De Bonger Sisters, Agnes, Martha en Mien (later werd dit Helmie) Bongers, groeiden op in een gezin van negen kinderen. Hun ouderlijk huis lag in Catsop, Op het Einde 37, net op de splitsing van de Horsterweg en Het Einde. Dit is ook het ouderlijk huis van hun moeder, Martha Gillissen, geboren in Catsop in 1917. Hun vader, Pie Bongers, is geboren in Nederweert in 1916. Het paar is getrouwd in 1941.
We maken een sprong naar 1963 met een foto van de Mandolinata. Deze foto staat op ‘Info Elsloo’. Als u nog namen weet ga naar Info Elsloo Nostalgie-Beeldmateriaal en kijk naar de onderstaande titel en vul de namen in bij de reactie
1963 MANDOLINATA
Op de tweede rij van beneden op de tweede plaats van links staat (waarschijnlijk) Martha, op vijfde plaats Mien Bongers en op de vierde rij op plaats vier staat Agnes Bongers. De dirigent Piet Berx staat helemaal links op de vierde rij. Hij adviseerde Die Drei eens aan een talentenjacht mee te doen. Ze deden dat en wonnen hun eerste in Nieuwdorp.
een rubriek uit de krant hier onder 23-06-1966
U kunt lezen dat Mej. Tieman, de ‘ontdekker’ van Die Drei, in de jury zat. Haar man runde in die tijd het Limburgs platenhuis in Geleen.Hun dochter Margo, ook wel ‘Mops’ genoemd, deed de fanclub. Zij verstuurde kaarten etc. . Een voorbeeld daarvan hier beneden.
Hun eerste singel
als men klikt op het pijltje kan men deze nog eens beluisteren de eerste is Oh Jhonny Boy en de tweede is Kinder ist das wandern schun
Hier onder hun eerste t,v, optreden 26-08-1966
het commentaar van Dj/ Cees van Zijtveld zie foto was lovend
Na hun eerste t.v. debut waren ze hieronder actief op een talenten jacht met Irene Lardenoye (Miss Talent) in 16-09-1966
Enkele optredens van hun in 1966
We gaan naar het jaar 1967
Een rubriek uit de krant van 21-09-1967
Wann kommst du wieder hun nieuwe singel geschreven door Ma Bongers en de compositie is van Agnes
0p 23 -12-167 hun optreden bij de boertjes van buuten onder leidindg van Kees Schilperoort
afbeelding Kees Schilperoort
hieronder een van hun eerste optredens in Lindenheuvel 1967 en let eens op de openingstijden
1968
zoals u ziet werd hun naam voor een keer veranderd the revalation en zongen ze de blues ik heb geprobeerd hier opnames van te krijgen maar helaas niks vast gelegd.
Hieronder Herman Stok
1969
Dit nummer no no no hebben ze ook in een nederlandse versie gemaakt en op heden nog altijd gedraaid in het noorden .
Hieronder de nederlandse versie van no no no
1970
1970 komt ook hun langspeelplaat uit Happy Days onder de naam The Bongersisters
hier een paar plaatjes van deze lp
Ich liebe eine zirkusclown
Gut und geld
Ha ha ha ha ha
In het jaar 1971 hebben ze nog een tour gehad door Azië met een noodlanding in Japan we kregen nog een kaartje thuis van hun uit Japan
Daarna is Agnes solo verder gegaan en ze treed nog steeds op onder de naam van Diana Ring
Als er mensen zijn die nog iets willen toevoegen over de Bonger sisters dat kan ik ben nog op zoek naar optredens van hun op beeld misschien heeft er iemand nog een opname dan zal ik die graag erbij plaatsen als er nog iemand is die nog een singel van hun heeft en die wil afstaan houd ik me aanbevolen .
Mijn grote dank gaat uit naar Stefan Penners Wiel Mesters Die Drei
De afbeelding hiernaast toont de publicatie van een openbare verkoop van veldvruchten. Deze verkoop vond plaats in opdracht van Nicolas Cobben en kinderen, wonende Op den Dries. Nu het gaat om veldvruchten en niet om de percelen zelf en ook door tussenkomst van de notaris, is moeilijk te achterhalen wat de reden van de verkoop is. Wetenswaardigheden ten aanzien van deze familie heb ik besproken bij ‘ Cobben –Lenaerts’ ; ik verwijs daarnaar.
Ik kreeg deze advertentie en wil ze op aantal punten graag wat meer toelichten. Ik beperk tot de verkoop in opdracht van Nic. Cobben .
Allereerst de locatie waar in Catsop deze verkoop werd gehouden. Vermeld staat: bij wed.M.Lemmens –Claessen. Zij was de echtgenote van Thies Lemmens en daar komt ook de benaming ‘die van Thiese’ vandaan. De herberg annex winkel lag Op den Dries (zie foto aan de rechterzijde). De winkel is later nog overgenomen door Wies Willems, in de volksmond ‘Wies van Thiese’.
De koleniale winkel aan de rechter kant ze verkochten koffie thee en tabak (fam.Lemmens ) Geheel links vooraan staat Berp Hendriks de vrouw van Sjengske Daemen (berp oet de gats) in de deuropening staat haar zoon Jan Daemen met zijn vrouw Ida Engelen de man met fiets zou Jan Martens moeten zijnAnna Maria Margretha Claessen wed. van Thies Lemmens
Binnenkant van de winkel achter de toonbank Nelia Lemmens dochter van wed. Marie Lemmens-Claessen .Nelia is later getrouwd met de heer Klinkers
In de advertentie staan maten vermeld zoals ‘roede’ (dialect: ‘rooj’), een maat die in beginsel afgeleid is van de ‘voet’. Een voorbeeld ter vergelijking: een normaal voetbal veld is ongeveer 6000 vierkante meter en is dus – zoals hieronder toegelicht- 300 kleine roeden.
Desgevraagd heeft Claessen hierover de volgende uitleg gegeven.
Een kleine roede is plus minus 20 vierkante meter, maar dat kon per plaats iets verschillen. In Elsloo zou dat 20.7 vierkante meter bedragen. In Stein rekende men met 19.8 vierkante meter. In het algemeen werd 20 vierkante meter aangehouden. Had men een perceel van 2000 vierkante meter, noemde men dat een morgen (dialect: mörge; gebied dat vroeger op één morgen kon worden geploegd). Bij 4 morgen werd gesproken van een ‘bunder’. Bij 5 morgen sprak men in latere tijden van 1 hectare. In het Elserheide waren vrijwel alle percelen 1230 vierkante meter en sprak men van 60 roeden. In Elserveld of Heiberg kwam nog een aparte maat voor, namelijk een ‘perk’. Deze had een grootte van 112 kleine roede of na een deling een half perk wat uiteraard 56 kleine roeden waren. Deze maatvoering kwam alleen in Elsloo voor. Kwam je in Geulle sprak men over een grote roede wat 20 maal de oppervlakte van de kleine roeden was dus 414 vierkante meter hier was ook 5 roeden een morgen. Doch men rekende 24 roeden voor 1 hectare en niet 25. Dit had te maken met de 414 vierkante meter per roede.
