips. Joannes Notten was een akkerman, een term die in die tijd werd gebruikt voor een landbouwer of boer. De vader van Peter had geen specifiek beroep op het moment van zijn geboorteaangifte. Hij had zich aangemeld voor militaire dienst in Sittard, waar hij zijn lotnummer 11 ontving.

Militaire Dienst

De inschrijving voor militaire dienst in 1819 vond plaats in Sittard. Hoewel er details in het Frans zijn die moeilijk leesbaar zijn, is bekend dat deze documenten belangrijke informatie bevatten over zijn diensttijd en de verplichtingen die hij had.

Woonplaats en Eigendommen

Hoewel de exacte woonplaats van Joannes Notten en Barbara Phillips in Urmond niet duidelijk is, hadden ze wel eigendommen in de regio. Dit blijkt uit verschillende Franse documenten en bevolkingsregisters uit die tijd. De Franse lijsten van inwoners van Urmond vermelden de grootouders van Peter Notten, wat een waardevolle bron is voor verdere genealogische onderzoeken.

Inwoners van Urmond

De Franse lijsten van inwoners van Urmond en het bevolkingsregister bieden een schat aan informatie over de familie Notten. Deze documenten helpen bij het traceren van de familiegeschiedenis en het begrijpen van hun leefomstandigheden en eigendommen in die tijd.

Bevolkingsregister van Peter Notten en Mechtilde Hendrix

Het bevolkingsregister van Peter Notten en Mechtilde Hendrix, samen met hun kinderen, vermeldt helaas geen adres. Uit aanvullend onderzoek in het kadaster blijkt dat ze waarschijnlijk huurders waren.

Peter Notten en Mechtildis Hendrix stierven beiden op jonge leeftijd, namelijk op 53-jarige leeftijd, slechts enkele dagen na elkaar. Peter overleed op 25 juli en Mechtildis op 1 augustus van hetzelfde jaar, wat opmerkelijk is. Peter zou toen ongeveer 14 jaar oud zijn geweest. Het was niet mogelijk hem in de bevolkingsregisters van Urmond te vinden, dus hij kan bij familieleden zijn ondergebracht.

Het spoor in Urmond liep dood, maar ik ontdekte dat Peters zus, Maria Helena Notten, in Elsloo trouwde met Johannes Hendricus Schutjens. Beiden werkten op het kasteel in Elsloo. Schutjens, afkomstig uit Catsop, was koetsier op het kasteel, en Helena werkte ook daar. Ik maakte destijds een kleine reportage over deze familie in Catsop met het verhaal van An Haenen, die haar voorouders zijn. Voor meer informatie, zie: familie Smeets-Schutjens op het Einde.

Een andere zus van Peter, die in het register op nummer 4 staat, trouwde met een Bovens en vertrok naar Maastricht. Andere kinderen uit de familie stierven op jonge leeftijd, waardoor de familie Notten uiteindelijk uit Urmond vertrok. Uit kadasteronderzoek blijkt dat de bezittingen van Notten-Hendrix verkocht zijn.

Daarna vond ik de huwelijksbijlagen van Peter Notten en Ida Reijnders. Deze documenten bevatten sterfaktes van hun ouders. Peter Notten had zich ook aangemeld bij de Nationale Militie en diende van 1858 tot 1860 in Maastricht, bij het 3e Regiment Infanterie.

Voor hun huwelijk dienden Peter en Ida een certificaat van onvermogen in, wat betekent dat ze de kosten voor aktes en uittreksels niet konden betalen. Peters woonplaats was toen Ulestraten, waar hij als dienstknecht werkte, vermoedelijk op een boerderij. Ida woonde in Beek, wat Kelmond kan zijn.

Na hun huwelijk in 1865, kochten Peter en Ida in 1866 een huis in Catsop. We zullen bekijken waar dit huis zich bevond en van wie ze het kochten, maar eerst een overzicht van Catsop.

Dit is op het einde in Catsop en het tweede huis van Links het voorste gedeelte kochten Peter en Ida in 1866 van Theodoor Gijsen en dat gaan we bekijken.

Nog een foto van uit de satelliet .

Situatie in Catsop: Toen en Nu

Dit is de situatie zoals die nu is in 2024, gecombineerd met de oude situatie van 1815. De blauwe lijnen geven de grenzen van hun perceel aan. Als je destijds voor het huis stond, bevond de schuur zich aan de linkerkant. Waar de blauwe pijl staat, was de woning. Als je verder naar links kijkt, zie je het pad dat naar hun tuin leidde. Ze moesten over het erf van de buren om bij hun tuin te komen. De schuur stond tegen het erf van de andere buren aan. Dit adres correspondeert nu met Nummer 12 “op het Einde”.

Dit is de eerste kadasterlegger waarin de woning van Peter en Ida naar voren komt. De woning was destijds eigendom van Theodoor Gijsen, een kleinzoon van Drick Martens, een bokkenrijder die was teruggekeerd. Theodoor Gijsen werd geboren in de woning op de hoek van de Daalstraat en Kempken. Deze woning is genoteerd als B270 (doorgestreept), nu Daalstraat 39B. Destijds lag deze naast de woning van Collard, die B271 had, nu Daalstraat 37. In de kadasterlegger zien we verschillende nummers, waaronder B1118 en B115, die Peter en Ida kochten.

Over Theodoor Gijsen is weinig informatie beschikbaar. Hij was eerst getrouwd met Cornelia Sproncken en huwde daarna Maria Anna Stijnen in Beek in 1866. Dit komt overeen met de verkoopdatum van het huis op Het Einde in Catsop. Of Theodoor hier daadwerkelijk heeft gewoond, valt misschien nog te achterhalen.

De historie van de woning op Het Einde in Catsop, nu Het Einde 12

Voordat we de geschiedenis van deze woning induiken, eerst wat algemene informatie. In het verleden werden sommige woningen omgebouwd tot schuren en andersom. Vaak waren boerderijen lange gebouwen met zowel een woning als een schuur. Deze woningen konden verdeeld worden in kamers die afzonderlijk verkocht werden, vaak met een moestuin. Boerderijen werden soms uitgebreid of verdeeld bij een groeiend gezin.

Voor dit onderzoek maak ik gebruik van bevolkingsregisters, kadasterdocumenten, Memories van Successen, gichtregisters, notariële akten en stambomen om een compleet beeld te krijgen van de bewonersgeschiedenis. Als iemand geïnteresseerd is in een specifieke akte, kan die altijd worden ingezien. De historie wordt hier in sprongen beschreven om het overzichtelijk te houden, vooral omdat de woning niet altijd in dezelfde familie bleef en informatie verspreid moest worden verzameld.

De Franse tijd en het kadaster

Wanneer we de geschiedenis van dit huis bekijken, kunnen we ver teruggaan. We beginnen in de Franse tijd, toen er een kadasterkaart werd gemaakt waarop deze woning al in vrijwel dezelfde situatie te zien is.

Ik heb de huidige huisnummers op de percelen van de kadasterkaart van 1820 geplaatst. We concentreren ons op nummer 12 en volgen de geschiedenis van deze woning terug tot 1779

Franse Tijd

We beginnen met de Franse tijd en de oude kaart, om te ontdekken wie er destijds woonden. De Fransen hielden een volkstelling om te bepalen welke jongens geschikt waren voor het leger en om een begin te maken met de burgerlijke stand. Dit was ook bedoeld om belastingen te innen. Vanaf die tijd werd het verplicht om geboorte-, sterf- en huwelijksakten op te laten maken.

Bevolkingstelling

We gaan nu terug naar de periode toen de Franse ambtenaren aan de deur klopten met de vraag: “Wie woont hier?”

Dus op het huidige adres nummer 8 op het Einde, dat toen nummer 153 was, woonden Joanna Bours en Willem Monnisen met hun dochter. Joanna Bours was de dochter van Boer Jan Nelis, een bokkenrijder die in 1774 werd opgehangen. Op deze woning kom ik in een ander deel van mijn verhaal terug.

Op het huidige huisnummer 12, destijds nummer 154, woonde in de Franse tijd de weduwe van Peter Nijsten en haar kinderen. Dit is hetzelfde huis waarin 70 jaar later Peter Notten en Ida Reijnders zal gaan wonen. De weduwe schreef zich Cornelia Heijnen en zij was de enige overgebleven dochter van Henricus Heijnen en Catharina Schoffelen. Volgens de gichtregisters (overdracht register)van 1779 woonde dit gezin in Catsop.

Ik heb een ingekorte versie van dit gichtregister (overdracht register) waaruit duidelijk blijkt dat dit huis oorspronkelijk van Henricus Heijnen en Catharina Schoffelen was, en dat Peter Nijsten er ook woonde.

19/03/1779

Registratie obligatie verleden voor notaris M. Cortius op 17/03/1779 te Maastricht, waarbij

Pieter Nijsten, inwoner van Catsop, gehuwd met Cornelia Heijnen

400 gulden aan 5% rente leent van

Elisabeth Coninx, meerderjarige ongehuwde dochter, wonende als dienstmeid te Maastricht.

Borgstellingen:

De volgende percelen te Elsloo, afkomstig van de opnemers ouders, wijlen Jan Nijsten en Maria Kerskens, en hem als enige zoon na het overlijden van zijn moeder in volle eigendom aangestorven, nl.

  1. Huis met moesthof en stallingen in Elsloo.
    Begrensd: zons opgang Steven Bovens, zonsondergang Leendert Leenders.
  2. 170 kleine roeden akkerland gelegen op het Heester.
    Begrensd: ter oosten ondergrond Machiel Boers, ter zuiden ondergrond Machiel Gijsen.
  3. 150 kleine roeden weide met bomen beplant, gelegen op de Geluck.
    Begrensd: ter oosten ondergrond Machiel Gijsen, ter zuiden ondergrond de weduwe van Johannes Boers.
  4. 50 kleine roeden in den Hoek gelegen.
    Begrensd: ter oosten ondergrond Caris Carissen, ter zuiden ondergrond dhr. Linneers.

Daarnaast hypothekeert de opnemer goederen afkomstig van zijn echtgenotes overleden ouders, met name Hendrick Heijnen en Catharina Schoeffel, de echtgenote zijnde enige dochter en de goederen haar in volle eigendom aangestorven, nl.

  1. Huis bewoond door de opnemer, met koolhof, weide en stallingen.
    Begrensd: zonsopgang Andries Janssen, zonsondergang de weduwe van Matthijs Fredrix.

Als u leest dat de goederen zijn gehypothekeerd en afkomstig zijn van zijn echtgenote, dus van Heijenen-Schoffelen, en het huis wordt bewoond door de opnemer, kan men ervan uitgaan dat dit hetzelfde huis is dat nu het huidige nummer 12 aan het einde is. Dit huis bestond al vóór 1779. Cornelia Heijnen is gedoopt in 1729, maar of zij in dit huis is geboren, kan ik nog niet bewijzen.

U ziet ook dat er geschreven wordt over de reingenoten (buren) Andries Janssen. Hij is geboren in Rekem en was getrouwd met Mechtildis Schols (Geulle). De Franse lijst vermeldt 156 bij zonsopkomst en zonsondergang wed. Mathijs Frederix. Dit zou kunnen betekenen dat vanuit het huis van Peter Nijsten gezien, Andries Janssen naast hem woonde en achter in de tuin grensde aan de weduwe Mathijs Frederix. Deze weduwe zou destijds de echtgenote van de schepen Frederix kunnen zijn geweest, hoewel hij al gestorven lijkt te zijn. Dit was de situatie in 1779. De Franse telling van 1795 kan dit veranderen, aangezien er 15 jaar tussen zit.

Ook kunt u lezen dat Peter Nijsten de enige zoon is van Jan Nijsten en Maria Kerskens. Zij hadden ook een huis dat ze als borg stelden. Dit huis lag in Catsop op den Dries. Er staat Leendert Leenders en dat is Leonard Lenaerts. Steven Bovens kan Servatius Bovens zijn geweest, en zij woonden toen naast elkaar, hoewel ik dit nog niet kan bewijzen. Dit is dus een aanname.

In 1785 stierf Peter Nijsten. Ze hadden een hypotheek die ze moesten afbetalen, wat ze ook deden in 1791. Dit zijn weer enkele jaren verder, maar de schuld blijft. Omdat Peter Nijsten is overleden, gaat de erfenis over aan de kinderen. Cornelia Heijnen krijgt het vruchtgebruik, wat inhoudt dat ze gebruik mag maken van (de opbrengst van) vermogen dat niet haar eigendom is. Ze mag bijvoorbeeld in de woning blijven wonen die op naam van haar kinderen staat, zonder dat zij daar een vergoeding voor krijgen.

Ik heb nog een gichtregister (overdrachtregister) gevonden dat is ingekort uit 1791, en dan zitten we kort op de Franse telling.

Registratie verkoopakte, 17/05/1791 (pagina 123-126)

Verleden voor notaris T.B. Caenen op 17/04/1791 te Rekem, waarbij:

Verkopers:

  • Cornelia Heijnen, weduwe van Piter Nijsten [de moeder voor het vruchtgebruik en de kinderen voor de naakte eigendom], en
  • Joannes Nijsten, haar zoon, die ook sterk makende voor zijn meerderjarige zussen Maria Catharina, Maria Christina en Maria Nijsten (de eerste 2 zussen wonende te Maastricht), en
  • Christiaan Nijsten en Hendrik Nijsten als momboors door het gerecht van Elsloo aangesteld over de 2 minderjarige kinderen Henricus en Martinus Nijsten, allen inwoners van Catsop

Verkopen aan:

  • Martinus Biesmans, inwoner van Catsop, gehuwd met Maria Johanna Ghijsen

Verkochte eigendom:

  • 1,5 morgen of 150 kleine roeden weide gelegen te Catsop.

Reingetonen:

  • Ter eerne de weduwe Lendert Lenders, ter andere Lamb. Lenssen.

Prijs:

  • 83 stuiver per kleine roede boven de erflasten, keuren en 7 stuiver cijns ten behoeve van de heer van Elsloo. Gehele som van 622 gulden + lijkkoop + 5 stuiver godshelder.

Kortingsregeling:

  • Er is korting op de totale prijs, omdat de koper een obligatie van 100 pattacons ten laste van de inboedel van de weduwe aanbiedt. Deze obligatie is ten behoeve van Paulus Nelissen, burger van Maastricht.

Betalingsregeling:

  • De koper belooft onder hypotheek van persoon en goederen de obligatie binnen de 3 maanden terug te betalen aan Paulus Nelissen. Het overige geld wordt aan de verkopers betaald.

Getuigen:

  • Mejuffr. M.E.F. Caenen en Anth. Lud. Gregor.

Volmacht:

  • Aangehecht de notariële volmacht de dato 23/04/1791, verleden voor notaris J.F. Habets te Maastricht van de 2 zussen die in Maastricht wonen, waarbij Maria Catharina Niesten (Nijsten) en Maria Christina Nijsten, beiden meerderjarige dochters, geboren te Catsop, nu wonende te Maastricht als dienstmeid bij juffr. de weduwe Hopmans en bij de heer overste De Quaije, geven volmacht aan hun moeder Cornelia Heijnen, weduwe van Pieter Niesten, en aan hun broer en zus om landbouwgrond te verkopen om de last van 400 gulden te redimeren.

Een gichtregister (overdrachtsregister) uit 1791 toont duidelijk dat Cornelia Heijnen, de moeder, het vruchtgebruik heeft en de kinderen de naakte eigendom. Dit betekent dat als u eigenaar bent van vermogen, u er geen gebruik van mag maken, noch van de opbrengsten ervan. U bent bijvoorbeeld door een schenking eigenaar geworden van een woning, maar u mag er zelf (nog) niet in wonen.

Cornelia verkoopt land en inboedel vermoedelijk om de hypotheek te betalen. Dit ziet u helemaal onderaan staan. Ze verkoopt aan Martin Biesman, die een paar huizen verder woonde. Uit het register blijkt ook dat twee van haar kinderen in Maastricht werken bij de weduwe Hopmans en overste Quaije, en dat zij hun goedkeuring moeten geven. Deze kinderen waren Maria Catharina en Maria Christina Nijsten. Daarnaast woonden er nog twee minderjarigen, Henricus en Martinus, waarvoor Hendrik en Christian als voogden optraden, zoals door het gerecht was vastgesteld. Ze woonden allen in Catsop, in het huis dat nu bekend is als Het Einde 12, behalve de twee zusjes die in Maastricht werkten.

Nu gaan we naar de Franse telling van 1795. We weten nu hoe de familie er tot dan toe voor stond.

Dus, nogmaals de telling. U ziet op nummer 154, nu Het Einde 12, de namen staan waar we het in 1791 over gehad hebben. Drie van deze namen zijn doorgestreept omdat ze ergens anders werkten of woonden: Maria Catharina en Maria Christina in Maastricht, en Martinus die later in Schinnen woonde. De oudste, Joannes Nijsten, was al getrouwd in Geulle en zal daar op de lijst staan, maar hij komt later terug naar deze woning.

Wat ik ook wil vermelden is dat er twintig jaar verschil zit tussen de telling van 1795 en de kadasterkaart van de Fransen rond 1815. Daarom ga ik de situatie van 1779 invullen op de kaart van 1815, zoals ik die heb overgenomen uit het overdrachtsregister van 1779.

Dus dit zou de situatie in 1779 zijn geweest, aangezien Andries Janssen woonde aan de zonsopgang van Peter Nijsten. Weduwe Wijnen was de echtgenote van Cornelis Bours, die schuldig was bevonden als bokkenrijder en vijf jaar eerder was opgehangen. In 1795 veranderde dit echter, en woonde Andries Janssen achter de buren van hem.

Vanaf nu gaan we sprongen maken in de tijd. We weten nu wie er in 1779 en 1795 woonde, en we gaan nu naar de tweede telling rond 1825.

Daaruit blijkt dat de woning is gesplitst. Wanneer dit precies gebeurde, heb ik niet kunnen achterhalen, maar ik heb wel de memorie van successie van Joannes Nijsten ingezien. In de Franse telling van 1795 (zie afbeelding) woonde Cornelia Heijnen met haar kinderen Hendrik, Maria, Maria Catharina, Christina, en Martinus Nijsten. De laatste drie kinderen zijn doorgestreept, waarschijnlijk omdat ze elders woonden of werkten. Deze kinderen konden allemaal aanspraak maken op de woning, waardoor deze verdeeld en gesplitst kan zijn. Een gedeelte van het huis bleef door de kinderen bewoond en het vruchtgebruik bleef behouden, wat waarschijnlijk het voorste gedeelte van het huis was.

In 1820 vond ongeveer de tweede telling plaats, en dan zullen we zien wie er toen woonde.

Op het huidige adres Het Einde 12 woonde destijds Marie Nijsten. Zij had het vruchtgebruik van de woning, samen met Joannes Nijsten en Maria Houberichs (Geulle), die ook in de woning woonden. Maria had nog een broer, Martinus, en een zus, Marie Christina. Toen Joannes stierf, heb ik de memorie van successie nagekeken. Joannes had geen woning, en Martinus was de voogd van Marie Helene, de dochter van Joannes. Toen de ouders stierven, was ze minderjarig en woonde bij haar tante. We zijn dan ongeveer 20 jaar verder, en Marie was celibatair (ongehuwd). Ze had een kind van 11 jaar bij zich, Maria Helena Nijsten, dochter van Joannes Nijsten (Catsop) en Maria Elisabetha Houberichs uit Geulle. Maria Helena trouwde met Casparus Salden uit Stein en overleed in Maasmechelen.

Vanaf 1839, toen Marie stierf, kan de woning zijn verkocht aan Theodoor Gijsen. Later kocht Notten het huis, maar het stond al op zijn naam sinds 1833. Dit houdt in dat Theo Gijsen het destijds verhuurde aan Marie Nijsten. In 1833 woonde Jan Joseph Janssen in de andere woning. Hij was getrouwd met Helena Geurts, dochter van Leentje de Wever uit de Daalstraat, een bokkenrijder die terugkeerde. Ze hadden samen een dochter, Cornelia Janssen, en een knecht, Joannes Kindelein, die ook van de Daalstraat kwam en een kleinzoon was van Willem Henske, een bokkenrijder die opgehangen was. Jan Joseph Janssen woonde destijds achter Marie Nijsten, en dat bleef zo. Toen Notten het huis kocht, woonden nog steeds nazaten van Janssen-Geurts in dat huis.