Er staan verschillende namen op het pamflet die ik probeer in kaart te brengen maar alles is onder voorbehoud. Als iemand hier iets meer van weet zou ik dit graag verbeteren. Sommige namen zijn vanzelfsprekend, andere kunnen daarvan afwijken. Ik heb hier ook Jan Claessen over gevraagd en we kwamen samen tot de volgende conclusie.
Beckers is mogelijk de grootvader van Ben Frederix, voormalig ijzerwinkel Koolweg, nu Leenhouts.
J.Taaimans woonde vroeger in de Dorpstraat.
Jac.Peters is mogelijk Sjaak van Kwebbekes.
Haenen woonde vroeger in de Dorpstraat.
Jan Wanten; dit kan alle kanten op: kan in het Terhagen zijn maar kan ook en meest voor de hand liggend de vader van de moeder van Alber Cremers Op den Dries. Het is me in de overleving verschillende malen verteld dat deze woning het oorspronkelijk huis is van Wanten. Maar deze Jan is in 1917 overleden. Verder vind ik een zoon van hem: Johannes Petrus Hubertus Wanten uit Terhagen.
H.Meessen komt uit het Terhagen.
Fr.Lenaerts is mogelijk Frans Lenaerts, in de volksmond Frens van de Leenderte
Lemmens is de vader van Tjeu Lemmens, de man van Lies van Steps
Godfried Cremers is waarschijnlijk de vader van Albert Cremers Op de Dries, immers de vader van Chielke Kremers, Het Einde, schreef zich Godefried Kremers met een ‘k’ .
W.Engelen is de vader van Door Engelen in de Daalstraat.
H.Peerbooms is Huub Peerbooms, Het Einde, waar nu Jan Ackermans woont en tevens een kleinzoon is. Zo ook Lucie Vaessen (Kleindochter)
P.Hertzich is grootvader van de familie Bekkers met ‘kk s’. Een dochter van hem was getrouwd met een Bekkers en is dus de opa van Tjeu Bekkers (snieder) en Pie Bekkers etc.
N.Tilmans en J.Tilmans: spreekt voor zich en woonden in de Daalstraat
Th.Bours dat kunnen er meerdere zijn: de vader van Pieke achter de pool Op den Dries of de vader van Sjeng, Pie etc. Bours, Daalstraat (timmerwerkplaats).
Wed.Evertz woonde vroeger op de heide nu Sanderboutlaan.
J.Fredrix is een moeilijke maar zoals u ziet staat er niet ‘Frederix’ maar met e minder en dan kom ik uit bij Fredrix-Smeets. Joannes Hubertus Fredrix was getrouwd met Anna Mechtildes Smeets, dochter van Sjeng Smeets, Het Einde, met als dochter Greetje.
J.Cobben kan Sjeng, Op den Dries zijn, vader van Fritske of Sjaak Cobben mijn opa.
J.Smeets is Sjeng Smeets, Het Einde, was getrouwd met Schutgens, een kleinkind is b.v. An van Schendel.
J.Achten is mogelijk Kwab Achten, de opa van b.v. Jan en Huub Spronkmans. Zijn later in Catsop komen wonen in het huis van Amen, gelegen naast het huis waar Jan Claessen nu woont en is afgebroken.
C.Bartels is Cornelis Bartels van de Gellik hij is de vader van b.v. Gus Bartels en voor het makkelijker te maken de opa van Marthe Bartels .
F.Pijpers kan ik niet thuisbrengen.
C.Dobbelstein is Chris van de Dobbele café in de Dorpstraat.
H.Hermans is Harrie van Betteke Lemmens.
W.Janssen is vermoedelijk Willem Op het Veldje.
M.Amen is mogelijk de vader van Pie Amen en grootvader van Jan Pijpers bij de kapel.
Waar in Catsop de in de publicatie genoemde velden waren gelegen is niet makkelijk te traceren. Enkele kaarten van Catsop zijn bijgevoegd waar men deze in ieder geval indicatief kan terug vinden. Soms lagen die velden zo klein en kort naast elkaar dat men bij de andere over het veld moesten lopen om bij hun eigen veld te komen. Dat is ook de reden dat bij sommige percelen staat dat ze bereikbaar waren vanaf de weg.
Aan de rechterkant bij de knup is rechts onder en op den heuvel
Hier onder een gedeelte van een kadasterkaart uit 1815 rechtsonder ziet men de dries liggen dit ter ondersteuning van waar je bent en ziet men hoe de percelen er uit zien ieder perceel is omlijnd dus eigendom van iemand en kan men ook goed zien dat niet ieder perceel aan de weg ligt dus moesten ze over het veld lopen van de buren om op hun stuk te komen
Hier onder een paar personen die genoemd zijn van boven links naar rechts Sjef Tilmans Nick Tilmans Huber Peerbooms Pie Lemmens (onder voorbehoud) tweede Rij Cornelis Bartels Frans Lenaerts onderste rij Godfried Cremers Haenen Sjeng Smeets W. Janssen (op het veldje )
Verder voor velden in Elsloo verwijs ik naar onderstaande link. Guus Peters vertelt waar deze velden gelegen hebben.
Er is al veel over de kapel geschreven. In het boek van Catsop staat een mooie rapportage over het bluuske. Er is zelfs een werkgroep in Catsop die de kapel op handen draagt, genaamd het bluuske. Paul Derhaag, een van de initiatiefnemers voor het herstel van kapel heeft samen met zijn jeugdvriend Jan Bours deze werkgroep opgericht. Paul, die nog steeds in het bestuur van het Bluuske zit, heeft met anderen al ongeveer 38 jaar zijn hart en ziel in het welzijn van de kapel gestoken.
Er zijn toch meer verhalen uit de overleving die met de kapel te maken hebben. Een van die verhalen is van Jan Claessen. Hij verhaalt eerst over de toestand zoals die was in de tijd dat de kapel gebouwd werd.
Bës te de êrme man óét Catsop aan ut verjage?