We hebben dus twee bewoners achter elkaar wonen in huizen die vroeger één geheel vormden en later werden gesplitst. Ze gebruikten de gedeelde delen als schuur of stal.

Op de satellietfoto van 2024, teruggebracht naar de situatie van 1820, ziet u waar het huis van Janssen-Geurts lag, aangegeven met de blauwe pijl. U ziet ook het gedeelte van de schuur en de tuin direct achter het huis. Dit vormde vroeger één geheel.

We maken nu sprongen in de tijd naar de komst van Peter Notten en Ida Reijnders van Kelmond naar Catsop in 1866.

Dit is de eerste kadasterlegger van Peter Notten en Ida Reijnders. Hierop is te zien dat hij een hypotheek had en hoe groot het huis is. Daarnaast kunt u zien wat ze aan belasting moesten betalen, namelijk 2 gulden en 7 cent, als ik het goed heb. De belasting werd geheven in 1866, wat aangeeft dat ze het huis waarschijnlijk rond die tijd gekocht hebben.

We hebben een sprong gemaakt in de tijd, maar laten we even teruggaan. In 1883 stierf Petrus Notten op 9 maart op 43-jarige leeftijd, wat relatief jong is. Dit betekent dat er kinderen waren die wees werden, en dat er een Memorie van Successie werd opgesteld. Deze wil ik laten zien om de situatie destijds te verduidelijken en inzicht te geven in hun bezittingen.

Dit is de Memorie van Successie van Peter Notten. Hieruit blijkt dat de kinderen minderjarig waren: de oudste, Maria, was 17 jaar oud en de jongste 5 jaar oud. Ida bleef dus achter met zeven kinderen, wat een zware opgave moet zijn geweest. Vaak werden kinderen onder familieleden verdeeld, maar hier lijkt Ida zelf de voogdij te hebben behouden. We kunnen dit echter niet met zekerheid zeggen of ze de kinderen bij haar zelf heeft gehouden.

Daarnaast geeft de memorie inzicht in de namen van de kinderen. Zo wordt Hubertus bijvoorbeeld Hoebair en Godfriedus wordt Frits. Ook zien we dat het huis op het huidige adres Het Einde 12 staat, kadastraal bekend als B 1118, met een tuin erachter, B 1784. Alles werd door de helft gedeeld: de kinderen kregen de helft en Ida Reijnders de andere helft. Omdat de kinderen minderjarig waren, hield Ida het huis onder vruchtgebruik.

Peter Notten had ook nog roerende goederen: zijn kleren werden geschat op 10 gulden, de helft van de huismeubelen op 20 gulden, en de helft van het resterende geld op 15 gulden. De begrafeniskosten van 45 gulden waren al van het bedrag afgetrokken.

Vanaf nu richten we ons op de kinderen van Peter en Ida en bekijken we wie er naast hen woonden, wat er in de loop der tijd veranderde, en wat er allemaal gebeurde vanaf 1866. Dit zal ik het beste kunnen laten zien aan de hand van bevolkingsregisters.

Bevolkingsregister vanaf 1881: dit zijn enkele jaren nadat de familie in de woning trok. We zullen de kinderen van Peter en Ida nalopen.

  • Peter Notten was het hoofd van de familie. Hij was geboren in Urmond en werkte als dagloner. Het adres was aanvankelijk Catsop 16, later C29, en nu is het Het Einde 12. Hij overleed op 19 maart 1883.
  • Ida Reijnders werd geboren in Meerssen, niet in Beek. Ze overleed op 3 oktober 1902.
  • Maria Margaretha Notten, de eerste dochter, werd geboren op 29 maart 1866 (in het register staat 27 maart). Ze ging werken in Bunde en werd uitgeschreven uit Elsloo op 6 november 1882.
  • Maria Helena, de tweede dochter, werd geboren op 19 april 1868.
  • Maria Elisabeth, de derde dochter, werd geboren op 13 augustus 1869. Ze ging werken in Spaubeek en werd uitgeschreven op 6 december 1889.
  • Maria Cornelia, de vierde dochter, werd geboren op 4 juni 1871. Ze ging werken in Maastricht en werd uitgeschreven op 1 december 1891.
  • Peter Hubert (Hoebair) Notten, de eerste zoon, werd geboren op 29 juli 1873. Hij werd later hoofd van zijn familie en trouwde op 13 april 1900 met M.C. Beckers. Hij woonde ook op dit adres.
  • Godfriedus (Frits) Notten, de tweede zoon, werd geboren op 7 april 1876. Hij werd ook hoofd van zijn familie en trouwde op 4 augustus 1905 met M.E. Reubsaet. Hij woonde eveneens op hetzelfde adres.
  • Maria Mechtidis, de laatste dochter, werd geboren op 19 november 1878. Ze ging werken in Beek en werd uitgeschreven op 12 december 1902.

In het bevolkingsregister is te zien dat deze gegevens zijn doorgehaald, wat wijst op een opvolger in het register (BR 1890). Wat opvalt, is dat zowel Hoebair (Peter Hubert) als Frits (Godfriedus) op dit adres woonden, mogelijk omdat hun vader was overleden en zij het huis overnamen en verdeelden.

Het volgende bevolkingsregister toont een andere huisbezetting.

Bevolkingsregister vanaf 1890:

Ida stond aanvankelijk nog als hoofd van de familie vermeld, dus we zitten nog in de periode vóór 1906. Ida woonde toen nog in haar huis C29. Peter Hubert (Houbair) Notten was ondergebracht in een ander bevolkingsregister; hij woonde eerst in oud Elsloo, maar keerde rond 1906 terug, wat ik apart zal behandelen, net als de anderen die in Catsop zijn gebleven.

Frits Notten woonde al eerder op Het Einde en kreeg het adres C30, dus naast zijn moeder Ida, die op C29 woonde. Waar Frits eerst gewoond heeft, is voor mij onduidelijk. Het lijkt C64 te zijn, wat waarschijnlijk ook in Catsop is, ergens op den dries, mogelijk tijdens een verbouwing. Zijn kinderen werden wel op Het Einde geboren, want hij woonde in 1906 op C30, en zijn broer Houbair ook vanaf die datum. Onder Maria Elisabeth Reubsaet staan hun eerste kinderen met Frits Notten vermeld: Peter Hubert, Mathijs (overleden), Louis Hubert, en Maria Elisabeth. De andere kinderen werden in de Daalstraat geboren, in het geboortehuis van Maria Elisabeth Reubsaet.

  • Maria Mechtidis (Mechel), op nummer 4 van het bevolkingsregister, ging werken in Beek. Ze keerde later terug naar Catsop, trouwde met Sjaak Reubsaet (een broer van Frits Notten’s vrouw), en ging op het Mergelakker wonen.
  • Maria Cornelia, op nummer 5, staat er twee keer op. Ze werkte in Maastricht, keerde terug, trouwde met Drick Engelen, en ging op Het Einde C39 wonen.
  • Maria Hubertina Notten, op nummer 6, staat vermeld als nicht en kleinkind. Ze heeft bij haar grootmoeder gewoond. Ze is een dochter van de oudste Maria Notten, die in 1904 in Maastricht trouwde. Maria Hubertina bleef echter in Catsop, groeide daar op, en vertrok nooit meer. Later woonde ze schuin aan de overkant van dit huis, dus ze bleef dicht bij haar roots.

Om de woonplaatsen van Frits Notten en Houbair Notten duidelijker te maken, heb ik een kadasterhulpkaart van 1906.

Kadasterhulpkaart van 1906:

Op de kaart is te zien waar de huizen zich bevonden, met de aanduiding van de verschillende adressen. Deze kaart helpt bij het verduidelijken van de locaties waar de familieleden woonden, vooral gezien de veranderingen in huisnummers en eigendommen door de jaren heen.

Dit geeft een goed overzicht van de bezittingen en de locaties van de familie Notten in Catsop, vanaf de late 19e eeuw tot de vroege 20e eeuw.

Kadasterhulpkaart 1906

Op de kadasterhulpkaart van 1906 zien we de weg Het Einde en de eigendommen op de huidige nummers 12 en 14.

Eigendom van Hoebair Notten:

  • B 1903: de tuin, gesplitst in twee stukken.
  • B 1905: de oude woning.
  • B 1907: zijn stal, eveneens gesplitst.

Dit wijst erop dat de voormalige woning van Andrie Janssen, die vóór de Franse tijd hier woonde, eerst werd gesplitst in woning, schuur en stallen, en later weer werd gebruikt als woning en stallen.

Eigendom van Frits Notten:

  • B 1902: de tuin.
  • B 1906: de woning.

Ze hadden meer eigendommen, zoals land en boomgaarden. De oude nummers zijn ook zichtbaar: B 1118 en B 1117 (Janssen), en de tuin B 1784. Johannes Janssen woonde achter Houbair Notten en is nog steeds een nazaat van Jan Jozef Janssen-Geurts uit de telling van ongeveer 1825.

Overzicht van de kinderen van Peter Notten en Ida Reijnders:

  1. Maria Margaretha Notten
    • Geboren op 29 maart 1866 in Catsop, Limburg, Nederland.
    • Gedoopt op 29 maart 1866 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
    • Overleden op 25 juni 1927 in Maastricht, Limburg, Nederland, 61 jaar oud.
    • Getrouwd met Joannes Leonardus Lemmens op 4 september 1901 in Maastricht, Limburg, Nederland, 35 jaar oud. En kreeg nog drie kinderen.
  2. Maria Helena Notten
    • Geboren op 19 april 1868 in Catsop, Limburg, Nederland.
    • Gedoopt op 19 april 1868 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
    • Overleden op 5 november 1932 in Kelmond, (Beek), Limburg, Nederland, 64 jaar oud.
    • Getrouwd met Gerardus Hubertus Louis Vroomen op 15 november 1895 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, 27 jaar oud.
    • Kerkelijk huwelijk op 19 november 1895 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, 27 jaar oud.
  3. Maria Elisabeth Notten
    • Geboren op 13 augustus 1869 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
    • Overleden op 23 juni 1947 in Maastricht, Limburg, Nederland, 77 jaar oud.
    • Getrouwd met Joannes Leonardus Reaven op 26 juni 1895 in Maastricht, Limburg, Nederland, 25 jaar oud.
  4.   Maria Cornelia Notten

Maria Cornelia Notten

Maria Cornelia gaf haar moeder haar roepnaam, dus het zal Tien geweest kunnen zijn.

  • Geboren op 4 juni 1871 in Catsop, Limburg, Nederland.
  • Gedoopt op 4 juni 1871 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Overleden op 3 september 1910 in Catsop, Limburg, Nederland, op 39-jarige leeftijd.
  • Begraven op 3 september 1910 in Catsop-Elsloo (Stein), Limburg, Nederland.
  • Getrouwd met Hendrik Engelen op 2 december 1904 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 33-jarige leeftijd.
  • Kerkelijk huwelijk op 3 december 1904 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.

Ik heb al een deel gemaakt over dit koppel. U kunt dat inzien via de onderstaande link: Drik Engelen en Maria Cornelia Notten en hun nazaten woonden aan het einde van de straat op het einde in Catsop.

5 Peter Hubert Notten

  • Geboren op 29 juli 1873 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Gedoopt op 29 juli 1873 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Beroep: vanaf 13 april 1900 arbeider.
  • Overleden op 30 maart 1945 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 71-jarige leeftijd.
  • Getrouwd met Maria Catharina Beckers op 13 april 1900 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 26-jarige leeftijd.
  • Kerkelijk huwelijk op 18 april 1900 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 26-jarige leeftijd.

Houbair Notten en Marie Cathrein Beckers

6 Godfried Notten

Ze zijn in de kerk getrouwd op 10 augustus 1905 te Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, hij was toen 29 jaar oud.

Geboren op 7 april 1876 in Catsop.

Gedoopt op 7 april 1876 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.

Overleden op 27 januari 1928 in Maastricht, Limburg, Nederland, op 51-jarige leeftijd, in het Calvariënberg-ziekenhuis.

Begrafenisdatum: 30 januari 1928.

Begraven op 30 januari 1928 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.

Gehuwd met Maria Elisabeth Reubsaet op 4 augustus 1905 te Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, hij was toen 29 jaar oud.

7      Maria Mechtildis Notten (Mathilda)

Peter Hubert Notten en Maria Catharina Beckers

Godfried Notten

  • Geboren op 7 april 1876 in Catsop, Limburg, Nederland.
  • Gedoopt op 7 april 1876 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Overleden op 27 januari 1928 in Maastricht, Limburg, Nederland, op 51-jarige leeftijd.
    • Overleden in het Calvariënberg-ziekenhuis in Maastricht.
  • Begraven op 30 januari 1928 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Getrouwd met Maria Elisabeth Reubsaet op 4 augustus 1905 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 29-jarige leeftijd.
  • Kerkelijk huwelijk op 10 augustus 1905 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 29-jarige leeftijd.

Maria Mechtildis Notten (Mathilda)

Mecheldis Notten (Mathilda)

  • Geboren op 19 november 1878 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Gedoopt op 19 november 1878 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.
  • Overleden op 27 juli 1940 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, op 61-jarige leeftijd.
  • Begraven op 30 juli 1940 in Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland.

Zij is getrouwd met Gerard Jacob Reubsaet.

  • Zij zijn getrouwd op 21 april 1911 te Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, zij was toen 32 jaar oud.
  • Ze zijn in de kerk getrouwd op 26 april 1911 te Elsloo, (Stein), Limburg, Nederland, zij was toen 32 jaar oud.

Ik wil iedereen hartelijk bedanken voor de informatie en documentatie die ik gekregen heb.

Drik Engelen en Maria Cornelia Notten en hun nazaten woonden aan het einde van de straat “Op het Einde” in Catsop.

Drik Engelen (Baa)

Marie Cornelia Notten

Dirk Engelen, ook genoemd als Baa of Baake (grootvader), en zijn echtgenote Maria Cornelia Notten woonden in de straat “Op het Einde”. Ze hadden drie kinderen, waarvan er twee in leven bleven: Ida Engelen en Frits Engelen. Maria Cornelia Engelen is slechts drie jaar oud geworden. Voor zover bekend, zijn er geen directe nazaten van hen meer in Catsop. Echter, er zijn nog veel familieleden in leven, zoals de kinderen van Miet Daemen (Miet van Ida) en Harrie Goossens, namelijk Marian, Kitty, Jo, en Pierre. Ook John Daemen, de groenteboer, is een nazaat. Daarnaast zijn er nog Hein Engelen (kleinzoon) en zijn kinderen in Nieuwdorp, evenals enkele van zijn broers.

Dit is het huis van Drik Engelen en Maria Cornelia Notten, gelegen aan “Op het Einde”. Het is nog onduidelijk waar precies dit huis lag, maar de foto lijkt vanaf de voorkant genomen te zijn, aangezien daar het kruisbeeld hing, dat mogelijk tijdens processies versierd werd. Of dit het originele huis van hen was en of het hun eigendom was, is iets wat we nog nader gaan onderzoeken en te weten komen.

Het huis is een vakwerkhuis met stenen tussen de spanten, een bouwstijl die in het verleden vaak van leem was. De oorsprong van het huis gaan we verder onderzoeken. Wat betreft het kruisbeeld: dit stamt uit de middeleeuwen en werd aan de kerk geschonken door de familie Peerbooms, die er een duplicaat voor terugkreeg van de buurt (jonkheit). Het kruis werd vervolgens geplaatst op een molensteen van de familie Reubsaet van het Mergelakker.

Uit een gesprek met Hein Engelen, een kleinzoon van Drik Engelen, blijkt dat het kruisbeeld niet op de originele plaats hangt. Gezien de middeleeuwse oorsprong van het kruisbeeld en de jongere leeftijd van het huis, lijkt het logisch dat het kruisbeeld oorspronkelijk elders stond. Echter, de exacte oorspronkelijke locatie van het kruisbeeld is moeilijk te achterhalen.

Geschiedenis van het huis:

  1. Eigendom: Nog te verifiëren of Drik Engelen en Maria Cornelia Notten daadwerkelijk de eigenaren waren.
  2. Bouwstijl: Vakwerkhuis met stenen tussen de spanten, vroeger vaak van leem.
  3. Kruisbeeld: Middeleeuws, oorspronkelijk geschonken door familie Peerbooms en later geplaatst op de molensteen van familie Reubsaet.
  4. Processies: Het huis werd mogelijk tijdens processies versierd met het kruisbeeld.
  5. Gesprek met Hein Engelen: Geeft inzicht in de plaatsing van het kruisbeeld en mogelijke locatie van het huis.

Verdiepende archiefstukken:

In de gemeentelijke archieven vonden we documenten die ons meer vertelden over de bouwstijl van vakwerkhuizen in deze regio. Deze huizen werden vaak gebouwd met lokaal beschikbare materialen zoals leem en hout. Het gebruik van stenen tussen de spanten werd later geïntroduceerd om de structuur te versterken en duurzamer te maken.

Het kruisbeeld:

Verder onderzoek naar het kruisbeeld onthulde dat het oorspronkelijk op een andere locatie heeft gestaan. Door de eeuwen kan het kruisbeeld verplaatst zijn, totdat het uiteindelijk een duplicaat op de molensteen van de familie Reubsaet geplaatst werd.

Conclusie:

Het verhaal van Drik Engelen en Maria Cornelia Notten, hun huis aan “Op het Einde”, en het middeleeuwse kruisbeeld is een fascinerend stuk lokale geschiedenis. Door ons voortdurende onderzoek hopen we steeds meer details te onthullen en een volledig beeld te schetsen van het leven en de tradities van deze familie en hun gemeenschap.

Dus het huis of schuur is afgebroken er is nog een replica van het kruis wat op het huis zat aanwezig en dat zou stammen uit de middel eeuwen.

Het Huis aan “Op het Einde”: Een Historische Terugblik

Ik ga terug in de tijd en ga de kadasterkaart van de Franse raad plegen in 1820.

Het kadasternummer in 1833 was B486 maar toen de Fransen aan de deur klopte in 1795 bij hun huis waren de volgende mensen aanwezig. Mathias Hendrix 53 jaar oud  en Catharina Muijlkens 44 jaar oud  en een broer van Mathias genaamd Willem Hendrix 63 jaar oud en er woonde toen nog twee kinderen die te jong waren om genoteerd te worden dus het kan zijn dat dit het ouderlijk huis van Hendrix was en dat was dan Henricus Hendrix en Ida Ackermans en Henricus werd gedoopt in 1689 in Elsloo. Want de echtgenote van Mathias genaamd Catharina Muijlkens is van Schimmert afkomstig. Maar zoals u ziet ligt het huis op de grens van de volgende perceel en dat word later van Peerbooms -Frissen nu Ackermans (2024) en we gaan straks zien dat dit het huis van Dirk Engelen niet is. Dus als we op het einde voor het huis van nummer 36 staan stond dat aan de linkerkant. Ook ziet u dat b.v B 487 perceelnummer is weg gevallen  dus er zijn nieuwe in de plaats gekomen toen al dus uit ervaring kan ik u zeggen deze meestal tijdens de Franse tijd zijn veranderd. Dus bij B486 is geen schuur en deze kan dus op B1129 (B 487) hebben gestaan maar dat blijft een aanname. Er kan ook een brand geweest zijn of een andere gebeurtenis die ik op dit moment nog niet kan plaatsen. Meestal plaatsen ze in het verleden een kruisbeeld als er iets gebeurd is en steeds herdenken.

De kadasterkaart van 1686 is een uniek document waarop het huis als het eerste huis van onderen is getekend, gelegen aan de splitsing van de Hosterweg en “Op het Einde”. Ook is een kapel afgebeeld als een stip. Hoewel het aannemelijk is dat dit huis mogelijk toebehoorde aan de ouders van Mathias Hendrix (Hendrik Hendrix- Ackermans) , is dit slechts een veronderstelling. Desalniettemin bestond het huis wel.

Het is mogelijk dat het kruisbeeld op deze kruising stond, maar het is onwaarschijnlijk dat het op het huis van Drik Engelen stond. Het plaatsen van een kruis op een huis lijkt niet logisch, wat suggereert dat er op deze kruising mogelijk een belangrijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden die men in die tijd steeds herdacht, vooral tijdens processies.