Catsop stond tot in de verre omgeving bekend als zijnde zeer arm. Men moet aannemen dat het ook elders niet veel beter zal zijn geweest. Maar ja, Catsop had nu eenmaal de naam. Liep het tegen juli aan dan was de resterende voorraad graan, met name rogge, aan de krappe kant. Zodat men zuiniger aan moest doen totdat de nieuwe oogst binnen kon worden gehaald. Zodra er rogge geoogst was en gedorst met de vlegel, kon men weer naar de molenaar om het te laten malen om brood te bakken. En was de ergste nood voorbij. Dit leverde in de omliggende dorpen en gehuchten, als men in juli of begin augustus naar de mulder ging om de nieuw geoogste rogge te laten malen, de uitspraak op ‘Bës te de êrme man óét Catsop aan ut verjage?’ Mijn moeder, geboren en getogen in de Maasband, kende deze uitspraak en heeft me dit meermalen verteld. Toch heeft ze het gewaagd om met iemand uit Catsop te trouwen en aldaar te gaan wonen. Mijn vader heeft in de oorlogsjaren bij de voedselvoorziening gewerkt. Enerzijds om wat te verdienen en anderzijds om niet tewerk te worden gesteld in Duitsland. Zijn werkgebied was Stein-Geleen- Einighausen -Limbricht en Guttecoven. Ook hij heeft tijdens zijn werk deze uitdrukking vaker gehoord.
De kapel van Catsop; het initiatief voor de bouw.
In de oude kerk van Elsloo die in 1843 door een noodweer is getroffen hadden de Graaf van Elsloo De Geloes en de heer van Catsop (Louis van Hees) een plek op het priesterkoor tijdens de hoogmis. Bij de bouw van de nieuwe kerk zou pastoor Willems in de nieuwe kerk deze stoelen op het priesterkoor voor beide heren niet meer te willen tolereren. Maar toch heeft hij voor de Graaf uiteindelijk na verzet en uit dankbaarheid voor diens steun voor de bouw van de nieuwe kerk, een uitzondering gemaakt. Dit leidde er wel toe dat de heer Van Hees zijn stoel op het priesterkoor moest prijsgeven. Wat bij deze de nodige frustraties opriep. Hij heeft vervolgens het initiatief genomen om de in slechte staat verkerende kapel van Catsop te herbouwen. Hij organiseerde een collecte onder de inwoners van Catsop. Door de grote armoede van de inwoners heeft de collecte zeer weinig opgebracht. Uiteindelijk heeft hij de kapel zelf laten bouwen en betaald maar heeft op de steen die boven de deur van de kapel is aangebracht toch de tekst geplaatst “deze kapel is gebouwd door de inwoners van Catsop in het jaar 1848”. Dit refereerde aan de collecte. Doch de kapel is eigenlijk door en op kosten van Van Hees gebouwd en aldus had hij zijn ‘eigen’ kerkje.
De iniatiefnemer van de bouw van de kapelDe echtgenote van Louis van Hees zij had een voorliefde van het verhaal van Winandus
De wonderen van Winandus.
De echtgenote van Louis van Hees, Anna Maria Josefhina van Engelen had een voorliefde voor het verhaal van Winandus Over het verhaal van Winandus (zie het boek van Catsop) is al veel bekend, maar over zijn beschreven wonderen is nog niet veel verteld dat wil ik graag met jullie delen Jan Claessen vertelde dat zijn moeder Ida een hersenschudding had opgelopen in 1954 door een val en de nonnen kwamen haar verzorgen. Het verhaal is dat Ida aan de zusters vroeg: hoe is het met de Winandus-roos waarop de zusters antwoordden: ‘die staat prachtig in de bloei’. Dus achter de pastorie zou dan het graf van Winandus hebben gelegen waarop een roos zou zijn gaan bloeien.
Verder onderzoek leverde een krantenartikel uit 1893 van de heer Habets op, waar deze verder uitleg geeft over de wonderen van Winandus.
Krantenartikel 1893de voorspelling van Winandus uit een kranten artikel uit 1893 van de heer Habets
Volgens Jan Claessen blijkt uit de overlevering dat er sprake is van in totaal vijf wonderen van Winandus. Drie staan in het bovenstaande krantenartikel vermeld. De twee andere hadden meer het karakter van toekomstvoorspellingen: zo zou men in de toekomst op de velden niet meer naar elkaar hoeven te schreeuwen (telefoon) en de mensen zouden in de toekomst zich op een andere manier gaan voortbewegen dan te voet of te paard (auto, fiets.) . Het verhaal van Winandus staat in het boek ‘De Dialogus miraculorum’ van Caesarius van Heisterbach, maar het verhaal is niet van laatstgenoemde afkomstig, maar van een oom van Winandus, een monnik en broer van zijn moeder die ook in het klooster van Heisterbach verbleef. Er staat ook vermeld dat het Phillip Winandus betreft, want in die tijd had men geen achternamen In de tijd dat de kapel gebouwd werd waren de mensen zeer gelovig en het verhaal van Winandus gaat er ook om dat men de zondag moet eren.
(NB! klikken op onderstaande afbeeldingen)
een stuk van het klooster wat nog over is
Caesarius van Heisterbach
Het verhaal van Wiel van Hees over de naam ‘bluuske’.
Mijn tante Bella van Hees is geboren in de Hof van Catsop. Zij vertelde mij het volgende. Ergens begin 1900 brak er brand uit in het sigarenfabriekje dat Harrie van Hees had boven op zolder. De brand werd ontdekt door Lies Cremers. Zij trouwde later met Sjeng van Es, de veerman. Lies waarschuwde veldwachter Bertje Pijpers die achter de kapel woonde. Deze waarschuwde de mannen die in Catsop woonden en die moesten helpen water uit de pomp in de Daalstraat naast de hof te halen om zo de brand te blussen. Omdat er geen klokje in het torentje op de kapel was werd er op verzoek van de veldwachter een klokje in het torenhuisje boven op de kapel geplaatst, zodat men bij brand de mensen uit Catsop kon waarschuwen. Omdat dat klokje een slechte klank had werd er door de inwoners van Catsop en Elsloo schertsend gezegd: “Wat mót die bel doa in dat húuske op de kapêl”. Wie later het woord bluuske heeft verzonnen is niet bekend. Volgens Bella van Hees liep er in die tijd altijd een meisje of vrouw rond in hetzelfde bluuske. Daar zou het woord bluuske ook vandaan hebben kunnen komen. Maar dit had niets met het belhuuske op de kapel te maken.
Over wat Bella van Hees hier vertelt over ” Wat mót die bel doa in dat húuske op de kapêl” heb ik bij overleving meerdere malen gehoord dat dat vooral in Elsloo gebruikt werd om een beetje te stangen. Zo vertelde Albert Cremers dat het klokje geluid werd bij een processie, dat met een bepaald ritme gebeurde door de koster met gebruik van een touw die verbonden was met de bel. Dat deed eerst Frans Lenaerts (hij werd genoemd door Jan van Maxke in het radio intervieuw van de R.O.Z.) en na hem Servaas Lenssen. Op dat ritme stonden de mensen van Elsloo aan de zijkant van de kapel zachtjes mee te zingen “Catsopse lummele, paerts pummele”. Albert vertelde dat er veel jaloezie was omdat Catsop meestal de mooiste processie had (zie hierover ook elders).
Bella van HeesServaas Lenssenveldwachter Bertje Pijp
Publicatie 1865
Het verhaal hier onder komt uit de Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, jaargang 2 (1865). En is vertaald door de heer Jos Habets . En uiteraard kan iedereen daar het zijne bij denken.
‘Dorpsstraat’, ‘Kruisstraat’, namen die we nu niet meer vaak tegenkomen en de naam Catsop zou van ‘Gaza’ komen uit Palestina. Het graf van Winandus zou dus gelegen hebben op de berg bij de oude kerk die eerst anders lag. Er word gesproken over Orientshof naast de kerk. Uit bronnen is bekend dat er een kerk zou hebben gelegen onder aan de Maas in de buurt waar voorheen ook tot een grote overstroming het kasteel weggespoelde. Maar het kan ook zo zijn dat er een begraafplaats is geweest op de berg waar nu de kerk is want tenslotte kwam Winandus uit Meers en niet uit Elsloo.
20-04-1948 honderd jarig bestaan Kapel dus ik vermoed dat toen de beschildering is overgeverfd of hersteld
19-06-1964 hier word al gesproken over buurtvereniging en is de jonkheid er niet meer
Paul Derhaag een van de grote initiatiefnemer van het herstel van kapel in de jaren tachtig
de volgende filmpjes heb ik op YouTube gezet en zijn van het feest Het bluuske van Catsop 1998
Paul Derhaag in gesprek met de verslaggeefster van het radio progrmma in de de buurt van god in 2016
Ik wilde graag afsluiten met een paar anekdotes en verhalen uit het verleden ,maar als er mensen zijn die nog wat weten of iets kwijt willen over ut Bluuske laat het weten dan zal ik dit er bij zetten. Ik ben een beetje kris kras door de tijd heen gegaan zo ook met het volgende .
Ut Bluuske waartegen de kinderen liedjes weerkaatsten in Catsop van vreuger klonken als volgt.
Ringel-ringel roize
Boter in de doize
Ei-jer in de kaste
Mörge gaon veer vaste
Euvermörge ei lemp-ke sjlachte, dat zal zegke beeee
Of
Rie-ra rotschj
Veer varen op de toschje
Veer varen op eine iezere wage
Rie-ra rotschj
Of
Kroene kraane-witte Haane
Geiste mit noa Engeland vaare ?
Den hemel is geslaotte
Mit twee vergulde paorte
De sleutel is gebraoke
Dat höb ver al geraoke
Wie-nie krieg ver eine nuuje
Es kööreke riep is
Es ut kööreke stiep is
Es de poppe danse
al op die lairre sjanse
Ut kapelke is altijd het middelpunt gebleven van Catsop
In 1967 had de gemeente de kapel willen verplaatsen voor de verkeersveiligheid maar door de tegenstand van de Catsopse gemeenschap is dit gelukkig achterwegen gebleven .
Ik wilde afsluiten met het volgende Het Bluuske waar elke morgen kaarsen branden voor het aangeklede beeld van Maria met kind waar gebeden wordt en waar boven het ranke torentje als een trouwe waker de weerhaan ronddraait meer als anderhalve eeuw geleden .
Aanvulling van Guus Peters .Al rond 1500 staat diverse keren en duidelijk dat het een kapel in combinatie met een belhuuske (bluuske) was. Dit was de alarmbel van Catsop. Bij brand of onraad waren de mannen van Catsop verplicht zich bij de kapel te verzamelen als de bel geluid werd. Kan overigens best dat de nieuwe kapel in eerste instantie geen bel had.
Na de Bokkerijderstijd waren er twee dorpen in Limburg die bijna alle gezinshoofden hadden verloren, Catsop en Retersbeek (bij Klimmen). Veel families vervielen toen tot grote armoe, ook in Catsop. Mogelijk komt daarvan de uitdrukking van Bës te de êrme man óét Catsop aan ut verjage?
mijn dank aan Wiel van Hees ,Wiel Mesters ,Jan Claessen en
Met Pinksteren in Catsop van vreuger werd er bij de kinderen een kind uit gekozen die de pinksterbloem moest zijn en dan gingen ze langs alle huizen af om een liedje te zingen om wat centjes op te halen of een snoepje .Het is omstreeks 1946 en de penksterbloom van dat jaar was Jes Smeets ze hadden haar in de poppenwagen gezet en een leuke versiering op haar hoofd gezet .
Het Liedje dat werd gezongen ging als volg
Gaef mich eine cent veur de penksterbloom es ut mher eine hauve is eine ganse is nog beater
v.l.n.r. Lies Tilmans Fien Tilmans Annie Knoben Julia Knoben Lies Smeets Marie Tilmans de jongen is Steef Bongers de pinksterbloom is Jes Smeets die andere twee kleine kinderen voor Lies en Marie zijn links Annie Bongers en Marie Bongers op de achtergrond staat Sjeng Claessen met zijn zoon Jan
Marie Smeets hartelijk dank voor alles op het moment dat de foto werd genomen staat ze er niet op.
Een verhaal van eine echte Catsoppenaer Jo Smeets hij heeft al meerdere verhalen geschreven die hij heeft geplaatst op info Elsloo,ik ga zijn verhaal ook in mijn rubriek plaatsen en vul dit aan met een foto die er bij past. Ik zou hier heel veel foto”s bij kunnen plaatsen maar dan bleef van het verhaal niks meer over ,het gaat om het verhaal .
BOERDERIJ
Om te eten stap je vandaag de dag een keer per week in de auto en rijdt naar de supermarkt. Van een liter melk tot een plastic zak aardappels belandt in het winkelwagentje, alles eindigt op de lopende band bij de kassa. Het is wellicht aardig om even stil te staan bij het feit dat vlees, groenten en fruit ergens vandaan moeten komen. Iedereen vindt het nu vanzelfsprekend dat de zuivel- of groenteafdeling zeer ruim is gesorteerd (je kan er nu produkten uit de hele wereld kopen). Waar liggen nu allemaal die boerderijen?
Op welke manier voedsel ontstaat, is voor opgroeiende jeugd in Catsop in de jaren zestig spelenderwijs op de voet te volgen. Het aantal boerderijen is er groot. Zelfs zo groot dat de Boerenbond er een winkel heeft waar zaden, en verder haast alles dat nodig is om een boerderij draaiende te houden, te koop is. Over nering gesproken, er zijn verder nog twee kruidenierszaken, een schilderswinkel, een cafe, en een slagerij. Deze slagerij, een dependance van de slagerij in de Dorpsstraat te Elsloo, ligt aan het plein Op de Dries.