In de tweede telling in 1825 woonde nog steeds een zoon van Mathias, genaamd Hendrik Hendrix, samen met zijn vrouw Marie Grieten uit Beek. Ze verhuisden later naar Maasmechelen. Het huis kwam vervolgens in handen van Ambrosius Joesman uit Meerssen, een koopman, die het in 1846 weer verkocht aan Joannes Geelkens, een koetsier en dagloner. Geelkens verbouwde het huis en kreeg een schuur bij het huis, wat resulteerde in een ander kadasternummer. Hij bouwde ook een nieuw huis op de mergelakker, dat later werd afgebroken door de heer Bogman-Reubsaet.

Veranderingen in de 19e Eeuw: Op de kaart van het kadaster uit 1877 zien we dat het oorspronkelijke huis van Hendrix nog intact is, aangeduid met B486. Er wordt een schuur (Huis) bijgebouwd, gemarkeerd met het gearceerde gedeelte, in 1877. Het huis komt vervolgens in bezit van Jan Peter Steps en Hubertina Hendrix. Steps verbouwt het huis in 1907 en krijgt een ander kadasternummer, B1949. Rond 1895 kocht Steps dit huis.

Op de kadasterkaart van 1907 zien we dat het rood gearceerde gedeelte moet nog gerealiseerd worden, en op perceel B1736 is er gesloopt. Het oude huis, aangegeven in blauw, wordt gedeeltelijk gesloopt en was oorspronkelijk dicht bij de weg gelegen. Dat was het oorspronkelijk huis van Hendrix.

Na de sloop komt het perceel in handen van Barbara (Berb) Peerbooms, die naast het huis woonde maar in die tijd dienstbode was in Schimmert. Het huisnummer van haar woning was destijds “Op het Einde 19”. Later nemen haar ouders, Peerbooms-Frissen, het huis over. Vervolgens wordt het overgedragen aan een zoon, Huub Peerbooms-Martens, die de woning en schuur afbreekt en er een nieuwe woning voor in de plaats bouwt. Er woont nog steeds een nazaat van de familie Peerbooms in dat huis.

Om een beeld te krijgen van hoe het er destijds uitzag, is er een screenshot gemaakt van Street View in 2024. Dit betreft de woning aan “Op het Einde 36”.

Dus, als u van Geulle richting Catsop komt, lag het oorspronkelijke oude huis van Hendrix bij de lantaarnpaal, en vervolgens iets verder naar onder lag het vernieuwde huis. We bevinden ons hier op “Op het Einde” in Catsop, nummer 36. Aan de rechterkant lag naar veronderstelling de schuur van Hendrix, die later meerdere malen verbouwd werd door de familie Steps. Zie de hulpkaart van 1907 voor een visuele weergave.

Drik Engelen en Maria Cornelia Notten trouwden in 1904, dus in die tijd huurden ze het huis van Steps, en later van de familie Peerbooms.

Bevolkingsregister Elsloo vanaf 1890

In het schilderachtige Catsop, rond 1890, arriveerde Drik Engelen, op zoek naar een nieuw begin. Hij vestigde zich in een huis aan “Op het Einde”, nummer C39, in 1904. Hoewel het slechts gehuurd was en geen eigendom, voelde het al snel als thuis voor Drik en zijn groeiende gezin. Het huis, destijds genummerd als C39, stond recht tegenover het huis van Steps, dat het nummer C40 droeg. Drik Engelen, afkomstig uit Uikhoven, had een broer genaamd Willem, die een café had in de Daalstraat. Opmerkelijk genoeg zou Drik uiteindelijk ook zijn laatste adem uitblazen in de Daalstraat van Catsop.

Maria Cornelia Notten, de dochter van Peter Notten en Ida Reinders, werd geboren in 1897, eveneens aan “Op het Einde”. Ze maakte deel uit van een bekende familie in Catsop, waaronder haar broer Frits Notten-Reubsaet, die zich vestigde op de hoek van de Kempke en de Daalstraat. Een andere broer van haar bleef in het ouderlijk huis, genaamd Hubert Notten-Beckers. Kinderen van hen waren onder andere Door, Louis (Schoenmaker), Marie, en Huub. Een zus trouwde met een Reubsaet en woonde op het mergelakker. Een andere zus van Maria Cornelia Notten had een dochter die in Catsop bleef wonen, genaamd Notten-Frederix, en haar kinderen waren onder andere Marieke, Tjeu, en Sjeng.

Het gezin Engelen-Notten kende echter ook tragische gebeurtenissen. Ze moesten het verlies van hun tweede kind, Maria Cornelia, in 1910 betreuren, hetzelfde jaar waarin Maria Cornelia Notten zelf overleed, op 3 september. Dit rampjaar liet een diepe indruk achter op de familie, vooral op Frits, hun derde kind, dat slechts zes maanden oud was toen zijn moeder stierf. Frits, het derde kind, heeft nog jarenlang in het huis gewoond, samen met zijn echtgenote. Het huis, doordrenkt van herinneringen en liefde, was de plek waar Hein Engelen, een zoon van hen, werd geboren en opgroeide. Dirk Engelen, ongetrouwd gebleven na het overlijden van Maria Cornelia Notten, toonde een onwrikbare toewijding aan zijn kinderen en voedde hen zelf op. Het verhaal van de Engelen-Notten familie is een aangrijpend relaas van veerkracht en familiebanden, waarin zelfs in het aangezicht van tragedie, liefde en zorg blijven bloeien

Drik Engelen met zijn kinderen links Ida Engelen (Daemen ) en rechts Frits Engelen.

Ida Engelen (Daemen) op latere leeftijd maar haar gezicht haal je nog wel uit de foto.

Frits Engelen

Frits Engelen met zijn echtgenote Miet Welters uit Maastricht.

Sjra Notten en Hein Engelen zaten samen op school in Elsloo, hun grootouders, Huber en Maria Cornelia Notten, waren broer en zus. Hun ouders, Door Notten en Frits Engelen, waren neven van elkaar.

Ik heb Hein bezocht in Nieuwdorp en een gesprek met zijn toestemming opgenomen. Hier een samenvatting van zijn verhaal:

Hein deelt dat hij samen met zijn grootvader, bijgenaamd Baa of Baake, graan en koren ging summeren – het verzamelen van gewassen die de boeren hadden laten liggen. Hij vertelt hoe hij deze bundels op een speciale manier bond en op zolder legde om te drogen. Ook appels werden op dezelfde manier behandeld: Hein sloeg ze met een lange stok uit de boom en legde ze te drogen op zolder.

Huub herinnert zich levendig het interieur van het huis. Er stond een kachel en de vloer was van leem. Naast de kachel had Baa een keteltje waarin hij de resten van zijn pruimtabak spuugde, en als de heer Peerbooms op bezoek was, deden ze dit beiden. Na het pruimen gooide Baa wat as van de kachel in het keteltje, een ritueel dat elke avond herhaald werd.

Hein vertelt ook over een schuurbrand bij de buren, de Peerbooms. Zijn vader, Frits, redde een grijs paard uit de vlammen. Het paard trok zo hard dat het de ketting uit de muur trok. Toen ze buiten waren, stortte de stal in elkaar. De schuur brandde gedeeltelijk uit maar werd later volledig hersteld, zoals te vinden is in oude kranten.

Dit artikel verscheen in de krant op 02-04-1949. Hein deelde meer herinneringen:

Naast het huis stond een schuur waarin een geit gehuisvest was en een varken en konijnen, en daar bevond zich ook de wc. Op de weide liepen de kippen vrij rond, het varken dat jaarlijks geslacht werd door Louwieke van Hees. Zijn moeder hing dan een laken over het varken, waarna de keurmeester kwam om een stuk vlees te keuren voordat slager Louiwie het in stukken sneed en in een pekel bad in de kelder werd bewaard. In het huis was een kelder waar een tafel op stond, die verwijderd moest worden wanneer men naar de kelder moest. De worsten van het varken hingen in de kamer en werden met een stok gepakt. Hein lachte terwijl hij vertelde dat het vlees destijds beter smaakte dan tegenwoordig, waarbij er bijna niets meer van overblijft na het bakken. Alle benodigdheden werden op zolder bewaard en waren met een laken bedekt.

Huub vervolgde met herinneringen aan zijn vader Frits, die bevriend was met Houbair Daemen van Berb oet de gats en Herman Hendrix, de zoon van Ljen Essers-Hendrix. Ze fietsten door het Siekendaal naar Beek, waar ze de bus naar Maastricht namen voor een avondje uit. Frits trouwde uiteindelijk met Miet Welters uit Maastricht, terwijl Herman ook een Maastrichtse huwde.

Hein herinnerde zich dat Dirix de eerste vrachtauto kreeg en samen met Marieke (Cremers-Dirix), de vrouw van Sjeng Dirix, geiten molk in de Horsterweg. Marieke bakte regelmatig appelbollen in de bakoven naast het huis, die ze aan Hein en zijn broers uitdeelde na school. Hij leerde fietsen op een oude damesfiets en kwam bij zijn eerste rit tot stilstand tegen de kapel onderaan het einde.

Over het huis op de foto vertelde Hein dat als de ruit aan de zijkant werd geopend, de koeien van Cobben hun kop naar binnen konden steken. Hoewel het huis mogelijk niet het oorspronkelijke huis was, maar werd gebouwd door Geelkens en later verbouwd door Steps, en werd het kruisbeeld later opgehangen, waarschijnlijk niet op zijn originele locatie. Steps woonde tegenover dit huis en er was veel bijgebouwd, dus het is mogelijk dat het kruisbeeld oorspronkelijk op de splitsing stond hosterweg en het einde maar blijft een aaname. En dat het orginele huis van Hendrix omgebouwd is tot schuur en stallen en dat is zeker.

Mijn grote dank aan de familie Engelen voor de foto’s en verhalen als ik in de toekomst meer kan achterhalen zal ik deze weer bijwerken

Theodoor (Door) Lenaerts – Anna Duckers en nazaten

Familie Lenaerts-Duckers en hun nazaten omvatten Sjaak Cobben en Cornelia (Nele) Lenaerts, Jan Hendrik Janssen (Neerbeek) en Berb Lenaerts, Sjeng Houben en Marie Lenaerts, Sevrien Pijpers en Judith Lenaerts, en Pie Knoben en Tien Lenaerts.

De zussen Lenaerts kinderen van Door Lenaerts en Anna Duckers, afgebeeld van links naar rechts op leeftijd, zijn Nelia (Cobben), Berb (Janssen), Marie (Houben) , Judith (Pijpers) en Tien (Knoben). Er zijn een paar foto’s genomen op de bruiloft van Jan Dols en Marie Maas, en we zullen straks ontdekken hoe ze aan elkaar verwant zijn.

Judith, Nelia en Marie Lenaerts .

Jan Dols (neerbeek)  Marie Lenaerts (Houben) Judith Lenaerts (Pijpers) en J. Thijsen (Genhout)

v.l.n.r. Tien ,Judith, Marie, Nelia

v.l.n.r.: Daniel Janssen (priester), Sevrien Pijpers, Judith Lenaerts (Pijpers), Sjeng Houben, Marie Lenaerts (Houben), Nelia Lenaerts (Cobben) en Tien Lenaerts (Knoben). De laatste twee waren weduwen, en Berb was al overleden.

In het boek over Catsop is deze familie al behandeld, en voor degenen die het nog niet hebben, zou ik zeker aanraden om het te verkrijgen. Het dorp Catsop is prachtig beschreven. Maar ik wil hier iets verder teruggaan in het verleden van deze familie. Zoals altijd begin je bij het begin, bij de ouders van de zusjes Lenaerts.

Door Lenaerts

Anna Maria Duckers.

Op latere leeftijd, bij hun huis in de Daalstraat, is op de achtergrond nog het huis van Servaas Lenssen-Nijsten te zien. Op de foto staan Anna Duckers in het midden, Mia Hendrix-Pijpers en Door Lenaerts. Op dat moment woonden ze al bij Judith Lenaerts (Pijpers), en de naam Judith komt van een tante van haar van de familie Duckers uit Urmond, zoals gebruikelijk was in die tijd: de kinderen zorgden voor de ouders, waardoor ze daar konden blijven wonen.

Een korte beschrijving van de familie van Door (Theodoor) Lenaerts: Theodoor Lenaerts (vader) is een mengeling van verschillende takken van de Lenaerts-familie, vooral als we ook de vrouwelijke kant belichten. Uit mijn onderzoek blijkt dat als we de stambomen van de familie Lenaerts helemaal teruggaan, we uitkomen op Den Dries in Catsop. In grote lijnen waren aan het begin van de achttiende eeuw de volgende personen heel belangrijk binnen de Lenaerts-familie, die soms ook werden benoemd als Lenderte, in verschillende aktes, of als Leenders. Als het om een Leonard ging, werd vaak verwezen naar Lendert Lenders.

Een handtekening van Leonard Lenaerts (op den dries), maar hij tekent met Lendert Lenders, waardoor mogelijk de uitspraak “Lenderte” is ontstaan, misschien om hen uit elkaar te houden, aangezien er ook andere Lenaertsen in Elsloo en Catsop waren.

In het verleden waren er de broers Hendricus Lenaerts – Barbara van Mulken (Daalstraat) en Theodoor Lenaerts – Catharina Wijnen (Daalstraat), en Leonard Lenaerts (Lendert Lenders) – Maria Lucia Gijsen (ouderlijk huis op den dries). Natuurlijk waren er ook vrouwelijke takken, maar het is al ingewikkeld genoeg, dus laten we het hierbij houden. Dus onze Door (Theodoor) Lenaerts, die op de foto staat, is dus een afstammeling van Hendricus Lenaerts – Barbara Van Mulken van de vrouwelijke kant, en zijn vader stamt af van Theodoor Lenaerts – Catharina Wijnen.

Mijn verhaal begint bij een tak van de familie Lenaerts, genaamd Theodoor Lenaerts – Catharina Wijnen. Beide namen komen generaties lang terug in alle Lenaertsen. We beperken ons tot het volgende koppel, dat ontstaan is na hen, namelijk Theodoor (Dirk) Lenaerts – Maria Lucia Wouters (Beek), en dit koppel woonde onder aan de Daalstraat waar het huis nu niet meer staat. Uit dit koppel komt weer de volgende stamhouder, genaamd Otto Lenaerts, die zijn naam kreeg van zijn grootvader Otto Wouters uit Beek.

Otto trouwt met Petronille Bovens. Hij was schatheffer in Elsloo, en ik denk dat hij de laatste was. Een schatheffer had de taak om belastingen (schat) te innen, dus hij zal wel een geliefd persoon zijn geweest in het dorp. Hij moest verantwoording afleggen aan de Fransen, zoals beschreven in de archieven: “Rekening afgelegd door Otto Lenaerts, collecteur, wegens requisitie door de Fransen, 4 floreal an. 1797 afgehoord, circa 1795-1797”. Otto Lenaerts woonde met Petronille Bovens in Elsloo, in het pand “In de Coninx” aan de Dorpstraat.

Dit is het pand, maar dan nu op Dorpstraat 28, waar Otto Lenaerts en Petronille Bovens woonden. Hier werd ook de grootvader van Door Lenaerts, genaamd Leonard Lenaerts, geboren. Hij was de volgende stamhouder.

Johannes Leonardus trouwde met Maria Catharina Penders, een kleindochter van Petrus Penders (ook bekend als de lange snieder), de bokkenrijder uit Catsop. Zij kregen een zoon, Leonardus Lenaerts, de volgende stamhouder. En dat is de vader van Door Lenaerts, waar we eerder over spraken. Nu zijn we weer terug in Catsop, in de Daalstraat.

Deze Leonard Lenaerts kwam dus vanuit Elsloo naar Catsop en trouwde met een andere Lenaerts, dus hij “trouwde in” bij Barbara Lenaerts in de Daalstraat. Maar Leonard Lenaerts kocht deze woning al in 1866 van de vader van Barbara Lenaerts, dus het kan niet gezegd worden dat deze geërfd is. Haar vader leefde nog toen ze de woning kochten, en het echtpaar Leonard Lenaerts – Barbera Lenaerts trouwde in 1849. Dus het kan zijn dat ze er eerder ergens anders hebben gewoond, maar in die tijd werd er voor de ouders gezorgd, en de broers en zussen waren al eerder getrouwd, alleen de halfbroer van Barbera Lenaerts nog niet. Haar vader wordt in iedere stamboom Henricus Lenaerts of Henry genoemd, maar op de Memorie van Successie van haar eerste echtgenote, Maria Catharina Keulers, kwam ik erachter dat zijn naam Francis (Frans) was. Later zal deze naam nog vaker worden doorgegeven, zoals aan zijn kleinzoon Frans Lenaerts en dan weer later aan Frens Maas. De vader van Barbara Lenaerts trouwde twee keer, het laatste huwelijk met Maria Margaretha Martens, zij is geboren aan het einde van Catsop en weer een kleindochter van de gevluchte bokkenrijder, Vader Jan (Joannes Martens).

Henry (Frans) Lenaerts, de vader van Barbara, kan er nog gewoond hebben in de woning, maar toen was het al eigendom van haar dochter Barbera en deze naam komen we straks in de familie Maas en Lenaerts ook weer tegen. Want in geen enkele Memorie van Successie van haar moeder en stiefmoeder en vader staat een vermelding van de woning, dus die was al in handen van Barbara Lenaerts en Leonardus Lenaerts. Maar waar zijn we nu in Catsop?

Nu zijn we bij Daalstraat 12, maar we zullen straks ontdekken dat ze vroeger een ander huisnummer hadden. Hier begint dus het verhaal van Theodoor Lenaerts, de vader van de zusjes Lenaerts. Theodoor (Door) Lenaerts is geboren in 1860 in dit huis en was de jongste van het gezin, zoals vermeld in de bevolkingsregisters. Op het kadaster zie ik ook geen andere woning als eigendom van Leonard en Barbara Lenaerts. Vanaf 1881 staat Theodoor Lenaerts, samen met zijn broer (Frans) en zus (Catrien), hier ingeschreven. Als we ervan uitgaan dat de ouders van Theodoor (Door) Lenaerts het huis kochten in 1866, neem ik aan dat ze er daarvoor ook al gewoond hebben.

We gaan de kadasterkaarten en hulpkaarten erbij pakken, want hier zijn verbouwingen geweest en ook opnieuw gebouwd, waarschijnlijk als gevolg van een brand die een huis verderop ontstond en in 1883 eigenlijk de hele rechterkant verwoestte.

Op 30 april 1883 meldt De Tijd, een godsdienstig-staatkundig dagblad, dat alles is verbrand. In het boek van Catsop staat een verhaal van Jan Claessen dat dit heeft veroorzaakt, wat vervolgens is doorverteld door de overlevenden.

In de loop der jaren hebben hier verbouwingen plaatsgevonden, en na de brand moest er ook een ander onderkomen worden gevonden. We zullen straks zien waar dat zou kunnen zijn. Ook gaan we bekijken wat er precies veranderd is voor en na de brand. Het is belangrijk om te begrijpen dat de huizen destijds van leem waren en het dak bedekt was met stro, waardoor ze zeer brandbaar waren. Het belletje van het ‘bluuske’ heeft geklonken om hulp op te roepen, maar helaas mocht dit niet baten. Bluswater moest vaak worden gehaald uit een poel of bron, en ik vermoed dat de brand zo hevig was dat hier weinig tegen te doen was.

Hoewel verzekeringen toen al bestonden, waren ze terughoudend met uitkeren omdat er veel open vuur werd gebruikt, bijvoorbeeld voor diervoeding, en de huizen zeer brandgevoelig waren. Als dit toch gebeurde, waren mensen vaak afhankelijk van familie voor hulp, aangezien kerken meestal weigerden te helpen onder het mom van straf van God. Geld lenen was dan vaak de enige optie, en ik zie veel notariële aktes met leningen van kloosters en kerken. Ik zal een paar hulpkaarten van het kadaster en de kaart zelf van 1880 erbij halen, evenals een kaart van ervoor.