Dit plein is voor een deel van de spelende jeugd het episch centrum van Catsop in die jaren. Na schooltijd, de woensdagmiddag en zaterdags, altijd zijn er wel enkele jongens te vinden. Aan het plein liggen enige boerderijen die in vol bedrijf zijn. De boerderijen van Driessen en Cobben.
op de voorgrond Frits Cobben op de dries waar toen in onze tijd de speeltuin was voetballen, knikkeren ,Tollen,enz.b.l.n.r. Theo Reubsaet Marij Steps Leny Schepers Jan Smeets Math Schepers Jhonny Driessen o.v.l.n.r. Jan Vranken Jeu Schepers Jo van Es Jan en Willie Cobben voor aan Wim Schepers
Onze interesse gaat vooral uit naar de boerderij van Cobben. Zijn het de twee zonen van Cobben die ongeveer even jong zijn als wij, of is hun dochter hieraan debet? Trouwens de familie Driessen is ook ruim voorzien. Het dagelijkse boerenbedrijf van de familie Cobben maken wij van dichtbij mee. Als er drinkwater gebracht moet worden naar de koeien in de beemd aan de Maas te Elsloo, zitten wij jongens achter elkaar op het grote langgerekte ijzeren watervat. Je voelt je als een cowboy te paard met een weids uitzicht. Altijd heeft boer Fritske van Cobben jeugd om zich heen zwermen. Jeugd die soms in het veld onder zijn wakend oog op de tractor mag rijden, jeugd die hem natuurlijk helpt. Want op een hof moet van alles gebeuren: hooien, aardappelen rooien, “krwaten sjarren”, het vee verzorgen, fruit plukken, te veel om op te noemen. Hier kan geen dag van het jaar voorbij gaan zonder werken. Fritske en Lieske hebben er nooit moeite mee, dat wij uren doorbrengen op hun grote erf. Verder is hij altijd vergezeld van enkele honden die o.a. op de treeplank van de rijdende tractor zitten. Zij komen van pas bij de hobby van Fritske, de jacht.
Een van de jaarlijks terugkerende dingen bij een, toen nog overal gemengd, boerenbedrijf is het spuiten van de fruitbomen tegen ongedierte. Milieuvoorschriften voor het gebruik en sterkte van het gif is iets waar nog niet ernstig op wordt gelet. De vloeistof waarmee de bomen gespoten worden is geel. De lichte vacht van de honden die natuurlijk meegaan is eigeel als zij terugkomen van deze klus. Fritske houdt even de waterslang op hen en zij zijn weer schoon. Als het “huij” binnen ligt spelen wij met de hooibalen. Burchten worden gebouwd en vervolgens door onze belegering weer omvergehaald. Er een jeugdserie Ripcord op tv.
Ripcord
Het leukste in deze serie is het parachutespringen uit een cessna. Natuurlijk spelen wij dit na in de hooischuur. Je klimt langs de houten sporten van de rechtopstaande ladder omhoog en de grootste durfal springt zo’n tien meter naar beneden in het hooi met de kreet ripcord.
Op het erf van Cobben woont tante Cor. Zij is zeer moeilijk ter been en verplaatst zich binnenshuis met loopkrukken. Als zij al eens naar Elsloo gaat, heeft zij een rolstoelfiets die zij met haar armen moet voortbewegen. Moet zij richting Kapel dan duwt men haar karretje omhoog en een dubbeltje is verdiend.
Cor Cobben en Fien Cobben
Wij kinderen zijn vaak bij haar te vinden. Er staat namelijk een magisch houten kastje waarop je bewegende beelden kunt zien.
In die tijd, begin jaren zestig, is dit in zeer weinig huiskamers te vinden.
Ontelbare keren is het voorgekomen, dat haar kleine woonkamer propvol kinderen zit, om bijv. naar een jeugdprogramma te kijken. Die programma’s leveren ons kinderen weer inspiratie om dingen te doen. Tante Cor leeft jarenlang achter de schuurpoort op slechts enkele tientallen vierkante meters. Buiten aan haar voeten ligt de “mestem” van de tegenoverliggende koeienstallen. Zij is ogenschijnlijk tevreden met haar tv, speelkaarten (patience) en aanloop van buurtbewoners.
Op hetzelfde erf woont Pieke achter de Pool.
Deze man leeft een kluizenaarsbestaan. Slechts zeer weinigen zijn ooit bij hem in huis geweest. Wij kinderen zijn bang voor deze altijd in het zwart geklede norse man. Zijn hond Tillie is zijn enig gezelschap. Naarmate de jaren verstrijken, wordt hij toch wat toeschietelijker. Tijdens een zomervakantie ’s ochtens vroeg bij het vissen in de Maas, bij het toenmalige veerpontje naar Belgie, te Elsloo hebben mijn broer en ik beet. Tot onze verbazing hangt er geen vis aan de angel maar een ziekenfondsbrilletje. Later die dag zit Pieke op de rustbank op De Drees, hond Tillie ligt op z’n schoot, wij laten hem onze vangst zien. “Is dit niks voor jou?” Hij zet het brilletje op en zegt: “verdorie ik zie veel beter dan daarnet, hij is verkocht”. Wij zijn een gulden rijker, toen een fors bedrag.
Zo hebben wij in onze vlegeljaren vele uren op een plezierige wijze zoek gemaakt op de boerderij van familie Cobben, want geen dag lijkt er op de vorige dag. Tevens hebben wij iets opgestoken over het wonder dat natuur heet.
Mijn dank aan Jo Smeets Fam.Cobben Jhon Savelkoul en die ik vergeten ben
Dit spoorhuisje diende voor de overwegspoorbomen ter plaatse en ook bij de overweg Spoorstraat en Veestraat dicht te doen.
Men kreeg bericht uit Bunde wanneer een trein daar stopte of voorbij kwam. Kwam de trein uit de richting Beek dan kreeg men bericht vanuit Geleen. Het kwam wel vaker voor dat die personen die daar verantwoordelijk voor waren het sein niet hoorde of niet goed door kregen. Zo kwam het ook, dat die spoorbomen te laat dicht werden gedaan.
Frens Maas ging in die tijd met paard en aanhangwagen bij de boeren de bussen met melk ophalen die hij in de Melkfabriek te Beek ging afleveren. Daar werd de melk in uit de bussen gedaan, in de volksmond ( melktuiten ) genoemd. Daarna kreeg Frens die bussen weer mee terug en werden zij weer bij de boeren afgeleverd. Zo was het ook op een dag dat Frens Maas de trein uit de bocht bij Terhagen zag komen. De overwegbomen werden te laat gesloten. Frens was de eerste slagboom bijna gepasseerd. Hij kon niet meer terug en trok zo hard aan de lijnen van het paard. Dat het paard steigerde en nog net met de hoeven van de voorpoten de trein raakte. Dit is waar gebeurt. Wij hadden thuis een fietsenzaak en Frens kwam met zijn fiets bij ons thuis waar hij dat verhaal vertelde.