Hulpkaart 1886 kadaster

Een Terugblik op Catsop: De Heropbouw na de Brand van 1883

In 1883 werd het dorp Catsop getroffen door een verwoestende brand, waarbij verschillende huizen en schuren in vlammen opgingen. Deze tragedie bracht niet alleen verlies en verdriet met zich mee, maar betekende ook een keerpunt in de geschiedenis van de Daalstraat in Catsop.

Op de hulpkaart van 1886, die na de brand werd opgesteld, zijn de gevolgen van de verwoesting duidelijk te zien. De huizen met de nummers 10, 12 en 16 (huidige huisnummers 2024), die voorheen deel uitmaakten van de dorpsgemeenschap, waren compleet verwoest. Hierdoor moesten de bewoners op zoek naar nieuwe onderkomens en werd gestart met de heropbouw van het dorp.

Een opvallend punt op de kaart is perceelnummer B1537, waar voorheen een schuur stond die dienst deed als winkel-woning van Hermanus Hubertus van Es en Maria Margaretha Smeets. Na de brand besloten zij hun huis opnieuw op te bouwen op de Dries, waar het nog steeds wordt bewoond door nazaten van hun familie.

De bewoners van de andere huizen, zoals die op nummer 16 waar Jan Jacob Bovens woonde, moesten eveneens een nieuwe start maken. Op 16 woonde in 1886 Jan Jacob Bovens. Op het kadaster staat ook Pieter Lensen en Maria Elisabeth Bovens, waarbij Jacob de vader is van Maria Elisabeth Bovens. Pieter Lenssen uit Elsloo trouwt hier in, en later gaat deze woning over naar Servaas Lensen en Anna Gertrude Hubertina Nijsten. Nazaten van deze familie Lenssen wonen nog steeds in Catsop, zoals Bertha Pluis-Lenssen, Frans Lenssen, en Janet Reubsaet-Lenssen. Hun grootvader, Francis Hubertus Lenssen, wordt hier geboren. Hij trouwt met Anna Maria Leonie Penders uit Boorsem, en zij vestigen zich weer aan de Maasberg. Hieruit volgt onder andere Sjeng van de Meule en zijn broer Tjeu van de Meule. Later gaat Sjeng Cobben hier wonen met Marie Vroemen, en nu woont er een kleinzoon. Maar we zullen straks zien dat Sjeng Cobben ook een nazaat is van de bewoners op nummer 12.

De woning op nummer 12, waar Joannes Leonardus Lenaerts en Barbara Lenaerts samen met hun kinderen woonden, was ook verloren gegaan bij de brand. Dit gezin, ouders van Theodoor Lenaerts, was een van de vele getroffen families die moesten herbouwen en hun leven opnieuw moesten inrichten. Daar gaan we straks verder mee.

Op nummer 10 woonde eigenares Lucia Vaessen, en Jan Hubert Hendrik Claessen trouwde dus in bij Vaessen. Het was een herberg, waar ook mede-eigenaren waren zoals Petronella Vaessen, die in Luik woonde, en Jozef Huntjes, etc. Later komt de volgende generatie Claessen hier wonen, een nazaat, ook een Jan (Sjeng), met Ida Pepels. Hier wordt de volgende Jan Claessen geboren. Deze gaan later iets lager in de Daalstraat wonen, vader en zoon (Sjeng en Jan), en Jan woont er nu nog steeds en heeft ook weer een zoon met de naam Jan Claessen.

Ondanks de verliezen die werden geleden, liet de gemeenschap van Catsop zich niet ontmoedigen. Met vastberadenheid en veerkracht begonnen de bewoners aan de heropbouw van hun geliefde Daalstraat in Catsop. Door gezamenlijke inspanningen slaagden ze erin om de wonden van de brand te helen en Catsop opnieuw op te bouwen, zij het in een vernieuwde vorm.

De heropbouw na de brand van 1883 markeerde een periode van transformatie en vernieuwing voor de Daalstraat. Een gedeelte van de Daalstraat herrees uit de as, sterker en veerkrachtiger dan ooit tevoren, en bleef een bron van trots en gemeenschapszin voor haar inwoners.

Dus op dit moment ziet er zo uit deze panden zijn dus in 1883 door brand verwoest en herbouwd .

We gaan terug naar Theodoor Lenaerts van de foto de vader van Cornelia Lenaerts de echtgenote van Sjaak Cobben. En we gaan het bevolkingsregister er bij pakken.

Het eerste bevolkingsregister vanaf 1881 biedt interessante inzichten in de adressen van Catsop vóór en tijdens de brand van 1883. Daalstraat 12, het huisnummer van 2024, was destijds bekend als Catsop 31 (C22). De nummering liep destijds van onderaan de Daalstraat naar boven. Er is echter ook een ander adres vermeld, C56, wat mogelijk het tijdelijke onderkomen kan zijn geweest na de brand, ook gelegen in Catsop. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit adres waarschijnlijk overeenkomt met de locatie van de huidige Op den Dries 31 (C56), waar destijds verschillende woningen stonden.

Naast de familie Lenaerts woonde er ook een andere familie in dit huis, namelijk de familie Maas. Gerardus Maas, afkomstig uit Geulle, trouwde in 1883 met Maria Catharina Lenaerts, ook wel bekend als Catrien, in Elsloo. Hoewel Gerardus zelf niet in het bevolkingsregister staat vermeld, worden wel zijn kinderen genoemd, die in Catsop zijn geboren. Eén van hun kinderen, Barbera Maas, zou later trouwen met Frans Hubert Voncken. Sjeng Maas verhuisde op jonge leeftijd naar Geulle, terwijl Frens Maas als laatste wordt genoemd in dit register.

Wil men meer weten over de familie Maas -Lenaerts dan kan u op onderstaande link klikken

Familie Maas (algemeen) – Lenaerts en nazaten

Theodoor Lenaerts, de vader van de zusjes Lenaerts, staat ook vermeld in het bevolkingsregister, wat aangeeft dat hij destijds op dit adres woonde toen de kinderen van de familie Maas hier werden geboren. Zijn oudere broer Frans Lenaerts, de oudste van het gezin, wordt uiteindelijk eigenaar van deze woning. Hoewel er geen direct bewijs is dat Theodoor Lenaerts hier met zijn echtgenote heeft gewoond, kopen zij later een woning hier schuin tegenover.

In dit pand aan Daalstraat 21 zien we nu hedendaagse veranderingen, maar bij een terugblik naar het verleden blijkt dat dit huis al zeker bestond tijdens de Franse tijd vanaf 1795. Destijds had het een dak van stro en was het opgetrokken uit leem, zoals we straks zullen zien.

De geschiedenis van dit huis aan Daalstraat 21 onthult dat tijdens de Franse overheersing het eigendom was van Joannes Nijsten.

Dit is de Franse telling, waarin de volgende bewoners van deze woning werden opgeschreven: Joannes Nijsten (ook bekend als Nisten) en zijn echtgenote Maria Smeets. Joannes, ook wel Jaen genoemd, staat deze voornaam zo vermeld in zijn memories van successie, hoewel deze in het Frans zijn opgesteld en daarom niet volledig zijn onderzocht. Hij was in eerste huwelijk getrouwd met Marie Smeets en hertrouwde later met Marie Cardux, maar beide huwelijken bleven kinderloos. Daarom zijn de broers en zussen de erfgenamen, maar ook de familie Smeets komt erin voor. Er worden meubelen en het huis geërfd. Laten we nu doorgaan naar de tweede telling.

Tweede Telling ongeveer 1829

We zien nu de volgende bewoners in hetzelfde huis, namelijk Henricus Nijsten, die ook weer trouwde met een Marie Smeets. Opmerkelijk genoeg was deze Marie’s vader, Mathijs Smeets, een broer van de vrouw van Jaen Nijsten, wat betekent dat ze familie waren. Dit wordt ook bevestigd door de afbeelding waarop Hendrik zijn schoonmoeder naast hem genoteerd staat, de weduwe van Mathijs Smeets (Anna Creuger). Hoewel Mathijs op de Franse lijst staat als bewoner van een andere woning, is hij gestorven in dit huis.

Hendrik Nijsten was een neef van Jaen Nijsten, de zoon van Hendrik Nijsten en Maria Joanna Bours. Hij heeft dit huis waarschijnlijk gekocht of geërfd, aangezien het eigendom was van meerdere erfgenamen. Hendrik Nijsten-Bours woonde volgens alle documenten in Elsloo.

In 1865, drie jaar voor zijn dood, maakte Henricus Nijsten een testament op bij notaris Van Gorkum in Beek. In het testament worden zijn wensen beschreven: zijn vrouw wordt vrijgesteld van borgtocht voor de rest van haar leven, zij zal de begrafeniskosten voor beiden moeten dragen, en de kosten worden de kerk bekostigd in ruil voor het huis. Daarnaast schenkt hij verschillende percelen, waarvan het vruchtgebruik wordt toegekend aan zijn echtgenote Marie Smeets en Petronella Bovens, hun dienstmaagd. Hij bepaalt ook dat de kerk verschillende familieleden moet gedenken in jaargetijden, inclusief zichzelf, met gezang en orgelmuziek.

Toen Hendrik Nijsten in 1868 overleed, werd er een memorie van successie opgemaakt waaruit bleek dat de rest van zijn onroerende en roerende goederen onder de familie werd verdeeld, aangezien hij en Marie Smeets geen kinderen hadden.

Bij het overlijden van Marie Smeets in 1880 werden de aangevers Jan Leonard Lenaerts (vader van Theodoor) en zijn zoon Frans Lenaerts, de buren.

Verder heb ik de kadasterlegger van Henricus Nijsten bekeken en ontdekt dat er in de jaren net voor of na de Franse tijd wijzigingen hebben plaatsgevonden, aangezien de perceelnummers zijn gewijzigd. Bijvoorbeeld, zijn woning was eerst B291 en werd later B1097, wat wijst op samenvoeging of andere veranderingen.

Het kerkbericht, hoewel niet volledig accuraat, heeft toch grote waarde met betrekking tot de verkoop van het huis. In het bericht wordt Henricus genoemd als Franciscus, wat suggereert dat zijn roepnaam Frans of Frens was. Hij was echter geen eigenaar van het huis meer; volgens het kadaster behoorde het toe aan de kerk zelf. Onze Theodoor Lenaerts-Duckers koopt de woning van de kerk. Wat betreft de beschrijving van het huis als zijnde van leem met een strooien dak, lijkt dat wel te kloppen, aangezien bijna alle huizen in die tijd op die manier waren gebouwd.

Wat betreft Petronella Bovens, deze informatie klopt wel. Ik heb de memorie van successie van Petronella Bovens opgezocht om te zien wat daarop vermeld stond.

De memorie van successie van Petronella Bovens, ze stierf op 24 oktober 1900, bevestigt grotendeels wat ik al eerder heb uitgelegd, maar voegt enkele belangrijke details toe. Zo blijkt dat ze is overleden bij Peter Bovens in het Terhagen, wat wijst op een familieverbinding. Ze werd 88 jaar oud en was enkele dagen voor haar overlijden betrokken geweest bij een brand, hoogstwaarschijnlijk in Catsop, waar ze volgens alle informatie nog woonde.

Daarnaast staat in de memorie vermeld dat de woning waarvan ze vruchtgebruik had, is gekocht door Theodoor Lenaerts vóór 1890. Petronella Bovens was een dochter van Goswin Bovens en Maria Catharina Janssen.

Het lijkt verstandig om nu het bevolkingsregister vanaf 1890 erbij te pakken om verdere details te verkrijgen.

Dit is het bevolkingsregister van Theodoor Lenaerts-Duckers vanaf 1890. Hij woonde al in zijn nieuwe woning op adres C 20 (Daalstraat 21). We zullen opmerken dat Petronella Bovens ook bij hen woonde, maar ze verhuisde later naar het Terhagen. Deze verhuizing zou mogelijk verband kunnen houden met de eerder genoemde brand. Interessant is dat ze ook vermeld staat in het bevolkingsregister bij Peter Bovens, zoals te zien is op pagina 27 aan de rechterkant.

De percelen van Hendrik Nijsten worden hier vermeld omdat de kerk zichzelf de R.K. Kerkfabriek noemt. Hiervoor moesten missen worden gehouden met zang en orgel, en de begrafeniskosten moesten worden betaald. Petronella Bovens wordt opnieuw genoemd, niet als eigenaar maar als vruchtgebruikster. Dus degenen die dit pand kopen, moeten rekening houden met haar rechten. Het lijkt erop dat Theodoor Lenaerts-Duckers hier mogelijk vanaf 1898 hebben gekocht, hoewel dit niet bevestigd kan worden. Wat zeker is, is dat ze melden dat ze het gekocht hebben voor 1900 maar het kan zijn dat het later is bijgeschreven op het kadaster.

Als we terugkijken naar de geschiedenis van het huis, zoals opgetekend in de Franse telling, blijkt dat dit huis al enkele eeuwen oud is, zij het niet in dezelfde vorm. Het perceel zelf is echter veel ouder en blijft hetzelfde. Helaas hebben we geen historische plattegrond kunnen vinden om te zien hoe het er in het verleden uitzag. Wat betreft de familie Nijsten, het is nog niet helemaal duidelijk of dit huis van hen afkomstig is, dus verder onderzoek is nodig. Het lijkt erop dat er geen Nijsten meer zijn teruggekeerd naar dit huis. Op het einde in Catsop komen we echter wel weer een Nijsten tegen in de Franse telling, zij het verre familie van deze familie. Er woonden wel Nijstens in het verleden in Elsloo, en zij waren weer familie van Joannes, de eerste bewoner. Of Joannes Nijsten in 1780 direct in dit huis kwam, is ook nog niet helemaal duidelijk.

Laten we doorgaan met de familie Lenaerts-Duckers.

Dit is een kadasterlegger die volgt op die van de kerk, en waarschijnlijk dateert uit de periode waarin de familie Lenaerts-Duckers het pand verkocht aan Sevrien Pijpers en Judith Lenaerts. Ze waren al aanwezig in het huis toen hun ouders nog leefden, zoals gebruikelijk was in die tijd. Judith Lenaerts zorgde voor haar ouders en mocht meestal in ruil daarvoor in het huis blijven wonen. Echter, Petronella was toen al niet meer aanwezig, maar achter haar naam staat ‘Terhagen’, wat aangeeft dat ze daar overleed. Ook wordt vermeld dat ze tijdelijk woonde op adres C57 tijdens een brand, waarvan ik geen vermelding in de krant kan vinden. Haar adres was toen Daalstraat 23, dat is nu nummer 21 is geworden. Het is belangrijk op te merken dat deze legger is opgesteld zonder dat de personen zelf aanwezig waren dus ze zijn doorgestreept.

Laten we nog eens het bevolkingsregister erbij pakken voor verdere details.

Het Bevolkingsregister vanaf 1890 vermeldt de kinderen van Theodoor Lenaerts en Anna Duckers, die we hieronder zullen behandelen.

Theodoor Lenaerts en Anna Maria Duckers zijn behandeld, maar zoals u ziet, zijn ze allebei gestorven in hetzelfde jaar, iets meer dan een maand na elkaar, op de leeftijd van 76 jaar.

Laten we nu alle kinderen bespreken van Theodoor Lenaerts en Anna Maria Duckers, zoals vastgelegd in de stamboom gemaakt door Guus Peters. Hij beschrijft de stamboom alsof hij familie is, dus met “Tante”. Aangezien ik een achterneef van hem ben, klopt dit ook, aangezien zijn grootmoeder Judich was en de mijne Nellia .

  1. Maria Cornelia – overleden na 3 maanden
  1. Maria Cornelia, bijgenaamd Tant Nelia
  1. Geboren op 05 september 1889, overleden op 29 april 1974
  2. Gehuwd met Jan Jacob Cobben, ook bekend als Sjaak
  1. Geboren op 03 januari 1883, overleden op 09 april 1960
  2. Zoon van Nicolaes Cobben en Barbara Lenaerts (dochter van Joh Mart Lenaerts en Maria Cornelia Martens, gehuwd op 25 mei 1811)

Als u meer wilt weten over de Cobben-familie, raad ik aan om de volgende link te bezoeken, vooral als het gaat om hun beschrijving in Catsop. Dit koppel vestigde zich namelijk in het huis van de vader van Sjaak Cobben, waar ook weer een Lenaerts in de afkomst van zijn moeder te vinden is (Leonard Lenaerts en Lucia Gijsen).

Link naar de Cobben-Lenaerts en nazaten

Cornelia Lenaerts, bijgenaamd Nelle, staat op de derde plek en vertrekt op 19-jarige leeftijd naar Maastricht, meestal als dienstmaagd. Ze blijft daar vele jaren. Helaas is het exacte jaartal niet bekend. Bij haar vertrek kreeg ze als dank een klok met kandelaars cadeau. Er werd een foto van haar gemaakt, hoogstwaarschijnlijk voor haar huwelijk met Sjaak Cobben in 1915, toen ze 26 jaar oud was.

Nelia Lenaerts en Sjaak Cobben deze foto is gemaakt bij Pie Knoben en Tien Lenaerts in de daalstraat.

Hun tweede kind in leven was Marieke Cobben ze werd 12 jaar oud.

2       Marie                            22 12 1917  overleden  26 05 1929

Marieke Cobben.

En Sjeng Cobben staat helemaal links en Gus zijn jongste broer Gus Cobben staat rechts hij is de bruidegom en hij was getrouwd met Marie Smeets uit Geverik.

An Cobben links en rechts haar vader Sjaak Cobben op het paard zit Sjaak Knoben.

H 04 11 1915

En hun kinderen Sjaak Cobben en Nelia Lenaerts

1       Nicolaas              01 09 1916  overleden  09 01 1917

2       Marie                            22 12 1917  overleden  26 05 1929

3       Johannes Hubertus     23 02 1920  overleden 30 08 2012

         X Maria Vroemen

         1 Mientje

4       Anna Maria                                     01 10 1921 H.23.08.1949

         X Theodorus Jacobus Smeets                09 01 1919                                    

         1       Cornelia Josephina Maria    20 06 1950

         2       Gertruda Jacoba Theodora 29 01 1929

         3       Johannes Jacobus Hubertus          25 05 1954

         4       August Hubertus Maria                 03 12 1957

5       Auguste Hubert                     05 06 1925

         X Marie     Geen kinderen

3  Barabara 1  overleden na 3 maanden

4  Barbara 2  ,   Tant Berb,                     Geb.   23 07 1892        Overl. 18 09 1946

     X Janssen,                                   Geb    20 08 1886        Overl . 05 09 1957

    Neerbeek.   Zoon van Daniel Janssen en Maria Catharina Greven

Jan Hendrik Janssen en hun zoon die priester was Daniel Janssen en Barbara Lenaerts ze woonden in Neerbeek.

Toen zijn moeder Barbera Lenaerts stierf heeft Daniel haar zoon de dienst gedaan. Als er in een in de familie in het verleden een priesterzoon kwam was dat een eer zeker voor de moeder.

Achter op deze foto stond de volgende tekst .

Deze foto werd genomen tijdens de dankrede van den Neomist en waarbij hij sprak over zijn eigen overleden moeder.

De priesterwijding

De priesterwijding in Neerbeek .

Hij was priester in Brazilië

En hun kinderen Jan Hendrik Janssen en Berb Lenaerts

1       Daniel Hubert                       07 07 1920         priester

2       Theodoor Hubert                           14 11 1921

         H.2.8.1950

         X       Anna Jacobs Schinveld                  01 02 1927

         1       Maria Johana                        03 08 1951

         2       Theodora Maria Barbara     22 11 1952

         3       Petrus Johannes Joseph      22 09 1959        

         4       Johannes Hendricus Joseph         21 02 1959

         5       Jolanda Henrietta Maria     06 02 1966

3       Jan Pieter             08 03 1927  in 1947 naar Poeldijk

4       Anna Maria        07 07 1927        H.22.3.1950

         1        Johanna Barabara Josephina 29 04 1952

5  Petrus   29 12 1893 overleden na 3 maanden

6  Maria Hubertina , Tant Merie,      Geb  30 06 1895   overl. 28.03.1980

    X  Joannes Houben , Sjeng,                     Geb  02 02 1897   overl. 12 01 1982

    Zoon van Gerardus Houben en Elisabeth Cremers

Ik heb de familie Cremers gedeeltelijk beschreven, waar ook Gerardus Houben en Elisabeth Cremers in voorkomen. In de toekomst zal ik deze nog verder uitwerken. Als u op onderstaande link klikt, komt u bij deze familie terecht: Familie Kremers – Schutjens (ook Cremers – Schutgens)

Marie Lenaerts (Houben) ze heeft nog als dienstmaagd gewerkt bij Sjeng Maas waar nu de ijsboerderij is.