Zo zal het ook gebeurt zijn met de overweg bij de Veestraat. De spoorbomen begonnen te sluiten op dat moment J. Dols overstak. Hij zat met paard en kar opgesloten tussen de spoorbomen. Ik zat op de eerste klas bij Juffrouw Voncken toen dit gebeurde. Wij hoorden dat J. Dols verongelukt was en gingen kijken. Ik heb J. Dols zien liggen op het paadje naast de rails. De kar was vernield en het paard had een flink stuk vlees uit zijn bil. Naar het schijnt was het paard op hol geslagen.
Ik wist van mijn oom Gus Cobben dat er fietswedstrijden in Catsop werden gehouden. Hij vertelde dat op het einde van de Gellik aan de rechtse kant lag een fruitweide “weg achter de weide”. Er werd om de bomen een touw gespannen en dan gingen ze daar fietsen. Hij vertelde ook dat Louis Lemmens vroeger goed fietste. Zijn vader Frits noemde hem de nieuwe Pijnenburg. Ook herinnerde hij zich en anderen dat Herman Hendriks er ook fietste. “Als ik ging melken en ik kwam op het Einde dan hoorde je de rollen lopen tot bij het kapelletje” Herman had die zelf gemaakt van houten plankjes en die maakte flinke herrie. Ook meende hij zich ene Harrie Daemen te herinneren . Er kon op gras gefietst worden door het gebruik van dikke banden. Later ontdekte ik namen van meerdere renners en in goed overleg met Harrie Rouveroy die een grasbaanrit en een home-trainerwedstrijd bij Mevr.Peters had meegemaakt ben ik op zoek gegaan om daar meer informatie over te krijgen .
ongeveer op deze plaats zou de grasbaan hebben gelegen later verhuisd hij naar de veestraat waar ook het voetbal veld lag.
Zo stuitte ik op een krantenartikel uit 1931 en kwam ik tot het volgende verhaal
25-08-1931 limburgsdagblad
Ik had bij heel wat Catsoppenaere geïnformeerd over het oprichten van deze club, maar niemand wist hier van tot ik bovenstaand artikel met namen van de oprichters vond. Alleen bleken de namen niet allemaal te kloppen en in overleg van Harrie Rouveroye kwamen we tot de volgende verbeteringen. L.Natten moet L.Notten zijn want een Natten heeft nooit in Catsop of Elsloo in die tijd gewoond en later zal blijken dat hij het is. J.Willems moet Frans Willems zijn want een J.Willems kan ik ook niet vinden in die tijd. De naam G.Claessen kan twee kanten op gaan: Gus Claessen uit Elsloo ? ik heb iemand gevraagd die de familie zeer goed kent en zei nooit van een fietsclub te hebben gehoord. Dus kan het de Gus Claessen naast Willemke zijn Wat betreft J.Brouns ben ik nog zoekende volgens alles zou hij op de stationstraat hebben gewoond en is hier komen wonen door werkzaamheden aan het kanaal. De naam K.Kroon spreekt voor zich K.Kroon bezat een fietswinkel in Elsloo . Hij was een van de oprichters en tevens sponsor :de winnaar kreeg meestal een fietsband .De naam Gus Bartels spreekt van zelf .Wat ik opgezocht heb komen ze met de leeftijd overeen .Ze zijn allemaal geboortig van ongeveer 1896 dus ze waren toen ongeveer 35 jaar oud. Alleen Kees Kroon was geboren in 1905
26-08-1931 limburgsdagblad
Klik op de foto dan verschijnt de namen van oprichters van de bergklimmers.
Kees Kroon
Gus Claessen
Louis Notten
Gus Bartels
Frans Willems
de tekst spreekt van zelf een artikel uit de wegwijzer Kees was een van de oprichters en tevens sponsor winnaar kreeg meestal een band
de winkel van Kees in de Schoolstraat in 1937 maar toen was de ronde van Elsloo er al
Over de grasbaan wedstrijden heb ik ook een paar artikelen gevonden alleen staat hier het einde maar er was maar een grasbaan in die tijd ” achter de weide ”
05-09-1931
Uw ziet in die tijd was Louis Lemmens uit Catsop bij de nieuwelingen in gedeeld verder is er Lambert Goudert de Beauregarde ook uit Elsloo
07-09-1931 uitslag van de aller eerste grasbaan wedstrijd van de Bergklimmers in Catsop26-05-1933
Het in bovengenoemd artikel was het cafe wat zou later word over genomen door Willem Vranken maar in die tijd was het in bezit van Sjef en Trees Vranken er staat J.Vronken, maar moet zijn J.Vranken. Verder zie ik Dekkers (Catsop) en Willem Vranken (Elsloo)- de latere cafe houder- die had zelfs een verzorger Sjeng Spronkmans . Aldus vertelde Tilla zijn dochter hij had in het verleden een schilderij en gladiolen gewonnen. Gus Bartels had achter Willem de finish bereikt.
Sjef en Trees Vranken.-Visschers
Bovenstaande foto betrof het clublokaal van de Bergklimmers . Weliswaar is de foto van jaren later maar volgens alles zag het er toen ook zo uit. Toen Max Wouters naar Beek vertrok was rechts de slagerij daar hingen de worsten te drogen. Daarna heeft Sjef Vranken de cafe overgenomen. In 1936 is Willem Vranken de eigenaar geworden en toen werd het” Bie Willemke”. Toen later zijn dochter Wies het café overnam werd het “bie Wies ” In die tijd hebben met name aan de binnenzijde enkele verbouwingen plaats. Tilla vertelde dat de Bühne en de wc erbij zijn gekomen en de biljartzaal rechts waar eerder de slagerij was. De daarachter gelegen paardenstallen zijn afgebroken en daar is een woonhuis gekomen .Willem Vranken op latere leeftijd zijn verzorger was Sjeng Spronkmans ze noemde Willemke DE Kepper die naam had hij al toen kiepte bij de voetbalclub aan de maas
Tilla Nijsten -Vranken vertelde me dat haar moeder nog wist dat Willem al heel vroeg met fietsen was begonnen. De moeder van Tilla lag in de jaren dertig eens een keer in het ziekenhuis . Toen fietste Willem een wedstrijd in Maastricht toen kwam hij haar bezoeken met een korte broek aan (wielerbroek). In die tijd kon dat beslist niet.