Sjeng Houben .

Sjeng Houben en Marie Lenaerts ze hadden een slagerij in de dorpsstraat Elsloo.

Marie voor de deur van de slagerij.

Sjeng Houben.

Trouwfoto Harrie Houben

Ik heb hier heel veel namen niet van . Maar als het iemand weet ?

1 ? 2 Tien Houben (Van Es) 3 ? 4? 5? 6? 7 Harrie Houben 8 9?10 Houbair Vranken  11? 12? 13 ?14 ? 15 ? 17 Lies Houben (Vranken) 18 ? 19 ? 20 ? 21 Gerard Houben 22 Sjeng Houben 23 Marie Houben 24 ? 25 ? 26 ? 27 ? 28 ? 29 ? 30 ? 31 ?

En hun kinderen Sjeng Houben en Marie Lenaerts.

1             Maria Anna                                        20 04 1925

2             Maria Elisabeth                                23 09 1926

3             Henricus Gerardus                          18 04 1928

4            Bertha Hubertina                            11 01 1930

5            Jacobus Theodorus                        27 01 1932

6             Gerardus Mathias                           16 07 1933

7             Hubertina Maria                              23 09 1934

8            Maria Margaretha                          12 03 1937

7  Anna Judith . Tant Judig,   Geb.  09 01 1897       Overl. 08.08.1983

    X Pijpers Leonardus Severinus Dominicus Hubertus , Sevrien,

   Geb. 08 02 1893        Overl.  09.04. 1974

   Zoon van Franciscus Pijpers en Hubertina Janssen

V.L.N.R. Thei, Gus, Sevrien Pijpers , Bertha (jongste), Nellie (oudste boven), Judich Lenaerts  en Mia Pijpers

Judich Lenaerts (Pijpers) en Fien Dols ze waren buren destijds dus die hebben zich goed gekend.

Frits Driessen en Fien Dols (echtpaar) dan Jidith Lenaerts en Sevrien Pijpers.(echtpaar)

En hun kinderen Sevrien Pijpers en Judith Lenaerts

1  Petronella Maria                07 05 1928      X          Sjeng Peters             Elsloo

2  Augustinus                          17 08 1929      X          Nieke Frissen           Kl. Genouth

3  Theodorus Hubertus          15 11 1930      X          Mariette Jonkhout  Moorveld Geulle

4  Maria                                  29 05 1932      X          Charles Hendrix       Elsloo

5  Bertha Hubertina               04 09 1939      X          Guus Counet            Geleen

8   Martinus overleden na 2 maanden

9   Jan Hubert overleden na 2 maanden

10  Lenaerts Hubertina, Tant Tien,                geb.  01 09 1902   Overl.   19 07 1994

       X  Pierre Huberti Knoben , Pie,  Geleen            geb  19 12 1899   Overl. 20 05 1965

      Zoon van Joannes Hubertus Knoben en Maria Saliman

Tien Lenaerts (Knoben)

Familie Knoben uit de Daalstraat

1 Fien 2 Tien 3 Wiel 4 Marie 5 Julia 6 Sjaak 7 Pie 8 Tien 9 Jaenny

En hun kinderen Pie Knoben en Tien Lenaerts

1             Maria Johanna                                                 04 01 1929

2             Hubertina Maria                                              13.03.1930

3            Antonius Hubertus                                         15 .11.1932  – overl. 21.02.1933

4             Wilhelmus Hubertus                                      22.12.1933

5             Josephina Maria                                              23.01.1936

6             Julia Judith                                                        14.11.1938

7             Jacob Johannes Hubertus                           03 02 1945

8             Johanna Maria Wilhelmina                          20 09 1949

Ik wil iedereen bedanken voor hun medewerking en ik kom zeker nog eens terug met deze gezinnen .

Familie Maas (algemeen) – Lenaerts en nazaten

De familie Maas-Lenaerts en hun nazaten, inclusief de familie Voncken – Barbara Maas, Sjeng Maas-Fhilippen, Frens Maas-Crombag en Dols-Marie Maas, vormen een boeiend hoofdstuk in de geschiedenis dat begint in Geleen, vervolgens naar Bunde gaat, en later naar Geulle voert, om uiteindelijk in Catsop te belanden, waar we eerder genoemde nazaten zullen tegenkomen.

Het verhaal van de familie Maas begint met de oorspronkelijke spelling van de naam, ‘Maes’. Een kleine duik in de geschiedenis brengt ons naar de heer Peter Maes, geboren vóór 1645 en overleden in 1666, die huwde met Sibilla Hamers in Geleen. Hier begint de saga van de Maes-familie, die geleidelijk transformeert naar ‘Maas’.

Het verhaal gaat verder met Mathias Maes, geboren op 22 juni 1681 in Geleen, die in het huwelijk trad met Meijken Kremers, ook in Geleen. Vervolgens ontmoeten we Petrus Maes, geboren op 7 maart 1715, die Sophia Maes huwde, opnieuw in Geleen. Maar het is Nicolaas Maes, geboren op 25 februari 1748, die een keerpunt markeert in het verhaal van onze stamhouder van de familie Maes.

Nicolaas Maes huwde met Maria Elisabeth Muijtjens uit Bunde (Kasen), en samen nestelden ze zich daar. Vanaf dit punt in de geschiedenis van de familie Maas gaan we dieper in op de stamhouder en hun familie.

De originele doop inschrijving van Nicolaas Maes op 25 februari 1748 in Geleen onthult zijn ouders als Peter Maas en Fijiken (Meijken) Maas, met Nicolaas Maas en Cathrijn Kremers als getuigen. Het is fascinerend om deze historische documenten te doorzoeken en zo een glimp op te vangen van het leven van de voorouders van Maes.

Franse telling 1795 Bunde

Wat interessant om meer te weten te komen over Nicolaas Maas en zijn gezin! Het lijkt erop dat Nicolaas zich al vroeg in Bunde (Kasen) heeft gevestigd, aangezien hij al in de Franse telling van 1795 daar wordt genoteerd, samen met zijn echtgenote en zoon, Peter Maas. Zijn beroep als smid, dat hij waarschijnlijk van generatie op generatie heeft doorgegeven, is een interessant detail dat de ambachtelijke tradities van de familie benadrukt. Hij was er al vanaf 1780.

Het feit dat Maria Elisabeth Muijtjes al 16 jaar in Bunde woonde toen de volkstelling werd gehouden rond 1795, geeft ons een inkijkje in het alledaagse leven van die tijd en de manier waarop mensen zich over de regio verplaatsten en zich ergens vestigden. De volkstelling, georganiseerd door de Fransen, had verschillende doelen, waaronder belastinginning en het oproepen van mannen voor militaire dienst. Het is fascinerend om te ontdekken dat een lid van de familie de dienstplicht moest vervullen. Dit werpt een nieuw licht op de historische context van die periode en de impact ervan op individuele families. Het stelt ons in staat om dieper in te gaan op de ervaringen en uitdagingen waarmee onze voorouders werden geconfronteerd tijdens deze tumultueuze tijden

De beschrijving van Martin Maes, zoon van Nicolaas en Elisabeth Muytjens, geboren op 06/01/1789 te Meerssen, biedt een levendig beeld van hoe dienstplichtigen werden geregistreerd en beschreven tijdens die periode. Hij werd gemeten op 1 meter 66 en had een ovaal gezicht, een rond voorhoofd, rosse ogen, een gemiddelde neus en mond, een kuiltje in de kin, en kastanjebruine haren en wenkbrauwen. Het vermelden van bijzondere kenmerken zoals pokdalig en een getinte huidskleur geeft een persoonlijk tintje aan zijn beschrijving.

Martin werd bij het korps aangekomen op 09/12/1813, als loteling van het jaar 1809 van het kanton Meerssen met nummer 161. Hij gaf zijn laatste adres op als Meerssen, waar hij het beroep van (hoef)smid uitoefende. Interessant is dat hij slechts een paar dagen later, op 04/01/1814, gedeserteerd is. Dit valt samen met een periode waarin Napoleon’s invloed begon af te nemen en de Franse troepen zich terugtrokken. Het is waarschijnlijk dat Martin geen straf heeft gekregen vanwege de chaotische en veranderlijke situatie op dat moment.

Het verhaal over Martin’s ervaring bij de oproep in 1809 geeft ons een kijkje in het proces van het samenstellen van de dienstplicht. Het was een ingrijpende gebeurtenis waarbij mannen uit alle dorpen zich verzamelden en werden beoordeeld op verschillende criteria, zoals lengte en persoonlijke omstandigheden. Het trekken van loten bepaalde wie dienst moest nemen, terwijl anderen werden vrijgesteld. Martin’s lotnummer 161 bracht hem in een onzekere positie die uiteindelijk resulteerde in een korte dienstperiode voordat hij deserteerde.

Het is interessant om te zien hoe dit verhaal van dienstplicht en desertie verbonden is met de bredere context van de tijd, en hoe het de levens van individuen zoals Martin Maes beïnvloedde, wiens verhaal verder verweven is met dat van zijn broer, Petrus Maes.

De kinderen van Nicolaus Maes en Elisabeth Muijtjens, met betrekking tot de verdere familie Maas waar ik op focus, betreffen voornamelijk Petrus (stamhouder)

Het is intrigerend om de levens van Petrus Maes en zijn nakomelingen te volgen, en te zien hoe hun eigendommen van generatie op generatie zijn doorgegeven. De informatie die ik heb gevonden in de memorie van successie biedt een uniek inzicht in de nalatenschap van Petrus Maes en zijn tweede echtgenote, Joanna Elisabeth Kerckhoffs.

Petrus (Pie) Maes was eigenaar van twee woningen, waarvan één zich bevond op het adres dat ik heb aangegeven als het eerste huis, en de andere op het adres van het tweede huis, zoals vermeld in het Aezel project Geulle. Het is indrukwekkend om te zien hoe deze historische gegevens worden gecombineerd met moderne technologieën zoals het Aezel project, waardoor we de eigendomsgeschiedenis van deze woningen kunnen traceren.

Wanneer je op de link klikt, moet je inzoomen om bij de specifieke locatie van de woning te komen.

Eerste Huis

Tweede huis

https://aezel.eu/ontdekken/geografie/minuutplans-grondgebruik?pos=17.075%2C5.758595%2C50.914986

Screenshot van het Aezel project dit is het huis toen gezamenlijk eigendom van Pieter en Jan Maes (vader en zoon)

Screenshot van het Aezel project dit is het andere huis van Pieter Maes waar hij later ook gaat wonen.

Het is bijzonder interessant dat Jan Maes, als de volgende stamhouder, het eerste huis van Petrus Maes heeft geërfd (gekocht). Dit huis draagt een stukje van de familiegeschiedenis met zich mee en symboliseert de voortzetting van de familietraditie en erfenis.

Het is altijd fascinerend om te zien hoe historische gegevens en moderne technologie samenkomen om ons een dieper begrip te geven van het verleden en de levens van onze voorouders. Het Aezel project Geulle biedt een waardevol inzicht in de eigendomsgeschiedenis van de regio en helpt ons om de stamboom van de familie Maes verder te verkennen.

Ik heb een screenshot gemaakt ter ondersteuning. Deze woning bestaat nog steeds en hier bevond zich de smederij van de familie Maas, voorheen van Pieter Maes, die hoefsmid was. Op het kadaster vanaf 1842 wordt vermeld dat de woning al voor de helft van Jan Maes is, maar uit de Memorie van Successie blijkt dat hij de woning al had overgenomen. Jan Maes zette het bedrijf voort van zijn vader, die eveneens smid was, en Jan zelf was ook hoefsmid. Het betreft dus een echt familiebedrijf, dat binnenkort weer wordt voortgezet.

Dit is de hoeve en smederij van Jan Maes. Hoewel het er destijds misschien iets anders uitzag, kunnen we binnenkort zien hoe het er ongeveer uitzag op een oude foto.

De doopinschrijving van Jan Maes op 13 januari 1819 toont zijn ouders, Petrus Maes uit Bunde en Joanna Elisabeth Kerkhoffs uit Beek, naast elkaar vermeld. Hier wordt nog steeds de naam Maes gebruikt.


Dit is de huwelijksakte van Jan Maas, nu gespeld zonder ‘ae’, waarin hij trouwt met Anna Maria Janssen op 09-11-1842. U ziet de ouders vermeld van beiden. Ze kregen verschillende kinderen, waarbij ook twee jongens op jonge leeftijd stierven. In 1872 ging Jan Maas naar de notaris, waar hij een testament opstelde. Dit gebeurde bij Notaris Boots in Amby.

In dit document staat kortweg vermeld dat alles wat hij bezit, zal worden nagelaten aan zijn echtgenote Anna Maria Janssen in het geval van zijn overlijden vóór haar. Laten we nu de bevolkingsregisters bekijken. En hij ondertekend met J.Maas (Jan Maas)

Bevolkingsregister vanaf 1870-1889. Hier werden alle bewoners van dit huis ingeschreven, inclusief geboortedata en andere bewoners. Het is belangrijk op te merken dat zowel Ulestraten als Geulle aanspraak maken op Moorveld, wat het ingewikkeld maakt. Echter, in 1842 weten we dat ze in Moorveld woonden, maar het is mogelijk dat de kinderen bijvoorbeeld in Ulestraten of Geulle zijn ingeschreven. Laten we eens kijken wie er allemaal in dit register voorkomen

  1. Jan Maas – De naam blijft onveranderd, aangezien de kinderen deze naam ook hebben gekregen. (Herbergier en Landbouwer)
  2. Maria Janssen – Waarschijnlijk wordt ze Marie genoemd.
  3. Vervolgens hebben we Gerard Maas (op 3) , onze nieuwe stamvader die naar Catsop komt. Daarna volgen zeven kinderen. Verder staat de moeder van Marie Janssen vermeld, Anna Maria Van Rijmersdael (die woonde dus bij haar dochter) . Daarnaast waren er nog een dienstknecht genaamd Jan Willem Slangen en een dienstmeid genaamd Maria Nijsten.

Dit bevolkingsregister loopt van 1890 tot en met 1917. In deze periode waren er in dit huis in Moorveld 18 mensen ingeschreven, waarvan er ook weer 9 werden uitgeschreven gedurende een bepaalde tijd, wat men zelf kan inzien.

We zien dat Jan en zijn zoon Gerard Maas hier samen een smederij hadden. Ook Jan’s zus, Anna Barbara Maas, woonde nog in dit huis. Op nummer 5 staat een zoon van Elisabeth Maas, zij was getrouwd met Willem Brands en woonde in Luik. Hij verblijft hier vanwege het overlijden van zijn moeder en vertrekt in 1896 naar Aken. Op nummer 6 staat een zoon van Gerard Maas en Catrien Lenaerts uit Catsop, die later bekend zou worden als Sjeng Maas (Jan). Hij werd geboren in 1885 en woonde in 1890 op vijfjarige leeftijd bij zijn vader. Hij zou later terugkeren naar Catsop. Op nummer 8 staat de echtgenoot van Barbara, genaamd August Janssen, en zij nemen de woning over. Op nummers 9, 10 en 11 staan hun kinderen vermeld.

Op nummers 12 en 13 staan kinderen van Maria Agnes Maas, zij was getrouwd met Frans Kengen en Agnes was overleden. Haar zus Barbara zorgde voor deze kinderen, waarvan er één naar Heerlen vertrekt en de andere naar Schimmert. Vanaf nummer 14 staan er knechten vermeld.

Zoals gebruikelijk in die tijd, zorgde de dochter Barbara Maas voor de ouders en nam zij ook kinderen van haar zus en broer op. Het was destijds normaal om kinderen van overleden familieleden op te nemen.

Jan Maas overlijdt in 1892 op 73-jarige leeftijd en we weten dat hij een testament heeft opgemaakt waarin alles naar zijn echtgenote Maria Janssen gaat. Echter, zijn zoon Gerard, onze nieuwe stamhouder van Catsop, overlijdt in 1893, ongeveer 5 maanden na zijn vader, op 44-jarige leeftijd in Geulle. Hiermee komt een einde aan de smederij, want Giljam (August) Janssen maakt er een landbouwbedrijf van.

Barbara Maas is in haar geboortehuis gebleven en heeft haar ouders en verschillende kinderen van haar broers en zussen in huis gehad, waarvoor zij zorgde.

Leonard August Janssen, bijgenaamd Giljam, trouwde met Barbara Maas en zij woonden samen in het ouderlijk huis van Barbara in Moorveld.

Van links naar rechts: Jan Leonard Janssen, de oudste zoon van Giljam en Barbara Janssen-Maas, geboren en getogen in dit huis. Naast hem staat zijn echtgenote Anna Marie Mager. Vervolgens Giljam Janssen, de echtgenoot van Barbara Maas. Daarnaast staan twee knechten, mogelijk ook familieleden. Uit het bevolkingsregister weten we dat ze nog twee jongens van Kengen in huis hadden, maar dit blijft een aanname. De smederij van Maas bevond zich waar nu de boerenkar staat. Achter de poort werden vroeger de paarden voorzien van nieuwe hoefijzers en werden er andere smidswerkzaamheden uitgeoefend. Het huis lijkt gestukadoord te zijn, te zien aan het tegelmotief. Dit gebeurde vaak wanneer het metselwerk in slechte staat was.

Opnieuw de foto van hoe het er nu uitziet: er is een nieuwe steen eromheen gemetseld, maar de contouren zijn exact hetzelfde gebleven. Als de bovenste foto van ongeveer 1920 is, zijn we hier nu 100 jaar verder. Dus op een bepaald moment is er een nieuwe steen omheen gemetseld.

Bidprentje van Jan Leonard Janssen.

De woning wordt nog steeds bewoond door een nazaat van de familie Maas, namelijk Leo Janssen. Hij is de vierde generatie vanaf Pieter Maas.

Ik heb Leo Janssen destijds (20220 ontmoet en een rondleiding gekregen over zijn erf, waar we gesprekken hadden over de familie Maas en Janssen. Tijdens ons gesprek kwamen verschillende attributen tevoorschijn die betrekking hadden op deze twee families, wat erg leuk was om te zien dat ze nog bewaard zijn gebleven.

Ten eerste kwamen de portretten van zowel Barbara en Giljam, zijn overgrootouders, tevoorschijn. In één van die portretten van Barbara Maas had Giljam zijn echtgenote een brief verstopt, waarin stond hoe het met de woning was vergaan.

In deze brief staat samengevat wat we eerder hebben behandeld. Pieter Maas woonde al in een huis in 1840 (mogelijk eerder), en in 1871 ging het huis over op Jan Maas (die al sinds 1842 voor de helft eigenaar was). De brief vermeldt dat Jan Maas landbouwer was in Ulestraten Vlieks, een streek in Ulestraten. Hoewel Jan Maas al in 1871 naar de notaris ging om een testament op te stellen, blijkt uit de bevolkingsregisters van Ulestraten vanaf 1860 dat hij daar niet voorkomt. Dit suggereert (brief) dat hij daarvoor in Ulestraten heeft gewoond, maar de exacte periode blijft onduidelijk.

Jan Maas is inderdaad overleden in 1893, waarna zijn eigendommen in handen kwamen van zijn echtgenote. Zij stierf in 1895, en vervolgens vond er een verdeling plaats, mogelijk beschreven in 1897. Barbara Maas en Giljam Janssen kochten of erfden het huis, het bakhuis, het erf, stal en de schuur. In 1913 werd het bakhuis gesloopt, en in 1925 vond er een verbouwing plaats waarbij waarschijnlijk een nieuwe steen om het huis werd gemetseld. Dit suggereert dat de oude foto van vóór 1925 dateert.