17-11-1933 wat opvalt is dat ze de naam van Jan Decker (Catsop) op eens goed is geschreven . Verder valt te lezen dat Willems (Catsop) Hendrix (Catsop) en Louis Lemmens ( de nieuwe Pijnenburg uit Catsop wint van de Sjenge ) verder fietste Lambert Gouder de Beauregard (Elsloo) hier ook mee.Bovenstaande foto betreft Jentrien Mai Peters en Mevr Hoeveleers de buurvrouw. Dit is in Elsloo en niet zoals beschreven in Catsop. Hier werden wedstrijden georganiseerd op rollen maar niet alleen hier Cafe J.Cremers (Djive) en cafe Janssen ook (Dikke Stein)9-06-1933Louis Lemmens op de fiets met naast hem zijn broer Tjeu. Dit is in Meersen (humcoverweg) cafe Janssen later cafe aan de beek ik weet dus niet of er nog meer mensen van Catsop of Elsloo op staanJan Decker en Bertha Cobben Jan had verschillende overwinningen behaald in zijn carrière1933 staat dekker moet Decker zijn en er is weer een paar nieuwe namen bij gekomen : Sjef Bovens uit het Terhage en Mathjeu Penders en Pie DiederenHerman Hendriks Tina Leclaire en Graad FranssenMathjeu Penders hij fietste en voetbalde in 1933
Sjeng de Meijer zo vertelde Harrie die had ook nog gefietst in die tijd hij had de bijnaam Gaston Rubrie goede renner uit de tour van toen
Sjeng de Meijer zeer groot wielerliefhebber en zelf ook gefietst27-06-1933 in dit artikel ziet u de bevestiging dat het Louis Notten isHarrie van Hees. Hij woonde op het laathof met een renfiets. Of hij ooit wedstrijd heeft gereden is mij niet bekend. Hij is geboortig van 1877. Ik kom hem nergens in de uitslaglijsten tegen
We gaan over wielrennen nog wel een artikel maken met andere vedetten uit Catsop later in 1936 zal de eerste ronde van Elsloo worden gerealiseerd winnaar Bovandeard uit Sittard. Maar toen was het volgens mij een andere organisatie met W.Bonekamp als voorzitter . Met Louis Lemmens als wielrenner is het niet goed afgelopen. Hij kreeg last van zijn knie en moest noodgedwongen Stoppen . Willem Vranken en Herman Hendrix hebben nog langer doorgefietst.
1936
Mijn grote dank aan Harrie Rouveroye Jhon Savelkoul Fam. Lemmens Fam. Bartels Lucie Willems Wiel van Hees fam.Decker Nic Hendriks Fam.Vranken Jan Kroon Fam.Notten Jan Claessen en Wiel Mesters
De Jonkheid kent een lange geschiedenis in Catsop ik kwam artikelen tegen van de jaren twintig ze versierden huizen bij gouden zilveren bruiloften etc. Ze deden versieringen maken bij processies. Een paar artikelen ga ik even wat aandacht geven . En kom in mijn rubriek hier regelmatig op terug.
kranten artikel 1933
Links is Harrie Reubsaet dan Door Notten en dan Sjeng Schepers de rest is nog niet bekend 1933voor op de bok Nick Voncken 1933Vlucht Pater Pijpers Limburgs dagblad 18-06-1940
Deze foto is gemaakt in de veestraat ter eren van het priesterschap van Pater Pijpers 1942. Hier staat de jonkheid op de familie Pijpers en de communiekanten .Hier staan een heleboel namen op maar ook namen die fout staan of onbekend zijn dat fout staan is deel mijn schuld omdat ik met de pen had genummerd en op de lijst de nummers niet goed over een kwamen. Dus ik zoek hulp .
jonkheid 1942 en familie Pijpers en de communiekanten
communiekantjes
1 onbekend 2 Judith Steps 3 Lucie Pijpers 4 onbekend 5 Lies Derhaag 6 Marie Derhaag 7 Miet Daemen 8 Lies Smeets ? 9 Lies Bours 10 onbekend 11 onbekend 12 Marie Tilmans 13 Marie Engelen 14 Lies Reubsaet 15 Marie Driessen 16 Fiena Peerbooms 17 Fiena Vranken 18 Bertha Collard 19 Mai Maas ? 20 Graad Fredrix 21 Bertha Maas 22 onbekend 23 Nellie Maas 24 Lucie Willems 25 Christien Dirix 26 Corrie Engelen 27 Marie van Es 28 Lies Peerbooms 29 Marie Notten 30 Trina Dahmen 31 Annie Peerbooms 32 Nellie Pijpers
Familie Pijpers
33 Pie Frederix 34 May Pijpers 35 Bert Beckers 36 onbekend 37 Nelly Snijders-Pijpers 38 Sjef Pijpers 39 Tien Pijpers (zuster Philomene ) 40 Sjaak Pijpers (vader pater Pijpers ) 41 Trieneke Pijpers-Turken (moeder Pater Pijpers ) 42 Fien Pijpers (zuster Ludwina ) 43 schilder Sjeng Pijpers 44 onbekend 45 Anna Pijpers 46 Harrie Frederix (chauffeur bij Schreurs ) 47 Lies Pijpers 48 Lambert Bonekamp
Jonkheid 1942
49 Pie Pijpers 50 Sjeng Bartels 51 onbekend 52 Harrie Daemen 53 Sjeng Penders 54 Pater Hub Pasmans (studie vriend van Pater Pijpers ) 55 An Bours 56 Sjeng Pijpers 57 Marie Willems 58 onbekend 59 onbekend 60 Pater Pijpers (Leo ) 61 Nick Voncken 62 Anna Penders 63 Harrie Wouters 64 Sjeng Vranken 65 May Dols ? 66 Harrie Reubsaet 67 May Reubsaet 68 An Claessen 69 Jan Paulissen 70 Jan Bartels 71 Lisa Wouters 72 Sjeng Voncken 73 Frits Hermans 74 Willem Wouters 75 Huub Peerbooms 76 onbekend 77 May Smeets 78 Sjir Maas 79 Marie Claessen 80 Sjef Cremers 81 An Bours ? 82 Tjeu Lemmens 83 Jan Willems 84 onbekend 85 Bertha Beckers 86 Gerrit Verboort 87 Bertha Voncken 88 Pie van Es 89 Martha Gelissen 90 Sjeng Reubsaet 91 Lieske Van Es 92 ? Bours 93 Nellia Wanten 94 Guus Claessen 95 Fiena Peerbooms 96 Fiena Vranken 97 Lamber van Es ? 98 Pie Bours 99 Onbekend 100 Tjeu Beckers 101 onbekend 102 Max Wouters 103 onbekend 104 Pie Bours 105 Pie Steps 106 Harrie Deamen 107 Marie Wanten 108 onbekend 109 onbekend 110 Fien Cobben 111 ? Cremers 112 Huub Notten 113 onbekend 114 Nick van Es ? 115 Col Timans 116 Herman van Es 117 Sjeng van Es 118 ? Reubsaet 119 Frits Driessen 120 Lies Reubsaet 121 Marie Driessen 122 Giel Wouters 123 Door Notten 124 An Voncken 125 An Lemmens 126 onbekend 127 Fiena Houben 128 Houbair Reubsaet ? 129 Mai van Es 130 An Cobben 131 Louis Dirix 132 Marie Maas 133 Sjeng Peerbooms 134 Fiena Penders 135 Tilla Notten 136 Math Willems 137 An Frederix 138 Sjefke Spronkmans 139 Sjeng Claessen 140 Anny Steps 141 ? Tilmans 142 Tjeu Frederix 143 Thei Smeets 144 Sjef Frederix 145 Sjeng Lemmens
Jonkheid 1954 ter ere van Pater Claessen alle namen hier van staan in het boek
Met dank aan An Daemen (An van Toon) Graad Collard (Graadje van de pieper) Jo Schepers (van Sjeng) en vele Catsopennaere die ik verveeld heb met de foto van Pater Pijpers
Dit is een verhaal van Babara Cobben geschreven door Wiel is een kleinzoon van Barbara .Wiel bedankt voor je openhartigheid.