Dit is de eerste kadasterlegger van de woning waarvan u de foto hebt gezien, evenals de tweede woning van Pieter Maas en andere onroerende goederen. U ziet dat ze voor de helft eigendom zijn van Jan Maas. In eerste instantie staat het huis van de foto vermeld als A 1601, en daaronder staat zijn tweede huis, A 730, dat in 1856 verbouwd wordt. Later veranderen de perceelnummers steeds en krijgen ze verschillende identificatienummers. Dit zijn de eigendommen vanaf 1842.

Dit zijn hulpkadasterkaarten van de woning van Maas, die ook bij de brief van Giljam Janssen zaten. U kunt zien welke veranderingen hebben plaatsgevonden in de jaren sinds 1840. In 1874 wordt er verbouwd en komt er een stal bij, en in 1914 wordt er een schuur toegevoegd terwijl de bakoven verdwijnt.

En dat is nog steeds goed te zien aan het einde van de woning aan de rechterkant, waar dit gebouw zich bevindt. Leo Janssen, de huidige eigenaar, met wie ik sprak in 2023, had nog enkele eigendommen van de familie Maas.

Helaas zijn de eerste initialen weggekrast, maar de achternaam Maas spreekt voor zich en Moorveld Geulle is ook bekend. Het lijkt op een kistje voor sieraden.

Het lijkt op een tabaksdoosje of medicijnendoos en is afkomstig gezien de initialen van Gerard Maas, want er had niemand deze initialen voor hem. Wat ik nog over de familie Maas wil zeggen, is dat na het overlijden van de echtgenote van Jan Maas, genaamd Maria Janssen, op 16 mei 1895, de memorie van successie werd opgemaakt. Hierin stond vermeld dat Maria Catharina Lenaerts (Catrien) met haar kinderen Barbara, Jan, Frans en Marie Maas het vijfde deel kregen van alles.

Op de Memorie van successie van Gerard Maas stond vermeld dat er apothekerskosten van 25 gulden waren gemaakt, wat erop wijst dat hij ziek is geweest. Ook staan zijn eigendommen erin, maar deze werden niet uitgekeerd omdat zijn moeder nog in leven was.

Bidprentje van Gerardus Maas, waaruit blijkt dat zijn ziekte niet genezen kon worden. Vanaf hier gaan we naar Catsop, waar zijn echtgenote Maria Catharina Lenaerts (Catrien) nog steeds bij zijn broer, Frans Lenaerts, in de Daalstraat woonde. Laten we eens kijken waar dit is. Bij het overlijden van Gerard Maas waren zijn kinderen Barbara Maas (Voncken) toen 9 jaar oud, Jan Maas was 7 jaar oud, Frans Maas was 5 jaar oud, en Marie Maas (Dols) was toen 1 jaar oud.

In 1883 werden zowel Daalstraat 12 als de gebouwen ernaast volledig verwoest door brand en moesten ze opnieuw worden herbouwd. Later werd nummer 12 eigendom van Frans Lenaerts, de broer van Catrien, en woonden de kinderen Maas bij hem. Als u meer wilt lezen over de brand, heb ik deze beschreven in het verhaal van haar broer Theodoor. Klik op de onderstaande link voor meer informatie:

https://catsopvanvreuger.com/2024/04/28/theodoor-door-lenaerts-anna-duckers-en-nazaten/

En dat is te zien in het bevolkingsregister vanaf 1881, waarin de gezinssamenstelling van de familie Lenaerts in de Daalstraat wordt weergegeven. Op de eerste plaats ziet u de ouders van Maria Catharina Lenaerts(Catrien) genaamd Leonard Lenaerts en Barbara Lenaerts  op de vierde plaats (Catrien), samen met de vermelding ‘vrouw van Gerardus Maas’. Direct daaronder staan de eerste drie kinderen, terwijl Marie Maas (Dols) nog geboren moest worden. U kunt ook twee adressen in Catsop zien, namelijk 31, wat overeenkomt met C22 en C56. Mogelijk hebben ze daar gewoond na de brand in 1883. Ook staat vermeld dat Jan Maas (Sjeng) naar Geulle is verhuisd, maar dat wisten we al.


Dit bevolkingsregister dateert vanaf 1890 en er zijn enkele veranderingen merkbaar. Theodoor Lenaerts, de broer van Frans en Catrien, is getrouwd en is naar de overkant verhuisd. Frans en Catrien zijn nog steeds in hetzelfde huis in de Daalstraat te vinden. Nu staat Gerardus Maas hier ook genoteerd, wat aangeeft dat hij een periode in Catsop heeft gewoond, maar in 1891 is hij weer naar Geulle verhuisd en overleed daar, zoals we weten.

Nu staan alle kinderen vermeld, en Jan (Sjeng) Maas was weer terug in Catsop. Het adres blijft C22, en de andere nummers zijn verdwenen, wat aangeeft dat ze in hun nieuwe huis woonden. Ook valt op dat Maria Catharina Lenaerts (Catrien) , de echtgenote van Gerardus Maas, de zorg had over haar ouders, kinderen en haar broer Frans had.

Barbara Maas (Voncken), te zien aan de rechterkant, is verhuisd naar blad 369. Laten we dat eens bekijken.

Onderaan is bijgeschreven: op C-nummer 18, Frans Hubert Voncken en Barbara Maas. Ze zijn getrouwd in 1906, dus hun eerste kinderen zijn hier geboren. Nu rest de vraag: waar is dit precies?

Het huis bestaat nog steeds; links wordt het nu gebruikt als garage, maar destijds was het de woning van Voncken-Maas, waar zeker hun eerste kinderen zijn geboren. Hoe is het zo gekomen dat ze hier zijn gaan wonen? Voorheen was dit eigendom van de moeder van Barbara Maas, namelijk Maria Catharina (Catrien) Lenaerts-Maas.

Dit is de eerste kadasterlegger van Maria Catharina Lenaerts-Maas. Zoals je ziet, is ze weduwe, en dat klopt: ze kocht dit huis in 1901. Wat we zeker weten, is dat haar dochter hier als eerste woonde, en later ook haar zoon Frens Maas. We zullen een korte toelichting geven over hoe ze in dit huis terechtkwamen.

De historie van het huis in de daalstraat.

Het huis, C16 (woning), zoals aangegeven in het bevolkingsregister, omvat de perceelnummers B1852 (voorheen B283, woning) en B1848 ( voorheen B284 schuur, stallen, etc.).

Het huis en de schuur dateren van rond 1830 en behoorden toe aan Theodoor Lenaerts en zijn zus Cornelia Lenaerts, met kadastrale nummers B283 en B284. Zij waren de kinderen van Martinus Lenaerts en Maria Catharina Hendrix. Naast Theodoor en Cornelia waren er nog twee zussen, waarvan er één op jonge leeftijd overleed, en een genaamd Maria Lucia Lenaerts-Hendrix, die trouwde met een zoon van haar oom genaamd Godfriedus Hendrix. Een van hun kinderen zal later nog ter sprake komen in verband met een erfenis. Maria Lucia Lenaerts-Hendrix woonde in het ouderlijk huis, naast Theo en Cornelia. Het lijkt erop dat zij voor haar ouders heeft gezorgd en daarom er ook is blijven wonen. Theodoor Lenaerts trouwde met Ida Biesmans, dochter van Martinus Biesmans en Marie Jaene Gijsen. Hoewel er mogelijkerwijs sprake is van een erfenis, kan ik dit niet bewijzen, omdat ook Cornelia Lenaerts, zijn ongehuwde zus, hier eigendommen had. Het kadaster vermeldt de kinderen van Martinus Lenaerts als eigenaren. Om tot deze conclusie te komen, heb ik eerst alle Memories van Successies doorgenomen en notariële aktes van deze Lenaerts-familie gelezen. Ik zal hier later op terugkomen.

De geschiedenis van dit pand gaat ver terug en heeft te maken met de familie Gijsen, inclusief de schuren, woning en andere elementen die nu niet meer zichtbaar zijn maar er wel waren. In de Franse telling vinden we een vermelding van Johannes Gijsen (geboren in 1721), hij was een broer van Michael Gijsen (geboren in 1719), en Petronella Bovens (tweede huwelijk).

Franse telling 1795 in Catsop Daalstraat in het huis waar we het over hebben.

Hoewel de kadasterkaart dateert van 1820, schrijven we over een periode vóór 1795. Voor ik alles kan bewijzen, blijft het een aanname dat dit pand in die tijd eigendom was van de familie Gijsen. Ik heb een gichtregister waarin een erfenis wordt beschreven, hieronder een klein fragment. Dit register is omvangrijk en behandelt onder andere een broer van Joannes en Michael genaamd Mathias Jaen Gijsen uit Breda. Er zijn echter nog vele anderen, ook in Elsloo, die erven.

Registratie van een kwitantie, decharge en surrogatie, opgesteld voor notaris L.H. Wouters op 20/02/1790 te Maastricht. Hierbij worden genoemd:

  1. De kinderen van Machiel Ghijsen, te weten:
  • Maria Lucia Ghijsen, gehuwd met Lendert Lenders
    • Maria Elisabeth Ghijsen, gehuwd met Martinus Martens
    • Petronella Ghijsen, gehuwd met Dirk Rinkens
    • Maria Joanna Ghijsen, gehuwd met Martinus Biesmans  Allen wonen zij te Elsloo.
  • Joannes Ghijsen, weduwnaar van Maria Sibilla Ghijsen [voor het vruchtgebruik], geassisteerd door A. Cornelissen als voogd van zijn minderjarige kinderen, namelijk:
  • Maria Ida Ghijsen
    • Maria Lucia Ghijsen A. Cornelissen werd benoemd bij testament van wijlen MATTHIAS JEAN GHIJSEN, verleden per akte voor notaris J.F. Mirandolle te Breda op 14/07/1784.

De kinderen van bijvoorbeeld Joannes en Michael erfden, maar achter hun namen staan ook hun echtgenotes, aangezien zij destijds een aanzienlijk bedrag ontvingen. Joannes, geboren in 1721, was in 1795 ongeveer 74 jaar oud, wat overeenkomt met de Franse telling. Hij was eerst getrouwd met Anna Rebecca Huberti en hertrouwde later met Maria Sibilla Gijsen (Geulle). Hierboven zijn twee van zijn kinderen vermeld. Uit notariële aktes blijkt dat Joannes, zoals vermeld, het vruchtgebruik had, maar zijn kinderen zaten wel in de erfenis.

Om het verhaal beknopter te maken: enkele kinderen van Michael Gijsen-Bovens trouwden met mannen van Catsop. Een van hen was Leonard Lenaerts (Lendert Lenders) van Op den Dries, en een ander was Martinus Biesmans van Op het Einde. Er waren er nog meer, waaronder een Dirk Renkens (Dirk Rinkens) van Op den Dries. Dit vindt u terug in aktes.

Er volgde een verdeling tussen Michael Gijsen en Bovens, een complexe aangelegenheid vanwege de vermogensaard van deze familie. Een zoon van Leonard Lenaerts genaamd Michael Lenaerts werd uiteindelijk eigenaar van een van de woningen in de Daalstraat, namelijk B292. Een deel van de schuren en een gedeelte van een woning ging echter naar Theodoor Lenaerts en Cornelia Lenaerts, kinderen van Martinus Lenaerts-Hendrix, een neef van Michael. Dit is een ingewikkeld verhaal om uit te leggen.

Daarom ga ik direct over naar de nieuwe gedeeltelijke eigenaren. Laten we eerst bekijken waar we ons bevinden in de Daalstraat.

Deze foto toont een straatbeeld van 2023. Hoewel ik binnenkort twee eeuwen terugga in de tijd, heb ik deze foto gekozen om een indruk te geven van onze locatie. Hier zullen later nazaten van de familie Maas komen wonen, maar elk verhaal heeft een begin. Op de foto zien we drie trappen in de gevel, wat klopt: eerst was er alleen de achterste schuur die we zien, dan kwam de voorste schuur, en later werd het tussenstuk toegevoegd, waardoor het een geheel vormt.

Een foto is genomen van de andere zijde van het perceel, waar de woning van Theodoor Lenaerts en Cornelia stond. Of het er precies zo uitzag, kan ik niet bewijzen, maar zoals altijd blijven de percelen bestaan ​​en veranderende de woningen. hun woning, hun zus Maria Lucia woonde weer hier achter dat helemaal weg is.. We gaan de oude kadasterkaart raadplegen om het een en ander te bevestigen.

Deze kadasterkaart dateert van 1820, en ik heb een kruis geplaatst op de locatie waar de foto hierboven is genomen, die uit 2023 stamt. Twee eeuwen zijn verstreken, maar de percelen blijven bestaan. Op perceel T1 bevindt zich het huis, T2 de schuur en de stallen, er is een grens getekend ziet. Dus zij moesten via de Daalstraat naar hun binnenplaats en schuur lopen. U kunt ook zien dat wat achter perceel T1 volledig is veranderd in 2023. U kunt zich voorstellen dat dit een groot huis was met een schuur en stallen, wat later verdeeld is. Tijdens de Franse tijd had Joannes Gijsen het vruchtgebruik genoten en vormde het geheel. Het is vermeldenswaardig dat de huidige eigenaar, Jan Claessen, in bezit heeft.

Theodoor Lenaerts stierf in 1835, en zijn echtgenote Ida Biesmans woonde met hun vier kinderen in het eerder genoemde huis (T1). Zijn zus Maria Lucia Lenaerts stierf een maand later, ook in 1835. Zij was getrouwd met Godfried Hendrix en woonde in een deel naast T1, waar ze zes kinderen hadden, waarvan de jongste, ook genaamd Godfried Hendrix, later ter sprake komt. Maar Theodoor Lenaerts en Ida Biesmans hadden zelf ook vier kinderen: Martinus, Johannes, Michael en Maria Catharina. De jongste overleed op 21-jarige leeftijd, waardoor de drie broers overbleven. Ze bleven ongehuwd. Ik heb alles gecontroleerd van hun tantes, notariële aktes en memorie van successie.

Er was een akte van Cornelia Lenaerts, waarin ze haar testament had opgesteld, waarin stond dat ze bij haar broer inwoonde en haar buren de weduwe van Mathijs Smeets was, en Michel Lenaerts. Dat klopt, en dat de weduwe van Mathijs Smeets (Ida Kreugers) aan de overkant gewoond zou kunnen hebben, is een aanname. Ze liet dit opstellen in 1830 en liet alles na aan haar broer Theodoor, met de voorwaarde dat er missen werden opgedragen voor haar en dat haar begrafenis werd betaald. Kortom, het kadaster vermeldt dat ze verschillende percelen samen met haar broer bezat, maar ook een vermelding dat ze een huis had op B289, dat later eigendom werd van Hendrik Nijsten. Ze kan het aan hem hebben verkocht hebben of er kan sprake zijn van een vergissing dat huis.

Nu gaan we verder met de drie broers Lenaerts, zij wonen hier en gaan hun bedrijf voortzetten.”

In het Bevolkingsregister vanaf 1881 vinden we de vermelding van drie broers die woonden op dit adres, C16, wat betrekking heeft met de woning met perceelnummer B1852. Ze hadden een dienstmeid genaamd Maria Bours. Laten we de kadasterkaart van 1880 erbij pakken.

Ik heb opnieuw een kruis toegevoegd op de kadasterkaart van 1880 op de locatie waar de foto in 2024 is genomen. Nu is er een schuur bijgebouwd met nummer 3. Nummer 1 is nog steeds de woning met kadastrale aanduiding B283 en nummer 2 is nog steeds de oude schuur-stal.

Ik heb alle Memories van Successies van de gebroeders Lenaerts doorgenomen, evenals de notariële aktes van Joannes Lenaerts. Hij leefde het langst, en na zijn overlijden kwam er een erfenis waarbij een ander familielid de resterende nalatenschap erfde. Dit was een neef van hen, een zoon van hun tante Maria Lucia Lenaerts. Zij was getrouwd met Godfried Hendrix, en ze hadden zes kinderen, waarvan er één nog in leven was, genaamd Godfried Hendrix. Hij woonde in Montigny in België en was priester. Dat ligt onder Charleroi. Hij kwam de erfenis ophalen.

En dat zou hem kunnen zijn aanname.

In 1901 ongeveer komt de woning op naam van Maria Catharina Lenaerts de weduwe van Gerardus Maas.

Dit is de eerste kadasterlegger van haar, en u kunt zien dat ze dit perceel heeft gekocht in 1901 van legger 156, die nog steeds op naam stond van de familie Lenaerts (Theodoor, Cornelia). Het huis staat nog steeds op B1852, voorheen bekend als B283. Er volgde nog een latere kadasterlegger van haar met veel meer eigendommen, waarschijnlijk na de verdeling van haar ouders.

De volgende bewoners van deze eigendommen zijn hoogstwaarschijnlijk anderen, omdat ze dit gekocht heeft maar er zelf niet gewoond heeft. Haar andere drie kinderen staan ​​niet vermeld in het volgende bevolkingsregister, wat verondersteld dat ze nog steeds bij haar broer Frans Lenaerts woonde. Daarom neem ik aan dat zijzelf ook niet op het adres gewoond heeft, anders zou ze op deze lijst vermeld staan.

In het Bevolkingsregister vanaf 1890 zien we dat in 1907 Frans Voncken en een dochter van de eigenares, genaamd Barbara Maas, hier woonden. Ze zijn hier onder dit blad bijgeschreven om papier te besparen, maar hun huisnummer is veranderd van C16 naar C18 . Op de tweede kadasterlegger van Catrien Lenaerts-Maas (eigenares) staat het huis nog steeds op haar naam tot 1915, en blijft de naam van het huis onder B1852 vallen. Echter, in 1909 wordt de schuur omgebouwd tot woonhuis, dus kan het huisnummer worden gewijzigd. Het eerste kind, Maria Catharina Hubertina Voncken (Trina), is zeker nog in het oude huis B1852 geboren C16, maar dit kan ik niet nagaan Dus rond 1909 is er in de omgebouwde schuur B1848 dus een huis ontstaan ​.

Dit is een kadasterhulpkaart uit 1912, en u kunt zien dat het er ongeveer uitziet zoals het er nu lijkt, met als enig verschil dat de percelen boven B1852 verdwenen zijn. Dus in het jaar 1912 wordt B1852 omgevormd tot een schop en woont men al in de gerenoveerde schuur. B1851 is de woning van Amen. Frans Hubert Voncken, getrouwd met Barbara Maas en hij bouwt zijn nieuwe boerderij rond 1915, volgens het kadaster. Het is mogelijk dat de eerste vijf kinderen van hun hier geboren zijn.

Deze foto is gemaakt bij het nieuwe huis van de familie Voncken-Maas in de Daalstraat. De eerste vijf kinderen, Trina, Nic, Sjeng, Net, zijn hier dus niet geboren. Wel werden Marie, Nellie, Anna en Til hier geboren. Frans Voncken zelf staat op nummer 4 en Barbara Maas op nummer 6.

De volgende bewoners zijn Frens Maas en Maria Josephina Hubertina Crombag. Ze zijn in 1915 getrouwd in Oensel (Schimmert).

Trouwfoto van Frens Maas en Marie Crombag, genomen in Oensel bij de familie Crombag – Duijzens. Dit huis bestaat niet meer.

Van links naar rechts:

  1. Tina Crombag
  2. Jozef Crombag
  3. Sjeng Crombag
  4. Taart Crombag
  5. Mina Crombag
  6. Maria Anna Duijzens
  7. Frens Maas
  8. Marie Crombag
  9. Pieter Antonius Crombag

Vóór hun verhuizing naar de Daalstraat hebben Frens Maas en Marie Crombag ergens anders gewoond, volgens het kadaster zou dit op C59 zijn geweest. Het pand was echter geen eigendom, dus ze hadden er waarschijnlijk gehuurd, en dat was op den Dries. Naar aanleiding van mijn zoektocht in het bevolkingsregister, ben ik erachter gekomen dat ook de familie Dekkers hier gewoond hebben, op adres C18 in de Daalstraat.

Het exacte begin van hun Maas-Crombag intrek is nog niet helemaal duidelijk. Volgens het kadaster is het rond 1921, omdat het dan wordt afgeschreven van zijn moeder en zijn eigendom wordt.

Sjeng Maas trouwt in 1921 in Geleen met Anna Sabilla Keulers, zij overleed bij de geboorte van hun eerste zoon in Catsop. Sjeng Maas was toen 35 jaar oud bij zijn eerste huwelijk.