Als 18 jarig werkeloos meisje ging zij naar Maastricht op zoek naar werk.
Op een bank op het perron in Maastricht vond zij een krant. De Gazet van Antwerpen. Daarin stond een advertentie: “Hulp in de huishouding en oppas voor de kinderen gevraagd met kost en inwoning”. Zij is nog diezelfde dag met de trein vanuit Maastricht naar Antwerpen gegaan. Bij die mensen uit die advertentie werd zij direct aangenomen. Die mensen hadden een abonnement voor de dierentuin. Elke zaterdag en zondag ging Barbara met de kinderen naar de dierentuin
Babara Cobben Pierre .Jozef .Keunen
Mijn Grootvader Pierre. Jozef. Keunen.
Hij was geboren 16 – 11 – 1868. Te Meeuwen in België.
Hij was als militair gelegerd in Antwerpen. Hij kwam geregeld in de dierentuin waar hij Barbara Cobben leerden kennen. waar zij gingen wonen. Later kregen zij een woning Rue Grimberieux 22. Te Saint Nicolas Luik.
Zij kregen 5 kinderen. Als 4de mijn moeder Cornelie Geb. 28 – 03 – 1906 .
Cornelie
Cornelie
Cornelie
Cornelie
Vanaf haar 18de verjaardag ging Cornelie elke zaterdag in Luik dansen.
Omdat de Stad Luik voor de jonge meisjes gevaarlijk was vanwege de vele buitenlanders, werd Cornelie door haar moeder met de tram naar de danszaal gebracht. Op een avond ging mijn grootmoeder zoals altijd haar dochter halen.
Bij het naar huis gaan regende het zo hard dat zij de overkant van de straat niet konden zien. Een half uurtje later vond een man die zijn hond uit ging laten een doornat meisje langs de kant van de weg. Hij waarschuwde de politie die op hun beurt de Ambulance waarschuwden. Omdat het meisje ( Cornelie ) in coma was konden zij haar niet ondervragen. Tegen twaalf uur ging mijn grootvader op zoek naar zijn vrouw en dochter maar hij kon ze nergens vinden.
Hij ging naar het politiebureau waar hij te horen kreeg dat men een jong meisje naar het ziekenhuis had gebracht. Zij vroegen welke kleren zij aan had en daaruit bleek dat het om zijn dochter ging. Van zijn vrouw, ( Barbara ) had men niets vernomen. De volgende dag 28 – 12 – 1925 ging een tramconducteur naar de Dépot om zijn tram te halen. Bij de tram aangekomen zag hij een been onder de tram hangen. Het was mijn grootmoeder die op slag dood moet zijn geweest. Zij waren de weg overgestoken en hadden door de stromende regen de naderende tram niet gezien met als gevolg het omschreven gebeurde.
Vier dagen later ontwaakte de mam uit de coma en zag dat haar vader, broers en zussen een rouwband om hun arm hadden. Zij begreep direct dat haar moeder was overleden
Cornelie Keunen en Louis van Hees werd geboren 30 – 07 – 1902. Te Elsloo
Was bevriend met een neef van mijn moeder, Nicolas Claassen. Op een zondag gingen zij met de fiets naar de Foire in Luik.
Daar leerde Louis de mam kennen. Later kocht de Louis een auto ( zie foto. )
Met die auto kon mijn vader elk weekend naar Luik gaan. Dat deed hij eerder met de fiets. De mam en de pap zijn 29 – 12 – 1928 te Saint Nicolas te luik getrouwd. In diezelfde kerk waar mijn moeder gedoopt is en haar eerste H.Communie heeft gedaan. 10 – 10 – 1982 Ben ik met de mam en de pap in die kerk geweest waar precies hetzelfde Doopvont staat als in onze St. Augustinuskerk.
Wat de mam en de pap betreffen: “Zij leefden lang en gelukkig en kregen 8 kinderen.”
Afstammelingen van Nicolaas Cobben en Hubertina Lenaerts (Berb)
Tot de kinderen.
Nicolaas Cobben, geboren op 8 april 1843, Beek, overleden op 11 april 1924, Beek (leeftijd bij overlijden: 81 jaar oud), landbouwer. Wiel van Hees vertelde me- en dat had hem Bella verteld zijn Oma -dat Nicolaas nog gewerkt heeft bij het kasteel dat toen was afgebrand. Ze hadden de as en de rest afval in het bos moeten rijden. Hij had daar nog een bewijs van .
Het verhaal Van Wiel van Hees over de vondst van het beeldje en wat informatie wat ik er bij heb gezocht.
Nicla Cobben gehuwd op 7 november 1868, Elsloo, met Barbara Hubertina Lenaerts, geboren op 24 mei 1841, Elsloo, overleden op 2 juni 1902, Elsloo (leeftijd bij overlijden: 61 jaar oud) [Notitie 1-1] … en hun kinderen:
N.N, geboren op 25 september 1869, Elsloo, , overleden op 25 september 1869, Elsloo.
Aan de rechtse kant onder de poort lag het huis van de boerderij Cobben je ziet nog net de luikjes
Anna Maria Cobben, geboren op 23 december 1871, Elsloo, overleden op 15 augustus 1958, Meerssen (leeftijd bij overlijden: 86 jaar oud).
Zei Marie was dus het oudste kind in leven van Nicolaas Cobben en Berb Lenaerts en geboren in de daalstraat C10
Gehuwd op 11 mei 1900, Elsloo, met Jan August Hubert Claessen, geboren op 24 december 1870, Elsloo, overleden op 2 september 1959, Meerssen (leeftijd bij overlijden: 88 jaar oud), Spoorwegwerker.