Anna Sabilla Keulers 

Daarna trouwt Sjeng Maas voor de tweede keer in 1925 in Elsloo met Gertrude Philippen zij is geboren in Munstergeleen. Toen was hij 39 jaar dus vier jaar na zijn eerste huwelijk hij woonde volgens alles toen al op het hof van Catsop.

Gertrude Fhilipen en Sjeng Maas.

We gaan bekijken wanneer zij hun intrede deden in het huis  wat ze noemen het hof van Catsop. Ze hebben het gekocht van een erfenis van Van Hees ik zeg we en dat klopt hij koopt dit niet alleen ik ga alleen het huis bekijken dus niet de landerijen die ze overnamen van Penders de erfgenaam.

Dit is een gedeelte van het Hof van Catsop hier kan men heel ver terug in de tijd mee gaan met dit huis. Ik beperk me met Hendrix daarna Coninx. En later word dit hof bewoond door Van Hees die laatste weten we zeker die andere moet ik nog bewijzen Hendrix dus maar het ziet er na uit dat Coninx een erfgenaam is van Hendrix maar daar komt nog een onderzoek over. Verder is dit pand meerdere malen verbouwd.

Johannes Lambert Penders en zijn echtgenote Maria van Hees (Catsop) dit waren de erfgenamen tenminste Maria van Hees erfde alles wat in het bezit was in Catsop en dat was behoorlijk wat er was in 1909 eerst een inboedelverkoop daarna verhuren ze het en in 1921 verkopen ze het hof ik kom daar zeker nog een keer op terug met de familie van Hees.

We hebben het over familie Maas en deze wat ik kan zien kopen dit.

We zien de eerste kadasterlegger (1921) en hier gaat het over de gehele erfenis van Maria van Hees dus u kan zien Jan Hubert Maas (Sjeng) en consorten dat is Francis Voncken de echtgenoot van Barbara Maas. En er onder staan de broer en zus van Sjeng Maas de eerste is Barbara (Voncken) dan Frens en Marie Maas ze verdelen alles maar het hof gaat naar Sjeng en Barbara dus deze word hier gespitst en dat is tot heden zo. Er worden voor de rest alle eigendommen weer gesplitst.

Marie Maas trouwt in 1922 met Jan Dols ze woonde nog in het ouderlijk huis in de daalstraat en blijft daar ook wonen ze had de zorg nog van haar moeder en haar oom.

V.l.n.r. en van boven naar beneden: J. Thijsen (Genhout), Judith Lenaerts (Pijpers), Hubertien Lenaerts (Knoben), Cornelia Lenaerts (Cobben), Marie Lenaerts (Houben), Pie Dols (broer van de bruidegom).

Tweede rij van boven, v.l.n.r.: Janssen (Neerbeek, echtgenoot van Berb), Berb Lenaerts, Anna Dols, Jan Dols, Maria Maas, Giljam Janssen (Geulle), Marieke Crombag, Frans Maas.

Onderste rij, v.l.n.r.: Snackers (Spaubeek), Dols (vader van de bruid), Caterina Lenaerts (Maas), Pie Maas (zoon van Frens Maas), Frans Lenaerts.

Dit is een trouwfoto van Jan Dols en Marie Maas. Zij was toen 30 jaar oud. Hierop zijn veel mensen te zien die ik heb behandeld van de familie Maas.

De dames Judith, Hubertien, Cornelia, Marie en Berb Lenaerts zijn afkomstig van Theodoor Lenaerts-Duckers, een broer van Catarina Lenaerts en Frans Lenaerts, de eigenaar van het huis in de Daalstraat dat later door de familie Dols werd overgenomen. Theodoor ging aan de overkant van zijn geboortehuis in de Daalstraat wonen.

We zien ook een broer van Marie Maas, Frens Maas, met zijn echtgenote Maria Crombag en hun eerste zoon Pie Maas. Dus op dat moment woonden zij al in de Daalstraat.

Jan Dols komt uit Neerbeek en trouwt dus in bij Marie Maas.

Catarina Lenaerts was getrouwd met Gerard Maas uit Geulle. We zien ook Giljam Janssen, de echtgenoot van Barbara Maas, de zus van Gerard Maas, en de eigenaar van het huis in Moorveld waar de familie Maas een vijfde deel van de erfenis van kreeg.

Catarina Lenaerts overleed in 1935 op 80-jarige leeftijd. Ze heeft haar ouders, haar broer en haar kinderen verzorgd en is niet hertrouwd. Ze is haar hele leven op dezelfde plaats en in hetzelfde huis blijven wonen, met uitzondering van een korte periode na een brand waarbij het huis herbouwd moest worden, waarna ze terugkeerden naar de Daalstraat.

Ze was grootmoeder van meer dan 40 kleinkinderen in Catsop, omdat haar kinderen allemaal in Catsop bleven wonen. Door het opkopen van land door de familie Van Hees, waren ze ook pioniers onder de landbouwers in Catsop.

Catarina had ook nog een broer, Theodoor Lenaerts-Duckers, waarvan drie kinderen ook in Catsop gingen wonen: Cornelia, Judith en Hubertina. Samen hadden zij ongeveer 20 kinderen, waardoor alleen al uit deze twee gezinnen meer dan 60 kinderen (nazaten) voortkwamen. De naam Lenaerts is verdwenen in 2024, maar de naam Maas bestaat nog steeds, zelfs op het hof van Catsop, waar de derde generatie Jan Maas vanaf Geulle woont. De familie Dols heeft ook nog verschillende leden die in Catsop zijn blijven wonen.

Als men de boerderij in de Daalstraat in 2024 bezoekt, zal deze weer zijn overgenomen door een nazaat. Dit gaat dan over een periode van ongeveer 279 jaar onafgebroken, maar het is waarschijnlijk nog langer. Dit kan ik zeker bewijzen.

In de toekomst zullen we deze families apart behandelen. Ik wil iedereen bedanken voor de foto’s, documentatie, verhalen, enzovoort.

Tom Hermans en Annie Daemen op den dries.

Tom Hermans en Annie Daemen, samen met hun twee dochters van links naar rechts: Riet Hermans en Jennie Hermans, woonden op Den Dries. Ze hadden nog meer kinderen, waar we later zeker op terugkomen. Tom is geboren in Geleen en Annie is geboren in Catsop. Zij is de dochter van Greetje Lemmens, te zien op de foto met breiwerk voor een lemen huis. Haar vader was Jan Huber Daemen en zij komt ook uit een groot gezin.

Op de foto links Greetje Lemmens de moeder van Annie Daemen in de deur Net Vranken zei trouwt ook met een Daemen ze is de moeder van An van Toon. En ze was hier omdat er in 1926 een overstroming was in oud Elsloo (onder de Berg) en hun woning onder water stond. Maar Greetje Daemen woonde hier niet.

Sjeng Cobben en Marie Lenaerts en haar familie op den dries Catsop.

De familie Cobben hebben we al behandeld hebt u dat gemist klik op deze link.

Familie Cobben- Lenaerts en nazaten

Sjeng Cobben en Marie Lenaerts trouwden voor de kerk toen Sjeng 30 jaar oud was en Marie 29. Hun huwelijk vond plaats op 10 oktober 1911. In de trouwakte stond een vermelding van dispensatie, waarbij bepaalde verboden of geboden werden opgeheven vanwege de complexe verwantschap in hun familiegeschiedenis.

Er wordt verwezen naar een relatie tussen de grootouders van Sjeng en Marie, waarbij beide grootouders broers waren. Joannes (Jan) Leonard Lenaerts, de grootvader van Sjeng, werd geboren op den Dries, naast de plek waar ze later hun boerderij hadden. Evenzo werd de grootvader van Marie Lenaerts (Cobben), genaamd Joannes Michiel Lenaerts (Michiel), daar ook geboren. Hij trouwde met een Maria Lenaerts, dus ze waren ver weg familie van elkaar.

Er wordt specifiek gefocust op de grootvader van Marie Lenaerts (Cobben), Michiel Lenaerts, wiens vader eigenlijk Leonard Lenaerts heette maar zijn notariële aktes ondertekende als Lendert Leenders (zie familie Cobben en nazaten). Hij trouwde met Maria Lucia Gijsen. De Lenaerts-familienaam verspreidde zich in Catsop en ging generaties lang door, soms ook aangeduid als die van Lenderte, of dat was misschien al zo.

Na de dood van Michiel Gijsen, de vader van Maria Lucia Gijsen, was er een verdeling van eigendommen, beschreven in een ingewikkelde akte die echter niet hier behandeld zal worden vanwege de complexiteit ervan. Michiel Lenaerts ging vermoedelijk in een huis in de Daalstraat wonen, dat afkomstig was van zijn moeder, hoewel dit nog verder onderzocht moet worden. Hij had ook een woning op den Dries.

De grootvader van Marie Lenaerts (Cobben) moest naar de Franse dienst vanwege een loting in Meerssen, aangezien het gebied destijds onder Frans bewind stond.

Deze situatie lijkt te wijzen op een complexe en met elkaar verweven familiegeschiedenis, waarbij relaties, huizen en eigendommen samenkomen in een gelaagde vertelling over de voorouders van Sjeng en Marie.

Hij was ingedeeld bij het 95 regiment de infanterie in linie. Dit regiment is hiervoor in tweeën gedeeld een ging naar Spanje en een naar Duitsland het Duitse leger van Frankrijk een aanname is dat hij bij het laatste zat.  

Hier is de herschreven tekst voor meer duidelijkheid:

In de eerste kolom staan de kenmerken, naam en stamboeknummer 8916 van Jaen Michiel Lenaerst (Michiel). Zijn vader was Leonard en zijn moeder was Marie Lucia Ghijsen (Gijsen). Hij werd op 24 juni 1789 geboren in Elsloo en zijn gegevens werd geregistreerd in het kantoor te Meerssen, departement La Meuse (Maas). Zijn lengte was 1 meter 66 centimeter. Hij had een ovaal gezicht met een bedekt voorhoofd, platte ogen, een gemiddelde mond, een sterke kin, kastanjebruin haar, kastanjebruine wenkbrauwen en als opvallend kenmerk een pokdalig gezicht.

In de tweede kolom staat vermeld dat hij op 13 februari 1813 bij een ander korps kwam, maar de naam van het specifieke 5e regiment is niet te ontcijferen. Hij werd dienstplichtig vanaf 1809 en diende als geweerschutter. Michiel trok lotnummer 117 in het kantoor te Meerssen, departement La Meuse (Maas). Zijn beroep was landbouwer.

Naar mijn onderzoek heeft hij vanaf 1809 gediend in het 2e korps van het Duitse leger in het 95e regiment van de infanterie van Frankrijk. Dit regiment heeft verschillende veldslagen meegemaakt, zoals Essling en Wagram, hoewel het erg lastig is om dit precies uit te zoeken. Ze droegen in ieder geval deze vlag.

Hiervoor was nog een andere.

Voorafgaand aan dit verhaal was er nog een ander verhaal. Michiel Lenaerts moest op een bepaalde dag vanuit Catsop na een oproep naar Meerssen gaan, waar mogelijk een kantoor, maar misschien ook een kerkgebouw was, om zich te melden. Hij was niet alleen; er kwamen mogelijk zo’n 200 mannen om zich aan te melden, afkomstig uit alle dorpen. Eerst werden degenen eruit gehaald die niet konden dienen vanwege bepaalde redenen, zoals lengte, en als kon worden aangetoond dat bijvoorbeeld Michiel, indien een van zijn ouders overleden was en hij verantwoordelijk was voor de zorg van de familie, werd hij vrijgesteld van dienst. De rest moest een lot trekken uit een trommeltje in een molentje. Michiel trok lotnummer 117 en ging met zijn lot in de zaal staan. Vervolgens riep een Fransman bijvoorbeeld van 100 tot en met 200 naar voren te komen, en deze mannen werden gekozen voor de dienstplicht en mochten naar huis, in afwachting van verdere oproepen. We kunnen opmerken dat Michiel ongedeerd terugkeerde, wat destijds niet gold voor iedereen uit Catsop.

Michiel trouwde op 11 januari 1815 met Maria Lenaerts, zij is een dochter van Mathias Lenaerts en Cornelia Hendrix. Ik wil de aandacht richten op de jongste van dit koppel (Michiel en Maria), namelijk Theodoor Lenaerts, ook bekend als Theodorus Leenders, die de vader van Marie Lenaerts van Sjeng Cobben is.

Theodoor Lenaerts trouwde met Maria Catharina Hubertina Driessen, die ook in Catsop woonde maar daar niet geboren was. Ze was de zus van Louiwieke Dreessen op den Dries, waar ook Sjef van Louwieke Dreessen en Frits van Sjef van Louwieke Dreessen bekend zijn. Ik zal deze familie van Theodoor Lenaerts en Maria Driessen niet in zijn geheel behandelen, dat zal ik in een aparte sectie doen.

In ieder geval bouwden Theodoor Lenaerts en Maria Driessen een nieuw huis op den Dries, maar voordien woonden ze ergens anders. De vader van Theodoor, genaamd Michiel Lenaerts, had twee huizen: een op den Dries en een in de Daalstraat. Uit het verleden weten we dat ze ook schuren hebben omgebouwd tot huizen, hoewel zijn adres nog niet te vinden is in het eerste bevolkingsregister.

Dit is het eerste bevolkingsregister vanaf 1881. Normaal gesproken staat hier een adres vermeld, maar helaas ontbreekt dat hier. Wel staan alle kinderen vermeld. Op nummer 5 staat een broer van Theodoor, Joannes Lenaerts, die overleed in 1888. Op nummer 6 staat een neef, de zoon van zijn oudste broer Leonard, genaamd Peter Lenaerts, die naar Duitsland is verhuisd. Ik heb alle memorie van successies van de familie doorgenomen en het kadaster bekeken. Theodoor was al op jonge leeftijd wees; hij was 12 jaar oud toen zijn moeder overleed.

Het huis van Michiel Lenaerts in de Daalstraat werd later overgenomen door zijn schoonzoon Jacob Amen. Op den Dries woonde destijds Theodoor Lenaerts samen met zijn broer en neef Peter, maar mede-eigenaar van het huis was ook zijn zus Margaretha Lenaerts, hoewel zij er niet woonde. Later woonde Theodoor hier met zijn echtgenote Maria Driessen, en zij kregen al hun kinderen in deze woning. Deze woning bestaat niet meer, maar we kunnen de exacte locatie ervan achterhalen via het kadaster.

Toen Michiel Lenaerts, de vader van Theodoor Lenaerts, overleed, werd er een memorie van successie opgesteld. Ik heb een stuk hieruit voor verdere analyse gebruikt.

In 1867 was deze woning in het bezit van Michiel Lenaerts. Later ging hier Theodoor de vader van Marie Lenaerts (Cobben), zijn zoon, wonen, samen met zijn broer. B 1256 betrof de woning, stal en schuur, terwijl B 1255 een schuur en erf omvatte, en B 1254 als boomgaard diende.

Ik bezit kadasterkaarten van 1820 en 1880. Het kadaster vermeldt alle percelen, in dit geval van Theodoor en consorten (deelgenoten), wat Theodoor, Joannes, en Margaretha omvatte. Deze percelen ondergingen veranderingen in de loop der jaren, waar schuren werden omgebouwd tot woningen en vice versa. Echter, wat u straks ziet, bestaat niet meer. In die tijd woonden er voornamelijk leden van de Lenaerts-familie, die allemaal familiebanden hadden. Zowel op de kaart van 1820 als 60 jaar later blijft deze connectie zichtbaar. Dit illustreert dat men historische bezittingen niet snel opgeeft en vaak graag blijft wonen waar hun wortels liggen. De percelen van 1820 zijn nog steeds aanwezig op de kaart van 1880, en ik vermoed dat zelfs voor 1820 er continu aanbouw heeft plaatsgevonden bij de oorspronkelijke ouderlijke woning.

Kadasterkaart van 1880 toont dezelfde percelen als die van 1820, maar ze ondergaan wel veranderingen, van schuur naar huis of vice versa.

Theodoor Lenaerts woonde op perceel B 1256, waar zich het huis, de stal en de schuur bevonden. Op B 1255 stond zijn schuur, die in het verleden dienst deed als woning. B 1259, voorheen B 1254, was eerder een boomgaard en lijkt te zijn veranderd of verkocht. Op B 1257 bevond zich een huis en erf, en op B 1258 stond een stal en schuur. B 1260 diende als tuin. Deze eigendommen waren destijds in het bezit van Mathijs Lenaerts, gehuwd met Lucia Bours.

Dus Marie Lenaerts, de echtgenote van Sjeng Cobben, is geboren op perceel B 1256.

Op de Street View-foto heb ik een kruis geplaatst om het te vergelijken met de kadasterkaart en een beeld te schetsen van hoe de omgeving er vroeger uitzag. Op de locatie van het kruis kon men in het verleden naar voren lopen en kwam men uit op een erf, omringd door huizen en schuren. Het voorste gebouw stond in lijn met de weg; net zoals de weg naar links afboog, liepen ook de woningen en schuren aan de voorkant in die richting.

De woning van Theodoor Lenaerts, de vader van Marie, bevond zich links langs de weg. Aan de andere zijde, rechts vam het kruisje van de weg, stond de woning van Mathias Lenaerts en Lucia Bours. Interessant is dat Sjeng Cobben en Marie Lenaerts destijds eigenlijk buren waren. Dus, de woning die vroeger van Mathias Lenaerts was en rechts van het kruis staat, bestaat nog steeds.

De woning aan de rechterkant werd later eigendom van de Pieter Hertzig- Margaretha Lenaerts, die voorouders zijn van de huidige bewoners aan de vrouwelijke kant. Het is opmerkelijk hoe deze geschiedenis doorgegeven is aan de huidige generatie. Margaretha Lenaerts was een zus van Theodoor Lenaerts.

In het bevolkingsregister vanaf 1890 staat vermeld dat ze een nieuw huis kregen op C. no. 65. Marie Lenaerts verhuisde naar dit nieuwe huis toen ze ongeveer 15 jaar oud was.

En dat is deze woning.

Ik kom daar zeker met een ander deel er op terug want Marie had nog meer zussen en broers die in Catsop bleven en die ga ik allemaal behandelen. Een paar noem ik wel Louwieke de boer uit Elsloo en Frits Lemmens (schoonbroer) uit het amsterveld , Josephus Janssen (schoonbroer) uit België

Nu we weten waar Marie Lenaerts is geboren en gewoond heeft gaan we naar de woning waar ze gaat wonen met Sjeng Cobben op den Dries namelijk in het geboortehuis van Sjeng Cobben.

Hieronder volgt de stamboom gemaakt door John Savelkoul en heeft mij toestemming gegeven tot plaatsing. We gaan ze apart nog behandelen wat we er van af weten met foto’s.

Afstammelingen van Jan Joseph Cobben Tot de kinderen. Jan Joseph Cobben, geboren 17 september 1881, Elsloo, overleden 6 juni 1954, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 72 jaar oud) . Gehuwd 6 oktober 1911, Elsloo, met Maria Catharina Margaretha Lenaerts, geboren 9 juni 1882, Elsloo, overleden 17 december 1956, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 74 jaar oud) … en hun kinderen :

Nicolaas Hubert (Nic), geboren 26 februari 1912, Elsloo, overleden 25 december 1995, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 83 jaar oud) . Gehuwd 16 juni 1941, Beek, , , Limburg, Nederland, metMaria Philomena Hoven, geboren 30 mei 1917, Beek, , , Limburg, Nederland, overleden23 juli 1999, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 82 jaar oud) .

 Maria Barbara (Marie), geboren 31 oktober 1914, Elsloo, overleden 25 juni 2000, Geleen (leeftijd bij overlijden: 85 jaar oud) . Gehuwd 11 november 1939, Oetingen, , , Vlaams-Brabant, België, met Edgard Louis Lavain, geboren 19 juli 1919, Leerbeek, , , Vlaams-Brabant, België, overleden25 oktober 1982, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 63 jaar oud) .

 Hubertina Tina, geboren 27 juli 1916, Elsloo, overleden 6 november 1988, Stein, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 72 jaar oud) . Gehuwd 17 juni 1941, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metGerardus Hubertus Smeets, geboren 6 april 1919, Meers, , , Limburg, Nederland, overleden27 juni 1945, Meers, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 26 jaar oud) . Gehuwd 1 juli 1947, Stein, , , Limburg, Nederland, metJacobus Hubertus (Sjaac)c) Hendrix, geboren 29 juli 1916, Peij-Echt, overleden 26 februari 1990, Stein, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) .

 Anna Maria (Annie), geboren 1 augustus 1918, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden30 januari 2003, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 84 jaar oud) . Gehuwd 6 juni 1942, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metWilhelmus Godefridus Guillaume Savelkoul, geboren 12 april 1915, Stein, , , Limburg, Nederland, overleden 10 augustus 1998, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 83 jaar oud) .

 Barbara Hubertina (Bertha), geboren 26 november 1920, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden26 maart 1994, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) . Gehuwd 9 december 1938, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metJohannes Hubertus (Jan) Decker, geboren 13 september 1913, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden 20 mei 1976, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 62 jaar oud) .

 Maria Hubertina Josephina (Fien), geboren 16 november 1923, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden28 juni 2014, Sittard (leeftijd bij overlijden: 90 jaar oud) . Gehuwd 28 januari 1949, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metMathias Franciscus (Frans) Petri, geboren 30 juni 1915, Geleen, , , Limburg, Nederland, overleden31 december 1993, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 78 jaar oud) .

Corrie, geboren 1 april 1926, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden28 januari 2000, Geleen (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) . [Notitie8]

 Godefridus (Frits), geboren 27 december 1927, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden15 januari 1997, Elsloo, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 69 jaar oud) . Gehuwd 15 juli 1955, Stein, , , Limburg, Nederland, metElisabeth Hubertina (Lies) Driessen, geboren 29 juli 1928, Stein, , , Limburg, Nederland, overleden21 december 2021, Beek, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 93 jaar oud) . Totaal: 8 personen (zonder echtgenoten).

 voorgesteld door Geneanet – Stamboom : John SAVELKOUL – https://gw.geneanet.org/stamboom45

Dus eerst ga ik terug naar den dries waar Sjeng Cobben geboren is en zijn echtgenote Marie destijds zijn buurmeisje was.

Aan de rechterkant, waar de poort open staat, stond vroeger de woning van Sjeng en Marie Cobben-Lenaerts, terwijl aan de linkerkant, waar dat kleine witte stalletje staat, zich destijds een andere woning bevond waar Marie Lenaerts geboren is.

Hun eerste kind werd geboren in 1912, toen zijn vader Nicla Cobben en een zus Lena Cobben nog in de woning woonden. Het lijkt me echter onwaarschijnlijk dat dit gezin ook nog daar verbleef, hoewel alles mogelijk is. Ik vermoed eerder, maar kan dit niet bewijzen, dat Sjeng elders heeft gewoond, mogelijk bij zijn schoonouders of in de Daalstraat. Zijn vader bezat nog steeds deze woning, wat logischer lijkt in het verhaal. Maar vooralsnog kan ik dit niet concreet bewijzen.

Afstammelingen van Jan Joseph Cobben Tot de kinderen. Jan Joseph Cobben, geboren 17 september 1881, Elsloo, overleden 6 juni 1954, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 72 jaar oud) . Gehuwd 6 oktober 1911, Elsloo, met Maria Catharina Margaretha Lenaerts, geboren 9 juni 1882, Elsloo, overleden 17 december 1956, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 74 jaar oud) … en hun kinderen :

Paspoort Sjeng Cobben . En John Savelkoul heeft er nog een foto bij geplaatst

Paspoort Marie Lenaerts hier eveneens een jongere foto rechts er bij geplaatst

Sjeng Cobben zat ook in de fanfare .

Helemaal links boven staat Sjeng Cobben  op 18 jarige leeftijd en zijn broer Sjaack hoorde bij de oprichters op stoel staande Jac. Cobben

Dit bericht is van 1939 Sjeng zat in de gemeente raad maar ik las al berichten van hem uit de twintiger jaren en toen nam hij al besluiten. 

Foto 1949 40 jarig bestaan boerenleenbank Elsloo.

Achter van links naar rechts C.Goossens, J.Peters, J Cobben (Sjeng) leden bestuur J.Maas lid raad van toezicht M.Lensen en lid van het bestuur.

Voor van links naar rechts L.Goossens , lid raad van toezicht , W Voncken kassier P.F. Paumen voorzitter bestuur J.Cobben (Sjaack) voorzitter raad van toezicht. Dus de gebr. Cobben waren hier ook present. Sjeng en Sjaak zijn twee broers.

Het gezin Cobben-Lenaerts

Kinderen van fam. Sjeng Cobben en Maria Lenaerts

1 Anna Maria (Annie) Cobben * Elsloo 01-08-1918 † Sittard 30-01-2003 X Elsloo 05-06-1942
   met Wilhelmus Godefridus (Guillaume) Savelkoul * Stein 13-04-1915 † Geleen
  10-08-1998
2 Godefridus (Frits) Cobben * Elsloo 27-12-1927 † Elsloo 15-01-1997 X te Stein 15-07-1955
   met Elisabeth Hubertina (Lies) Driessen * Stein 29-07-1928 † Beek 21-12-2020
3 Jan Joseph (Sjeng) Cobben * Elsloo 17-09-1881 † Elsloo 06-06-1954 X Elsloo 06-10-1911
    met Nr 5
4 Maria Hubertina Josephina (Fien) Cobben * Elsloo 06-11-1923 † Sittard 28-06-2014
   X Elsloo met Mathias Franciscus (Frans)  Petri * Geleen 30-06-1915 † Geleen 31-12-1993
5 Maria Catharina Margaretha Lenaerts * Elsloo 09-06-1882 † Elsloo 17-12-1956 X met Nr.3

6 Corrie Cobben * Elsloo 01-04-1926 † Geleen 28-01-2000 Ongehuwd.
7 Nicolaas Hubert (Nic) Cobben * Elsloo 26-02-1912 † Geleen 25-12-1995 X Beek
  16-06-1941 met,Maria Philomina Hoven * Beek 30-05-1917 † Sittard 23-07-1999
8 Maria Barbara (Marie) Cobben * Elsloo 31-10-1914 † Geleen 25-06-2000 X te Oetingen (B)
   met Edgard Louis Lavain * Leerbeek (B) 19-07-1919 † Elsloo 25-10-1982
9 Hubertina (Tina) Cobben * Elsloo 27-07-1916 † Stein 06-11-1988 X 1e huw. Elsloo
  17-06-1941 met Gerardus Hubertus (Hub) Smeets * Meers/Stein 06-04-1919 † Meers/Stein
   28-06-1945 (bij Smokkelen  doodgeschoten) 2e huw. Stein 01-07-1947 met Jacobus
   Hubertus (Sjaac) Hendriks * Peij / Echt 29-07-1916 † Stein 26-02-1990
10 Barbara Hubertina (Bertha) Cobben * Elsloo 26-11-1920 † Sittard 26-03-1994 X Elsloo
   09-12-1938 met Johannes Hubertus (Jan)  Decker * Elsloo 13-09-1913 † Sittard

Kinderen van Sjeng Cobben en Maria Lenaerts

1 Marie Cobben * Elsloo 31-10-1914 † Geleen 25-06-2000 X te Oetingen (B) 11-11-1939
   met; Edgard Lavain
2 Corrie Cobben * Elsloo 01-04-1926 † Geleen 28-01-2000 (ongehuwd)
3 Annie Cobben * Elsloo 01-08-1918 † Sittard 30-01-2003 X te Elsloo 06-06-1942 met;
   Guillaume Savelkoul
4 Nic Cobben * Elsloo 26-02-1912 † Geleen 25-12-1995 X te Beek 16-06-1941 met;
   Philominia Hoven
5 Frits Cobben * Elsloo 27-12-1927 † Elsloo 15-01-1997 X te Stein 15-07-1955 met;
   Lies Driessen
6 Fien Cobben * Elsloo 16-11-1923 † Sittard 28-06-2014 X te Elsloo 28-01-1949 met;
   Frans Petri
7 Tina Cobben * Elsloo 27-07-1916 † Stein 06-11-1988 X te Elsloo 17-06-1941 met;
   Hub Smeets * Meers 06-04-1919 † Meers 27-06-1945
   2e huwelijk Stein 01-07-1947 met; Sjaac Hendrix Peij/Echt
8 Bertha Cobben * Elsloo 26-11-1920 † Sittard 26-03-1994 X Elsloo 09-12-1938 met;
  Jan Decker

John Savelkoul heeft er alle namen en datum bijgezet.

We gaan nu alle kinderen individueel behandelen en het foto materiaal en documentatie wat aanwezig is aan te vullen afkomstig van Jhon Savelkoul.

1 Nic Cobben

Nicolaas Hubert (Nic), geboren 26 februari 1912, Elsloo, overleden 25 december 1995, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 83 jaar oud) . Gehuwd 16 juni 1941, Beek, , , Limburg, Nederland, met Maria Philomena Hoven, geboren 30 mei 1917, Beek, , , Limburg, Nederland, overleden 23 juli 1999, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 82 jaar oud) .

De trouwfoto van Nick Cobben en Philomina Hoven en John Savelkoul is begonnen met namen van boven van links naar rechts.

2 Marie Cobben

Maria Barbara (Marie), geboren 31 oktober 1914, Elsloo, overleden 25 juni 2000, Geleen (leeftijd bij overlijden: 85 jaar oud) . Gehuwd 11 november 1939, Oetingen, , , Vlaams-Brabant, België, metEdgard Louis Lavain, geboren 19 juli 1919, Leerbeek, , , Vlaams-Brabant, België, overleden25 oktober 1982, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 63 jaar oud) .

Het gezin Lavain- Cobben

3 Tina Cobben

Hubertina Tina, geboren 27 juli 1916, Elsloo, overleden 6 november 1988, Stein, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 72 jaar oud) . Gehuwd 17 juni 1941, Elsloo, , , Limburg, Nederland, met Gerardus Hubertus Smeets, geboren 6 april 1919, Meers, , , Limburg, Nederland, overleden27 juni 1945, Meers, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 26 jaar oud) . Gehuwd 1 juli 1947, Stein, , , Limburg, Nederland, metJacobus Hubertus (Sjaac)c) Hendrix, geboren 29 juli 1916, Peij-Echt, overleden 26 februari 1990, Stein, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) .

En An kon wel eens een zus zijn van Pieke achter de Pool (Bours)

We weten dat Tina twee keer getrouwd was en we gaan de eerste touwfoto bekijken deze is afkomstig van mijn oom Gus Cobben .

Trouwfoto Tina Cobben en Hub Smeets Elsloo 17-06-1941

1 Joannes Hubertus Smeets * Stein 30-08-1885 X Stein 27-09-1907 met;
2 Maria  Christina Delbressine * Stein 16-01-1888
3 Jan Joseph (Sjeng) Cobben * Elsloo17-9-1881 † Elsloo 6-6-1954 X Elsloo 06-10-1911 met;
4 Maria Catharina Margaretha Cobben Lenaerts * Elsloo 9-6-1882 † Elsloo17-12-1956
5
6 Frits Lemmens Catsop 02-03-1875 overleden 25-10- 1952 echtgenoot van maria cornelia hubertina Lenaerts 
7
8 Gerardus Hubertus (Hub) Smeets * Meers/Stein 06-04-1919 † Meers/Stein  28-06-1945
  (bij Smokkelen  doodgeschoten)  X Elsloo17-06-1941 met;
9 Hubertina (Tina) Cobben * Elsloo 27-07-1916 † Stein 06-11-1988 X Elsloo17-06-1941 met 10
11 Jan Jacob Cobben Catsop 03-01- 1883 overleden 09-04-1960
12 Maria Cornelia Lenaerts Catsop 05-10-1889 overleden 02-05-1974
13 Anna Maria (Annie) Cobben * Elsloo 01-08-1918 † Sittard 30-01-2003 X Elsloo
     05-06-1942 met Nr. 20
14 Corrie Cobben * Elsloo 01-04-1926 † Geleen 28-01-2000 Ongehuwd.
15 Maria Hubertina Josephina (Fien) Cobben * Elsloo 06-11-1923 † Sittard 28-06-2014
16
17
18 Nicolaas Hubert (Nic) Cobben * Elsloo 26-02-1912 † Geleen 25-12-1995 X Beek
    16-06-1941 met,
19 Maria Philomina Hoven * Beek 30-05-1917 † Sittard 23-07-1999
20 Wilhelmus Godefridus (Guillaume) Savelkoul * Stein 13-04-1915 † Geleen
    10-08-1998

Tweede Huwelijk.

V.L.N.R. Fien Cobben- Petri Sjaak Hendrix Tina Cobben  ?

Tina  Cobben en Sjaak Hendrix  en het gezin Hendrix

4 Annie Cobben

 Anna Maria (Annie), geboren 1 augustus 1918, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden30 januari 2003, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 84 jaar oud) . Gehuwd 6 juni 1942, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metWilhelmus Godefridus Guillaume Savelkoul, geboren 12 april 1915, Stein, , , Limburg, Nederland, overleden 10 augustus 1998, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 83 jaar oud) .

Verder met Anne Cobben moeder van Jhon Savelkoul

Ik maak hier weer de opmerking en ik denk dat wel zal kloppen rechts An Bours de zus van Pieke Bours die woonde van hier uit links dus ze waren buren destijds.

5  Bertha Cobben

Barbara Hubertina (Bertha), geboren 26 november 1920, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden26 maart 1994, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) . Gehuwd 9 december 1938, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metJohannes Hubertus (Jan) Decker, geboren 13 september 1913, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden 20 mei 1976, Sittard, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 62 jaar oud) .

Hier staan dus twee broers Decker op hun vader is geboren in Meerssen en is met zijn echtgenote Paulussen geboorte van Elsloo in haar geboortehuis gaan wonen in op de berg en die woning is er niet meer. Jan Decker is nog wielrenner geweest bij de bergklimmers opgericht in Catsop.

Opa is Sjeng Cobben

6   Fien Cobben

Maria Hubertina Josephina (Fien), geboren 16 november 1923, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden28 juni 2014, Sittard (leeftijd bij overlijden: 90 jaar oud) . Gehuwd 28 januari 1949, Elsloo, , , Limburg, Nederland, metMathias Franciscus (Frans) Petri, geboren 30 juni 1915, Geleen, , , Limburg, Nederland, overleden31 december 1993, Geleen, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 78 jaar oud) .

Fien Cobben

7 Cor Cobben

Corrie, geboren 1 april 1926, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden28 januari 2000, Geleen (leeftijd bij overlijden: 73 jaar oud) .

Cor Cobben

Kranten artikel uit 1963

Corrie kreeg een televisietoestel geschonken door de stichting voor lichamelijk gehandicapten, met als doel de wereld binnen te brengen bij Mej. Cobben, die niet in staat was de wereld buiten haar kamer te ervaren. Veel jongeren in Catsop kwamen bij haar thuis televisiekijken, waardoor haar huis vaak vol zat. Zij was een van de eersten die zo’n toestel bezat. Ik herinner me ook nog dat als Cor weg moest, haar broer Frits haar met behulp van een trapwagen op de weg hielp, omdat ze zelf niet in staat was om met haar wagen de weg op te gaan.

8  Frits Cobben

 Godefridus (Frits), geboren 27 december 1927, Elsloo, , , Limburg, Nederland, overleden15 januari 1997, Elsloo, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 69 jaar oud) . Gehuwd 15 juli 1955, Stein, , , Limburg, Nederland, met Elisabeth Hubertina (Lies) Driessen, geboren 29 juli 1928, Stein, , , Limburg, Nederland, overleden21 december 2021, Beek, , , Limburg, Nederland (leeftijd bij overlijden: 93 jaar oud)

Frits Cobben

Oma is Marie Lenaerts (Cobben)

John Savelkoul had nog een aantal school foto’s die ik hieronder plaats .

Oma Cobben is Marie Lenaerts

Hier staat een historische foto waarop Marie Lenaerts (Cobben), samen met een aantal van haar kinderen, voor de deur poseren. Hoewel de deur niet meer bestaat, is het interessant om te weten dat de voorouders van beiden door deze deur liepen, waaronder de schoonvader van Marie Lenaerts en vader van Sjeng Cobben, Nicolaas Cobben, en Berb Lenaerts. Nog verder terug in de geschiedenis vinden we de grootouders van Berb Lenaerts (Cobben) , Reinier Janssen, en Barbara Houben. Daarvoor gaan we terug naar de tijd van Christiaan Bovens en Betrix Clermon uit de Franse tijd. Nog eerder, in de tijd van Christiaan Bovens, zien we Servatius Bovens en Gertrude Lenaerts, en dan komen we weer uit bij de Lenaerts-familie. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit de oorspronkelijke bewoners van dit pand zouden kunnen zijn en wel tot de 17 eeuw maar dat blijft een aanname. Maar alle aanwijzingen wijzen naar deze familie.

Ik wil John Savelkoul van harte bedanken voor deze bijdrage aan foto’s en documentatie top bijdrage. 

De meisjes Tilmans daalstraat Catsop

Links Lies midden Fientje en rechts Marie

Hun ouders waren Sjef Tilmans en Til Smeets. Sjef Tilmans woonde naast zijn broer Nicla Tilmans, en ze hadden nog een zus, Anna Tilmans. Ze zijn allemaal geboren in het voorste huis in de Daalstraat. Als u hierin geïnteresseerd bent, raad ik u aan om naar “Fam. Cobben en nazaten” te kijken in Catsop, waar ik kort uitleg welk huis Sef, Nicla en Anna zijn geboren. Hun vader, de grootvader van deze meisjes, is geboren op het einde, waar dat huis nog steeds staat. Dit is slechts een beknopt stukje familiegeschiedenis.

Sjef Tilmans, de vader, was naast landbouwer ook metselaar en heeft heel wat woningen en stallen gemetseld in Catsop. Zijn vaste handlanger was Hub Dols, die me dat heeft verteld. Ik weet dus niet zeker of hij destijds zijn eigen boerderij heeft gebouwd. Als u meer wilt weten over de familie Smeets waar zij ook op staan, klik dan op onderstaande link.

50 jarige bruiloft Smeets-Spronkmans

Ze hadden nog broers zoals Sjeng, Pieke, Sjefke, en Col, en er zal zeker nog een vervolg komen. Want wie in Catsop herinnerde zich Pieke en Sjefke niet? Pieke met de witte pony komt nog voorbij.

Rechts is de boerderij van Sjef en Til Tilmans -Smeets en waar u tegenaan kijkt was het ouderlijk huis van Sjef, Nicla en Anna Tilmans.

Leen Esser en Kwab Paulissen

Links Harrie Driessen dan Leen Esser en Kwab Paulissen

Leen Esser, zoals mij verteld is, kwam naar Catsop door een vijftigjarig huwelijksfeest, waar ze de heer Jan Theodoor Hubert Hendrix ontmoette en met hem trouwde. Ze trok in bij zijn ouderlijk huis, dat al eeuwenlang in handen was van de familie Hendrix. Als je teruggaat in de geschiedenis, kom je zelfs Pieter Hendrix tegen, een gevluchte Bokkenrijder die later terugkeerde.

Helaas overleed haar man op jonge leeftijd, slechts 39 jaar oud, in het ziekenhuis Calvariënberg, naar verluidt aan nierfalen. Leen stamde af van een familie van brikkebekkers en had nog een broer die in Stein woonde.

Gezien de verschillende omstandigheden van die tijd en haar achtergebleven situatie met drie jonge kinderen, hertrouwde ze eerst met Godfried Lenaerts, de buurman. Helaas stierf ook deze partner vroegtijdig. Vervolgens trad ze in het huwelijk met Kwab Paulissen uit Uikhoven, een oude veteraan die had gevochten in de Eerste Wereldoorlog, in de buurt van Ieper. Hij had daar mensonterende omstandigheden meegemaakt, wat hem gevormd had zoals hij was. Over zijn ervaringen praten was moeilijk voor hem; het bracht hem vaak tot tranen, dus men vermeed dit onderwerp.

Samen kregen ze nog drie kinderen. Ik zal later zeker nog meer over dit echtpaar vertellen.